04e Landschappelijk inpassingsplan
Tekst van het document
Landschapsplan Definitief 26-10-2021 in het kader van
• Compensatie voor verdere ontwikkeling bedrijf
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp 10-2021
1
Colofon Opdrachtgever: Naam: De Kemp BV Dhr. Paul Litjens Adres: Kempweg 15 Postcode en plaats: 5964 ND Meterik
Contactpersoon Naam; Dhr. Paul Litjens en Kamiel Bartels (Arvalis) E-mailadres: p.litjens@dekemp.nl; kbartels@arvalis.nl
Telefoon: 06-51585139
Dossiergegevens Titel Document Status Versie Opsteller
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp 10-2021
Compensatie De Kemp Meterik Plan 26-10-2021 26-10-2021 Ing. Ron Janssen
2
1. Inleiding Het bedrijf “De Kemp” staat aan de vooravond van een verdere impuls. De toekomstimpuls die noodzakelijk zijn om duurzaam en rendabel voort te kunnen gaan. Na de planvorming rond de invulling van de locatie op de Kempweg 15, is de ondernemer momenteel de toekomstplannen in procedure aan het brengen omtrent de trayvelden die noodzakelijk zijn binnen het toekomstplaatje. Hiertoe is door Arvalis een totaalplan opgesteld en met de gemeente kortgesloten vanuit het nieuwe TOV beleid. Onderstaande kaartje geeft de toekomstige ontwikkelingen weer:
A: Compensatieperceel 2,1 ha
D: Bouwvlakvergroting 2,1 ha
E: Legalisering 1 ha containerveld
C: Aanleg containerveld 7 ha
B: 1,2 ha Uitbreiding is onderdeel van Glastuinbouwontwikkelings gebied
Figuur 1: Toekomstplaatje De Kemp Meterik Het voorgaande geeft weer dat ten behoeve van de onderdelen C, D en E zijnde 10,1 ha. er een compensatieverplichting is, welke berekend is vanuit het TOV beleid. Hierbij komt men vanuit de normen (€ 5,00/m2 Bouwblokvergroting en €0,65/m2 trayveld) op een bedrag van €157.000,-. Landschapsplan/compensatieplan De Kemp 10-2021
3
Compensatie kan ook plaatsvinden door het fysiek inrichten van een perceel waarbij er een norm van € 10,-/m2 wordt gehanteerd vanuit de gemeente. De compensatie vindt plaats op een perceel van 2,1 hectare waarvan voor de huidig plannen 1,57 hectare ingericht zal worden als compensatie naast de eerder aangegeven landschappelijke inpassing. Het inpassingsdeel voor de bouwkavel, met gebouwen, en het veld E is reeds in november 2018 vastgelegd. Qua inpassing van onderdeel C is dit een open akkercomplex, waar een opgaande beplanting niet wenselijk is en er geheel wordt ingezet op de compensatie binnen het compensatieperceel A. Vanuit het aangegeven toekomstplan heeft de ondernemer aan IKL en hierna aan Ron Janssen Erf- en Landschapsverfraaiing gevraagd om in samenspraak de inrichting van het compensatieperceel vorm te geven. Dit is in onderstaand plan uitgewerkt. Het perceel A heeft een oppervlakte van 2,6 hectare, waarvan in de plannen van november 2018 reeds 0,5 hectare benut is voor de groene inrichting. Daarom is er nu voor het overige deel, 2,1 hectare een oppervlakte van 1,57 hectare noodzakelijk en is het overige deel inzetbaar bij andere toekomstige ontwikkelingen. Dit heeft geleid tot een totaal plan (waarbinnen de verschillende deelgebieden liggen) wat vanuit landschap, ecologie en relatie tot de omgeving in het geheel is bezien vanuit de totale omgeving. 2.
Ligging en situatie Het bedrijf is gelegen aan de Kempweg. Deze weg vormt de grens tussen de hogere akker van Meterikse veld en het lager gelegen dal van het Schadijkerbroek. Vanuit eerdere plannen (november 2018) zijn de gebouwen en opstallen aan de Kempweg 15 ingepast in het kleinschalige dicht bebouwd landschap rond de Kempweg. Zie onderstaande tekening vanuit dit plan.
