CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05c3 Rapport flora en fauna

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Crommentuijnstraat 38, Meterik.5.192 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Flora- en fauna-inspectie voor herinrichting van de Crommentuijnstraat 38 te Meterik

In opdracht van: Bureau Leefomgeving 28 januari 2020 ir. C. de Koning en ir. J.P.M. Hovens

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Flora- en fauna-inspectie voor herinrichting van de Crommentuijnstraat 38 te Meterik Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Bureau Leefomgeving ir. C. de Koning/ir. J.P.M. Hovens ir. C. de Koning en ir. J.P.M. Hovens

Faunaconsult werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en geven concreet invulling aan de participatiewet.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

1

Inhoud 1. 2. 3.

Inleiding........................................................................................................................................... 3 De Wet natuurbescherming ............................................................................................................. 4 Werkwijze ....................................................................................................................................... 5 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ............................................................... 5 3.2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie ....................................................................................... 5 4. Aanwezige beschermde planten en dieren....................................................................................... 6 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 6 4.2 Bevindingen............................................................................................................................. 8 5. Mogelijke effecten ......................................................................................................................... 13 6. Conclusies .....................................................................................................................................

14 Literatuur ............................................................................................................................................... 16 Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime .................................................................................... 17

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

2

1.

Inleiding

Bureau Leefomgeving begeleidt de herinrichting van een perceel aan de Crommentuijnstraat 38 te Meterik. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

3

2.

De Wet natuurbescherming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de Flora- en faunawet. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd.

De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen ondermeer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft de ‘Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014’ opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017). Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd. Verder geldt dat vogelsoorten waarvan het nest onder de Flora- en faunawet jaarrond werd beschermd in de Provincie Limburg ook onder de Wet Natuurbescherming als zodanig wordt gehandhaafd. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

4

3.

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

De varkensstallen en machineloods worden geheel gesloopt (zie figuur 3.1). Aan de langgevelboerderij zitten drie aanbouwen, waarvan er zeker één, maar misschien drie worden gesloopt. De langgevelboerderij zelf wordt inpandig verbouwd tot drie eengezinswoningen. Het dak van de langgevelboerderij (inclusief aanbouwen) is in 2010 geheel vernieuwd en wordt daarom behouden. Ook de drie lindes aan de voorzijde van het woongedeelte van de langgevelboerderij blijven gehandhaafd. De overige vegetatie wordt verwijderd.

Figuur 3.1. De voorgestane werkzaamheden; de zwarte bebouwing (varkensstallen en machineloods) wordt gesloopt en de witte (langgevelboerderij) behouden. Bron: Bureau Leefomgeving.

3.2

Werkwijze flora- en fauna-inspectie

Op 22 januari 2020 heeft Faunaconsult het onderzoeksgebied en de directe omgeving bezocht. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermde diersoorten en beschermde planten. Het plangebied werd geïnspecteerd op de aanwezigheid van beschermde planten, vogelnesten en voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van beschermde dieren. De onderste rij dakpannen en de gevelpannen van de boerderijwoning zijn met behulp van een ladder en zaklamp geïnspecteerd. Aan de hand van relevante (verspreidings)literatuur en de waarnemingsoverzichten op www.ravon.nl/tijdschrift, www.verspreidingsatlas.nl, www.floron.nl, www.sovon.nl en www.zoogdiervereniging.nl is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

5

4.

Aanwezige beschermde planten en dieren

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1.1) ligt in het zuidoosten van Meterik, net buiten de bebouwde kom. De noordzijde grenst aan een akker. De overige zijdes worden begrenst door weilanden. Het plangebied zelf bestaat uit een langgevelboerderij (in het zuiden van het plangebied), een machineloods (1 in figuur 4.1.1) en varkensstallen (2 in figuur 4.1.1). Voor de stallen bevinden zich twee voersilo’s. Aan de langgevelboerderij bevinden zich drie aanbouwen (3 t/m 5 in figuur 4.1.1). Rondom de bebouwing is een verharding aanwezig. Aan de oostzijde bevindt zich een tuin en aan de westzijde een rij wilgen. In het plangebied komen soorten voor als dode kronkelwilg, berberis, roos, rododendron, buxus, schoenlappersplant, winterjasmijn en linde (ruim 100 jaar oud).

