05c Motivering
Tekst van het document
Motivering
Motivering
Inhoud d 1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Het omgevingsplan ........................................................................................................................ 5 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 7 2 Planbeschrijving 9 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................................... 10 3 Wetgeving en beleid 18 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels ............................................................................................................. 18 3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels ...................................................................................... 19 3.3 Beleid en regelgeving Waterschap ..............................................................................................
23 3.4 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 24 3.5 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 24 4 Fysieke leefomgeving 31 4.1 Beschermen van de gezondheid .................................................................................................. 31 4.2 Milieubelastende activiteiten ...................................................................................................... 31 4.3 Geluid........................................................................................................................................... 32 4.4 Kwaliteit van de buitenlucht ........................................................................................................ 34 4.5 Bodemkwaliteit ............................................................................................................................ 38 4.6 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 39 4.7 Natuur ..........................................................................................................................................
41 4.8 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 43 4.9 Water ........................................................................................................................................... 45 4.10 Klimaatadaptatie ....................................................................................................................... 46 4.11 M.e.r. beoordeling ..................................................................................................................... 50 5 Het TAM-omgevingsplan 52 5.1 Opzet regelgeving ........................................................................................................................ 52 5.2 Artikelsgewijze toelichting ........................................................................................................... 53 6 Financiële uitvoerbaarheid
56
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 57 7.1 Participatie ................................................................................................................................... 57 7.2 Afstemming ................................................................................................................................. 57 7.3 Procedure .................................................................................................................................... 57 Separate bijlagen bij de motivering: 1. WSP, ‘Staarterstraat Sevenum Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’, rapportnummer SLM026761-RAP-001, versie 1, d.d. 09.04.2024; 2. Geonius, ‘Verkennend bodemonderzoek Staarterstraat 5 te Sevenum’, rapportnummer MA240069.R01.V1.0, d.d. 02.04.2024; 3. Vandewall Planologisch Advies BV, ‘Aerius-berekening Realisering nieuwbouwwoning Staarterstraat Sevenum’, rapportnummer VPA 2024.05-AERIUS, d.d. 24.10.2025; 4. Ecolybrium, ‘Rapportage quickscanonderzoek ecologische waarden Staarterstraat 5, Sevenum’, rapportnummer 24-1566, d.d. 09.04.2024;
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 2 -
Motivering
5. Geonius, ‘Infiltratieonderzoek en beschouwing wateropgave’, rapportnummer GA240004.005.R01.V1.0, d.d. 19.04.2024; 6. Geonius, ‘Archeologisch bureauonderzoek d en IVO-O plangebied Staarterstraat ong. te Sevenum’, rapportnummer ’ AA250081.R01v1.0.ARG730, d.d. 16-10-2025; 7. Ron Janssen ‘Landschapsplan in het kader van de inpassing en integratie woning aan de Staarterstraat 5 te Sevenum’, rapportnummer 21-102025 , d.d. 21.10.2025; 8. Vastellingsovereenkomst spuitvrije zone; 9. Verslaglegging participatie.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 3 -
Motivering
1 Inleiding d
1.1 Aanleiding Een initiatiefnemer is voornemens aan de Staarterstraat ong. te Sevenum, tussen de huisnummers 3 en 7, een vrijstaande woning planologisch mogelijk te maken, waarbij de rest van het perceel wordt ingericht als tuin behorende bij die woning. Het betreft een compensatiekavel die is ontstaan door de sloop van de woning Moleneind 13 te Meerlo in het kader van de aanleg van de hoogwatergeulen bij Ooijen en Wanssum en de daarmee verbonden inrichtingswerken. De aanleg van deze hoogwatergeulen maakte onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum waarbij naast de hoogwaterdoelstellingen onder meer ook de ontwikkeling van natuur en landschap centraal stond en tevens het ruimte bieden voor nieuwe economische ontwikkelingen. Voor de compensatiekavel aan de Staarterstraat wordt thans een concreet bouwplan uitgewerkt. Initiatiefnemer wil op basis van het voorliggende TAM-omgevingsplan een omgevingsvergunning verkrijgen waarmee het planologische kader is vastgelegd waarbinnen de woning gerealiseerd kan worden.
1.2 Plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de Staarterstraat, aan de westelijke rand van de kern Sevenum in de gemeente Horst aan de Maas. De Staarterstraat vormt de verbinding tussen de wegen De Hees in het noorden en Den Eigen in het zuiden van de kern. De weg De Hees loopt in noordwestelijke richting verder naar de buurtschap De Hees; de weg Den Eigen gaat over in de weg Steeg, die in zuidwestelijke richting loopt naar de buurtschap Steeg. De wegen De Hees en Steeg zijn bebouwingslinten, gekenmerkt door afwisselend agrarische bedrijfsbebouwing en woonbebouwing, met open ruimtes van waaruit er doorzichten zijn naar het achterliggende landschap. De Staarterstraat vormt een deel van de westelijke begrenzing van de kern Sevenum. De oostzijde van de straat wordt gekenmerkt door vrijstaande woningen in één of twee bouwlagen met kap. Hiertussen zijn ook enkele nieuwbouwwoningen gesitueerd. Aan de westzijde van de straat bevindt zich een woning (huisnummer 3, nabij de kruising met de weg Steeg) en op circa 60 meter vanaf deze woning is het schietterrein van schutterij ‘Sint Sebastianus’ gelegen (huisnummer 7). Op dit schietterrein, dat is uitgerust met een kogelvanger, vindt traditioneel Oud-Limburgs schieten plaats. Op het onderstaande overzichtskaartje is de ligging van de locatie weergegeven:
Schutterij (nr. 7)
Woning nr. 3
Ligging plangebied in het rood omkaderde gebied
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 4 -
Motivering
