05c Bijlage 1 Toetsingskader budgetsubsidie 2022
Tekst van het document
Toetsingskader budgetsubsidie 2022 Wat is nieuw? • •
• • •
•
Van 3 strategische doelen (iedereen kan meedoen, preventie en vitale gemeenschappen) naar 1 strategisch doel (vitale gemeenschappen). Subsidiëren op basis van outcome. Dat betekent dat de subsidieafspraken voortaan niet meer gaan over welke activiteit hoe vaak wordt uitgevoerd, maar over het (verwachte en gerealiseerde) effect dat de inzet van een maatschappelijke partner oplevert voor de inwoners van Horst aan de Maas. Verschuiving van evaluatie als controlemechanisme naar doorlopend met elkaar in gesprek zijn over inhoud en ontwikkeling. Subsidiëren met samenwerking tussen organisaties en met gemeenschappen als voorwaarde. We stoppen met de jaarlijkse subsidiedans. We gaan het subsidiebedrag per organisatie in één keer voor 4 jaar verlenen. Na 4 jaar stellen we de subsidie per organisatie definitief vast. Ondertussen zijn we continu met onze partners in gesprek over de inhoud. Als we aan het einde van een jaar tevreden zijn, geven we groen licht, waardoor de subsidie voor het komende jaar uitgekeerd gaat worden. Mandaat hiervoor komt bij de inhoudelijk clustermanager in afstemming met de verantwoordelijke portefeuillehouder te liggen. Het subsidiekader heeft geen einddatum. Wel is er de mogelijkheid het aan te passen op basis van voortschrijdend inzicht.
Stip op de horizon – vitale gemeenschappen In 2026 kijken we terug op een periode van 4 jaar waarin we samen met onze maatschappelijke partners bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van vitale gemeenschappen. We hebben een doorontwikkeling gemaakt van sturende naar faciliterende organisaties die hun vakkennis verbinden aan de contextuele kennis van de lokale situatie en de lokale omstandigheden. Samen met onze maatschappelijke partners hebben we onze focus verlegd van het individu naar collectieven en samenwerking. We hebben gemeenschappen ondersteund, door nog meer vanuit het geheel te kijken naar de uitdagingen in en van de gemeenschap. Denk hierbij aan hoe we op lokale schaal zorg gaan organiseren, hoe we onze nieuwe buren een warm welkom heten en hoe we een toekomstbestendig verenigingsleven behouden. In onze visie is een vitale gemeenschap een gemeenschap waar: • • • • • •
het goed samen leven is; het voorzieningenniveau op peil is; alle inwoners kunnen meedoen, als mensen daar ondersteuning bij nodig hebben kunnen ze gebruik maken van een vangnet van voorliggende of maatwerk voorzieningen; inwoners zich inzetten voor een gezonde leefomgeving; inwoners zelf initiatief nemen en samen hun eigen toekomst bepalen. Ze in eigen dorp/wijk/straat de dialoog voeren over wat belangrijk is; inwoners elkaar, maatschappelijke organisaties en de overheid uitdagen mee te denken over de grenzen en belangen van de eigen organisatie/vereniging.
Onze beleidsdoelen zijn gericht op het realiseren van deze vitale gemeenschap. Het budgetsubsidiekader draagt hieraan bij.
Nieuw toetsingskader budgetsubsidies Budgetsubsidie is een subsidie waarbij de subsidieverstrekker stuurt op beleidsdoelen. De subsidieverstrekker maakt samen met de subsidieaanvrager afspraken over de bijdrage van de partner aan de beweging richting vitale gemeenschap en wat dit concreet oplevert voor de inwoners/gemeenschappen van Horst aan de Maas. We zetten subsidies gericht in en sturen op outcome. We werken op basis van vertrouwen en geven maatschappelijke partners de ruimte om vanuit eigen inzicht en professionaliteit te werken. Het resultaat is een toetsingskader met als centrale vraag: wat levert de bijdrage en inzet van onze maatschappelijke partners op voor de inwoners van Horst aan de Maas. Dit blijft steeds onderwerp van gesprek met onze partners. Monitoring en ontwikkeling van deze kwalitatieve discussie hebben een prominente plek in de doorontwikkeling van dit kader. We informeren de gemeenteraad jaarlijks over de inzet van de maatschappelijke partners en hun bijdrage aan vitale gemeenschappen. 1.
