05c.5 Infiltratieonderzoek en beschouwing wateropgave
Tekst van het document
Infiltratieonderzoek
en
beschouwing wateropgave
t.b.v.
nieuwbouwwoning
aan
de Staarterstraat 5 te Sevenum GA240004.005.R01.V1.0
19
(geanonimiserd)
GEONIUS
april 2024
Infiltratieonderzoek
en
beschouwing wateropgave
t.b.v. nieuwbouwwoning
aan
de Staarterstraat 5 te Sevenum
Documentnummer
GA240004.005.R01.V1.0 19
april 2024
Opdrachtgever Ruimte
voor
Limburg
Ruimte
C.V
Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 88 130 06 00
info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Handtekening Adviseur
geohydrologie
Collegiale toets
GA240004.005.R01.V1.0
(geanonimiseerd) sc. TN sc. (geanonimiseerd) EN
2van12
(geanonimiseerd) GEONIUS
&
Inhoud 1
Inleiding
2
Grondonderzoek
2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5
Algemeen Inmeting Boringen Doorlatendheidsmetingen Archiefgegevens
3
Bodemgesteldheid
3. 1 3. 2 3. 3 3. 4
Terrein en projectomgeving Bodemopbouw Grondwaterstand Doorlatendheid
4
Infiltratie hemelwater
4. 1 4. 2
Toetsing Conclusie
5
Dimensionering infiltratievoorziening
5. 1 5. 1. 1 5. 2 5. 3 5. 3. 1 5. 3. 2 5. 4
Uitgangspunten Algemeen Ontwerpadvies Overige ontwerpaspecten Algemeen Wadi Voorzuivering en onderhoud
Bijlagen
... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ..
... ... .... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ...
4 5 5 5 5 5 5
.. .... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ..
6 6 6 6 7
.. ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ..
8 8 9
. ... ... ... ... .
10
... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .
... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .
... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .
11 11 11
12
.. ... .... ... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... .
Bijlage 1 Situatietekening Bijlage 2 Boringen Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen Bijlage 4 Dimensionering infiltratievoorziening
GA240004. 005. R01. V1. 0
10 10 10
3 van 12
13
1 Inleiding In opdracht van Ruimte voor Ruimte Limburg C. V heeft Geonius een infiltratieonderzoek en een beschouwing van de wateropgave uitgevoerd. Dit was nodig voor de realisatie van een nieuwbouwwoning aan de Staarterstraat 5 te Sevenum. De ligging van de projectlocatie is weergegeven in Figuur 1. 1. Bij het infiltratieonderzoek zijn handboringen en doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Voor de uitgangspunten voor het ontwerp van de infiltratievoorziening wordt verwezen naar paragraaf 5. 1. Separaat aan dit onderzoek is door Geonius een verkennend bodemonderzoek verricht. De resultaten hiervan zijn reeds gerapporteerd in het rapport met kenmerk MA240069. R01. V1. 0 (d. d. 2 april 2024). Voorliggend rapport bevat de resultaten van het uitgevoerde infiltratieonderzoek. Daarnaast is hierin de beschouwing van de wateropgave verder uitgewerkt.
Figuur 1. 1: Luchtfoto met ligging projectlocatie [bron: Google Earth]
GA240004. 005. R01. V1. 0
4 van 12
2 Grondonderzoek 2. 1 Algemeen Ten behoeve van het grondonderzoek zijn in maart 2024 twee handboringen en twee doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Hieronder is het uitgevoerde onderzoek verder beschreven.
