05f HadM uitgangspuntennotitie
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Horst aan de Maas
Gemeente Horst aan de Maas LOS Stadomland
horstaandemaas.nl
Laatst gewijzigd: 31/05/2023 Opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas Opsteller: LOS Stadomland
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
2
Kernkwaliteiten
11
3
Achtergronden bij de vraagstukken
21
3.1 Trends en Ontwikkelingen 21 3.2 Bovenlokale beleidsontwikkelingen 32 3.3 Nieuwe thema’s vanuit de Omgevingswet 36
4
Onze opgaven
39
4.1 De hoofdlijn uit onze vraagstukken 4.2 Overzicht van vraagstukken per thema
39 41
5
45
Vraagstukken per gebied
2 3
1 Inleiding De gemeente Horst aan de Maas bereidt zich voor op de komst van de Omgevingswet. Een van de centrale beleidsdocumenten daarin is de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is de integrale strategische visie. Met deze visie zegt de gemeente welke doelen en ambities er voor de lange termijn in de fysieke leefomgeving zijn. Het beschrijft de stip aan de horizon (voor 2040) die de gemeente wil bereiken en de koers van de gemeente die het daarvoor wil varen. Waar willen we woningen bouwen, welke doelen stellen we voor de economie van de toekomst, hoe willen we dat de recreatie zich ontwikkelt en hoe willen we dat het landschap er over 15 jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de opgaven, doelen en ambities die de gemeente heeft en de hoofdlijn van het beleid. De visie helpt de gemeente wel om alle plannen en het beleid waarin we die doelen uitwerken, samenhangend te maken. Het doel van deze uitgangspuntennotitie is om een overzicht te geven met welke vraagstukken we in de volgende fase aan de slag gaan. Tegelijk beginnen we natuurlijk niet vanuit het niets. We kennen een aantal kwaliteiten en kenmerken, die zorgen dat we de gemeente zijn, die we zijn. Deze kwali-
teiten en identiteit die we hebben vormen de basis van waaruit we werken. Daarom benoemen we in deze uitgangspunten alvast een aantal kernkwaliteiten. Het is niet bedoeld als compleet vaststaand overzicht maar geeft wel inhoudelijk richting aan de volgende fase. Gedurende het proces kunnen nieuwe vraagstukken en kernkwaliteiten worden ingebracht, een hoge prioriteit krijgen en/of aangescherpt worden. In deze opgavennotitie staan de volgende drie hoofdvragen centraal: • Wat zijn de kernkwaliteiten van Horst aan de Maas die we moeten koesteren? • Met welke trends en transities hebben we rekening te houden naar 2040? • En voor welke maatschappelijke vraagstukken staan we in de gemeente? Wat is de plek van deze uitgangspuntennotitie in het hele proces? De omgevingsvisie, en het proces om daartoe te komen, is uitgebreid. Zeker omdat we de visie samen met de samenleving en onze partners willen opstellen. Daarom hebben we het traject opgedeeld in vier fasen met elk eigen participatiemomenten voor het betrekken van inwoners, on-
4 5
Tussenproducten en planning om tot de omgevingsvisie te komen
dernemers, verenigingen, belangenvertegenwoordigers, strategisch partners en medeoverheden. Elke fase sluiten we af met een (tussen)product dat we voorleggen aan de raad. De eerste fase hebben we afgesloten met de startnotitie. Daarin stond de plek van de omgevingsvisie ten aanzien van lopende trajecten en actueel beleid benoemd, een beschrijving van alle tussenproducten en het plan van aanpak met het uit te voeren proces. We verwijzen voor de volledigheid graag nog even terug naar deze startnotitie. Met de uitgangspuntennotitie leggen we vast met welke opgaven we aan de slag gaan in de volgende fase, de ideeënfase. Zoals in de startnotitie aangegeven is dat een creatieve fase, waarin het bedenken van oplossingen voor de opgaven centraal staat. Het bedenken van oplossingen en het ophalen van argumenten voor en tegen die oplossingen helpt om tot goed onderbouwde doelen en ambities te komen. Zoals beschreven in de startnotitie confronteren we in die periode de opgehaalde gedragen keuzes en dilemma’s met het bestaande beleid en lopende (beleids)trajecten van de gemeente om tot een visie op hoofdlijnen te komen. Wie voert de omgevingsvisie straks uit? De oplossingen voor de vraagstukken kunnen heel divers zijn. Wie uiteindelijk aan de lat staat om de oplossingen voor de vraagstukken uit te voeren hangt van de oplossing uit.
In een aatal gevallen zal de gemeente de regierol pakken, maar dat
vaak niet het geval zijn. In andere gevallen staan natuurorganisaties, ondernemers, woningcorporaties, waterschappen of inwoners aan de lat. Over de rolverdeling wordt gesproken in de laatste fase van de omgevingsvisie. Hoe zijn we gekomen tot de vraagstukken in deze uitgangspuntennotitie? Voor het opstellen van deze uitgangspuntennotitie hebben we interviews gehouden met diverse ambtelijk medewerkers. Dat heeft inzicht gegeven in het huidige beleid en welke actuele vraagstukken spelen. Daarna hebben we vele interviews en dialoogsessies gehouden met strategische partners, belanghebbenden en mede-overheden. Centrale vraag in deze interviews was: Wat speelt er in de fysieke leefomgeving van Horst aan de Maas? Welke trends en ontwikkelingen ziet u op de gemeente afkomen? Welke kwaliteiten en vraagstukken vindt u van belang om mee te nemen in de Omgevingsvisie? Daarnaast hebben we een brede enquete gehouden onder inwoners, die ruim 1700 keer is ingevuld. Deze interviews en onze eigen analyses hebben veel informatie opgeleverd. Op basis hiervan zijn de belangrijkste vraagstukken bepaald die in de omgevingsvisie aan de orde gaan komen. We vinden het belangrijk om hier duidelijkheid over te hebben voordat we oplossingsrichtingen en doelen gaan bepalen. De Omgevingswet daagt ons uit om te denken vanuit opgaven en daar oplossingen voor te vinden. Precies daar is het gesprek met
6 7
de samenleving in de volgende fase op gericht! Traditioneel gaat de ruimtelijke ordening uit van functies en belangen en was het de gewoonte om afwegingen tussen belangen te maken. De samenleving wordt echter steeds complexer en veranderingen volgen elkaar steeds sneller op. Creatieve en innovatieve oplossingen zijn nodig waar de fysieke leefomgeving beter van wordt. Zo formuleert minister Kajsa Ollongren het: “De Omgevingswet is een bijzondere wet, deze daagt nadrukkelijk uit om oplossingsgericht naar maatschappelijke opgaven te kijken. Met deze wet gaan we ontwikkeling mogelijk maken”. Met wie hebben we gesproken? In deze fase hebben we ervoor gekozen om met een select aantal strategische en vertegenwoordigende partijen te spreken. In een totaal van 17 gesprekken zijn ruim 50 organisaties betrokken geweest bij het bedenken van de opgaven voor de gemeente. In de volgende fase gaan we dan op zoek naar de verbanden en integrale beleidsdoelen en ambities. Dan organiseren we een brede maatschappelijke discussie (zie startnotitie). Wat zijn kernkwaliteiten en vraagstukken? Met een kernkwaliteit bedoelen we een bepaalde eigenschap waarmee de gemeente Horst aan de Maas zich in positieve zin onderscheidt. De kernkwaliteiten staan straks centraal in de visie en zijn de opmaat naar het bepalen van de waarden
die we belangrijk vinden. De kernkwaliteiten zijn belangrijk om straks keuzes te maken die bij ons passen. Daarnaast hebben we voor 12 thema’s een aantal vraagstukken benoemd. Een vraagstuk komt voort uit een verschil tussen de huidige en gewenste situatie en vraagt om een actieve houding van gemeente en samenleving. We zien een vraagstuk als een opdracht om er in de volgende fase ideeën en oplossingsrichtingen voor te gaan onderzoeken en zo tot ambities en doelen te komen. Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de kernkwaliteiten van de gemeente. In hoofdstuk 3 gaan we in op de achtergronden bij de opgaven voor de omgevingsvisie. In de eerste plaats beschrijven we trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, in de tweede plaats de bovenlokale schaalniveaus die opgaven voor de gemeente met zich meebrengen en in de derde plaats de nieuwe thema’s, die vanuit de Omgevingswet worden geaccentueerd. In hoofdstuk 4 beschrijven we de opgaven en doen we een aanzet voor de gebiedsgerichte uitwerking van de genoemde opgaven. In de bijlage volgen tenslotte de achtergronden en verdieping bij de opgaven per thema.
