CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04e Bijlage 3 Reacties op zienswijzen

Gemeenteraad 21 mei 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het verlenen van toestemming tot het besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling RES NML3.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voor: Van: Betreft: Datum:

BO RES NML Kwartiermaker aangepaste reactie op zienswijzen naar aanleiding van BO 25 januari 2024 29 februari 2024

1.0 Aanleiding De 15 gemeenteraden in de regio Noord- en Midden Limburg, Provinciale Staten van Limburg en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indienen van een zienswijze op het voorstel tot het treffen van de centrumregeling RES NML. Daarbij heeft 2/3e van de deelnemers (11 van de 17) besloten om geen zienswijze in te dienen. Het gaat daarbij om de raden van de gemeenten Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Beesel, Roermond, Nederweert, Maasgouw, Roerdalen, Leudal, het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg. De overige raden hebben één of meerdere zienswijzen ingediend. In deze reactienota worden deze zienswijzen één voor één besproken. Ook wordt per onderdeel vermeld of er een wijziging van de centrumregeling RES NML wordt voorgesteld.

2.0 Ingekomen zienswijzen

2.1 Zienswijze gemeenteraad van Bergen De gemeenteraad van Bergen heeft een drietal zienswijzen ingediend. Deze betreffen: -

Actieve betrokkenheid raden: men wenst dat de actieve betrokkenheid van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap een plek krijgt in de centrumregeling. Daarbij wordt gedacht aan de verplichting tot een regelmatig, minimaal jaarlijks, overleg met de gemeenteraden die zijn vertegenwoordigd in de Regionale Raadswerkgroep Limburg-Noord, waarvoor de Midden-Limburgse gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur alsdan worden uitgenodigd;

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

-

Jaarlijkse verantwoording: de verantwoording van de jaarrekening en jaarverslagen wenst men niet enkel te agenderen in het portefeuillehoudersoverleg, maar ook in de vergaderingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap, en;

-

Kaderstellende taken: tot slot wenst men dat in de regeling wordt opgenomen hoe de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het Waterschap actief kaders kunnen blijven stellen voor de in de centrumregeling genoemde taken.

2.2 Motie Echt-Susteren De gemeenteraad van Echt-Susteren heeft geen zienswijze ingediend, maar een motie aangenomen. In de motie verzoekt de gemeenteraad het college: 1. Om in de centrumregeling op te nemen dat de bijdrage per inwoner jaarlijks door het college opnieuw wordt vastgesteld, en; 2. De vaststelling van de bijdrage plaatsvindt op basis van een conceptbegroting van de RES-NML.

2.3 Amendement Gennep De gemeenteraad van Gennep heeft een amendement aangenomen op grond waarvan wordt voorgesteld om de centrumregeling op twee onderdelen aan te scherpen: -

Uitvoering door centrumgemeente: In de eerste plaats bestaan er zorgen over het toezicht en de wijze waarop de centrumgemeente Venlo uitvoering gaat geven aan de aan haar toevertrouwde basistaken. Belangrijk is dat de uitvoering moet passen binnen de vastgestelde RES ambities/opgaven en dat de deelnemende partners moeten kunnen blijven sturen op de uitvoering van de basistaken. Verzocht wordt om dit te borgen in de centrumregeling. Tevens wordt verzocht om het agenda-overleg te laten bestaan uit vier portefeuillehouders die jaarlijks rouleren onder de deelnemende partners. Op deze wijze zou de betrokkenheid, deelname en inbreng onder de deelnemende partners worden vergroot;

-

Uittreedtermijn van 1 jaar: ook wenst men de uittreedperiode te verkorten naar één jaar, voor het eerst op 1 januari 2025. In dat kader acht men het ook wenselijk om de partners jaarlijks (schriftelijk) te informeren over de verrichte activiteiten en behaalde resultaten uit de centrumregeling.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

2.4 Zienswijze Mook en Middelaar De gemeenteraad van Mook en Middelaar heeft een tweetal zienswijzen ingediend: -

Aanpassing van de jaarlijkse bijdrage: graag ziet de gemeenteraad van Mook en Middelaar dat de jaarlijkse bijdrage wordt teruggebracht naar € 1,75 per inwoner en dat het verschil van de thans in de regeling opgenomen bijdrage (€ 2,60) en het rondkrijgen van de begroting wordt gefinancierd door afspraken met de Provincie en het Waterschap;

-

Concrete doelen: graag verneemt men of het mogelijk is om concretere doelen voor de samenwerking te formuleren.

