05a rv Regio Noord-Limburg
Tekst van het document
Raadsvoorstel stuknummer: 25.0003323
Raadsvoorstel onderwerp
RIB Ontwerp-regeling Openbaar Lichaam Regio Noord-Limburg
datum raad
7 oktober 2025
portefeuillehouder
bladnummer 2025.063
clustermanager
agendapunt
behandeld door
5
R. Palmen
Voorstel Uw raad wordt voorgesteld om vanwege onderstaande argumenten geen zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit van de Regio Noord-Limburg over het treffen van het openbaar lichaam Regio Noord-Limburg per 1 januari 2026. Aanleiding Op 28 februari bent u per raadsinformatiebrief geïnformeerd over het voornemen van de acht Noord-Limburgse colleges om de regionale samenwerking per 1 januari 2026 te formaliseren in een gemeenschappelijke regeling, meer specifiek: een openbaar lichaam. Met steeds complexer wordende ontwikkelingen om ons heen, zoals die zich voordoen bij bijv. het thema veiligheid, transitie landelijk gebied en de inzet op regionale woondeals is er een noodzaak tot regionale samenwerking. Samenwerken op regionale schaal waarbij samenhang binnen thema’s uitgangspunt is, heeft hierbij meer effect voor onze doelstellingen en maakt ons als regio sterker. Uiteraard moet daarbij oog zijn voor lokale verschillen. Nu ligt een voorstel voor om de regionale samenwerking te formaliseren. Directe aanleiding van dit voornemen was de constatering dat de bestuurlijke en ambtelijke intensiteit en de financiële belangen rondom de regionale samenwerking zijn toegenomen.
Mede in het licht van de toekenning van de Regio Deal II heeft het burgemeestersoverleg van de regio opdracht gegeven aan het bureau &Van de Laar om te adviseren over de meest optimale organisatievorm voor de Regio Noord-Limburg, passend bij de (regionale) inhoudelijke opgaven. De meest passende vorm is een openbaar lichaam onder de Wet gemeenschappelijke regelingen gebleken (Wgr). Op 18 februari 2025 hebben wij als college het gesprek met uw raad gevoerd over dit voornemen en over de actualisering van de regionale visie; op 16 april jl. is er tijdens een regionale bijeenkomst nader stilgestaan bij de karakteristieken van een openbaar lichaam. Beoogd resultaat Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is uw raad bevoegd om een formele zienswijze te geven op een ontwerp van een gemeenschappelijke (college)regeling. Met voorliggend voorstel wordt u hiermee in de gelegenheid gesteld. In de ontwerp-regeling hebben we de zienswijzen als uitgangspunt genomen die de Noord-Limburgse gemeenteraden in 2024 bij de wijziging van diverse gemeenschappelijke regelingen naar voren hebben gebracht. Daarnaast hebben wij geanticipeerd op de op 16 april jl. uitgesproken wens om in de nieuwe gemeenschappelijke regeling een formele raadsadviescommissie in te bouwen. Voor zover wij kunnen overzien, ligt er daarmee een vrij complete ontwerp-regeling voor.
Vanzelfsprekend staat het uw raad vrij om een zienswijze te formuleren.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 4
vervolg raadsvoorstel
Argumenten 1.1. De voorgenomen formalisering van de Regio Noord-Limburg geeft opvolging aan eerdere aanbevelingen van de Commissie Hendrikx (Floriade, 2013), bureau &Van de Laar en het Regionale Aanjaagteam. Het idee om de regionale samenwerking te formaliseren is niet nieuw. Naar aanleiding van de Floriade adviseerde de commissie Hendrikx de – toen – zeven samenwerkende gemeenten binnen de regio om op korte termijn een onderzoek te starten naar de meest geschikte samenwerkingsvorm op regioniveau, en om tot die tijd in elk geval samenwerkingsverbanden op projectniveau te formaliseren en daartoe telkens een tijdelijke rechtspersoon in te richten. De aanbevelingen van de commissie zijn destijds door alle gemeenteraden overgenomen, maar tot uitvoering is het om verschillende moverende redenen nadien niet gekomen. In het licht van de toekenning van de Regio Deal II is de urgentie ontstaan om de governance rondom regionale samenwerking opnieuw tegen het licht te houden. In opdracht van het burgemeestersoverleg van de regio heeft bureau &Van de Laar geadviseerd over de meest optimale organisatievorm, met als conclusie dat een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) het meest passend is.