In deze fase hebben gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de thema’s in de afbeelding
8 9
2 Kernkwaliteiten De leefomgeving in onze gemeente heeft een aantal kwaliteiten waar we trots op zijn. In de kern zijn er steeds vier kwaliteiten die terugkomen in de analyses en interviews. Dat zijn de unieke landschappen, het rijke erfgoed, ondernemende samenleving en de hechte dorpen. Dit zijn de kernkwaliteiten die we belangrijk vinden en in de omgevingsvisie centraal willen zetten. De gemeente is op 1 januari 2010 ontstaan uit een samenvoeging tussen de gemeente Horst aan de Maas en Sevenum. Bovendien werden de dorpen Meerlo, Tienray en Swolgen van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum toegevoegd. De huidige gemeente bestaat uit zestien kernen met elk hun eigen identiteit. De gemeente combineert twee iconische landschappen binnen de provincie Limburg, het landschap van de Peel en het landschap van de Maas. Dat maakt de gemeente bijzonder gevarieerd en aantrekkelijk.
Uniek landschappen en rijk erfgoed
De gemeente Horst aan de Maas beschikt over een grote variëteit aan waardevolle landschappen. Deze grote variatie is ontstaan door grote verschil-
len in de ondergrond en waterhuishouding. In het westen ligt het hooggelegen (voormalige) hoogveenlandschap en hoogveenontginningslandschap. Aan de oostzijde ligt het rivierdallandschap van de Maas met haar terrassen. Daarbinnen bevinden zich allerlei hoogteverschillen. Zo bestaat een deel van het landschap tussen de Peel en de Maas uit een zandlandschap, waarin zich enerzijds zandduinen bevinden, anderzijds insnijdingen van beken. Binnen de landschappen vallen veel natuurgebieden binnen Natuurnetwerk Nederland, zoals MariapeelGrauwveen (ook Natura2000), Schadijkse bossen, Steegberg, Elsbeemden, Heesbeemden, Maaspark Ooijen-Wanssum, Lottumer schuitwater, Kaldenbroek, Swolgenerheide en Reulsberg. Samen zorgt dit voor een gevarieerd landschap. De cultuurhistorische waarden hangen heel nauw samen met de ontstaansgeschiedenis van het landschap en de dorpen. Hierbij onderscheiden we drie landschapstypen, namelijk de hoogveenontginningen, de zandgronden en het rivierdal.
10 11
Historische geografie (Bron: provincie Limburg)
’t Maasdal en de zandgronden De oudste landschappen zijn ’t Maasdal en de zandgronden. Zowel langs de Maas als de beken (waarbij de Grote Molenbeek de belangrijkste is) zijn de dorpen van oudsher veelal ontstaan op de overgang van lage, natte gronden naar hogere, droge gronden. In de Middeleeuwen waren er een aantal centrale dorpen die als zelfstandige administratie functioneerde (Horst, Sevenum, Grubbenvorst, Lottum, Broekhuizenvorst, Meerlo en Swolgen). De structuur van deze dorpen kenmerkt zich door een centraal plein en wegen die vanuit de omliggende buurtschappen naar het plein lopen. Deze structuren en kenmerkende gebouwen die aan deze structuren liggen, bepalen nog steeds het dorpse karakter. De buurtschappen rond de centrale dorpen bestonden uit een concentratie van een aantal boerderijen. Enkele van deze buurtschappen zijn rond 1900 uitgegroeid tot dorpen met een eigen kerk en gemeenschappelijke voorzieningen. (Broekhuizen, Melderslo, Meterik, Hegelsom, Tienray en Kronenberg) De groei kwam door de agrarische ontwikkelingen, zoals kunstmest, en betere leefomstandigheden. Langs de waterlopen lagen de weidegronden en op de hogere gronden de akkers. De oude bouwlanden en akkercomplexen en de bijbehorende oude dorpen zijn cultuurhistorisch erg waardevol.
Zoals op de kaart historische geografie te zien is ligt er zowel een band met oud bouwland langs de Grote Molenbeek als langs de Maas. Hier bevinden zich ook de oude wegenpatronen, historische dorps-
kernen, de historische boerderijen, huizen, kerken en kastelen. Voorbeelden zijn: de Kasteelpark en ruïne Huys ter Horst, kasteel De Borggraaf en kasteel Kaldenbroek. Naast het oude bouwland zijn ook de beekdalen en de oude maasarmen cultuurhistorisch waardevol. Maaspark Ooijen-Wanssum is een voorbeeld van een oude maasarm. Deze is deels in oude glorie hersteld. Bij hoogwater stroomt het water over een lengte van 10 km mee met de Maas. Hoogveenontginning Van het oorspronkelijk hoogveengebied zijn grote delen door turfwinning en ontginningen omgezet in agrarisch gebied. Griendtsveen en Evertsoord dorpen, die ontstaan zijn als gevolg van de veenontginningen. De turfwinning begon in 1853 met de maatschappij Helenaveen van de gebroeders Van de Griendt. Griendtsveen is ontstaan op de locatie waar spoorlijn, kanaal en de weg door de Peel samenkomen. Hier was station Helenaveen en stonden de Turfstrooiselfabrieken. De turfgeschiedenis en alles wat daar nog van over is, is cultuurhistorisch waardevol. Denk aan wijken, turfvaarten, veenbanen, etc. Het dorp Evertsoord is een relatief nieuw dorp (jaren ’50 en ’60), dat pas ontstaan is na de ontginning van De Peel. Dit lintdorp en het grootschalige landschap er omheen zijn juist een toonbeeld van de grootschalige nieuwe ontginningen.
12 13
Landschapstypen en de hoofdgroenstructuur
14 15
Beken en beschermde natuurgebieden
CULTUREEL ERFGOED CULTUREEL ERFGOED Gebouwd erfgoed
Gebouwd erfgoed
Rijksmonumenten
Rijksmonumenten
Gemeentelijke Monumenten
Gemeentelijke Monumenten
Karakteristieke panden
Karakteristieke panden
Cultuurhistorische lijnelemenente Cultuurhistorische lijnelemenente (RCE) (R dan 1806 weg weg ouderouder dan 1806 uit periode 1806-1890 weg weg uit periode 1806-1890 veedrift veedrift oudeoude akkergrens akkergrens doorgangsdijk doorgangsdijk houtwal
houtwal
heg
heg
natuurlijke waterloop
natuurlijke waterloop
natuurlijke waterloop (getrokken)
natuurlijke waterloop (getrokken)
defensiekanaal
wijk defensiekanaal turfvaart
wijk turfvaart grenssloot grenssloot veenbaan veenbaan vlakelementen Cultuurhistorische Rijks beschermd dorpsgezicht Cultuurhistorische vlakelementen RijksRijks beschermde buitenplaats beschermd dorpsgezicht
Historische dorpskern, bebouwingslint, Rijks beschermde buitenplaats buurt Waardevol cultuurlandschap
Historische dorpskern, bebouwingslin
Overig Waardevol cultuurlandschap Landelijke kern
Overig
Landelijke kern
Datum: 09/03/2023 Status: concept
Datum: 09/03/2023
Formaat: A3
Status: concept Formaat: A3
Aan deze kaart kunnen geen rechten wo
Historie en erfgoed
Aan deze kaart kunnen geen rec
16 17
Ondernemende samenleving
Horst aan de Maas heeft een ondernemende bevolking. Er zijn veel ondernemers en er komen veel initiatieven uit de samenleving. Volgens inwoners komt dit door de oorsprong van de gemeente. De pioniers die de woeste gronden ontgonnen losten ook zelf hun zaakjes op en hielpen elkaar waar nodig. Echte doeners, met een oplossingsgerichte mentaliteit. De agrarische sector behoort intussen tot de top van de wereld. Zowel de tuinbouw, de rozenteelt als de veehouderij hebben zich op hoog niveau ontwikkeld. Het grootste deel van alle rozen en bosbessen, die geproduceerd zijn in Nederland, komen uit Horst aan de Maas. Ook de champignonteelt is de grootste in Nederland, hoewel deze sector het afgelopen jaren lastig heeft gekregen.
val van Nederland en wonnen 3x in 5 jaar tijd een Nederlandse onderscheiding voor afvalscheiding. Het zit in de aard van de inwoners om de handen uit de mouwen te steken. De samenleving verandert door de actieve gemeenschappen, waarin bij veel onderwerpen het initiatief bij de gemeenschap ligt. Dat heeft geleid tot een intensieve bewonersparticipatie. Met recht noemde de gemeente zich een ondernemende en zorgzame samenleving met dorpse kwaliteiten in het bijzondere landschap tussen de Peel en de Maas.