2.5 Amendement Venlo De gemeenteraad van Venlo heeft via een amendement de volgende zienswijze ingediend: -

Aansprakelijkheid: graag wenst men een duidelijk beeld te krijgen van de juridische aansprakelijkheid van de centrumgemeente en de overige gemeenten;

-

Plus-pakket: graag ontvangt men een duidelijker beeld over de doelen en werkwijze van het plus-pakket;

-

Actieve informatievoorziening besteding jaarlijkse bijdrage: graag ziet men een jaarlijkse onderbouwing van de investering van € 2,60 per inwoner, waarbij de bijdragen en voortgang van de deelnemende gemeenten vergeleken kunnen worden. Ook wenst men inzage in de jaarrekening en jaarverslagen door de Raden;

-

Informatievoorziening: ten aanzien van de informatievoorziening wordt verzocht om de relatie tot de Omgevingswet, het Ruimtelijk Arrangement, de Delta Rhine Corridor en andere tendensen in de landelijke wetgeving nadrukkelijk mee te nemen;

-

Samenwerking RES regio Zuid-Limburg: samenwerking met de RES regio Zuid-Limburg is altijd mogelijk, maar deze centrumregeling is er niet voor bedoeld om te bewerkstelligen dat ZuidLimburg de doelstellingen voor 2030 kan halen;

-

Burgerparticipatie: hoewel burgerparticipatie niet van toepassing is, is het handig om te bekijken of er verbanden te leggen zijn;

-

Adviescommissie: graag wenst men dat er in de centrumregeling wordt meegedacht over en meegewerkt wordt aan een adviescommissie. Verwezen wordt naar de huidige regionale raadswerkgroep;

-

Kaderstellende taken: graag ontvangt men nadere duiding hoe de gemeenteraden kaders kunnen blijven stellen voor de in de centrumregeling genoemde taken;

-

Evaluatiemogelijkheid: graag wenst men een jaarlijkse evaluatiemogelijkheid opgenomen te zien, of zo nodig vaker op het moment dat twee of meer gemeenteraden dit willen.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

2.6 Zienswijze gemeente Weert De gemeenteraad van Weert heeft de volgende zienswijzen afgegeven: -

Taakuitvoering: graag wenst men in de regeling opgenomen te zien op welke wijze de centrumregeling de gemeenten daadwerkelijk kan ontlasten bij de uitvoering van de taken ten aanzien van de energietransitie;

-

Financiële verplichting: de gemeenteraad wenst dat er geen financiële verplichtingen in de centrumregeling worden opgenomen;

-

Aansprakelijkheid: graag wenst men dat in de centrumregeling wordt opgenomen waar de gemeenten (deels) aansprakelijk blijven bij taken die de centrumregeling zelf uitvoert, en;

-

Beperking reservevorming: graag wenst men dat de mogelijkheid van reservevorming wordt beperkt, omdat het overschot namelijk wordt gestald op een plaats waar de eigen raad daar geen invloed op heeft.

