CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04d.6 Bijlage 6 mer-aanmeldnotitie

Gemeenteraad 18 oktober 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het afgeven van een (ontwerp-)verklaring van geen bedenkingen voor de optimalisatie van de productielocatie Blitterswijckseweg 1 Broekhuizenvorst.16.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Blitterswijckseweg 1 Broekhuizenvorst Vormvrije mer-beoordeling

LWM.BHV.V2.04112021.

INHOUDSOPGAVE Blz. 1

HOOFDSTUK 1 - INLEIDING

1

2

HOOFDSTUK 2 – KENMERKEN VAN HET PROJECT

4

2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.6 2.1.7

Uitbreiding terrein en nieuwe erfgrens Realisatie sprinklertank met pompgebouw Opslag reststromen Technische ruimte Fietsenstalling Palletopslag Uitbreiding hoofdgebouw

4 4 5 5 5 5 6

2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.5.6 2.5.7 2.5.8 2.5.9 2.5.10 2.5.11 2.5.12 2.5.13 2.5.14

Water Bodem en grondwaterkwaliteit Geluid Geur Luchtkwaliteit Stikstofdepositie Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Flora en fauna -Soortenbescherming Energie Verwerking van afvalstoffen Additieven en grondstoffen Risico en ongevallen Risico’s voor gezondheid

7 7 8 9 9 9 10 10 10 12 12 13 13 13

3

HOOFDSTUK 3 – PLAATS VAN HET PROJECT

13

4

HOOFDSTUK 4 – KENMERKEN POTENTIELE EFFECT

14

1

BIJLAGE 1 – OVERZICHTSTEKENING

16

2

BIJLAGE 2 – STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK

16

3

BIJLAGE 3 – AKOESTISCH ONDERZOEK

16

4

BIJLAGE 4 – QUICKSCAN ECOLOGIE

16

1 HOOFDSTUK 1 - INLEIDING Gegevens initiatiefnemer Initiatiefnemer: KvK-vestigingsnummer: Adres: Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mailadres:

LWM Broekhuizenvost BV 12017321 Blitterswijckseweg 1, 5871 CD Broekhuizenvorst Gerard Busser + 31 (0)11394827 of +31 (0)651096807 Gerardbusser@lambweston.eu

Om te kunnen afwijken van de planologische kaders wordt een omgevingsvergunning aangevraagd in de zin van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3° van de Wabo. Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor afwijking van de planologische kaders dient een goede ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt toegelicht dat de beoogde ontwikkelingen in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening.

Aanleiding Lamb Weston Meijer (verder LWM) heeft haar locatie in Broekhuizenvorst in 2017 overgenomen van Oerlemans Foods. Sinds de overname heeft LWM diverse verbeteringen doorgevoerd op haar productielocatie. Hierdoor is de productielocatie in staat om de productiecapaciteit te realiseren waarvoor in juli 2016 een omgevingsvergunning is verleend. Vanwege strengere regels voor voedselveiligheid en de verduurzaming die vanuit de markt wordt gevraagd, heeft LWM plannen voor verdere ontwikkeling van de productielocatie. Deze ontwikkelingen zijn niet noodzakelijk voor een uitbreiding van de productiecapaciteit, maar om de continuïteit van de bedrijfsvoering te kunnen waarborgen. Door de verdere ontwikkeling van het bedrijf kan LWM het productieproces duurzamer, efficiënter en veiliger laten verlopen. Vooruitlopend op de aanvraag omgevingsvergunning waarbij af wordt geweken van het geldend planologisch kader is deze vormvrije mer-beoordeling (artikel 2.1, lid 1, onder c Wabo) opgesteld. Doel hiervan is om te toetsen of voor de wijzigingen veranderingen optreden met belangrijke nadelige milieugevolgen.

Bevoegd gezag Industriële activiteiten die potentieel grote milieugevolgen kunnen hebben zijn opgenomen in bijlage 1 van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees parlement (IPPC richtlijn) en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (Richtlijn Industriële Emissies - RIE) (PbEU L334). Deze richtlijnen hebben als doel om een hoog niveau van bescherming van het milieu te bereiken voor deze activiteiten. Dit moet gerealiseerd worden door het beperken van emissies naar lucht, water en bodem met inbegrip van maatregelen betreffende afval.

1

Een van de aangewezen categorieën bedrijven zijn industriële installaties voor de bewerking en verwerking van levensmiddelen op basis van uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van meer dan 300 ton per dag eindproducten of 600 ton per dag eindproducten indien de installatie gedurende een periode van niet meer dan 90 opeenvolgende dagen in om het even welk jaar in bedrijf is (6.4b onder ii uit bijlage 1 van de RIE). LWM BHV overschrijdt deze productiecapaciteit en valt daarmee onder de RIE. Gelet op voorgaande en het bepaalde in artikel 2.4 lid twee Wabo juncto artikel 3.3. lid één sub a van het Besluit Omgevingsrecht is Gemeente Horst aan de Maas bevoegd gezag. Zij zijn dan ook bevoegd om een besluit te nemen in het kader van het Besluit milieueffectrapportage. In het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet: 

door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;

het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden;

de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (artikel 7.28 van de Wet milieubeheer).

Begrenzing plangebied LWM is gelegen in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas aan de Blitterswijckseweg 1 te Broekhuizenvorst. Het plangebied ligt in buurtschap Ooijen ten noorden van de kern Broekhuizenvorst. In onderstaande afbeelding zijn de ligging en de begrenzing van het plangebied weergegeven. De ligging en de begrenzing van het gebied, zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. Deze gronden zijn in eigendom en behoren al jaren bij de productielocatie. Ook de gronden ten oosten van dit gebied zijn in eigendom bij LWM BHV. Sinds de jaren ’70 worden op deze locatie aardappelen- en groenteproducten geproduceerd. De locatie is doorontwikkeld om te kunnen blijven aansluiten bij ontwikkelingen vanuit de markt en maatschappij. Deze ontwikkelingen hebben altijd in goed overleg met de omgeving plaatsgevonden. LWM heeft deze locatie in 2017 overgenomen van Oerlemans Foods en sindsdien worden nog uitsluitend aardappelproducten geproduceerd.

Figuur 1.1: Ligging en begrenzing plangebied 2

Besluit milieueffectrapportage Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.), moet bij initiatieven voor activiteiten, die voorkomen in onderdeel C en of D van het Besluit m.e.r., worden beoordeeld of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein waarbij de drempel van D11.3 wordt overschreden, is mer-beoordelingsplichtig als het een besluit betreft uit kolom 4 en plan mer-plichtig als het een plan betreft uit kolom 3 (bijlage III Europese Richtlijn). Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein waarbij de drempel van D11.3 (> 75 ha) niet wordt overschreden, moet een vormvrije mer-beoordeling worden gemaakt. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Voor inwerkingtreding van het Besluit was het niet noodzakelijk om een aanmeldnotitie op te stellen indien de drempelwaarde niet werd overschreden. Na de wijziging van het Besluit milieueffectenrapportage is dit wel het geval. De oppervlakte van dit plan is < 75ha.

De criteria vallen uiteen in: Criteria

Drempelwaarde

1.

Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder en risico op ongevallen

Bestaand gebruik van de locatie

Natuurlijke

2.