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp 10-2021
4
Inpassingsperceel 0,5 hectare vanuit plan 112018
Het perceel B wordt bouwblok tbv glastuinbouw en is gelegen het glastuinbouw concentratiegebied. Perceel C is gelegen op de open akker van het Meterikse Veld. Voor het laatste is de openheid van het gebied wenselijk, dus is een aanplant niet aan de orde. Het compensatieperceel A is onderdeel van het Schadijk Broek en onderstaand is de nadere onderbouwing van het totale inrichtingsplan-beheerplan voor dit perceel. De GHG-grondwaterstand zit hier gemiddeld op een diepte van 1,00- meter.
3.
Basisgegevens en analyse tbv inrichtingsplan compensatieperceel De Kemp Het natuur- en landschapsplan van het compensatieperceel dient op maat te zijn van de gewenste landschapsstructuur en de abiotische en biotische uitgangssituatie. Daarnaast is ook het landschapsbeleid een kader te behoeve van de inrichting. Onderstaand staat de huidige situatie weergegeven.
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp 10-2021
5
Sloten stelsel met rietbegroeiing
Eikenlaan
Elzenhagenstructuur
Buurperceel met akker-tuinbouw Compensatie perceel 2,1 hectare
Buurperceel met grasland
Figuur 2: Huidige situatie compensatieperceel in zijn ruimere omgeving
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp 10-2021
6
Beekloop 1e zijtak Diepeleng
Figuur 2 geeft aan dat het perceel onderdeel is van het relatief open beekdallandschap in het gebied Schadijk Broek. De Campsbosweg vormt de rand van het beekdalgebied en de beekloop 1e zijtak Diepeleng is een sterk genormaliseerde beek, waardoor het beekdal niet meer de abiotische uitgangssituatie heeft. Van een nat, drassig gebied is geen sprake meer. Het betreffende perceel is een iets lager gelegen perceel, te zien aan de omkadering met waterlopen en de rietvegetatie langs deze perceelssloten en de waterloop. De mooie elzenhaag is een relict vanuit vroeger gebruik van de percelen en graag nu bij aan een iets meer kleinschaliger beekdalgebied. Dit alles vormt de basis om te komen tot een goed plan, dat strookt met de wensen vanuit historie en het beleid op deze locatie. Historie
Locatie compensatieperceel vanuit verleden
Figuur 3: Kaart van 1931
De historische kaart laat zien dat het compensatieperceel een onderdeel was van het zeer kleinschalig landschap in het gebied “Schadijk Broek”. De vele houtwallen, sloten en hierbinnen de kleinschalige weitjes, waren kenmerkend voor het gebied en een sterke tegenhanger voor het open veld aan de zuidzijde van de Kempweg. Het gebied Schadijk Broek had via het noordelijker gelegen, eveneens kleinschalige gebied, een verbinding met de Castenrayse Vennen. Deze basis van het landschap is nu in deze tijd nog herkenbaar.
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
7
Natuur Het Natuurgebiedsplan geeft aan dat het perceel grotendeels gelegen is binnen de bronsgroene zone, dus waar landschap en ecologie belangrijk zijn om te ontwikkelen.
Bronsgroene zone
Locatie perceel
Figuur 4: Natuurgebiedsplan Limburg Het vorige wordt onderstreept in het Natuurgebiedsplan, zijnde het onderdeel zoekgebieden/leefgebieden voor de potentiële soorten. Het streven is een nat mozaïek van watergangen en poelen in een nat mozaïeklandschap.
Figuur 4A: Zoekgebieden/leefgebieden vanuit het Natuurgebiedsplan Limburg Voor de natuurwaardes op de locatie is de provinciale site geraadpleegd met hierop de broedvogel- en de vegetatiegegevens. Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
8
Compensatieperceel
Figuur 4 B: Broedgegevens 2014 Hieruit komt uit de meest recente kartering uit 2014 voort dat de Kievit, Roodborsttapuit en Grasmus zijn getraceerd op het compensatieperceel, ten noorden van de beekloop. Qua vegetatie zijn er in de sloten van het compensatieperceel in 2012 de Slanke waterkers, moeraswalstro, stomphoekig sterrekroos en Grote Waterweegbree aangetroffen.