2. 2 Inmeting De situering met de coördinaten van de onderzoekspunten zijn op situatietekening GA240004. 005. T01 weergegeven welke in Bijlage 1 is opgenomen. De onderzoekspunten zijn met behulp van 06-GPS ingemeten t. o. v. het Rijksdriehoekstelsel en NAP met een nauwkeurigheid van ca. 01 m. Alle gegevens van de inmeting zijn een momentopname en daarmee alleen te gebruiken in het kader van voorliggend onderzoek. ,
,
2. 3 Boringen Om de toplagen nader te verkennen en doorlatendheidsmetingen uit te kunnen voeren zijn op de locatie twee handboringen (genummerd GA240004. 005 DB01 t/m DB02) tot ca. 1 á 2 m- maaiveld uitgevoerd. Tijdens de boorwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal geïdentificeerd en beschreven conform NEN-EN-ISO 146881:2019+NEN 8990:2020: boorklasse B3. De boorstaten zijn gepresenteerd ten opzichte van maaiveld en NAP en zijn opgenomen in Bijlage 2. ,
2. 4 Doorlatendheidsmetingen In de boorgaten zijn doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Deze zijn genummerd GA240004. 005 DM01 t/m DM02 en zijn opgenomen in Bijlage 3. De doorlatendheidsmetingen zijn volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet) gemeten. Om de meting te kunnen uitvoeren wordt allereerst een gat geboord tot de onderkant van de te beproeven laag. Vervolgens wordt in het boorgat water toegevoegd en wordt de daling van de grondwaterstand per tijdseenheid gemeten hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. ,
,
2. 5 Archiefgegevens Aanvullend op het grondonderzoek zijn met een bureauonderzoek Hiervoor zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Projectarchief Geonius; DINOloket van TNO; • • Grondwatertools van TNO; • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
GA240004. 005. R01. V1. 0
5 van 12
gegevens
verzameld
van
de projectlocatie.
3 Bodemgesteldheid 3. 1 Terrein en projectomgeving Het terrein was ten tijde van de uitvoering van het grondonderzoek braakliggend. Tijdens de uitvoering van het infiltratieonderzoek lag het maaiveld ter plaatse van de onderzoekspunten op een niveau van NAP +2814 tot +2807 m. Op basis van de ingemeten onderzoekspunten heeft het terrein een hoogteverschil van ca 01 m. Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) wordt dit hoogteverschil op het terrein bevestigd (Figuur 3. 1). ,
,
,
Figuur 3. 1: Hoogteprofiel perceel op basis van het AHN4
3. 2 Bodemopbouw De bodemopbouw kan op basis van het uitgevoerde grondonderzoek door middel van het volgende lagensysteem worden beschreven:
en
de geraadpleegde openbare bronnen
Toplaag (Formatie van Boxtel) Vanaf maaiveld (ca. NAP +281 m) wordt tot de maximaal verkende boordiepte siltig matig fijn zand aangetroffen. Het betreft de derde zandige eenheid van de Formatie van Boxtel het betreft een hoofdzakelijk zandig pakket welke volgens het GeoTOP v1. 6 model reikt tot ca. NAP +200 m. ,
,
,
,
Onderlaag (Formatie van Beegden) Hieronder bevinden zich middelgrof tot grofzandige afzettingen behorende tot de Formatie van Beegden. Deze goed doorlatende afzettingen reiken tot ca. NAP +50 m. ,
3. 3 Grondwaterstand Het grondwaterniveau is tijdens de uitvoering van het grondonderzoek in de boorgaten vastgesteld op een diepte van ca. 10 m-maaiveld (DB01). In DB02 is geen grondwater aangetroffen tot ca. 20 m- maaiveld. In de milieukundige boringen (MA240069) is het grondwaterniveau gepeild op ca. 08 à 12 m- maaiveld. Dit komt overeen met ca. NAP +271 m. Het betreft hier slechts een eenmalige meting waardoor deze waarneming slechts een indicatie betreft. ,
,
,
,
GA240004. 005. R01. V1. 0
,
6 van 12
,
De grondwaterstand verschilt van seizoen tot seizoen en wordt beïnvloed door variërende neerslag lagenopbouw en lokale omstandigheden (aanvoer van grondwater uit hoger gelegen gebieden grondwateronttrekkingen kwel en/of inzijging). Het is niet uit te sluiten dat in nattere of drogere jaargetijden een hogere of lagere grondwaterstand kan worden aangetroffen. Exacte vaststelling van de grondwaterpotentialen en fluctuatie hiervan kan alleen middels frequente en/of langdurige peilbuismetingen worden verkregen.
