CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05g Meerwaardenotitie

Gemeenteraad 7 maart 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de omgevingsvergunning voor de doorontwikkeling van natuurontwikkelingsproject De Diepeling te Tienray.2.534 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie 29 november 2022

Onderbouwing doorontwikkeling ‘De Diepeling’ (meerwaardenotitie)

Inleiding Teunesen werkt aan de doorontwikkeling van ontgrondingslocatie ‘De Diepeling’ middels een uitbreiding aan de zuidzijde van de bestaande zandwinplas. Daartoe worden momenteel de nodige vergunningsaanvragen en overheidstoestemmingen voorbereid. Ten behoeve daarvan is voorliggende notitie opgesteld waarin wordt ingegaan op de natuurlijke inrichting en onderbouwing van het initiatief. Ligging Ontgrondingslocatie ‘De Diepeling’ bevindt zich op de grens van Tienray en Castenray en gelegen op zowel het grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas als Venray. In het verleden is deze ontgrondingslocatie door de provincie als bevoegd gezag voor Ontgrondingsvergunningen aangewezen als regionale winningslocatie voor beton– en metselzand. Vanaf deze locatie wordt voorzien in de regionale behoefte aan specifiek zand en grind dat niet vergelijkbaar is met het zand en grind dat gewonnen wordt langs de Maas. Op onderstaande figuur is een visualisatie opgenomen van het goedgekeurde plan van de eindtoestand in een grotere omgeving, zoals dat door Teunesen Zand en Grint b.v. (Teunesen) na overleg met de gemeente Horst aan de Maas, Venray en de provincie Limburg tot stand is gekomen.

Goedgekeurd plan van de eindtoestand 1-8

Versie 29 november 2022

Het accent bij de herinrichting van het gebied ligt op ruimte voor natuurontwikkeling met beperkte mogelijkheden voor extensieve vormen van recreatie. Dit houdt verband met de oorsprong van het plan uit de jaren ’80 en is geformaliseerd in het vigerende bestemmingsplan. Voortgang ‘De Diepeling’: Door voortgaande ontgrondingswerkzaamheden op ‘De Diepeling’ is er de afgelopen jaren een gevarieerd natuurgebied ontstaan van ca. 100 ha dat ruimte biedt aan populaties van tal van soorten zoals de das, waterspitsmuis, ijsvogel, gekraagde roodstaart, glassnijder en kleine watersalamander. Soorten die zich daar hebben kunnen vestigen door de aanleg van oevers met ondiepe zones, bosschages en rietkragen. De biodiversiteit is hierdoor aanzienlijk toegenomen. Rondom de plas ontstaan struinpaden, zodat recreanten van bijvoorbeeld de campings Valkenberg en Op den Boender straks een rondje om de plas kunnen lopen. De komende jaren wordt verder gewerkt aan de inrichting van het gebied op basis van het goedgekeurde eindplan. Die voorgestelde inrichting is aanleiding geweest om te kijken naar mogelijkheden voor verdere doorontwikkeling van het gebied in een groter geheel. Hiervoor is aansluiting gezocht om het Landschapskader Noord- en Midden Limburg (2009).