1.3 Het omgevingsplan d het omgevingsplan van rechtswege (ook wel: het Ter plaatse van het plangebied vigeert thans tijdelijk deel van het omgevingsplan Horst aan de Maas, hierna aangeduid als TOP). Als onderdeel van dit TOP gelden ter plekke de volgende juridische regelingen: 1. bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ (incl. herziening 2020); 2. paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’; 3. paraplubestemmingsplan ‘Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’. Regeling bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ (incl. herziening 2020) Het plangebied is planologisch-juridisch geregeld in het TOP en meer specifiek in de regeling van het bestemmingsplan ’Buitengebied Horst aan de Maas’ (vastgesteld door de gemeenteraad van Horst aan de Maas d.d. 19.12.2017) en de herziening van dit plan in 2020. Hierin is het plangebied grotendeels bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. Ter plaatse van het meest zuidelijk gelegen deel van het plangebied geldt op een strookje van de locatie de bestemming ‘Wonen’. Op het onderstaande kaartje is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan weergegeven met het plangebied binnen de rode omlijning:
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ met gebied in rode kader
Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn de gronden ter plaatse van het plangebied bestemd voor: - agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik; - agrarisch hobbymatig grondgebruik; - grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen, - mestbe- en verwerking op bedrijfsniveau met een maximum van 25.000 ton per jaar; - een ander gebruik van gebouwen en gronden als nevenactiviteit, met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal ten hoogste 200 m² bedraagt, namelijk: o detailhandel in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of bewerkt, dan wel hieraan direct aanverwante producten; o zorgboerderij; o zorgvoorzieningen; TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 5 -
Motivering
o o o o
dagrecreatieve voorzieningen; extensief dagrecreatief medegebruik; bescherming van aardkundige waarden; het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 47*;
met de daarbij behorende: - tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat erfverhardingen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan voor zover bestaand; - uitsluitend bestaande paardenbakken; - verkeers- en parkeervoorzieningen; - voorzieningen van openbaar nut; - water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins; - groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. *Artikel 47: Ter plaatse van het plangebied is sprake van de aanduiding ‘overige zone - velden’; binnen dit gebied zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de volgende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden: - afwisseling van open landschappen met bomenlanen en een geordende verkaveling tot aan meer reliëfrijke open landschappen met landschapselementen (zoals bosjes) en dichte aaneengesloten bebouwingslinten; - bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Het is van belang dat de zichtlijnen op de achtergelegen akkercomplexen behouden blijven; - oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm en openheid tussen Kronenberg en Sevenum.
Het is belangrijk om de bol liggende gebieden open te houden (behouden cultuurhistorisch landschap); - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen; - om de karakteristiek te behouden heeft grondgebonden landbouw de voorkeur; - zichtlijnen over oude akkercomplexen; - de natuurwaarde is beperkt, al zijn de voorkomende soorten vaak (zeer) zeldzaam; met name akkervogels. - hoge natuurwaarde rondom Castenraysche Vennen en in Kabroek (weidevogels). Tenslotte gelden op het plangebied drie archeologische dubbelbestemmingen. Het overgrote deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit houdt concreet in dat bij bodemverstoringen dieper dan 0,30 meter én groter dan 100 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Een ander deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Dit houdt concreet in dat bij bodemverstoringen dieper dan 0,50 meter én groter dan 2.500 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het uiterste noordelijke hoekje van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 7’. Dit houdt in dat bij bodemverstoringen dieper dan 0,50 meter én groter dan 500 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is het realiseren van een woning niet toegestaan.
Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn de gronden ter plaatse van het plangebied bestemd voor: - wonen in een woning; - nevenactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - activiteit'; - aan huis verbonden beroepen, met de daarbij behorende: - tuinen, erven en terreinen; - paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen; TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 6 -
Motivering
-
uitsluitend bestaande paardenbakken; voorzieningen van openbaar nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
De kleine strook die binnen de woonbestemming valt kan vanwege de zeer beperkte omvang niet worden gebruikt voor het bouwen van een woning. Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020 Op 08.09.2020 is een herziening van het plan vastgesteld naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State (op basis van ingediende beroepschriften tegen het vastgestelde plan uit 2017). Deze herziening betreft grotendeels perceelsgerichte wijzigingen die geen betrekking hebben op het voorliggende plangebied. Daarnaast zijn twee algemene wijzigingen opgenomen in de regels die betrekking hebben op: - de aanpassing van de vergunningplicht voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op plekken waar een dubbelbestemming geldt (op de voorliggende locatie betreft dit de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 7’; - het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij als strijdig gebruikt wordt aangemerkt het binnen 30 meter van (onder meer) woningen en tuinen uitvoeren van fruitteelt of bomenteelt waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ leidt niet tot de mogelijkheid alsnog een woning te bouwen op het plangebied. De strijdigheid met het bestemmingsplan wordt hierdoor niet anders.
Regeling Parapluplan ‘Parkeren’ Dit facetbestemmingsplan zorgt ervoor dat voor de hele gemeente dezelfde parkeernormen gelden bij het oprichten van nieuwe functies. Op dit moment is dat de 'Nota Parkeernormen Horst aan de Maas’ (vastgesteld op 03.07.2019). Indien deze Nota parkeernormen wordt gewijzigd geldt automatisch diens opvolger als het nieuwe kader. Hoe met het aspect parkeren is omgegaan in dit plan wordt beschreven in paragraaf 2.3. Regeling Parapluplan ‘Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’ Dit parapluplan is opgesteld om een gemeentebrede regeling vast te leggen omtrent de huisvesting van internationale werknemers in de gemeente. Het paraplubestemmingsplan maakt in een aantal gevallen het huisvesten van arbeidsmigranten onder voorwaarden mogelijk. Bebouwing kan pas in gebruik worden genomen als huisvesting voor arbeidsmigranten wanneer voldaan wordt aan de opgenomen voorwaarden. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gezag bij het bepalen of kan worden voldaan. Hiermee is een uniforme regeling vastgelegd die geldt voor alle geldende ruimtelijke plannen. Dit parapluplan heeft nog geen relevantie voor het bouwen van de woning. Indien deze in gebruik is gelden de regels voor het huisvesten van internationale werknemers ook voor deze woning.
In het buitengebied is huisvesting van internationale werknemers alleen mogelijk na afgifte van een omgevingsvergunning door de gemeente. Wegnemen strijdigheid Het plangebied is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas’ (incl. herziening) bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. Op basis van deze bestemming is het realiseren van een woning niet toegestaan.