Landschap De provincie Limburg heeft in 2011 het landschapskader opgesteld. Hierin staat weergegeven wat de karakteristieken zijn van het landschap en op welke manier ontwikkelingen geïntegreerd kunnen worden in het landschap. Hiermee wordt het landschap met respect behandeld en verder ontwikkeld. In het Landschapskaderplan (figuur 5) staat dat het perceel gelegen is binnen het beekdallandschap, waarbij een inspanning verwacht wordt om met landschapselementen/groenstructuren de kleinschaligheid weer terug te krijgen. In deze beekdalzone is de wens om naast landschappelijke structuren ook de ecologische meerwaarde te behalen.
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
9
Versterken rivier en beekdal
Locatie compensatieperceel
Figuur 5: Het provinciaal landschapskader
Figuur 6: Aandachtspunten vanuit het inspiratieboekje LOP Horst aan de Maas Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
10
Vanuit het inspiratieboekje staan bovenstaande handreiking weergegeven qua inrichtingen binnen o.a. het beekdallandschap. 4. Huidige aanwezige natuur, landschap en waterwaarden Het perceel is onderdeel van het halfopen landschap, dat gevormd wordt door de elzenhagen en de lanen in het gebied. De sloten rond het perceel met riet duiden op een lager gebied en geven het een iets meer besloten karakter. Qua natuurwaarden geven de singels van elzen samen met de lanen en de sloten door het gebied een gevarieerd landschap, wat voor flora en fauna toevluchtsoorden biedt vanuit de tussenliggende landbouwpercelen. 5. De visie Voor de visie van landschap en natuur wordt de kamsalamander als doelsoort genomen, waardoor hiermee vele andere soorten een goed biotoop zal creëren. De kamsalamander komt hier niet (meer) voor, maar een mooi streven om het goed te doen en hiermee een maximale ecologische waarde te creëren. Onderstaand zijn dan de uitgangspunten vanuit deze soort:
Landschap De basis van het plan vormt de gewenste landschappelijke beekdalstructuur. Door de elzenhaag aan te grijpen om met dezer en nieuwe singels de kleinschalige structuur te versterken ontstaat er weer een kleinschalig beekdal. Het opsplitsen in enkele kleine natuurweitjes met enkele poelen en beplanting geeft een kleinschalig beekdalnatuurlandschap. Ook door de weitjes in te zaaien met een natuurlijk mengsel, wordt de basis gelegd voor een natuurlijk ogend landschap, dat met natuurlijke rasters en poorten een finishing touch krijgt. Natuur en water Door de aanleg van voorgaande elementen, singels, poelen, kruidenrijk weitje en een plasdraszone, is het de bedoeling dat er een maximum aan variatie ontstaat, dat een grote hoeveelheid soorten zal aantrekken. De genoemde soorten, Kievit, Roodborsttapuit en Grasmus zullen hier zeken van profiteren en ook de amfibieën zullen hier van profiteren. Wenselijk is te bezien hoe deze natuuroase een verbinding kan krijgen naar de Castenrayse Vennen, zoals het oorspronkelijk ook was. Verder is dit een aanleiding om het beheer van de beekloop 1e zijtak Diepeleng onder de loep te nemen en te bezien hoe het binnen de functionaliteit ook ecologisch een ader wordt door het gebied, zodat ook het Camps boske wordt verbonden met deze groene oase. In een ruimer gebied zijn er wellicht ook verbindingen/stepping stones naar Gortmeule te leggen.
