04g Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 19083 Seurenweg, Horst Gemeente Horst aan de Maas Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Concept versie 15-10-2019
(Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)
Rob Paulussen Anneleen Van de Water
Oktober 2019
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 19083 Seurenweg, Horst Gemeente Horst aan de Maas Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (OM nummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Arvalis, Sint Jansweg 20d 5928 RC Venlo 19-147 ArcheoPro Rapport Seurenweg, Horst 2019 10 15 15-10-2019 Concept 4733595100 Gemeente Horst aan de Maas Provincie Limburg 1569-7363 Rob Paulussen, Anneleen Van de Water Rob Paulussen Rob Paulussen, Anneleen Van de Water, Joep Orbons Niet van toepassing Drs R.P.A. Paulussen, senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2019 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 15-10-2019
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 3
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 6 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 6 1.2 Locatiegegevens (LS02)....................................................................................................................................... 6 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 8 1.4 Onderzoek (LS01) ............................................................................................................................................. 8 1.5 Beleid en randvoorwaarden ................................................................................................................................... 9 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 10 2.1 Methode en bronnen ..............................................................................................................................................
10 2.2 Geo(morfo)logie en bodem (LS04) .............................................................................................................. 11 2.3 Referentieprofiel ...................................................................................................................................................... 12 2.4 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 16 2.5 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04)......................................................................................... 26 2.6 Historie (LS03) .................................................................................................................................................... 26 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05) ........................................................................... 30 2.8 Onderzoeksstrategie (LS05) ........................................................................................................................... 32 3 Veldonderzoek..............................................................................................................................................................
34 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................ 34 3.3 Resultaten en interpretatie booronderzoek (VS03) ............................................................................. 34 4 Conclusies en aanbevelingen
(VS07) .............................................................................................................. 40
Literatuur & bronnen .................................................................................................................................................... 41 Bijlage 1: Verklarende woordenlijst ........................................................................................................................ 44 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 44 Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties .......................................................................................................................... 45 Bijlage 4: Overzicht archeologische monumenten ............................................................................................ 47 Bijlage 5: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen .......................................................................... 48 Bijlage 6: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 51
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 4
Samenvatting In oktober 2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Seurenweg te Horst/Meterik (gemeente Horst aan de Maas). Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) met bureaustudie. Het plangebied, bestaande uit de deelgebieden A en B, ligt midden op een brede dekzandrug, tussen een beekdal en een laagte en tussen de oude kernen van Schadijk, Meterik en Middelijk te Horst. De dekzandrug is vanouds in gebruik geweest als groot open akkergebied. Archeologisch gezien zijn binnen dit akkergebied bewoningsresten uit de ijzertijd tot de volle middeleeuwen aangetroffen. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten (nederzettingen en grafvelden) daterend vanaf het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem uit sterk lemig Pleistoceen dekzand zonder oorspronkelijke (podzol)bodem. Binnen beide deelgebieden is sprake van een relatief dun akkerdek. Binnen deelgebied A is tussen het akkerdek en de top van het gele dekzand een oude cultuurlaag aangetroffen. Onder deze cultuurlaag komen plaatselijk bodemverstoringen voor die zijn geïnterpreteerd als mogelijk archeologisch relevante grondsporen.
Op basis van bovenstaande resultaten dient voor deelgebied A de hoge archeologische verwachting te worden behouden. Voor deelgebied B kan de archeologische verwachting vanwege het ontbreken van de cultuurlaag worden bijgesteld naar laag. In principe dient binnen deelgebied A een archeologisch vervolgonderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuven om vast stellen of er daadwerkelijk sprake is van een (behoudenswaardige) archeologische vindplaats. Een dergelijk vervolgonderzoek kan achterwege blijven indien, zoals aangegeven door de opdrachtgever, de geplande glasopstand (tuinbouwkas) enkel wordt gefundeerd middels poeren waarbij één poer van 40cm doorsnede wordt voorzien per 40m². De mate van bodemverstoring blijft dan beperkt tot 1% van het plangebied. Vervolgonderzoek is wenselijk zodra de bodemverstoringsgraad onder de moderne bouwvoor/het akkerdek meer dan 2% bedraagt.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 5
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de moderne topografische kaart.1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 6
1. Inleiding
1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Initiatiefnemer Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging
Hoekcoördinaten plangebied
Centrum coördinaat deelgebied A Centrum coördinaat deelgebied B Kadastrale ligging Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
Versie: 15-10-2019
Arvalis, Sint Jansweg 20d 5928 RC Venlo Kamiel Bartels De Kemp BV plantenkwekerij 12 oktober 2019 4733595100 Gemeente Horst aan de Maas nvt Gemeente Horst a/d Maas, RCE/Archis, e-depot EDNA (LS02)
Limburg Horst aan de Maas Horst Seurenweg, Metrikseveld-Molenveld, Horst Het plangebied ligt redelijk centraal binnen de gemeente Horst aan de Maas, ten noorden van de kernen van Horst en Meterik. Figuur 1. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden: deelgebied A en B welke respectievelijk oostelijk en westelijk van de Seurenweg zijn gelegen. Figuur 2. Deelgebied A ligt daarbij pal naast de reeds bestaande tuinbouwkas. Figuur 3. 199527 / 386030 199527 / 386193 199777 / 386193 199777 / 386030 199706 / 386129 199575 / 386076 Deelgebied A: Horst sectie O nummer 1294 (deels) Deelgebied B: Horst sectie O nummer 301 (deels) 1,76 Hectare Particulier Agrarisch (akkerland) Figuur 3. Deelgebied A: +26,2 tot 26,5 m NAP Deelgebied B: +26,4 tot 26,7m NAP GPS Garmin, meetlinten
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 7
Figuur 2: Het plangebied met de twee deelgebieden.
