CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c6 Archeologisch bureauonderzoek

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Steegstraat ongenummerd, Melderslo.12.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK STEEGSTRAAT (ONG.) TE MELDERSLO GEMEENTE HORST AAN DE MAAS

Archeologisch bureauonderzoek Steegstraat (ong.) te Melderslo Opdrachtgever

Marth Sint Odastraat 23 5962 AV Melderslo

Rapportnummer

12502.001

Versienummer1

2

Datum

2 september 2020

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

drs. A.H. Schutte (Senior KNA archeoloog reg. nr. 43842407)

Paraaf

Kwaliteitscontrole

drs. M. Stiekema (Senior KNA prospector reg. nr. 32138595)./

Paraaf

© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

12502.001

Toponiem

Steegstraat (ong.)

Opdrachtgever

Marth

Gemeente

Horst aan de Maas

Plaats

Melderslo

Provincie

Limburg

Kadastrale gegevens

Gemeente Horst, Sectie B, nummers: 4792 en 8565.

Omvang plangebied

circa 2.600 m2

Kaartblad

52 G (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 203.296/Y: 385.834

Bevoegde overheid

Gemeente Horst aan de Maas Postbus 6005 5960 AA Horst

Contactpersoon: dhr. J. Kootkar T: 077 – 4779777 E: j.kootkar@horstaandemaas.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Vestigia Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort T: 033 – 2779200

Contactpersoon: dhr. W.A.M. Hessing E: w.hessing@vestigia.nl

ARCHIS3

Bureauonderzoek 4835841100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA

Brabants zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Limburg

Uitvoerder

Econsultancy, drs. A.H. Schutte (Senior KNA archeoloog reg. nr. 43842407)

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Marth in april 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Steegstraat (ong.) te Melderslo in de gemeente Horst aan de Maas. In het plangebied zal de bestaande bebouwing worden gesloopt en zullen drie woningen worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Uit de landschappelijke ligging in een natte dalvormige laagte zonder gradiëntsituatie, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum ongunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit de Neolithicum-Bronstijd en Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd. Het betreft hier de oude dorpskern van Melderslo gelegen op een dekzandrug- of kopje en vondsten gedaan op 450 meter afstand van het plangebied op een dekzandrug. Op historisch kaartmateriaal is het plangebied in de 19e eeuw tot de eerste kwart van de 20e eeuw woeste grond. De archeologische verwachting is dien ten gevolgen voor het gehele plangebied laag voor alle perioden. Advies Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden in het plangebied niet worden verwacht. Gezien deze archeologische verwachting is binnen het plangebied geen vervolgonderzoek noodzakelijk en adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas).

Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2).

2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 12502.001 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 13

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 14 BRONNEN .......................................................................................................................................... 15

Rapport 12502.001 versie 2

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Detailkaart van het plangebied Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied geprojecteerd op de geomorfologische kaart Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp

Rapport 12502.001 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Marth een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Steegstraat (ong.) te Melderslo in de gemeente Horst aan de Maas (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft de intentie om de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in het plangebied drie percelen voor huizenbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april 2020 door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:     

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 3

SIKB.

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 1 van 15

            2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Horst aan de Maas; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 2.600 m2, ligt aan de Steegstraat (ong.), aan de zuidwestzijde van de kern van Melderslo in de gemeente Horst aan de Maas (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 22,7 m NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Horst, Sectie B, nummers: 4792 en 8565. Volgens de topografische kaart van Nederland, 52G, zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 203.296/Y: 385.834. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel deels bebouwd met er omheen verharding. Aan de zuidwestzijde ligt een groenstrook (zie figuur 3).

De eigenaar/gebruiker is de opdrachtgever. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische maatregelenkaart. De archeologische maatregelenkaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Volgens de archeologische maatregelenkaart (Figuur 4) ligt het plangebied in de bebouwde kom, met een onbekende verwachting. 4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 2 van 15

Binnen deze gebieden dient bij een verstoringsoppervlak groter dan 500 m 2 en bodemingrepen dieper dan 50 centimeter archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. 5 Bodemloket & Ondergrondportaal De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Het raadplegen van het Bodemloket heeft voor het plangebied een verwijzing opgeleverd naar het ondergrondportaal van de provincie Limburg.6 Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het ondergrondportaal nog geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.7 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de na de sloop van de bestaande bebouwing de bouw van drie woningen met bijbehorende boven- en ondergrondse infra gepland. Hierbij zal het gehele plangebied worden heringericht. Het precieze oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend (zie bijlage 7). De toekomstige gebruikers zijn onbekend. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie8

Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)

Geomorfologie9

Niet gekarteerd vanwege de ligging plangebied binnen de bebouwde kom van Melderslo.

