CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04d Regels

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Hiepterweg 1 te Broekhuizen.11.012 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vastgesteld bestemmingsplan ‘Hiepterweg 1, Broekhuizen’ NL.IMRO.1507.BHHIEPTERWEG1-BPV1

Bestemmingsplan Hiepterweg 1 Broekhuizen Gemeente Horst aan de Maas

Onderdeel:

Regels

IDN-nummer:

NL.IMRO.1507.BHHIEPTERWEG1-BPV1

Projectnummer:

D214993

Status:

vastgesteld

Datum:

20 december 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 15

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

17

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

17 25 26 27 28 29

Agrarisch met waarden Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 6 Waarde - Zone Bronsgroene natuurzone Waarde - Zone zilvergroene natuurzone

Hoofdstuk 3 Algemene regels

31

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

31 32 33

Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Overige regels

35 36 37 38 40

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

43

Artikel 17 Artikel 18

43 44

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

3

4

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: Het bestemmingsplan "Hiepterweg 1, Broekhuizen" met identificatienummer NL.IMRO.1507.BHHIEPTERWEG1-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan huis verbonden bedrijf Het hoofdzakelijk door de gebruik(st)er van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten of uitoefenen van bedrijvigheid in een woning en de bijbehorende bouwwerken, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.4

aan huis verbonden beroep:

Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie. 1.5 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens: De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 agrarsich bedrijf: Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat: maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt; mestbe- en verwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.

1.8 agrarsich hulpbedrijf: Een niet-agrarisch, doch aan de agrarische productie verwant bedrijf dat zich richt op het leveren van diensten en goederen aan agrarische bedrijven, zoals een agrarisch loonwerkbedrijf, een bedrijf voor landschapsbeheer, een veehandelaarsbedrijf, een foerageerbedrijf, een dieren kliniek voor grootvee en daarmee gelijk te stellen andere bedrijfsvormen.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

5

1.9 agrarisch verwant bedrijf: Een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, zoals: dierenasiels en -pensions, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels en hoveniersbedrijven. 1.10 agrarisch verwante nevenactiviteit: Een op een agrarische bedrijf aanwezige bedrijfsmatige nevenactiviteit die gericht is op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van werktuigen, en/of het leveren van dieren/goederen aan agrarische bedrijven en/of het opslaan, verwerken, vervoeren en/of verhandelen van door agrarische bedrijven afgeleverde producten. 1.11 ambacht(elijk): Het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie. Wanneer deze activiteit in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen plaatsvindt, dient de omvang van de activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.12 arbeidsmigrant: Tijdelijke arbeider die het hoofdverblijf elders heeft.

1.13 archeologischmonument: Een terrein zoals bedoeld in artikel 1 van de Erfgoedwet. 1.14 archeologischewaarde: De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.15 bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16 bebouwingspercentage: Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het daar genoemde gebied aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.17 bedrijf: Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.18 bedrijfsgebouw: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

6

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

1.19 bedrijfswoning: Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.20 begane grond: Het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte daarvan. 1.21 beperkt kwetsbaar object: Een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden. 1.22 bestaand bouwwerk: Een bouwwerk dat op het moment van vaststelling van dit plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald en met dien verstande dat onder het voorgaande niet worden begrepen bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en/of in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.23

bestaand gebruik:

Het gebruik dat op het moment van de vaststelling van dit plan bestaat, met uitzondering van gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.24 bestemmingsgrens: De grens van een bestemmingsvlak. 1.25 bestemmingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.26 bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.27 bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.28 bouwgrens: De grens van een bouwvlak. 1.29 bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

7

1.30 bouwperceelsgrens: De grens van een bouwperceel. 1.31 bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32 bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.33 cultuurhistorische waarde: De kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden. 1.34 dagrecreatie: Een vorm van recreatie waarbij geen sprake is van overnachten en waarbij gebruik wordt gemaakt van al dan niet daarvoor aangelegde of gebouwde voorzieningen. 1.35 deskundige: Een onafhankelijke erkende persoon of organisatie in het vakgebied / op het werkterrein waarop het advies betrekking heeft en die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties.

1.36 detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan de klanten/gasten van de kampeerplekken en recreatiewoningen zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan en die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.37 ecologische waarden: Waarden betreffende de natuurlijke samenhang tussen organismen en hun milieu. 1.38 eerste bouwlaag: De bouwlaag ter plaatse van de begane grond. 1.39 erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.40 erfafscheiding: De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte.

8

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

1.41 erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.42 escortbedrijf: De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.43 extensief dagrecreatief medegebruik: Een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor dagrecreatie van niet-commerciële aard die overwegend is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden of kanovaren, met de daarbij behorende ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes. 1.44 gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.45 geurgevoelig object: Geurgevoelig object als bedoeld artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij. 1.46 gewasbeschermingsmiddelen: Gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

1.47 groepsaccommodatie: Een (deel van een) gebouw dat blijvend bestemd is voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij overnacht wordt in slaapzalen en/of slaapkamers, waarbij een afzonderlijke ruimte voor dagactiviteiten alsmede keuken- en sanitaire voorzieningen aanwezig zijn die gemeenschappelijk door de groep worden gebruikt. 1.48 grondgebonden agrarisch bedrijf: Een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond. 1.49 grondgebonden veehouderij: Een agrarisch bedrijf waarbij het gebruik van agrarische gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf zoals een melkveehouderij, een paardenhouderij, een opfokbedrijf of een biologisch veehouderijbedrijf. 1.50 hoofdgebouw: Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

9

1.51 horeca I: Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde horeca II. 1.52 horeca II: Elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die (nagenoeg) geheel is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Daarnaast een inrichting waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend. 1.53 horeca: Een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.54 hotel: Een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of exploiteren van een zaalaccommodatie en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is. 1.55

huishouden:

Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 1.56 huisvesting arbeidsmigranten: Tijdelijke dan wel structurele voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden. 1.57 intensieve veehouderij: Een agrarisch bedrijf dat is gericht op het geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, stieren voor de roodvleesproductie, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders. 1.58 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een tourcaravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.59 kas: Een gebouw, bestaande uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal dienend tot het kweken of trekken van bomen, vruchten, bloemen of planten.

10

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

1.60 kelder: Een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen binnen de buitenwerkse gevelvlakken en wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen. 1.61 kleinschaligehoreca: Inrichting ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en drank, met een totaal oppervlak van maximaal 100 m2 waarbij maximaal 30% van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel mag worden benut ten behoeve van de horeca. De openingstijden (inclusief terras) van de inrichting liggen tussen 7.00 en 19.00 uur. 1.62 landschapselement: Een element dat samenhangt met de ondergrond en de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap en het oorspronkelijke landgebruik, zoals een bosschage, houtwal, houtsingel of steilrandbeplanting. 1.63 lawaaisport: Een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 1.64 maaiveld: De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw.

1.65 manege: Een niet-agrarisch bedrijf, dat uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het geven van instructie in één of meerdere disciplines aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf of aan derden met eigen paarden en het bieden van huisvesting aan die paarden en daaraan ondergeschikte horeca. 1.66 milieucategorie: Indeling van bedrijven opgesteld door VNG op basis van belasting van het milieu. De milieucategorie van een bedrijf hangt af van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of visuele aspecten. De milieucategorie loopt op van lichte bedrijvigheid (categorie 1) tot zware industrie (categorie 6). 1.67 natuurwaarden: De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.68 nevenactiviteit: Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. 1.69 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: Een agrarisch bedrijf waarbij voor de bedrijfsvoering hoofdzakelijk geen gebruik wordt gemaakt van open grond, zoals de varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij, pelsdierenhouderij, glastuinbouwbedrijf, witlof- en intensieve kwekerij/tuinbouwbedrijf.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

11

1.70 nieuwvestiging: Het oprichten van een nieuw bedrijf op een voorheen onbebouwde locatie. 1.71 normaal onderhoud, gebruik en beheer: Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.72 nutsvoorziening: Voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.73 overig bouwwerk: Een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1.74 overkapping: Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren. 1.75 paardenbak: Een onoverdekte, als zodanig herkenbare ruimte, al dan niet omsloten, bedoeld voor het trainen, rijden en berijden van paarden en pony's, met eventueel een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van drainage. 1.76 peil: a.

voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van het gebouw; b. voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.77 permanente bewoning: Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf. 1.78 plattelandswoning: Een bedrijfswoning behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, zoals bedoeld in artikel 1.1a lid 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, welke door een persoon en diens huishouden, die geen binding hebben met de desbetreffende landbouwinrichting, wordt of mag worden bewoond. 1.79 prostitutie: Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.80 recreatie: Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding.

12

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

1.81 recreatiewoning: Een (gedeelte van een) gebouw dat bedoeld is als tijdelijk recreatieverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.82 risicovolle inrichting: Een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (BRZO'99) of het Vuurwerkbesluit. 1.83 seksinrichting: De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.84 Structuurvisie Horst aan de Maas: De op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas. 1.85 tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders: Het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten. 1.86 veehouderij: Een agrarisch bedrijf dat gericht is op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en/of pelsdieren.

1.87 verdieping: Een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond. 1.88 verkoopvloeroppervlak (vvo): De totale vloeroppervlakte van een detailhandelsvestiging, welke bestemd is voor de verkoop en uitstalling van goederen. 1.89 volkstuin: Een perceel grond, dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop voor particulier gebruik voedings- en siergewassen worden geteeld. 1.90 volwaardig (agrarisch)bedrijf: Een (agrarisch) bedrijf waaruit een zelfstandig en reëel inkomen voortkomt voor minimaal één huishouden. 1.91 voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functties: Onder voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies worden verstaan alle (bedrijfs)woningen inclusief tuinen en erven, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen;,met uitzondering van de bedrijfswoning behorende bij het bedrijf dat de fruit- of boomteelt uitoefent.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

13

1.92 voorgevel: De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.93 voorgevelrooilijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.94 waterhuishoudkundige voorzieningen: Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.95 wet/wettelijke regelingen: Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.96 woning: Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.97 zorgboerderij: Een maatschappelijke voorziening waar door personen die niet zelfstandig kunnen werken en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren voortbrengen.

14

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.5 inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 de afstand tot de zijdellingse perceelsgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel, niet de voor- en achterzijde van het bouwperceel zijnde, en het eigendom van derden, waar de afstand het kortste is.

2.8 aanduiding'relatie' Indien tussen twee bestemmingsvlakken en/of bouwvlakken de aanduiding 'relatie' is aangegeven, worden deze bestemmingsvlakken c.q. bouwvlakken aangemerkt als één bestemmingsvlak c.q. bouwvlak.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

15

16

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. 1. 2.

3. 4. 5. h.

1. 2. 3. 4. i. j. k.

agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik; agrarisch hobbymatig grondgebruik; grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen, ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarsich - veehouderij is tevens geheel of overwegend grondgebonden veehouderij toegestaan; parkeerterrein; wonen in een bedrijfswoning; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit' zijn de volgende nevenactiviteiten toegestaan: maximaal 6 kampeerplekken ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van recreatie kampeerplaatsen; maximaal 5 recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van recreatie recreatiewoningen, waarvan de gezamenlijke vloeroppervlakte van de begane grond ca. 270 m2 bedraagt, de gezamenlijke oppervlakte van de verdiepingsvloeren ca 175 m2 bedraagt en de gezamenlijke oppervlakte van de buitenterassen behorende bij de 5 recreatiewoningen ca. 165 m2 bedraagt.

groepsaccommodatie ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van recreatie - recreatiewoningen; kleinschalige horeca, uitsluitend in de vorm van het verstrekken van een ontbijt aan de personen van de onder artikel 3, lid 3.1, onder g sub 1 en sub 2 genoemde 6 kampeerplekken en 5 recreatiewoningen; detailhandel als nevenactiviteit, uitsluitend ten behoeve van de onder artikel 3, lid 3.1, onder g sub 1 en sub 2 genoemde 6 kampeerplekken en 5 recreatiewoningen; een ander gebruik van gebouwen en gronden als nevenactiviteit, met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal ten hoogste 200 m2 bedraagt, namelijk: detailhandel in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of bewerkt, dan wel hieraan direct aanverwante producten; zorgboerderij; zorgvoorzieningen; dagrecreatieve voorzieningen; extensief dagrecreatief medegebruik; bescherming van aardkundige waarden; het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 12;

met de daarbij behorende l.

tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat erfverhardingen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan voor zover bestaand; m. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; n. verkeers- en parkeervoorzieningen; o. voorzieningen van openbaar nut; p. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins;

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

17

q. 3.2

groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. op de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; c. in afwijking van het voorgaande mogen buiten een bouwvlak de volgende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: 1. erf- en terreinafscheidingen; 2. recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering; 3. hoogzitten; 4. bestaande silo's; 5. mestzakken; d. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvlak toegestaan, dan wel het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal, met dien verstande dat in afwijking van lid 2.8 geldt dat indien de bouwvlakken door een relatie worden verbonden, met betrekking tot het aantal toegestane wooneenheden geldt dat de bouwvlakken niet worden aangemerkt als één bestemmingsvlak; 2. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.

3.2.2 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Bedrijfsgebouwen Goothoogte Bouwhoogte Afstand kassen tot de woning van derden Het aantal bouwlagen van stallen ten behoeve van huisvesting van vee Bedrijfswoning

min. max.

Goothoogte

n.v.t. 7 m

Bouwhoogte

n.v.t. 11 m

Afstand tot perceelgrens Inhoud

3m

min. n.v.t. n.v.t. 25 m n.v.t.

max. 7m 14 m n.v.t. 1, of indien de bestaande gebouwen uit meer dan 1 bouwlaag bestaan, ten hoogste het bestaande aantal bouwlagen

n.v.t.

n.v.t. 1.000 m³, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volume m³', waarvoor geldt dat de maximale inhoud niet meer mag bedragen dan is aangeven Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen min. max. Goothoogte n.v.t. 3,5 m Bouwhoogte n.v.t. 6m

18

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning

0m n.v.t. carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd 1m n.v.t.

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de 3m bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval 1 m van een hoeksituatie Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken n.v.t. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Goothoogte Bouwhoogte Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent Afstand tot zijdelingse perceelgrens Afstand tot de bedrijfswoning Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken

n.v.t.

n.v.t. 150 m²

min. max. n.v.t. 3,5 m n.v.t. 6m 0m n.v.t. carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd 1m n.v.t. 3m

n.v.t.

2,5 m n.v.t. n.v.t.

n.v.t. 40 m 150 m²

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde Mestsilo Sleufsilo Overige silo's en hooibergen Erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak

min. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Schoorstenen Omheiningen ten behoeve van paardenbakken

n.v.t. n.v.t.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

max. 6m 4m 15 m voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende erfafscheiding', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m 14 m 1,3 m

19

Lichtmasten ten behoeve van paardenbakken, met dien verstande dat er maximaal 4 lichtmasten per paardenbak zijn toegestaan Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Erf -en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak Hoogzit

n.v.t.

6m

n.v.t.

8m

n.v.t. n.v.t.

1m 3,5 m

3.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, de hoogte en de situering van erf- en terreinafscheidingen; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in het Gemeentelijk KwaliteitsMenu. b. 1. 2. 3.

3.4

De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing; ter voorkoming van onevenredige aantasting van de de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 12; dan wel; in verband met maatwerk ten aanzien van het agrarisch bouwvlak en de verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik. Speciifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. b.

1. 2. 3.

4.

20

het gebruik van gronden voor buitenopslag; het gebruik van de gronden voor fruitteelt en boomteelt voor zover gebruik wordt gemaakt van een op- en zijwaartse spuittechniek voor het aanbrengen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 30 m tot voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, uitgezonderd en voor zover: bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden; het herplant van houtopstanden van fruitteelt en boomteelt betreft; het aanplanten van (fruit)bomen ten behoeve van fruit- of boomteelt op gronden die op de datum van vaststelling van het bestemmingsplan in gebruik zijn bij een fruitteeltbedrijf en/of een boomkwekerijbedrijf; aangetoond is dat het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast. Hierbij wordt in ieder geval voldaan in de volgende situaties:

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

c.

d. e. f.

het gebruik van gronden en opstallen voor horeca I, horeca II en kleinschalige horeca, waarvoor m.b.t. tot kleinschalige horeca het verstrekken van ontbijt aan de personen van de onder artikel 3, lid 3.1, onder g sub 1 en sub 2 genoemde 6 kampeerplekken en 5 recreatiewoningen wel is toegestaan; het gebruik van de gronden voor inpandige statische opslag in kassen; het gebruik van de gronden voor verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden voor het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen;

3.4.2 Strijdig gebruik ammoniakemissie Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.

1.

2. b.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, het gebruik van kassen en/of het telen van gewassen indien dit leidt tot een toename van de ammoniakemissie ten opzichte van de feitelijke situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit: een verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de wet is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, dan wel; indien een vergunning of melding als bedoeld onder 1 ontbreekt: de bestaande activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande activiteit werd veroorzaakt; een toename van de ammoniakemissie voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, het gebruik van kassen en/of het telen van gewassen ten opzichte van de feitelijke situatie is wel toegestaan indien het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet, een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied, die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of

handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 1.13 Wet

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

21

natuurbescherming geldt, een waarde overschrijdt die is vastgesteld bij de algemene Maatregel van Bestuur als bedoeld in artikel 2.9, vijfde lid, onder a, onder 1 van de Wet natuurbescherming. 3.5

Afwijken gebruiksregels

3.5.1 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van het toelaten van het wonen, anders dan wonen in een bedrijfswoning, in een voormalige agrarische bedrijfswoning (plattelandswoning), met dien verstande dat: a. b. c. d.

deze afwijking uitsluitend is toegestaan indien wijziging naar de bestemming Wonen onmogelijk is; het aantal (bedrijfs)woningen op het betreffende perceel niet toe mag nemen; ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; de overige bebouwing op het bouwvlak in gebruik blijft ten behoeve van de agrarische functie.

3.5.2 Kleinschaligehoreca Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder c ten behoeve van het toestaan van kleinschalige horeca met dien verstande dat: a. b.

c. d. e. f. g. h. i. j. k.

de horeca gezien de aard, omvang en intensiteit passend dient te zijn binnen de agrarische functie; maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing mag worden gebruikt ten behoeve van de horeca, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen; de openingstijden (inclusief terras) van de inrichting tussen 7.00 en 19.00 uur liggen; de agrarische functie in overwegende mate behouden blijft; het gebruik de agrarische functie ondersteunt en de horeca door de gebruiker van de (bedrijfs)woning dient te worden geëxploiteerd; een projectplan dient te worden overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag onderscheidendheid en kwaliteit blijkt; het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert; het gebruik niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; gronden buiten het bouwvlak niet mogen worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; detailhandel niet mag plaatsvinden; het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 15 is van toepassing. 3.7

Wijzigingsbevoegdheden

3.7.1 Wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf', met dien verstande dat: a. b. 1. 2. 3.

22

de agrarische bedrijfsuitoefening is beëindigd; daarbij uitsluitend de volgende doeleinden zijn toegestaan: een agrarisch verwant bedrijf; een agrarisch hulpbedrijf; een bedrijf in maximaal categorie 1 en 2 van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten of een bedrijf dat naar aard en milieubelasting daarmee vergelijkbaar is;

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

4. c.

een seksinrichting, indien binnen de gemeentegrenzen nog geen seksinrichting aanwezig is; er sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) c.q. kan worden gemaakt voor eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, dan wel een locatie waar voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering ongewenst is in verband met de belasting van het milieu dan wel de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden; d. ten hoogste de ten tijde van het wijzigingsbesluit bestaande bebouwing en de direct daaraan grenzende gronden binnen het betreffende, voormalige agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd; e. buitenpandige opslag niet is toegestaan; f. opslag in kassen niet is toegestaan; g. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven; h. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van kwaliteitsverbering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; j. eventuele aanwezige teeltondersteunende voorzieningen en waterbassins behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf worden verwijderd en de bijbehorende aanduidingen worden verwijderd; k. wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoning(en), waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot; l.

detailhandel niet is toegestaan; m. de wijziging mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; n. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast; o. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 5 van het bestemmingsplan "Buitengebied Horst aan de Maas" zoals vastgesteld op 19 december 2017 van overeenkomstige toepassing zijn; p. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. 3.7.2 Wijzigen in de bestemming 'Wonen' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. b.

c. d.

e. f. g. h. i. j.

de agrarische bedrijfsuitoefening is beëindigd; er sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) c.q. kan worden gemaakt voor eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, dan wel een locatie waar voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering ongewenst is in verband met de belasting van het milieu dan wel de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden; de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven; door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; overige niet tot de woonfunctie behorende gronden worden bestemd als 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak; eventuele aanwezige teeltondersteunende voorzieningen en waterbassins behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf worden verwijderd en de bijbehorende aanduidingen worden verwijderd wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoningen, waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot: de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden;

na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 21 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' zoals vastgesteld op 19 december 2017 van overeenkomstige

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

23

toepassing zijn. 3.7.3 Wijzigen in de bestemming 'Natuur' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Natuur', met dien verstande dat: a. b. c. 1. 2.

24

het terrein is verworven voor de inrichting als natuurgebied of strategische waterberging, dan wel hebben de eigenaar en/of gebruiker schriftelijk ingestemd met de natuurontwikkeling; de wijziging in overeenstemming is met het landschapstype zoals is opgenomen in artikel 12; de wijziging niet leidt tot: een onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; negatieve effecten op de waterhuishouding, mits burgemeester en wethouders vooraf schriftelijk advies hebben aangevraagd aan de waterbeheerder.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Artikel 4

Waarde - Archeologie 3

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 4.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. b. c. d.

het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 15. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

25

Artikel 5

Waarde - Archeologie 4

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. b. c. d.

het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 15. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

26

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Artikel 6

Waarde - Archeologie 6

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. b. c. d.

het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.

b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 15. 6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

27

Artikel 7

Waarde - Zone Bronsgroene natuurzone

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Zone bronsgroene landschapszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het behoud en bescherming van de landschappelijke waarden, waarbij de kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 15 is van toepassing.

28

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Artikel 8

Waarde - Zone zilvergroene natuurzone

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Zone zilvergroene natuurzone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de bestaande natuurgebieden, de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan. 8.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 15 is van toepassing.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

29

30

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

31

Artikel 10

Algemene bouwregels

10.1 Bestaande afmetingen en afstanden n die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie. 10.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 10.3 Ondergronds bouwen Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. b.

ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.

10.4 Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag In afwijking van het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte-koudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende bestemming toegestane bouwhoogte van gebouwen. 10.5 Bouwen in de buurt van agrarische bedrijven De afstand van een geurgevoelig object alsmede de afstand van een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object tot: omliggende agrarische bouwpercelen; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomteelt en fruitteelt; gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen boomteelt of fruitteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden); gronden welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in gebruik zijn van fruiten/of boomteeltbedrijven; zal ten minste 50 meter bedragen.

32

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

11.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a.

het (bedrijfsmatig) vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten en mest, met uitzondering van de opslag van mest afkomstig van het eigen bedrijf; b. het gebruik van gronden als volkstuin; c. het beoefenen van lawaaisporten; d. opslag voor de voorgevelrooilijn; e. verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg; f. het gebruik van de gronden en opstallen voor een seksinrichting; g. intensief militair gebruik; h. opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen, anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik; i. permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken; j. permanente bewoning van recreatiewoningen/verblijfsrecreatieve voorzieningen; k. huisvesting van arbeidsmigranten, anders dan bestaande huisvesting van arbeidsmigranten; l. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; m. geurgevoelig object alsmede voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object, indien de afstand minder dan 50 m bedraagt tot: 1. omliggende agrarische bouwpercelen; 2. op het moment van wijziging van het gebruik aanwezige boomteelt en fruitteelt boomgaarden; 3.

gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de gebruikswijziging boomteelt of fruitteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden); 4. gronden welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in eigendom of pacht zijn van fruit- en/of boomteeltbedrijven. 11.2 Warmte-koudeopslag Open en gesloten systemen die door middel van het isolerend vermogen van de ondiepe bodem energie opwekken, niet zijnde aardwarmte, zijn toegestaan, met dien verstande dat: a.

gesloten systemen binnen gronden met de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' uitsluitend zijn toegestaan tot een diepte van 5 m boven NAP.

11.3 Aan huis verbonden beroep In (bedrijfs)woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. b.

c. d.

de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²; degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend; het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen.

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

33

11.4 Voorwaardelijke verplichting Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken conform de betreffende bestemming indien niet voldaan is aan de voorwaarden ten aanzien van landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan Bijlage 1 bij deze regels.

34

bestemmingsplanHiepterweg 1 Broekhuizen

Artikel 12

Algemene aanduidingsregels

12.1 Cultuurhistorische, landschappelijkeen natuurlijke waarden Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in de navolgende tabel: Aanduiding overige zone - bos- en mozaïeklandschap

Landschaps-en natuurwaarden - Uniek landschap voor noord- en midden Limburg. - Besloten bosgebied, deels met stuifduinen en open plekken. - Nat karakter rond Schuitwater (Natuurreservaat) en Kaldenbroek. - Grillige en reliëfrijke verkaveling op landgoederen tot meer geometrische verkaveling in de veengebieden en de bospercelen. - Hoge natuurwaarde, met name voor vogels (bos en heide), dagvlinders en flora (natte gebieden).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105627/1