Kenmerken van het project

Plaats van het project

hulpbronnen

en

opnamevermogen/

gevoeligheid van het milieu 3. Kenmerken van het potentiële effect: bereik

Grensoverschrijdend karakter

Orde van grootte en complexiteit

Waarschijnlijkheid en duur

Frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

Conclusie

Er is geen sprake van overschrijding van drempelwaarden. Om deze reden valt de voorgenomen ontwikkeling onder de vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze aanmeldnotitie geeft informatie voor het bevoegd gezag om te beoordelen of er voor de afwijking van het planologisch kader een m.e.r. (-beoordeling) moet worden opgesteld.

3

2 HOOFDSTUK 2 – KENMERKEN VAN HET PROJECT De omvang van het project Om de productie veiliger, duurzamer en efficiënter te laten verlopen heeft LWM BHV plannen voor verdere ontwikkeling van de productielocatie. Deze ontwikkelingen bestaan uit de volgende onderdelen: Uitbreiding van het bedrijfsterrein, realisatie van sprinklertank, plaatsing opslagtanks reststromen, uitbreiding technische ruimte, realisatie fietsenstalling, realisatie palletopslag, productieruimtes, uitbreiding hoofdgebouw en dempen aanwezige vijver. Kort gezegd zijn de ontwikkelingen noodzakelijk om de continuïteit van de huidige bedrijfsvoering te kunnen blijven waarborgen. LWM kent hoge veiligheids- en kwaliteitsstandaarden en onderscheidt zich hiermee op de internationale markt. Om deze positie te behouden dient het bedrijf zich continue aan te passen. Niet alleen om duurzamer en efficiënter te kunnen produceren, maar ook om te voldoen aan steeds strengere eisen ten aanzien van voedselveiligheid. Tevens wordt door de beoogde ontwikkelingen het terrein meer ‘open’, waardoor de (verkeers-) veiligheid op het terrein toeneemt. Om de brandveiligheid te verhogen is het van belang een nieuwe sprinklertank te plaatsen zodat de geïnstalleerde sprinklers (voorzien van een tijdelijke noodvoorziening) aangesloten worden en uitgebreid. Hieronder worden de ontwikkelingen nader toegelicht.

2.1.1 Uitbreiding terrein en nieuwe erfgrens LWM BHV heeft achter het bedrijventerrein een stuk grond in eigendom. Deze gronden kennen nog geen bedrijfsbestemming en waren voorheen van het bedrijfsperceel gescheiden door een watergang. Door de realisatie van de Reactivering Oude Maasarm door Mooder Maas (een aannemerscombinatie bestaande uit de hoofdaannemers Dura Vermeer en Ploegam) is de watergang komen te vervallen en in eigendom gekomen van LWM BHV. Hierdoor zijn de achterliggende gronden tevens bereikbaar vanuit LWM BHV en kan een nieuwe erfgrens worden gerealiseerd. Er wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd d.m.v. een groenwal met struiken en bomen. Deze inpassing is voorzien boven op het achterland van de dijk, hierdoor zal de fabriek vanuit die zijde weg gaan vallen in de omgeving. LWM BHV heeft de intentie om de beschikbare ruimte tot aan de nieuwe erfgrens bij het bestaande bedrijfsterrein te trekken. De belangrijkste bedrijfsactiviteit op dit deel zal zijn manoeuvreerruimte en wachtruimte voor vrachtverkeer. Daarnaast zal op dat stuk een sprinklertank met pomphuis geplaats worden en een palletopslag 21.000 m3 (details worden later toegelicht zie 2.1.6). Dit betekend een afwijking van het geldend planologisch kader voor deze ruimte zodat het terrein gebruikt kan worden als bedrijventerrein.

2.1.2 Realisatie sprinklertank met pompgebouw Voor brandveiligheid, continuïteit en eisen van de verzekeraar is de productie momenteel gedeeltelijk voorzien van een sprinklerinstallatie. Dit zal in de toekomst uitgebreid gaan 4

worden over het hele gebouw inclusief vrieshuis. Er zijn tijdelijke noodvoorzieningen getroffen, zodat bij een brand direct d.m.v. sprinkler geblust kan worden. LWM BHV wil een definitieve oplossing realiseren en een voldoende grote sprinklertank incl. pomphuis plaatsen op de locatie, zoals op bijgaande tekening is aangegeven (bijlage 1). In het verleden is de sprinklertank voorzien aan de voorzijde naast de waterzuivering. Op deze voorgestelde locatie zijn opmerkingen gekomen van de bewoners van het buurtschap Ooijen. Dit is de reden dat wordt afgezien van deze locatie en de positie is gekozen zoals op tekening. De voorziene tank past niet in het geldende bestemmingsplan doordat de locatie gedeeltelijk buiten de bedrijfsbestemming is gelegen. De totale installatie zal alleen tijdens een calamiteit in werking zijn en tijdens de periodieke testen. De aandrijving van de sprinklerpomp zal gedaan worden d.m.v. een dieselmotor (voor bodembescherming zie 2.5.2). Een elektrische aangedreven pomp is in dit geval niet wenselijk vanwege zekerheid i.v.m. calamiteiten. Vanwege de relatie met de veiligheid heeft de plaatsing van de Sprinklertank een hoge prioriteit. Met het Waterschap heeft overleg plaatsgevonden over de locatie van de sprinklertank. Zij hebben aangegeven dat deze locatie geen problemen oplevert voor de bescherming van het dijklichaam.

2.1.3 Opslag reststromen Deze activiteit is niet nieuw, alleen de opslag capaciteit dient vergroot te worden om te borgen dat de reststromen (o.a. schillen) ingezet kunnen blijven voor diervoeder (deze tank is gesloten en is geen geurbron zie 2.5.5). De bouwhoogte van 10 m van deze tanks past niet het vingerende bestemmingsplan. Hiervoor zal een afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd moeten worden. De tanks zijn niet zichtbaar vanaf de Blitterswijckseweg. Deze tanks wil LWM BHV op een zo kort mogelijke termijn realiseren. De totale opslag t.o.v. de vergunning 2015 wordt niet vergroot, omdat er in 2018 en 2019 tanks zijn weggehaald. 2.1.4 Technische ruimte Voor het productieproces gebruikt LWM BHV water om de aardappels te wassen, blancheren van friet en schoonmaak van de installaties. Dit is een mengsel van bronwater en leidingwater vanuit het openbare net. Om het bronwater geschikt te blijven maken voor het productieproces zullen er extra stappen aan de waterbehandeling nodig zijn om te blijven voldoen aan de eisen voor voedselproductie. Deze extra installaties zullen in een gebouw aan de voorzijde in een technische ruimte geplaatst gaan worden. Het ontwerp van het gebouw zal aansluiten bij het huidige bestaande gevelaanzicht. Omdat dit plaats vind in het gebouw wordt de geluidsemissie verwaarloosbaar (zie 2.5.3).

