05c1 Toelichting - bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
BODEMONDERZOEK HESSELENWEG/REULSWEG TE HORST
Rapportage bodemonderzoek Hesselenweg/Reulsweg te Horst Opdrachtgever
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo Sint Jansweg 20 5928 RC Venlo
Rapportnummer Versienummer
14914.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
15 maart 2021
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
Mevrouw F.M.W.G. Kiggen
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ing. D.W.J. Verwijlen
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2015. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 6 4.1 4.2
5
Algemeen.......................................................................................................................... 7 Uitgevoerde werkzaamheden ........................................................................................... 7 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 8 5.3.1 Grond.................................................................................................................. 8 5.3.2 Waterbodem ....................................................................................................... 8 5.3.3 Grondwater ......................................................................................................... 8
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 6.1
6.2
6.3 6.4 6.4 7
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 ........................................................................ 6 Waterbodem onderzoek NEN 5720.................................................................................. 6
VELDWERK ................................................................................................................................ 7 5.1 5.2 5.3
6
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Calamiteiten ...................................................................................................................... 4 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 4 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 5 Terreininspectie ................................................................................................................ 5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 5 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 6
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 9 6.1.1 Grond mengmonstersamenstelling NEN 5740 ................................................. 10 6.1.2 Waterbodem mengmonstersamenstelling NEN 5720 ...................................... 11 Toetsingskader ............................................................................................................... 11 6.2.1 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 ....................................................... 11 6.2.2 Verkennend waterbodemonderzoek NEN 5720 .............................................. 12 Resultaten grond- en grondwatermonsters NEN 5740 .................................................. 14 6.3.1 Grond................................................................................................................ 14 Grondwater ..................................................................................................................... 14 Resultaten waterbodemonderzoek NEN 5720 ............................................................... 15
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 16
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 4c. 4d. 4e. 5a. 5b. 5c. 6. 7.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten grond en grondwater (Circulaire bodemsanering) - Analysecertificaten waterbodem - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten waterbodem - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit (indicatief) - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit (grond en baggerspecie) - Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit waterbodem - Eerder uitgevoerd bodemonderzoek - Sloopvergunningen
1
INLEIDING
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een bodemonderzoek op de locatie Hesselenweg/Reulsweg te Horst. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, de voorgenomen sloop van de glastuinbouwkas en demping van een sloot op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie grond-, grondwaterverontreiniging en/of waterbodemverontreinigingen aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, de voorgenomen sloop van de glastuinbouwkast en demping van twee sloten op de onderzoekslocatie. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen.
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Verkennend waterbodemonderzoek NEN 5720 Het vooronderzoek wordt verricht op basis van de NEN 5717:2017 "Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5720:2017 "Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygienisch onderzoek". Het veldwerk en de bemonstering worden uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocol 2003 "Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek". De analyseresultaten worden getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Tevens zal een msPAF-toetsing uitgevoerd worden ter vaststelling van de verspreidbaarheid van de vrijkomende waterbodem over de aangrenzende percelen. Algemeen Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2003 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 1 van 18
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 3,35 ha) is gelegen aan de Hesselenweg/Reulsweg te Horst (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Horst aan de Maas sectie T, nummers 1429, 1430, 791 en 789. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 23,5 m +NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 201.770, Y = 383.780. 3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever Ontwikkelingsbedrijf Greenport Venlo (contactpersoon de heer D. Houben ), d.d. 20 januari 2021
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Horst aan de Maas (contactpersoon mevrouw A. Jenniskens), d.d. 2 februari 2021
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 2 februari 2021
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 2 van 18
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 – 1967 blijkt, dat de onderzoekslocatie een agrarische bestemming had en deels in gebruik werd genomen door tuinderskassen. In 1967 is oostelijk van de reeds bestaande kassen, binnen de onderzoekslocatie, een woning met bedrijfsruimte gerealiseerd. Het overige deel van de onderzoekslocatie heeft zijn een agrarische bestemming behouden. De kassen en bedrijfsruimte zijn door de jaren heen steeds verder uitgebreid tot de huidige omvang. Medio jaren ’00 is op de zuidzijde van de onderzoekslocatie een sloot aangelegd. In onderstaande uitsnede (zie figuur 1) wordt de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven.
Figuur 1: Uitsnede historisch kaartmateriaal
De onderzoekslocatie is momenteel gedeeltelijk bebouwd met een bedrijfswoning, met bedrijfsruimte en een glastuinbouwkas. De overige gronden zijn ongewijzigd en in gebruik als agrarische percelen. De vloer in de bedrijfsruimte bestaat uit betonverharding gefundeerd op gele zand. De glastuinbouwkas is grotendeels onverhard. In het middengedeelte is een betonverharding aanwezig. De betonverharding is inpandig gefundeerd op zand. Ook de betonverharding uitpandig is gefundeerd op zand. Op het agrarisch perceel (kadastraal nummer 789) zijn twee sloten aanwezig (ca. 35 en 200 meter lang) met achterliggend (ten oosten) een greppel. Volgens de eigenaar van het perceel is de sloot gegraven ten behoeve van afwatering van de glastuinbouwkas. De vrijkomende grond tijdens het graven van de sloot, is parallel ten westen van de sloot geplaats in een wal. De verharding rondom de woning en bedrijfsruimte bestaat uit een asfaltverharding. De toegangsweg richting de glastuinbouwkas is verhard met betonverharding. Momenteel is de glastuinbouwkas niet meer in gebruik. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Horst aan de Maas bekend, heeft er op de onderzoekslocatie opslag van oliehoudende producten in bovengrondse tanks plaatsgevonden. Het betreft hier een bovengrondse petroleumtank (inhoud 3.000 L) en een bovengrondse olietank (inhoud onbekend).