Ook in de vrijetijdseconomie kent de gemeente veel ondernemerschap. De gemeente staat op de 2e plaats in Limburg voor wat betreft toeristische overnachtingen. Daarnaast heeft de gemeente met Toverland een bovenregionale trekker in dagrecreatie, waar ook gasten uit Duitsland en België op afkomen. Verder is de afgelopen jaren Grandorse opgekomen, waarmee de gemeente in de paardenbranche een bijzondere positie inneemt.
Hechte dorpen
Tenslotte kent de gemeente een grote sociale cohesie, een ons-kent-ons-cultuur, en een grote betrokkenheid van inwoners. Dat vertaalt zich in een groot aantal burgerinitiatieven, een bloeiend verenigingsleven en een grote betrokkenheid met de wereld om ons heen. De inwoners van Horst aan de Maas kennen de kleinste hoeveelheid restaf-
18 19
3 Achtergronden bij de vraagstukken In dit hoofdstuk staat achtergrondinformatie, die ten grondslag ligt aan een deel van de vraagstukken in het volgende hoofdstuk. Het gaat daarbij om: 1. Trends en ontwikkelingen 2. Bovenlokale beleidsontwikkelingen 3. Nieuwe thema’s in de Omgevingswet (gezondheid, milieu en veiligheid)
3.1
Trends en Ontwikkelingen
Er is een groot aantal trends en ontwikkelingen dat zorgt voor verandering in de fysieke leefomgeving. Trends en ontwikkelingen zijn één van de drijvende
krachten achter verandering en zijn daarom zeer relevant. We noemen een paar hoofdlijnen. Demografie en wonen De bevolking(ssamenstelling) verandert In hoofdlijnen kennen we een vergrijzing van de bevolking. Op dit moment is maar liefst 22% van de inwoners in Horst aan de Maas 65 jaar of ouder. De vergrijzing zal zich ook komende jaren doorzetten. Ook verandert de bevolking door nieuwe inwoners van buitenaf. Op dit moment heeft 12% van de inwoners in Horst aan de Maas een migratieachtergrond. Daarnaast zijn er steeds meer eenpersoonhuishoudens (zowel jongeren als ouderen), maar
Zoals in veel gemeenten daalt de groene druk en neemt de grijze druk toe in Horst aan de Maas (Bron: CBS, 1988-2020)
20 21
Ontwikkeling aantal inwoners gemeente Horst aan de Maas (Bron: CBS 2010-2022)
Bevolkingssamenstelling naar leeftijd in Horst aan de Maas (Bron: CBS)
Samenstelling huishoudens in Horst aan de Maas (Bron: CBS)
De verhouding koop, sociale huur en overige huur. In de gemeente Horst aan de Maas zijn relatief veel koopwoningen. (Bron: ABF Research - systeem woningvoorraad, 2021)
Gemiddelde WOZ-waarde per dorp (Bron: CBS, 2022)
22 23
Klimaateffecten als gevolg van hevige regenbuien en lange perioden van droogte
liefst 30% van het aantal huishoudens in Horst aan de Maas bestaat inmiddels uit één persoon en de verwachting is dat dit percentage zal toenemen. Deze verandering van de samenstelling van de bevolking vraagt om andere woningtypes. De woningmarkt is uit balans De woningmarkt kent na jaren van stijgende huizenprijzen nu een periode waarin het iets rustiger is. Desondanks is de balans tussen vraag en aanbod nog steeds niet hersteld. Hierdoor staat de betaalbaarheid van woningen nog steeds onder druk. In Horst aan de Maas is de gemiddelde WOZwaarde in 2022 met 6.0% gestegen ten opzichte van vorig jaar. Starterswoningen zijn in Horst aan de Maas beperkt te vinden. Woningen in het middensegment zijn redelijk beschikbaar, en woningen in het hogere segment zijn goed beschikbaar. Met name het aanbod van sociale huurwoningen zijn een groot probleem. De gemiddelde actieve wachttijd voor een sociale huurwoning is in de afgelopen jaren gestegen van 31 maanden in 2020, naar 36 maanden in 2021, en 43 maanden in 2022. De enorm toegenomen druk op dit type woningen komt voornamelijk door de kleinere huishoudenssamenstellingen, de migratie en het beperkte aanbod van alternatieve woningen Langer thuis blijven wonen is de nieuwe norm In Nederland blijven ouderen steeds langer thuis wonen.
Dit is mogelijk door thuiszorg en mantelzorg, maar ook door beschikbaarheid van goede levensloopbestendig woningen. De oorzaak hiervan is dat de betaalbaarheid en de capaciteit van de zorg onder druk staat.
De leefomgeving (gezondheid/klimaat/ energietransitie) De gezonde leefomgeving wordt belangrijker Gezondheid staat al stevig op de agenda maar wordt nog wezenlijker door de vergrijzende bevolking en de toenemende sociaal-economische verschillen. Er is meer aandacht voor en verschil in gezondheid en leefstijl van mensen en omgeving. Zo lang mogelijk gezond blijven door, o.a. meer bewegen en een schoon milieu worden steeds belangrijker. Het meten aan de kwaliteit van je eigen omgeving (lucht, geluid) wordt steeds normaler en mensen organiseren zich vaker om een gezonde omgeving te eisen. Horst aan de Maas is onderdeel van de Gezondste Regio, een ambitie voor de regio Noord-Limburg. Klimaatverandering bedreigt de leefomgeving Als gevolg van veranderingen in het klimaat verandert onze fysieke leefomgeving. De belangrijkste veranderingen in het klimaat die voor onze gemeente van belang zijn, zijn de veranderende weerpatronen en een hogere gemiddelde temperatuur. Als gevolg van veranderende weerpatronen zullen we te maken krijgen met pieken in de neerslag met kortere en hevigere buien. Daar staan langere perioden van droogte tegenover. In droge bosgebieden kan het risico op natuurbranden toenemen. De verandering van klimaat leidt ook tot nieuwe ziektes en plagen. Een andere trend is de achteruitgang en verandering in biodiversiteit.
24 25
Aantal slaapplekken per kern voor internationale werknemers (Bron: Parapluplan internationale werknemers gemeente Horst aan de Maas)
Energietransitie De voortgaande klimaatveranderingen, geopolitieke verschuivingen en grondstoffenschaarste zorgen voor revolutie in de energiesector. Er is daarom toenemende aandacht voor alternatieven en innovaties. Een deel van de oplossing is minder energie gebruiken. Er is een trend gaande om steeds meer energie te besparen. Op de korte termijn wordt vooral gekeken naar grootschalige en kleinschalige opwek van duurzame energie door middel van zon en wind. Op termijn worden alternatieven verwacht, maar het is nog onzeker welke dat zijn en welke het beste kunnen worden toegepast in de gemeente. Veiligheid in onze samenleving Er zijn veranderingen gaande die invloed hebben op de veiligheid in de samenleving. In de eerste plaats is sprake van een toenemende polarisatie, waarbij standpunten zich verharden en mensen minder tolerant zijn naar elkaar toe. Dat vraagt telkens goede en transparante voorlichting vanuit de overheid en betrokkenheid van inwoners. Daarnaast zien we op het gebied van veiligheid dat de criminaliteit verandert. Er is steeds meer sprake van drugsgerelateerde criminaliteit in het buitengebied en ondermijning. Dit vraagt van de gemeente om goed beleid, voorlichting en handhaving in het buitengebied. Ook andere apsecten zoals de toename van verwarde personen en de tekorten in de jeugdzorg hebben invloed op de veiligheid.
