CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04f Zienswijzenrapport geanonimiseerd

Gemeenteraad 10 september 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Hogenbos 10-14 te Meerlo.2.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan ‘Hogenbos 10-14 te Meerlo’

Zienswijzenrapport Geanonimiseerd

Team Omgeving

Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst

Postbus 6005 / 5960 AA Horst

T 077 – 477 97 77

F 077 – 477 97 50

Pag. 2 van 11

INLEIDING Op de locatie Hogenbos 10-14 te Meerlo werden tot 2021 varkens gehouden. Het bedrijf heeft deelgenomen aan de Saneringsregeling Varkenshouderijen (Srv) en is in maart 2021 gestopt. Door deze sanering is een forse milieuwinst geboekt. Er is een saneringsovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het (her)ontwikkelen van deze locatie. Op de locatie zal lichte bedrijvigheid gaan plaatsvinden in de vorm van het verhuren van opslag- en bedrijfsruimtes. Verder komen er op de locatie zonnepanelen in een veldopstelling. Daarnaast worden er 5 paarden gehouden voor hobbymatige activiteiten en worden 50 schapen gehouden voor het beweiden van het zonnepark. Het ontwerp bestemminsplan Hogenbos 10-14 te Meerlo heeft op grond van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening voor een ieder ter inzage gelegen van 13 oktober tot en met 23 november 2023. Naar aanleiding van de ter inzage ligging zijn twee zienswijzen ingediend. Ontvankelijkheid De zienswijzen zijn binnen de inzagetermijn ingediend en daarmee tijdig ingediend en ontvankelijk. Indeling van deze nota In deze nota zijn de ingediende zienswijzen kort samengevat en direct aansluitend is een reactie hierop gegeven. Ook is aangegeven hoe met de zienswijzen rekening kan worden gehouden bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

Tenslotte is een bijlage bij deze zienswijzennota bijgevoegd waarin woordelijk wordt ingegaan op de ingediende zienswijze van reclamant 1.

Pag. 3 van 11

I SAMENVATTING VAN DE INGEDIENDE ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Samenvatting Algemeen Reclamant is van mening dat met onderhavig plan een bedrijventerrein midden in een open buitengebied wordt gevestigd. Hij vindt dit een negatieve ontwikkeling. Volgens reclamant had het plan ook plaats kunnen vinden op een industrieterrein zoals de Klavers of aan de randen van de kern. Regels Reclamant vindt de milieuwinst als gevolg van de ammoniakafname beperkt, omdat een deel van de ammoniak volgens reclamant weer terug komt. Verder is reclamant van mening dat de gemeente vergunningen beter moet actualiseren. Ook is reclamant geen voorstander van het verlenen van tijdelijke vergunningen. Reclamant vindt het werken met tijdelijke vergunningen onjuist, ondemocratisch en dwingend naar de gemeenteraad toe. Bovendien is reclamant van mening dat de bouwcontroles gebrekkig zijn geweest. Ook constateert reclamant dat het plan reeds is uitgevoerd. Zijns inziens wordt de gemeenteraad hierdoor voor een voldongen feit gesteld. Er wordt niet voldaan aan de maximale bouwhoogte conform artikel 3.2.2 van het ontwerp bestemmingsplan. Verder vindt reclamant dat het plan leidt tot een sterke verstening en verstedelijking. Ook is reclamant van mening dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Bedrijf.

Eén van de voorwaarde is dat de bedrijfsuitoefening moet zijn beëindigd. Verder meent reclamant dat er geen gebruik kan worden gemaakt van het afwijken van de gebruiksregels. Reclamant is van mening dat het plan naar aard en invloed op de omgeving niet gelijk te stellen is aan die van het voormalige agrarische bedrijf. Reclamant vindt dat het plan in strijd is met artikel 11.1a van de regels. Toelichting Reclamant stelt dat bedrijventerreinen aan de randen van dorpen moeten worden gevestigd. Het plan ziet in zijn ogen toe op het toestaan van een bedrijventerrein in een open buitengebied. Verder is reclamant van mening dat het plan een stedelijke ontwikkeling is. Hij vindt de gebouwen in het plan te hoog. Ook vindt reclamant dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de structuurvisie niet is gevolgd: er wordt niet aangesloten bij bestaande landschapsstructuren en er wordt zijns inziens geen landschappelijke meerwaarde geleverd. Volgens reclamant wordt een deel van de stikstof elders gebruikt. Ook vindt reclamant de geurvoordelen twijfelachtig, gelet op de windrichting en de afstand tot de dorpen. Verder vindt hij dat indien er hoogwaardige isolatiematerialen worden gebruikt, dit ook daadwerkelijk moet worden gecontroleerd. De milieuwinst van het plan wordt door reclamant ervaren als verwarrend en onjuist.