Bodemkunde10

Veldpodzolgronden; lemig fijn zand (code Hn23)

Grondwatertrap

V

5

Heeringen & Schrijvers 2013. Bodemloket 7 Ondergrondportaal 8 Mulder et al., 2003. 9 Altera, 2003. 10 Stichting voor Bodemkartering, 1975. 6

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 3 van 15

Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen een gebied met overwegend afzettingen van de Formatie van Boxtel. De afzettingen van de Formatie van Boxtel zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel had in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet.11 Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden. Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen. Het dekzand, dat in het plangebied aan het oppervlak wordt aangetroffen, wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel.12 Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.

13 Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Melderslo afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde bekende beekdal (van de Groote Molenbeek) bevindt zich op 1,2 kilometer ten westen van het plangebied. DINO14 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 15 Hieruit blijkt dat de bovenste 4 meter van de ondergrond rondom het plangebied bestaat uit een pakket matig humeus, siltig fijn zand op een pakket matig fijn zand. Deze afzettingen zullen behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer.

Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Melderslo bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt op ofwel een dalvormige laagte (code 2R2) dan wel een dekzandrug of -kopje (code 3L5). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied het meest waarschijnlijk in een dalvormige laagte (zie figuur 6). Het beeld wordt, door de ligging in de bebouwde kom van Melderslo, enigszins beïnvloed door de aanwezige bebouwing en wegen.

11

Berendsen, 2008 De Mulder et al., 2003. 13 Berendsen, 2008. 14 Dinoloket. 15 DINO boornummers B52G2658 en B52G2659. 16 AHN. 12

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 4 van 15

Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als Veldpodzolgronden; lemig fijn zand (code Hn23) (zie figuur 7). Veldpodzolgronden worden veel aangetroffen in jonge heideontginningen. De veldpodzolgronden liggen in lagere delen met relatief hoge grondwaterstanden. Op hogere plaatsen worden ze alleen gevonden als daar tijdens het proces van bodemvorming hoge grondwaterstanden waren; dit is het geval bij bijvoorbeeld dekzandruggen die vroeger in het veen hebben gelegen. De bodemopbouw van deze bodems bestaat uit een mineraalarme A-horizont met sterk gebleekte zandkorrels. Deze horizont is circa 20-30 cm dik. Het ontbreken van de ijzerhuidjes op de zandkorrels wijst erop dat de podzolering bij deze gronden onder natte omstandigheden heeft plaatsgevonden. Onder de A-horizont bevindt zich een dunne podzol-B. Deze B-horizont gaat geleidelijk over naar het moedermateriaal, oftewel de C-horizont. Dit bestaat uit sterk lemig of zeer sterk lemig zeer fijn zand. Op een diepte van circa 60-80 cm neemt het leemgehalte af.17 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.

De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling18

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap V. Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed.

17 18

Stichting voor Bodemkartering, 1975. Locher & De Bakker, 1990.

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 5 van 15

2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).19 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden.

Het betreft zes soorten gebieden, verspreid over 16 verschillende gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is niet de bescherming van het gehele aandachtsgebied. Het is immers niet van te voren bekend welke waarden aanwezig zijn en waar de vindplaatsen exact liggen. Basisprincipe voor het beleid is een hoge kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Omdat niet alle vindplaatsen even belangrijk zijn en niet alle waardevolle vindplaatsen behouden kunnen blijven, zullen in het gehele archeologische onderzoekstraject keuzes gemaakt moeten worden. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dus wel plaatsvinden in de geselecteerde gebieden, maar alleen als er in een vroegtijdig stadium adequaat archeologisch onderzoek wordt verricht. Er worden immers waarden verwacht die van provinciaal belang zijn. Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. 20 AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied21 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde).

Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie bijlage 2 en figuur 8). Het betreft de oude dorpskern van Melderslo, gelegen op een dekzandrugof kopje 250 meter ten oosten van het plangebied. Melderslo is ontstaan rond 1400 uit twee ontginningsvelden in het bos. Te weten het Melderslosche veld en de Eikelenbosch. De natuurlijke omstandigheden voor landbouw waren ongunstig. Arme zandgronden overheersten. Grote heidevelden bepaalden het aanzien. De eerste bewoners vestigden zich aan de rand van hoger gelegen grond. Die was wel geschikt voor akkerbouw.

19

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 21 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 20

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 6 van 15

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 22 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal negen archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken en booronderzoeken (verkennend/karterend) (zie bijlage 3 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat in één geval het plangebied is vrijgegeven naar aanleiding van het bureauonderzoek omdat het een lage verwachting had, de rest van de plangebieden zijn vrijgegeven naar aanleiding van het booronderzoek vanwege een verstoorde bodemopbouw en/of het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied23 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staat één vondstmelding geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). De vondsten die op 450 meter van het plangebied zijn gedaan, op een dekzandrug, laten zien dat er daar menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in de perioden Neolithicum-Bronstijd en Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd.

Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek is de publicatie van een onderzoek 60 meter ten noorden van het plangebied geraadpleegd.24 Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is voor dat plangebied een verwachtingsmodel opgesteld. De IKAW en de CHW van de provincie Limburg tonen voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting. Het plangebied is geomorfologisch gelegen in een dalvormige laagte. Het plangebied is dus door de ligging in een laagte te vochtig voor een nederzettingslocatie. In de directe omgeving zijn aantrekkelijkere plaatsen. Hetzelfde geldt voor begraafplaatsen. Aangezien de historische kern van Melderslo op een afstand van 350 meter ten zuiden van het plangebied ligt, worden ook nederzettingsporen vanaf de Late-Middeleeuwen niet binnen het plangebied verwacht. Binnen het plangebied komen veldpodzols voor. Een dikke cultuurlaag (esdek) ontbreekt binnen het plangebied wat erop wijst dat het plangebied laat in cultuur is gebracht. Dit wordt ook bevestigd door historisch kaartmateriaal. Door de afwezigheid van deze beschermende laag is het plangebied ook gevoelig voor verstoringen. Binnen het hele plangebied werden bij vier boringen veldpodzols aangetroffen die vanaf de roodbruine B-horizont intact waren.

De B-horizont bevond zich onder de (recente) donkerbruine A-horizont. De A-horizont had over het algemeen een dikte van circa 15 tot 30 cm. De B-horizont was daaronder nog 5 tot 20 centimeter dik. De B-horizont ging geleidelijk (BC-horizont) over in de C-horizont. In twee boringen was de oorspronkelijke bodem nog intact vanaf de BC-horizont. De veldpodzol heeft zich gevormd in siltig (lemig) fijn dekzand behorende tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. Alle overige zeven boringen bleken verstoord te zijn tot in de C-horizont (AC-profielen), met een scherpe overgang tussen de A- en de C-horizont of met een geroerde overgangslaag tussen de A- en de C-horizont met materiaal uit beide lagen. Het grondwater bevond zich over het algemeen op een diepte van 40 tot 50 cm beneden maaiveld wat de lage ligging in een geul bevestigt. Binnen het plangebied werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er werden in één boring wel wat spoortjes baksteen en een stuk ijzerdraad aangetroffen maar zijn recent van aard en wijzen niet op een vindplaats binnen het plangebied. Het bovenstaande onderzoek geeft aan dat het huidige plangebied ook in een dalvormige laagte zal liggen, een vochtige locatie, met nog steeds een hoge grondwaterstand. 22

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 24 Rondags, 2008. 23

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 7 van 15

Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek plaats gevonden en is geen contact gezocht met de provinciaal depot van Limburg, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Melderslo25 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. De herkomst van de naam Melderslo is onzeker. Mogelijk is de betekenis milde plaats in bos. Hierbij wordt melder afgeleid van het Germaanse mildreda en lo van open plaats in een bos. Andere mogelijke betekenissen zijn zandheuvel in bos (hierbij wordt melder afgeleid van zandheuvel) of onkruid in bos (hierbij wordt melde afgeleid van het onkruid melde). De oudst bekende schriftelijke vermelding van Melderslo dateert van 1394, toen in de administratie van de stad Keulen het Meldersloervelde genoemd werd.

Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de feitelijke bewoning een paar eeuwen ouder is: aan het ontginningsveld Eikelenbos zijn vondsten aangetroffen daterend uit circa 1200. Melderslo is dus ontstaan uit drie ontginningsvelden in een bos: Meldersveld, Lochtsveld en Eikelenbosserveld. Waarschijnlijk was de bewoning in Melderslo in de Middeleeuwen gekoppeld aan de vestiging van mensen in het gehucht Berkel (het latere dorp Horst, gelegen op circa 3 kilometer afstand) en het kasteel Ter Horst (op circa 1 kilometer afstand). Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Tranchot und v. Müffling kaart26

1803-1820

25 Horst/26 Velden

1:20.000

Heide

Heide met vennetjes doorsneden door wegen.

Kadastrale minuut27

1811-1832

Gemeente Horst, Sectie B, Blad 04

1:2.500

Gedeeltelijk heide, gedeeltelijk waterplas.

Ten zuiden plangebied loopt een weg (voorloper huidige Steegstraat), directe omgeving heide en waterplassen verder verwijdert agrarische percelen.

25

Renes, 1999/ www.geschiedenismelderslo.nl. Beeldbank Vrije Universiteit 27 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 26

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 8 van 15

Militaire topografische kaart28 (nettekening)

1830-1850

52 Venlo

1:50.000

Heide

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1895

674 Lottum

1:50.000

Heide en begroeid met bos/struiken

Ten noordwesten loopt de huidige Odastraat. Uitbreiding agrarische percelen in de omgeving .

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1915

674 Lottum

1:50.000

Geen veranderingen

Geen grootschalige veranderingen.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1927

674 Lottum

1:50.000

Geen veranderingen

Toename agrarische percelen

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1936

674 Lottum

1:50.000

Bouwland

Bebouwing langs de huidige Odastraat.

Topografische kaart

1954

52G

1:25.000

Geen veranderingen

Toename bebouwing langs de huidige Odastraat

Topografische kaart

1958

52G

1:25.000

(Huidige) bebouwing in plangebied, rest van het plangebied verhard of gras.

Toename bebouwing langs de huidige Odastraat

Topografische kaart

1967

52G

1:25.000

Naast de bebouwing is nu alles verhard.

Toename bebouwing rondom plangebied

Topografische kaart

1979

52G

1:25.000

Bebouwing in plangebied uitgebreid (huidige situatie)

Toename bebouwing rondom plangebied

Topografische kaart

1987

52G

1:25.000

Geen veranderingen

Toename bebouwing rondom plangebied

Topografische kaart

1994

52G

1:25.000

Geen veranderingen

Geen grootschalige veranderingen.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied in de eerste helft van de 19e eeuw uit heide bestond met een waterplas later begroeid met bomen/struiken (zie figuur 9), direct ten zuiden loopt de huidige Steegstraat. Het plangebied is tussen 1927 en 1936 in gebruik genomen als bouwland. Tussen 1954 en 1958 is de eerste bebouwing in het plangebied gerealiseerd dat tussen 1967 en 1979 ofwel uitgebreid wordt of vervangen wordt door de huidige bebouwing. Vanaf dat moment lijkt er geen veranderingen meer plaats te vinden binnen het plangebied. De directe omgeving van het plangebied laat eenzelfde ontwikkeling zien als het plangebied, van woeste grond doorsneden door wegen, naar bouwland en uiteindelijk de bebouwde kom van Melderslo. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 meter attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Verder verwijderd liggen een aantal gebouwen uit de jaren ’20 en ‘30 van de 20e eeuw. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Horst aan de Maas is het archief geraadpleegd voor bouwdossiers (contactpersoon de mevrouw M. Peeters - Coenders). Dit heeft het bouwdossier opgeleverd van het pand aan de St. Odastraat nummer 23, dat op beide kadastrale percelen ligt.

