04c Toelichting
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan Melatenweg ongenummerd, M3905, Horst NL.IMRO.1507.HOMELATENM3905-VPO1
Document:
Bestemmingsplan “Melatenweg ongenummerd, M3905, Horst”
IDN:
NL.IMRO.1507.HOMELATENM3905-VP01
Status:
Vastgesteld
Schoolstraat 7 5961 EE HORST +31 77 – 208 6099 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .............................................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ..........................................................................................3 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ...............................................................................................4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................5 1.4 Leeswijzer .....................................................................................................................................................5
2.
BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................................6 2.1 Algemeen ......................................................................................................................................................6 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur ...........................................................................................................6 2.3 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie................................................................................................7
3.
BELEID...................................................................................................................................................................9 3.1 Inleiding .........................................................................................................................................................9 3.2 Rijksbeleid .....................................................................................................................................................9 3.3 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................... 11 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................................. 16
4.
PLANBESCHRIJVING...................................................................................................................................... 19 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ..................................................................................... 20 4.2 Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten............................................................................................. 20 4.3 Landschappelijke inpassing ..................................................................................................................... 21
5
SECTORALE ASPECTEN ............................................................................................................................... 23 5.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 23 5.2 Milieuaspecten........................................................................................................................................... 23 5.3 Waterparagraaf ......................................................................................................................................... 33 5.4 Kabels en leidingen................................................................................................................................... 35 5.5 Natuur ......................................................................................................................................................... 35 5.6 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................................. 38 5.7 Verkeer en parkeren .................................................................................................................................
39 5.8 Volksgezondheid ....................................................................................................................................... 40
6
UITVOERBAARHEID ....................................................................................................................................... 42 6.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................. 42 6.2 Handhaving................................................................................................................................................ 42 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid........................................................................................................... 44
Melatenweg, M3905
1
6.4 Procedure................................................................................................................................................... 44 7.
JURIDISCHE TOELICHTING .......................................................................................................................... 45 7.1 Planstukken ............................................................................................................................................... 45 7.2 Toelichting op de verbeelding .................................................................................................................. 45 7.3 Toelichting op de planregels .................................................................................................................... 46
BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS-berekening bouw- en gebruiksfase Bijlage 2: Achtergrondbelasting SEPARATE BIJLAGEN ▪ Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen Erf- en Landschapsverfraaiing (d.d. 19 oktober 2023) ▪ Verkennend bodemonderzoek M 3905, HMB Groep (d.d. 31 mei 2022, kenmerk: 21303301A) ▪ Wijziging onderzoekslocatie, HMB Groep (d.d. 19 oktober 2023, kenmerk: 22250301A/B01) ▪ Akoestisch onderzoek, HBM Groep (d.d. 26 oktober 2023, kenmerk: BO1_23250502N) ▪ Quickscan flora en fauna, Faunaconsult (d.d. 7 juni 2022) ▪ Archeologisch onderzoek, RAAP (d.d. 12 oktober 2022, kenmerk: RAAPrap_5879_HOMEL_20221012) ▪ Omgevingsdialoog, geanonimiseerd (d.d. 8 juni 2022)
Melatenweg, M3905
2
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Bij de gemeente Horst aan de Maas is een verzoek ingediend voor het oprichten een nieuwe woning op het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie M, nummer 3905. Het perceel is gelegen aan de Melatenweg in Horst, welke de fysieke grens vormt tussen de bebouwde kom van Horst en het buitengebied. Tot tegen de Melatenweg aan is de woonwijk ‘de Afhang’ de laatste jaren gerealiseerd. Ook aan de westelijke zijde van de Melatenweg zijn in de afgelopen jaren diverse nieuwe woningen gebouwd, hierdoor is er heden ten dage sprake van een bebouwingslint. Met het oprichten van de beoogde nieuwe woning wordt het bebouwingslint dan ook verder verdicht en grotendeels afgerond.