Figuur 4.1.1. Het plangebied (1=Machineloods, 2=Varkensstallen, 3=Aanbouw met plat dak, 4=Grote aanbouw, 5=Kleine aanbouw). Bron: Google Maps.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

6

Figuur 4.1.2. Aanbouw met plat dak (3 in figuur 4.1.1).

Figuur 4.1.3. Grote aanbouw (4 in figuur 4.1.1).

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

7

Figuur 4.1.4. De kleine aanbouw (rode pijl; 5 in figuur 4.1.1) aan de langgevelboerderij.

4.2

Bevindingen

Vogels In en om het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen vogels waargenomen. De machineloods en varkensstallen zijn van binnen en buiten geïnspecteerd (zie figuur 4.2.1). In de machineloods (zie kleine foto linksboven voorzijde rapport) bevond zich een oud holenduivennest. Doordat de wanden en het dak van de machineloods geheel enkelwandig zijn, is de machineloods niet geschikt voor huismus- en gierzwaluwnesten. Overige nesten (bijvoorbeeld van boerenzwaluw), poepstrepen, braakballen e.d. waren afwezig. De golfplaten op de varkensstallen zijn op de zijgevels met specie afgestreken en te laag voor gierzwaluw. Omdat dakgoten ontbreken, zijn ze ook ongeschikt voor huismussen (huismussen hebben een dakgoot nodig om in te landen). Gierzwaluw- en huismusnesten zijn hier dus afwezig. Aan de binnenzijde van de stallen zijn geen vogelnesten waargenomen. Aan de buitenzijde, onder de ‘golven’ van de golfplaten, is wel ruimte voor vogelnesten, bijvoorbeeld voor die van steenuilen. Deze golven zijn daarom alle met een boomcamera geïnspecteerd (zie figuur 4.2.1); nestindicaties, poep(strepen), braakballen, eierschalen etc. zijn hierbij niet waargenomen. De langgevelboerderij is aan de buitenzijde geïnspecteerd. De onderste rij dakpannen is hierbij bekeken.

De gehele onderste rij, inclusief die van de aanbouwen, is voorzien van vogelschroot; (oude) huismusnesten zijn hier niet waargenomen. Tijdens het gehele veldbezoek is in en rond (100 meter van) het plangebied geen enkele huismus waargenomen. De kopse kanten van de langgevelboerderij zijn hoog genoeg, en hier is ruimte tussen de gevelpannen en de boeiboorden voor gierzwaluwen. Deze boeiboorden zijn echter zeer glad, waardoor gierzwaluwen zich niet kunnen vastgrijpen, om vervolgens de achterliggende ruimte te kunnen bereiken. Het is dus onwaarschijnlijk dat er zich gierzwaluwnesten in het plangebied bevinden. Vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, zijn in het plangebied dus afwezig. Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) waren er in 2014 (niet nader getoonde) territoria van steenuil (3) in het kilometerhok van het plangebied aanwezig. Nesten van deze soort komen niet in het plangebied voor, en nest(kast)en van steenuilen zijn met zekerheid afwezig binnen 100 meter van het plangebied. Het is wel mogelijk dat in Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

8

het broedseizoen algemene vogelsoorten als de merel in de opgaande vegetatie in het plangebied (gaan) broeden.

Figuur 4.2.1. De varkensstallen zijn met een boomcamera onderzocht op het voorkomen van steenuilennesten.