,
,
,
,
Op basis van een isohypsenkaart en openbare peilbuisgegevens van TNO Grondwatertools wordt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op de locatie door ons ingeschat op ca. NAP +266 m. Op basis van het uitgevoerde grondonderzoek wordt de GHG ingeschat op ca. 10 m- maaiveld oftewel ca. NAP +271 m. ,
,
,
,
,
Het infiltratiesysteem dient te allen tijde boven de grondwaterstand aangelegd te worden derhalve adviseren wij alvorens de voorziening aan te leggen een beter inzicht te verkrijgen in de grondwaterstand. Dit kan door middel van het monitoren van de grondwaterstand in een peilbuis. ,
3. 4 Doorlatendheid Om de doorlatendheid van de bodem ten behoeve van infiltratie te berekenen zijn twee onverzadigde zone uitgevoerd middels de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet). ,
proeven
in de
Bij de doorlatendheidsproeven worden drie metingen uitgevoerd. De eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is. Bij de volgende twee metingen raakt de grond langzaam verzadigd. De derde meting is meestal maatgevend voor de doorlatendheid. De range van gemeten doorlatendheden is opgenomen in Tabel 3. 1. Tabel 3. 1: Gemeten doorlatendheden
Meting
Traject [m- maaiveld]
Traject [m t. o. v. NAP]
Grondsoort
Doorlatendheid [m/d]
DM01
00 – 10 ,
+281 tot +271
DM02
10 – 20
+271 tot +261
ZAND fijn siltig ZAND fijn siltig
,
,
,
GA240004. 005. R01. V1. 0
,
,
,
,
7 van 12
,
,
10 – 11
,
,
< 01,
,
,
4 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: • de doorlatendheid groter is dan ca. 02 m/d*; • de grondwaterstand dieper dan 05 à 07 m minus maaiveld aanwezig is; ,
,
,
het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd.
•
*
Infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren.
4. 1 Toetsing In Tabel 4. 1 zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaats van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet. Tabel 4. 1: toetsing waterdoorlatendheid conform Cultuurtechnisch Vademecum (2008)
Meting
Traject
Traject [m t. o. v. NAP]
Maatgevende doorlatendheid [m/d]
[m- maaiveld] DM01
,
00
–
,
10
+281 tot +271 ,
10
DM02
10
–
20
+271 tot +261,
< 01,
,
,
,
Classificatie doorlatendheid bodem
Gunstige mogelijkheden voor infiltratie
Goed Slecht
Ja
,
,
Nee
Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van ca. 10 mmaaiveld ofwel ca. NAP +271 m. ,
,
Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 10 m- maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen silthoudende ondergrond). Daarnaast heeft waterdoorlatende verharding niet tot nauwelijks een bergende functie. Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. ,
,
,
2.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 10 m- maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk robuust en goed onderhoudbaar systeem. ,
,
3.
,
Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot ca. 35 m- maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten infiltratiekoffers putten en/of infiltratieriool. Dit ,
,
GA240004. 005. R01. V1. 0
8 van 12
,
,
behoort niet tot de mogelijkheden gemeten slechte doorlatendheid. 4.