In 1954 is een bouwvergunning verleend aan de Coöperatieve Tuinbouwvereniging “Melderslo” G.A. voor het bouwen van een loods met een kantoor. Volgens deze vergunning is voor de betonnen fundering ontgraven tot 1 meter onder peil. Deze 60-80 cm dikke fundering ligt onder de buitenmuren. 28

Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 9 van 15

Onder de vloer van de verhoogde laadruimte is een maximaal 125 centimeter brede keerwand aangebracht, ook tot 1 meter onder peil. Tussen de keerwand en de funderingen van de buitenmuur ligt onder de vloer een aangedempte zandlaag (zie onderstaande bouwtekening). In 1960 is een vergunning verstrekt voor het uitbreiden van een kantoor. De betonnen funderingen, 60 centimeter breed en 60 centimeter hoog, voor de uitbreiding liggen wederom 1 meter onder peil. De fundering is gelegen onder de buitenmuur. Ook is er in 1960 een vergunning verstrekt voor het plaatsen van een schutting, waarvan de palen tot 70 centimeter onder pel in de grond zijn geplaatst. In 1966 is een bouwvergunning afgegeven voor het uitbreiden van de loods. De funderingen, 60 centimeter breed en 60 centimeter hoog, voor de aanbouw liggen ook hier weer 1 meter onder peil. Net als bij het oudere deel van de loods ligt de fundering onder de buitenmuren en aan de rand van de verhoogde laadruimte.

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat bij de bouw van de loods en de schutting voor de funderingen en waarschijnlijk ook onder de laadvloer de bodem ter plaatse ontgraven is tot onder het potentiële archeologisch niveau, dat zich direct onder het maaiveld bevindt, en dien ten gevolgen dit niveau verstoord heeft. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.29 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Er zijn in de omgeving wel explosieven (granaten en mijnen) geruimd. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Stichting Geschiedenis Melderslo. De heer J. Dinissen namens de Stichting Geschiedenis Melderslo het volgende medegedeeld. “Bij mijn weten zijn er op dat perceel of ruime omgeving geen archeologische vondsten gedaan. Als ik de Tranchotkaart en OpenStreetMaps over elkaar heen leg zie ik dat over het perceel een pad/weg liep en dat het op/aan de rand lag van een weiland/akker. 30 Op de Tranchotkaart staan geen boerde-

Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/Indicatieve kaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 29

kaart

Militair

Erfgoed/VEO

Bommen-

30 Bij het raadplegen van de Tranchotkaart en latere topografische kaarten, gegeorefereerd in het kader van dit onderzoek (wat

bij de Tranchotkaart altijd lastig is), is vastgesteld dat het plangebied in gebruik is als heide en niet doorsneden is door een

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 10 van 15

rijen ingetekend op dit perceel of directe omgeving. Dat sluit niet uit dat er aan deze rand/op dit perceel toch een boerderij gestaan heeft.” Verder verwijst hij nog naar afstudeerscriptie van R. van der Heijden uit 2010: “Twee hout voor een graan” Onderzoek naar de archeologie van Melderslo,31 dat geen aanvullende informatie over het plangebied en de directe omgeving oplevert. 2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Late-Middeleeuwen

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

Nieuwe tijd

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer-

Onder maaiveld en in de top van de dekzandafzettingen

weg. Dit blijft zo tot het einde van de 19e eeuw waarna het gedeeltelijk bebost raakt. Pas in de tweede kwart van de 20e eeuw wordt het in agrarisch gebruik genomen. 31 Heijden, 2010.

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 11 van 15

pen

Uit de landschappelijke ligging in een natte dalvormige laagte, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum ongunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit de Neolithicum-Bronstijd en Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd. Het betreft hier de oude dorpskern van Melderslo gelegen op een dekzandrug- of kopje en vondsten gedaan op 450 meter afstand van het plangebied op een dekzandrug. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.32 Het ontbreekt in het plangebied aan een gradiëntsituatie waardoor de verwachting voor Paleolithicum en Mesolithicum laag is.

Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.33 Het plangebied ligt in een van nature nat gebied waardoor de verwachting voor de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen laag is. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 34 De historische kern van Melderslo ligt op ongeveer 250 meter ten oosten van het plangebied, op een dekzandrug- of kopje, en op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal is het plangebied in de 19e eeuw tot de eerste kwart van de 20e eeuw woeste grond. Deze twee gegevens, te samen met de ligging in een van nature nat gebied, geeft het plangebied een lage verwachting voor de perioden Middeleeuwen – Nieuwe tijd. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden.

