CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05c Regionaal Beleidsplan Jeugd

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Regionaal beleidsplan jeugd 2022 en verder.20.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

70

Ambulant KPI's

Ambulant duurzaam: 1. Het aantal trajecten wat conform plan is afgesloten, is in 2022 conform het landelijk gemiddelde. Uiterlijk vanaf 2025 is dit 10% hoger dan landelijk gemiddelde. 2. Maximaal 20% van de cliënten krijgt binnen 6 maanden na afloop van het traject óf gedurende het traject eenzelfde of zwaardere indicatie toegewezen. 3. Elk jaar daalt de gemiddelde ingezette uren per cliënt met 5% t.o.v. het voorgaande jaar, met een max van 15% ten opzichte van 2022, binnen Ambulant Duurzaam. 4. Het aantal cliënten wat instroomt in Ambulant Duurzaam blijft gelijk of daalt. (Sturen op percentage cliënten duurzaam en perspectief (met zo min mogelijk cliënten in duurzaam). Oftewel: bij Duurzaam sturen op instroom en bij Perspectief sturen op doorstroom en uitstroom.) 5. Het aantal cliënten wat een traject Maatwerk of Meerwerk krijgt, blijft onder de 2%. (sturen op minimale inzet trajecten Maatwerk en Meerwerk). Ambulant Perspectief 1: 1. Minimaal 95% van de jeugdigen heeft na afronding van het traject binnen 12 maanden geen aanvullende ondersteuning nodig. 2. Maximaal 5% van de cliënten krijgt tijdens het traject een zwaardere indicatie toegewezen, omdat tijdens het traject sprake blijkt te zijn van onvoorziene verzwarende omstandigheden. 3. Elk jaar daalt de gemiddelde ingezette uren per cliënt met 5% t.o.v.

het voorgaande jaar, met een max van 15% ten opzichte van 2022, binnen Ambulant Perspectief. 4. Het aantal cliënten wat na een traject Perspectief 1 een traject Duurzaam krijgt, blijft onder de 5%. (Sturen op percentage cliënten duurzaam en perspectief (met zo min mogelijk cliënten in duurzaam). Oftewel: bij Duurzaam sturen op instroom en bij Perspectief sturen op doorstroom en uitstroom.) 5. Het aantal cliënten wat een traject Maatwerk of Meerwerk krijgt, blijft onder de 2%. (sturen op minimale inzet trajecten Maatwerk en Meerwerk). Ambulant Perspectief 2: 1. Minimaal 95% van de jeugdigen heeft na afronding van het traject binnen 12 maanden geen aanvullende ondersteuning nodig. 2. Maximaal 5% van de cliënten krijgt tijdens het traject een zwaardere indicatie toegewezen, omdat tijdens het traject sprake blijkt te zijn van onvoorziene verzwarende omstandigheden. 3. Elk jaar daalt de gemiddelde ingezette uren per cliënt met 5% t.o.v. het voorgaande jaar, met een max van 15% ten opzichte van 2022, binnen Ambulant Perspectief. 4. Het aantal cliënten wat na een traject Perspectief 1 een traject Duurzaam krijgt, blijft onder de 5%. (Sturen op percentage cliënten duurzaam en perspectief (met zo min mogelijk cliënten in duurzaam). Oftewel: bij Duurzaam sturen op instroom en bij Perspectief sturen op doorstroom en uitstroom. 5.

Het aantal cliënten wat een traject Maatwerk of Meerwerk krijgt, blijft onder de 2%. (sturen op minimale inzet trajecten Maatwerk en Meerwerk). Vaktherapie: 1. Minimaal 95% van de jeugdigen heeft na afronding van het trajecten binnen 12 maanden geen aanvullende ondersteuning nodig. 2. Maximaal 5% van de cliënten krijgt tijdens het traject een zwaardere indicatie toegewezen, omdat tijdens het traject sprake blijkt te zijn van onvoorziene verzwarende omstandigheden. Dyslexie: 1. Het jaarlijks aantal jeugdigen dat voor EED behandeld wordt is maximaal gelijk aan het landelijk gemiddelde. 2. Elk jaar stijgt het percentage van trajecten dat succesvol afgerond wordt met 10% t.o.v. het voorliggend jaar. In het eerste contractjaar wordt hiervoor een nulmeting uitgevoerd. 3. Het maximale uitvalspercentage bij diagnostiek waarbij geen EED wordt vastgesteld, mag maximaal 5% zijn. 4. Het aantal nieuwe cliënten blijft gelijk of lager aan het landelijk gemiddelde prevalentiecijfer. (Aanbieders zorgen er gezamenlijk voor dat het prevalentiecijfer in de regio van de gemeente niet hoger is dan het landelijk gemiddelde. De aanbieders hebben daarin een gedeelde verantwoordelijkheid.) GGZ: 1. De gemiddelde duur van een traject is in 2025 met minimaal 10% afgenomen t.o.v. 2022, waarbij trajecten ‘volgens plan’ afgerond zijn. 2.