vanwege
het relatief hoge grondwaterpeil
op
de locatie
en
de
Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan ca. 35 m- maaiveld). Dit kan middels grindpalen naar een dieper niveau. Dit behoort tot de mogelijkheden maar biedt gezien de zandige toplaag geen toegevoegde waarde. Tevens dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden. ,
,
4. 2 Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater gedeeltelijk tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is slecht tot goed. Echter is de grondwaterstand op locatie relatief hoog (ca. 10 m- maaiveld) waardoor infiltratie van hemelwater alleen mogelijk is in de bovengrond. We adviseren daarom als infiltratievoorziening een wadi aan te leggen voor het afkoppelen van het ,
,
,
hemelwater van de nieuwbouw. We adviseren deze aan te leggen op de voorzijde van het perceel ter plaatse van DB01 gezien de goed doorlatende ondergrond (k = 10 m/d). Op de achterzijde van het perceel zijn de infiltratiemogelijkheden naar verwachting beperkt gezien de slechte doorlatendheid (k < 01 m/d). Het voorgestelde infiltratiesysteem wordt in navolgend hoofdstuk nader uitgewerkt. ,
,
,
GA240004. 005. R01. V1. 0
9 van 12
5 Dimensionering
infiltratievoorziening 5. 1 Uitgangspunten Ten aanzien van de het totaal afwaterende oppervlak de slechte tot goede doorlatendheid van de ondergrond en relatief hoge grondwaterstand op de projectlocatie adviseren wij het toepassen van een wadi als infiltratiesysteem. In de berekeningen is rekening gehouden met infiltratie door de bodem en wanden van de wadi. Bij het dimensioneren van de voorziening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ,
,
5. 1. 1 Algemeen •
•
•
conform gegevens verstrekt door de opdrachtgever bedraagt het totale afwaterend oppervlak voor de uitbreiding ca. 295 m;2 conform het gemeentelijk rioleringsplan Horst aan de Maas dient de voorziening gedimensioneerd te worden op een bergingseis van 53 mm/m²; de hoeveelheid toestromend water is berekend op basis van het afwaterend oppervlak en de gehanteerde bergingseis. De uitkomst van deze berekeningen bedraagt ca. 156 m;3 conform de richtlijnen van RIONED wordt een ledigingstijd van maximaal 24 uur gehanteerd. Indien vanwege de doorlatendheid niet aan de ledigingstijd van 24 uur kan worden voldaan kan een leegloopvoorziening worden toegepast; conform ISSO-publicatie 70. 1 is de afvloeiingscoëfficiënt aangehouden op 1; dat wil zeggen dat alle neerslag op het beschouwde oppervlak in het infiltratiesysteem terecht komt. voor de wadi is uitgegaan van een talud van 1:3 of flauwer zodat deze nog machinaal gemaaid kan worden; voor de wadi wordt uitgegaan dat deze ontstaat door ontgraving van het terrein en begroeid zal zijn met gras. Derhalve is voor de berekening van de wadi conform de Leidraad Riolering uitgegaan van de doorlatendheid van gras welke conform de Leidraad 05 m/dag bedraagt. In de berekeningen wordt derhalve uitgegaan van een doorlatendheid van 05 m/dag.
Eventueel kan de bodem van de wadi voorzien worden van drains en drainagezand; voor de berekening is uitgegaan van een wadi met een diepte van 05 m en een waakhoogte van 01 m. De maximale waterdiepte komt hiermee op 04 m; voor het dimensioneren van een voorziening middels een wadi is als doorlatend oppervlak conform de Leidraad Riolering 40% van de hoogte van de wanden meegenomen en 100% van het bodemoppervlak; ,
,
•
•
,
•
•
,
,
•
,
,
,
•
Indien wordt afgeweken van voornoemde uitgangspunten dan dient ons bureau te worden gecontacteerd daar dan het advies mogelijk moet worden aangepast.
5. 2 Ontwerpadvies In Tabel 5. 1 is berekend welke dimensionering de voorzieningen minimaal moet hebben om aan de eisen te voldoen en of de voorziening daarmee aan de ledigingstijd voldoet. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen afwijkende afmetingen worden toegepast. Bij de berekeningen is uitgegaan van een stationaire situatie. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 4.