Figuur 3: Luchtfoto (2018) met daarop rood omlijnd het plangebied.2 2 Bron: http://www.pdok.nl
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep
Wijze fundering
Onderkeldering Diepte & omvang bodemverstoring
Verwachte wijziging GW-stand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
1.4 Onderzoek
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 8
(LS01)
Het planvoornemen bestaat uit het bouwen van een tuinbouwkas (glasopstand) in deelgebied A. In deelgebied B wordt uitbreiding van waterberging voorzien voor het aan te leggen trayveld3 verder westelijk. Van beide plannen zijn nog geen nadere bouwtekeningen met dieptes e.d. voorhanden aangezien dit in het kader van de bestemmingsplanprocedure nog niet is opgesteld. Daarenboven zal mogelijk e.e.a. nog later uitgewerkt gaan worden op basis van onderzoeksresultaten. De glasopstand (deelgebied A) wordt gefundeerd middels poeren waarbij één poer van 40cm doorsnede wordt voorzien per 40m² plangebied. De funderingspoeren worden geboord waarna een prefab-poer in een bentonietmengsel verankerd wordt. In deelgebied B is geen fundering van toepassing. Niet van toepassing De exacte diepte en omvang van de bodemverstoring is onbekend. In deelgebied A zullen de poeren leiden tot een plaatselijke bodemverstoring. Er wordt verder geen grondverbetering nodig geacht en de teelt zal plaatsvinden in trays op rails (goeddeels bovengronds in extra aangevoerde teeltaarde). Deelgebied B wordt ontgraven t.b.v. het waterbekken. De exacte diepte is nog onbekend. Uitgegaan dient te worden tot een verstoring tot in de ongeroerde ondergrond. Niet van toepassing Onbekend Onbekend
(LS01)
In oktober 2019 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Seurenweg te Horst/Meterik (gemeente Horst aan de Maas). Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) met bureaustudie.
3 Het trayveld valt buiten dit onderzoek en het te onderzoeken plangebied / deelgebieden. Voor het
trayveld worden geen bodemroering dieper dan 30cm voorzien waardoor onderzoek conform het bestemmingsplan niet noodzakelijk wordt geacht. Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 9
Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: − Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? − Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? − Wat zijn de verwachte prospectieve kenmerken van dergelijke archeologische resten? − Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen.
1.5 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Dit beleid is juridisch verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas4. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en het bestemmingsplan valt het plangebied in de zone van archeologische waarde. Aan deze zonering heeft het gemeentelijke beleid en het bestemmingsplan de vrijstellingsgrenzen van 500m² en 50cm gekoppeld. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient bij overschrijding van beide vrijstellingsgrenzen, de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Weert heeft voor zover bekend echter geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Dit onderzoek is dus gebaseerd op de algemene criteria die in de KNA staan geformuleerd.
ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P.A. Paulussen (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector), Lic. A.E.M. Van de Water (senior KNA archeoloog) en drs. ing. P.J. Orbons (GIS ondersteuning).
4 NL.IMRO.1507.HMBUITENGEBIED-BPV1, vastgesteld 19 december 2017.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 10
2 Bureauonderzoek
2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Archeologische beleidskaart van de gemeente Horst aan de Maas • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Geomorfologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Limburg 1:25.000 18941926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 • Landschappen van Maas en Peel
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
2.2 Geo(morfo)logie en bodem
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 11
(LS04)
Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit (lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 m), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) gerekend. Dit dekzand ligt op Maasafzettingen die bestaan uit een meters dik pakket grof zand en grind dat tot de Formatie van Beegden wordt gerekend. Hoewel het plangebied ongeveer tien kilometer ten westen van de huidige loop van de Maas ligt, heeft deze rivier tijdens het Pleniglaciaal (circa 75.000 – 15.700 jaar BP) ook ter plaatse van het plangebied gestroomd. Het reliëf, dat hierbij in het landschap is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen en oude stroomgeulen van de Maas. In het Holoceen (circa 11.755 jaar BP) werd het klimaat warmer en vochtiger. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in. De beken volgden vaak de natuurlijke laagten, zoals de verlaten Maasgeulen. Een voorbeeld hiervan zijn de nabij gelegen Grote Molenbeek en de Lollebeek. Deze beekdalen zijn ongeveer 12.000 jaar geleden gevormd.
Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een gebied met dekzandruggen (figuur 5, legenda-eenheid 3L5). Dit gebied strekt zich als een brede gordel uit van oost naar west. Ten noorden en ten zuiden van deze gordel liggen een beekdalbodem (figuur 5, legenda-eenheid 2R5) en een dalvormige laagte (figuur 5, legenda-eenheid 2R2). Op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN figuur 6) zijn deze beide laagtes aan weerszijde van de zone met dekzandruggen goed herkenbaar. De afstand van het plangebied tot deze laagtes bedraagt circa 500 tot 700 m. Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (Bhorizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). De bodems binnen het plangebied bestaan volgens de bodemkaart uit hoge zwarte enkeerdgronden die zijn gevormd in lemig fijn zand (figuur 7, legenda-eenheid zEZ23) met een grondwatertrap VII (hoogste grondwaterstand >80 cm -mv). Dit geeft aan dat het uitstekend ontwaterde bodems betreft. Doordat enkeerdgronden vaak zijn ontstaan in gebieden waar oorspronkelijk podzolgronden zijn gevormd, kunnen resten hiervan onder het akkerdek aanwezig zijn.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 12
2.3 Referentieprofiel De hoge zwarte enkeerdgronden worden gekenmerkt door een tenminste vijftig cm dikke zwarte humeuze bovengrond die veelal in de late middeleeuwen en de nieuwe tijd ( tot ± 1900), is ontstaan ten gevolge van eeuwenlange bemesting met potstalmest. Veelal gaat het oude bouwlanddek geleidelijk aan over in het niet door plaggenbemesting met humus verrijkte zand. Doordat enkeerdgronden vaak zijn aangelegd in gebieden waar oorspronkelijk moder- of veldpodzolgronden zijn ontstaan, kunnen resten hiervan onder het bouwlanddek aanwezig zijn. Figuur 8 toont de opbouw van een hoge zware enkeerdgrond met oud bouwlanddek op een veldpodzol. De dikte van een oud bouwlanddek is afhankelijk van de ouderdom en de intensiteit waarmee materiaal is opgebracht. Indien er wel sprake is van een opgebracht humusrijk dek dat echter dunner is dan vijftig cm, spreekt men van laarpodzolen. Tussen het akkerdek en de oorspronkelijke podzolbodem komen vaak nog oude cultuur- of akkerlagen voor. Deze worden gekenmerkt door een licht (bruin)grijze kleur met relatief veel houtskooldeeltjes en andere antropogene bestanddelen zoals aardewerk en verbrande klei maar ook ploegsporen. In deze laag kunnen ook vaak spitsporen worden herkend.