Technologie verandert onze leefomgeving Door de doorwerking van technologie veranderen onze leefpatronen, we werken veel flexibeler
in tijd en plaats, ons koopgedrag verandert sterk, ons vrijetijdsgedrag is intensiever en gevarieerder (gericht op beleving en variatie, buitenshuis eten etc), en ons sociale gedrag is gevarieerder (virtuele sociale netwerken zijn ook in de fysieke wereld zichtbaar). De digitale technologie kan ervoor zorgen dat ook vanuit huis steeds meer kunnen doen. De virtuele vorm van de netwerksamenleving heeft in 2020/2021 een enorme sprong gemaakt. We zijn in een jaar tijd gewend geraakt aan vele vormen van virtuele bijeenkomsten, en voor een deel zal dat ook zo blijven. Dit heeft ongetwijfeld fysieke gevolgen. Maar de aard van de gevolgen is nog niet duidelijk. Het meest voor de hand liggend is dat mobiliteitspatronen en ontmoetingsgedrag gevarieerder worden. Vrije tijd/recreatie De wensen van bewoners en bezoekers veranderen De leefwereld van mensen wordt steeds groter en we worden individualistischer. Tegelijk is er meer aandacht voor goede doelen en betekenisvolheid, maar we leven in meer wisselende en lossere verbanden. Zo binden we ons minder snel aan vaste activiteiten en verenigingen. De keuzevrijheid wordt groter en die ruimte benutten we ook. Het publiek wil steeds meer worden vermaakt en is op zoek naar intense ervaringen. Het is de tijd van de beleveniscultuur, festivalisering en funshoppen: we willen alles, nu meteen en overal. En we
26 27
bepalen zelf waar we van kunst, cultuur en (andere) voorzieningen genieten, waarbij ook de digitalisering grote stappen aan het maken is. Recreatie en het aantal recreatieve overnachtingen in eigen land neemt toe Afgelopen decennia is het gebruik van de openbare ruimte en natuur- en bosgebieden steeds verder toegenomen. Er wordt meer gewandeld, gefietst, gemountainbiked en paardgereden. Het aanbod past zich hier ook op aan. De behoefte aan meer wandelroutes en mountainbikeroutes is gegroeid. Het fiets- en wandelnetwerk in Horst aan de Maas bestaat uit ruim 300 kilometer aan fietspaden en 450 kilometer aan wandelpaden, waaronder het Petranpad van 112 kilometer dat de natuurgebieden binnen de gemeente met elkaar verbindt. In de Schadijkse Bossen ligt een mountainbikeroute van 17,6 kilometer. Ook zijn er in Horst aan de Maas relatief veel ruiterpaden. Daarnaast groeien de bestedingen en het aantal overnachtingen in de recreatieve sector in eigen land waarbij het aanbod ook stijgt en grenzen vervagen. Mobiliteit De Mobiliteitstransitie Er is sprake van een toenemende mobiliteit. Dat geeft steeds meer druk op wegen en OV. Tegelijk is sprake van een revolutie in de technologie, die ervoor kan zorgen dat we ons steeds veiliger en comfortabeler kunnen verplaatsen. De komst van
de elektrische fiets geeft volop kansen om het fietsgebruik (ook over grotere afstanden) verder te bevorderen. Uit onderzoek blijkt dat de afstand waarvoor mensen bereid zijn als forens de fiets te gebruiken door de komst van de e-bike 1,5 tot 2 maal zo groot is geworden. De toegang tot mobiliteit wordt in gemeenten als Horst aan de Maas steeds belangrijke om opleiding, werk en andere voorzieningen toegankelijk te houden. Economie De economie verandert Veel bedrijven worden grootschaliger en automatiseren hun werkprocessen. Dat vraagt enerzijds (b.v. in de logistiek) in korte tijd heel veel arbeidskrachten, anderzijds steeds minder en heel gespecialiseerd personeel. Dat leidt ertoe dat de lokale vraag en aanbod van arbeid steeds vaker niet op elkaar aansluit en de in- en uitgaande pendel groter wordt. Een andere trend is dat een verdere globalisering optreedt. Tegelijk zien we een tegentrend, waarbij de ontwikkeling van lokaal georiënteerde bedrijven toeneemt. Voor bedrijventerreinen zien we een ontwikkeling: • Van monofunctionele gebieden naar multifunctionele gebieden • Van grote panden met veel extra ruimte naar kleinschaligere werkruimten, intensiever gebruik op inspirerende en levendige locaties
Het aantal vestigingen is de afgelopen 20 jaar flink toegenomen. Met name op het gebied van zakelijke en collectieve dienstverlening, recreatie en toerisme en in mindere mate de industrie. (Bron: LISA, 2021)
In Horst aan de Maas zijn in vergelijking met Noord-Limburg relatief veel banen in de landbouw en juist minder banen in de zakelijke dienstverlening. (Bron: LISA, 2021)
28 29
• Van standalone gebouwen en optimalisatie binnen de perceelgrens naar vergaande samenwerking en organisatie De digitale technologie kan ervoor zorgen dat ook vanuit huis steeds meer kunnen doen. Mede daardoor neemt de behoefte aan kantoorruimte af. Het thuiswerken is door de coronacrisis versneld. De verwachting is dat er ook na de coronacrisis allerlei hybride vormen van werken blijven bestaan. Verschuiving in economische macht Afgelopen decennia is veel productie verschoven naar opkomende landen. Dit heeft veel gevolgen gehad voor het type werkgelegenheid in Nederland. Ook is de internationale handel erdoor toegenomen, wat een versterkend effect heeft gehad op de rol van Nederland in de logistiek. Hoewel deze trend zich in een deel van de economie nog altijd laat zien, is er ook sprake van een tegengestelde trend, waarbij bedrijven er bewust voor kiezen de productie dichtbij (in eigen land) te houden. Dit komt voort uit o.a. duurzaamheidsmotieven en vanuit kwaliteitseisen, die er aan producten worden gesteld. Transitie in de economie De economie zit door mondiale ontwikkelingen in een grote transitie naar bijvoorbeeld circulaire economie, digitale economie (automatisering, technologische ontwikkelingen met effect op elk gebied, zowel op landbouwproductie als op mobiliteit), meer hybride vormen van bedrijfsvoe-
ring die zich niet meer verhouden met statische regels in wetten en verordeningen. Vestiging internationale werknemers Afgelopen jaren is de krapte op de arbeidsmarkt hard toegenomen. Als gemeente kenden we deze krapte al in de land- en tuinbouw en de logistiek. Daarom maken we veel gebruik van buitenlandse arbeidskrachten. Afgelopen jaren zijn de tekorten verder opgelopen en zien we ook in andere sectoren binnen onze gemeente tekorten ontstaan. Denk daarbij aan de zorg en in de recreatie, die beiden heel belangrijk zijn voor de gemeente. Vestiging internationale werknemers permanent of voor langere tijd De vraag naar arbeidsmigranten, en daarmee de behoefte aan adequate huisvesting voor deze doelgroep neemt toe. Er is een trend zichtbaar dat de tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten steeds grootschaliger wordt. Dit legt ook meer druk op andere sectoren, zoals de gezondheidszorg. Het winkelen verandert Een steeds groter deel van onze inkopen doen we online. In eerste instantie gold dat vooral voor niet dagelijkse goederen, de laatste jaren neemt het thuisbezorgen van de dagelijkse boodschappen ook sterk toe. Daardoor komen winkelcentra steeds vaker onder druk te staan en neemt het aantal winkels af. Binnen het winkelaanbod neemt het aantal lokale winkels af ten faveure van winkels die deel uitmaken van ketens.