GA240004. 005. R01. V1. 0
10 van 12
Tabel 5. 1: Afmetingen infiltratievoorziening: wadi
Bodemlengte [m]
Bodembreedte [m]
Diepte
Waakhoogte
[m]
[m]
90
40
05
01
,
,
,
Talud
1:3
,
Ruimtebeslag
Berging
Leeglooptijd
[m]2
[m]3
[uur]
12 x 7
212
19
,
We adviseren de wadi aan te leggen aan de voorzijde van het perceel gezien de goede doorlatendheid van de ondergrond (DB01). Ondanks dat wordt uitgegaan van wadi welke ontstaat door ontgraving van het terrein en begroeid zal zijn met gras (k = 05 m/d) is het wenselijk deze aan te brengen in een zo goed mogelijk doorlatende ondergrond zodat ook de doorlatendheid van de omliggende bodem zoveel mogelijk benut wordt wat het functioneren van het systeem zal bevorderen. Ter plaatse van DB02 is de doorlatendheid slecht (k < 01 m/d) een wadi zal hier beperkt kunnen infiltreren richting de diepere ondergrond. Hiervoor zullen aanvullende maatregelen genomen moeten worden om aan de ledigingstijd te kunnen voldoen (vertraagde afvoer richting oppervlaktewater o. i. d. ). ,
,
,
,
Op basis van bovenstaande dimensionering en de gehanteerde bergingseis zal de wadi voldoende snel ledigen om een volgende bui op te kunnen vangen. Een aanvullende ledigingsvoorziening om (indirect) richting oppervlaktewater te kunnen afvoeren is niet nodig. Alvorens de wadi aan te leggen adviseren wij de grondwaterstand en dan met name de GHG te verifiëren. De infiltratievoorziening dient te allen tijde boven de GHG aangelegd te worden wij raden derhalve een aanlegniveau van 05 m boven GHG oftewel ca. NAP +276 m. ,
,
,
,
,
5. 3 Overige ontwerpaspecten 5. 3. 1 Algemeen Het infiltratiesysteem dient van een noodoverstort te worden voorzien zodat bij falen van het systeem het hemelwater naar elders kan afstromen zoals het gemeentelijk (HWA) riool of een nabijgelegen watergang. Indien gekozen wordt voor een ondergrondse overstort op het gemeentelijke riool dan dient de overstort van een terugslagklep te worden voorzien. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de hoogte van de overstort deze moet onder vrij verval kunnen afstromen richting het riool. ,
,
,
5. 3. 2 Wadi Tijdens de aanleg van de wadi dient te worden opgelet dat de bodem niet wordt dichtgereden of verslempt door bouwverkeer. In deze fase vormt ook het dichtslibben van de bodem door bouwafval zand en slib een risico welke de infiltratiecapaciteit negatief beïnvloedt. ,
Wij adviseren de wadi van een bodemfilter te voorzien met humeus materiaal. Hierop kan vegetatie groeien waarvan de beworteling zorgt voor een doorlopend poriënstelsel hetgeen de infiltratie bevordert. Het maaien van de grasgedeeltes van de wadi dient in goede weersomstandigheden plaats te vinden. Er dient voorkomen te worden dat eventuele beplanting de wadi overwoekerd. Afgevallen blad dient regelmatig uit de voorziening verwijderd te worden.