Zoogdieren Holle bomen zijn in het plangebied afwezig. De machineloods is geheel enkelwandig en daardoor niet geschikt als vleermuizenverblijf. De varkensstallen hebben een dubbele rij stootvoegen en iets daaronder een rij ventilatiesleuven, beide over de gehele lengte van de stal, zowel aan de voor- als achterzijde (zie figuur 4.2.2). Ook de kopse kanten zijn over de gehele lengte voorzien van ventilatiesleuven. De spouw van de varkensstallen is daarom te tochtig voor vleermuizen.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik

9

Figuur 4.2.2. De varkensstallen hebben een tochtige spouw, waardoor deze niet geschikt is voor vleermuisverblijven.

De langgevelboerderij zelf heeft geen spouw. Net als voor de gierzwaluwen, zijn de gevelpannen voor vleermuizen niet bereikbaar vanwege de gladde boeiboorden. De boeiboorden zelf sluiten strak aan op de gevels, dus ook hieronder is geen ruimte voor vleermuizen om weg te kruipen. De aanbouw met het platte dak (zie figuur 4.1.2) heeft wel spouw. De daktrim sluit echter strak op de gevel aan. De grote aanbouw (#4 in figuur 4.1.1 en figuur 4.2.3) heeft geen spouw, maar de boeiboorden kieren wel met de gevel (zie figuur 4.2.3). Het is mogelijk voor vleermuizen hier in te vliegen. Vleermuisverblijven kunnen hier dus aanwezig zijn. Ook overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen in het plangebied voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 10

Figuur 4.2.3. De grote aanbouw aan de langgevelboerderij (4 in figuur 4.1.1) bevat mogelijk vleermuisverblijven. Er zijn diverse invliegopeningen tussen de gevel en boeiboorden (rode pijl). De ruimte tussen de gevelpannen en de boeiboorden (gele pijl) is niet bereikbaar vanwege de gladde boeiboorden.

Planten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). De Provincie Limburg heeft het kilometerhok waarin het plangebied ligt voor 2007 (exacte opnamejaargetal is onbekend) onderzocht op het voorkomen van beschermde of bijzondere planten (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl). Deze waren afwezig in en rond het plangebied. Amfibieën en andere soorten De met vegetatie begroeide delen van het plangebied dienen mogelijk als landhabitat van enkele algemene amfibieënsoorten. Wateren (die als voortplantingshabitat voor amfibieën kunnen dienen) komen echter niet in het plangebied voor. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de beschermde soorten die (mogelijk) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de beschermde soorten die (mogelijk) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 11

Tabel 4.2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Vogels Internationaal met jaarrond beschermde Nederlandse naam en wetenschappelijke naam beschermd nest soorten Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) X Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) X Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) X

Overige beschermde soorten X X X X X

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 12

5.

Mogelijke effecten

- Als de vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels in en rond het plangebied worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed) of vernietigd. - Bij de werkzaamheden kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. - De noordzijde van één aanbouw (zie figuur 4.2.3 en #4 in figuur 4.1.1) van de langgevelboerderij bevat mogelijk zomerverblijven, winterverblijven, kraamverblijven en/of paarverblijven van verschillende soorten vleermuizen. Het dak op deze aanbouw is in 2010 nog vernieuwd. Het is echter nog niet duidelijk of de aanbouw inpandig wordt verbouwd of geheel zal worden gesloopt. Wanneer de aanbouw wordt gesloopt, kan dit leiden tot verlies van vleermuisverblijven. Eventueel aanwezige vleermuizen kunnen bij de sloop worden gestoord, verwond en/of gedood. Ook indien er bouwlampen op de noordgevel van de aanbouw worden gericht, kan dit in de warme periode van het jaar leiden tot verstoring van vleermuizen.

In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Soort

Beschermingsregime Wnb

Algemene in het plangebied broedende vogels Vleermuizen

Vogels

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Internationaal beschermde soorten Overige soorten

Art. Art. Art. Art. Art. Art. Art. 3.1 3.1 3.5 3.5 3.5 3.5 3.10 lid 1 lid 2 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 X X X*

X

X* X

*Alleen toepasselijk bij sloop.

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 13

6.