Doorontwikkeling ‘De Diepeling’ : De afgelopen jaren is gekeken op welke wijze ‘De Diepeling’ zich door zou kunnen ontwikkelen in de omgeving naar een meer integraal plan. ‘De Diepeling’ is gelegen op een strategisch kruispunt en kan een belangrijke, natuurlijke schakel vormen tussen een aantal natuur- en recreatiegebieden in de omgeving. Denk aan de Castenrayse Vennen, de Kasteelse Bossen, de Witte Vennen (gemeente Venray) en het Maasdal (ook gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum). Uitgangspunt is dat een eventuele doorontwikkeling complementair moet zijn en geen concurrent mag worden van de Kasteelse Bossen of de Witte Vennen, wetende dat intensieve recreatie rond ‘De Diepeling’ niet gewenst is. Het door de jaren heen ontstane natuurgebied met de waterpartij heeft geleid tot een flinke toename van het gerealiseerde areaal natuur in de omgeving. Daarnaast zijn in opdracht van het Waterschap Limburg de Lollebeek en Groote Molenbeek inmiddels heringericht. Met de doorontwikkeling op grondgebied van de gemeente Horst a/d Maas wordt beoogd de potentie die het gebied in zich heeft met name naar de omgeving toe, de komende jaren te gaan verzilveren. Het doel is dat ‘De Diepeling’ een meer samenhangend geheel gaat vormen met de omliggende beken en haar omgeving. Zonder dat er daarbij sprake is van een fysieke verbinding tussen de beide waterstelsels.

2-8

Versie 29 november 2022

Analyse integrale visie ‘de Maasgaard’ Bij de verdere doorontwikkeling van het project ‘De Diepeling’ wenst Teunesen middels de winning van delfstoffen in te zetten op een aantrekkelijke overgangssituatie tussen de bestaande plas van ‘De Diepeling’ en de het beekdal van de Groote Molenbeek. Verbetering van de land-/waterverhouding komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede en leidt tot verhoging van de landschappelijke, ecologisch en recreatieve kwaliteiten. Daarbij wordt qua inrichting onder andere gedacht aan aanhaking op het uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden, incl. de benodigde parkeervoorzieningen. Versterking van de landschappelijke kwaliteit aansluitend op het beekdal van de Groote Molenbeek en Lollebeek op basis van natuurontwikkeling voeren de boventoon. Een belangrijke kwaliteit van dit landschapstype wordt gevormd door de doorgaande natte structuur, waardoor de beekdalen voor veel organismen functioneren als ecologische verbindingszone. Daarnaast vormen de vele gradiënten, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van oude geulen, maar vooral het hoogteverschil loodrecht op de beek van de lage beek naar de verder weg gelegen hogere gronden, een belangrijke kwaliteit. Met name de beekbegeleidende – veelal – natte gronden zijn bijzonder. Hier treffen we hooilanden, diverse moerastypen en moerasbossen aan.

Maar daarnaast liggen er ook kansen voor realisatie van droge natuurdoeltypen op de meer hoger gelegen gronden.

3-8

Versie 29 november 2022

Globaal planconcept zuidelijke ontwikkeling van ‘De Diepeling’. Natuurontwikkeling: Doorontwikkeling van ‘De Diepeling’ zal de komende jaren leiden tot vergroting van de natuurwaarden. Om deze natuurwaarden nog beter aan te laten sluiten bij de omgeving (o.a. Groote Molenbeek en Lollebeek) wordt de inrichting hierop verder afgestemd. Hierdoor ontstaat een meer natuurlijk aaneengesloten natuurgebied. Alle bestaande bossen/bomen/houtwallen/steilranden en landschapselementen rondom de huidige akkers blijven behouden. Ontgrondingswerkzaamheden en bijbehorende werken vinden plaats in de rood omlijnde gebieden in onderstaande figuur.