Minstens 90% van de jeugdigen behaalt zijn doelen zoals gesteld in het leefzorgplan binnen de daarvoor gestelde termijn. 3. In 2025 is de schadelijke wachtlijst minstens teruggebracht naar 50% ten opzichte van 2022. 4. In 2025 is minimaal 85% van de cliënten behandeld middels intensiteiten Licht en Midden. 5. Maximaal 10% van de cliënten komt binnen 2 jaar na afronden succesvol traject terug in subsegment Ambulante GGZ of segment 1.

71

Ontwikkeldoelen

1. 2. 3. 4. 5.

Meer voorspelbaarheid van de kosten van de inzet van de jeugdhulp per product. Het verkorten van de gemiddelde behandelduur. Het stimuleren van de inzet van een lagere intensiteit van de hulp. Voorkomen van stapeling van verschillende ambulante producten. Hogere kwaliteitseisen en betere regie op casussen (doelen stellen en deze evalueren), om de kwaliteit van ambulante begeleiding te verbeteren. 6. De komende 3 jaar de schadelijke wachtlijsten halveren. 7. Versterken generalistische basis jeugd GGZ. Innovatie stimuleren bij aanbieders om jeugdigen langer in de generalistische basis te houden. 8. Over 3 jaar is de verhouding cliënt aantallen generalistische basis GGZ en specialistische GGZ 60% tegenover 40%. 9. Bij GGZ wordt er eerst naar een systeemoplossing gekeken. 10. In kaart brengen van de gemiddelde behandelduur bij hoog specialistische GGZ en hiermee in gesprek gaan. 11. Het verminderen van administratieve lasten voor zowel gemeenten als aanbieders. 12. Verhogen van de kwaliteit van jeugdhulpaanbieders door aanscherping kwaliteitseisen. 13. Aanbieders/hulpverleners werken toe naar onafhankelijke gezinnen, die zonder hulp verder kunnen (loslaten). 14. Opvoedproblemen normaliseren en ouders aanspreken op hun verantwoordelijkheid. 15. Medewerkers van de toegang (en andere verwijzers) indiceren kostenbewust. 16. De toestroom naar dyslexie verminderen.

72

Bijlage 9 / Bovenregionale samenwerking Functies en/of beleidsthema’s NML of grotere schaal

Doelgroep

Inhoud samenwerking

Aansturing

1

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Vanaf 17 jaar

Gezamenlijk beleid, aanbesteding en contractmanagement

Ambtelijke werkgroep BC WMO

2

OGGZ-preventie

0-100 jr

Gezamenlijk beleid, aanbesteding en contractmanagement

Werkgroep Noord- en Midden-Limburg

3

Segment Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid, verkenning gezamenlijke werving met contracten vanaf 2023

Ambtelijke werkgroep Bestuurlijk kernteam gemeenten

4

Monitoring ontwikkelingen van grote gezamenlijke jeugdhulp aanbieders

Aanbieders

Noord-Limburg is landelijk accounthoudende regio voor 2 grote aanbieders bij risico’s op discontinuïteit. Maar ook andere grotere gezamenlijke aanbieders worden gevolgd. Hierover wordt periodiek afgestemd en zo nodig gezamenlijk leveranciersmanagement gevoerd.