Conclusies

Vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Vleermuizen: aangepaste werkwijze of aanvullend onderzoek De noordzijde van de grote aanbouw aan de langgevelboerderij bevat mogelijk vleermuisverblijven (#4 in figuur 4.1.1 en figuur 4.2.3). Omdat nog niet bekend is of deze aanbouw wordt gesloopt, zijn er twee opties: 1) Niet slopen; aangepaste werkwijze Wanneer de grote aanbouw niet wordt gesloopt (maar wel inpandig wordt verbouwd), is het uitgesloten dat er vleermuisverblijven worden vernietigd. De geplande werkzaamheden kunnen zonder aanvullend onderzoek worden uitgevoerd, zolang verstoringen worden voorkomen. Er mogen daarom geen bouwlampen op de noordgevel van de grote aanbouw worden gericht. Indien dit niet haalbaar is, dient er eerst onderzoek naar deze het voorkomen van vleermuisverblijven plaats te vinden. 2) Slopen; aanvullend onderzoek Het slopen van de aanbouw kan leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) te worden onderzocht.

Volgens het vleermuisprotocol zijn daartoe 4 onderzoeksronden (met telkens 1 persoon) nodig: 2 ronden (2 avonden) onderzoek met batdetectors in de kraamtijd (periode 15 mei – 15 juli, waarbij er minimaal 30 dagen zit tussen de twee bezoeken); 2 ronden (1 avond en 1 ochtend) onderzoek met batdetectors in de paartijd (15 augustus – 1 oktober, waarbij er minimaal 20 dagen zit tussen de twee bezoeken). Indien blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd. Dit houdt in dat er op aangepaste wijze wordt gesloopt (zodat er geen vleermuizen worden gedood) en dat er nieuwe vleermuisverblijven gecreëerd moeten worden. Om vertraging te voorkomen, is het verstandig om vooruitlopend op de resultaten van het vleermuizenonderzoek alvast vleermuiskasten verspreid over de te behouden delen van de langgevelboerderij op te hangen. Gewone dwergvleermuizen hebben bijvoorbeeld de tijd nodig om aan nieuwe verblijfplaatsen te wennen. Gedurende deze gewenningsperiode moeten zowel de oorspronkelijke situatie als de nieuw Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 14

aangebrachte vervangende voorzieningen beide aanwezig zijn (BIJ12, 2017). Het is daarom beter om voor zekerheid te gaan en alvast 4 vleermuiskasten van types als VK WS 02, VK MP 02 of VK WS 07 Vleermuizenkast (te bestellen bij vivarapro.nl) of VMT1 (te bestellen bij faunaprojecten.nl) op te hangen. Dit dient te gebeuren aan het niet te slopen deel van de langgevelboerderij of aan omliggende panden, binnen een straal van 100 à 200 meter van het plangebied (BIJ12, 2017), onder begeleiding van een deskundige. Als blijkt dat er vleermuisverblijven aanwezig zijn die door de sloopwerkzaamheden zullen worden vernietigd, wordt vertraging van de werkzaamheden (in verband met de gewenningsperiode) in de meeste gevallen voorkomen. De voorgenoemde type vleermuiskasten zijn uitwendige modellen, die in principe niet geschikt zijn als permanente vervanging. Indien blijkt dat er in de te slopen aanbouw vleermuisverblijven aanwezig zijn, dan dient er een veelvoud van het aantal gevonden vleermuisverblijven integraal in de nieuwe woningen te worden gerealiseerd.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 15

Literatuur • • • • •

BIJ12. 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht. Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. Provincie Limburg. 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 16

Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig

de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb). Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.

Dit betekent dat er: • geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: - het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; - ter bescherming van flora of fauna; - voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of - om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 17

Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb). Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb).

Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich

te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 18

Overige beschermde soorten Algemeen Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten.

Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling

vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): - in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 19

-

-

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang.

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)

Flora- en fauna-inspectie Crommentuijnstraat 38 te Meterik 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9578009/1