3.0 Reactie op zienswijzen Hieronder volgt een geclusterde reactie op de ingediende zienswijzen. Onder de streep zullen alle zienswijzen worden besproken. 3.1 Behoud kaderstellende taak van de raden De gemeenteraden van Bergen, Gennep en Venlo hebben expliciet verzocht om duidelijk in de centrumregeling op te nemen dat de kaderstellende taak van de Raden geborgd blijft. Ten aanzien van deze wens wordt in de eerste plaats opgemerkt dat de kaderstellende taak hoe dan ook bij de gemeenteraden blijft liggen en dus niet verschuift naar de centrumregeling. Dat volgt ook duidelijk uit artikel 4 van de centrumregeling: de basistaken zien enkel toe op het "voorbereiden van de besluitvorming van de deelnemers over de strategische koers en het regionale energiebeleid". Daarmee zijn en blijven het dus de deelnemers zelf die uiteindelijk beslissingsbevoegd zijn over de te volgen koers en dient de centrumgemeente bij de uitvoering van de taken deze koers te volgen. Kaderstellende bevoegdheden zijn, met andere woorden, uitdrukkelijk niet opgedragen aan de centrumregeling. Een nadere toevoeging dat de kaderstellende taak bij de Raden blijft, is dus strikt genomen niet nodig. Het voorgaande laat onverlet, dat uiteraard wel in de centrumregeling kan worden opgenomen dat de kaderstellende taken bij de raden blijven liggen.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Concreet wordt aan de overwegingen het volgende zinsdeel toegevoegd (onderstreept): "Overwegende dat: •

De samenwerking daarbij is gericht op het gezamenlijk maken en uitvoeren van regionale afspraken over duurzame energie, (niet-fossiele) warmtebronnen en energiebesparing, een en ander met inachtneming van de door de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen vastgestelde kaders;"

3.2 Concretisering van de uit te voeren taken De gemeenteraden van Weert, Venlo, Mook en Middelaar en Gennep wensen voorts om de doelen van de samenwerking, alsmede de plustaken nader te omschrijven. Bij het opstellen van de centrumregeling is getracht om de doelen van de samenwerking zo duidelijk mogelijk te omschrijven. Dit is gedaan door de samenwerking te koppelen aan de doelen van het Nationaal Klimaatakkoord. Binnen de begrenzing van het Nationaal Klimaatakkoord zal de samenwerking haar vorm krijgen. Hoewel deze begrenzing – vanzelfsprekend – ruim is, is door het bestuurlijk overleg geconcludeerd dat een nadere begrenzing niet gewenst is. De samenwerking moet namelijk juist de flexibiliteit krijgen en houden om op regionaal niveau te kunnen inspelen op de uitdagingen die de klimaat- en energietransitie met zich brengen. De concrete invulling van de doelen van de samenwerking vindt vervolgens plaats via de door het portefeuillehoudersoverleg voor te bereiden strategische koers en het regionale energiebeleid. Deze beleidsdocumenten, welke door de deelnemers en/of hun vertegenwoordigende organen zelf moeten worden vastgesteld, vormen de concrete kaders voor deze centrumregeling. Alle partners zijn daarmee gezamenlijk verantwoordelijk om de doelen zo concreet mogelijk te beschrijven in de jaarplanning en wordt vervolgens verwerkt in de begroting.

De plustaken die vervolgens binnen de samenwerking kunnen ontstaan, kunnen helaas niet aan de voorkant nader worden geconcretiseerd. Feit is echter wel dat het afnemen van een plustaak een discretionaire bevoegdheid is van iedere deelnemer en dat er voorafgaand aan het afnemen van een plustaak altijd nog aparte besluitvorming van de deelnemers is vereist. Een plustaak vereist namelijk een voorafgaande samenwerkingsovereenkomst. Een plustaak ontstaat zodoende niet "ineens". Via vooraf vast te stellen werkprogramma's en (een toelichting op) de ontwerpbegroting zal overigens ook worden getracht om zoveel mogelijk inzicht te geven over de in ontwikkeling zijnde plustaken. Overigens kan de wens voor een nadere sturing wel geplaatst worden. Voorgesteld zal daarom worden om vertegenwoordigende organen ook kennis te late nemen van de ontwerpbegroting en de jaarrekening van de RES NML (zie daarover meer in paragraaf 3.7 van deze reactienota).