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
11
Naast de inrichting is ook het juiste extensieve beheer van belang om natuurwaarden te ontwikkelen. Juist met gefaseerd maaien en afvoeren en het extensieve beheer van de landschapselementen geeft een scala aan variatie. Wellicht een leuk project om het beheer uit te voeren ism LHadM, die dan ook zullen experimenteren qua beheer en hierdoor extra variatie teweeg brengen. Het water op het perceel wordt langs vastgehouden en staat niet in verbinding met de waterlopen, die een drainerende werking kunnen hebben. Ook de beïnvloeding van het water op het perceel door het water uit de waterlopen wordt zo voorkomen en kan hiermee het verschralingsbeheer maximaal ingezet worden. 6. Compensatieperceel inrichtings- en beheerplan Op onderstaand plan op de volgende bladzijde staat weergegeven hoe de visie en onderliggende analyse heeft geresulteerd in het totaalplan. Naast de beschrijving van de inrichting staat ook het beheer weergegeven per onderdeel, dat de beheerparagraaf vormt als beheerplan om na de inrichting het ook duurzaam te behouden.
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
12
Deel perceel 0,5 hectare dat buiten compensatie valt en inzetbaar voor andere toekomstige plannen/vragen
B: Aanleg 3 poelen op laagste zone perceel
A: Aanplant singelstructuur tbv beekdal en ecologische diversiteit
C: Aanleg laagte/plas-dras zone langs singel
Compensatieperceel 1,57 ha plan 27-10-2021
Inpassingsperceel deel 0,5 ha. vanuit plannen 11-2018 D: Ontwikkelen kruidenrijke graslandjes
Aan te planten groen op huiskavel vanuit plan 11-2018
Nieuwe bedrijfsruimte
Bestaande bebouwing
Inrichtingsplan compensatieperceel
Landschapsplan/compensatieplan De Kemp Meterik10-2021
13
A) Aanplant singelstructuur met struiken en bomen Op de aangegeven plekken worden singels aangelegd met een breedte van ca 8 meter. Nabij de waterelementen wordt de grond hieruit verwerkt onder deze beplantingselementen, in de vorm van een houtwal.
De singels bestaan uit de volgende soorten: 10 % 25 % 15 % 15 % 5% 15 % 15 %
Salix aurita Rhamnus frangula Cornus sanguinea Coryllus avallana Corylus avalana Ligustrum vulgare Viburnum opulus
Aantal per groep Geoorde wilg 3 (bij poelen) Vuilboom 6 Gewone kornoelje 2 Hazelaar 3 Gewone Hazelaar 3 Gewone liguster 5 Gelderse Roos 5
De onderlinge plantafstand is 1,5 meter en het plantsoen heeft bij aanplant een grootte van 60-80 cm. Het plantsoen wordt groepsgewijs aangeplant, zoals hierboven aangegeven om te voorkomen dat overheersende soorten overwoekeren. In deze singels worden op onderlinge afstand van 6 meter Eiken en Elzen aangeplant. Quercus robur Zomereik Quercus petraea Wintereik Alnus glutinosa Zwarte els De bomen staan gemengd door mekaar met een aanplant maat van 10-12. Na de aanplant wordt de betreffende strook ingezaaid met een klaver-kruidenmengsel, dat de zode sluit en tevens stikstof bindt dat de eerste groei van de aanplant bevordert. Dit mengsel is te verkrijgen via www.neutkens.nl Beheerparagraaf: Het beheer is om na de aanleg de eerste 2 jaar afdoende water te geven, zodat het materiaal ook aan de groei komt. Bij uitval dient er inboet plaats te vinden na het eerste en het tweede groeiseizoen. Qua vegetatiebeheer onder de beplanting is het noodzakelijk om de ingezaaide onderbegroeiing van klaver/kruidenmengsel de eerste 2 jaar in juli de overheersende soorten te maaien, zodat de beplanting een groene bloeiende “zode” krijgt, maar de overwoekerende soorten de beplanting niet gaan beperken. Na een flinke groei van de struiken worden deze pas na 6 jaar met een frequentie van 1 x per 8-10 jaar gefaseerd terug gesnoeid.
Het beste is de singel iedere 4 jaar voor 50 % terug te snoeien, waardoor het beheer bloksgewijs gebeurt.