2.1.5 Fietsenstalling LWM BHV heeft momenteel twee verplaatsbare fietsenstallingen. Deze worden vervangen door 1 nieuwe fietsenstalling waarin ook mogelijkheden zijn aangebracht voor de medewerkers om de accu van de fiets op te laden. Hiermee zet LWM verder in op duurzaamheid zowel voor de omgeving als medewerkers. 2.1.6 Palletopslag Momenteel worden de pallets buiten op het terrein opgeslagen. De eisen voor voedselveiligheid worden steeds hoger. De trend is ook dat er meer en meer eisen gesteld gaan worden aan de verpakkingsmaterialen en de transportmiddelen. Pallets dienen visueel 5

schoon te zijn. Echter onze klanten eisen dat pallets speciaal behandeld dienen te zijn in verband met mogelijke ongedierte. Wij verwachten dat pallets in de nabije toekomst niet meer buiten opgeslagen mogen worden vanwege voedselveiligheidseisen en kruisbesmettingen. Vanwege dit aspect voorziet LMW BHV dat een gebouw nodig is ter bescherming van de pallets. Met het Waterschap heeft uitgebreid overleg plaatsgevonden over de positie van de opslag en de bescherming van het dijklichaam. De juiste peilmaat van de vloer zal in overleg met het Waterschap vastgesteld worden. 2.1.7 Uitbreiding hoofdgebouw Momenteel heeft LWM BHV geen mogelijkheid om aardappelen te sorteren. Door flexibiliteit in de levering van aardappelen, en ook om een meer constante kwaliteit aardappel te kunnen verwerken heeft LWM BHV behoefte aan een sorteerruimte. Dit is voor LWM een standaard manier van produceren. Hiervoor dient een uitbreiding van het hoofdgebouw plaats te vinden. Momenteel staan er een aantal installaties voor de verwerking van reststromen buiten opgesteld. De eisen rondom het geschikt houden van reststromen voor diervoerder worden steeds strenger vanuit voedselveiligheid. We voorzien in de nabije toekomst een eis om deze installaties binnen op te stellen, hiervoor dient een uitbreiding van het hoofdgebouw plaats te vinden. Er vind geen uitbreiding van transport plaats.

Cumulatie met andere projecten De ontwikkelingen vinden plaats op de resterende ruimte tussen de Blitterswijckseweg en de waterkering, hierdoor kan gekomen worden tot een duurzame landschappelijke inpassing die aansluit op het definitieve ontwerp van het landschapsplan voor de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum wat als grondslag heeft gediend voor het PIP. De gewenste uitbreiding van LWM BHV is besproken met het projectbureau OoijenWanssum en op basis hiervan is er in het kader van de Waterwet ontwikkelingsruimte voor LWM BHV gereserveerd in het initiatievenloket. Regeling Ontwikkelingsruimte provincie Limburg is opengesteld vanaf 1 januari 2019. De gewenste ontwikkelingen zijn niet mogelijk op basis van het huidige planologische kader dat bestaat uit zowel het bestemmingsplan Buitengebied als het Provinciale inpassingsplan ‘Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum’. Er zal daarom een planologische procedure doorlopen moeten worden, waarvoor medewerking van de gemeente Horst aan de Maas, maar ook van andere organisaties noodzakelijk is. Hiervoor is een principe verzoek ingediend waarop middels een brief d.d. 22 juni 2020 een positieve grondhouding is uitgesproken door de gemeente Horst aan de Maas.

De komende jaren worden er in het gebied tussen de dorpen Broekhuizen en Wanssum (Noord-Limburg) tal van maatregelen genomen om de waterveiligheid te verbeteren: de Oude Maasarm wordt gereactiveerd, er worden dijken verlegd en er komen twee hoogwatergeulen. In Wanssum wordt bovendien de haven uitgebreid en een rondweg aangelegd. 6

Eind 2020 zijn de doelen van Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum bereikt. Het gebied tussen Broekhuizen en Geijsteren is dan beschermd tegen hoge waterstanden van de Maas. Er is ruimte gecreëerd voor ondernemers om zich te ontwikkelen, het centrum van Wanssum is leefbaarder geworden door de nieuwe rondweg én er is een prachtig natuurgebied gerealiseerd. In Ooijen is goedkeuring verleend aan het herontwikkeling van de lokale camping: Kasteel Ooijen. Deze locatie is op steenworp afstand van LWM BHV. Conclusie: Er is geen accumulatie te voorzien op dit moment.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het project zal een beperkt effect hebben op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals grondwateronttrekking, aardgas, en biogas, binnen de inrichting. Bij de selectie van apparatuur zoals verlichting voor de technische ruimte en de extra waardering van de bijstromen is energieverbruik een belangrijk aandachtspunt, maar ook de mogelijkheid om energie terug te winnen. De dieselpomp in het pompgebouw van de sprinklertank zal alleen bij calamiteiten en periodieke testen worden gebruikt.

Productie van afvalstoffen Bij de productie van aardappelproducten ontstaan bijproducten, zoals aardappelschillen en snij afval. Deze bijproducten moeten aan steeds strengere eisen voldoen om als food of feed te kunnen worden toegepast. Door de opslagtanks van reststromen kunnen we voorkomen dat bijproducten afvalstoffen worden en voldoen aan de eisen voor voedselveiligheid waardoor we bijdragen aan het voorkomen van voedselverspilling.

Verontreiniging en hinder 2.5.1 Water De extra behandeling van het bronwater zal in een gesloten technische ruimte plaatsvinden. Dit zal gedaan worden door een Reversed Osmose installatie. De terugspoelstroom zal geloosd worden op het bestaande gemeentelijk rioolstelsel. In de omgevingsvergunning uit 2015 is hiervoor voldoende ruimte. Het hemelwater van het dak van de pallet opslag, technische ruimte, sprinklergebouw wordt via het bestaande hemelwaterriool afgevoerd naar omliggende sloten. Het hemelwater van potentieel verontreinigde terreinen en reststoffentank wordt afgevoerd naar de bestaande proceswaterzuivering op het terrein en daarna geloosd op het oppervlaktewater. De hoeveelheid en kwaliteit van het proceswater veranderd niet. Conclusie: Voorgenomen activiteiten hebben geen significante effecten op de waterkwaliteit. 2.5.2 Bodem en grondwaterkwaliteit De bodemgesteldheid ter plaatse van de bestaande activiteiten is vastgesteld middels reeds uitgevoerde bodemonderzoeken. In de loop der jaren zijn hiertoe een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd binnen de inrichtingsgrenzen. Deze hadden deels tot doel 7

een nul-situatie vast te stellen en deels om kwaliteit van de bodem in kaart te brengen. Bij de bestemmingsplan procedure zal een verkennend bodem onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen of er inderdaad sprake is van een verwaarloosbaar bodemrisico. Bij bedrijfsmatige activiteiten waarbij het risico bestaat dat bodembedreigende vloeistoffen in de bodem terecht komen, dienen adequate bodem beschermende maatregelen en voorzieningen te worden getroffen. Om te voorkomen dat als gevolg van deze opslagen of andere potentieel bodembedreigende activiteiten bodemverontreiniging ontstaat worden er maatregelen getroffen om conform de NRB 2012 een verwaarloosbaar bodemrisico te behalen. De tanks zijn geen extra risico omdat deze de tussen 2018 en 2019 weggehaalde tanks vervangen en geplaatst staan op een vloeistof kerende vloer. Het pompgebouw waar de dieseltank in staat is uitgevoerd als een lekbak waarmee voldaan wordt aan de maatregelen conform de NRB. Met uitzondering van de diesel die aanwezig is in de pompinstallatie die geïnstalleerd wordt bij de sprinklertank, is er geen sprake van nieuwe bodembedreigende activiteiten. Om te voorkomen dat als gevolg van de opslag van diesel bodemverontreiniging ontstaat worden er maatregelen getroffen conform de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming. Hierdoor ontstaat een verwaarloosbaar bodemrisico.