Tijdens de bespreking van het rapport tijdens een regionale bijeenkomst van de colleges van B&W in september 2024 bleek dat er toen nog uiteenlopende beelden bestonden over de gewenste vorm, het te doorlopen proces en de inhoud van de toekomstige samenwerking. Op basis daarvan is het Regionaal Aanjaagteam ingesteld, bestaande uit diverse regionale bestuurders, waarbij tevens is gekeken naar alternatieve vormen voor een openbaar lichaam. Het eindadvies van het aanjaagteam werd op 20 december 2024 opgeleverd, met als conclusie – opnieuw – dat het openbaar lichaam de best passende vorm is. Op 25 februari 2025 hebben de colleges vervolgens het proces vastgesteld om per 1 januari 2026 de regionale samenwerking te formaliseren in een openbaar lichaam. 1.2.
Met de oprichting van een openbaar lichaam ontstaat er collectief eigenaarschap. Een van de door bureau &Van de Laar geconstateerde knelpunten in de samenwerking was een gebrek aan een collectief gevoelen – en daarbij passend gedrag – van eigenaarschap op de regionale samenwerking. Deels wordt dit verklaard vanuit de huidige samenwerking: de netwerksamenwerking op basis van een bestuursconvenant, biedt veel ruimte aan deelnemers om situationeel te kiezen voor een houding van eigenaar, klant, sponsor of criticaster in de samenwerking. Cherry-picking ligt daarbij voortdurend op de loer. Formeel bezien is de samenwerking gepositioneerd in de bestuurlijke en ambtelijke lijn van de gemeente Venlo: daarmee staat de samenwerking – vooral voor de gemeenteraden anders dan die van Venlo – echt op afstand. Met een openbaar lichaam ontstaat er collectief eigenaarschap, waarbij ieder college deelnemer is. Door het publieke karakter van een openbaar lichaam is ook de kaderstellende en controlerende positie van de gemeenteraden in de nieuwe situatie geborgd.
1.3.
De samenwerking krijgt meer slagkracht, zonder dat er raadsbevoegdheden overgaan. De ontwerp-regeling gaat uit van een collegeregeling. Dat wil zeggen: er gaan géén raadsbevoegdheden over naar het openbaar lichaam. Een belangrijk kaderstellend document voor de regionale samenwerking is de regiovisie. Deze wordt – ook in de nieuwe situatie – door de gemeenteraden vastgesteld. Binnen de kaders van de regiovisie kunnen de colleges bevoegdheden overdragen die het openbaar lichaam in staat stelt om de toegekende taken uit te voeren. Daartoe stelt het algemeen bestuur (AB) één keer per 4 jaar een uitvoeringsprogramma vast, en jaarlijks een
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 3 van 4
vervolg raadsvoorstel
begroting (waarop u een zienswijze kunt geven). Doordat er zometeen een algemeen bestuur (AB) en dagelijks bestuur (DB) zijn die – binnen de afgebakende taken, bevoegdheden en kaders - besluiten kunnen nemen, wint de samenwerking aan slagvaardigheid. 1.4.
De voorliggende ontwerp-regeling bouwt voort op de zienswijzen van de Noord-Limburgse gemeenteraden bij de wijziging van de gemeenschappelijke regelingen in 2024, en is juridisch extern getoetst. Naar aanleiding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zijn alle gemeenschappelijke regelingen in 2024 gewijzigd. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden voor gemeenteraden zijn toen verruimd. Op initiatief van de regionale raadswerkgroep hebben de Noord-Limburgse gemeenteraden in 2024 een uniforme zienswijze opgesteld, die vervolgens is verwerkt in de gemeenschappelijke regelingen. Deze zienswijze vormde het vertrekpunt bij het ontwerpen van voorliggende regeling. De ontwerp-regeling is vervolgens ook extern juridisch getoetst door hetzelfde advocatenkantoor dat in 2024 de wijziging van de ontwerp-regelingen heeft begeleid. Daarmee zou de ontwerp-regeling een goed fundament moeten vormen voor de regionale samenwerking in een openbaar lichaam.
1.5.
