06A.h10 Bijlage 10 Advies archeologie
Tekst van het document
Gemeente Horst aan de Maas t.a.v. K. Thissen Postbus 6077 5960AB Horst aan de Maas
ons kenmerk uw kenmerk betreft
: V21- 36974 / 1285-347 / CWK : 21-0074442 (d.d. 21 juli 2021) : beoordeling rapport ‘Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Op den Bergen 6 te Sevenum’ en AMZ-advies
Vestigia BV Spo o rstraat 5 3 811 MN Am ersfo o rt
Amersfoort, 29-07-2021
Geachte mevrouw Thissen, beste Karin,
Ik heb het pdf-bestand van het rapport Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Op den Bergen 6 te Sevenum (Econsultancy rapportnr. 15680.002, versie 1, d.d. 4 mei) gelezen en het onderzoek beoordeeld. Het is een gedegen en goed geïllustreerd bureauonderzoek dat is verricht volgens de KNA. Met betrekking tot de archeologische verwachting zoals opgesomd in tabel IV op pagina 10 en 11 zou ik zelf de kans op de aanwezigheid van sporen en vondsten uit de Bronstijd, Romeinse Tijd, en Vroege Middeleeuwen op middelhoog hebben beredeneerd en laag voor de Nieuwe Tijd, maar dat behoeft geen aanpassing in het rapport. •
In het rapport ontbreekt wel de diepte van de grondverstoring, die dient te worden beschreven op pagina 3.
Ik kan het AMZ-advies echter niet onderschrijven. Aan de overzijde van de weg lag een grafheuvel uit de Vroege tot Midden-ijzertijd en die maken gewoonlijk deel uit van een urnenveld. Rondom een urnenveld lagen de huisplaatsen. Het plangebied ligt op een helling naar een lager deel in het landschap. Dat is wellicht niet de meest optimale locatie voor een huisplaats in Vroege en Midden-IJzertijd, maar he mag niet worden uitgesloten. Zoals ook niet mag worden uitgesloten dat het urnenveld zich uitstrekt tot op de flank van de dekzandrug. Tevens waren de flanken van dekzandruggen ook aantrekkelijk voor de vestiging van laat-middeleeuwse bewoning. Het bureauonderzoek noemt de bodemopbouw verstoord. Dat geldt mijn inziens alleen voor boring 3. De boringen 1, 2, 4 en 5 laten de kenmerkende bodemopbouw zien van een enkeerdbodem. Deze bodems zijn inderdaad ontstaan door plaggenbemesting en door spitten en ploegen is meestal de A- en B-horizont van de voormalige podzolbodem volledig verstoord, maar hier tonen boringen 2 en 5 zelfs de B-horizont. Met ander woorden, eventuele aanwezige archeologische sporen vanaf het Neolithicum zijn in geringe mate onttopt door de grondbewerking in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.
De te verwachte archeologische sporen en vondsten laten zich niet betrouwbaar vaststellen met een waarderend booronderzoek en daarom luidt mijn aanbeveling om hier een proefsleuvenonderzoek te verrichten ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw. Ik denk hierbij aan twee proefsleuven van 18 x 4 m. Ik vertrouw erop u hiermee duidelijk en naar tevredenheid te hebben geïnformeerd en geadviseerd. Als er eventueel nog vragen zijn, zal ik gaarne beantwoorden.
Met vriendelijke groet,
Kees Koot Senior KNA archeoloog