14
Dit zorgt ervoor dat de singel een dichte stuikbegroeiing krijgt en niet hol wordt. Het is goed dit beheer onder leiding van een deskundige te laten uitvoeren, die het “bleswerk” verricht, daar er in het werk ook struiken zijn, welke minder stevig teruggesnoeid hoeven te worden, de tragere groeiers. Dit is redelijk specifiek en een begeleiding leidt tot het beste resultaat. Om de ecologische waarden te verhogen dient het snoeihout verwerkt te worden in de gesnoeide en de nog niet gesnoeide singel als een houtril. Voorkomen moet worden dat de “afgezaagde stobben op 50 cm boven maaiveld” niet bedolven worden onder de takken, dus schaduw krijgen en niet meer opnieuw uitgroeien. De aangeplante bomen kunnen ook verder natuurlijk uitgroeien. Na 8 jaar wordt bekeken welke dunning er aan de orde is, om de toekomstbomen ruimte te geven. Ook dit is beoordeling ter plekke, waarbij de duurzame bomen, eik, juist de toekomstbomen zullen vormen. De bestaande Elzenhaag zal opgenomen worden in de singelstructuur, waarbij er ook enkele geleid worden als boomvormer en mogelijk toekomstboom. De rest zal meegenomen worden in het terugsnoeibeheer, gefaseerd en onderdeel worden van de struikenonderlaag van de beplantingsstrook. Voor de Elzensingel is het een soort “hakhoutbeheer” met enkele overstaanders.
Onderstaand een instructie vanuit brochure Landschapsbeheer, waarbij frequentie bij project iets intensiever zal zijn:
15
B) Aanleg 3 poelen en plasdraszone Onderstaande beelden laten mooi zien hoe de poelen in combinatie met de houtsingels er uit zien. Met een grootte van ca 35 x 25 meter worden het duurzame poelen met een diepte van ca 3 meter in het diepste deel.
De poelen moeten voldoen aan onderstaand principe.
Met een diepte van 2,80 meter, taluds 1: 1 en 1: 3 ontstaat er variatie, dat met een juist beheer zich zal ontwikkelen. Beheerparagraaf: Na de aanleg van de waterelementen is juist “Niets doen” de eerste 3 jaar het beheer. Juist de spontane ontwikkeling van de poelen geeft een natuurlijke vegetatie. Om te voorkomen dat de oevers “verbossen” dienen de oevers (behalve de noordzijde) (na) iedere 3 jaar gemaaid en afgevoerd te worden. Het beste is dit gefaseerd te doen, dus ieder jaar een deel van 30 % maaien en afvoeren per poel. Het maaisel is goed te verwerken als “ril/broedhoop” aan de rand van de beplantingsstrook of als ril nabij de poel. Beste tijdstip is september dit te doen. Om verlanding van de poelen te voorkomen dienen ze iedere 6 jaar “uitgediept” te worden. Dit wil zeggen dat 70 % van de poel met een kraan “leeggelepeld” wordt en deze bagger wordt verwerkt op een hoop langs de poel, beste in combi met de beplantingsstrook. Beste tijdstip is oktovber dit te doen. Hiermee behoudt de poel het aandeel open water en worden ook eventuele struweelsoorten aan de zuidzijde verwijdert, die de lichtinval belemmeren. Onderstaande foto’s geven het “uitdiepingsbeheer” weer en het bijbehorende bijschrift vanuit brochure landschapsbeheer.
16
Beheer en onderhoud Poelen vergen regelmatig terugkerend onderhoud, afhankelijk van de ondergrond (poelen op venige ondergrond groeien sneller dicht dan op zandgrond) en de aanwezigheid van soorten als riet en lisdodde. Invallend blad kan leiden tot een dikke sliblaag en tot verzuring. Een dichtgegroeide poel kan worden hersteld door overtollige vegetatie (waterplanten, lisdodde, riet) handmatig of machinaal te verwijderen, waarbij zo nodig ook de sliblaag wordt verwijderd. Bij het opschonen moet in beginsel altijd een deel van de water- en moerasplanten gehandhaafd worden voor behoud van natuurlijk evenwicht in poel. De beste periode om dit werk uit te voeren is van half augustus tot half oktober. De meeste amfibieën hebben dan de poel verlaten en insectenlarven zijn volgroeid. Aandachtspunt bij nieuw gegraven poelen is de soms spontane groei van soorten als wilg, zwarte els en/of berk op de oevertaluds. Het beste is om de planten zo snel mogelijk te verwijderen door plukken of uitsteken. Deze poel ziet er niet goed uit. Hij is vrijwel geheel begroeid met lisdodde. Het verdient aanbeveling om hem voor 3/4 van de oppervlakte op te schonen. De beste periode hiervoor is in het najaar.