In Horst aan de Maas komen echter nog relatief veel lokale winkels voor. Tegelijk is er een trend naar hybride vormen
van winkelen, zoals de combinatie met horeca. Met de toename van online bestellen van goederen zullen winkels mogelijk ook een ander concept gaan volgen. Er zijn trends waarbij winkels veel opslag en overslag hebben en daarbij niet afhankelijk van een locatie in het centrum. Daarnaast ontstaan meer hybride vormen van winkels. Dat zijn winkels die gecombineerd worden met b.v. horeca. Deze zijn juist meer op beleving gericht.
inclusieve landbouw. Vanuit het Rijk (en Europa) wordt er steeds strenger toegezien op de impact van de landbouw op de bodem, natuur en waterkwaliteit. Ook in andere sectoren wordt duurzaamheid en de impact op het milieu steeds belangrijker. Denk bijvoorbeeld aan circulaire grondstofstromen, recycling en natuurinclusief bouwen.
Landelijk gebied/ duurzaamheid Het landelijke gebied verandert Het landelijk gebied verandert steeds meer in een multifunctioneel leef- en werkgebied. Het aantal landbouwbedrijven neemt al decennia met ongeveer 3% per jaar af en op vrijkomende locaties ontstaan nieuwe functies of wordt gewoond. Door programma’s van het Rijk is de verwachting dat de transitie in het landelijk gebied zich doorzet. Mogelijk zal het aantal stoppende agrarische bedrijven hierdoor nog sneller oplopen. Ondernemers, burgers en maatschappelijke organisaties komen dichter op elkaar te zitten. Daarnaast spelen allerlei transities die steeds meer invloed krijgen op het aanzien van het landelijk gebied. Zo heeft de energietransitie, waar de opwek van duurzame energie door windmolens en zonnevelden invloed heeft op het aanzien van het landelijk gebied. Meer aandacht voor duurzaamheid, groen en milieu in diverse diverse sectoren Er is in de landbouw een toenemende aandacht voor vormen van kringlooplandbouw en natuur-
30 31
3.2 Bovenlokale beleidsontwikkelingen In de startnotitie stond al beschreven hoe we met bovenlokale regels en beleidstrajecten omgaan. We hebben toen beschreven dat de gemeente in de eerste plaats gehouden is aan instructieregels van Rijk en Provincie. Daar zijn we in principe aan gebonden. Als het gaat om regionale, provinciale en landelijke programma’s hebben we meer speelruimte, omdat we daar mee aan het stuur zitten. Dit is het geval bij allerlei regionale afspraken in het Regionale woningbouwprogramma, het RPB (Regionale programmering bedrijventerreinen), de RES (Regionale Energiestrategie) et cetera. Ook vinden er steeds vaker gebiedsprocessen plaats onder regie van het Rijk en de provincie, zoals het geval is bij NOVEX-gebied De Peel, bij de NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) en het woonprogramma. Hoewel de speelruimte voor een gemeente in deze trajecten altijd kleiner is dan in eigen beleidstrajecten, heeft de gemeenteraad hierin veelal wel de laatste stem. Vaak zijn deze trajecten op basis van ‘onderhandeling’ en intensieve afstemming tot stand gekomen. In deze trajecten zullen nieuwe ambities en doelen worden opgesteld, die van invloed zijn op ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Deze zullen moeten landen in onze eigen omgevingsvisie en uitvoerend beleid. Tegelijk kunnen we vanuit de omgevingsvisie input leveren aan deze bovenlokale programma’s.
De vraagstukken uit deze programma’s zijn dus ook input voor onze omgevingsvisie. De Rijksoverheid heeft in de NOVI (Nationale Omgevingsvisie) vier prioriteiten vastgelegd:
1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Veel van deze prioriteiten hebben impact op de gemeente. De vertaling van de NOVI gebeurt via 27 (en in de toekomst meer) omgevingsprogramma’s. Hieronder lichten we drie programma’s uit, die de meeste invloed hebben op de vraagstukken in Horst aan de Maas: Nationaal Programma Landelijk Gebied, Novex de Peel en Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën. Daarnaast heeft de gemeente deelgenomen aan: • Het programma integraal riviermanagement, waarin een integrale visie voor het rivierengebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de afvoercapaciteit en bodemligging van de rivieren. • Het programma woningbouw, waarin per provincie een woondeal is gemaakt. Hierin heeft de provincie Limburg een deal gesloten voor de bouw van 26.550 woningen. Daarvan neemt de gemeente Horst aan de Maas 2.000 woningen voor haar rekening. • Het programma verduurzaming gebouwde omgeving, waarin wordt ingezet op het aanpakken van alle slecht geïsoleerde woningen en gebouwen voor 2030. Nationaal Programma Landelijk Gebied Het Nationaal Programma Landelijk Gebied is een beleidsprogramma onder de Nationale
Overzicht opgaven NPLG (Bron: startnotitie NPLG)
Omgevingsvisie. In de zogenoemde gebiedsgerichte aanpak wil het kabinet stikstofmaatregelen slim combineren met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. In het programma worden zowel landelijke maatregelen genomen als voor een gebiedsgerichte benadering gekozen. Per gebied wordt inzichtelijk gemaakt wat het toekomstperspectief is, op basis van de opgaven voor emissiereductie, natuurherstel en water. In de startnotitie NPLG van 10 juni 2022 zijn de doelen voor natuur, water en klimaat, de keuzes voor water en bodem sturend en voor stikstof en de kaders voor de gebiedsprogramma’s indicatief beschreven. Dit ontwikkeldocument vult dit verder aan. De belangrijkste doelen van dit Ontwikkeldocument NPLG zijn een nadere (aanzet tot) concretisering van indicatieve doelen en struc-
turerende keuzes uit de startnotitie NPLG, als basis voor de uitwerking van de gebiedsprogramma’s en het beschrijven van strategische en operationele kaders voor de verdere uitwerking van gebiedsprogramma’s, toetsing en randvoorwaarden zoals financiën en governance. Klik hier om het ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied te bekijken. Natuur De Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) verplicht Nederland tot de instandhouding van Europees beschermde soorten en habitats binnen Natura 2000-gebieden, maar ook daarbuiten. Om aan deze internationale verplichting te voldoen moet de stikstofdepositie op Natura2000gebied drastisch
32 33
naar beneden. Nederland heeft deze richtlijn vertaald in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Dit betekent dat in 2025 40% areaal met stikstofgevoelige habitats binnen Natura-2000 gebieden onder de kritische depositiewaarde moet zijn gebracht. In 2035, met een gewenste versnelling naar 2030, moet dit voor 74% gelden. Water De kwaliteit van oppervlakte- en grondwater staat onder druk. Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten in 2027 de benodigde maatregelen genomen zijn. Deze hebben ook invloed op de grondwaterkwantiteit. In het Nationaal Programma Landelijk Gebied is er daarom naast aandacht voor de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater, ook aandacht voor grondwaterkwantiteit (en daarmee grondwateronttrekkingen) en waterkwantiteit (droogte en wateroverlast). De focus ligt hierbij op de effecten van de waterhuishouding voor natuur en landbouw Klimaat In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 55% minder broeikasgassen uitstoot vergeleken met 1990. De huidige regering streeft zelfs naar een reductie van 60%. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn (de uitstoot van broeikasgassen is niet hoger dan het aandeel broeikasgassen wat wordt vastgelegd). In het LPLG zijn hiervoor doelen opgenomen zoals: • emissiereductieopgaven voor de veehouderij en akkerbouw;
• extra koolstofvastlegging. Leefbaarheid en geur In de startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied wordt onder klimaat ook leefbaarheid en geur genoemd. Uitgangspunt van het integrale gebiedsprogramma moet zijn dat er in elk geval geen verslechtering optreedt in luchtkwaliteit en dat voor leefbaarheid, waaronder geur, waar mogelijk een verbetering optreedt. De verwachting is dat er Europese aanscherpingen komen op het gebied van de eisen aan de luchtkwaliteit. Limburgs Programma Landelijk Gebied De provincie Limburg kiest ervoor, om naast de doelen die het Rijk meegeeft voor natuur, water en klimaat aanvullende doelen mee te nemen. Deze doelen zijn in samenspraak met de plattelandscoalitie geformuleerd1. Het gaat hier om: • Perspectief voor sectoren • Houdbare vergunningverlening • Leefbaarheid • Landschappelijke kwaliteit Binnen de provincie Limburg wordt er gewerkt in een viertal deelgebieden: Maasduinen, de Peel, Meinweg Roer- en Swalmdal en Zuid-Limburg. De gemeente Horst aan de Maas valt onder het deelgebied de Peel. Centrale ambitie voor alle deelgebieden is het ontwikkelen van een toe1 De plattelandscoalitie bestaat uit Waterschap Limburg, de Limburgse Land- en Tuinbouworganisatie, de terreinbeherende organisaties, Natuur en Milieufederatie Limburg, gemeenten en de Provincie Limburg.