4-8

Versie 29 november 2022

Begrenzing werkgebied Het plangebied vormt na de winning van delfstoffen en de daaraan gekoppelde herinrichting een schakel tussen ‘De Diepeling’ en het aangrenzende beekdal van de Groote Molenbeek. Deze schakelfunctie wordt vervuld door de natuur in beide gebieden logisch in elkaar over te laten lopen. Insteek is om het oorspronkelijke landschappelijk patroon zoveel als mogelijk te reconstrueren. Het nu nog door de aanwezige landbouwpercelen versnipperde gebied vormt daardoor na de delfstofwinning een aaneengesloten, robuuste natuur- en landschapszone. Op deze manier maakt het gebied nadrukkelijker onderdeel uit van de groen-blauwe structuren van het Maasgaardgebied. Door sanering van de huidige intensieve landbouw neemt ook de gevoeligheid van het gebied voor invloeden van buitenaf (landbouw, verkeer) af. Het gebied verbindt dus De Diepeling en de Groote Molenbeek (noord-zuid) én versterkt de structuren van de Maasgaard (oost-west). Het gebied kent na de herinrichting een sterk verbeterde biodiversiteit. Dit ontstaat door meer variatie in gradiënten in het gebied aan te brengen. Het gebied biedt ruimte voor half natte en droge biotopen met bijbehorende natuurlijke vegetatie, maar ook ruimte voor de ontwikkeling van heide. Tevens kunnen beheertypes als broekbossen en zeggenmoeras worden gerealiseerd.

De oever met ondiep water, begroeid met planten als riet, rietgras, zeggen en biezen, is interessant voor diverse soorten vogels, libellen, vissen, amfibieën en specifiek voor de bever, otter en waterspitsmuis. Staatsbosbeheer heeft aangegeven dat de beoogde ontwikkeling voor ‘De Diepeling’ perspectieven geeft voor hogere natuurwaarden, waardoor per saldo de natuurwaarden in de omgeving na inrichting toenemen. 5-8

Versie 29 november 2022

Uitwerking/onderbouwing: De gronden die onderdeel uitmaken van het uitbreidingsgebied zijn gelegen binnen het beekdallandschap. De afgelopen jaren is de loop van de Groote Molenbeek meanderend aangelegd. Het tussen de beek en ‘De Diepeling’ gelegen gebied vormt een nog niet compleet natuurlijk ingerichte schakel. Bezien vanuit het beekdal van de Groote Molenbeek bestaat het landschap uit meerdere terrassen met een laag gelegen, natter deel en een hoog gelegen, droger deel. Het voorliggend plan voorziet erin om middels de winning van delfstoffen te komen tot een aaneengesloten natuurgebied. Op basis van de Omgevingsverordening (2014) en Landschapskader Noord- en Midden Limburg (2009) wordt gewerkt aan versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Onderstaand volgt een uitwerking op de vernoemde kernkwaliteiten Omgevingsverordening 2014, hoofdstuk 2.7.2. Bronsgroene landschappen. Dit betreft: Het groene karakter , het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Onderstaande bullitpoints onderbouwen waarom het plan voldoet aan de nader toegelichte kernkwaliteiten in de omgevingsverordening 2014 (zie 1. Bijlage: bij artikel 2.7.2. omgevingsverordening Limburg 2014) en het landschapskader Noorden Midden-Limburg (zie 2. Bijlage: Landschapskader Noord- en Midden-Limburg, beekdal). 

Groene karakter

De gronden waarmee middels de winning van delfstoffen beoogd wordt te komen tot een natuurlijke inrichting zijn gelegen binnen de Bronsgroene landschapszone. Betreffende gronden zijn op dit moment nog intensief, landbouw kundig in gebruik. Er worden akkerbouwgewassen geteeld. Van aanwezige natuurwaarden is op dit moment geen sprake. Het voorliggende plan voorziet in de ontwikkeling van natuurwaarden. Het gebied dat ontstaat na ontgronding zal weer aangevuld worden, zodanig er in de eindsituatie geen open water overblijft. Afwerking van het gebied vindt o.a. plaats met bodemmateriaal afkomstig uit ‘De Diepeling’. Een belangrijke, nog onbenutte, kwaliteit van het gebied wordt gevormd door de overgang van natte structuur/natuur (‘De Diepeling’) naar de meer droge natuurdoeltypen. Daarnaast vormt gradiëntenovergang naar de verder weg gelegen hogere gronden, een belangrijke kwaliteit. Met name de beekbegeleidende – veelal – natte gronden zijn bijzonder. Daarvoor ontstaat ruimte in de zone die grenst aan de Groote Molenbeek. In de delen hogerop ontstaan kansen voor hooilanden en schraallanden. In combinatie met de aanwezige bospercelen ontstaat er een aantrekkelijk, kleinschalig, afwisselend landschap met ecologische potentie.