De grijze kleur van het spoor is onder meer het gevolg van ingeploegde, verbrandde gewasresten.5 Figuur 4: Voorbeeld van een hoge zwarte enkeerdgrond op een podzolprofiel .
5 Theuws e.a., 2011.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 13
Figuur 5: Uitsnede uit de geomorfologische kaart.6 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
6 Bron: Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum,
Wageningen, 1989 Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 14
Figuur 6: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
7 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 15
Figuur 7: Uitsnede uit de bodemkaart.8 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
8 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
2.4 Archeologie
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 16
(LS01/LS04)
Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW 3.0, figuur 8 en 9) ligt het plangebied in een zone met een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. Omdat deze kaart (ondanks waardevolle informatie) op detailniveau niet bruikbaar is, wordt met name gekeken naar de gemeentelijke beleidskaart dan wel gemeentelijke waarde- en verwachtingskaarten voor het bepalen van een algemene archeologische verwachting. De beleidskaart archeologie van de gemeente Horst aan de Maas toont met betrekking tot het plangebied eveneens een ligging binnen een zone van hoge archeologische waarde. Figuur 10. Het plangebied ligt niet binnen een archeologisch terrein. Op relatief grote afstand liggen volgens de archeologische monumentenkaart (AMK) twee archeologische terreinen. Bijlage 4. Het betreft de terreinen AMK 16275 (oude kern van Horst/Middelijk) en AMK 16541 (oude kern van Schadijk). In beide terreinen kan men oude bewoningsresten aantreffen die mogelijk teruggaan tot de Late-Middeleeuwen. Binnen het plangebied zijn evenmin reeds vondsten of waarnemingen bekend. In de omgeving van het plangebied zijn op verschillende locaties vondsten gemeld. Bijlage 3. Bijna allemaal zijn deze vondsten gedaan tijdens archeologisch onderzoek. Deze komen later uitgebreid aan bod (zie hierna). Slechts één vondst is niet gelinkt aan onderzoek.
Het betreft vondst 3113318100, de melding van een drietal Romeinse munten. Het plangebied is nog niet archeologisch onderzocht, maar in de omgeving (en zelfs in de directe omgeving) zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Tussen beide deelgebieden is in 2017 door ArcheoPro een vooronderzoek uitgevoerd.9 Het onderzoek heeft een ca. 40 cm dikke toplaag aangetroffen die bestaat uit brokken zand van uiteenlopend humusgehalte. Onder deze bouwvoor is direct het schone, lichtgele zand van de C-horizont aangetroffen. Uit deze bodemopbouw blijkt dat de hedendaagse bodembewerking hier tot in de C-horizont reikt. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Ten noorden van het plangebied (noordelijk van de Kempweg) is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een vooronderzoek10 verricht, alsook door ArcheoPro11. Binnen het plangebied dat RAAP in 2004 onderzocht heeft, zijn langs de Kempweg lage natte enkeerdbodems aangetroffen en meer naar het noorden beekeerdgronden. Tijdens het booronderzoek is eveneens een geretoucheerde vuursteenafslag aangetroffen. Maar waarderende boringen rond deze vindplaats hebben niets opgeleverd. Om deze reden is deze vondst geïnterpreteerd als een losse vondst die geen samenhang vertoont met een nederzetting ter plaatse. Vanwege de bodemgesteldheid en de vondstresultaten is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
ArcheoPro heeft in 2017 iets oostelijk van het RAAPplangebied een gelijkaardige bodem aangetroffen. De resultaten van het booronderzoek wijzen op dat dit in een van nature slecht afgewaterde zone ligt waarvan het oostelijke deel zelfs overspoelde en met (beek)leem werd bedekt. Hierdoor is de verwachting voor archeologische vindplaatsen bijgesteld naar laag en werd vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.
9 Exaltus & Orbons 2017. 10 Keijers 2004. 11 Exaltus & Orbons 2017.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 17
Figuur 8: Kaart met Archis vondstlocaties.12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem)
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 18
Figuur 9: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen.13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 13 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem)l
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 19
Figuur 10: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart.14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
14 Bron: Gemeente Horst aan de Maas.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 20
Oostelijk, op de grens van het onderzoeksgebied, ter plaatse van plangebied Molenveldweg 5, heeft Aeres Milieu een vooronderzoek uitgevoerd.15 Tijdens onderzoek zijn AC-bodems aangetroffen waarbij de A-horizont uit drie te onderscheiden akkerlagen bestaat. Figuur 11. In de twee onderste akkerlagen zijn daarbij ook twee vondsten gedaan die respectievelijk in de Romeinse tijd geplaatst moeten worden en in de vroege middeleeuwen. Geconcludeerd werd vanwege de aangetroffen archeologische resten en de goeddeels intacte bodem vervolgonderzoek, dat noodzakelijk is. Het is onduidelijk of dit onderzoek ook uitgevoerd is.
Figuur 11: Plangebied Molenveldweg 5 Boring 1 (noordwesten van het plangebied).16 Van links naar rechts: Ap1-, Ap2-, Oa- en C-horizont. Er is geboord tot 100cm -mv. De drie overige onderzoekslocaties die besproken worden, betreffen onderzoekslocaties die allen geleid hebben tot definitief onderzoek (opgraving dan wel archeologische begeleiding). Het betreft de onderzoekslocaties Meterikse veld, Schadijkerweg-Oost en Schengweg 5a-7. Meterikse Veld Direct oostelijk van deelgebied A heeft BILAN in 2005 (augustus en december) en in 2006 onderzoek verricht.17 Op basis van vooronderzoek werd één of meerdere vindplaatsen verwacht uit de bronstijd, ijzertijd en middeleeuwen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd voorzichtig geconstateerd dat het waarschijnlijk een nederzetting betrof uit de Karolingische periode vanaf het midden van de 8ste eeuw die werd voortgezet tot in de late Middeleeuwen, de 11de – 12de eeuw. De opgraving heeft uitgewezen dat het om een aanzienlijk vroegere nederzetting gaat en dat het terrein tussen 630 en 1000 n. Chr. continu bewoond bleef. De opgraving leverde maar liefs 46 plattegronden van gebouwen op (17 grote gebouwen, 7 schuren of grote bijgebouwen, 8 6palige spiekers, twaalf 4-palige spiekers en twee 5-palige hooibergen) en vier boomstamwaterputten. Figuur 12. Deze plattegronden zijn door de wat lemige zandgrond relatief goed bewaard gebleven.