Conclusie Gezien de maatregelen en het verkennend onderzoek hebben voorgenomen activiteiten geen significante effecten op de bodem en grondwaterkwaliteit.. 2.5.3 Geluid De uitbreiding van het terrein is aan de achterzijde van het gebouw waardoor het gebouw als geluidsscherm voor de woningen zal werken. Door de opslag van reststsromen kunnen we de afvoer verder optimaliseren. De geluidsemissie veroorzaakt door de dieselpomp in het pompgebouw voor de sprinkler is beperkt tot calamiteiten en testperiodes. De testen zullen op werkdagen plaatsvinden tussen 7 en 19 uur. De technische ruimte voor de extra reinigingstappen van het bronwater wordt gerealiseerd in een gesloten gebouw waardoor de geluidsemissies beperkt zijn. Zelfs een kleine toename (een verschil van 3 dB is net waarneembaar en is er vanaf 5 dB verschil pas sprake van een duidelijk hoorbaar verschil[1]) is onder normale omstandigheden niet significant. Zie onder andere “Fysische/theoretische Grondslagen van Geluid”, PHTO A, Dr. Ing. A. von Meier, laatste revisie augustus 1996 en Geluidwering in de “woningbouw”, hoofdstuk Basisbegrippen en definities, Mw. Ir. P.E. Braat – Eggen, ir. L.C.J. van Luxemburg, uitgavejaar 1993. De aanpassingen op en aan de bedrijfslocatie hebben geen effect op de productiecapaciteit en het aantal transportbewegingen. Wel verandert de bebouwingssituatie en de routing op het terrein.

Om alle effecten van de veranderingen in beeld te brengen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de vergunde grenswaarden. Conclusie: Voor genomen activiteiten hebben geen significant negatief effect op de vergunde geluidsgrenswaarde. 8

2.5.4 Geur De voorgenomen ontwikkelingen betreffen ondersteunende functies en hebben geen effect op het productieproces of de waterzuivering. Derhalve is er geen sprake van negatieve effecten op het gebied van geur. De opslag van reststromen is gesloten. Conclusie: Voorgenomen activiteiten zijn niet van invloed op aspect geur. 2.5.5 Luchtkwaliteit Bij de beoordeling van de invloed van een initiatief op de luchtkwaliteit dient de gevraagde ontwikkeling getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Dit staat in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Een vergunning kan in principe verleend worden indien er geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt. Is er toch sprake van een overschrijding, dan kan de vergunning alleen verleend worden indien de luchtkwaliteit door het project niet of niet in betekenende mate verslechtert. De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot nieuwe emissiebronnen die een effect hebben op de luchtkwaliteit. Er is alleen sprake van een dieselpomp voor de sprinklertank. Dit betreft echter een installatie die alleen in bedrijf is in geval van calamiteiten of testen. Het project leidt daarom niet in betekende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het project leidt niet in betekende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.

2.5.6 Stikstofdepositie Het terrein is gelegen in de nabijheid van de Natura 2000-gebied Maasduinen. Er is een vergunning Natuurbeschermingswet afgegeven. LWM BHV beschikt over een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet (2016/50203; juli 2015) waarin in vastgelegd welke stikstofdepositie wordt veroorzaakt. Op basis hiervan zijn mogelijkheden om middels interne saldering (vergund is 2,81 molN/ha/jaar) te zorgen dat de stikstofdepositie niet toeneemt. Om de effecten ten aanzien van stikstofdepositie in beeld te brengen is onderzoek uitgevoerd naar de optredende stikstofdepositie. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2. Uit dit stikstofdepositie onderzoek blijkt dat in de aanlegfase een beperkte stikstofdepositie optreedt. De AERUIS berekeningen met interne saldering hebben geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr opgeleverd. Hieruit volgt, dat met betrekking tot het aspect stikstofdepositie, geen belemmeringen zijn. In de gebruiksfase is geen sprake van relevante stikstofdepositie. LWM beschikt voor haar bedrijfsactiviteiten over een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet (nu Wet natuurbescherming). De enige relevante wijziging die optreedt is de installatie van een dieselpomp die geïnstalleerd wordt bij de sprinklertank.

Deze pomp zal alleen 1 keer per 2 weken getest worden en leidt daarom niet tot een relevante stikstofdepositie op natura2000 gebieden. Conclusie: Het project heeft geen effect op de natura2000 gebieden. 9

2.5.7 Bedrijven en milieuzonering Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder veroorzaken door onaangename geuren, lawaai, stof, trillingen of drukke verkeersbewegingen. Het is daarom wenselijk dat bedrijfsactiviteiten of andere milieubelastende functies op een zekere afstand van woningen en andere hindergevoelige functies worden gesitueerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor een handreiking opgesteld die gemotiveerd kan worden toegepast: de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ blijkt dat LWM door de productie van aardappelproducten ingedeeld kan worden in milieucategorie 4.2. Voor aardappelproductiebedrijven gelden de volgende richtafstanden:

Milieuaspect Geur Stof Geluid Gevaar

Richtafstand in meters 300 30 200 50

Het gaat bij richtafstanden om de afstand tussen enerzijds de grens van het bedrijf en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning. Uit bovenstaande tabel blijkt dat voor alle aspecten een grotere richtafstand vereist is dan momenteel van toepassing is, aangezien de afstand tussen het bedrijf en de woningen aan de Blitterswijckseweg kleiner is (ca. 11 meter) dan de genoemde richtafstanden. Derhalve kan hinder niet uitgesloten worden op basis van de richtafstanden. Door de beoogde ontwikkelingen blijft de afstand van het bedrijf ten opzichte van de gevoelige bestemmingen gelijk. Aangezien deze afstand in de huidige situatie al beperkt is, is voor de milieuaspecten geur, geluid en gevaar in deze ruimtelijke onderbouwing afzonderlijk beschouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Door de nabij gelegen woningen kan hinder niet worden uitgesloten op basis van de richtafstanden. Effecten van relevante milieuaspecten zijn daarom afzonderlijk beschouwd. 2.5.8 Externe veiligheid De ontwikkelingen hebben geen effect op de externe veiligheidssituatie op en rondom het terrein. Er vinden namelijk geen veranderingen plaats aan de ammoniakkoelinstallatie en de waterzuivering. Door de veranderingen verandert er ook niets aan het aantal personen dat zich op het terrein bevindt en daarmee wijzigt er niets in de kwetsbaarheid van het object.

Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn de voorgenomen ontwikkelingen dan ook uitvoerbaar. 2.5.9 Flora en fauna -Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Om de effecten van de voorgenomen ontwikkelen op natuur in beeld te brengen 10

is een Quickscan ecologie uitgevoerd. Deze Quickscan is opgenomen in bijlage 4. De resultaten van deze Quickscan zijn hieronder samengevat weergegeven. Op basis van een terreinbezoek en controle van verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is binnen de range van 1 januari 2010 t/m 2 juni 2020 bepaald welke beschermde flora en fauna (mogelijk) in het plangebied voorkomt. Verder is een oriënterend veldbezoek uitgevoerd op 3 juni 2020. Tijdens het veldbezoek is gericht gekeken naar de aanwezigheid van natuurwaarden (lees: habitats die geschikt zijn voor beschermde soorten). Om vast te stellen of de beoogde ontwikkelingen effect hebben op beschermde flora en fauna, is een beknopte analyse gemaakt van het project in relatie tot de habitat/ biotoopeisen van de beschermde soorten uit het gebied. Er wordt bepaald of het waarschijnlijk is dat het project in het licht van de Wnb ten aanzien van beschermde soorten doorgang kan vinden. Hierbij wordt rekening gehouden met de onder de Wnb vastgestelde criteria. Daarnaast zijn voorstellen gedaan om eventuele effecten te mitigeren die anders zouden kunnen leiden tot het overtreden van verbodsbepalingen. Conclusie Natura 2000 In de gebruiksfase is geen sprake van relevante stikstofdepositie.

LWM beschikt voor haar bedrijfsactiviteiten over een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet (nu Wet natuurbescherming). De enige relevante wijziging die optreedt is de installatie van een dieselpomp die geïnstalleerd wordt bij de sprinklertank. Deze pomp zal alleen 1 keer per 2 weken getest worden en leidt daarom niet tot een relevante stikstofdepositie op natura2000 gebieden. Conclusie effectbeoordeling beschermde soorten Uit de effectbeoordeling blijkt dat wanneer buiten het broedseizoen wordt gewerkt, een overtreding van een verbodsbepaling uit de Wnb wordt voorkomen. Dit betekent dat de voorgenomen bouwactiviteiten  buiten de periode van 15 maart tot begin augustus uitgevoerd zullen moeten worden of  dat de werkzaamheden voor het broedseizoen gestart moeten worden waardoor broedvogels een andere broedplek zoeken en er geen verstoring optreedt. Conclusie houtopstanden Om het bedrijfsterrein uit te kunnen breiden dient de grondwal met laurierhaag verwijdert te worden. De totale oppervlakte van de te kappen haag is minder dan 10 are en bestaat uit een niet inheemse struik, de laurierkers. Tevens kan de haag gezien worden als erfbeplanting van het bedrijfsterrein. Beplanting op erven en tuinen zijn vrijgesteld van bescherming. Dit betekent dat deze kap niet onder de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden valt.

Het doen van een kapmelding is daardoor niet noodzakelijk.

11

Ligging plangebied ten opzichte van de NNN (roze = Nog om te vormen naar natuur)(bron: Provincie Limburg, 2020)

Conclusie NNN Omdat het plangebied en het planvoornemen niet in planologische beschermde natuurwaarden liggen zoals aangeduid in de provinciale atlas van de provincie Limburg en het naastgelegen Natuurnetwerk Nederland zijn natuurwaarden nog moet ontwikkelen, is het optreden van negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN als gevolg van de tijdelijke werkzaamheden uitgesloten. 2.5.10 Energie Het energieverbruik van de aanpassingen zijn beperkt. LWM streeft er naar om het energieverbruik per ton product structureel te verminderen omdat er gebruik wordt gemaakt van de nieuwste en efficiëntere technieken. De locatie heeft een gecertificeerd ISO 50001 energiemanagement systeem. Conclusie: Door gebruikmaking van de best beschikbare technieken conform de BREF is er geen significant effect op energieverbruik. 2.5.11 Verwerking van afvalstoffen Er worden binnen de inrichting geen afvalstoffen verwerkt. Door alle bijproducten voedselveilig te verwerken wordt voorkomen dat deze naar vergisting moeten gaan. Conclusie: Er worden geen afvalstoffen verwerkt waardoor er negatief effect is op afvalstoffen.

12

2.5.12 Additieven en grondstoffen De opslag en gebruik van de hulpstoffen zal voldoen aan de van toepassing zijnde richtlijnen en brengen geen gevaar aspect met zich mee. Conclusie: De opslag voldoet aan de richtlijnen waardoor er geen significante effecten zijn voor mens of milieu. 2.5.13 Risico en ongevallen Door de extra ruimte op het achter terrein worden de verkeersstromen door de ruimte om te maneuvreren veiliger. Tevens zorgt de sprinkler tank ervoor dat er een uitbreiding van brandveiligheid is voor de extra opslag. Conclusie De voorgenomen activiteiten hebben geen significant effect op risico’s en ongevallen. 2.5.14 Risico’s voor gezondheid De plaatsing van de fietsen stalling heeft een positief effect op de gezondheid van de medewerkers van LWM BHV omdat een groot deel in de buurt woont. De voorgenomen activiteiten hebben geen effect op de menselijke gezondheid (zie geluid, geur en luchtkwaliteit). Conclusie; De voorgenomen activiteiten hebben geen significante risico op de gezondheid.

Conclusie kenmerken project Gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de bestaande situatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte berekeningen, komt naar voren dat deze verwaarloosbaar zijn.

3 HOOFDSTUK 3 – PLAATS VAN HET PROJECT Bestaand grondgebruik LWM BHV heeft achter het bedrijventerrein een stuk grond in eigendom. Deze gronden kennen nog geen bedrijfsbestemming en waren voorheen van het bedrijfsperceel gescheiden door een watergang. Door de realisatie van de Reactivering Oude Maasarm door Mooder Maas (een aannemerscombinatie bestaande uit de hoofdaannemers Dura Vermeer en Ploegam) is de watergang komen te vervallen en in eigendom gekomen van LWM BHV. Hierdoor zijn de achterliggende gronden tevens bereikbaar vanuit LWM BHV en kan een nieuwe erfgrens worden gerealiseerd. Er wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd d.m.v. een groenwal met struiken en bomen. Deze inpassing is voorzien boven op het achterland van de dijk, hierdoor zal de fabriek vanuit die zijde weg gaan vallen in de omgeving. (Zie PIP en ontwerp MooderMaas)

13

LWM BHV heeft de intentie om de beschikbare ruimte tot aan de nieuwe erfgrens bij het bestaande bedrijfsterrein te trekken. De belangrijkste bedrijfsactiviteit op dit deel zal zijn manoeuvreerruimte en wachtruimte voor vrachtverkeer, zodat de veiligheid op het terrein toeneemt. Daarnaast zal op dat stuk een sprinklertank met pomphuis geplaats worden en een palletopslag.

Relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen Door een efficiënter grondstofverbruik door het sorteren en de pallet opslag wordt zuiniger omgegaan met de aardappels en de potato utilization verhoogd. Middels het milieuzorgsysteem wordt continue gewerkt aan het zuinig omgaan met energie en water. Er is een landschappelijke inpassing gerealiseerd d.m.v. een groenwal met struiken en bomen. Door deze inpassing zal de fabriek vanuit die zijde weg gaan vallen in de omgeving. De bestaande landschappelijke inpassing door een laurierhaag zal verwijderd worden.

Opname vermogen van het natuurlijk milieu Er is een vergunning Natuurbeschermingswet afgegeven, gepubliceerd in het Provinciale Blad van 7 juli 2016 met kenmerk 2016/5203. De tijdelijke verhoging van stikstofdepositie tijdens de aanlegfase kan op basis van interne saldering worden gecompenseerd. In dit geval kunnen we concluderen dat er geen sprake is van een significant effect.