De democratische positie van de gemeenteraden verbetert aanzienlijk ten opzichte van de bestaande praktijk. Het uitgangspunt van de wetgever in de Gemeentewet is helder: publieke samenwerking gaat boven private samenwerking. Dat komt doordat de positie van gemeenteraden, en zeker na de wijziging van Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), sterker is in een publiekrechtelijk construct. Zo geldt bijvoorbeeld het vragenrecht van een raadslid ook richting het samenwerkingsverband, heeft de gemeenteraad een zienswijzerecht bij belangrijke besluiten en kan de lokale rekenkamer onderzoek doen naar het samenwerkingsverband. Ook bestaat de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadsadviescommissie in te stellen: een gremium dat optreedt als adviseur van het algemeen bestuur (AB), maar ook een rol vervult als rapporteur richting de eigen raad. Dit gremium is wettelijk niet verplicht, maar in de voorliggende ontwerp-regeling kiezen we er bewust voor om de gemeenteraden deze formele positie binnen het samenwerkingsverband te geven. Daarmee hebben wij rekening gehouden met de zorgen van uw raad ten aanzien van het behoud van uw autonomie en wordt de democratische positie van uw raad versterkt, en zeker ten opzichte van het huidige samenwerkingsconvenant waarbij de raden formeel op afstand staan.
Kanttekeningen 1.1. Het spoor ‘governance’ en het spoor ‘inhoud’ gaan op een parallelle wijze op route naar de gemeenteraden. Tijdens de regionale raadsbijeenkomst op 16 april jl. werd de wens uitgesproken dat de ontwerp-regeling (governance) en de regiovisie (inhoud) gelijktijdig worden voorgelegd. Hoewel de ontwerp-regeling zo is opgesteld dat deze universeel hanteerbaar is, hebben we de sporen governance en inhoud wel nader op elkaar afgestemd. Waar uw raad een zienswijze kan geven op de ontwerp-regeling, is dat ook het geval op de startnotitie voor de regiovisie. Eventuele wensen of bedenkingen kunnen dan worden meegenomen richting respectievelijk de definitieve regeling of de definitieve regiovisie.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 4 van 4
vervolg raadsvoorstel
1.2.
De oprichting van een nieuwe entiteit regelt niet alles ‘vanzelf’ Met het treffen (oprichten) van een regeling ontstaat er in juridische zin een organisatie, maar er moet vervolgens ook nog in praktische zin een organisatie gebouwd worden. De voorbereidingen hiervoor worden momenteel getroffen. Gedacht kan worden aan mandaten die de individuele colleges moeten geven aan het openbaar lichaam, het uitvoeringsprogramma, een eerste begroting, of producten zoals een directiestatuut of huishoudelijk reglement. Maar ook in personele zin is het belangrijk om op te merken dat (een deel van) de medewerkers van het regiobureau op dit moment een overeenkomst voor onbepaalde tijd heeft c.q. hebben met een gemeente. Met deze medewerkers zal gesproken worden over een passende oplossing, zoals bijvoorbeeld: in dienst treden bij het openbaar lichaam of gedetacheerd worden. Het oprichten van een openbaar lichaam is dus niet alleen een juridische aangelegenheid, maar vergt in de nabije toekomst ook nadere organisatiekeuzes.
Financiële consequenties De aanleiding om de regio te formaliseren tot een openbaar lichaam is niet financieel van aard. Wel zal er op financieel vlak een belangrijke wijziging plaatsvinden: de samenwerking krijgt een eigen begroting, waar alle gemeenteraden jaarlijks een zienswijze op kunnen geven. Waar de netwerksamenwerking nu nog vooral leunt op de gemeente Venlo (en daarvoor ook een vergoeding betaalt), zal het beoogde samenwerkingsverband diensten zoals ICT, administratie of juridische advisering zelf moeten organiseren. Daarbij is samenwerking met de individuele gemeenten (bijvoorbeeld aan de hand van dienstverleningsovereenkomsten) nog altijd denkbaar, maar hiermee worden de kosten van de samenwerking wel transparanter. Vervolgtraject / communicatie Nadat alle Noord-Limburgse gemeenteraden een reactie naar voren hebben gebracht, vindt er een beoordeling door de colleges plaats of – en zo ja hoe – de ontwerp-regeling aangepast dient te worden. De gemeenteraden worden vervolgens gevraagd om toestemming aan hun college te geven om over te kunnen gaan tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling. Toestemming kan onthouden worden op basis van twee gronden: strijdigheid met het recht, of strijd met het algemeen belang. Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester, {HAND1}
De secretaris,
{HAND} drs. H. Mensink
drs. R.F.I. Palmen
Bijlagen Ontwerp-regeling Wgr Regio Noord-Limburg
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50