,
,
GA240004. 005. R01. V1. 0
11 van 12
5. 4 Voorzuivering en onderhoud Door bezinking van slibdeeltjes kan vervuiling van het systeem optreden waardoor de goede werking wordt beïnvloed. Het is daarom gewenst om bij de inlaat van het systeem een slibvang in te bouwen zodat vuil bladeren etc. kunnen worden afgevangen. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om het aanvoersysteem op te schonen. Wij adviseren hiervoor voorzieningen aan te brengen. Wij wijzen er nadrukkelijk op het infiltratiesysteem regelmatig van onderhoud te voorzien. ,
,
,
,
Het te infiltreren hemelwater dient gezuiverd te worden door middel van een bodemfilter of zuiverend substraat. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. We adviseren een bodemfilter aan te leggen in de toplaag van de wadi. Een bodemfilter bestaat uit een organische stof- en lutumhoudende toplaag waarin verontreinigingen zich binden. De samenstelling moet een compromis zijn tussen het bindend vermogen van verontreinigingen en de waterdoorlaatbaarheid van de toplaag. Aanbevolen wordt om een bodemfilter aan te leggen met een lutumgehalte van 3 - 5 % en een organische stofgehalte van 2 - 4 %. Indien organische stof wordt toegevoegd dient dit te gebeuren in de vorm van stabiele humus omdat ‘verse’ organische stof (amorfe humusdelen) gemakkelijk uitspoelt en dus ook de hieraan gebonden verontreinigingen ,
,
Er dient rekening gehouden te worden met het dichtslibben van het bodemfilter. Het goed functioneren ervan zal dan ook sterk onderhoudsafhankelijk zijn. Er wordt dan ook geadviseerd de doorlatendheid van het bodemfilter periodiek te meten en indien nodig het bodemfilter te vervangen. Er zijn voorzuiveringssystemen beschikbaar waarmee tot ca. 80% van de vaste bestanddelen uit het te infiltreren water kunnen worden afgevangen. Zo kan toepassing van een goede voorzuivering en regelmatig onderhoud de levensduur van een infiltratiesysteem significant verlengen. Ook kan een vertraagde afvoer naar het riool of oppervlaktewater middels een regelbare debietbegrenzer worden toegepast zodat de beschikbaarheid van de voorziening ook na een verminderde infiltratiecapaciteit kan worden gewaarborgd. ,
Geonius heeft monitoringssystemen beschikbaar waarmee het waterpeil en de leeglooptijd van het systeem kan worden gemonitord. Deze kunnen worden toegepast ten behoeve van de controle van de werking van het systeem op basis waarvan het onderhoudsregime kan worden bepaald. Indien gewenst kunnen we hierin nader adviseren tevens kan het volledig ontwerp van de hemelwaterafvoer en de terreininrichting door ons bureau nader worden uitgewerkt. ,
,
GA240004. 005. R01. V1. 0
12 van 12
Bijlagen
GA240004. 005. R01. V1. 0
Bijlage
GA240004.005.R01.V1.0
1 Situatietekening
GEONIUS
B(geanonimise rd)
ns
Og hj
T
a
)
(OD
a
,
X
Ä
| \pao2 _|
‚|pBo1 /
é
)
Coördinaten onderzoekspunten
\
k
199626.941 199590.286
Y
| |
NAP
380199.987 380197.711
| |
ú
Ü
_
de
me
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
28.07 28.14
Bijlage
GA240004.005.R01.V1.0
2
Boringen
GEONIUS
B(geanonimise rd)
Projectnummer:
GA240004.005
Projectomschrijving:
Beschouwing wateropgave Staarterstraat 5 Sevenum
NEN-EN-ISO 14688-1
GEONIUS Boring:
DB01
Maaiveldhoogte:
Grondwaterstand(em.-mv.):
2807 100
Datum:
15-3-2024
(geanonimise rd)
m.tov.
X-coördinaat: 199626,94
NAP.
Y-coördinaat: 380199,99
ooo
__
DB02
Maaiveldhoogte:
2814
Datum:
15-3-2024
m.tov.
X-coördinaat: 199590,29
NAP.
Y-coördinaat:
weiland Zand
A
Boring:
ooo
fijn. siltig, sterk organisch.
weinig baksteen, donkerbruin, Edelmanboor, gelaagdheid intact
_
Weiland Zand
A
285
EN
Zand
Edelmanboor,
gelaagdheid
oo
intact
fijn, siltig, sterk organisch.