De bovengrondse petroleumtank is volgens de eigenaar 10 á 12 jaar geleden verwijderd. De bovengrondse olietank is sinds de uitvoering van een nulsituatieonderzoek in 1998 al niet meer aanwezig op de onderzoekslocatie. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt een deel ter plaatse van de kassen in 1987 opgehoogd te zijn met grond afkomstig van een industrieterrein (CBB, rapport verkennend bodemonderzoek, rapportnr.: 2062521, d.d. januari 1998). Bij de gemeente Horst aan de Maas zijn gegevens aanwezig waaruit blijkt dat asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Het betrof hier de dakbedekking van de bedrijfsruimte en woning die deels uit eterniet golfplaten bestond. In 2004 en 2008 zijn sloopvergunningen aangevraagd en verleend voor het slopen van de golfplatendaken. In de sloopvergunningsaanvraag wordt vermeld dat het slopen wordt uitgevoerd door een erkend bedrijf (zie bijlage 7). Een
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 3 van 18
bewijs van vrijgave na asbestsanering ontbreekt. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de glastuinbouwkas te saneren en mogelijk de aanwezige sloten (kadastraal nummer 789) te dempen. Verder worden de omliggende agrarische percelen ingericht tot natuur en zal de bedrijfswoning herbestemd worden van agrarisch naar wonen. De aanwezige betonverharding (toegangsweg) zal bij de voorgenomen werkzaamheden worden verwijderd. De asfaltverharding ter plaatse van de woning en bedrijfsgebouw blijft behouden. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Horst aan de Maas blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
In januari 1998 heeft het ingenieursbureau CBB een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het noordoostelijk deel van onderhavige onderzoekslocatie (rapportnummer: 2062521, d.d. januari 1998). De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek was ten behoeve voor het vaststellen van een nulsituatie. Destijds zijn een viertal verdachte deellocaties onderzocht, te weten; A. Bestrijdingsmiddelen opslag. B. Meststoffen opslag. C. Bovengrondse (petroleum)tank. D. Voormalige bovengrondse olietank. Destijds zijn alle boringen uitpandig gezet. Ter plaatse van deellocatie A werd destijds een licht verhoogd gehalte aan EOX in de bovengrond vastgesteld en bleek het grondwater licht verontreinigd met chroom . Ter plaatse van deellocatie B werden in de bovengrond geen verhoogde gehalten aangetroffen en het grondwater bleek licht verontreinigd met cadmium en sterk verontreinigd met nikkel te zijn. Ter plaatse van deellocaties C en D zijn in de bovengrond als in het grondwater geen verhoogde gehalten van de destijds onderzochte parameters vastgesteld. Destijds is geconcludeerd dat ter Figuur 2. Boorplan tijdens verkennend onderzoek in januari 1998. plaatse van deellocaties A, C en D geen aanleiding bestond voor het instellen van een aanvullend onderzoek en middels dit onderzoek de nulsituatie afdoende was vastgesteld.
Ter plaatse van deellocatie B werd vanwege de aangetoonde sterke verontreiniging met nikkel in het grondwater een nader bodemonderzoek geadviseerd.
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 4 van 18
3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordzijde bevindt zich een openbare weg (Hesselenweg) en een woonboerderij met opstallen; aan de oostzijde bevindt zich een openbare weg (Reulsweg) met aansluitend agrarische percelen en een woonhuis met bijbehorende siertuin; aan de zuidzijde bevindt zich houtopstand; aan de westzijde bevindt zich een natuurgebied (’t Ham).
Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend en daardoor zijn geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is op 2 februari 2021 een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een gronden/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Afgezien van de voormalige potentiële bronnen voor een mogelijke grond- en/of grondwaterverontreiniging, die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven, zijn er tijdens de terreininspectie geen aanvullende potentiële bronnen aangetroffen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Volgens de ‘bodemkwaliteitskaart regio Limburg Noord’ die in 2019 is opgesteld wordt de onderzoekslocatie voor zowel de boven- als de ondergrond ingedeeld in de categorie ‘buiten de bebouwde kom’. Uit de meetgegevens blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond wordt ingedeeld in de klasse ‘Landbouw/Natuur’. Volgens deze resultaten geldt dat in de bovengrond de parameters voor cadmium, lood, zink (zware metalen) en PAK regionaal licht verhoogd voorkomen. In de ondergrond komen enkel de parameters voor lood en PAK regionaal licht verhoogd voor. Volgens de ‘PFAS-bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord’ die in 2020 is opgesteld blijkt dat de gemiddelde PFAS-gehalten van zowel de boven- als de ondergrond ruim beneden de landelijke achtergrondwaarden liggen. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016).