Kernkwaliteiten: Een belangrijke kwaliteit van dit landschapstype wordt gevormd door de doorgaande natte structuur, waardoor de beekdalen voor veel organismen functioneren als ecologische verbindingszone. Daarnaast vormen de gradiënten, vooral het hoogteverschil loodrecht op de beek van de lage beek naar de verder weg gelegen hogere gronden, een belangrijke kwaliteit. Met name de beekbegeleidende – veelal – natte gronden zijn bijzonder. Hier treffen we hooilanden, diverse moerastypen en moerasbossen aan. Het voorliggend plan leidt tot een verbetering van het groene karakter van de gronden. Door ontgronding worden de huidige monotone agrarische percelen omgevormd naar een meer 6-8

Versie 29 november 2022

natuurlijke inrichting. Het effect van de ontgronding is dat het groene karakter van het gebied tussen Groote Molenbeek en ‘De Diepeling’ wordt versterkt. 

Visueel-ruimtelijk karakter

Het projectgebied is gelegen op de zandgronden. Het beekdal tussen de Groote Molenbeek en ‘De Diepeling’ vormt een belangrijke structuurdrager van het landschap. Als gevolg van egaliseringen (of verploeging) is een deel van de flank van het beekdal de afgelopen jaren verloren gegaan. Dat maakt dat de in het verleden aanwezige steilrand op de landbouwpercelen niet meer aanwezig is. In de naast gelegen bospercelen is de oude steilrand nog steeds aanwezig. De voorgestelde planontwikkeling biedt kansen om de oude steilrand te reconstrueren en de nog aanwezige steilranden met elkaar te verbinden. Middels de winning van delfstoffen en herinrichting is het mogelijk om de beoogde reconstructie door werk-met-werk te maken uit te voeren. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. Binnen dit beekdal passen geen intensief, landbouwkundig in gebruik zijn de percelen. Rondom de nu nog in gebruik zijnde agrarische percelen bevinden zich bospercelen. Om de openheid van het gebied te behouden zullen de huidige agrarische percelen ten noorden van de steilrand na ontgronding omgevormd worden tot extensief akkerland. Denk daarbij aan een kruiden- en faunarijke akker, waarvan de bodemstructuur na ontgronding wordt opgebouwd.

Het gebied ten zuiden van de steilrand wordt ingericht als vochtige hooiland perceeltjes., die van elkaar gescheiden worden door ondiepe greppels. Kernkwaliteiten: Beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap. Als gevolg van latere egaliseringen, ontwateringen en ontginningen zijn beekdalen vervormd. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk nog aantrekkelijk en waardevol. Er worden drie typen beekdalen onderscheiden. Het halfopen kamertjes type, het besloten bostype en het open grazige type.

Door ontgrondingswerkzaamheden ontstaat er een kans om middels werk-met-werk de oorspronkelijke hoogte niveaus in het veld te herstellen en door een natuurlijke inrichting van het gebied te komen tot een duurzame instandhouding van de oorspronkelijke situatie. Het oorspronkelijke beekdal wordt weer zichtbaar. Door ontgrondingswerkzaamheden ontstaat er een zodanige uitgangsituatie, waardoor het gebied een open, natuurlijk karakter krijgt en behoud. 