1.4 Leeswijzer De motivering bij dit TAM-omgevingsplan bestaat uit zeven hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 7 -
Motivering
gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. Daarnaast wordt ook de toekomstige eindsituatie besproken. In hoofdstuk 3 zijn de instructieregels en de beleidskaders op nationaal, provinciaal, d regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven en wordt afgewogen of het voorliggende plan daarbinnen inpasbaar is. In hoofdstuk 4 komen de effecten van het plan op de fysieke leefomgeving aan de orde. Hoofdstuk 5 handelt over de opbouw van de regels in dit TAM-omgevingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de regels. In hoofdstuk 6 komt de financiële uitvoerbaarheid aan de orde. Deze motivering wordt afgesloten met de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7. Hierin wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierbinnen komen de resultaten van de participatie en de eventueel ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 8 -
Motivering
2 Planbeschrijving d
2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gesitueerd tussen de straat Steeg en de schutterij Sint Sebastianus op nummer 7, met uitzondering van het woonkavel op nummer 3. Het perceel R 682 vormt de beoogde locatie van de vrijstaande woning. Hier heeft in het verleden reeds een boerderij met bijgebouwen gestaan. Op de onderstaande oude luchtfoto is zowel de bebouwing van woonhuis Staarterstraat 3 te zien als de bebouwing van het voormalige agrarisch bedrijf op het plangebied:
Gesloopte bebouwing
Bebouwing Staarterstraat 3
Oude luchtfoto met bebouwing Staarterstraat 3 en de inmiddels gesloopte bebouwing op het plangebied
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 9 -
Motivering
Onderstaand is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven: d
Recente luchtfoto met bebouwing Staarterstraat 3, plangebied binnen het rode kader
In de directe omgeving van het plangebied zijn hoofdzakelijk woningen aanwezig. Er zijn, buiten de reeds genoemde schutterij, slechts enkele afwijkende functies in de omgeving aanwezig. Aan de Steeg is zorgboerderij D’n Bongerd gelegen en aan de Boekweitstraat is Woonbegeleidingscentrum Korenhuys gevestigd; beide complexen betreffen maatschappelijke woonvormen. Aan de weg Hees (op circa 150 meter resp. 210 meter van het plangebied) zijn twee glastuinbouwbedrijven gelegen.
2.2 Toekomstige situatie Het voorliggende TAM-omgevingsplan voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de bouw van een woning op het perceel plaatselijk bekend als Staarterstraat ong. te Sevenum en kadastraal bekend als gemeente Sevenum, sectie R, nr. 682. Landschappelijk kader Zoals aangegeven in de beschrijving van de geldende planologisch-juridische situatie in dit gebied zijn de gronden in deze omgeving tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de volgende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. In dit gebied is sprake van afwisseling van open landschappen met bomenlanen en een geordende verkaveling tot aan meer reliëfrijke open landschappen met landschapselementen (zoals bosjes) en dichte aaneengesloten bebouwingslinten. De bebouwingslinten, die aanwezig zijn op en rond het plangebied, kennen wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Het is van belang dat de zichtlijnen op de achtergelegen akkercomplexen behouden blijven. In deze omgeving zijn oude akkercomplexen gelegen met karakteristieke bolle vorm en openheid (met name het gebied tussen Kronenberg en Sevenum). Bolle akkers komen in Nederland met name voor in Noord-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. Ze zijn duidelijk zichtbaar door hun bolle vorm, waarbij het midden van de akker hoger ligt dan de randen, en de hoeken het laagst.
Ze zijn ontstaan in de Late Middeleeuwen door het van buiten naar binnen toe ploegen van de grond. Waarschijnlijk leverde een bolle akker een betere afwatering op en warmde deze in het voorjaar TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 10 -
Motivering
sneller op dan een vlakgelegen akker, waardoor de productiviteit hoger was. Het is belangrijk om deze bol liggende gebieden open te houden (zij behoren tot het cultuurhistorisch landschap van deze streek) en om cultuurhistorisch waardevolle d bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen intact te laten. In het navolgende wordt hier verder op ingegaan. Zichtlijnen op akkercomplexen en behouden openheid Aan de Staarterstraat ligt de bebouwing in de huidige situatie ver uit elkaar. De bestaande woning aan de Staarterstraat 3 ligt op circa 85 meter afstand van de bebouwing van de schutterij, die vervolgens weer op circa 100 meter afstand van het meest nabijgelegen glastuinbouwbedrijf is gelegen. Daartussenin zijn er in de huidige situatie grote open ruimten die zicht bieden op het achterliggende landschap. In het verleden (zie beschrijving plangebied in paragraaf 2.1) is op de plek van het plangebied een agrarisch bedrijf gevestigd geweest met bijbehorende bebouwing (bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning met bijgebouwen). In die situatie was de bebouwing intensiever dan in de huidige situatie, maar toch waren er goede doorzichten naar het landschap.