Afbeelding 1 Ligging plangebied (rood; plangebied)
Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” is de beoogde oprichting van een woning op het desbetreffende percelen niet toegestaan. Voor het perceel geldt namelijk een agrarische bestemming. Conform deze bestemming is het niet toegestaan de gronden te benutten ten behoeve van woondoeleinden. Tevens is het niet toegestaan enige vorm van bebouwing op te richten. Desondanks biedt het gemeentelijke beleid mogelijkheden tot het realiseren van nieuwe woningen in het buitengebied. Aangezien het percelen aan de Melatenweg onderdeel uitmaken van het aldaar aanwezige bebouwingslint lenen deze percelen zich uit stedenbouwkundig oogpunt ideaal voor woningbouw. Onder voorwaarden heeft de gemeente daarom in principe medewerking kunnen verlenen aan de oprichting van een nieuwe woning aan de Melatenweg. Ten behoeve van de sanering van een varkensstal elders in de gemeente heeft de gemeente Horst aan de Maas woningbouwcontingenten ter beschikking gesteld ( in te zetten op een nader te bepalen locatie) aan de eigenaar van de locatie van de te saneren varkensstal. Initiatiefnemers hebben de een wooncontingent aangekocht.
Melatenweg, M3905
3
Om de nieuwe woning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit bestemmingsplan wordt aan het perceel een woonbestemming toegekend met bouwrechten, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de nieuwe woning wordt gecreëerd.
1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied De nieuwe woning is beoogd aan de westelijke zijde van de Melatenweg, ter afronding van het aldaar aanwezige bebouwingslint, welke uitsluitend uit woningen bestaat. De Melatenweg vormt de grens tussen de bebouwde kom van Horst, in het oosten, en het buitengebied, in het westen. Aan beide zijde van de Melatenweg zijn uitsluitend vrijstaande woningen op riante percelen gelegen. Het perceel waarop de woning is beoogd is gelegen tussen woningen Melatenweg 12 en 16. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie M, nummer 3095. De kavel zal in het onderhavige bestemmingsplan worden aangeduid als “het plangebied”.
Afbeelding 2 Ligging en begrenzing plangebied (rood; plangebied, zwart; begrenzing bebouwde kom, oranje; percelen spuitvrije zone aanduiding)
Het plangebied wordt aan de oostelijke zijde begrenst door de Melatenweg. In noordelijke en westelijke richting zijn landbouwgronden gelegen. In zuidelijke richting grenst de locatie aan een burgerwoning, welke ruimtelijk van de locatie wordt gescheiden door een houtwal. Het plangebied is thans onverhard en is in gebruik als grasland. In het kader van spuitzonering zijn er 3 percelen in de nabijheid van het plangebied eveneens opgenomen op de verbeelding, daar deze, voorzover binnen 50 meter van de bouwkavel gelegen, voorzien dienen te worden van een spuitvrije zone. Het betreft de percelen 609, 2083 en 1177. De gronden worden, in de verdere toelichting, niet aangemerkt als ‘het plangebied’, maar maken slechts planologisch onderdeel uit van de ontwikkeling.
Melatenweg, M3905
4
1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” (vastgesteld d.d. 19 december 2017). Het plangebied is volledig bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en daarbij tevens voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Voor het plangebied gelden ook de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’, ‘overige zone – kampen’ en ‘overige zone – ontwikkelingsgebied glastuinbouw’.
Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (rood; plangebied)
De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig grondgebruik. Bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf kan uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak, welke ter plaatse niet aanwezig is. Het is niet mogelijk op deze locatie, op basis van het vigerende bestemmingsplan, bebouwing op te richten, laat staan nieuwe woningen. In dat kader wordt door middel van dit bestemmingsplan de agrarische bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Het wordt daarmee mogelijk om de nieuwe woning op te richten.
1.4 Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven. Het initiatief voor de oprichten van de woning wordt beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt het initiatief getoetst aan de diverse sectorale aspecten. Tenslotte komen in de hoofdstukken 6 en 7 de uitvoerbaarheid, de planstukken en het vooroverleg aan de orde.
Melatenweg, M3905
5
2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij komen de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en de omgeving aan bod. Ten slotte komt de historische ontwikkeling van het plangebied aan bod. Het plangebied is direct ten westen van de bebouwde kom van Horst gelegen, in het bebouwingslint van de Melatenweg. Het betreft daarmee een woningbouwlocatie in het buitengebied. In de afgelopen jaren zijn er aan de Melatenweg diverse nieuwe woningen opgericht, als uitloper van de bebouwde kom.