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 5 van 18
3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een lage enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 22,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich naar verwachting bevindt op ± 1,0 m -mv. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in oostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
4.1 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie NEN 5740 Deellocatie
Oppervlakte
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
A
Glastuinbouwkas
1,1 ha
zware metalen en bestrijdingsmiddelen
VED-HE-NL
B
Overige percelen (incl. woning en loods)
2.25 ha
-
ONV-GR
D
Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter
<100
minerale olie
VEP
E
Bestrijdingsmiddelen opslag
<100
bestrijdingsmiddelen
VEP
G
Grondwal
200 m
-
n.v.t.(*A)
(*A) Ter verificatie om te bepalen of de grondwal (gelegen ten westen van de sloot) dezelfde milieuhygiënische kwaliteit heeft als de overige agrarische percelen zijn enkele boringen gezet. Hiervoor is geen strategie gehandhaafd.
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: ONV-GR: Grootschalig onverdacht VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig VEP: Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks
4.2 Waterbodem onderzoek NEN 5720 Het waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5720:2017 "Bodem - Waterbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek". Het watertype van de onderzoekslocatie betreft "lintvormig water". Op basis van de huidige informatie dient de onderzoekslocatie onderzocht te worden conform de onderzoeksinspanning "overig water, lichte onderzoeksinspanning" (OL) Tabel 3.
Voorlopige onderzoeksopzet NEN 5720
(Deel)locatie
Lengte (m)
Breedte (m)
Onderzoeksprotocol
Onderzoeksstrategie
C
Sloot 200
± 200
±2
NEN 5720
LN
F
Sloot 35
± 35
±2
NEN 5720
LN
Onderzoeksstrategie volgens NEN 5720: LN: lintvormig water, normale onderzoeksinspanning
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 6 van 18
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2
Uitgevoerde werkzaamheden
Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 4 zijn vermeld. Het veldwerk is op 3 en 4 februari 2021 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer D.J.G. Salden. Deze medewerker van bedrijf Econsultancy met certificaatnummer EC-SIK-20263 staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor de protocollen 2001, 2002 en 2003 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Tabel 4.
Uitgevoerde werkzaamheden Oppervlakte/ lengte
Veldwerk
Analyses
Deellocatie Boringen/ Peilbuizen
Verharding
Grond
Grondwater
A
Glastuinbouwkas
1,1 ha
19 (0,5 m -mv) 1 (1,0 m -mv) 3 (1,5 m -mv) 2 (peilbuis)
onverhard
standaardpakket + OCB (4x) standaardpakket ondergrond (1x)
B
Overige percelen (incl. woning en loods) (*A)
2.25 ha
22 (0,5 m -mv) 4 (1,0 m-mv) 5 (1,5 m -mv) 4 (peilbuis)
onverhard (*A)
standaardpakket bovengrond (4x) standaardpakket (4x) standaardpakket ondergrond (2x)
C
Sloot 200
200 m (*C)
20 (0,5 m waterbodem)
waterbodem
standaardpakket regionale waterbodem (2x)
-
D
Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter
<100
2 (1,0 m -mv) 1 (peilbuis)
onverhard
minerale olie (1x)
minerale olie en BTEXN (1x)
E
Voormalige bestrijdingsmiddelen opslag
<100
2 (1,0 m -mv) (*D) 1 (1,5 m-mv)
betonverharding OCB (1x) en onverhard
-
F
Sloot 35
35 m (*B)
10 (0,5 m waterbodem)
waterbodem
standaardpakket regionale waterbodem (1x)
-
G
Grondwal
200 m
4 (1,5 m -mv)
onverhard
standaardpakket bovengrond (1x) standaardpakket bovengrond (1x)
(*A)
(*B) (*C) (*D)
standaardpakket +OCB (2x)
De boringen rondom het woonhuis en de loods zijn aan de randen van de asfaltverharding gezet (onverhard maaiveld), gezien de huidige situatie ter plaatse van de bedrijfswoning en bedrijfsgebouw ongewijzigd blijft. Er is enkel één boring inpandig geplaatst ter plaatse van bedrijfsruimte om te verifiëren of onder de betonverharding ook daadwerkelijk gele zand aanwezig is. Uitgaand van 1 mengmonstervak. Uitgaand van 2 mengmonstervakken i.v.m. aanwezige duiker die is dichtgegroeid. Één boring is inpandig geboord ter plaatse van bestrijdingsmiddelen opslag.
De boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en veenboor. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Het opgeboorde materiaal ter plaatse van de voormalige bovengrondse petroleumtank is tevens middels een olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten. Voor de geplaatste peilbuizen geldt dat het onderste gedeelte van de
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 7 van 18
peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 2 en 3 februari 2021 is ingeschat. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 5.3
Zintuiglijke waarnemingen
5.3.1
Grond
De bodem bestaat voornamelijk uit sterk siltig en matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot sterk humeus. Plaatselijk bestaat de bodem uit sterk zandig veen. Zeer plaatselijk (boring 06) is in de bovengrond in zwakke mate baksteenhoudende bijmengingen aangetroffen. Verder zijn in het opgeboorde materiaal zintuiglijk geen verontreinigingen of oliewaterreacties waargenomen. 5.3.2
Waterbodem
De waterbodem bestaat voornamelijk uit matig fijn en sterk siltig zand. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In de waterbodem is verder geen sliblaag aangetoond. 5.3.3
Grondwater
Centraal verspreid in de glastuinbouwkas (deellocatie A) zijn 2 peilbuizen (106 en 118 met filterstelling 1,20 - 2,20 en 1,40 - 2,40 m -mv) geplaatst. Tevens zijn er verspreid (stroomopwaarts, centraal en stroomafwaarts) op de overige percelen (deellocatie B) in totaal 4 peilbuizen (respectievelijk 28, 15, 01, 08) geplaatst (filterstellingen 1,10 - 2,10, 1,20 - 2,20, 1,25 - 2,25 en 1,40 - 2,40, m -mv). Tot slot is bij de voormalige bovengrondse petroleumtank (deellocatie D) eveneens een peilbuis geplaats (D02, filterstelling 1,25 - 2,25) De grondwaterbemonstering is op 11 februari uitgevoerd door de heer K.J.H. Schouren. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 5 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 5. Peilbuisnummer
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
Deellocatie A: Glastuinbouwkas 106
noordelijk in de kas, centraal op het plangebied
1,20 - 2,20
0,50
973
36,5
6,22
118
zuidelijk in de kas, centraal op het plangebied
1,40 - 2,40
0,48
1139
61,9
6,77
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 8 van 18
Tabel 5. Vervolg Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
5,62
Deellocatie B: Overige percelen (incl. woning en loods) 01
noordelijk op de locatie
1,25 - 2,25
0,68
252
28,9
08
stroomafwaarts op de locatie
1,40 - 2,40
0,60
374
82,7
5,8
15
zuidelijk op de locatie
1,20 - 2,20
0,38
648
141
5,88
28
Stroomopwaarts op de locatie
1,10 - 2,10
0,50
447
53,9
5,88
942
54,7
6,0
Deellocatie D: Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter D02
6 6.1
stroomafwaarts t.o.v. voormalige tank
1,25 - 2,25
0,66
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Alle grond-, grondwatermonsters en waterbodemmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De zintuiglijk meest verontreinigde grondmonsters zijn gebruikt bij de samenstelling van de grondmengmonsters. De grondmengmonsters, grondwatermonsters en waterbodemmonsters zijn geanalyseerd op een van de volgende pakketten: Grond: -
standaardpakket: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
bestrijdingsmiddelen: droge stof, organische stof, organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB);
-
minerale olie: minerale olie (C10-C40).
Grondwater: -
standaardpakket: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie;
-
bestrijdingsmiddelen: droge stof, organische stof, organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB);
-
minerale olie: minerale olie (C10-C40);
-
vluchtige aromaten: droge stof, organische stof, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen.
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 9 van 18
Waterbodem: -
standaardpakket A: regionale waterbodem en baggerspecie inclusief arseen: droge stof, organische stof, lutum (fractie < 2 µm), metalen (arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie.
6.1.1
Grond mengmonstersamenstelling NEN 5740
Tabel 6 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek NEN 5740. Tabel 6.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten t.b.v. NEN 5740
Grond(meng)monster
Meetpunt + traject (m -mv)
Analysepakket
Deellocatie A: Glastuinbouwkas kas mm1 101 (0,00 - 0,40), 102 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond en bestrijdingsmiddelen 108 (0,00 - 0,50), 109 (0,00 - 0,50) kas mm2 104 (0,00 - 0,30), 106 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond en bestrijdingsmiddelen 110 (0,00 - 0,50), 111 (0,00 - 0,50) kas mm3 114 (0,00 - 0,50), 115 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond en bestrijdingsmiddelen 123 (0,00 - 0,50), 124 (0,00 - 0,50) kas mm4 113 (0,00 - 0,50), 118 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond en bestrijdingsmiddelen 120 (0,00 - 0,50), 125 (0,00 - 0,50) kas mm5 106 (0,50 - 1,00), 108 (1,00 - 1,50) standaardpakket grond 118 (0,50 - 1,00), 123 (1,00 - 1,50) Deellocatie B: Overige percelen (incl.