komstbestendig landelijk gebied op een sociaal economisch verantwoorde manier. De opgaven voor natuur, water en klimaat uit het NPLG en de aanvullende opgaven uit de LPLG vormen input voor de omgevingsvisie en komen terug in de thema’s: ‘landschap en natuur’, ‘water, bodem en milieu’ en ‘landbouw’ Novex de Peel Binnen de NOVI is een zestiental aandachtsgebieden aangewezen. Omdat in de Peel veel opgaves van het Rijk samenkomen is de Peel één van deze aandachtsgebieden. Het gebied behelst twee provincies en meerdere waterschappen en gemeenten. De intensieve veehouderij in De Peel en omgeving is van een omvang die zijn gelijke niet kent in de wereld. Dit stelt de Peelgemeenten voor enorme opgaven en vereist een transitie naar meer duurzaamheid, versterking van de natuur, milieu, luchtkwaliteit, leefbaarheid, stikstof, goede bereikbaarheid, dierenwelzijn en gezondheid. De provincie Limburg is samen met de provincie Noord-Brabant aan zet om in oktober 2023 met een ontwikkelperspectief te komen. Aan dit ontwikkelperspectief dient per provincie ook een uitvoeringsagenda en monitoringsysteem gekoppeld te zijn.
(RES) opstellen. Noord- en Midden Limburg is één van deze regio’s. De regio Noord- en Midden Limburg heeft daarom een Regionale Energiestrategie 1.0 vastgesteld. Uit deze strategie blijkt dat de ambitie is om 1200 GWh in 2030 te realiseren. Hiervan was in 2020 al 205 GWh gerealiseerd. Voor 900 GWh zijn er plannen (waaronder 240 GWh via Wells meer). Het restant van 95 GWh wil de regio behalen door het nog beter benutten van zon op dak. De aanloop naar de RES 2.0 wordt nu gemaakt. De opgaven vanuit de RES vormen input voor de omgevingsvisie en komen terug in het thema: duurzame energie
De opgaven binnen NOVEX De Peel vormen input voor de omgevingsvisie en komen terug in de thema’s: ‘landschap en natuur’, ‘water, bodem en milieu’ en ‘landbouw’ Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën Vanuit het Klimaatakkoord is de afspraak dat alle regio’s in Nederland een Regionale Energiestrategie
Projecten opwekking duurzame energie die in de planning staan (Bron: RES Noord- en Midden Limburg)
34 35
3.3 Nieuwe thema’s vanuit de Omgevingswet De Omgevingswet gaat uit van een meer integrale kijk op de fysieke leefomgeving. De omgevingswet heeft daarom enkele integrale thema’s geïntroduceerd die uitgaan van deze integrale kijk. Ook zijn milieuaspecten deels onderdeel geworden van de omgevingsvisie. Hieronder gaan we in op deze nieuwe thema’s en op welke thema’s in deze uitgangspuntennotitie dit invloed heeft. Een nieuwe kijk op gezondheid Waar vroeger gezondheid werd gezien als een thema ter voorkoming of genezing van ziektes, wordt gezondheid nu veel breder gezien. Het gaat in de breedte om je welbevinden, zowel psychisch, lichamelijk als sociaal. Maar ook om je aanpassingsvermogen als je wel een ziekte hebt of een gebrek kent. We spreken in dit opzicht over positieve gezondheid. Landelijk wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het thema gezondheid. Waar voorheen allerlei aspecten ten aanzien van gezondheid los van elkaar werden bekeken in beleid en regels, vereist de nieuwe wet om dat integraal te bekijken. Binnen de fysieke leefomgeving zijn veel aspecten van invloed op de gezondheid, zoals milieuaspecten (geluid, geur, fijnstof, ammoniak etc.), de mogelijkheden voor sport en bewegen en de productie van gezond voedsel.
Maar ook de mentale gezondheid van mensen wordt beïnvloed door het leven in een mooie (bijvoorbeeld een groene, historische), schone en veilige leefomgeving.
Op het gebied van de gezondheid zijn er uitdagingen nu we steeds ouder worden, we steeds langer zelfstandig wonen en er mensen zijn met een ongezonde leefstijl (bijvoorbeeld te weinig bewegen, roken). Daarnaast hebben we te maken met een toename van chronische ziekten en negatieve aspecten van een mentale gezondheid zoals eenzaamheid en somberheid. Eén op drie jongeren kampt met mentale porblemen. Dit geldt niet alleen in onze gemeente, maar in heel Nederland. Gezondheidsaspecten komen m.n. terug bij de thema’s welzijn, sport en accommodaties, een groene en gezonde leefomgeving en water, bodem en milieu. Milieu en omgevingsvisie Milieu-aspecten zijn deels geïntegreerd in de Omgevingswet. Het gaat daarbij vooral om regels voor plaatsgebonden activiteiten. Dat zijn bepalingen die nu grotendeels in de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en de Wm (Wet Milieubeheer) zitten. Regels voor niet plaatsgebonden activiteiten, zoals regels voor stoffen, producten, afvalstoffen en handel in emissierechten zijn (vooralsnog) geen onderdeel van de omgevingswet. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om op het vlak van milieu meer maatwerk te bieden, bijvoorbeeld via een bandbreedte waarbinnen de gemeente eigen normen mag stellen. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen rondom geluid, trilling, geur. Hier zijn ruimere mogelijkheden voor maatwerk.
Het is mogelijk om op bepaalde aspecten (denk aan geluid) soepeler of strenger te worden dan het huidige recht. Voor externe veiligheid en lucht zijn maxima opgenomen, waar-
door het niet mogelijk is om soepeler te worden. Gemeenten kunnen ook zelf omgevingswaarden vaststellen. Deze omgevingswaarden zijn zelfbindend. Ze moeten vertaald worden naar concrete regels in het omgevingsplan, voordat ze ook bindend zijn voor anderen. De milieuaspecten waarop de gemeente strenger en/of minder streng kan zijn dan de (huidige) wettelijke normen zijn: luchtkwaliteit, externe veiligheid, geluid, trilling, geur veehouderijen en bodem. Milieu-aspecten komen m.n. terug bij de thema’s een groene en gezonde leefomgeving en water, bodem en milieu, landbouw, natuur en landschap, duurzame energie. Duurzaamheid Duurzaamheid staat prominent op de maatschappelijke en politieke agenda. Duurzaamheid kent vele invalshoeken. De definitie van de Verenigde Naties uit 1987 is: “Duurzame ontwikkeling komt tegemoet aan de behoeften van het heden zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”. Daarom gaat het bij duurzaamheid over zowel de opwek van duurzame energie, biodiversiteit, landschap, de waterhuishouding, milieu sociale duurzaamheid et cetera.
Dit thema is gericht op de transitie naar duurzaam opgewekte energie. Energietransitie is de overgang van fossiele brandstoffen (zoals aardgas, olie of steenkolen) naar volledig groene energie. Dit is energie opgewekt door duurzame energiebronnen, zoals windenergie en zonne-energie. Veiligheid Veiligheid heeft als thema een belangrijker plek gekregen in de Omgevingswet. Het idee is dat veiligheid minder een formele (op regels gebaseerde) controle achteraf moet zijn, maar een integraal onderdeel van het plan. Hoe maken we onze leefomgeving veilig(er)? Het is wennen voor gemeenten om te sturen op risico’s die niet in regels zijn vervat. Dit gaat dus uit van meer preventie van onveilige situaties in de toekomst op een manier die ook haalbaar is. Veiligheid komt terug bij de thema’s veiligheid, mobiliteit en water, bodem en milieu, landbouw, wonen en welzijn.