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

3.3 Borging van actieve informatievoorziening aan raden Ten aanzien van de door Bergen, Gennep, Venlo (en Weert) gewenste actievere informatievoorziening aan de raden, wordt opgemerkt dat artikel 7 van de centrumregeling al voorziet in de mogelijkheid van een actieve informatievoorziening. Ten aanzien van deze mogelijkheid wordt opgemerkt dat deze mogelijkheid al onverplicht en juist ten behoeve van de raden in de regeling is opgenomen. De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor centrumregelingen namelijk geen actieve informatieplicht voor. De reden daarvan is, dat er geen bevoegdheden van de colleges of de raden worden overgedragen en de centrumregeling geen zelfstandige organen kent, waardoor de colleges direct verantwoording schuldig zijn en blijven aan hun eigen vertegenwoordigende organen. Daarmee verschilt een centrumregeling duidelijk van een "klassieke" gemeenschappelijke regeling, waar juist wel aparte organen met eigen bevoegdheden ontstaan. Door desondanks een actieve informatieplicht in de centrumregeling op te nemen, is beoogd om de raden extra te faciliteren. Het voorgaande laat onverlet, dat uiteraard wel aanvullend in de centrumregeling kan worden opgenomen hoe de inlichtingen worden verstrekt. Geborgd wordt dan ook dat de vertegenwoordigende organen jaarlijks geïnformeerd worden over de besteding van de jaarlijkse bijdragen.

Concreet betekent dit dat in artikel 7 het volgende (tweede) lid wordt toegevoegd: 2. Deze inlichtingen worden in beginsel jaarlijks verstrekt door toezending van het werkprogramma, de ontwerpbegroting en de jaarstukken. 3.4 Instelling raadsadviescommissie Voor wat betreft het verzoek van gemeente Bergen en Venlo om mee te denken over een rol voor de regionale raadsadviescommissie wordt opgemerkt dat daartoe zeker bereidheid bestaat. Wil deze raadsadviescommissie echter representatief zijn voor het gehele werkgebied van de RES NML, dan wordt wel geadviseerd om eerst te polsen of, en zo ja op welke wijze, de Raden van de Midden-Limburgse gemeenten, het algemeen bestuur van het Waterschap en Provinciale Staten van de Provincie betrokken kunnen worden bij deze adviescommissie. Voorgesteld wordt om hier, na het treffen van de centrumregeling, in het eerste portefeuillehoudersoverleg bij stil te staan. Een raadsadviescommissie hoeft immers niet geborgd te worden in de centrumregeling zelf. 3.5 Jaarlijkse bijdrage Ten aanzien van de voorgestelde jaarlijkse bijdrage van € 2,60 per inwoner, wensen de Raden van Echt-Susteren en Weert dat er in het geheel geen bedrag in de centrumregeling wordt opgenomen, maar dat er jaarlijks een bijdrage wordt vastgesteld op basis van de ontwerpbegroting. Mook en Middelaar wenst dat het jaarlijkse bedrag wordt verlaagd naar € 1,75 per inwoner.

Alle andere 14 beoogde deelnemers hebben geen zienswijze ingediend tegen de beoogde jaarlijkse bijdrage van € 2,60 per inwoner.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Ten aanzien van de vraag of, en zo ja welke, bijdrage in de centrumregeling moet worden opgenomen, is bij de totstandkoming van de centrumregeling lang gesproken. Nu een centrumregeling zelf geen organen kent waardoor ieder besluit (dus ook de jaarlijkse financiële bijdrage) apart langs alle colleges moet, de continuïteit van de regeling wel geborgd dient te zijn en alle deelnemers vanuit het Rijk SPUK's hebben ontvangen, heeft het bestuurlijk overleg de voorkeur uitgesproken om een vaste bijdrage in de centrumregeling op te nemen. In een VNG-publicatie, van oktober 2023, is aangegeven dat de SPUK-middelen als structureel gezien kunnen worden en in ieder geval tot 2030 zijn opgenomen in de afspraken met het rijk1. Het bedrag van € 2,60 per inwoner tot stand gekomen op basis van het inhoudelijke jaarprogramma zoals dat is bijgevoegd en in de begroting is vertaald. Nu bovendien aanvullend in de centrumregeling wordt geborgd dat a) er geen reserves mogen worden opgebouwd (zie paragraaf 3.6), en b) de vertegenwoordigende organen van de deelnemers een mogelijkheid krijgen om te adviseren over de ontwerpbegroting, de jaarrekening en de jaarstukken (zie paragraaf 3.7), wordt voorgesteld om het bedrag van € 2,60 per inwoner te handhaven. Mocht dit bedrag namelijk (achteraf) te hoog zijn, dan wordt dit bedrag jaarlijks teruggestort.

