04d Planregels
Tekst van het document
PLANREGELS
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDENDE REGELS. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Artikel 1 Begrippen. 2 Artikel 2 Wijze van meten. 5 .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... . ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...
2.
BESTEMMINGSREGELS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
3
.. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... . .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...
. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...
6 7 8 9
ALGEMENE REGELS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
4
Natuur Waarde - Archeologie 3 Waarde – Zone bronsgroene landschapszone Waterstaat – Profiel van vrije ruimte
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels. Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. . ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. . ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..
.. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..
Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Overige regels
. .. ... ..
... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 14 Overgangsrecht. Artikel 15 Slotregel
.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..
.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..
... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..
Ontwerp
10 11 12 13 14 15 17 18 18 19
1
1. INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
1. 1 plan: Het bestemmingsplan “Vinkepas 14 Sevenum” met identificatienummer NL. IMRO. 1507. SNVINKEPAS14BPO1 van de gemeente Horst aan de Maas. 1. 2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1. 3 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1. 4 aanduidingsgrens: De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1. 5 archeologische waarde: De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1. 6 bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1. 7 beekdal: Een lager gelegen gebied waardoor een beek stroomt. 1. 8 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c. q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.
9 bestaand gebruik: Het gebruik dat op het moment van de vaststelling van dit plan bestaat, met uitzondering van gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c. q. die verordening. 1. 10 bestemmingsgrens: De grens van een bestemmingsvlak. 1. 11 bestemmingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1. 12 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Ontwerp
2
1. 13 bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1. 14 bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1. 15 erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1. 16 erfafscheiding: De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1. 17 extensief dagrecreatief medegebruik: Een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor dagrecreatie van niet-commerciële aard die overwegend is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden of kanovaren, met de daarbij behorende ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes 1. 18 gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1. 19
geurgevoelig object: Geurgevoelig object als bedoeld artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij; 1. 20 huisvesting arbeidsmigranten: Tijdelijke dan wel structurele voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden. 1. 21
kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een tourcaravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1. 22 lawaaisport: Een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model) vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 1. 23 maaiveld: De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het " aangrenzende maaiveld " wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw.
Ontwerp
3
1. 24 natuurwaarden: De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1. 25 normaal onderhoud, gebruik en beheer: Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1. 26 overig bouwwerk: Een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1. 27 a
.
b
.
peil: voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van het gebouw; voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel.
1. 28 permanente bewoning: Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf. 1. 29 risicovolle inrichting: Een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) ongevallen 1999 (BRZO'99) of het Vuurwerkbesluit.
,
het Besluit risico's zware
1. 30 seksinrichting: De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1. 31 Structuurvisie Horst aan de Maas: De op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas. 1. 32 volkstuin: Een perceel grond, dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop voor particulier gebruik voedings- en siergewassen worden geteeld. 1. 33 waterhuishoudkundige voorzieningen: Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1. 34 wet/wettelijke regelingen: Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c. q. verordeningen e. d. dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. ,
Ontwerp
4
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2. 1 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2. 2 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2. 3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2. 4 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2. 5 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Ontwerp
5
2. BESTEMMINGSREGELS Artikel 3
Natuur
3. 1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatste van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 11; b. bescherming van aardkundige waarden; c. extensief dagrecreatief medegebruik; d. een schaapskooi, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schaapskooi'; 3. 2
Bouwregels
3. 2. 1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid 3. 1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, in de vorm van: 1. bankjes, picknicktafels, afvalemmers, bewegwijzering en dergelijke; 2. open afrasteringen; 3. voederbergingen of voederruiven voor wild; 4. hoogzitten; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch schaapskooi' een schaapskooi met een omvang van 50 m 2 toegestaan; 3. 2. 2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: Bouwhoogte bouwwerk, geen gebouwen zijnde Hoogzit
Erf- en terreinafscheidingen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Inhoud voederberging of voerruif voor wild 3. 3
Min. n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t.
Max. 3, 5 m 1 m 2 m 3
m²
Specifieke gebruiksregels
3. 3. 1
Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor: ▪
3. 4
agrarische doeleinden, tenzij voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden Het bepaalde in artikel 12 is van toepassing.
Ontwerp
6
Artikel 4
Waarde
-
Archeologie 3
4. 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming (en) mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. ,
4. 2
Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 4. 1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 4. 3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4. 2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming (en) indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. ,
4. 4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden Zie artikel 12. 4. 5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Ontwerp
7
Artikel 5
Waarde
–
Zone bronsgroene landschapszone
5. 1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Zone bronsgroene landschapszone’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming (en) mede bestemd voor het behoud en bescherming van de landschappelijke waarden, waarbij de kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. 5. 2
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden Het bepaalde in artikel 12 is van toepassing.