Ambtelijk en bestuurlijk kernteam NML

5

Crisisdienst Jeugd

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid en aanbesteding met contracten vanaf 2022

Ambtelijke werkgroep Bestuurlijk kernteam gemeenten

6

Regiovisie Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

0-100 jr

Gezamenlijke beleidsvorming en deels uitvoering (deels lokale uitvoering)

Ambtelijke werkgroep Stuurgroep gemeenten en aanbieders

7

Veilig Thuis

0-100 jr

Gezamenlijk beleid, subsidiëring en uitvoering

Ambtelijke werkgroep Stuurgroep gemeenten en aanbieders

8

Kansrijke start

Jeugdigen (-9 maanden tot ca 2 jaar) en hun ouders

Gezamenlijk uitvoeringsplan en samenwerkingsconvenant (in voorbereiding)

Ambtelijke werkgroep onder leiding van kwartiermaker Regieraad

9

Gecertificeerde instellingen (Provinciaal)

Jeugdigen met een maatregel

Gezamenlijk beleid, provinciaal afgestemde subsidieregeling en samenwerkingsafspraken

Ambtelijke werkgroep Reguliere bestuurlijke overleggen Provinciaal bestuurlijk overleg

10

Expertisecentrum (Provinciaal)

Jeugdigen

In ontwikkeling

Ambtelijk overleg en projectgroep Bestuurlijk overleg

11

Centrum Seksueel Geweld Limburg (Provinciaal)

Slachtoffers van seksueel geweld

Gezamenlijk beleid en uitvoering

Centrumgemeenten Limburg (Heerlen, Maastricht en Venlo)

12

Jeugdzorg Plus Landsdeel Zuid-Oost (Oost-Brabant & NM-Limburg)

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid, uitvoering en contractmanagement

Ambtelijke werkgroep Stuurgroep gemeenten

73

Bijlage 10 / Grondslag voor bovenregionale samenwerking De regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg Oost en Midden-Limburg West hebben onderstaande punten benoemd als grondslag voor de bovenregionale samenwerking: • Borgen van de beschikbaarheid van specifiek (complex) aanbod, door middel van voldoende schaalgrootte. • Efficiëntie: · Inhoudelijk/beleidsmatig: door uitwisselingen van informatie, ervaringen, voorbereidingen en inzet van specialismes op beleidsmatig terrein kan efficiënter gewerkt worden en wordt de best passende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen nog beter georganiseerd. · Organisatorisch/ondersteunend: samenwerking levert voordelen op in de organisatie van o.a. inkoop, data-analyse, contractbeheer en administratie. • Effectiviteit en slagkracht – effectievere sturing op transformatie: door bovenregionale samenwerking is meer slagkracht mogelijk, bijvoorbeeld in het geval van complexe casuïstiek. Bepaalde casussen gaan over gemeente­ grenzen en aanbiedersopdrachten heen en vragen een goede afstemming om te komen tot passende zorg. Voorbeelden van deze samenwerkingen zijn het expertteam en het expertisecentrum. Meer slagkracht is ook wenselijk als het gaat om het behalen van transformatiedoelen met betrekking tot het hulpaanbod, zoals het ontwikkelen van ‘meer verblijfs-vervangend ambulant aanbod’ en de afbouw van verblijfslocaties.

• Leren en verbeteren: bovenregionale samenwerking biedt de mogelijkheid om als regio’s van elkaar te leren, om zowel het aanbod van Jeugdhulp als de organisatie ervan te verbeteren. • Voordelen voor de gedeelde (grotere) zorgaanbieders als opdrachtnemer van de jeugdhulp: · Meer zekerheid over de continuïteit van de organisatie en daarmee de te realiseren beschikbaarheid van zorg. · Eénduidige opdrachtformulering voor de levering van zorg voor het totale werkgebied van de zorgaanbieder. · Meer mogelijkheden om te transformeren, door de schaal­grootte en eenduidigheid (de zorgaanbieder kan hierover eenduidige afspraken maken met de samenwerkende regio’s in plaats van afzonderlijke regio’s en/of gemeenten). · Beperking van de administratieve lasten aan aanbiederszijde door 74 bijv. eenduidige contractering, tarifering en verantwoor­ding aan

de deelnemende regio’s. Indien afspraken met de zorgaanbieder over de te leveren zorg voor langere termijn worden vastgelegd, nemen de genoemde voordelen met betrekking tot continuïteit, beschikbaarheid en transformatiemogelijkheden toe. Praktisch gezien leidt dit, op specifieke onderdelen, tot de volgende samenwerkingsmogelijkheden: • • • • • • • •