Voor de opwek van duurzame energie is een apart thema gemaakt in deze uitgangspuntennotitie. Andere aspecten van duurzaamheid komen aan bod in de thema’s ‘water, bodem en milieu’, ‘natuur en landschap’, ‘landbouw’ en ‘werken en economie’.
36 37
4 Onze opgaven Uit hoofdstuk 3 komt naar voren dat er grote veranderingen gaande zijn in onze fysieke leefomgeving. We kennen een groot aantal trends en ontwikkelingen waar we ons toe moeten gaan verhouden. Een deel van de ontwikkelingen wordt op bovenlokaal niveau uitgewerkt in diverse gebiedsprogramma’s. Daarnaast zijn er vraagstukken waar onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te maken krijgen. Ook zij hebben vragen over de toekomst van onze fysieke leefomgeving, die we in de omgevingsvisie samenhangend willen oplossen. In dit hoofdstuk staat een samenvatting van alle vraagstukken die we hebben verzameld voor de omgevingsvisie. Voor elk van de vraagstukken zullen we een oplossingsrichting proberen te vinden. Ze staan in deze uitgangspuntennotitie thematisch benoemd, zodat het in het vervolgproces als checklist kan fungeren. In de volgende fase zullen we de opgaven echter ook met elkaar moeten confronteren. De oplossing van het ene vraagstuk moet zich natuurlijk wel goed verhouden tot de oplossing van een ander vraagstuk. Ook kunnen vraagstukken en oplossingsrichtingen per deelgebied verschillen. We gaan dus confronteren en integreren en we kijken in de volgende fase gebiedsgericht.
Hieronder vindt u eerst een korte hoofdlijn van de vraagstukken voor de gemeente, een overzicht van de vraagstukken per thema en een eerste aanzet voor een gebiedsgerichte indeling.
4.1 De hoofdlijn uit onze vraagstukken Hoe vinden we een betere balans tussen (economische) functies in het landelijke gebied en de kwaliteit van onze leefomgeving? Jarenlang hebben we in Horst aan de Maas gewerkt aan het sterk maken van allerlei functies in ons landelijke gebied. We hebben prachtige natuurgebieden, aantrekkelijke recreatiegebieden en koplopers in de agrarische productie van verschillende sectoren. Ook heeft het primaat in onze gemeente lange tijd gelegen bij economische groei. Tegelijk heeft dit gezorgd voor een sterkere scheiding van functies en gebieden. Uit de analyse komt naar voren dat deze scheiding van functies uiteindelijk tot steeds grotere nadelen leidt voor milieu, waterhuishouding, de kwaliteit van natuurgebieden en de biodiversiteit in het algemeen. De strengere eisen aan de bescherming van natuurgebieden leidt daarentegen weer tot beperkingen voor de agrarische sector. Achterliggende op-
38 39
gaven hierbij zijn: Hoe komen we tot een gezonde en duurzame leefomgeving? De eisen die we stellen aan onze woonomgevingen veranderen. Afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor (positieve) gezondheid. De toegankelijkheid, aantrekkelijkheid en veiligheid van de openbare ruimte blijken belangrijke aspecten voor het welbevinden en de sociale cohesie in dorpen en wijken. Onderdeel van (positieve) gezondheid is de vraag of mensen voldoende aanleiding hebben om te bewegen in of nabij de wijk. Dit stelt andere eisen aan de openbare ruimte in de wijk. Ook klimaatverandering stelt andere eisen aan de inrichting van wijken, dorpen en landelijk gebied, bijvoorbeeld ruimte voor schaduwrijke routes of waterberging. Ook het verduurzamen van bedrijven speelt een rol bij het creëren van een gezonde leefomgeving. Het is een belangrijke opgave om alle vraagstukken die op de bestaande wijken, dorpen en landelijk gebied afkomen op een goede manier te integreren, zodat we klaar zijn voor de toekomst. Hoe zorgen we dat onze wijken en dorpen klaar zijn voor de toekomstige inwoners(samenstelling)? De bevolking verandert. We kennen in de toekomst meer ouderen en minder gezinnen. Het aantal een of tweepersoonshuishoudens zal toenemen. Doordat ouderen of mensen met een zorgvraag langer zelfstandig moeten wonen wordt dit effect op de woningmarkt nog eens versterkt.
Bovendien stelt de veranderende inwonerssamenstelling in de toekomt andere eisen aan voorzieningen. Tegelijk verandert de manier waarop we samenleven door
individualisering. De vraag is hoe we in de wijken en dorpen omgaan met deze veranderende bevolkingssamenstelling? Voor wie gaan we bouwen en waar doen we dat? Welke ingrepen in bestaande wijken zijn mogelijk om het woningaanbod beter aan te laten sluiten op de behoefte? Bij welke voorzieningen gaan we sturen op laagdrempelige toegankelijkheid en wanneer op kwaliteit? Hoe zorgen we op lange termijn voor levendige centra als ‘hart’ voor de dorpen? Onze centra, en dan met name in de drie centrumdorpen, zijn een plek voor voorzieningen, ontmoeting en evenementen. Het neemt een belangrijke plaats in bij de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze gemeente. Bovendien zijn dit vaak de oudste en meest waardevolle plekken in de dorpen en dragen ze bij aan de identiteit van de dorpen. Centra staan echter landelijk onder druk. De rol van winkelen neemt door internetwinkelen sterk af. Tegelijk is de behoefte aan nieuwe functies, zoals horeca, wonen en bedrijvigheid in en rond de centra groot. De opgave voor de omgevingsvisie is om een lange termijnstrategie uit te zetten voor de ontwikkeling en inrichting van de centra. Wat voor gemeente willen we zijn? Dit is een overkoepelende vraag. Aan welke ontwikkelingen willen we ruimte geven? De ruimtedruk is groot en groei is mogelijk op allerlei manieren.
We kunnen groeien in inwoners, bedrijven of recreanten en tegelijk staan we voor een opgave om kwaliteiten te koesteren. De keuzes die we maken hebben invloed op onze toekomstige bevolkingssamenstelling, de samenstelling van de economie en het ruimteslag voor stedelijke functies in het
algemeen. Als we veel werkgelegenheid aantrekken, die niet goed past op het opleidingsniveau van onze inwoners zal de druk op onze woningmarkt door werknemers van buiten de gemeente toenemen. Onze keuzes voor de toekomst hebben dus veel invloed op hoe onze fysieke leefomgeving er in de toekomst uitziet.
4.2 Overzicht van vraagstukken per thema We hebben voor 12 thema’s (zie afbeeldingen op deze en volgende pagina’s) een aantal vraagstukken benoemd. Een vraagstuk komt voort uit een verschil tussen de huidige en gewenste situatie en vraagt om een actieve houding van gemeente en samenleving. We zien een vraagstuk als een opdracht om er in de volgende fase ideeën en oplossingsrichtingen voor te gaan onderzoeken. Elk thema heeft een eigen kleur in het schema.
40 41
Hoe zorgen we voor voldoende woningen voor een groot aantal groeiende doelgroepen binnen de gemeente?
Hoe kunnen we inspelen op de behoefte aan bijzondere woonvormen?
Welke innem wonin
Hoe komen we tot het verduurzamen van de woningvoorraad?
Hoe kunnen we een gezonde levensstijl stimuleren vanuit de mogelijkheden van de fysieke leefomgeving?
Kunne groen
Hoe gaan we ondermijning tegen?
Hoe gaan we om met de risico’s?
Hoe v veiligh en wa
Hoe houden we ruimte voor de ontwikkeling van lokale (gewortelde) bedrijven binnen de gemeente?
Hoe kunnen we zorgen, dat er een goed (duurzaam) alternatief is voor de auto?
Hoe k zamin moge
Welke ruimte bieden we aan solitaire bedrijven in het buitengebied?
Hoe zorgen we voor een goede balans op de arbeidsmarkt?
Hoe k circul
Duurzame energie
Hoe zorgen we voor het versterken van natuur, ecologie en landschappelijke kwaliteiten?
Hoe zorgen we ervoor dat de vrijetijdssector een brede meerwaarde krijgt voor de samenleving en omgeving?