weinig baksteen, donkerbruin, oso_Edelmanboor, gelaagdheid intact Zand
DW fijn, siltig. lichtgeel,
380197,71
fijn, siltg, lichtgeel, gelaagdheid
Edelmanboor,
_ donkerbruin, Edelmanboor,
fijn, siltig, zwak organisch,
\ gelaagdheid ZL
A 10
intact
gen
Zand
intact
Zand
fijn, sitig, lichtgeel, _ _\ Edelmanboor, gelaagdheid
intact
Zand fijn, standaard
siltig, weinig baksteen, grijsbruin, Edelmanboor, gelaagdheid intact
z2o0__Zand fijn, siltig, standaard grijsgeel, 7 Edelmanboor, gelaagdheid intact
Verticaleschaal
pagina
1/1
1:50
Legenda (conform NEN-EN-ISO 14688-1)
KEIEN (KEITJES)
geur
SILT
KEIEN
geen geur
KEIEN , met grind
SILT , met keien (keitjes)
KEIEN , met zand
SILT , zwak grindig
KEIEN , met silt
SILT , sterk grindig
KEIEN , met klei
SILT , zwak zandig SILT , sterk zandig
GRIND GRIND
olie geen olie-water reactie
zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie uiterste olie-water reactie p. i. d. -waarde
KLEI GRIND met keien (keitjes)
zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
KLEI
>0 >1
GRIND , zwak zandig
KLEI , met keien (keitjes)
GRIND , sterk zandig
KLEI , zwak grindig
GRIND , siltig
KLEI , sterk grindig
GRIND , kleiig
KLEI , zwak zandig KLEI , sterk zandig
ZAND ZAND
VEEN (HUMUS , DETRITUS) ZAND , met keien (keitjes)
VEEN
ZAND , zwak grindig
VEEN , zwak zandig
ZAND , sterk grindig
VEEN , sterk zandig
ZZAANNDD , skilletiiigg
VEEN , siltig
> 10 > 100 > 1000 > 10000
monsters geroerd monster
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
VEEN , kleiig
peilbuis blinde buis
casing hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting grind afdichting filter
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand
Bijlage
GA240004.005.R01.V1.0
3
Doorlatendheidsmetingen
GEONIUS
B(geanonimise rd)
Projectnummer:
GA240004. 005
Projectomschrijving:
Infiltratieadvies
Locatie: Boring: Traject:
Sevenum Straaterstraat 5 - - DM01 0 m tot 1 m -maaiveld
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen: kf = 115 * r * (log( h0 + r/2 ) - log( h1 + r/2 )) / dt [cm/s] ,
Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = radius boorgat dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden: Diepte boorgat Standaardhoogte Radius boorgat Niveau grondwater
D: M: R: W:
100 15 3. 5 100
cm cm cm cm
100 90
)m
80
do b+
70
e
mc
60
t
go
50
hl e ge i psr
40
(e o
tea W
30 20 10 0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
Tijd (s) Meting 1
Meetsessie 1 = 500 h0 = 43. 4 t1 = 800 h1 = 35. 0 kf = 1. 2E-05 rc= -2. 8E-04 1. 0 k = t0
Geonius B. V. 19-4-2024
sec cm sec cm
m/s m/s m/d
Meting 2
Meetsessie 2 = 500 h0 = 48. 0 t1 = 800 h1 = 38. 7 kf = 1. 2E-05 rc= -3. 1E-04 1. 0 k = t0
Meting 3
sec cm sec cm
m/s m/s m/d
Meetsessie 3 = 500 h0 = 50. 4 t1 = 800 h1 = 40. 3 kf = 1. 2E-05 rc= -3. 3E-04 1. 1 k = t0
sec cm sec cm
m/s m/s m/d
Tel. 088 - 130 06 00 info @geonius.nl