Bij twee plattegronden was zelfs nog een afdruk van de wand zichtbaar. Het gehele overzicht aan sporen en de vondsten, voornamelijk bestaande uit aardewerkfragmenten, maakte het mogelijk om de plattegronden te dateren, zelfs om gehele boerenerven per stuk bestaande uit een boerderij, een grote schuur, een waterput en vaak nog één of meerdere kleinere gebouwtjes voor oogstopslag, te reconstrueren. Deze boerenerven konden ten opzichte van elkaar in de tijd geplaatst worden waardoor we de bewoningsgeschiedenis van enkele boerenfamilies van generatie op generatie kunnen volgen vanaf de eerste ontginners in de 7de eeuw tot welvarende boeren in de 10de eeuw. Voorafgaand aan deze middeleeuwse bewoning is eveneens bewoning uit de prehistorie (vermoedelijk ijzertijd) aangetoond. Duidelijke erven zijn hierbij niet aangetroffen. 15 Feest 2012.
16 Feest 2012, fig. 6. 17 Boer 2005, Gheysen, Vanneste & Verbeek 2006 en Koning 2009.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 21
Figuur 12: ASK van het plangebied Meterikse veld.18
18 Koning 2009, fig. 11.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 22
Bodemkundig bestaat de bodemopbouw van het onderzoeksgebied Het Meterikse Veld uit vier lagen (figuur 13): - bouwvoor (spoor 250, bovenzijde tussen 26.25 m en 25.93 m + NAP, ) - homogene verstoringslaag (spoor 500, bovenzijde tussen 25.97 m en 25.72 m + NAP) - restant akkerdek (spoor 550, bovenzijde op ca. 25.70 m + NAP) - de C-horizont (spoor 1000, bovenzijde op ca. 25.50 m + NAP, licht lemig, fijn zand (Zs2)) De A-horizont, bestaande uit de bouwvoor, de homogene verstoringslaag en het restnat van het akkerdek, had een dikte van 50 tot 90 cm centraal in het plangebied, waarbij plaatselijk recent verploeging was vastgesteld tot net boven het sporenniveau op de C-horizont. Nergens werd onder de A-horziont een oorspronkelijk podzolprofiel aangetroffen. De top van de C-horizont bleek sterk bioturbaat verstoord. De archeologische sporen zijn allen in de top van de C-horizont aangetroffen, op een diepte van 0,4 tot 0,9m beneden maaiveld. Gemiddelde spoordiepte varieert tussen enkele centimeters tot bijna 1,5m diepte. Als de uitschieters buiten beschouwing gehouden worden, zijn de sporen gemiddeld 20 tot 60 cm bewaard. Hierbij zijn de prehistorische sporen doorgaans net iets minder diep bewaard dan de sporen uit de middeleeuwse periode.
Spoor 250
Spoor 500 Spoor 550
Spoor 1000
Figuur 13: Representatief profiel (sleuf 8 van het proefsleuvenonderzoek) van het onderzoeksgebied Meterikse Veld.19 Schadijkerweg-Oost In 2010 heeft ADC ArcheoProjecten, gevolgd door RAAP Archeologisch Adviesbureau in 201220, onderzoek verricht binnen het plangebied van de Schadijkerweg-Oost (ongeveer 500m afstand van voorliggend plangebied). Het vooronderzoek van ADC ArcheoProjecten betrof een bureauonderzoek gevolgd door een verkennend en karterend booronderzoek. Tijdens het booronderzoek zijn in het gehele plangebied (uitgezonderd de zuidwestelijke hoek van het plangebied) akkerlagen van 55 tot 100cm dikte op een C-horizont aangetroffen (AC-profielen). Plaatselijk is tussen beide lagen een gerommelde en/of gebroken overgang vastgesteld. Het karterende booronderzoek heeft in één boring diverse fragmenten 14deeeuws kogelpotaardewerk opgeleverd. Deze vondsten zijn gedaan op een diepte van 40 tot 55 cm -mv, wat overeenkomt met de onderzijde akkerdek c.q. top van het dekzand. Ondanks 19 Gheysen, Vanneste & Verbeek 2006, fig. 5. 20 Zaaknummer 2355345100.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 23
deze vondsten en de intactheid van de bodem werd vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Desondanks is begin 2012 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een inspectie (begeleiding) uitgevoerd in de aangelegde wegcunetten. Hierbij is in de noordwestelijke hoek van het plangebied een cluster van 80 scherven ijzertijdaardewerk aangetroffen, alsook een losse spreiding van vondsten uit de vroege, volle en late middeleeuwen en de nieuwe tijd (respectievelijk 4, ruim 30 en bijna 50 stuks). Halverwege de westelijke helft is middels een cluster nieuwe tijd aardewerk en vloertegels, mogelijk een restant aangetroffen voor de historisch bekende herberg "De Speulhof". De bodemopbouw bleek uit een akkerdek te bestaan van 70 tot 100 cm dik waaronder een oude akkerlaag (30-50 cm dik) aanwezig was. Een relatie met de middeleeuwse opgraving enkele honderden meters noordoostelijk (de opgraving van het Meterikse veld, zie hierboven) werd geopperd, maar deze toevalsvondsten hebben niet geleid tot een heroverweging en nader onderzoek binnen het plangebied. Schengweg 5a-7 Ter plaatse van plangebied Schengweg 5a-7 is na het vooronderzoek van ARC21 in twee fases een proefsleuvenonderzoek met doorstart naar een opgraving uitgevoerd. In eerste fase door VuHBS22 op het centrale en oostelijke deel (figuur 14) en vervolgens in tweede fase door ADC ArcheoProjecten23 op het westelijke deel (figuur 15).