De kans op het voorkomen van de resten is laag. De archeologische resten worden direct aan of onder het maaiveld verwacht. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Organische resten en metaal zullen boven het grondwater niveau door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Organische resten en metaal onder de grondwater niveau zullen door de natte en zuurstofloze condities over het algemeen goed

32

Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 34 Renes, 1999. 33

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 12 van 15

zijn geconserveerd.35 Ze zijn bovendien afgedekt door recentere kleiafzettingen en buiten het bereik van moderne landbouwactiviteiten gebleven. Bodemverstoring De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als heide, met een waterplas, bouwland en is later bebouwd geraakt. Bij de bebouwing van het plangebied zijn grote delen van het perceel tot minimaal 1 meter diep afgegraven. Door de ontginning, ploegen en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Uit de landschappelijke ligging in een natte dalvormige laagte zonder gradiëntsituatie, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum ongunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit de Neolithicum-Bronstijd en Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd. Het betreft hier de oude dorpskern van Melderslo gelegen op een dekzandrug- of kopje en vondsten gedaan op 450 meter afstand van het plangebied op een dekzandrug. Op historisch kaartmateriaal is het plangebied in de 19e eeuw tot de eerste kwart van de 20e eeuw woeste grond. De archeologische verwachting is dien ten gevolgen voor het gehele plangebied laag voor alle perioden. Verder zijn bij de bebouwing van het plangebied grote delen van het perceel tot minimaal 1 meter diep afgegraven. Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden in het plangebied niet worden verwacht. Gezien deze archeologische verwachting is binnen het plangebied geen vervolgonderzoek noodzakelijk en adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.

Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 36).

35 36

Kars & Smit, 2003. Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 13 van 15

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Heeringen, R.M. van & R. Schrijvers, 2013. Toelichting op de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Horst aan de Maas. Vestigia-rapport V-587. Vestigia, Amersfoort. Heijden, R. van der 2010: “Twee hout voor een graan”. Onderzoek naar de archeologie van Melderslo. Bachelor thesis, Universiteit Leiden. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L.

Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Rondags, E., 2008: Inventariserend veldonderzoek, deel karterend. St. Odastraat te Melderslo. Synthegra Archeologie Rapport P0502759. Weert. Stichting voor Bodemkartering, 1975: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 52 Oost/Venlo. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 14 van 15

BRONNEN AHN; internetsite, april 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, april 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, april 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, april 2020. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bodemloket, internetsite, april 2020. http://www.bodemloket.nl Dinoloket; internetsite, april 2020. http://www.dinoloket.nl/ Geschiedenis Melderslo; internetsite, april 2020. http://www.geschiedenismelderslo.nl. Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, april 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, april 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Ondergrondportaal, internetsite, april 2020. https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default PDOK; internetsite, april 2020. http:// www.pdok.nl/datasets Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, april 2020. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Ruimingskaart; internetsite, april 2020. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, april 2020. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, april 2020. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 12502.001 versie 2

Pagina 15 van 15

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland37

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

37 PDOK.

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied38

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

38 PDOK.

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied39

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

39 PDOK.

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart40

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart gemeente Horst aan de Maas Legenda Plangebied

40

Heeringen & Schrijvers 2013.

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 41

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

41

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 42

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

42

AHN

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart43

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

43

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied geprojecteerd op de geomorfologische kaart44

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

44

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 12502.001 versie 2

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Situatie 1842 (bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Situatie 1927 (bron: Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1936 (bron: : Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1954 (bron: : Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1958 (bron: : Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1979 (bron: : Kadaster Topotijdreis)

Steegstraat (ong.) te Melderslo. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied

Rapport 12502.001 versie 2

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 12502.001 versie 2

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 12502.001 versie 2

Bijlage 2

AMK nr. 16285

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

250 meter ten zuidoosten van het plangebied Melderslo te Melderslo Gemeente Horst aan de Maas Coördinaat: 203343/385399

Middeleeuwen laat Nieuwe tijd

Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Melderslo. Melderslo is ontstaan rond 1400 uit twee ontginningsvelden in het bos. Te weten het Melderslosche veld en de Eikelenbosch. De natuurlijke omstandigheden voor landbouw waren ongunstig. Arme zandgronden overheersten. Grote heidevelden bepaalden het aanzien. De eerste bewoners vestigden zich aan de rand van hoger gelegen grond. Die was wel geschikt voor akkerbouw. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20eeeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9577931/1