woning en loods) MMA1 01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond 03 (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50) 06A (0,00 - 0,50), 06B (0,00 - 0,50) 06C (0,15 - 0,50) MMA2 09 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond 15 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) MMA3 07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond 10 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50), 20 (0,00 - 0,50) MMA4 22 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond 25 (0,00 - 0,50), 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50), 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50), 30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,20) MMA5 04 (1,00 - 1,50), 08 (0,50 - 1,00) standaardpakket grond 13 (0,50 - 1,00), 13 (1,00 - 1,50) 15 (1,50 - 2,00), 18 (0,80 - 1,00) MMA6 01 (0,50 - 1,00), 01 (1,50 - 2,00) standaardpakket grond 24 (0,50 - 1,00), 28 (1,00 - 1,50) 31 (0,50 - 1,00) Deellocatie D: Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter MMD1 D01 (0,00 - 0,50), D02 (0,00 - 0,50) minerale olie D03 (0,00 - 0,50) Deellocatie E: Voormalige bestrijdingsmiddelen opslag MME1 E01 (0,15 - 0,50), E02 (0,00 - 0,50) bestrijdingsmiddelen E03 (0,00 - 0,50) Deellocatie G: Grondwal wal mm1 WAL01 (0,00- 0,50), WAL02 (0,00 - 0,50) standaardpakket grond WAL03 (0,00 - 0,50), WAL04 (0,00 - 0,50) wal mm2 WAL01 (0,50 - 1,00), WAL01 (1,00 - 1,50) standaardpakket grond
WAL02 (0,50 - 1,00), WAL03 (0,50 - 1,00) WAL03 (1,00 - 1,50), WAL04 (0,50 - 1,00)
Rapport 14914.001 versie D1
Bijzonderheden
bovengrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zintuiglijk schoon)) bovengrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zintuiglijk schoon) ondergrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zwak baksteenhoudend)
bovengrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zintuiglijk schoon)
bovengrond (zintuiglijk schoon)
ondergrond (zintuiglijk schoon) ondergrond (zintuiglijk schoon)
bovengrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zintuiglijk schoon) bovengrond (zintuiglijk schoon)
Pagina 10 van 18
6.1.2
Waterbodem mengmonstersamenstelling NEN 5720
Tabel 7 geeft een overzicht van de samenstelling van de waterbodem(meng)monsters en de analysepakketten ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek NEN 5720. Tabel 7.
Overzicht van de samenstelling van de waterbodem(meng)monsters en de analysepakketten t.b.v. NEN 5720
Grond(meng)monster
Meetpunt + traject (m -mv)
Deellocatie C: Sloot 200 Sloot MMC1 c01 (0,80 - 1,30), c02 (0,80 - 1,30) c03 (0,80 - 1,30), c04 (0,80 - 1,30) c05 (0,80 - 1,30), c06 (0,80 - 1,30) c07 (0,80 - 1,30), c08 (0,80 - 1,30) c09 (0,80 - 1,30) c10 (0,80 - 1,30) Sloot MMC2 c11 (1,00 - 1,50), c12 (1,00 - 1,50) c13 (1,00 - 1,50), c14 (1,00 - 1,50) c15 (1,00 - 1,50), c16 (1,00 - 1,50) c17 (1,00 - 1,50), c18 (1,00 - 1,50) c19 (1,00 - 1,50), c20 (1,00 - 1,50) Deellocatie F: Sloot 35 Sloot MMF1 f01 (0,80 - 1,30), f02 (0,80 - 1,30) f03 (0,80 - 1,30), f04 (0,80 - 1,30) f05 (0,80 - 1,30), f06 (0,80 - 1,30) f07 (0,80 - 1,30), f08 (0,80 - 1,30) f09 (0,80 - 1,30), f10 (0,80 - 1,30)
6.2
Analysepakket
Bijzonderheden
Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren
waterbodem; zand 0,0 - 0,5 m -mv (zintuiglijk schoon)
Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren
waterbodem; zand 0,0 - 0,5 m -mv (zintuiglijk schoon)
Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren
waterbodem; zand 0,0 - 0,5 m -mv (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
6.2.1 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de in-
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 11 van 18
terventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk. In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet Toepasbaar. 6.2.2
Verkennend waterbodemonderzoek NEN 5720
De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem (Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007). De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4b. Voor toepassing in oppervlaktewater wordt voor het generieke beleid onderscheid gemaakt in “bodemkwaliteitsklasse A” en “bodemkwaliteitsklasse B”. De bovengrens van bodemkwaliteitsklasse B is de interventiewaarde. De ondergrens van bodemkwaliteitsklasse A is de achtergrondwaarde (zie figuur 3).
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 12 van 18
Figuur 3.
Normstelling toepassing grond en baggerspecie in oppervlaktewater
Bij toepassing op landbodems wordt een andere indeling in kwaliteitsklassen gehanteerd, gerelateerd aan de bodemfunctie (achtergrondwaarde / wonen / industrie binnen het generieke kader of locatiespecifiek toetsingskader). De bovengrens voor toepassing is de maximale waarde voor de functie industrie. Deze ligt voor een aantal stoffen lager dan de interventiewaarde (landbodem). De interventiewaarde voor landbodems ligt bovendien in een aantal gevallen lager dan die voor waterbodem. Daarmee zijn er binnen oppervlaktewater ruimere hergebruiksmogelijkheden dan op landbodems. Bij de achtergrondwaarden is er geen verschil tussen land- en waterbodems (zie figuur 4). Functie (op de kaart)
Actuele bodemkwaliteit
Toepassingseis
Niet ingedeeld (bijv. landbouw / natuur)
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Wonen
Achtergrondwaarde
Industrie
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Wonen
Industrie
Figuur 4.