Ontwerp
8
Artikel 6
Waterstaat – Profiel van vrije ruimte
6. 1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waterstaat – Profiel van vrije ruimte’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming (en) primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop. ,
6. 2 Bouwregels Voor het bouwen op of in de in lid 6. 1 bedoelde gronden gelden de volgende regels: a. in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen binnen de aangegeven beschermingszone van de watergang worden gebouwd, ten behoeve van deze bestemming; b. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat: 1. de maximale hoogte niet meer bedraagt dan 3, 5 m; 2. de maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2 m mag bedragen. 6. 3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6. 2 en toestaan dat de in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits; a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatige functioneren van de watergang; b. voldaan wordt aan regels behorende bij de ter plaatse geldende andere bestemming (en) ; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht wordt genomen.
Ontwerp
9
3
ALGEMENE REGELS
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Ontwerp
10
Artikel 8
8. 1
Algemene bouwregels
Infiltratie
8. 1. 1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater volgens de normen van het waterschap. 8. 1. 2 Afwijking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8. 2. 1 voor zover op een andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien.
Ontwerp
11
Artikel 9 9. 1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a. het (bedrijfsmatig) vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of b. c.
d. e.
f. g.
h. i. j. k. l. m. n. o.
verwerken van producten en mest; het plaatsen van kampeermiddelen; het gebruik van gronden als volkstuin; het beoefenen van lawaaisporten; opslag voor de voorgevelrooilijn; detailhandel; verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg, het gebruik van de gronden en opstallen voor een seksinrichting; intensief militair gebruik; opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen, anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik; permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken; permanente bewoning van recreatiewoningen/verblijfsrecreatieve voorzieningen; huisvesting van arbeidsmigranten, anders dan bestaande huisvesting van arbeidsmigranten; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; geurgevoelig object, alsmede voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object, indien de afstand minder dan 50 m bedraagt tot: 1. omliggende agrarische bouwpercelen; 2. op het moment van wijziging van het gebruik aanwezige boomteelt en fruitteelt boomgaarden; 3. gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de gebruikswijziging boomteelt of fruitteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden) ; 4. gronden welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in eigendom of pacht zijn van fruit- en/of boomteeltbedrijven
9. 2
Warmte-koudeopslag Open en gesloten systemen die door middel van het isolerend vermogen van de ondiepe bodem energie opwekken, niet zijnde aardwarmte, zijn toegestaan.
Ontwerp
12
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
10. 1 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in de navolgende tabel: Aanduiding overige zone - velden
Landschaps- en natuurwaarden Afwisseling van open landschappen met bomenlanen en een geordende verkaveling tot aan meer reliëfrijke open landschappen met landschapselementen (zoals bosjes) en dichte aaneengesloten bebouwingslinten. Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Het is van belang dat de zichtlijnen op de achtergelegen akkercomplexen behouden blijven. Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm en openheid tussen Kronenberg en Sevenum. Het is belangrijk om de bol liggende gebieden open te houden (behouden cultuurhistorisch landschap) Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen. Om de karakteristiek te behouden heeft grondgebonden landbouw de voorkeur. Zichtlijnen over oude akkercomplexen. De natuurwaarde is beperkt, al zijn de voorkomende soorten vaak (zeer) zeldzaam; met name akkervogels. Hoge natuurwaarde rondom Castenraysche Vennen en in Kabroek .
(weidevogels)
Ontwerp
.
13
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
11. 1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van: a.
b.
c.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakteen inhoudsmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; van de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; van de bestemmingsregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m 3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt,
mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid;
Ontwerp
14
Artikel 12
Omgevingsvergunning werkzaamheden
voor
werken,
geen
bouwwerken
zijnde,
of
12. 1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde bestemmingen of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Ter plaatse van de bestemming / aanduiding Natuur Waarde - Archeologie 3 (1) Waarde – Zone bronsgroene landschapszone overige zone - velden (1) noot: zie artikel 12. 2, onder a.
Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden b d h i a c e f g x
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
In de tabel is: x = omgevingsvergunning vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk)
* de onderstaande letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a het aanleggen en verharden van wegen en paden of het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen; b het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1, 50 m; c het vellen en rooien van bomde, hakhout en andere diepgewortelde beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e het verlagen of verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f het aanleggen, (ver) graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen; g het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; i het aanbrengen van beplantingen, (hout-) gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen. .
.
.
.
.
.
.
.
.
12. 2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12. 1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. in de situaties genoemd in de tabel in lid 12. 1 bij de volgende cijfers: 1. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen (en) ; c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
Ontwerp
15
12. 3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12. 1 alleen indien door de in lid 12. 1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 12. 4 Procedure De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12. 1 op of in gronden met de hierna genoemde bestemmingen legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: a. Waarde – Archeologie 3;
Ontwerp
16
Artikel 13 13. 1 a.
b.
Overige regels
Prioritering van de dubbelbestemmingen Waar een enkelbestemming uit dit plan samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming ‘Waterschap – Profiel van vrije ruimte’; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming ‘Waarde – Zone bronsgroene landschapszone’ 3. in de derde plaats de regels van de bestemmingen 'Waarde - Archeologie - 3'.
Ontwerp
17
4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 14 14. 1 a.
b. c.
14. 2 a.
b.
c.
d.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10 %. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Ontwerp
18
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Vinkepas 14 Sevenum”.
Ontwerp
19