De gemeente Mook en Middelaar geeft in haar zienswijze aan dat ook van de Provincie en het Waterschap een bijdrage wordt verwacht. Het Waterschap ontvangt geen extra middelen voor de uitvoering van het klimaatakkoord en voor de Provincie geldt dat zij beperkte middelen ontvangen voor de gehele provincie. Om deze reden is de bijdrage van deze partners in samenspraak met de gemeenten specifiek opgenomen in de centrumregeling in artikel 15, lid 2. 3.6 Reservevorming De gemeenteraad van Weert wenst dat de mogelijkheid van reservevorming wordt beperkt, omdat een eventueel overschot namelijk wordt gestald op een plaats waar de eigen raad daar geen invloed op heeft. Artikel 16 lid 5 wordt als volgt gewijzigd: Een eventueel verschil tussen de betaalde vergoeding en de werkelijk verschuldigde vergoeding wordt jaarlijks na vaststelling van de jaarrekening door de centrumgemeente terugbetaald aan de betreffende deelnemer(s). 3.7 Begroting en verantwoording De gemeenteraden van Venlo en Bergen wensen aanvullend inzicht in de voor de centrumregeling RES NML op te stellen ontwerpbegroting, de jaarrekening en de jaarstukken. Formeel vormt de begroting en de jaarrekening van RES NML een onderdeel van de totale begroting en jaarrekening van de gemeente Venlo. De centrumregeling is namelijk geen aparte organisatie, maar zal in feite een afdeling van de gemeente Venlo worden.

Een formeel recht tot het indienen van een zienswijze kan daarom niet voor de vertegenwoordigende organen van de andere deelnemers gecreëerd worden. Om toch transparantie te bevorderen, is thans in de regelingen opgenomen dat zowel de begroting als de jaarrekening en jaarstukken voorafgaand aan de vaststelling ervan door de Venlose raad, worden voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg.

1

Uitvoeringsmiddelen klimaat structureel inzetbaar | VNG

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Op basis hiervan wordt artikel 17 lid 3 als volgt aangevuld (zie onderstreping): 3. De begroting wordt, voorafgaand aan de vaststelling daarvan, gedurende twaalf weken voor advies voorgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Artikel 18 lid 2 wordt als volgt aangevuld (zie onderstreping): 2. Van de inkomsten en uitgaven van de centrumregeling wordt door het college van de centrumgemeente over elk kalenderjaar vóór 1 juli schriftelijk verantwoording afgelegd aan het portefeuillehoudersoverleg en de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 3.8 Samenstelling agenda-overleg De gemeenteraad van Gennep stelt voor om het agendaoverleg uit 4 portefeuillehouders te laten bestaan, welke jaarlijks rouleren. De omvang van het portefeuillehoudersoverleg is een keuze. Thans is ervoor gekozen om het portefeuillehoudersoverleg zo klein als mogelijk te houden, om al te veel bestuurlijke drukte te voorkomen. Er wordt in beginsel vastgehouden aan de voorgestelde twee leden. Wel zal aan artikel 11 lid 1 het woord "minimaal" worden toegevoegd voor het woord "twee leden". Op die wijze verkrijgt de centrumregeling flexibiliteit om desgewenst meer leden aan het agenda-overleg toe te voegen.