De geurwinst is zijns inziens in verkeerde eenheden weergegeven. De ammoniakwinst is als totale uitstoot weergegeven, terwijl volgens reclamant een deel wordt achtergehouden en/of ingenomen wordt voor inzet elders.

Pag. 4 van 11

Reclamant meent dat het aantal bewegingen, zoals gesteld op pagina 52 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, onjuist is. Deze aantallen komen namelijk niet overeen met het aantal uit de verleende tijdelijke vergunning. Er is volgens reclamant sprake van een sterk toenemende verkeersintensiteit. Reclamant constateert dat enkele passages uit de gevoerde omgevingsdialoog niet leesbaar zijn. Tenslotte heeft reclamant aan aanvulling gedaan op de ingediende zienswijze. In deze aanvulling heeft reclamant aangegeven dat zijns inziens het veld met zonnepanelen na uitvoering van het plan weer op de daken van de gebouwen kunnen worden gelegd. Reactie: Algemeen Voor de beantwoording hiervan, wordt verwezen naar de beantwoording onder het kopje ‘bedrijventerrein’ (zie hieronder). Regels De gemeente streeft naar een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening. Daar horen ook een actueel vergunningenbestand en gedegen bouwcontroles bij. Het bijhouden van een actueel vergunningenbestand en het uitvoeren van bouwcontroles zijn echter geen onderdeel van deze ruimtelijke procedure. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft op 21 januari 2022 besloten om vooruitlopend op het vast te stellen bestemmingsplan met een tijdelijke omgevingsvergunning medewerking te verlenen aan het initiatief. De aanvraag van initiatiefnemer past namelijk binnen de kaders c.q.

afspraken van de saneringsovereenkomst. De tijdelijke omgevingsvergunning dient om uitvoering te geven aan de gemaakte afspraken die in de saneringsovereenkomst zijn vastgelegd. De tijdelijke omgevingsvergunning vervalt zodra de onderhavige bestemmingsplanprocedure onherroepelijk is. Reclamant stelt dat niet wordt voldaan aan de maximale bouwhoogte conform artikel 3.2.2 van het ontwerp bestemmingsplan. Artikel 3.2.2 heeft betrekking op de bestemming Agrarisch met waarden. De bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd in de bestemming Bedrijf. Voor de bedrijfsgebouwen is artikel 4.2.2. van het ontwerp bestemmingsplan van toepassing. De bedrijfsbebouwing voldoet aan deze maatvoeringen. Voor wat betreft de maximale bouw- en goothoogtes van de constructies voor zonnepanelen, is er echter sprake van een omissie in het bestemmingsplan waardoor er hierover onduidelijkheid kan ontstaan. De maximale gooten bouwhoogtes zijn namelijk opgenomen onder ‘bedrijfsgebouwen’. Volgens de bepalingen van het bestemmingsplan zijn de constructies voor zonnepanelen geen ‘gebouwen’, maar ‘bijbehorende bouwwerken’. Daarom is als ambtshalve wijziging in artikel 3.2.3 ‘Bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ de volgende regel toegevoegd: ‘Veldopstellingen zonnepanelen: goothoogte 3 m, bouwhoogte 4 m’.