Tijdens het onderzoek van VuHBS zijn twee vindplaatsen aangetroffen. De vindplaatsen liggen beide aan de westzijde van het centrale deelgebied. Vindplaats 1 -in het zuiden van het onderzoeksgebied- bestaat uit een cluster bewoningssporen uit de midden bronstijd (hierin zijn geen structuren of plattegronden herkend) en de vroege en midden ijzertijd. Uit de fase van vroege en midden ijzertijd zijn een huisplattegrond, een spieker, een vierpalige structuur (mogelijk gedeeltelijke huisplattegrond of spieker) en een aantal kuilen met zeer veel aardewerk herkend. Daarnaast zijn twee spiekers herkend die kunnen dateren in de periode midden Romeinse tijd tot volle middeleeuwen. Vindplaats 2 -in het noorden van het onderzoeksgebied- bestaat uit een geïsoleerd crematiegraf. Tijdens fase 2 (het ADC-onderzoek) is geconstateerd dat van de twee bekende vindplaatsen van de VuHBS, alleen de meest zuidelijke doorliep binnen het plangebied. De aangetroffen sporen waren echter zodanig weinig in aantal, dat kan worden gesteld dat de begrenzing van deze vindplaats bereikt is. Het onderzoek heeft evenwel een derde, nieuwe vindplaats aangetoond, aan de westkant van het plangebied. Het betreft de restanten van een huisplattegrond uit de Midden Bronstijd. Tevens zijn er een aantal greppels aangetroffen, waarvan de datering onduidelijk blijft.
De bodem van het gehele plangebied bestaat enkeerdbodems van 50 tot 80cm dikte en bestaande uit één of twee plaggendekfases en een oude akkerlaag op de begraven bodem. De begraven bodem heeft kenmerken van een (voormalige) veldpodzol. Hoe meer naar het noorden en het westen gegaan wordt in het plangebied, hoe dunner het akkerdek wordt (en er eigenlijk ook niet meer over enkeerdbodems gesproken kan worden). Binnen het plangebied zijn uiteindelijk drie vindplaatsen aangetroffen. Vindplaatsen 1 en 2 zijn (na opgraving) als niet-(meer) behoudenswaardig aangemerkt. Vindplaats 3 is behoudenswaardig en behoeft -indien ontwikkelingen gaan plaatsvinden- nader onderzocht te worden.
21 Verboom-Jansen & Wullink 2010. 22 Bink e.a. 2014. 23 Loopik 2014.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 24
Figuur 14: Plangebied Schengweg 5a-7, onderzoeksfase 1 van VuHBS. Grote kaart is de allesporenkaart van de opgraving en de inzet is de as van het sleuvenonderzoek.24 24 Bink 2014, figuur 6.1 en 6.2
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 25
Figuur 15: Plangebied Schenweg 5a-7, onderzoeksfase 2 van ADC ArcheoProjecten. De grote kaart is de allesporenkaart van het onderzoek en de inzet laat de ligging t.o.v. fase 1 zien.25 25 Loopik 2014, figuur 3 en bijlage 11.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 26
2.5 Informatie amateurarcheologen ArcheoPro heeft geen heemkundevereniging.
contact
opgenomen
(LS01/LS04)
met
amateurarcheologen
2.6 Historie
of
een
(LS03)
Het plangebied ligt centraal op het Meterikse Veld / Molenveld. De oudste vermelding van Meterik komt uit 1483.26 De oudste beschikbare (en ietwat betrouwbare kaart) voor dit gebied is de Tranchotkaart uit 1805. Figuur 16. Deze kaartuitsnede laat zien dat het plangebied in die tijd op een groot open gebied was gelegen dat van oudsher in gebruik is als akkerland. Het akkergebied werd doorsneden door veldwegen die de diverse kernen noordelijk en zuidelijk van het akkergebied verbonden. Aanwezige kernen waren Meterik (Meterich op de Tranchotkaart), Middelijck en Schadijk (Schadijck op de Tranchotkaart). Eén van de kruisende veldwegen doorsnijdt deelgebied A.
Figuur 16: Uitsnede uit de Tranchotkaart uit 1805.27 Het plangebied is rood omlijnd. De kadasterkaart uit 1832 (figuur 17) vertoont een gelijkaardig beeld. Het plangebied ligt binnen een groot open akkergebied wat plaatselijk doorsneden wordt door veldwegen. Een van deze wegen doorsnijdt deelgebied A. Voorts is op de kadastrale minuut een (gedeelte van een) toponiem zichtbaar: Moole[veld]. Momenteel is het grotere gebied waarbinnen het plangebied is gelegen bekend als Meteriks Veld, maar het feitelijke (en historisch correcte) toponiem is Molenveld. Dit vanwege de vele molens die her en der langs en omheen het 26 Berkel & Samplonius 2006.
27 Bron: Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 27
akkergebied hebben gelegen. Momenteel ligt er nog een molen zuidwestelijk van het plangebied, maar deze is verschenen vanaf de jaren 1920. Daarvoor lagen er diverse molens in oostelijke richting.
Figuur 17: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832.28 Het plangebied is rood omlijnd. Figuur 18 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit ca. 1860, 1900, 1950, 1970, 1980 en 2015. Op deze kaarten is de landschappelijke evolutie te zien die het plangebied gedurende de afgelopen 150 à 200 jaar heeft doorgemaakt. In grote lijnen kan gezien worden dat tot halverwege de 20ste eeuw de situatie in en nabij het plangebied nagenoeg ongewijzigd is gebleven. Het landschap was overwegend agrarisch met een aantal veldwegen die het akkergebied doorkruisen om de verschillende historische kernen te verbinden. Hierna heeft herverkaveling plaatsgevonden waarbij veel van de oorspronkelijke perceelsgrenzen en oude landwegen doorheen het akkergebied verloren zijn gegaan. In de jaren 1970 is ook de landweg die doorheen deelgebied A liep, verdwenen en vervangen door de Seurenweg. Bebouwing van het akkergebied vindt plaats vanaf de jaren 1970. In eerste instantie als woonuitbreiding van de bestaande kernen aan de randen van het akkergebied, maar vanaf de jaren 1980 is ook centraal op het akkergebied bebouwing aanwezig. Deze bebouwing betreft dan bijna altijd tuinbouwkassen en plantvelden. Naast deelgebied A is bebouwing verschenen in de jaren 1980. Sinds de jaren 1980 loopt er ook een waterloop (beek / sloot) ten zuiden van het plangebied.