3.9 Burgerparticipatie De gemeenteraad van Venlo verzoekt om te bezien of er, hoewel burgerparticipatie niet van toepassing is, te bezien of er verbanden te leggen zijn. Bij het opstellen van de centrumregeling is er duidelijk oog geweest voor de vraag of er een vorm van burgerparticipatie binnen de centrumregeling mogelijk moet worden gemaakt. Burgerparticipatie is mogelijk bij de voorbereiding, evaluatie en uitvoering van beleid (zie artikel 10 lid 7 van de Wgr). Feit is echter dat de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen de bevoegdheid tot het vaststellen, en dus ook het evalueren van het beleid, uitdrukkelijk niet aan de centrumregeling hebben opgedragen. Nu iedere deelnemer in de toekomst over zijn eigen beleid zal blijven gaan en bevoegd blijft om het eigen beleid op ieder gewenst moment te herzien of te evalueren, past het niet om Venlo een coördinerende rol in het kader van burgerparticipatie te geven.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

3.10 Uittreedtermijn De gemeenteraad van Gennep stelt voor om de uittreedtermijn te verkorten van 2 naar 1 jaar. Een uittreedtermijn van één jaar zou namelijk lang genoeg zijn om reeds aangegane verplichtingen te kunnen afbouwen. Tevens wordt voorgesteld om uittreding mogelijk te maken per 1 januari 2025. Bij het opstellen van de centrumregeling is voor een zo kort mogelijke uittreedtermijn gekozen. Standaard geldt er voor gemeenschappelijke regelingen namelijk een uittreedtermijn van vijf jaar. Nu hier sprake is van een lichte samenwerkingsvorm is onderzocht of er maatwerk mogelijk is door de uittreedtermijn zo kort mogelijk te houden. Daarbij is geconcludeerd dat een uittreedtermijn van twee jaar minimaal noodzakelijk is. De reden daarvan is, dat verplichtingen door de centrumregeling moeten worden afgebouwd. Daaronder vallen onder meer personele verplichtingen die de centrumgemeente is aangegaan. De ervaring leert dat een termijn van twee jaar voor het afbouwen van personele verplichtingen minimaal noodzakelijk is. Voorgesteld wordt daarom om aan deze uittreedtermijn vast te houden. Mocht het overigens zo zijn dat er een kortere uittreedtermijn mogelijk is, dan voorziet de centrumregeling ook in de mogelijkheid om daarin te voorzien. Artikel 23 lid 4 van de centrumregeling verwijst daarnaar.

Tevens is het uitgangspunt van het bestuurlijke overleg van de RES NML om vast te houden aan de in de centrumregeling opgenomen regel dat uittreding niet mogelijk is voor 1 januari 2026. De reden daarvan is, dat de regeling niet voor 1 juli 2024 wordt getroffen. Wil de centrumregeling enige resultaten kunnen laten zien, dan is er een zeker commitment en aanloopperiode nodig. Eind oktober heeft de VNG een publicatie uitgegeven waarin staat dat de uitvoeringsmiddelen als structureel kunnen worden gezien en wordt in ieder geval zekerheid gegeven tot 2030.2 3.11 Evaluatiemogelijkheid De gemeenteraad van Venlo wenst in de centrumregeling opgenomen te zien dat de regeling jaarlijks wordt geëvalueerd en zonodig vaker indien twee of meer deelnemers dit wensen. In artikel 26 lid 2 van de centrumregeling is thans opgenomen dat de centrumregeling één keer in de twee jaar wordt geëvalueerd. Daarmee is er dus al een frequent terugkerende evaluatieverplichting in de regeling opgenomen. Een nog frequentere evaluatieplicht in de regeling opnemen wordt onwenselijk geacht, omdat de centrumregeling dan constant aan evaluatie onderhevig zal zijn. Dit komt de effectiviteit van de centrumregeling niet ten goede. Mocht het echter voorkomen dat een tussentijdse evaluatie gewenst is, dan staat niets eraan in de weg om vaker tot evaluatie te besluiten.

Daarom wordt de evaluatieregeling niet nader aangescherpt. 3.12 Aansprakelijkheid De gemeenteraden van Venlo en Weert wensen inzicht in de verdeling van de aansprakelijkheid tussen de centrumgemeente en de andere deelnemers. Ten aanzien van die vraag is het volgende relevant. De RES NML is een centrumregeling. Dat betekent dat er geen nieuwe organisatie wordt opgericht, maar dat er mandaten worden verleend aan het college van B&W van Venlo (de centrumgemeente) om de in de centrumregeling opgenomen taken namens de deelnemers uit te voeren.

2

Uitvoeringsmiddelen klimaat structureel inzetbaar | VNG

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

Concreet brengt dit dan ook met zich dat de deelnemers zelf verantwoordelijk – en dus aansprakelijk – blijven voor hetgeen in RES-NML verband geschiedt. Het voorgaande is enkel anders voor het personeel dat door de centrumgemeente in dienst wordt genomen voor de uitvoering van de taken die bij de centrumgemeente zijn belegd. Voor deze medewerkers is en wordt de centrumgemeente verantwoordelijk en aansprakelijk. Voor de inzet van het personeel dat in dienst blijft van de deelnemers, blijven de deelnemers zelf verantwoordelijk en aansprakelijk. Mocht de centrumregeling onverhoopt met een tekort worden geconfronteerd, dan geldt overigens dat alle deelnemers gehouden zijn om in de tekorten van de centrumregeling bij te dragen.3 Deze verplichte garantstelling vormt een duidelijk verschil ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is de gemeente Venlo als centrumgemeente namelijk geheel verantwoordelijk en aansprakelijk voor alle taken die bij haar zijn belegd. Mocht er een tekort ontstaan, dan staat Venlo in beginsel ook geheel aan de lat om dit tekort te dekken. Juridisch bestaat in de huidige situatie geen verplichting voor de andere deelnemers om aan een eventueel tekort bij te dragen.

3.13 Relatie tot andere ontwikkelingen Tot slot wenst de gemeenteraad van Venlo dat in de informatievoorziening door de RES NML nadrukkelijk andere ontwikkelingen, waaronder de Omgevingswet, het Ruimtelijk Arrangement en de Delta Rhine Corridor worden meegenomen. Ook wenst de raad van Venlo te borgen dat de RES NML niet door Zuid-Limburg wordt gebruikt om haar eigen doelstellingen te behalen. Ten aanzien van de eerstgenoemde wens wordt meegegeven dat de gevraagde monitoring hoe dan ook zal plaatsvinden, zij het dat deze monitoring in eerste instantie in gemeentelijk verband dient plaats te vinden. De centrumregeling stelt namelijk niet zelf het beleid vast, maar het zijn de deelnemers en hun vertegenwoordigende organen die beslissingsbevoegd blijven. Zij dienen bij de vaststelling van het beleid dus alle relevante ontwikkelingen in de afweging te betrekken. Waar zaken en ontwikkelingen de doelstellingen van de RES NML raken (Nationaal Klimaatakkoord), zal daar in de voorbereiding van het beleid overigens duidelijk oog voor zijn. Voor wat betreft de reikwijdte van de doelstellingen van de RES NML, wordt tot slot opgemerkt dat de centrumregeling enkel en alleen tot doel heeft om de deelnemers te faciliteren om de RES NML uit te voeren. Daarmee vallen de doelen van de RES Zuid-Limburg buiten de opgedragen taken.

De centrumregeling kan daarmee niet door Zuid-Limburg worden gebruikt om haar eigen doelstellingen te behalen.

3

Circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 1999, kenmerk FO99/U5911.

Noord- en Midden Limburg Regionale Energiestrategie

resnml@venlo.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14047594/1