Bepaling van de toepassingseis in het generieke kader
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 13 van 18
6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters NEN 5740
6.3.1 Grond Tabel 8 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tevens is het resultaat van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 8. Grond(meng)monster
Overschrijdingen toetsingskaders grond Traject (m -mv)
Gehalte > AW (licht verontreinigd)
Deellocatie A: Glastuinbouwkas kas mm1 0,00 - 0,50
hexachloorbenzeen (HCB) DDD drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) kas mm2 0,00 - 0,50 hexachloorbenzeen (HCB) DDD drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) kas mm3 0,00 - 0,50 DDD drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) kas mm4 0,00 - 0,50 cadmium DDD drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) kas mm5 0,50 - 1,50 Deellocatie B: Overige percelen (incl. woning en loods) MMA1 0,00 - 0,50 minerale olie MMA2 0,00 - 0,50 cadmium kwik MMA3 0,00 - 0,50 cadmium kwik MMA4 0,00 - 0,50 MMA5 0,50 - 2,00 kwik MMA6 0,50 - 2,00 Deellocatie D: Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter MMD1 0,00 - 0,50 Deellocatie E: Voormalige bestrijdingsmiddelen opslag MME1 0,00 - 0,50 Deellocatie G: Grondwal wal mm1 0,00 - 0,50 wal mm2 0,50 - 1,50
-
Gehalte > T (matig verontreinigd)
Gehalte > I (sterk verontreinigd)
Indicatieve toetsing Rbk
-
-
Niet Toepasbaar > industrie
-
-
Klasse wonen
-
-
Klasse wonen
-
-
Klasse wonen
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Klasse industrie Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
6.4 Grondwater Tabel 9 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 9.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
GrondwaterSituering monster peilbuis Deellocatie A: Glastuinbouwkas 106-1-1 1,20 - 2,20
Concentratie > S (licht verontreinigd)
kobalt cadmium barium 118-1-1 1,40 - 2,40 zink barium xylenen Deellocatie B: Overige percelen (incl. woning en loods) 01-1-1 1,25 - 2,25 zink barium 08-1-1 1,40 - 2,40 zink barium 15-1-1 1,20 - 2,20 nikkel zink
Rapport 14914.001 versie D1
Concentratie > T (matig verontreinigd)
Concentratie > I (sterk verontreinigd)
nikkel
-
-
nikkel
-
-
-
-
-
-
Pagina 14 van 18
Tabel 9. Vervolg Grondwatermonster
Situering Concentratie > S peilbuis (licht verontreinigd) 28-1-1 1,10 - 2,10 Deellocatie D: Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter D02-1-1 1,25 - 2,25 xylenen
Concentratie > T (matig verontreinigd)
Concentratie > I (sterk verontreinigd)
-
-
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4c bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. Bijlage 4e bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief). 6.4
Resultaten waterbodemonderzoek NEN 5720
Tabel 10 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 10.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Mengmonster
Traject (cm -wp)
Gehalte > Achtergrondwaarde
Gehalte > Interventiewaarde waterbodem
Toepassing op landbodem Bodemfunctieklasse Bbk
Toepassing onder water Klasse-indeling waterbodem Bbk
Deellocatie C: Sloot 200 Sloot MMC1
c01 (0,80 - 1,30), c02 (0,80 - 1,30) c03 (0,80 - 1,30), c04 (0,80 - 1,30) c05 (0,80 - 1,30), c06 (0,80 - 1,30) c07 (0,80 - 1,30), c08 (0,80 - 1,30) c09 (0,80 - 1,30) c10 (0,80 - 1,30)
-
-
altijd toepasbaar
vrij toepasbaar
Sloot MMC2
c11 (1,00 - 1,50), c12 (1,00 - 1,50) c13 (1,00 - 1,50), c14 (1,00 - 1,50) c15 (1,00 - 1,50), c16 (1,00 - 1,50) c17 (1,00 - 1,50), c18 (1,00 - 1,50) c19 (1,00 - 1,50), c20 (1,00 - 1,50)
-
-
altijd toepasbaar
vrij toepasbaar
-
-
altijd toepasbaar
vrij toepasbaar
Deellocatie F: Sloot 35 Sloot MMF1
f01 (0,80 - 1,30), f02 (0,80 - 1,30) f03 (0,80 - 1,30), f04 (0,80 - 1,30) f05 (0,80 - 1,30), f06 (0,80 - 1,30) f07 (0,80 - 1,30), f08 (0,80 - 1,30) f09 (0,80 - 1,30), f10 (0,80 - 1,30)
Bijlage 4b bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4d bevat de getoetste analyseresultaten. Bijlage 4e bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief).