Projectnummer:
GA240004. 005
Projectomschrijving:
Infiltratieadvies
Locatie: Boring: Traject:
Sevenum Straaterstraat 5 - - DM02 1 m tot 2 m -maaiveld
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen: kf = 115 * r * (log( h0 + r/2 ) - log( h1 + r/2 )) / dt [cm/s] ,
Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = radius boorgat dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden: Diepte boorgat Standaardhoogte Radius boorgat Niveau grondwater
D: M: R: W:
200 15 3. 5 9999
cm cm cm cm
200 180
) m 160 e
do 140 b+ mc 120
(e t
go 100 o
hl e ge i psr tea W
80 60 40 20 0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
Tijd (s) Meting 1
Meetsessie 1 = 500 h0 = 120. 5 t1 = 800 h1 = 120. 4 kf = 5. 6E-08 rc= -3. 9E-06 k = < 001 , t0
Geonius B. V. 19-4-2024
sec cm sec cm
m/s m/s m/d
Meting 2
Meetsessie 2 = 500 h0 = 162. 5 t1 = 800 h1 = 159. 5 kf = 1. 1E-06 rc= -9. 9E-05 0. 1 k = t0
Meting 3
sec cm sec cm
m/s m/s m/d
Meetsessie 3 = 500 h0 = 162. 1 t1 = 800 h1 = 160. 0 kf = 7. 5E-07 rc= -7. 0E-05 0. 1 k = t0
sec cm sec cm
m/s m/s m/d
Tel. 088 - 130 06 00 info @geonius.nl
Bijlage 4 Dimensionering infiltratievoorziening
GA240004.005.R01.V1.0
GEONIUS
B(geanonimise rd)
Projectnummer: Projectomschrijving: Locatie: Datum uitvoering: Versie:
GA240004. 005
Dimensionering infiltratievoorziening Staarterstraat 5 Sevenum vrijdag 19 april 2024
Wadi
Infiltratie met wadi , greppel of infiltratieveld uitgaande van stationaire toestand Uitgangspunten: Neerslag:
Bodem:
Waterkolom
h:
53
[mm]
Doorlatendheid
Duur bui
t:
0
Oppervlak
A:
379
[min] 2 [m]
Veiligheid Wandfactor
Reductie Totaal
r:
1
V:
20. 1
[-] 3 [m]
Bodemfactor Verhang
Overige voorzieningen: k:
0. 5
[m/d]
Vertraagde afvoer:
0. 0
1
[-] [-]
Infiltratie kratten: Berging kratten:
0. 0
[-] [-]
Infiltratie grindpalen: Berging grindpalen:
0. 0
[m] 3 [m/uur]
0. 0
[m]
0. 4 1
l:
1. 0
[l/s/ha] 3 [m/uur] 3
0. 0
3
Dimensionering van de voorziening Afmetingen: Lengte bodem
Breedte bodem Hoogte
Ruimtebeslag inclusief talud: l: b: h:
9. 0
[m]
4. 0
[m] [m]
0. 5
Waakhoogte: Talud:
0. 1
[m]
3
[m] [%]
1 op
Porositeit:
100
Lengte
l: Breedte b: Infiltrerend oppervlak:
12. 0
[m]
7. 0
[m] [m]2
75. 0
Infiltratie en afvoer Infiltratievoorziening: Debiet voorziening: Infiltratie tijdens de bui:
1. 1
3 [m/uur]
0. 0
Berging voorziening:
21. 2
[m]3 [m]3
4. 0
0. 5
Overige voorzieningen: Vertaagde afvoer:
0. 0
Capaciteit:
0. 0
[m]3 [m]3
Controle: Beschikbare capaciteit: Benodigd: Leeglooptijd: Max. overschot regenwater:
3
[m] [m]3 [uur] 3 [m]
21. 2 20. 1 18. 7 0. 0
Voorziening voldoet aan de gestelde eisen en overstroomt niet.
Overzicht aanvoer regenwater en capaciteit voorziening
50 45 40 35
] 3 30 [ me 25 m
l uo 20 V 15 10
Horst aan de Maas (53 mm/m2)
5
Wadi
0 0
Geonius B. V. 19-4-2024
2
4
6
8
10
12
Tijd [uur]
14
16
18
20
22
24
Tel. 088 - 130 06 00 info @geonius.nl