C) Aanleg laagte/plas-dras zone langs singel De plasdraszone is een laagte langs de singel en de vrijkomende grond wordt gebruikt in de aangrenzende singel. De breedte is ca 3 meter en geeft extra variatie. Door de taluds op plekke steil te maken en op andere plekke erg flauw wordt er een laagte gecreëerd welke met regenwater soms gevuld zal zijn. Deze is niet waterhoudend; deze laagte/loop is meer een variabele zone/plas-dras wat weer ecologische waarden oplevert. Beheerparagraaf: Het beheer van deze plasdraszone is gericht op het voorkomen van het dichtgroeien met struweel. Vandaar is het 1 x per 3 jaar maaien van 50% van deze zone noodzakelijk. Dus bloksgewijs, zodat ieder stuk iedere 3 jaar aan de beurt komt. Na het maaien wordt het maaisel na 3 dagen afgevoerd en eventueel op rillen gelegd in de rand van de beplanting. Voorkomen dient te worden dat het geklepeld wordt, daar dit sterke verrijking creëert en hiermee een enorme explosie van brandnetels en distels zal veroorzaken. D) Ontwikkelen kruidenrijken graslandjes Hier wordt een mengsel met kruiden en grassen ingezaaid voor de vochtige zandgrond. Gezien de oorsprong van het gebied wordt hiervoor gekozen, maar is het afwachten wat er uiteindelijk opkomt. In samenspraak met de leverancier kan aangegeven worden om ook wat soorten toe te voegen, welke op drogere delen kunnen groeien.
De bovengrond wordt niet afgegraven en inzaai is wenselijk
17
om snel resultaat te verkrijgen (beleving) en te voorkomen dat het met “ongewenste” soorten snel volgroeid. Onderstaande samenstelling wordt voorgesteld:
Beheerparagraaf: Het beheer van het kruidenrijk grasland is het voor 80 % jaarlijks in juli te maaien en af te voeren (hooien), waarmee het verschraald en de kruidenrijkdom toeneemt. De randen (de overgebleven 20 %) afwisselend 1 x per 2 a 3 jaar maaien, zodat er structuurrijke randen blijven behouden langs de landschapselementen. Wanneer het begraasd wordt met schapen dient het extensief (3 a 4 dieren per hectare graskruidenvegetatie) te gebeuren na 15 juli en met maximaal 8 dieren, waardoor er maximale structuurvariatie blijft. Hiertoe dienen de landschapselementen uitgerasterd te worden. De poelen kunnen voor 60 % uitgerasterd worden, zodat de dieren hier drinken en
18
er niet overal een vertrapte oever ontstaat. Een klein vertrapte deel oever geeft ook weer andere soorten. Onderstaand nog info vanuit Brochure Landschapsbeheer:
8. Conclusie Dit definitieve landschapsplan met beplantingsplan met beheerparagrafen geeft weer wat aangeplant zal worden om er een mooi en ecologisch goed geheel van te maken. Maar ook helder hoe het beheerd dient te worden, waarbij de aanbeveling is dit ism deskundige te organiseren. Zeker met Landschap Horst aan de Maas binnen de gemeente zouden zij hiertoe graag hun ervaringen willen inzetten om te komen tot een mooi resultaat. Al met al een plan op maat van het gebied, voor maximaal gebruik door soorten en beheersbaar voor de eigenaar als een fraai stukje natuurlijk landschap!
Dhr. Ron Janssen, 26 oktober 2021
19