De thans aanwezige grote ruimte tussen de woning op nummer 3 en de bebouwing van schutterij biedt mogelijkheden om alhier een woning ‘terug te bouwen’ zonder afbreuk te doen aan de landschappelijke kwaliteiten van dit gebied De hoofdbouwmassa van de woning wordt in lijn met de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woning geprojecteerd zodat de straatwand wordt gecontinueerd. Daarmee wordt ook bereikt dat de bouwmassa van de woning niet te ver het landschap binnendringt (in elk geval niet verder dan de achterzijde van de bebouwing behorende bij Staarterstraat 3). Daarmee wordt de openheid van het landschap zo min mogelijk aangetast. Op de onderstaande luchtfoto is de situatie ten aanzien van de doorzichten in de nieuwe situatie aangegeven. De begrenzing van de woonkavel is met de rode belijning aangegeven:
Doorzichten naar achterliggend landschap na realisering nieuwe woning
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 11 -
Motivering
Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In het voorliggende plan is geen sprake van het aantasten van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Ook is het plan niet gelegen in de d directe nabijheid daarvan. Dit aspect heeft derhalve geen invloed op het behouden van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Ruimtelijk-stedenbouwkundige situatie Het plangebied/de bouwlocatie is thans in gebruik als agrarisch weiland. Zoals aangegeven was hier in het verleden sprake van een agrarisch bedrijf met agrarische bedrijfsbebouwing en een bedrijfswoning met bijgebouwen. Aan deze zijde van de Staarterstraat is anno 2025 verspreide bebouwing aanwezig van een woning (nr. 3) en een schutterij (nr. 7). De bebouwing maakt onderdeel uit van een langere strook van bebouwing dat ‘begint’ in de Steeg (komende vanuit zuidwestelijke richting), waarna deze ‘de hoek om’ wordt voortgezet in noordelijke richting langs de Staarterstraat. Van hieruit wordt de bebouwing vervolgens langs de Staarterstraat doorgezet via de bebouwing van de schutterij en de bestaande bebouwing van glastuinbouwbedrijven in de richting van buurtschap De Hees. Bij De Hees is sprake van een ‘aftakking’ in de vorm van de Renkensstraat, waar eveneens bebouwing aanwezig is. De bebouwing loopt vervolgens tot aan het dorp Kronenberg. Van daaruit wordt de bebouwing minder intensief.
Op de onderstaande afbeelding is het verloop van deze bebouwing schematisch weergegeven:
De Hees
Sevenum Plangebied
Steeg Lintbebouwing Steeg-Staarterstraat-De Hees
Ruimtelijk-stedenbouwkundig biedt het plangebied - zoals in het voorgaande aangegeven voldoende ruimte om een vrijstaande woning te realiseren tussen de woning Staarterstraat 3 en de schutterij (Staarterstraat 7), zonder dat daarbij hét karakteristieke kenmerk van deze omgeving (doorzicht naar het achterliggende landschap) verloren gaat. Het plan voorziet in een inpassing van een bouwkavel in het buitengebied, aansluitend op de contour van de kern Sevenum.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 12 -
Motivering
De bebouwing van de bestaande grondgebonden woning op nummer 3 (het buurperceel) bestaat twee delen: een hoofdgebouw-gedeelte van twee bouwlagen met kap (gevel dwars op de weg) en een bijgebouw-gedeelte, eveneens in één bouwlaag met kap (gevel parallel aan de weg). Daarachter d liggen nog enkele bijgebouwen. Het aanzicht van de woning Staarterstraat 3 naast het plangebied is onderstaand weergegeven:
Woning Staarterstraat 3
Plangebied ↓
Situatie bestaande woning naast het plangebied
Bouwplan De voorgevelrooilijn van de nieuwe woning wordt geprojecteerd in het verlengde van de voorgevelrooilijn van de woning Staarterstraat 3. Aangezien deze voorgevel iets gedraaid ligt ten opzichte van de weg wordt de noordelijke punt van de voorgevel van Staarterstraat 3 aangehouden als maat tussen de nieuwe voorgevel en de openbare weg (circa 6 meter). De voorgevelrooilijn is op onderstaande luchtfoto geprojecteerd:
Positie voorgevelrooilijn, plangebied in rode kader
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 13 -
Motivering
Er is gekozen voor een hoofdbouwmassa in de vorm van een woning in één bouwlaag met een kap. Daarnaast wordt een lager, vrijstaand bijgebouw gebouwd dat zal gaan fungeren als garage. Ook dit bijgebouw wordt uitgevoerd in één bouwlaagd met kap. De onderstaande gevelaanzichten geven een beeld van de beoogde woning:
Aan de linkerzijde (de zijde waarnaast de woning Staarterstraat 3 ligt) zijn alleen gevelopeningen in de vorm van ramen op de verdieping voorzien. Dit is mede zo gedaan omdat de zijgevel van de eenlaags bebouwing van de aanpalende woning hier volledig blind is uitgevoerd. Het uitzicht vanuit de nieuwe woning is met name gericht op de achterzijde (richting landelijk gebied) en de rechterzijde (richting schutterij). Op deze manier is er nauwelijks tot geen sprake van privacybelemmeringen voor de naastgelegen woning. De voorgevelbreedte van de woning bedraagt 12,75 meter, de bouwdiepte bedraagt 8,7 meter. De nokhoogte bedraagt circa 7 meter. Er wordt tevens voorzien in een overkapping langs een gedeelte van de achterzijde van de woning. De garage (afmetingen 9 x 5 meter, nokhoogte circa 5 meter) wordt ter rechterzijde van de nieuwe woning gebouwd, waarbij de voorgevelrooilijn gelijk loopt met de achtergevelrooilijn van de woning. Hierdoor kan de volledige afstand (ruim 14 meter) tussen de openbare weg en de voorgevel van de garage worden benut als oprit. Onderstaand zijn de gevelaanzichten van de garage weergegeven:
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 14 -
Motivering
Op de onderstaande situatietekening zijn de posities van de woning en de garage ten opzichte van elkaar weergegeven (begane grond): d
Landschapsinpassingsplan (LIP) Door Ron Janssen Erf- en landschapsverfraaiing is een landschapsinpassingsplan vervaardigd (hierna: LIP). Dit plan zorgt ervoor dat de nieuwe woning goed wordt ingepast in het landschap. Het LIP is opgenomen als separate bijlage 7 bij deze motivering. De visie zoals verwoord in het LIP is om de nieuwe woning een luchtige enclave te laten zijn, omgeven met de bestaande ezelweide. Er is dan sprake van een boerenerf met veel openheid naar de aangrenzende weide en verder naar het open veld. Er wordt een haag aangelegd in de richting van de schutterij ten behoeve van de privacy aan deze zijde. De bestaande bomen worden in het plan de twee entreebomen aan beide zijden van de inrit. Met een rooilijn op 7,5 meter vanaf de weg/openbaar gebied (gelijk aan de aanpalende woning) is er voldoende ruimte om deze bomen te behouden. De woning en garage zijn gelegen op het boerenerf. Aan de voorzijde (straatzijde) wordt een beukenhaag geplant (met geleiding naar voordeur) en aan de achterzijde een gemengde haag met een houten raster, waarmee er een intensieve verbinding is met de ezelweide en het open veld. Een landschapspoort versterkt dit beeld. Een boerenerfsfeer met enkele fruitbomen en nog twee bomen maken dat de bebouwing in rustieke sfeer worden opgenomen in de groene randzone.
Het groen draagt ook bij aan privacy, een klimaatvriendelijke tuin (hittestress voorkomend) en geeft zo mooie rustieke knusheid op het erf voor de bewoners met mooie doorzichten. Zo ontstaat er een groene dorpsrand en voor de bewoners een landelijke groene plek om te wonen en te vertoeven. TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 15 -
Motivering
Met het juiste beheer vormt het een oase voor vele flora en fauna, waardoor een meerwaarde ontstaat voor de biodiversiteit. Zeker met het omliggende bestaande groen en het agrarische achterland is het een geschikte plek voor vogels, d vlinders en andere soorten. De wadi aan de rand van het erf wordt onderdeel van de tuin waardoor het water hier goed kan infiltreren. Het hemelwater zal geleid worden naar een infiltratiewadi op het achtererf. Hier kan het regenwater infiltreren. Op de onderstaande afbeelding is het LIP weergegeven. In het plan zijn de groenelementen verder uitgewerkt:
Bron: LIP (Ron Janssen Erf- en landschapsverfraaiing), separate bijlage 7
Vertaling in juridische regeling van het plan Het LIP is als bijlage bij de regels opgenomen waardoor het juridische status krijgt. Er is een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan het gebruik van de nieuwe woning. Dit gebruik mag pas plaatsvinden zodra de landschappelijke inpassing is gerealiseerd. Parkeren De Nota Parkeernormen Horst aan de Maas bevat de parkeernormen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze systematiek is tevens verankerd in het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’, onderdeel van het TOP van de gemeente Horst aan de Maas. Voor deze Nota Parkeernormen is ervoor gekozen om drie zones op te nemen: centrum, rest bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Het plangebied is gelegen binnen het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Binnen dit gebiedstype geldt voor een grondgebonden woning (‘woonhuis’) een parkeernorm van 2 (afgerond 2) parkeerplaatsen per woning. TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 16 -
Motivering
De parkeercapaciteit is het aantal auto’s dat op eigen terrein een plaats kan vinden. De beschikbare parkeergelegenheid op eigen terrein bij woningen wordt in de praktijk niet altijd als zodanig gebruikt. Een garage bij een woning wordt niet meegeteld als parkeermogelijkheid op eigen terrein. Dat d betekent dat er twee parkeerplaatsen op eigen terrein noodzakelijk zijn buiten de garage. Qua maatvoering dient een oprit minimaal 6 meter diep en 2,5 meter breed te zijn voor één auto. Elke parkeerplaats moet afzonderlijk kunnen worden gebruikt. De oprit is met ruim 14 meter voldoende lang. De breedte die nodig is voor het parkeren van voor een auto bedraagt 2,5 meter. Vóór de garage is voldoende ruimte om twee auto’s naast elkaar te kunnen parkeren; hiermee kan de parkeerbehoefte voor deze woning op eigen terrein worden gerealiseerd. Het plan voldoet daarmee aan de parkeernota.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 17 -
Motivering
3 Wet en regelgeving d
3.1 Rijksbeleid en Rijksregels Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. De NOVI stelt daarbij een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes.
Onderhavig plan Voor het onderhavige plangebied bevat de NOVI geen relevante uitgangspunten. In algemene zin kan worden aangegeven dat de nieuwe woning wordt gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied, in dit geval aansluitend op de bebouwingscontour van Sevenum. Instructieregels Rijk Artikel 5.1 van het Bkl bepaalt dat bij een wijziging van het (tijdelijke) omgevingsplan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen. In deze subparagraaf wordt ingegaan op de Rijksinstructieregels. Onderhavig plan Vanuit afdeling 5.1 van het Bkl (Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties) gelden voor het onderhavige plangebied met name instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van waterbelangen, het beschermen van de gezondheid en van het milieu en de bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. Deze aspecten komen in het navolgende aan de orde. Waarborgen van de veiligheid In Bijlage VI van het Bkl onder C. sub a. is aangegeven dat een woning gezien moet worden als een kwetsbaar gebouw. Volgens de huidige, beschikbare Atlas Leefomgeving is het plangebied niet gelegen binnen explosie-, brand of gifwolkaandachtsgebieden van infrastructuur en/of bedrijven met gevaarlijke stoffen.
Dit aspect is verder uitgewerkt in paragraaf 3.6 van deze onderbouwing. Beschermen van de waterbelangen In paragraaf 5.1.3 Bkl zijn instructieregels voor de bescherming van de waterbelangen opgenomen. Het gaat dan hoofdzakelijk om primaire waterkeringen, kustfundamenten, grote rivieren en grote wateren. Deze zijn voor het voorliggende plan niet relevant, aangezien de kern Sevenum buiten het stroomvoerend rivierbed of het waterbergend winterbed van de Maas gelegen is. Wél is de algemene instructieregel zoals vastgelegd in artikel 5.37 relevant, die aangeeft dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het (beheer van het) watersysteem. Welke aspecten voor het voorliggende plan daarbij aan de orde zijn is verwoord in paragraaf 3.9 van deze onderbouwing.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 18 -
Motivering
Beschermen van de gezondheid en van het milieu In paragraaf 5.1.4 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen van milieuhygiënische aard. Het betreft de aspecten luchtkwaliteit, geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en d industrieterreinen, trillingen, windturbines, bodemkwaliteit en geur. Deze aspecten komen - voor zover relevant voor dit plangebied - aan de orde in paragraaf 3.2 tot en met 3.5 van deze onderbouwing. Beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed In paragraaf 5.1.1.5 (artikel 5.130) is het belang van het behoud van het cultureel erfgoed vastgelegd (zowel erfgoed als archeologie). Naast instructieregels ter voorkoming van aantasting van cultureel erfgoed en archeologische monumenten is tevens de mogelijkheid opgenomen om in het omgevingsplan onderzoek naar archeologische waarden verplicht te stellen. Daarbij geldt te allen tijde een ondergrens van 100 m² voor archeologisch onderzoek. Meer hierover in relatie tot dit plan is opgenomen in paragraaf 3.8 van deze onderbouwing. In paragraaf 5.1.5.4 (artikel 5.129g. van het Bkl, ‘zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand’) is de motiveringseis van de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen.
Met toepassing van deze motiveringsplicht worden nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin dit gebied ligt. Deze motivering is in het navolgende opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit overzichtsjurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de stedelijke functie wonen is de ondergrens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling 'in beginsel' gelegd op de bouw van 12 woningen. Gelet op het voorliggende initiatief, waarbij sprake is van de bouw van één woning, kan worden gesteld dat dit ruim binnen de grens ligt van ontwikkelingen die ‘in beginsel’ niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kunnen worden beoordeeld. Deze specifieke kenmerken van de ontwikkeling leiden tot de conclusie dat deze ontwikkeling toch niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden gezien. Het doorlopen van de ’ladder voor duurzame verstedelijking’ is voor dit plan derhalve niet noodzakelijk.
Overige instructieregels Voor het overige zijn er vanuit afdeling 5.1 geen instructieregels van het Rijk van toepassing op dit plangebied. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om beperkingengebieden voor het spoor en voor Rijkswegen. Deze onderwerpen zijn op het plangebied niet relevant. Resumerend kan worden aangegeven dat voldaan wordt aan het Rijksbeleid en aan de instructieregels van het Rijk zoals opgenomen in het Bkl.
3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 is de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 19 -
Motivering
gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst. d De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers; - stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld; - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Er wordt gestreefd naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies. Compacte steden blijven het uitgangspunt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustiger en tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden.
Daarbij is er aandacht voor compacte binnensteden, het behoud van basisvoorzieningen en leefbaarheid. Onderhavig plan Limburgse principes-algemeen Het onderhavige plangebied is conform de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg gelegen binnen de zone ‘Buitengebied’. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het zijn alle andere gronden in het landelijk gebied buiten de natuur- en landschapszones. In deze zone is primair ruimte gereserveerd voor de ontwikkeling van landbouw, tuinbouw en de vrijetijdseconomie. Het accent is gelegd op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties voor de landbouw, het terugdringen van milieubelasting vanuit de landbouw en het bereiken van goede kwaliteit en goed functioneren van de ondergrond. Limburgse principes-woningbouw Limburg kent verstedelijkte en landelijke gebieden. Deze maken deel uit van een grensoverschrijdend netwerk van steden en landschappen. De provincie wil de variatie in gebieden koesteren en zet zowel in op duurzame verstedelijking als op de transitie van het landelijk gebied. Dit houdt in dat steden en dorpen compact blijven en stedelijke functies daar geconcentreerd worden.
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen horen in principe thuis in bestaand bebouwd gebied. Volgens de POVI wordt onder bestaand bebouwd gebied (in relatie tot wonen) het stedenbouwkundig samenspel oftewel samenhangende structuur van op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing verstaan, met een overwegende woonfunctie, waar veel mensen per oppervlakte eenheid daadwerkelijk wonen. Feitelijk onderscheidt de provincie binnen bestaand bebouwd gebied drie categorieën: stedelijk gebied, landelijke kernen en linten/clusters. De voorliggende ontwikkeling is te beschouwen als een woningtoevoeging aan de kern van Sevenum. Langs deze straat zijn al woningen, een schutterij en (iets verderop) glastuinbouwbedrijven gesitueerd, maar ook is op deze plek een volwaardig agrarisch bedrijf gevestigd geweest met een complex van aan- en bijgebouwen en agrarische bebouwing (zie foto in paragraaf 2.1). Geconcludeerd kan worden dat het plangebied is gelegen in bestaand bebouwd gebied. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Limburg. Ten aanzien van het thema wonen is aangegeven dat een woningaanbod/planvoorraad gewenst is waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Alle woningbouwontwikkelingen worden beschouwd als een provinciaal belang.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 20 -
Motivering
Instructieregels provincie (Omgevingsverordening Limburg) Artikel 8.0b, lid 1 van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een wijzging van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, naast de instructieregels d van het Rijk ook de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen. Onderhavig plan Voor het onderhavige plangebied gelden, gelet op de inhoud van het plan, instructieregels voor woningbouw, klimaatadaptatie en de overstromingskans. Deze aspecten komen in het navolgende aan de orde. Woningbouw (paragraaf 12.1.1 Omgevingsverordening) De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft dat: a) rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en hoofdstuk 5 (Wonen en leefomgeving) van de provinciale Omgevingsvisie; b) sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c) over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.
De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d) het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e) realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid van realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig plan Het onderhavige plan voldoet aan de gestelde criteria. Aan het criterium onder sub a. wordt voldaan, hetgeen reeds is beschreven in deze ruimtelijke motivering onder het kopje ‘Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI)’. Ten aanzien van sub b. kan worden aangegeven. Vooraf: Woondeal Limburg Op 9 maart 2023 is de Woondeal Limburg ondertekend door de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de provincie Limburg, alle Limburgse gemeenten, Waterschap Limburg en de Limburgse woningcorporaties. De Woondeal Limburg is de regionale uitwerking van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Met de Nationale Woon- en Bouwagenda wil de Rijksoverheid het woningtekort in heel Nederland terugdringen. De nationale opgave betreft de bouw van 980.000 woningen tot en met 2030, waarvan twee derde in het betaalbare segment.
In Limburg hebben de gezamenlijke gemeenten en de provincie met elkaar afgesproken 26.550 woningen voor de periode tot en met 2030 te bouwen. Eveneens hebben de partners een ambitie genoemd om 20.000 extra woningen te bouwen indien de situatie erom vraagt. In de Woondeal Limburg is afgesproken om in de eerste periode (2022-2024) 16.561 woningen toe te voegen. Op 7 november 2023 is de Woonmonitor 2023 van de provincie Limburg verschenen. Dit is een rapportage waarin de relevante en actuele ontwikkelingen op de Limburgse Woningmarkt worden geschetst aan de hand van de meest recente beschikbare cijfers. De Woonmonitor 2023 biedt een verscherpt en geactualiseerd beeld van de situatie op de Limburgse woningmarkt. Belangrijkste constateringen zijn dat de bevolking van Limburg in 2022, in tegenstelling tot de afgelopen tien jaar, is gegroeid en dat er ruim 4.500 woningen zijn gerealiseerd. Hiermee liggen de ambities uit de (in het voorgaande genoemde) Limburgse Woondeal op koers. Helder is dat in Limburg met name sprake is van een kwalitatieve woonopgave. De ingezette lijn van de Limburgse Agenda Wonen 20202023 wordt daarmee verder bekrachtigd. Het blijft dus van belang om plannen die voorzien in een urgente woonbehoefte (voor senioren, starters, internationale werknemers, spoedzoekers, in de
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 21 -
Motivering
sociale en middeldure huur) met voorrang te realiseren en de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig te transformeren. d Het aantal inwoners en aantal huishoudens in Limburg zullen volgens de prognoses de komende jaren blijven groeien. De bevolkingspiek ligt volgens de Progneff-prognose 2023 voor Noord-Limburg tussen 2035 en 2040, voor Midden-Limburg tussen 2030 en 2035 en voor Zuid-Limburg rond 2025. De huishoudenspiek ligt voor Noord-Limburg rond 2040, voor Midden-Limburg rond 2035 en voor Zuid-Limburg rond 2025. Volgens de Progneff-prognose 2023 zal alleen het aantal 75plushuishoudens de komende jaren stijgen. Alle andere huishoudenstypen nemen af. De vraag naar woningen die geschikt zijn voor één- en tweepersoonshuishoudens, in het bijzonder 75-plussers, zal groot blijven. Het woningtekort in Limburg was op 1 januari 2023 3%. Het woningtekort zal in NoordLimburg naar verwachting tot 2030 met 1% toenemen tot 5,7%. In Zuid- en Midden-Limburg daalt het woningtekort. In Zuid-Limburg kunnen na 2030 zelfs overschotten ontstaan. Het onderhavige plangebied is gelegen in de regio Noord-Limburg. In de Woonmonitor 2023 wordt geconcludeerd dat de uitgangspunten en conclusies uit de Woonmonitor 2022 worden bekrachtigd. Omdat bij de Woonmonitor 2023 geen Bijlagenboek is opgenomen wordt terugverwezen naar de resultaten van de Woonmonitor 2022.
Uit het woningbehoefteonderzoek dat ten grondslag ligt aan de Woonmonitor 2022 komt naar voren dat de woningbehoefte in Noord-Limburg het hoogst is van de drie subregio’s. Er is een positievere huishoudensontwikkeling van alle doelgroepen tot 65 jaar (ten opzichte van Midden- en Zuid-Limburg): in het migratiescenario wordt een extra huishoudenstoename van circa +2.725 bovenop de +6.155 huishoudens in het basisscenario verwacht. Er is een sterke behoefte aan nultredenwoningen in alle segmenten. Wat betreft het reguliere grondgebonden segment is er met name grote vraag naar sociale huurwoningen. Dit komt ook deels door de afnemende betaalbaarheid van het reguliere grondgebonden koopsegment. Vanuit het verhuisgedrag is het overschot aan goedkope reguliere grondgebonden koopwoningen relatief groot. Toch is er - met name vanuit de migratie (verhuisbewegingen van buiten de regio) ook een beperkte behoefte aan dure grondgebonden woningen. Daarentegen wordt vanuit verhuisgedrag juist een grote behoefte aan sociale huurwoningen en vrijesectorhuurwoningen opgemerkt. In Noord- (en Midden-)Limburg is er te weinig plancapaciteit om te voorzien in de bruto woningopgave (c.q. het aantal toevoegingen waar behoefte aan is) voor sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop.
Er is een netto-opgave van 8.605 woningen (Monitor 2022) De woning die wordt gerealiseerd met dit plan is een vrijstaande woning in het dure segment. Deze woning wordt gebouwd op een compensatiekavel die is ontstaan door de sloop van de woning Moleneind 13 te Meerlo in het kader van de aanleg van de hoogwatergeulen bij Ooijen en Wanssum en de daarmee verbonden inrichtingswerken. De aanleg van deze hoogwatergeulen maakte onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum waarbij naast de hoogwaterdoelstellingen onder meer ook de ontwikkeling van natuur en landschap centraal stond en tevens het ruimte bieden voor nieuwe economische ontwikkelingen. Omdat sprake is van de sloop van een woning in het kader van de hoogwatergeul is er formeel geen sprake van toevoeging van een woning, maar van herbouw van een gesloopte woning op een andere locatie. De bouw van deze woning heeft hierdoor geen invloed op de woningbouwprogrammering in deze woonregio. Ten aanzien van sub c. kan worden aangegeven dat op basis van de Regionale Woonvisie NoordLimburg 2020-2024 woningbouwplannen tot en met 10 woningen niet hoeven te worden afgestemd. Bovendien is sprake van een compensatiekavel waardoor er geen sprake is van toename van het aantal woningen. Deze eis is derhalve niet van toepassing op voorliggend project. Ten aanzien van sub d.
kan worden aangegeven dat sprake is van een compensatiekavel waardoor er geen sprake is van toename van het aantal woningen. Deze eis is derhalve niet van toepassing op voorliggend project.
TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 22 -
Motivering
Ten aanzien van sub e. kan worden aangegeven dat de woning zeker binnen de aangegeven periode van vijf jaar zal worden gerealiseerd. d Het voorliggende plan kan voldoen aan de in de Omgevingsverordening aangegeven criteria ten aanzien van nieuwe woningen. Klimaatadaptatie Conform artikel 3.5 van de OvL bevat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt op het gebied van wateroverlast, overstroming en droogte. Onderhavig plan Door klimaatverandering nemen hittestress, wateroverlast, droogte en de kans op overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Daarnaast staan de kwaliteit van de natuur en de biodiversiteit onder druk. Ook in de gebouwde omgeving. Het is van groot belang dat de gemeente Horst aan de Maas zich aanpast aan deze veranderingen. De overheid, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven werken aan de benodigde aanpassingen voor het omgaan met extreme weersomstandigheden en het versterken van de biodiversiteit, zodat dit het nieuwe normaal wordt.
De afwegingen inzake klimaatadaptatie zijn opgenomen in paragraaf 3.10 van deze onderbouwing. Overstromingskansgebied C Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht geldt voor overstromingskansgebied C een gemiddelde overstromingskans van 1:25 per jaar als omgevingswaarde. Deze omgevingswaarde is een inspanningsverplichting voor het Waterschap Limburg. De gemeente of de initiatiefnemer van dit plan hebben hier geen rol in. Resumerend kan worden aangegeven dat voldaan wordt aan het provinciaal beleid en aan de instructieregels uit de Omgevingsverordening Limburg.
3.3 Beleid en regelgeving Waterschap Waterschapsverordening Waterschap Limburg Sinds de invoering van de Omgevingswet geldt de Waterschapsverordening van het Waterschap Limburg. In deze verordening zijn ook de regels van de voormalige Keur opgenomen. Deze regels gaan over gedoogplichten, geboden en verboden op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken. De Waterschapsverordening bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Deze zijn opgenomen in bijlage I van de Waterschapsverordening. Plangebied Voor het voorliggende plangebied zijn in genoemde bijlage geen specifieke uitgangspunten vastgelegd, aangezien in en om het plangebied geen watergangen, waterkeringen et cetera gelegen zijn. Waterbeheerplan Waterschap Limburg 2022-2027 De gemeente Horst aan de Maas valt in de zin van wateraangelegenheden binnen het Waterschap Limburg. Het Waterschap is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. Het Waterbeheerplan 2022-2027 is het plan van het Waterschap Limburg waarmee de koers wordt uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg. Hierin is aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water.
In het plan is vastgelegd hoe men het TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 23 -
Motivering
watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen d overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast en het herstellen van beken. Plangebied Voor het voorliggende plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten. Waterparagraaf voor het plangebied De omgang met water op het plangebied komt aan de orde in paragraaf 3.9 van deze onderbouwing.
3.4 Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 (RWNL) zet voor nieuwbouwprojecten in op de realisering van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Om richting te geven aan de benodigde aantallen per doelgroep wordt er gebruik gemaakt van huishoudensprognoses. Nieuwbouwprojecten dienen invulling te geven aan de mismatch tussen de huidige woningvoorraad en de huishoudensprognoses. Een goede onderbouwing van de woningbehoefte blijft leidend. Daarom kiest de regio ervoor te werken met kwalitatieve richtlijnen. De uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn zijn: - toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; - koppelkansen benutten: het realiseren van woningen kan een middel zijn om andere opgaven aan te pakken zoals leegstand en invulling van cultuurhistorische waardevolle panden; - toevoegen van woningen leidt niet tot het vergrote van het kwetsbare woningoverschot; - het type toe te voegen woningen moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; - nastreven van sociaal duurzame woonconcepten; - aansluiting zoeken op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal zijn gesteld. Plannen die meer dan 10 woningen omvatten, worden regionaal afgestemd. Het voorliggende plan omvat slechts één woning en behoeft derhalve niet te worden afgestemd.
Het plan past daarmee binnen deze regionale woonvisie. De nieuwste huishoudensprognoses geven een gunstiger beeld voor Noord-Limburg dan de prognoses uit de vorige regionale woonvisie. De trend blijft echter hetzelfde. Het aantal huishoudens groeit tot 2036, dan komt een kantelpunt en zal het aantal huishoudens langzaam afnemen. Er zijn nu meer woningen nodig om de huishoudensgroei te faciliteren, maar het is ook zeker dat een deel van de woningvoorraad op termijn niet meer nodig is. Niets toevoegen is geen optie, omdat er thans een tekort is. Ook in kwalitatief opzicht zijn nieuwe woningen nodig. Nieuwbouwwoningen zijn immers veel energiezuiniger en voldoen over het algemeen veel beter aan de behoefte van de toekomst. Bovendien geeft het bouwen van nieuwbouwwoningen mogelijkheden om te sturen op het gewenste type en kwaliteit van de woning. De hierboven aangegeven kwalitatieve criteria vormen de basis van de RWNL. Deze dienen verder uitgewerkt te worden in de woningbouwprogramma’s van de Noord-Limburgse gemeenten.
3.5 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Op 16 december 2025 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om in 2040 een groene, gezonde woongemeente te zijn met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, TAM-omgevingsplan woning Staarterstraat ong. te Sevenum Gemeente Horst aan de Maas
- pagina 24 -
Motivering
een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid, veiligheid, groen, economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente. Aan de hand van acht thema’s wil de gemeente de ambitie tot eendsucces maken, deze worden hieronder kort toegelicht. 1. De leefomgeving is gezond en veilig De gemeente wil inzetten op een gezonde en veilige gemeente, waar iedereen kan wonen, werken, ondernemen, sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige en veilige omgeving. 2. Woningen en voorzieningen naar behoefte De gemeente wil voldoende woningen bouwen en bestaande woningen aanpassen om op de demografische veranderingen aan te sluiten. 3. De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving De gemeente wil inzetten op werk en groei voor ondernemers. Hierbij is het van belang om bedrijventerreinen te realiseren die circulair, groen en duurzaam zijn. De gemeente focust zich voornamelijk op lokale mkb-bedrijven en de agribusiness-keten. Echter, ook blijven de vrijetijdseconomie en de zorg belangrijke sectoren in de lokale economie en wil de gemeente deze sectoren ruimte geven in dorpen en het buitengebied. Zo wil de gemeente flexibele bedrijventerreinen inrichten, waar groei en ontwikkeling centraal staat. Daarnaast wordt er gezorgd voor ‘schuifruimte’. Op deze wijze kunnen bedrijven bij groei verhuizen.