Gezamenlijke doelen We streven naar zelfredzame gemeenschappen en individuele inwoners. Dit betekent dat onze inwoners mee kunnen doen in het dagelijkse leven en dat dorpen en gemeenschappen zelf initiatieven nemen. De taak van de overheid en maatschappelijke partners is deze beweging te faciliteren, daar waar het nodig is. Subsidieaanvragers krijgen subsidie als ze een bijdrage leveren aan deze beweging van Vitale Gemeenschappen. We onderscheiden twee soorten doelen: strategische doelen en uitvoeringsdoelen. Strategische doelen Deze zijn globaal geformuleerd en gelden voor de looptijd van dit subsidiekader. Het overkoepelende strategische doel is vitale gemeenschappen. Daarbinnen kennen we een aantal subdoelen. Vitale gemeenschappen. We subsidiëren organisaties die een bijdrage leveren aan het continue proces om te komen tot vitale gemeenschappen. De vitale gemeenschap is een gemeenschap waarin inwoners zich inzetten voor een gezonde leefomgeving. Waarin inwoners zelf initiatief nemen en hun eigen toekomst bepalen. Waarin ze in eigen dorp/wijk/straat de dialoogvoeren over wat belangrijk is. Het zijn gemeenschapen waar inwoners elkaar uitdagen mee te denken over de grenzen en belangen van de eigen organisatie/vereniging. De overheid en maatschappelijke partners faciliteren dit.
Om meer beeld en geluid te geven aan het abstracte begrip “vitale gemeenschappen” onderscheiden we drie subdoelen die duiding geven aan de onderdelen van vitale gemeenschappen die we belangrijk vinden. Samenwerken In de huidige tijdsgeest staat het individu en individueel presteren centraal. Deze oriëntatie op het individu biedt geen oplossingen voor uitdagingen om zorg of maatschappelijke opgaven op lokaal niveau te organiseren. Collectieven zijn nodig om sterke gemeenschappen te vormen. We subsidiëren organisaties die bereid zijn zich de komende jaren in te zetten voor samenwerking en het versterken van collectieven. Dit betreft zowel samenwerking tussen organisaties onderling als met (gemeenschaps)initiatieven. We vragen organisaties buiten de grenzen van hun eigen organisatie en belang te treden. Om dit te realiseren is het belangrijk dat we ons als gemeente opstellen als betrouwbare partner en dat we initiatief nemen om de partijen met elkaar te verbinden. Het geheel centraal
We willen gemeenschappen, nog meer dan nu al wordt gedaan, stimuleren om vanuit het geheel te kijken naar de uitdagingen waar zij als gemeenschap voor staan. Deze brede blik is nodig om als lokale gemeenschap de beperkt beschikbare ‘gemeenschapstijd en -expertise’ op het juiste moment aan het juiste thema te besteden. We verwachten van onze partners die een budgetsubsidie ontvangen dat ze gemeenschappen faciliteren in het maken van de juiste afwegingen. Ieder zijn eigen rol Vitale Gemeenschappen ontstaan ‘van onderop’. Duurzame, vitale gemeenschappen ontstaan vanuit een door verenigingen en betrokken burgers gedragen, open proces en niet omdat deze door een overheid worden afgekondigd. De kennis, competenties en ervaring die nodig zijn om een vitale gemeenschap in stand te houden is meer dan voldoende aanwezig in Horst aan de Maas. De kunst voor de mensen die actief zijn in deze gemeenschap is om dit aan te boren. De kunst voor ons als overheid en maatschappelijke partners is om op een goede manier met onze ‘vakkennis’ aan te sluiten op de ‘contextkennis’ (de kennis van de lokale situatie en de lokale omstandigheden) die al in de gemeenschap aanwezig is. We subsidiëren (alleen) organisaties die niet in producten maar in vraagstukken denken die spelen/leven in de gemeenschap.
We bemoedigen hierbij het ontstaan van lokale coalities (samenwerkingen tussen informele en formele partijen). Uitvoeringsdoelen Dit zijn deeldoelen van de strategische doelen. Deze deeldoelen bereikt de gemeente door in samenspraak met de subsidieontvangers af te stemmen hoe hier invulling aan gegeven gaat worden. De deeldoelen geven concreet aan wat de gemeente wil bereiken op een bepaald beleidsvlak. Dit biedt de gemeente maar ook de subsidieontvanger de mogelijkheid om in te spelen op belangrijke trends en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om een flexibele houding en het kunnen leveren van maatwerk. De uitvoeringsdoelen worden jaarlijks heroverwogen. 2. Voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen. • • • • •
• •
3.
De subsidieaanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals benoemd in de algemene subsidieverordening van de gemeente.. De subsidieaanvraag stimuleert het versterken van vitale gemeenschappen. De subsidieaanvraag voldoet aan het strategische doel: Vitale Gemeenschappen. De subsidieaanvrager erkent en levert een bijdrage aan de drie strategische subdoelen. Bij aanvraag geeft de subsidie aanvrager aan, wat de verwachte outome is van hun inzet voor de inwoners van Horst aan de Maas en hoe ze wensen dit tijdens de monitoring toe te lichten. De subsidieaanvrager verstrekt bij de aanvraag een financiële begroting. De subsidieaanvrager doet actief mee in het proces om te komen tot meer en betere samenwerking tussen organisaties onderling en met gemeenschappen.
Monitoren en ontwikkelen Strategische doelen en uitvoeringsdoelen Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag kijkt het college of de aanvraag voldoet aan de strategische doelen. We gaan in gesprek over de verwachte outcome (wat levert je inzet de inwoners van Horst aan de Maas op?) en de manier waarop organisaties dit inzichtelijk maken. Uitvoeren doelen De subsidieontvangers gaan aan de slag met het realiseren van toegevoegde waarde voor inwoners
van Horst aan de Maas. Aanpassingen aan verwachte en afgesproken outcome gebeurt in samenspraak tussen college en subsidieontvanger. Monitoren en ontwikkelen We beginnen aan het nieuwe subsidiekader door samen met onze strategische partners invulling te geven aan de outcome die we gaan meten en hoe ze denken deze inzichtelijk te maken. Met deze afspraken als vertrekpunt zijn we minimaal één keer per jaar individueel en één keer per jaar collectief met elkaar in gesprek. In deze gesprekken staan we stil bij wat de inzet voor een meerwaarde heeft opgeleverd voor inwoners van Horst aan de Maas. In de monitoring is er ook aandacht voor reflectie op wat werkt en waar verbeterpunten liggen. Monitoren en ontwikkelen is geen éénrichtingsverkeer. Tijdens de gesprekken wordt ook de rol van de gemeente onder de loep genomen. Lessen geleerd in 1 jaar vormen de input voor hoe we verder gaan in het volgende jaar. Resultaat Eenmaal per jaar concludeert de clustermanager in samenspraak met de verantwoordelijke portefeuillehouder, op basis van hetgeen de inzet heeft opgeleverd voor inwoners, of er voldoende is bijgedragen aan de beweging van Vitale gemeenschappen. Betrekken van de gemeenteraad De raad wordt jaarlijks uiterlijk in juli geïnformeerd over de opbrengsten van het monitoren en ontwikkelen van het jaar ervoor. De gerealiseerde outcome vormt hiervoor de basis.
Eenmaal per vier jaar organiseren we een gezamenlijk werkbezoek waar college, raadsleden, budgetsubsidieontvangers en inwoners met elkaar praten over het werk van de subsidieontvangers. De gemeente neemt het initiatief om deze bijeenkomst te initiëren. 4. De manier waarop we de subsidie berekenen De subsidie kan in één keer verleend worden voor de duur van 4 jaar. Dit gebeurt op basis van een ingediende aanvraag. Aan de hand van een financiële en inhoudelijke verantwoording van wat de verwachte outcome is van de geleverde inzet wordt per jaar het eerder verleende bedrag vrijgegeven. Mocht het zo zijn dat er nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen zijn waarop we (subsidieverstrekker en subsidieontvanger) willen inspelen dan kan dit, uiteraard is het hierbij mogelijk om het subsidiebedrag naar boven of onder bij te stellen. Voor subsidies boven de 100.000 euro is een accountantsverklaring nodig. 5. Het voor aanvragen beschikbare subsidiebedrag De raad stelt eenmaal, bij de meerjarenbegroting, het bedrag vast dat beschikbaar is voor budgetsubsidies voor de komende 4 jaar.