Dit is geen historische waterloop en betreft een gegraven loop om watervoorziening te creëren voor de vele tuinbouwbedrijven die op het voormalige akkergebied verschijnen. 28 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 28
1860
1900
1950
1970
1980 2015 Figuur 18: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens ca. 1860, 1900, 1950, 1970, 1980 en 2015.29 Het plangebied is telkens rood omlijnd.
29 Bron: Kadaster Topografische Dienst
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 29
Deze landschappelijk evolutie kan ook samengevat gezien worden op de kaart met historische relicten van Renes. In 1999 heeft Renes een studie gemaakt naar het historisch geografische landschap van Noord- en Midden-Limburg. Hij heeft hierbij gepoogd originele delen van het landschap te duiden en te dateren. Volgens de kaart van Renes (figuur 19) ligt het plangebied in een zeer gewijzigd landschap. Enkel de oude bebouwingskernen hebben nog een gave (19de-eeuwse of zelfs oudere) structuur, alsook de wegenstructuur doorheen deze kernen. Enkel de Schadijkerweg, westelijk van het plangebied gaat terug op een historisch tracé (19de-eeuws of eerder). Bijzondere bebouwing (uitgezonderd enkele -al dan niet verdwenen- molens) is niet aanwezig.
Figuur 19: Uitsnede uit de kaart met historische relicten van Noord- en MiddenLimburg.30 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan. 30 Bron: Renes 1999.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 30
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt midden op een dekzandrug tussen de oude kernen van Schadijk, Meterik en Middelijk. Binnen het plangebied worden enkeerdbodems in dekzand verwacht. Resten van een onderliggende podzol zijn waarschijnlijk niet aanwezig. De dekzandrug is vanouds in gebruik geweest als groot open akkergebied. Archeologisch gezien zijn binnen dit akkergebied bewoningsresten uit de ijzertijd tot de volle middeleeuwen aangetroffen. Verwachte perioden & complextypen Volgens de bekende kaarten kent het plangebied een hoge archeologische verwachting voor resten uit alle periodes. Kijkend naar de bekende archeologische waarden uit de (directe) omgeving kan deze verwachting nader gespecificeerd worden. Het plangebied ligt bovenop een dekzandrug. Noordelijk en zuidelijk van deze rug liggen de bewoningskernen langs beken en natuurlijke waterlopen. Afstand tot de beekdalen is 400 tot 700m. Het plangebied ligt niet in een gradiëntzone en op een te grote afstand tot (open) water en heeft daarom een lage verwachting voor resten uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Vondsten uit de vroege steentijd uit de omgeving onderschrijven deze verwachting. Deze zijn slechts beperkt aanwezig en daar waar aanwezig liggen deze op korte afstand tot de beekdalen.
Met de intrede van de landbouw werd de bodemgesteldheid (leemfractie en waterhuishouding) en hogere ligging in het landschap belangrijke vestigingsfactoren. Zeker in de eerste millennia van akkerbouw speelde dit een grote rol. Het plangebied ligt binnen een gebied met goede waterhuishouding (grondwatertrap VII) en met een goed leemgehalte (Zs2 of Zs3). Voor de periodes van neolithicum tot en met volle middeleeuwen geldt dan ook een hoge verwachting voor archeologische resten. Kijkend naar de archeologische resten uit de omgeving, wordt ook deze verwachting onderschreven. Zo zijn onder andere direct naast deelgebied A waardevolle en uiterst rijke nederzettingen uit de ijzertijd en de vroege en volle middeleeuwen aangetroffen. Vanaf de volle middeleeuwen werden de akkerlanden niet meer bewoond en ‘verhuisden’ de nederzettingen naar de randen van de akkergebieden. De akkergebieden werden vanaf toen ook grootschalig en structureel bemest (waardoor op termijn ook de dikkere akkerdekken ontstonden). Voor deze periodes (late middeleeuwen en nieuwe tijd) geldt dan ook een lage verwachting voor nederzettingsresten en/of begravingen. Resten van landgebruik en off-site fenomenen kunnen wel verwacht worden. Historische nederzettingen liggen nabij het akkerland op relatief korte afstand en hebben het akkerland gebruikt.
Samenvatting gespecificeerde verwachting Verwachting Periode(s) laag paleolithicum – mesolithicum laag hoog hoog
Versie: 15-10-2019
late middeleeuwen – nieuwe tijd neolithicum t/m volle middeleeuwen late middeleeuwen – nieuwe tijd
Complextype(s) nederzettingen, grafvelden en off site fenomenen nederzettingen en grafvelden nederzettingen, grafvelden en off site fenomenen off site fenomenen
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 31
Uiterlijke kenmerken & gaafheid Vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum of mesolithicum bestaan uit vondststrooiingen met eventuele ondiepe sporen in de ondergrond. Eventueel kan door verploeging ook vondstmateriaal vermengd en/of verplaatst zijn. Eventuele nederzettingsresten uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen zowel bestaan uit basisnederzettingen met een oppervlakte tussen 200 en 1.000 m² of uit kleine tijdelijke kampementjes met zeer geringe afmetingen die nauwelijks meer zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp. De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters. Nederzettingsresten van het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal en/of als spoorvullingen van kuilen (afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, enz.) en/of greppels. Eventuele sporen van begraving kunnen resten van crematies of inhumatiegraven betreffen. Nederzettingsresten kennen een grootte van minimaal honderden vierkante meters tot soms wel enkele hectares. Grafvelden kunnen één of enkele graven betreffen of soms wel honderden. Voorts kunnen uit deze periodes ook off site fenomenen voorkomen. Deze kunnen bestaan uit greppels, wegen, sporen van landgebruik (extractiekuilen), enz. In z’n algemeenheid kan gesteld worden dat anorganische resten goed bewaard zullen zijn.