Ook is reclamant van mening dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Bedrijf. Hieromtrent kan worden gemeld dat onderhavig bestemmingsplan geen wijzigingsplan betreft maar een herzieningsplan die met toepassing van artikel 3.1 Wro is opgesteld. Er zijn namelijk in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee de in het kader

Pag. 5 van 11

van de Saneringsregeling varkenshouderij (Srv) gemaakte afspraken juridisch planologisch kunnen worden vastgelegd. Ook geldt dat het flankerend beleid in dit geval extra ruimtelijke herontwikkelingsmogelijkheden mogelijk maakt. Een herziening van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 3.1 Wro is daarom noodzakelijk om de gemaakte afspraken juridisch planologisch te vertalen. Reclamant vindt dat het plan in strijd is met artikel 11.1a van de regels. Het flankerend beleid is onder meer vertaald naar de regels van het bestemmingsplan. In artikel 11.1 van de regels van het bestemmingsplan komt dit met name tot uitdrukking in de laatste passage dat het gebruik van gronden dat verband houdt met de bestemming en het gebruik van gronden dat blijkens de regels is toegestaan geen strijdig gebruik betreft. Toelichting Reclamant stelt dat bedrijventerreinen aan de randen van dorpen moeten worden gevestigd. Het plan ziet in zijn ogen toe op het toestaan van een bedrijventerrein in een open buitengebied. In dit kader kan het volgende worden gemeld. Het Rijk heeft de Saneringsregeling varkenshouderijen (Srv) open gesteld. Deze regeling betreft een opkoopregeling voor varkenshouderijen. Het doel van de regeling is om overbelaste geursituaties te saneren. Het Rijk heeft in het kader van deze regeling aan gemeenten gevraagd om zogenaamd flankerend beleid te ontwikkelen.

Unieke omstandigheden waarin elke varkenshouder zich bevindt vragen om maatwerk. Het flankerend beleid voorziet onder meer in verruimde ruimtelijke mogelijkheden voor het herbestemmen van voormalige varkenshouderijen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de mogelijkheden die worden geboden om andere functies dan een intensieve veehouderij op de bedrijfslocatie toe te staan. Voor onderhavige locatie zijn met de initiatiefnemer afspraken gemaakt over de toekomstige invulling van deze locatie. Overeengekomen is dat op de locatie bedrijvigheid zal gaan plaatsvinden in de vorm van het verhuren van opslag- en bedrijfsruimtes. De ruimtes mogen enkel verhuurd worden aan bedrijven die op de locatie activiteiten gaan uitvoeren in de milieucategorieën 1 en 2 en daarmee qua milieu-impact vergelijkbare activiteiten. Door deze nieuwe invulling van de voormalige varkenshouderij, wordt toekomstperspectief geboden aan de initiatiefnemer. Dit toekomstperspectief wordt aan de voormalige varkenshouders gegeven omdat zij met hun sanering de milieudruk op het buitengebied verminderen en de hoogte van de ontvangen subsidiebedragen niet volledig kostendekkend zijn. Doordat zij stoppen met hun varkenshouderij en hun rechten inleveren, leveren zij een bijdrage aan het verminderen van het aantal overbelaste geursituaties. Tevens wordt een bijdrage geleverd aan vermindering van de stikstof- en fijnstofdepositie.

Zo dragen deze voormalige varkenshouders bij aan een gezondere en duurzame leefomgeving. In ruil voor deze bijdrage krijgen zij op basis van het flankerend beleid ruimere ontwikkelingsmogelijkheden, waaronder het realiseren van nieuwe bedrijfsactiviteiten op locatie. Hiermee is de toekomstige invulling van de voormalige varkenshouderij voldoende onderbouwd. Milieuwinst Reclamant vindt dat de milieuwinst van het plan verwarrend en onjuist is weergegeven. Ook is de geurwinst zijns inziens in verkeerde eenheden weergegeven. Na controle blijkt dat op pagina 24 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan de verkeerde uitgangspunten en eenheden zijn gebruikt. De juiste hoeveelheden en eenheden zijn opgenomen in de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan. Dit doet echter niets af aan het feit dat een milieuwinst wordt behaald als gevolg van beëindiging van de varkenshouderij. De nieuwe tekst op pagina 24 van de toelichting van het bestemmingsplan onder het kopje ‘Milieuwinst’ ziet er nu als volgt uit: Met deelname aan de SRV regeling is op verschillende vlakken forse milieuwinst behaald. De winst bedraagt onder andere:

Pag. 6 van 11

o

Afname van geurbelasting op de kernen Meerlo en Tienray en burgerwoningen in de kernrandzone van Meerlo; o Opheffen overbelaste situatie op de kernen Meerlo en Swolgen met betrekking tot het aspect ‘geur’; o Totale afname van 119.230,6 OUe/s;

o

Forse afname van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden Maasduinen en Boschhuizerbergen; o Totale afname van 7.145,2 kg NH3;

o

Afname van fijnstofemissie op de omgeving; o Totale afname 860.598 gr/jaar;

o

Afname van het aantal varkens; o 1.353 zeugen; o 6.540 gespeende biggen; o 3.765 vleesvarkens, opfokzeugen en beren.

