CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05i Quickscan Flora en fauna

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan 'Vrouwboomweg 16b, Horst.4.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst datum 25 mei 2023 projectnummer P06317 opdrachtgever Ruimte voor Ruimte Limburg C.V. BRO projectleider IMo opgesteld door RBo interne controle MvdS bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

6

14

8

Geraadpleegde bronnen

15

8

10

10 10

11 11

11 11

11 11

Toetsing Toetsing

11

11 12

Vaatplanten

12

5.8.1

12

Conclusie

Samenvatting

11

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

7

Toetsing

13

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woning met bijbehorende tuin aan de Vrouwboomweg tussen 16 en 18 te Horst, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 16 mei 2023 tussen 12.00 – 13.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 15°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een noordwestenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten zuiden van Horst, tussen de percelen van Vrouwboomweg 16 en 18. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit een dierenweide. Het plangebied is afgeschermd met een omheining. Aan de straatzijde staan twee essen, langs de noordzijde ligt een struweel. Aan beide zijdes liggen woonpercelen. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Opdrachtgever is voornemens om binnen het plangebied een woning met bijbehorende tuin te realiseren. Er zijn momenteel geen concrete tekeningen van de toekomstplannen beschikbaar.

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

5

Figuur 3: Overzicht plangebied vanuit het zuidwesten

Figuur 4: Overzicht plangebied gezien vanaf de Vrouwboomweg

Figuur 5: Overzicht van het plangebied vanuit het zuidoosten

Figuur 6: Overzicht plangebied vanuit het noordoosten

Figuur 7: Overzicht plangebied vanuit het noordwesten

Figuur 8: Naastgelegen begroeiing in het noordwesten van het plangebied

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

6

3

Toetsing gebiedsbescherming

voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het

werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Bin-

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-

nen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone.

richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd

Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene land-

als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

schapszone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door

jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindings-

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

zones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omrin-

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

gende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn al-

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

leen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met miti-

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

gerende maatregelen.

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Maasduinen”, bevindt zich op circa 7,6 kilometer afstand

Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone (zie fi-

ten oosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect,

guur 9). Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt

betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename

ongeveer 30 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de

van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het

voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk

plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid

blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goud-

en trillingen uitgesloten.

groene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase geen toename groter dan 0,00 mol/ha/j N plaatsvindt. Een verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen is daarmee op voorhand uitgesloten. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen zijn daarmee volledig uitgesloten.

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 9: Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene natuurzone (geel), bronsgroene landschapszone (blauw) en Natura 2000-gebieden (paars gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegen-

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

stelling tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm en le-

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

vendbarende hagedis vrijgesteld in bepaalde periodes in het jaar in de

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade

provincie Limburg.

aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende catego-

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

rieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer

groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en

Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het

uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-

broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

3 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond be-

half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

schermd. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die welis-

van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

waar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben

aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die

van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soor-

voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

ten’).

veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedloca-

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

ties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In

5.2

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich te-

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

vens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als havik en ransuil.

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heg-

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

genmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. De steen-

rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart en

terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-

uil leeft op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische

watervleermuis.

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

cultuurlandschap en aan dorpsranden, en in gebieden met open tot half-

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

open landschap met een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, re-

Binnen het plangebied zijn er geen gebouwen en/of bomen aanwezig.

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

genwormen en insecten. Voor de steenuil is geen nestgelegenheid binnen

Hierdoor zijn er op het terrein geen geschikte rust- en verblijfplaatsen voor

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

het plangebied aanwezig. Er zijn geen nestkasten van steenuil waargeno-

een vleermuizensoort aanwezig. Met name het struweel in het noorden

men direct rond het plangebied. Voor de steenuil is het plangebied ge-

van het plangebied is geschikt als foerageergebied en vliegroute. Hier vin-

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

schikt als foerageergebied. In de directe omgeving zijn zeer veel paarden-

den geen werkzaamheden plaats.

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

weides, boomgaarden, struweel en ander kleinschalig leefgebied aanwe-

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

zig. Het plangebied is daardoor redelijkerwijs niet essentieel. Negatieve ef-

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

fecten op een territorium van de steenuil zijn redelijkerwijs op voorhand

5.1

Vogels

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

uitgesloten.

5.2.1

Vleermuizen

Toetsing

Het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of

In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming on-

5.1.1

der de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

Toetsing

foerageergebied voor vleermuizen.

10

5.3

Grondgebonden zoogdieren

deze soort. Ook is er binnen het gebied geen water of schuilmogelijkhe-

heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plange-

Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-

den voor de bever aanwezig, hierdoor kan de aanwezigheid van de bever

bied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor

dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-

redelijkerwijs uitgesloten worden. De aanwezigheid van andere strenger

de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied

den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-

beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de ver-

redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend

rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-

spreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens re-

individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van

geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-

delijkerwijs uitgesloten.

toepassing.

plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-

5.3.1

5.5.1

doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen

niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te

bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-

stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verla-

treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst

het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-

naar buiten het werkgebied.

teel) aanwezige individuen.

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-

5.4

gebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, eekhoorn, das, water-

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het

spitsmuis en bever voor. Gezien de beperkte omvang en het kale habitat,

plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De

5.6.1

betreft het hier geen essentieel habitat voor de steenmarter. Er zijn geen

waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving.

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen

holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kun-

Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat

zijn op voorhand uitgesloten.

nen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soort. Binnen het plange-

voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daar-

bied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan

mee dan ook uitgesloten.

vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgToetsing

5.6

Toetsing

Vissen

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan

Reptielen

bied biedt wel geschikt foerageergebied voor de das. De omvang is echter zeer beperkt, en in de omgeving zijn meerdere zeer grote dieren/paardenweides aanwezig welke een vergelijkbare kwaliteit aan foerageergebied bieden. Het plangebied is daarmee redelijkerwijs niet essentieel. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Dit habitat is binnen het plangebied even-

5.7

Toetsing

Ongewervelde diersoorten

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van

wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. Het plange-

deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

5.4.1

Toetsing

bruine eikenpage, grote vos en kleine ijsvogelvlinder. Al deze soorten stel-

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

len echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet

voorhand uitgesloten.

aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aan-

5.5

Amfibieën

tasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige be-

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

schermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivier-

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

kreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plange-

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde boomkikker, poelkikker,

bied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

eens niet aanwezig waardoor het geen geschikt leefgebied vormt voor

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

11

5.7.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten

5.8

Vaatplanten

In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als drijvende waterweegbree, gevlekte zonneroosje en kartuizer anjer. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

12

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

13

7

Samenvatting

Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 7,6 km

Nee

-

Geen rekenresultaten bo-

gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek

ven 0,00 mol/ha/j

of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 30 m

Nee

-

Ecologische waarde en

bepaalde soortgroepen te voorkomen.

kenmerken blijven gelijk Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Algemeen

Jaarrond be-

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Nestgelegenheid buiten broedseizoen ver-

Globale broedseizoen loopt van maart tot

wijderen of controle vooraf

half augustus

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de ge-

schermd Vleermuizen

Vliegroutes

wone pad Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

14

8

Geraadpleegde bronnen

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.  Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist.

 

 

Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017 Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond. Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel. Natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens provincie Limburg) Polviewer.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)  Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale bronnen  van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.

Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

15

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Vrouwboomweg te Horst

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16846962/1