Organische resten (zoals paleo-ecologsiche resten, bot, hout, leder en textiel) zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slechter zijn geconserveerd. Het onderzoek pal naast deelgebied A zeer veel paleo-ecologische informatie opgeleverd. Deels vanwege organische resten in verkoolde toestand, maar het mag ook duidelijk zijn dat de bodemomstandigheden niet dermate slecht zijn dat geen organische resten behouden kunnen zijn. Archeologische gelaagdheid & stratigrafie Het plangebied ligt binnen het dekzandgebied van Noord- en Midden-Limburg. Op het aanwezige dekzand is doorheen de tijd een akkerdek gekomen. Archeologische resten kunnen derhalve gelaagd voorkomen: in/onder de moderne bouwvoor, in het akkerdek en onder het akkerdek in de top van de afgedekte bodem. Vanwege de vermoedelijke ouderdom van het akkerdek (volle middeleeuws) kan de volgende stratigrafie verwacht worden: - Resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd: in/onder de moderne bouwvoor - Resten uit de volle en late middeleeuwen: in het akkerdek, maar ook daaronder in de top van de afgedekte bodem - Resten uit de neolithicum t/m volle middeleeuwen: onder het akkerdek in de top van de afgedekte bodem Op basis van al het voorgaand uitgevoerd archeologisch onderzoek wordt een akkerdek verwacht met een dikte van 40 tot 90 cm. Hiervan was gemiddeld 30cm doorwerkt tot een moderne bouwvoor.
Onder het akkerdek was in een aantal gevallen een oude ‘verrommelde’ akkerlaag (ook wel cultuurlaag genoemd) aanwezig, met gebroken restanten van een zwak ontwikkelde veldpodzol. Dikte van deze laag is 10 tot 20 cm. Hieronder ligt het schone dekzand van de C-horizont. Mogelijke verstoringen Het plangebied ligt in een gebied dat reeds lange tijd in gebruik is als agrarisch (akker)gebied. Onderzoek in de omgeving heeft aangetoond dat doorheen de tijd door het agrarische gebruik, er een -plaatselijk- dikke akkerlaag is ontstaan. Hierdoor kunnen
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 32
archeologische resten goed bewaard gebleven zijn. Dit geldt met name voor de oudere archeologische periodes (pre volle middeleeuwen). Maar (modern) agrarisch gebruik kan in de toplaag tot verstoring geleid hebben. Uitgaande van de nog aanwezige spoordieptes van eerder uitgevoerd onderzoek onder het archeologische niveau c.q. het akkerdek (30 tot 80cm, met gros tussen de 30 en 40cm onder een akkerdek van 40 tot 90cm), kan er naar verwachting gesproken worden van verstoorde bodems waar geen behoudenswaardige archeologische resten meer verwacht kunnen worden bij verstoringen van 70 tot 130 cm beneden maaiveld. De impact van eventuele verstoringen kan op basis van het bureauonderzoek niet bepaald worden.
2.8 Onderzoeksstrategie
(LS05)
Doel van het inventariserend booronderzoek verkennende fase is om vast te stellen hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze nog intact is en of hierin behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Daarbij dient met name te worden nagegaan of er een akkerdek aanwezig is, hoe dik dit akkerdek is en in hoeverre eventuele archeologische niveaus vestoord zijn. Uitgegaan wordt van een minimale boordichtheid van vijf boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet om de bodemopbouw doelmatig en betrouwbaar te karakteriseren en een eventuele grootschalige verstoring nader vast te stellen. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek zal worden aangegeven welk type bodems binnen het plangebied voorkomen, in hoeverre de bodem door (sub)recente grondwerkzaamheden zoals bouwactiviteiten, afgravingen en egalisaties is verstoord, wordt het verwachtingsmodel eventueel aangepast en zal worden aangegeven in een hoeverre (karterend) vervolgonderzoek naar archeologische indicatoren, materiële resten en sporen wenselijk en zinvol is en welk type onderzoek hiervoor het meest geschikt is. Binnen het gehele plangebied zijn negen boorpunten verdeeld, waarvan vijf binnen deelgebied A en vier binnen deelgebied B. Hierdoor wordt binnen het 1,76 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van ca. 5 boringen per hectare.
Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN of een waterpas. De AHNhoogtedata hebben in principe een nauwkeurigheid van 5 cm. De boorlocaties (RDcoördinaten) worden in het veld vastgesteld met behulp van een GPS. De boorprofielen worden beschreven op basis van de ASB 5.2. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, wordt aanvullend een oppervlaktekartering uitgevoerd ten behoeve van het opsporen van archeologische indicatoren. Eventuele vondstconcentraties of bijzondere losse vondsten worden met behulp van GPS ingemeten.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 33
Figuur 20: Deelgebied A met aardbeienteelt gezien vanaf de Seurenweg in noordelijke richting.
Figuur 21: Deelgebied B met de teelt van struiken op bedden, gezien vanaf de Seurenweg in noordelijke richting.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 34
3 Veldonderzoek
3.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
(VS03)
regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 30). guts met diameter van 2 cm / edelmanboor met diameter van 7 cm. 9 40 * 50 m 5 boringen per hectare 0,7 – 1,2 m –mv GPS, meetlint Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing en toestand van enkele braakliggende zones van het plangebied was geen betrouwbare oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in bijlage 1. Ter plaatse van de noordrand van deelgebied B is nabij boring 6 een profielputje gegraven.