Inhoudelijke beleidsontwikkeling & transformatie Kwaliteit (resultaatgericht werken) Verwerving/inkoop Data-analyse Contractbeheer & relatiemanagement Administratie en facturatie Uitvoering – passende hulp voor complexe casuïstiek Leren&verbeteren

Visie/leidende principes De 14 gemeenten in NML hebben eigen visie en inhoudelijk beleid met beleidsdoelen opgesteld en vastgesteld. Dit beleid kan betrekking hebben op de lokale situatie (zoals in Midden-Limburg Oost) of een regio kan beleidsambities hebben vast­gesteld voor de hele jeugdregio (zoals Midden-Limburg West). Alle regio’s hebben daarbij de opdracht om invulling te geven aan de Norm voor opdrachtgeverschap. De visies en beleidsdoelen van de drie jeugdregio’s verschillen in de kern niet wezenlijk en er zijn zeker geen tegenstellingen te zien. De belangrijkste overeenkomsten tussen de drie regio’s zijn: • • • • • • • • •

We richten ons op iedereen: we richten ons op alle jeugd; We gaan aan de slag met het talent van inwoners/jeugdigen; We werken volgens het gedachtegoed van positieve gezondheid; We gaan voor een solidaire samenleving in een omgeving waar onze inwoners zich thuis voelen en mee kunnen doen naar vermogen; We investeren in preventie en een sterke sociale basis; Normaliseren: minder nadruk op diagnose, ondersteuning gericht op het bieden van handvatten voor het normale dagelijkse leven, ondersteuning gericht op het perspectief van inwoners. Integraal werken/gezin centraal: 1 Plan voor elk Thuis;. Wanneer het zelfstandig leven (even) niet lukt, voorzien wij in een netwerk van passende laagdrempelige, eerste lijn en/of geïndiceerde ondersteuning; 75 Lerend jeugdhulpstelsel.

Voor de organisatie van de jeugdhulp betekent dit: • We richten ons op het normale opvoeden en opgroeien; • We leggen de nadruk op preventie, vroegsignalering en een sterke basis; • Ondersteuning en bescherming vinden bij voorkeur in de eigen omgeving plaats; • Ondersteuning en bescherming is tijdelijk en is gericht op een duurzame verandering zodat ouders en jeugdige weer zelfstandig verder kunnen; • Samenwerking en partnerschap en samen leren zijn sleutelwoorden in ons stelsel; • We investeren in een duurzaam, toekomstbestendig jeugdstelsel, met evenwicht tussen inkomsten en kosten; • We beperken waar mogelijk de administratieve lasten; • Tot slot: durven, lef hebben om los te laten en samen te werken.

76

Bijlage 11 / Hoofdprocessen MGR De MGR onderkent qua inrichting van het inkoop- en contractmanagement­ proces enkele hoofdprocessen. Zie de afbeelding hieronder voor een korte toelichting hierop. Vertaling van beleid naar inkoopstrategie Kernprocessen MGR (de hoe) • Inkooptechnische en juridische expertise rondom verschillende inkoop- en bekostigingsmethodieken • Beschikbaarheid/betrokkenheid vroeg in het proces (adviserend/doorvragend/ informerend) al vanaf beleidsomntwikkeling • Bewaken van de uitvoering van de inkoopstrategie

Kernprocessen gemeente (de wat) • Afstemmen van de gekozen inkoopstrategie met de operationele uitvoering • Signaleren en tijdig betrekken van de MGR in relevante beleidsontwikkeling

Waardepropositie • Beter faciliteren van al het onderstaande

Kernprocessen gemeente (hoe: van zorgproces en wat) • Opdrachtomschrijving (wat) • Gemeentelijke (interne) afstemming (politiek, inhoudelijk, backoffice, operationele uitvoering, etc) • Regionale afstemming (rol vanuit RMT, onderlinge afstemming, etc)