Cultuurhistorie en archeologie Op basis van het gemeentelijke archeologiebeleid is het terrein van LWM BHV aangeduid als gematigde archeologische verwachting. Bodemingrepen zijn hiermee vrijgesteld van archeologisch vooronderzoek zolang deze niet dieper dan 50 cm beneden het maaiveld zijn en het verstoringsoppervlak minder dan 2.500 m2 bedraagt. Op basis hiervan kunnen we concluderen dat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.

Conclusies locatie van het project De realisatie van het project heeft geen gevolgen voor flora en fauna, wordt efficiënter omgegaan met grondstoffen, en hebben de activiteiten geen invloed op de bevolking en/of waardevolle structuren of elementen in het gebied.

4 HOOFDSTUK 4 – KENMERKEN POTENTIELE EFFECT Bereik en aard van het effect De effecten van de te realiseren activiteiten zoals hieronder aangegeven zijn verwaarloosbaar zoals beschreven in voorgaande hoofdstukken:  Uitbreiding van het bedrijfsterrein; 14

      

Realisatie van sprinklertank; Plaatsing opslagtanks reststromen; Realisatie technische ruimte; Realisatie fietsenstalling; Realisatie palletopslag; Uitbreiding hoofdgebouw voor opslag reststromen; Uitbreiding hoofdgebouw.

Grensoverschrijdend karakter van het effect Gezien de ligging van de inrichting en de effectafstanden is er geen sprake van een grensoverschrijdend karakter voor de activiteiten.

Waarschijnlijkheid van het effect Het optreden van effecten is waarschijnlijk, echter zullen deze nagenoeg gelijk zijn aan de bestaande situatie. Door getroffen maatregelen zijn de effecten marginaal en niet significant door de bodembescherming, compensatie van stikstofoxide tijdens de bouwfase, geen toename van verkeer en een afschermend geluidseffect van de pallet opslag en de beperkte zichtbaarheid van de tanks.

Duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect De effecten zijn niet significant. Er is geen sprake van onomkeerbare effecten.

Cumulatie van effect van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten in de nabijheid van of op de inrichting van LWM BHV.

Mogelijkheid om effecten doeltreffend te verminderen Bij de keuze van de nieuwe apparatuur spelen energie efficiëntie en geluidemissie een rol. Daarnaast zal de nieuwe apparatuur aan de BBT voldoen en wordt er rekening gehouden met de nieuwe BREF Food, Drink and Milk (FDM) (12.2019). Verder worden er maatregelen genomen om tot een verwaarloosbaar bodemrisico te komen.

Conclusie kenmerken van het project Uit de hiervoor genoemde kenmerken en effecten kan geconcludeerd worden dat er als gevolg van de voorgenomen wijziging en te nemen maatregelen geen significante effecten te verwachten zijn die belangrijke nadelige gevolgen op de omgeving hebben.

15

1

BIJLAGE 1 – OVERZICHTSTEKENING

2

BIJLAGE 2 – STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK

3

BIJLAGE 3 – AKOESTISCH ONDERZOEK

4

BIJLAGE 4 – QUICKSCAN ECOLOGIE

16

1

BIJLAGE 1 – OVERZICHTSTEKENING

1

PEILHOOGTE Bovenkant vloer fabriek: PEIL = 0 = 15,90+ NAP MaaiVeld MV: 15,90+ NAP

16 58

Horreweg

en

we

g

Situatie Gemeente Locatie

: Horst aan de Maas : Blitterswijckseweg 1 5871 CD Broekhuizenvorst Perceelnrs. : BHZ01D 00730G0000 BHZ01D 00703G0000 BHZ01D 00704G0000 BHZ01D 00729G0000 BHZ01D 00728G0000 BHZ01D 01012G0000

3

se

12

59

10

974

513

BHZ01D 00703G0000

8

BHZ01D 00704G0000

Locatie 51°30'28.8" 6°09'00.1" Bestaand hekwerk Hoogte 1.8m

730

Bl itt

973

er

sw

ijc ks ew

eg 131

6

Fietsstalling Hoogte ± 2,5m 15 x 3,7m

Ganzenkampstraat

Technische ruimte Gebouw sluit aan bij bestaande goot en bouwhoogte 15 x 8,5m

4 72 8

BHZ01D 00730G0000

28

Bestaand hekwerk Hoogte 1.8m

BHZ01D 00729G0000 BHZ01D 00728G0000

72 9

0

20 75 0

00

Bu ffe T2 rtank 10

Productie ruimte Hoogte 7m

T6

T6

60

T7

50 & D2 -N 2

30

Opslag reststromen Hoogte 10m Ø 4m

T7

nieu

20

w te

T7 10

plaa

tsen

T6

tank

00

Traf

o

12

.000

0

82000

Uitbreiding hoofdgebouw Hoogte 7m

20

00

0

fica T6 tie ta 30 nk

.500

60

Nit ri 22

54

Oo ij

N

14

15

loo ds

EG

Pomp put T200

SB

De

nit

Olie/vetvan ger A130

effluent

waswater ontvangst T101

T070 vetopslag 30m3

T080 Pre/main boilertank 30m3

T050 buffertank 150m3

rifi c T6 atie 20 tan k

cto

r

T331 primaire slibopslag 40m3

nieu op w te be tonp plaa laat tsen , ca inst . 15 alla x9 ties m v.v. op

35000

rea

Ga sb

uff

er

staa

nd

e ra

nd

Nieuw hekwerk Hoogte 1.8m

(10c

m)

perceelsgr

ens

383 75000

Pomphuis Hoogte ± 4m 4,2 x 5,7m

727

Pallet opslag Hoogte 8m

Sprinklertank n.t.b Hoogte 7,3m Ø 16,9m BHZ01D 01012G0000

Erfgren

s

Binnenkant kruin van de dijk Groenstrook

07

07-10-2021

Sprinklertank toegevoegd, hekwerk over erfgrens aangepast

KdK

06

20-08-2021

Waterzuivering as-built gemaakt, revisie 3, 4 & 5 hersteld

KdK

05

11-05-2021

Diverse afmetingen toegevoegd

PvM

04

11-05-2021

Kleuren, arcering->fil, groenstrook

PvM

03

30-10-2020

Uitgezoomd, groenstroken, hekwerk, details

PvM

02

19-03-2019

Aanpassingen

KdK

01

17-06-2019

Situatie Toekomst Plan

JN

REV.

DATE

DESCRIPTION

DRAWN

JN

LWM_BHV - Situatie Toekomst Plan m.b.t. Omgevingsvergunning 381

Final

17-06-2019 1/1000

1/1

A2

2

BIJLAGE 2 – STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK

2

HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings

Notitie Aan: LWM Broekhuizenvorst Van: Fay Thöne Datum: 14 december 2020 Kopie: Rinus Hoogeslag Gecontroleerd door: Thomas Beffers Ons kenmerk: BH4371IBNT2012131312 Classificatie: Projectgerelateerd Onderwerp:

1

Stikstofdepositieonderzoek bouwfase LWM Broekhuizenvorst

Inleiding

In opdracht van Lamb Weston/Meijer (hierna: LWM) is een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Dit onderzoek betreft de stikstofdepositie als gevolg van toekomstige aanpassingen aan de locatie in Broekhuizenvorst in Limburg. Dit betreffen de realisatie van een sprinklertank en pomphuis, , fietsenstalling en palletopslag en diverse uitbreidingen van het hoofdgebouw. De realisatiefase zal volgens planning in de jaren 2021 tot en met 2023 plaatsvinden. Ten behoeve van deze ontwikkelingen is een afwijking van het bestemmingsplan benodigd, en moet inzichtelijk gemaakt worden wat het effect van de toekomstige aanpassingen is op de omringende Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie door inzet van brandstof aangedreven materieel en verkeersaantrekkende werking gedurende de werkzaamheden kan een negatief effect hebben op de habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Voorliggende notitie beschrijft de uitgangspunten, aanpak en rekenresultaten van de berekeningen van de stikstofdepositiebijdrage met het programma AERIUS Calculator versie 2020.