3.3 Resultaten en interpretatie booronderzoek
(VS03)
Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de natuurlijke bodem binnen het plangebied in de C-horizont uit zeer fijn tot uiterst fijn, Laat-Pleistoceen dekzand bestaat. Het dekzand heeft een opvallend hoog leemgehalte. Het ontbreken van enige sedimentaire gelaagdheid duidt op volledig eolisch sediment. Gleyverschijnselen in de vorm van ijzerroestvlekken en ijzerconcreties zijn vastgesteld op circa 70 tot 100 cm –mv. Bodemvorming in de top van het dekzand in de vorm van podzolerisering is nergens aangetroffen. Het dekzand wordt binnen deelgebied A afgedekt door een dun antropogeen akkerdek (Aaphorizont). Dit akkerdek is donker bruingrijs van kleur en is opgebracht ter verbetering van de bodemvruchtbaarheid. De dikte van het akkerdek varieert van 35 tot 60 cm. De maximale dikte van 60 cm is waargenomen in boring 4. Ter plaatse van de boring 5 bedraagt de dikte van het akkerdek 45 cm. Een dikte van minder dan 50 cm betekent dat er formeel geen sprake is van een dikke enkeergrond zoals aangeduid op de bodemkaart van Nederland. De aanwezigheid van brokjes geel dekzand in de A-horizont maakt het aannemelijk dat het hele akkerdek is doorploegd tot meer dan 30 cm –mv.
Enkel in boring 3 is onder de Aap-horizont tussen 30 en 40 cm –mv nog een schijnbaar intacte Aa-horizont vastgesteld die aantoont dat er oorspronkelijk daadwerkelijk sprake is geweest van het opbrengen van humusrijke bodemmateriaal. Binnen deelgebied A komen ter plaatse van de boorlocaties 1, 3 en 5 (licht) bruingrijze tot donker beige bodemlagen voor die zijn geïnterpreteerd als oude cultuurlagen (Ab-horizont). Meer recente antropogene bestanddelen zoals steenkool- en baksteendeeltjes die wel in Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 35
akkerdeklagen voorkomen, ontbreken hierin. Het uiterlijk van deze lagen komt overeen met de akkerlagen die tijdens onderzoek elders binnen het onderzoeksgebied zijn aangetroffen en zijn weergegeven in de figuren 11 en 13. In boring 4 is de Ab-horizont onder het akkerdek tussen 60 en 85 cm –mv donker grijs van kleur. In boring 3 is een antropogene verstoring tot 90 cm –mv vastgesteld; in boring 5 tot 100 cm. Beide verstoringen kunnen archeologische relevante grondsporen zijn die dateren van voor het aanbrengen van het akkerdek. Een aanvullende boring 5a op circa 5 m afstand van boring 5 heeft onder een Aap-horizont van 50 cm en een donker beige Ab-horizont van 20 cm, een donker grijs grondspoor tot 180 cm –mv aangetoond. Binnen deelgebied B kan (oorspronkelijk) sprake zijn (geweest) van een dun antropogeen akkerdek (Aap-horizont) dan wel van een diep doorploegde moderne bouwvoor (Aphorizont). De beddenbouw die nu op het perceel plaatsvindt maakt diep doorploegde moderne bouwvoor aannemelijk. De A(a)p-horizont is overal 40 cm dik en vertoont geen gelaagdheid. Een onderliggende cultuurlaag en/of grondsporen zoals deze binnen deelgebied A zijn aangetroffen, ontbreken hier. De Ap-horizont heeft een grijsbruine kleur en ligt direct op het gele dekzand van de C-horizont.
Ter plaatse van de boringen 8 en 9 is sprake van een geroerde overgangshorizont (A/C-horizont) tussen de bouwvoor en het gele dekzand. Donker bruinrode zandbrokken in de Ap-horizont van boring 7 kunnen duiden op een sterk verploegde oorspronkelijke podzolbodem. In aanvulling op de boringen is nabij boring 6 een profielputje gegraven. Ook hierin is een Ap-C profiel aangetroffen met een Ap-horizont tot circa 40 cm –mv (figuur 28). De schijnbaar gelaagde structuur is het gevolg van variaties in bodemvochtgehalte. De middelste laag is nog relatief droog ten gevolg van de droge weersomstandigheden gedurende de voorgaande zomerperiode. Aan de basis van de Ap-horizont zijn gele brokjes dekzand zichtbaar die duiden op een agrarische bodemverstoringsdiepte tot 40 cm –mv. De bodemkundige waarnemingen binnen deelgebied B sluiten aan op de bevindingen die in 2017 op het aangrenzende deel van het perceel zijn verricht. 31
Figuur 22: Foto van boring 1 , uitgelegd van links naar rechts per meter
31
Exaltus en Orbons 2017
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 36
Figuur 23: Foto van boring 2, uitgelegd van links naar rechts per meter
Figuur 24: Foto van boring 3, uitgelegd van linksboven naar rechtsonder per halve meter
Figuur 25: Foto van boring 4, uitgelegd van links naar rechts per meter
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 37
Figuur 26: Foto van boring 5, uitgelegd van links naar rechts per meter
Figuur 27: Foto van boring 8, uitgelegd van links naar rechts per meter
Figuur 28: Profiel profielputje deelgebied B nabij boring 6.
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 38
Figuur 29: Boorprofielen
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 39
Figuur 30: Plangebied met boorpunten
Versie: 15-10-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Seurenweg, Horst, Gemeente Horst aan de Maas.
4 Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 19083, Pagina 40
(VS07)
Het plangebied bestaande uit de deelgebieden A en B, ligt midden op een brede dekzandrug, tussen een beekdal en een laagte en tussen de oude kernen van Schadijk, Meterik en Middelijk te Horst. Binnen het plangebied worden enkeerdbodems in dekzand verwacht. Resten van een onderliggende podzol zijn waarschijnlijk niet aanwezig. De dekzandrug is vanouds in gebruik geweest als groot open akkergebied. Archeologisch gezien zijn binnen dit akkergebied bewoningsresten uit de ijzertijd tot de volle middeleeuwen aangetroffen. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten (nederzettingen en grafvelden) daterend vanaf het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen. Voor off site fenomenen geldt een hoge archeologische verwachting tot en met de nieuwe tijd. Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem uit sterk lemig Pleistoceen dekzand zonder (restanten van een) oorspronkelijke (podzol)bodem. Binnen beide deelgebieden is sprake van een relatief dun akkerdek maar binnen deelgebied B kan tegelijkertijd sprake zijn van een dikke bouwvoor van 40 cm in de top van het dekzand. Binnen deelgebied A is tussen het akkerdek en de top van het gele dekzand een oude cultuurlaag aangetroffen.