Waardepropositie • De beste beschikbare kennis gebruikt • Soepele inkoopprocessen, welke minimale ruis veroorzaakt in het gehele proces (gemeentelijk niveau, breder als alleen inkoop) • Meest passende inkoopproces wat voor Noord-Limburg mogelijk is • Die voorspelbaar de beste aanbieders oplevert (incl. prijs/kwaliteit, procedure risicoacceptatie)

Inkoopproces (selectie, contractering, etc) Processen MGR (hoe: van proces en inkoopinhoudelijk) • Opdracht ophalen (beeldevaluatie, rol validatie, PvA, etc) • Opstellen inkoop (kennis ophalen, juridisch, inkoopstrategie bepalen, inkoopstukken, routemap regie, marktverkenning, etc) • Contractering (opstellen van finale contract, afrekening en validatie, etc)

Uitvoering contract (monitoren uitvoering / contractbeheer, etc) Kernprocessen MGR • Contractbeheer (productieverantwoording, wijzigingen, helpdesk gem/leverancier, contractbeheer/vastlegging, etc) • Monitoren voortgang (data, KPI’s, afstemmingsmomenten, regionale insteek, etc) • Regie leveranciersmanagement (bewaken, regionaal delen, valideren, afstemmen, gezamenlijke cohesie bewaken, etc)

Kernprocessen gemeente • Toegang • Monitoring • Berichtenverkeer • Betalingen/facturatie • Inhoudelijke validatie/inzicht geven leveranciersmanagement (faciliteren d.m.v. gegevens, beelden om inzicht te krijgen in kwaliteit dienstverlening) • Regionale betrokkenheid, afstemming, advisering, ondersteuning, etc

Waardepropositie • Goede, duurzame zorg, tijdig beschikbaar voor de inwoners, gericht op continuïteit, passend binnen de financiële kaders • Goed beeld van de kwaliteit van de uitvoering • Duidelijk prestatiemanagement • Betere kwaliteit van de uitvoering (betrokken aanbieders, tijdige signalering, etc) • Maximaal benutten van schaalvoordelen, financieel maar ook inhoudelijk

Informatie management (ten behoeve van monitoren, beleid, inkoop gerelateerde stuurinfo, etc) Kernprocessen MGR • Verzamelpunt van informatie, welke je controleert, consolideert en deelt binnen de regio • Visie voor de ontsluiten van informatie voor de regio • Centrale regierol voor het creëren van gezamenlijk inzicht (uitvoering, financieel, verzilvering, etc) • Vertrouwelijk en prudent omgaan met inzichten • Inzicht vergroten t.b.v. bovenstaande • Vertaling maken vanuit landelijke en regionale ontwikkelingen

Kernprocessen gemeente • Delen van beschikbare informatie (en het op orde hebben van brondata) • Deelnemen aan analyse, verdiepingen en validatietrajecten (rol toezichthouder)

Waardepropositie • Beschikbaarheid van actuele informatie vanuit één bron • Eenduidige informatie op operationeel, tectisch en strategisch niveau • Optimaal gebruik maken van de bestaande kennis en middelen door integratie in het proces

77

Noten 1 De regio Noord-Limburg bestaat uit de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray. 2 Midden-Limburg bestaat uit de regio’s Midden-Limburg Oost (gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond) en Midden-Limburg West (gemeenten Leudal, Nederweert en Weert) 3 Met segmentering wordt bedoeld het indelen van het zorglandschap in kleinere stukjes. Hiervoor zijn verschillende indelingen denkbaar, zoals naar ondersteuningsbehoefte, doelgroepen, wetten, productgroepen, gemeenten, enz. Ook combinaties zijn mogelijk. 4 Onder toegang verstaan we ook de (sociale) wijkteams en gebiedsteams. 5 De wachttijden kunnen pas vanaf 2022 (aanvang nieuwe contracten) gemeten worden. We gebruiken daarom het jaar 2022 als nulmeting. 6 De trajectduur kan pas vanaf 2022 (aanvang nieuwe contracten) gemeten worden. We gebruiken daarom het jaar 2022 als nulmeting. 7 In gezamenlijkheid met aanbieders worden de verschillende keuzes per sturingselement in 2022 nader uitgewerkt voor nieuwe contractering per 1-1-2023.

78

Uitgave Regio Noord-Limburg December 2021 Redactie Regio Noord-Limburg Ontwerp Studio Denk

79

80

81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10849278/1