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 15 van 18
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een bodemonderzoek op de locatie Hesselenweg/Reulsweg te Horst. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, de voorgenomen sloop van de glastuinbouwkas en de mogelijke demping van een sloot op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie grond-, grondwaterverontreiniging en/of waterbodemverontreinigingen aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, de voorgenomen sloop van de glastuinbouwkast en demping van twee sloten op de onderzoekslocatie. De bodem bestaat voornamelijk uit sterk siltig en matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot sterk humeus. Plaatselijk bestaat de bodem uit sterk zandig veen. Zeer plaatselijk (boring 06) is in de bovengrond in zwakke mate baksteenhoudende bijmengingen aangetroffen. Verder zijn in het opgeboorde materiaal zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De waterbodem bestaat voornamelijk uit matig fijn en sterk siltig zand. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Er is in de sloten geen slib aangetoond.
Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: Glastuinbouwkas Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht heterogeen verdeeld" (VED-HE-NL). Bij deze strategie luidt dat de deellocatie verdacht is op diffuse bodembelasting met name voor zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met hexachloorbenzeen, DDD en Drins. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen gemeten. Het grondwater is matig en sterk verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met kobalt, cadmium, barium zink en xylenen. De matige en sterke nikkelverontreiniging in het grondwater zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het regionaal voorkomen van verhoogde concentraties van metalen in het grondwater binnen de provincie Limburg. De bovengrond voldoet volgens de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan klasse “wonen” tot klasse “niet toepasbaar”. De ondergrond voldoet indicatief aan klasse “altijd toepasbaar”. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie A als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd, wordt aanvaard. Deellocatie B: Overige percelen (incl.
woning en loods) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met minerale olie, cadmium en kwik. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik. Het grondwater Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 16 van 18
is eveneens licht verontreinigd met zink, barium en nikkel. De bovengrond voldoet volgens de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voornamelijk aan de klasse “altijd toepasbaar” en plaatselijk aan de klasse “industrie”. De ondergrond voldoet indicatief aan klasse “altijd toepasbaar”. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B als "onverdacht" dient te worden beschouwd, wordt verworpen. Deellocatie C: Sloot 200 meter Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie “lintvormig water, normale onderzoeksinspanning”(LN). Hierbij is uitgegaan van 2 mengmonstervakken. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat in het waterbodem geen verontreinigingen zijn gemeten. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader) voldoet de waterbodem voor de toepassing op landbodem dan ook aan de functieklasse “achtergrondwaarde”. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader) is de waterbodem voor de toepassing onder water “altijd toepasbaar”. Deellocatie D: Voormalige bovengrondse petroleumtank 3.000 liter Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "plaatselijk verdacht" (VEP).
Bij deze strategie luidt dat de deellocatie verdacht is op plaatselijke bodembelasting met minerale olie. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond geen van de onderzochte stoffen in verhoogde gehalten zijn aangemeten. De ondergrond is analytisch niet onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met xylenen. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie C als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt aanvaard. Deellocatie E: Voormalige bestrijdingsmiddelen opslag Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "plaatselijk verdacht" (VEP). Bij deze strategie luidt dat de deellocatie verdacht is op plaatselijke bodembelasting met bestrijdingsmiddelen. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond geen van de onderzochte stoffen in verhoogde gehalten zijn aangemeten. De ondergrond en het grondwater ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag is analytisch niet onderzocht. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie E als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt verworpen.
Deellocatie F: Sloot 35 meter Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie “lintvormig water, normale onderzoeksinspanning”(LN). Hierbij is uitgegaan van 1 mengmonstervak. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat in het waterbodem geen verontreinigingen zijn gemeten. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader) voldoet de waterbodem voor de toepassing op landbodem dan ook aan de functieklasse “achtergrondwaarde”. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader) is de waterbodem voor de toepassing onder water “altijd toepasbaar”. Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 17 van 18
Deellocatie E: Grondwal Op basis van de analyseresultaten blijkt zowel in de boven- als ondergrond van de grondwal geen van de onderzochte parameters in verhoogd gehalten zijn gemeten. Daarmee wordt geconcludeerd dat de grondwal (gelegen ten westen van de sloot) dezelfde of zelfs een betere milieuhygiënische kwaliteit heeft als de overige agrarische percelen van deellocatie B. De boven- en ondergrond voldoet volgens de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan klasse “altijd toepasbaar”. Resume Gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen zowel in de bodem als in het grondwater, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, de voorgenomen sloop van de glastuinbouwkast en demping van twee sloten op de onderzoekslocatie. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Swalmen, 1515 maart 2021
Rapport 14914.001 versie D1
Pagina 18 van 18
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Foto 10.