Het deel van het varkensbedrijf op Hogenbos 10 is in overleg met de gemeente vanaf 1 juli 2021 gestaakt zonder deelname aan de SRV-regeling. Voor deze sluiting is door de initiatiefnemers geen subsidie verkregen. De staking van dit deel van het bedrijf heeft de volgende milieuwinst tot gevolg: o Afname van geurbelasting op de kernen Meerlo en Tienray en burgerwoningen in de kernrandzone van Meerlo; o 26.151 OUe/s; o Forse afname van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden Maasduinen en Boschhuizerbergen; o Totale afname 1.137 kg NH3; o Totale milieuwinst (minimaal) 568,5 kg NH3 De stikstofrechten (1.137 kg NH3) zijn verkocht aan de gemeente Horst aan de Maas en ingebracht in de depositiebank. Volgens de huidige regels worden (minimaal) 50% van de stikstofrechten afgeroomd ten behoeve van de natuur. De overige rechten, (maximaal) 568,5 kg NH3, kunnen met behulp van externe saldering worden ingezet voor nieuwe ontwikkelingen, zoals ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Grandorse. o Afname van het aantal varkens; o 1137 vleesvarkens. De nadere overleggen met de gemeente hebben geresulteerd in een gedragen plan voor nieuwe toekomstige ontwikkelingen op de saneringslocatie. Hiermee is het aspect ‘milieuwinst’ voldoende onderbouwd. De verschillende onderdelen van het planvoornemen worden hieronder toegelicht.

Verkeersbewegingen Reclamant is van mening dat er sprake is van een sterk toenemende verkeersintensiteit. In het kader van de tijdelijke omgevingsvergunning voor de bedrijfsgebouwen is een onderbouwing van de verkeerstoename opgenomen. De verkeersparagraaf is uitgebreid getoetst in het kader van de tijdelijke omgevingsvergunningsaanvraag. Een tweede toetsmoment heeft plaatsgevonden als onderdeel van dit bestemmingsplan. Uit deze beoordeling blijkt dat de activiteiten in het kader van het aspect ‘verkeer’ acceptabel zijn. Deze onderbouwing is dezelfde onderbouwing als de onderbouwing in de toelichting van het bestemmingsplan. Er is dan ook geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de aantallen die in de tijdelijke omgevingsvergunning zijn opgenomen. Over de verkeersbewegingen hebben diverse overleggen plaatsgevonden tussen gemeente (o.a. afdeling Verkeer) en de initiatiefnemer. Geconcludeerd is dat de stijging van het aantal verkeersbewegingen niet leidt tot

Pag. 7 van 11

problemen met de verkeersdoorstroming en / of de verkeersveiligheid voor de overige weggebruikers, waaronder fietsers. Hiermee is het aspect ‘verkeer’ voldoende gemotiveerd. Omgevingsdialoog Reclamant geeft aan dat een pagina niet leesbaar is. De bijlage is vervangen door een nieuwe versie die volledig leesbaar is. Daarnaast geeft reclamant aan dat een van de weinige gesprekken niet heeft plaatsgevonden. Door de initiatiefnemer zijn pogingen gedaan om de omgevingsdialoog met de bewuste bewoners te voeren. Deze pogingen hebben helaas niet geresulteerd in een daadwerkelijk overleg. Als een omwonende niet wil ingaan op het verzoek om ingelicht te worden, neemt dit niet weg dat de omgevingsdialoog niet zorgvuldig gevoerd zou zijn. Hiermee is er voldoende overleg gevoerd met omwonenden. Zonnepanelen In het kader van de saneringsregeling zijn met initiatiefnemer afspraken gemaakt over hoe om te gaan met de zonnepanelen die op de voormalige varkensstallen lagen. Overeengekomen is dat een permanente zonneweide in veldopstelling gerealiseerd mag worden. Voor de realisatie van de zonneweide worden de zonnepanelen gebruikt die op de daken van de voormalige varkensstallen lagen. Over de verplaatsing van de zonnepanelen naar een veldopstelling heeft overleg met de Provincie Limburg plaatsgevonden en is een akkoord bereikt over de realisatie van een zonnepark van maximaal 1,5 hectare.