2

Effecten voorgenomen veranderingen

2.1

Mobiele werktuigen

Bij de werkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen ingezet. De stikstofemissies die vrijkomen bij de inzet van mobiele werktuigen zijn berekend conform de geactualiseerde werkwijze in AERIUS Calculator versie 20201 en zijn berekend op basis van de geleverde arbeid. In lijn met dezelfde geactualiseerde werkwijze is er vanuit gegaan dat de mobiele werktuigen 18% van de tijd stationair draaien. De bouwplanning is dat de sprinklertank en pomphuis in 2021 gerealiseerd worden, de inzet van het benodigde materieel hiervoor is weergegeven in tabel 1.

1

TNO, 2020. Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart (TNO 2020 R11528)

14 december 2020

BH4371IBNT2012131312

1/7

Tabel 1. Emissies materieel sprinklertank en pomphuis (2021) Inzettijd [uur]r*

Max. verm. [kW]

Deellast**

Graafmachine

8

250

60%

Stage IIIB

3,1

0,0

Kipper

16

300

50%

Stage IIIB

6,2

0,0

Sprinklertank Afwerken palen en koppen snellen

Graafmachine

8

250

60%

Stage IIIB

3,1

0,0

Kipper

8

300

50%

Stage IIIB

3,1

0,0

Sprinklertank Boorpalen

Boorstelling

8

233

60%

Stage IIIB

2,8

0,0

Betonpomp

8

278

30%

Stage IIIB

1,8

0,0

Sprinklertank Vloer storten

Betonpomp

8

278

30%

Stage IIIB

1,8

0,0

Betonwagens

8

250

50%

Stage IIIB

2,6

0,0

Hijskraan

4

150

60%

Stage IIIB

0,8

0,0

25,4

0,0

Activiteit

Machine

Sprinklertank Ontgraven bouwput

Stage-klasse Emissievracht Emissievracht NOX NH3 [kg/j] [kg/j]

Totaal

De overige bouwwerkzaamheden worden gelijkwaardig over drie jaar uitgevoerd (2021 tot en met 2023), de materieelinzet per rekenjaar is hiervan weergegeven in tabel 2. De emissieduur voor de overige ontwikkelingen is bepaald op basis van de te verwerken eenheden en een inschatting voor de capaciteit van het materieel. Tabel 2. Emissies overig materieel per rekenjaar Activiteit

Machine

Inzettijd [uur]r*

Max. verm. [kW]

Deellast**

Stage-klasse Emissievracht Emissievracht NOX NH3 [kg/j] [kg/j]

Overige Betonpomp ontwikkelingen Hijskraan LWM per kalenderjaar Klein materieel

41

278

30%

Stage IIIB

9,4

0,0

202

150

60%

Stage IIIB

42,6

0,0

129

25

60%

Stage IIIB

14,0

0,0

Mobiele kraan

29

125

60%

Stage IIIB

10,0

0,0

Boorstelling

146

232,5

60%

Stage IIIB

51,9

0,0

127,9

0,0

Totaal

2.2

Wegverkeer

Er wordt zwaar bouwverkeer ingezet voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal en licht verkeer voor het vervoer van personeel. Tabel 3 geeft de vervoersbewegingen per rekenjaar. Tabel 3:

Vervoersbewegingen bouwverkeer per rekenjaar Licht verkeer

Zwaar verkeer

Voertuigen per jaar

Vervoersbewegingen per jaar

Voertuigen per jaar

Vervoersbewegingen per jaar

234

468

264

528

14 december 2020

BH4371IBNT2012131312

2/7

Voor de emissies van personen-, bestel- en vrachtauto’s voor aan- en afvoer van mensen en materialen is in AERIUS één rijroute opgenomen. Voor de projectlocatie loopt de route voor het aantrekkend verkeer via de Ooijenseweg naar de provinciale weg N270 en bedraagt maximaal 6,1 km (enkele route). De N270 geldt als (voornaamste) ontsluitingsweg: vanaf deze aansluiting kan worden gesteld dat het vanaf de projectlocatie afkomstige verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat op deze weg rijdt. AERIUS Calculator berekent de verkeersemissies na invoering van gegevens over type verkeer, filepercentage en aantallen. Voor het filepercentage wordt uitgegaan van 0%. Verder wordt uitgegaan van buitenverkeer. In tabel 4 zijn de emissies als gevolg van het wegverkeer weergegeven. Tabel 4:

Emissies als gevolg van het wegverkeer Emissiebron

Vervoersbewegingen

Rekenjaar [aantal/jaar]

Rijafstand per voertuig [m]

Emissievracht NOx [kg/jaar]

Emissievracht NH3 [kg/jaar]

0,7

0,1

11,7

0,3

0,7

0,1

11,3

0,3

6100

0,6

0,1

6100

10,9

0,3

Licht verkeer

468

6100

Zwaar verkeer

528

6100

Licht verkeer

468

6100

Zwaar verkeer

528

6100

Licht verkeer

468

Zwaar verkeer

528

2021

2022

2023

2.3

Rekenresultaten

Bovenstaande informatie is verwerkt tot invoersets in AERIUS-calculator. Voor routes, afstanden en locaties van de optredende emissies wordt verwezen naar AERIUS Calculator-rapportages in de bijlagen. In tabel is een overzicht gegeven van de emissievrachten van de verschillende rekenjaren. Uit de berekeningen blijkt dat er toename is van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Het gebied met de hoogste depositie staat ook vermeld in tabel 5. Tabel 5:

Emissieoverzicht realisatiefase

Rekenjaar

Mobiele werktuigen [kg NOx]

Verkeer [kg NOx]

Stikstofdepositie [mol/ha/j]

2021

153,3

12,4

1,28 (Maasduinen)

2022

127,9

12,0

1,26 (Maasduinen)

2023

127,9

11,7

1,26 (Maasduinen)

14 december 2020

BH4371IBNT2012131312

3/7

3

(Tijdelijke) interne saldering

De effecten van de voorgenomen veranderingen betekenen dat een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de relevante Natura 2000-gebieden niet op voorhand is uit te sluiten. LWM wenst het effect van de tijdelijke emissies intern te salderen conform de Beleidsregels intern en extern salderen in Limburg, december 2019. LWM beschikt reeds over een vergunning2 in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw, thans Wet natuurbescherming (Wnb). Uit de berekening3 die ten grondslag heeft gelegen aan deze vergunning is af te leiden dat de totale vergunde stikstofemissie 14,3 ton NOx/jr betreft. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken wil LWM tijdelijk intern salderen met de emissies van de stoomketel. De overige, reeds vergunde bronnen blijven onveranderd. Het effect van deze interne saldering is dat er voor geen enkel stikstofgevoelig habitattype een netto depositie is hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. In tabel 6 is deze salderingsopgave gekwantificeerd. Tabel 6:

Salderingsopgave Emissie stoomketel

Omschrijving

[kg NOx/jaar] na saldering

Inzet stoomketel 2021

1.530

Inzet stoomketel 2022

1.570

Inzet stoomketel 2023

1.570

4

Conclusie

De uitgevoerde AERIUS-berekeningen met interne saldering hebben geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Voor details betreffende deze stikstofdepositieberekeningen en de resultaten wordt verwezen naar de in bijlage 1 (rekenjaar 2021), bijlage 2 (rekenjaar 2022) en bijlage 3 (rekenjaar 2023) opgenomen AERIUS Calculator-rapportages. Hieruit volgt dat, met betrekking tot het aspect stikstofdepositie, er geen belemmeringen zijn voor de afwijking van het bestemmingsplan. Deze resultaten kunnen worden meegenomen in de besluitvormingsprocedure.

2 3

Zaaknummer 2015-1749, kenmerk 2016/50203, d.d. 7 juli 2016 AERIUS-berekening 2F4rwTDsjz d.d. 13 oktober 2015.

14 december 2020

BH4371IBNT2012131312

4/7

Bijlage: Titel: Datum: Ons kenmerk:

14 december 2020

AERIUS rapportage 2021 14 december 2020 BH4371IBNT2012131312

BH4371IBNT2012131312

5/7

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Referentiesituatie en Toekomstige uitbreidingen LWM Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 1/11

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

LWM Broekhuizenvorst

Blitterswijckseweg 1, 5871 CD Broekhuizenvorst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Lamb Weston/Meijer

S65iAGsuchpw

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

23 november 2020, 16:17

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

1.768,00 kg/j

1.695,70 kg/j

-72,30 kg/j

NH3

-

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Verschil

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Maasduinen

0,00

Toelichting

Stikstofdepositie als gevolg van de inzet van brandstof aangedreven materieel bij mogelijke toekomstige aanpassingen aan de locatie in Broekhuizenvorst in Limburg. Bouwfase opgedeeld - 2021

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 2/11

Resultaten

Locatie Referentiesituatie

Emissie Referentiesituatie

Bron Sector

Stoomketel Energie | Energie

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Emissie NH3

Emissie NOx

-

1.768,00 kg/j

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 3/11

Resultaten

Locatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Emissie Toekomstige uitbreidingen LWM

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Toekomstige aanpassingen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

153,30 kg/j

Rijroute aan- en afvoer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

12,40 kg/j

Stoomketel Energie | Energie

< 1 kg/j

1.530,00 kg/j

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 4/11

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Maasduinen

0,66

0,67

0,00

Zeldersche Driessen

0,01

0,00

0,00

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,01

0,01

0,00

Boschhuizerbergen

0,01

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 5/11

Resultaten

Resultaten per habitattype

Maasduinen Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H6120 Stroomdalgraslanden

0,66

0,67

0,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,66

0,67

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,35

0,35

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,06

0,06

0,00

Lg04 Zuur ven

0,06

0,06

0,00

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,06

0,06

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,01

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,03

0,03

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,00

0,00

Lg06 Dotterbloemgrasland van beekdalen

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,01

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,01

0,00

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,01

0,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,01

0,01

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,01

0,00

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 6/11

Resultaten

Maasduinen Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

ZGH7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,01

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,03

0,03

0,00

ZGH3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

L3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

Lg03 Zwakgebufferde sloot

0,02

0,02

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Zeldersche Driessen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

0,00

H91F0 Droge hardhoutooibossen

0,01

0,01

0,00

H6120 Stroomdalgraslanden

0,01

0,01

0,00

H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)

0,01

0,01

0,00

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 7/11

Resultaten

Deurnsche Peel & Mariapeel Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,01

0,00

ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

0,00

H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)

0,01

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Boschhuizerbergen Habitattype

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,01

0,00

H5130 Jeneverbesstruwelen

0,01

0,01

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 8/11

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Referentiesituatie

Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Stoomketel 208014, 391206 10,5 m 0,000 MW Standaard profiel industrie 1.768,00 kg/j

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 9/11

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Toekomstige uitbreidingen LWM

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Rijroute aan- en afvoer 205642, 392859 12,40 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

468,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

528,0 / jaar NOx NH3

11,68 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Resultaten

Toekomstige aanpassingen 208028, 391163 4,0 m 2,1 ha 4,0 m 0,000 MW Continue emissie 153,30 kg/j < 1 kg/j

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Stoomketel 208014, 391206 10,5 m 0,000 MW Standaard profiel industrie 1.530,00 kg/j < 1 kg/j

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 10/11

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

S65iAGsuchpw (23 november 2020) pagina 11/11

Bijlage: Titel: Datum: Ons kenmerk:

14 december 2020

AERIUS rapportage 2022 14 december 2020 BH4371IBNT2012131312

BH4371IBNT2012131312

6/7

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Referentiesituatie en Toekomstige uitbreidingen LWM Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RXyTi7WN42z2 (14 december 2020) pagina 1/11

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

LWM Broekhuizenvorst

Blitterswijckseweg 1, 5871 CD Broekhuizenvorst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Lamb Weston/Meijer

RXyTi7WN42z2

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 december 2020, 14:07

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

1.768,00 kg/j

1.709,87 kg/j

-58,13 kg/j

NH3

-

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Verschil

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Maasduinen

0,00

Toelichting

Stikstofdepositie als gevolg van de inzet van brandstof aangedreven materieel bij mogelijke toekomstige aanpassingen aan de locatie in Broekhuizenvorst in Limburg. Bouwfase opgedeeld - 2022

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

RXyTi7WN42z2 (14 december 2020) pagina 2/11

Resultaten

Locatie Referentiesituatie

Emissie Referentiesituatie

Bron Sector

Stoomketel Energie | Energie

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Emissie NH3

Emissie NOx

-

1.768,00 kg/j

RXyTi7WN42z2 (14 december 2020) pagina 3/11

Resultaten

Locatie Toekomstige uitbreidingen LWM

Emissie Toekomstige uitbreidingen LWM

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Toekomstige aanpassingen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

127,90 kg/j

Rijroute aan- en afvoer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

11,97 kg/j

-

1.570,00 kg/j

Stoomketel Energie | Energie

Resultaten

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

RXyTi7WN42z2 (14 december 2020) pagina 4/11

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Maasduinen

0,66

0,67

0,00

Zeldersche Driessen

0,01

0,00

0,00

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,01

0,01

0,00

Boschhuizerbergen

0,01

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referentiesituatie Toekomstige uitbreidingen LWM

RXyTi7WN42z2 (14 december 2020) pagina 5/11

Resultaten

Resultaten per habitattype

Maasduinen Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H6120 Stroomdalgraslanden

0,66

0,67

0,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,66

0,67

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,35

0,35

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,06

0,06

0,00

Lg04 Zuur ven

0,06

0,06

0,00

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,06

0,06

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,03

0,03

0,00

H4030 Droge heiden

0,03

0,03

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,00

0,00

Lg06 Dotterbloemgrasland van beekdalen

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,01

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11871291/1