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 13
Profielen boringen
01
Boring: Datum veldwerk:
0
0
02
Boring:
2-2-2021
gras
Datum veldwerk:
50
0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
1
3-2-2021
tuin Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 2
100 3 125
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
4 150 5 200
240
03
Boring: Datum veldwerk:
0
0
tuin
Datum veldwerk:
1
3-2-2021 0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 30
tuin Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
2
50
50
04
Boring:
3-2-2021
50 3 100
100
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
4 150
150
05
Boring: Datum veldwerk:
0
0
tuin
Datum veldwerk:
1 50
3-2-2021 0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
06
Boring:
3-2-2021
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
2 100
100
06A
Boring: Datum veldwerk:
3-2-2021 0
0
Datum veldwerk:
50
3-2-2021 0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, donkerbeige, Edelmanboor
1
06B
Boring: braak
50
50
100
Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
2 100
100
braak Zand, matig fijn, sterk siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor
1
2
tuin
100
Projectcode: 14914.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 13
Profielen boringen
06C
Boring: Datum veldwerk:
4-2-2021
0
beton
15
Edelmanboor
Datum veldwerk:
50
3-2-2021 0
0
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
1
07
Boring:
0
50
50 2 100
100
08
Boring: Datum veldwerk:
09
Boring:
2-2-2021 0
0
gras
Datum veldwerk:
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
3-2-2021 0
0
weiland Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 2 100
100
Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
3 150
150
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
4 200
240
10
Boring: Datum veldwerk:
0
1 50
0
0
weiland
Datum veldwerk:
50
50
13 3-2-2021 0
0
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, uiterst fijn, uiterst siltig, matig kleihoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig fijn, uiterst siltig, matig plantenresten houdend, donkergrijs, Edelmanboor
3 150
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
3-2-2021
0
Boring:
3-2-2021
0
Datum veldwerk:
50
12
Boring: Datum veldwerk:
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
11
Boring:
3-2-2021
0
150
Projectcode: 14914.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 3 van 13
Profielen boringen
14
Boring: Datum veldwerk:
0
0
weiland
Datum veldwerk:
1 50
3-2-2021 0
0
Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
50
15
Boring:
3-2-2021
weiland Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
1 50 2 100
100
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
3 150 4 200 220
16
Boring: Datum veldwerk:
0
1 50
Datum veldwerk:
0
0
weiland
Datum veldwerk:
50
19
1 50
3-2-2021 0
0
Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
weiland Veen, zwak zandig, matig grindig, sterk gleyhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring:
3-2-2021
0
3-2-2021
0
50
18
Boring: Datum veldwerk:
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
17
Boring:
3-2-2021
0
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 2 80
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
3 100 4 150
150
20
Boring: Datum veldwerk:
0
weiland
Datum veldwerk:
3-2-2021 0 10
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
21
Boring:
3-2-2021
0
50
Volledig beton Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor, vulzand
1 50
weiland
50
Projectcode: 14914.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 4 van 13
Profielen boringen
22
Boring: Datum veldwerk:
0
0 1
50
0
1
weiland
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Datum veldwerk:
weiland
50
25 3-2-2021 0
0
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak kleihoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
3 150
150
26
Boring:
0
weiland
1 50
0
0
0
gras
Datum veldwerk:
50
29
1 50
3-2-2021 0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring:
2-2-2021
0
3-2-2021
50
28
Boring:
Datum veldwerk:
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
27
Boring:
3-2-2021
0
Datum veldwerk:
0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
3-2-2021
Boring:
3-2-2021
0
Datum veldwerk:
Datum veldwerk:
50
24
Boring: Datum veldwerk:
weiland Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
23
Boring:
3-2-2021
50
2 100
100
Zand, matig fijn, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
3 150 4 200
210
Projectcode: 14914.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 5 van 13
Profielen boringen
30
Boring: Datum veldwerk:
0
0
31
Boring:
3-2-2021
weiland
Datum veldwerk: 0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
3-2-2021 1
0
weiland
20
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
50 3 100
100
Zand, matig fijn, uiterst siltig, Edelmanboor
4 150
150
32
Boring: Datum veldwerk:
1
0
weiland
20
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 50
Datum veldwerk:
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
0
braak
102
Boring:
50
50
Datum veldwerk:
1 30
2
50
3 100
50
Datum veldwerk:
100
40 50
2
braak
0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak gleyhoudend, brokken plantenresten, donker oranjebeige, Edelmanboor
braak
105 2-2-2021 0
1 30
2 50
Zand, matig fijn, sterk siltig, matig gleyhoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
50
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donker bruinbeige, Edelmanboor
1
Datum veldwerk:
braak
103 3-2-2021
Boring: 0
50
0
1
50
104 2-2-2021
0
2-2-2021
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donker bruinbeige, Edelmanboor
1
Boring:
Datum veldwerk:
Boring:
2-2-2021
0
101
Boring:
3-2-2021
0
50
braak Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk gleyhoudend, donker beigeoranje, Edelmanboor
Zand, matig fijn, uiterst siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
Projectcode: 14914.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 6 van 13
Profielen boringen
106
Boring: Datum veldwerk:
0
0
braak
Datum veldwerk:
1 50
2-2-2021 0
0
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak gleyhoudend, donker beigebruin, Edelmanboor
50
107
Boring:
2-2-2021
1 30
2 50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, matig gleyhoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor