CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

05c Bijlage 1 uitleg MIP

Gemeenteraad 1 juni 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet van €1.884.208 voor het uitvoeren Meerjaren Investerings Plan (MIP) in 2021.681 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Het Meerjarig Investeringsplan (MIP) In 2015 is de gemeente gestart met het project integraal accommodatiebeleid. Doel is om voor en met elk dorp (of cluster van dorpen) voor de toekomst een kwalitatief goed en duurzaam voorzieningenpakket samen te stellen dat past bij de aard en omvang van het dorp (wat, waar, voor wie, hoe). Daarmee zijn dorpen aan de slag gegaan en zijn er blauwdrukken opgesteld. Het MIP heeft een duidelijke relatie met het integraal accommodatiebeleid. De raad heeft in juli 2017 en december 2017 beleidskaders en reserves voor het integraal accommodatiebeleid vastgesteld. De ingediende blauwdrukken worden getoetst aan deze kaders. Uit deze toetsing volgen voorstellen voor de uitvoering van plannen. Deze voorstellen worden apart ter besluitvorming aangeboden via de jaarlijkse Perspectievennota. Als onderdeel van de Perspectievennota is de gemeente aan de slag gegaan met het in beeld brengen van de overkoepelende vraagstukken voor alle dorpen. Denk aan het binnensportonderzoek en de onderwijshuisvesting (via het Integraal huisvestingsplan onderwijs – IHP). In 2019 en 2020 hebben we hiervoor diverse voorstellen in de raad voorgelegd. Het integraal accommodatiebeleid omvat de ontwikkelingen en het beleid van de gemeentelijke vastgoedportefeuille.

Naast nieuwe projecten is het in stand houden en beheren (en deels aanpassen) van het gemeentelijk vastgoed belangrijk om aan de vraag van verenigingen te voldoen. Op basis van het MIP kunnen de accommodaties gerenoveerd worden om ze functioneler en duurzamer ter maken. Samengevat:

1. Toelichting duurzaamheidsscenario’s MIP In het MIP zijn alle vervangingen opgenomen die levensduur-verlengend zijn en een vervangingscyclus hebben van tussen de 10 en 40 jaar. Daarbij geldt voor de investeringssom een ondergrens van € 25.000. Zijn de vervangingskosten lager dan € 25.000 dan worden deze opgenomen in het meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Naast vervangingen worden in het MIP ook duurzaamheidsmaatregelen opgenomen waarbij de terugverdientijd tussen de 10 en 25 jaar ligt. In het MIP onderscheiden we drie duurzaamheidsscenario’s: 1. Alleen vervanging. De wettelijk verplichte duurzaamheidsmaatregelen zijn al opgenomen in het MJOP. 2. Vervanging en duurzaamheidsmaatregelen met een terugverdientijd van minder dan 10 jaar. 3. Vervanging en duurzaamheidsmaatregelen met een terugverdientijd van minder dan 25 jaar. Maatregelen met een terugverdientijd boven de 25 jaar worden voor bestaand vastgoed als ‘economisch niet haalbaar’ gezien. Dit soort maatregelen zijn alleen zinvol bij zeer grootschalige renovaties zoals het Gasthoesproject. In dat geval is sprake van een zodanige aanpak dat het bestaande gebouw weer vergelijkbaar is met een nieuw gebouw. Een terugverdientijd tussen de 25 en 40 jaar is in dat geval wel realistisch en economisch haalbaar.

2 Het MJOP en MIP en BTW-regelgeving Tot 1 januari 2019 konden we op basis van het Sportbesluit (fiscale regelgeving) bij het “gelegenheid geven tot sportbeoefening” de BTW (21%) van investeringen in of bij exploitatie van sportaccommodaties (inclusief onderhoud) in aftrek brengen. Per 1 januari 2019 is dit veranderd en is aftrek niet meer mogelijk. Deze wetswijziging leidt tot een structurele extra belastingopbrengst voor de Rijksoverheid. Omdat de wetswijziging direct voortvloeit uit Europese regelgeving en het (dus) geen bezuinigingsmaatregel is, heeft het kabinet eerder al aangegeven de opbrengst van deze extra belastingmaatregel terug te laten vloeien naar de gemeenten. De Rijksoverheid heeft daarvoor de subsidieregeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK) in het leven geroepen. De hoogte van de compensatie bedraagt in het gunstigste geval 17,5% van de kosten (incl BTW). Wanneer alle aanvragen landelijk opgeteld boven het plafondbedrag uitkomen, krijgt iedere gemeente een bepaald percentage van de oorspronkelijke aanvraag. Voorzichtigheidshalve houden we in de begroting rekening met een deel van 15% van de eerder genoemde 17,5%. Hierdoor zijn de verwachte inkomsten uit de SPUK (bijdrage derden) ingerekend op 85% van 17,5%. In de cijfers hebben we het MIP bruto berekend. Dat wil zeggen dat de bedragen verhoogd zijn met 21% BTW.

Daarmee borgen we de rechtmatigheid van toekomstige uitgaven. Daarnaast voorkomen we dat er bij financiële tegenvallers achteraf nog naar dekking moet worden gezocht. Op het moment dat duidelijk wordt dat er meer BTW gecompenseerd gaat worden, wordt dat bedrag in mindering gebracht op de MIP-bedragen. De raad wordt hiervan zal via de jaarlijkse begrotings- en/of bijstellingsmomenten op de hoogte gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10063086/1