Ook met RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) is overeenstemming bereikt over het plaatsen van de zonnepanelen in veldopstelling. De realisatie van de zonneweide heeft in 2021 plaatsgevonden. Sanering van de bedrijfsgebouwen was immers niet mogelijk zonder verwijdering van de zonnepanelen. Ook zijn er in het kader van de tijdelijke omgevingsvergunning afspraken gemaakt over het definitief vastleggen van de zonneweide in het bestemmingsplan voor deze locatie. De tijdelijke omgevingsvergunning krijgt hiermee zijn permanente karakter. Om beschadigingen en dure kosten van tijdelijke constructies te voorkomen, is verzocht de zonnepanelen in veldopstelling te plaatsen en deze niet terug op de daken te plaatsen. In het kader van de saneringsregeling is de realisatie van een permanente zonneweide op locatie in overleg met de provincie Limburg beoordeeld. Uit deze beoordeling is gebleken dat de realisatie van de permanente zonneweide op deze locatie acceptabel is. Hiermee is de permanente zonneweide in veldopstelling voldoende onderbouwd.

Pag. 8 van 11

Zienswijze 2 Samenvatting Reclamant woont op de locatie Hogenbos 8 te Meerlo. Deze woning is nu bestemd als bedrijfswoning. Reclamant wil de bedrijfswoning graag omzetten naar een burgerwoning (woonbestemming). Reactie In het kader van de onderhavig bestemmingsplanprocedure voor de sanering van de voormalige varkenshouderij worden enkel de hiervoor strikt noodzakelijke aspecten meegenomen. Indien er andere gewenste ruimtelijke ontwikkelingen zijn, dan kan daarvoor een separate procedure worden doorlopen. Dit is ook als zodanig besproken met reclamant.

Pag. 9 van 11

II

OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN IN HET PLAN

A. Wijzigingen n.a.v. ingebrachte zienswijzen De ingediende zienswijzen hebben ervoor gezorgd dat de onderstaande wijzigingen worden aangebracht in het bestemmingsplan.

Toelichting van het bestemmingsplan -

Paragraaf 3.2 Projectbeschrijving: tekst onder het kopje ‘milieuwinst’ is aangepast. Zie hiervoor onder I.

-

Paragraaf 4.2 Milieu aspecten, kopje ‘omgevingsdialoog’: hier wordt verwezen naar de verslagen van de gevoerde gesprekken die zijn gevoerd. Een van pagina’s was onleesbaar. De bijlage is vervangen door een volledig leesbare versie.

Regels van het bestemmingsplan -

Artikel 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde: hier wordt de volgende regel toegevoegd. ‘Veldopstellingen zonnepanelen. Goothoogte: 3 m., Bouwhoogte: 4 m’.

B. Ambtshalve wijzigingen Voorgesteld wordt de onderstaande ambtshalve wijziging door te voeren. Toelichting en verbeelding van het bestemmingsplan -

De maximum oppervlakte aan bebouwing in m2. Deze maatvoering wordt aangepast. De oppervlakte van de nieuwe bebouwing is 19.500 m2. De oppervlakte van de bestaande bebouwing is 19.300 m2. Dit komt overeen met de maximale oppervlakte uit de tijdelijke omgevingsvergunning.

Pag. 10 van 11

III

CONCLUSIE

Op grond van de hoofdstukken I en II wordt voorgesteld het bestemmingsplan Hogenbos 10-14 te Meerlo aan te passen zoals voorgesteld onder I en II.

Pag. 11 van 11

IV INTEGRAAL OVERZICHT VAN DE INGEDIENDE ZIENSWIJZEN De zienswijzen zijn als separate bijlagen bijgevoegd bij onderhavige nota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14436031/1