Cultuurhistorisch erfgoed

De randen van de beekdalen op de hogere gronden zijn cultuurhistorisch veelal waardevol. Deze randen waren de eerste bewoningsplaatsen in het gebied. Dit hield mede verband met de verhoogde ligging in het landschap en de beschikbaarheid van drinkwater. Vanwege die hoge ligging dicht bij het water is het gebied al vanaf de steentijd gebruikt. Het deel ten noorden van de steilrand bestaat uit een dekzand rug van jong (lemig) zand. Daarop zijn nederzettingssporen aangetroffen uit de ijzertijd. 7-8

Versie 29 november 2022

Op de oude (bruine) bosbodem (ontstaan uit bos van rijke strooiselsoorten) is een middeleeuws cultuurdek aanwezig. Verder blijkt uit kaartenstudie dat het deel ten noorden van de steilrand behoorde tot de middeleeuwse akkers van Tienray. De lage gronden behoorden tot de middeleeuwse hooilanden. Het nog aanwezige dennenbos was vroeger vooral heide. Op de steilrand lag een middeleeuwse (zand) weg, waarvan een deel nog aanwezig is. Middels de winning van delfstoffen en herinrichting is het mogelijk om de ‘oude’ situatie te reconstrueren. Rond 1900 zijn delen van het gebied bebost, de heide met naaldbomen, de leemrijke akkers met loofbos. Het loofbos is na ca. 50 jaar gekapt en weer omgezet in akker. Kernkwaliteiten: De randen van de beekdalen op de hogere gronden zijn cultuurhistorisch en archeologisch waardevol. Deze randen waren de eerste bewoningsplaatsen in het gebied. Door voorgestelde planontwikkeling wordt de oude cultuurhistorische situatie hersteld, als markante duiding van de overgang van droog naar nat, van hoog naar laag. Het nog bestaande talud blijft behouden en het oorspronkelijk aanwezige talud wordt hersteld. Een pad op het hoger gelegen deel verbindt de gebieden met elkaar. Behoud van doorzichten van het hogere deel richting de hooilanden aan de beek is waardevol.

Door de ontgrondingsactiviteiten is het mogelijk maken om de oorspronkelijke situatie te herstellen. Uiteraard zal hierbij (door middel van noodzakelijk onderzoek) met respect voor eventueel aanwezig aanwezige archeologische waarden te werk worden gegaan. 

Reliëf

In het gebied is oorspronkelijk sprake van een terrassenlandschap. Echter, in het voorliggende projectgebied is sprake van een gedeeltelijk vervormd terrassenlandschap. Door landbouwkundig gebruik van de agrarische percelen is de afgelopen jaren een deel van de steilrand verploegd. Middels het voorliggende plan kan gekomen worden tot herstel van de oorspronkelijke situatie. De akkerbouwpercelen maken na ontgronding plaats voor grazige vegetaties. Ook de oorspronkelijke flank van het beekdal in het gebied wordt teruggebracht. In de overgang van de hoger gelegen gronden naar de lager gelegen gronden zal kwelwater via kwelzones uittreden. Hierdoor ontstaan in de laaggelegen delen vochtige laagtes die een unieke uitgangssituatie vormen voor natte natuurdoeltypen en aansluiten op het beekdal van de Groote Molenbeek. Kernkwaliteiten: Het ontwikkelen van lineaire landschapselementen loodrecht op de beek als houtwallen, singels, knotbomenrijen en heggen en met de beek mee als beekbegeleidende beplanting even als de aanleg van poelen en bosjes (< 5 ha) worden gestimuleerd als karakteristieke beekdalelementen. Midden in beekdalen liggen parallel aan de beekloop vaak rechte door mensen aangelegde bevloeiingssloten. Met voorliggend plan wordt de oude reliëfstructuur van het beekdal hersteld.

Tevens blijft met de natuurlijke invulling van het gebied de karakteristieke kleinschaligheid in tact en wordt de landbouwfunctie uit het gebied verwijderd. De aanwezig beekgeleidende beplanting blijft behouden.

8-8

Versie 29 november 2022

Effect van voorgestelde ontgronding s dat deze ruimte biedt om te komen tot herstel van de oude reliëfstructuur en er tevens gekomen kan worden tot een natuurlijke inrichting van het gebied.

9-8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12390296/1