Hoe z ontwi balan de om
Hoe zorgen we voor een robuuste waterhuishouding, waarmee piekbuien kunnen opvangen en tegelijk minder kwetsbaar zijn voor periodes van droogte?
Hoe kunnen we bij nieuwe ontwikkelingen meer sturen op de kernkwaliteiten van de gemeente en de herkenbaarheid van onze landschappen?
Hoe verbeteren we de kwaliteit van natuurgebieden?
Hoe v gisch kwalit cultuu
Hoe bereiken we een goede waterkwaliteit waarmee we in 2027 aan de kaderrichtlijn water kunnen voldoen?
Hoe zorgen we voor een aantrekkelijke, toegankelijke en klimaatadaptieve inrichting van de centra?
Hoe realiseren we een gezond waterecosysteem dat bijdraagt aan biodiversiteit en een goede leefkwaliteit?
Hoe b koms garan
Hoe krijgen we de energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energievormen voor elkaar?
Hoe zorgen we voor een evenwichtig debat over de verschillende energievormen en mogelijkheden?
Welke duurzame energievormen zijn naast zonne- en windenergie geschikt voor Horst aan de Maas?
Welke zijn er energ
Wonen Welzijn, sport en maatschappelijke voorzieningen Veiligheid Mobiliteit Winkelgebieden Werken en economie Erfgoed Vrijetijdseconomie Natuur en landschap Landbouw Water, bodem en milieu
e rol de gemeente wil men in de regionale ngvraag?
Welke balans tussen inbreiding en uitbreiding hebben we nodig om goede woningen en woonmilieus te krijgen?
Hoe komen we tot een goede verdeling van wonen en zorg, die past bij de wijken en dorpen en waarop het voorzieningenaanbod is afgestemd?
en we zorgen voor meer n in en om de wijken?
Hoe kunnen we in de toekomst om hulp vragen laagdrempeliger maken en eenvoudiger aanpakken?
Hoe kunnen we groepen met een zorgvraag spreiden over wijken op een manier, die de sociale cohesie en samenredzaamheid van inwoners versterkt?
vergroten we de verkeersheid en maken we fietsen andelen aantrekkelijker?
Hoe kunnen we zorgen dat verenigingen kunnen blijven bijdragen aan de ‘culturele vorming’ van onze inwoners en andere maatschappelijke doelen?
Welke accommodaties passen het beste bij de toekomstige sociale behoefte en hoe kunnen hier meerdere doelgroepen worden gemengd?
kunnen we de verduurng van de mobiliteit zo goed elijk faciliteren?
Hoe kunnen we inspelen op de mogelijke veranderingen die het internationale treintraject Eindhoven-Dusseldorf teweeg brengt, zodat de bereikbaarheid met het OV niet verslechtert?
Hoe kunnen we de centra van de drie centrumdorpen doorontwikkelen tot uitnodigende en levendige centra? En hoe houden we voorzieningen vanuit de kleinere kernen toegankelijk?
komen we tot een 100% laire economie?
Aan welk type sectoren is vanuit de (toekomstige) beroepsbevolking behoefte en welke keuzes in onze toekomstige bedrijventerreinen zijn daarvoor nodig?
Hoe kunnen we erfgoed, kunst en cultuur meer dan nu, als integraal onderdeel van de leefomgeving, meenemen bij ruimtelijke afwegingen?
zorgen we ervoor dat de ikkeling van recreatie in ns is met de draagkracht van mgeving?
Welke toeristisch profiel kiezen we voor de vrijetijdseconomie? En welke ruimtelijke verdeling kiezen we?
Hoe kunnen we erfgoed behouden en beleefbaar maken door nieuwe ontwikkelingen?
verbeteren we de ecolohe en landschappelijke teiten van het (agrarisch) urlandschap?
Hoe borgen we voor de lange termijn een goede landbouwstructuur in onze gemeente?
Hoe maken we een transitie van de landbouw mogelijk, die meer in evenwicht is met de bodem, die water vasthoudt en die bijdraagt aan de biodiversiteit van natuur en landschap?
blijven we in de toest onze waterveiligheid nderen?
Welke ambities willen we stellen om de milieusituatie van het buitengebied en de kernen te verbeteren? Hoe sturen we op de juiste functie op de juiste plek?
Kunnen we zorgen voor meer samenhang tussen de landbouw en andere functies in het buitengebied?
e slimme oplossingen r te bedenken voor lokale giesystemen?
Hoe stimuleren we bedrijven energieneutraal te worden?
Hoe gaan we om met teeltondersteunende voorzieningen (TOV) in ons landschap?
5 Vraagstukken per gebied Zoals gezegd kiezen we voor de omgevingsvisie Horst aan de Maas voor een gebiedsgerichte benadering. Dit komt in de aanpak voor de volgende fase in deze omgevingsvisie, de ideeënfase, tot uitdrukking. In deze uitgangspuntennotitie hebben we een eerste aanzet opgenomen voor de vraagstukken per gebied, waarbij is gekeken waarin gebieden qua opgaven verschillen van hun omgeving. Vraagstukken die in meerdere of alle gebieden voorkomen, staan in dit gebiedsgerichte overzicht niet genoemd. Ze maken straks natuurlijk wel deel uit van de gebiedsgerichte uitwerking. De gebieden staan op kaart hiernaast opgenomen. Daarna volgt per gebied een korte beschrijving van de specifieke opgaven die hier bij elkaar komen.
De natuurgebieden
Hoe versterken we de natuur en gaan we verdroging en te grote recreatiedruk tegen? Hoe vinden we de juiste balans tussen ondernemen, beleven, reuring en rust, klimaatadaptatie en verhogen/behouden biodiversiteit? Thema’s: natuur en landschap, water, bodem en milieu, vrijetijdseconomie
Zone rond de grote natuurgebieden
Hoe krijgen we een goede balans tussen veehouderijen, intensieve teelten en de belangen van natuur in dit gebied? Op welke manier kan het gebied bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit, tegengaan van verdroging en het spreiden van de recreatieve druk. Welke functiemenging past hierin? Welke rol kan de landbouw spelen? En hoe benutten we vrijkomende gebouwen en voorkomen we ondermijnende activiteiten? Thema’s: landbouw, natuur en landschap, water, bodem en milieu, vrijetijdseconomie
Agrarisch buitengebied
Hoe zorgen we voor een vitale en sterke plattelandseconomie in de toekomst en hoe behouden en versterken we de kenmerken van het gevarieerde landschap? Hoe geven we nieuwe functies de ruimte, zonder dat de leefbaarheid en kwaliteit van het gebied achteruitgaat? Hoe kan de agrarische sector innovaties beter omarmen, ondanks dat schaalvergroting vaak niet meer mogelijk is? Hoe kan de agrarische sector bijdragen aan de lokale energievoorziening? En hoe benutten we vrijkomende gebouwen en voorkomen we ondermijnende activiteiten?
44 45
Thema’s: landbouw, werken en economie, natuur en landschap, water, bodem en milieu, vrijetijdseconomie
voor inwoners, ondernemers en hulpdiensten? Hoe borgen we de veiligheid en leefbaarheid in het gebied?
LOG (landbouwontwikkelingsgebied)
Thema’s: vrijetijdseconomie, veiligheid, mobiliteit, natuur en landschap
Hoe zorgen we in deze gebieden voor een duurzame innovatieve landbouw en geven we tegelijk vorm aan het landschap? En hoe benutten we vrijkomende gebouwen en voorkomen we ondermijnende activiteiten? Thema’s: landbouw, werken en economie, natuur en landschap, water, bodem en milieu
Glastuinbouwontwikkelingsgebieden
Hoe zorgen we in deze gebieden voor een toekomstbestendige tuinbouwsector, die weet in te spelen op de veranderingen in de energiemarkt? Kunnen we (functionele en energietechnische) relaties leggen tussen de glastuinbouw en andere sectoren? Hoe zorgen we ervoor dat deze gebieden blijvend innovatief en ruimtelijk sterk blijven? Hoe gaan we bij deze teelten om met de verdroging? Thema’s: duurzame energie, landbouw, werken en economie, landschap, klimaat, water.