Afbeelding 4 Luchtfoto plangebied
2.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het gebied tussen Horst en America kenmerkt zich als een ontginningslandschap door de lange rechte wegen begeleid door wegbeplanting, de regelmatige verkaveling, het overwegende agrarische gebruik van de onbebouwde gronden en de verspreid liggende bebouwing, direct gesitueerd aan de wegen. De van oorsprong agrarische bedrijvigheid aan deze wegen is de laatste jaren steeds vaker omgezet naar een woongebruik. Verder zijn tussen de (voormalige) agrarische bedrijven woningen gebouwd. Dit heeft geresulteerd in het ontstaan van verschillende (transparante) bebouwingslinten. Ook de Melatenweg is te typeren als een bebouwingslint. Bijzonder voor dit gebied zijn de op korte afstand evenwijdig aan elkaar gelegen wegen, die vanuit Horst en het zuidelijk gelegen Hegelsom naar de spoorlijn Eindhoven – Venlo lopen. De bebouwing aan deze wegen is door de jaren heen steeds verder verdicht waardoor bebouwingslinten zijn ontstaan die het landschap enorm verdichten.
Melatenweg, M3905
6
De Melatenweg vormt de fysieke grens tussen de bebouwde kom van Horst en het buitengebied. Aan de oostzijde van de Melatenweg is achter de bestaande lintbebouwing het uitbreidingsgebied ‘De Afhang’ in ontwikkeling als woonwijk. De agrarische bedrijvigheid is hier volledig verdwenen. Mede hierdoor zijn ook aan de westzijde van de Melatenweg in de loop der jaren steeds meer woningen opgericht. Er zijn thans nog enkele onbebouwde kavels aanwezig, waaronder onderhavig plangebied.
Afbeelding 5 Melatenweg vanuit de Afhangweg
Afbeelding 6 Melatenweg richting Americaanseweg
2.3 Historische ontwikkeling en cultuurhistorie Horst is ontstaan langs de belangrijke doorgaande weg van Venray naar Venlo. Er is sprake van een centraal gelegen kerk, uit de 14e eeuw, met linten van bebouwing langs de wegen die naar de omliggende dorpen lopen. De locatie is gelegen in een van oorsprong agrarisch gebied, waar in de loop van de tijd een kleinschalig gebied is ontstaan met een mix van diverse functies.
Afbeelding 7 Anno 1900 en 1975
Tot 1960 liep de Melatenweg tot aan de kruising met de Rotvenweg. In 1960 is de Melatenweg verlengd tot aan de Afhangweg in het kader van de woningbouwontwikkeling “de Afhang”. In de loop der jaren is het voormalige agrarische gebied tussen de Melatenweg en de oorspronkelijke kern van Horst dan ook steeds verder verdicht met woningen. In de huidige situatie vormt de Melatenweg de grens tussen de bebouwde kom en het buitengebied.
Melatenweg, M3905
7
Afbeelding 8 Anno 1990 en 2021
Melatenweg, M3905
8
3. BELEID 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 3.4 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Horst aan de Maas.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en water robuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling
Melatenweg, M3905
9
van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij wordt ingespeeld op enkele nationale belangen en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer.
Melatenweg, M3905
10
Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, het initiatief is in overeenstemming met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd.
Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het toevoegen van slechts één woning evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; Melatenweg, M3905
11
a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's.
Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De omgevingsvisie bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.
Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk.
Melatenweg, M3905
12
Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Samen met hun partners wil de provincie een voortreffelijk woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen.
Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit doet de provincie door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert daarbij flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een diversere groep mensen tegemoet gekomen kan worden, in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw. In de POVI geeft de provincie aan dat ze alle woonwensen willen vervullen, waarbij een voortreffelijke woonen leefomgeving leidend zijn. Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van één nieuwe woning binnen een bebouwingslint, welke net buiten de bebouwde kom ligt. De provincie stuurt niet direct op het realiseren van vrijstaande woningen in het buitengebied, daar blijkt minder behoefte aan. Behoefte blijkt in dit geval uit het feit dat de woning al besproken zijn. De toekomstige bewoners zijn dus al reeds bekend, waardoor geen sprake is van “bouwen voor leegstand’. De woning wordt dusdanig energiezuinig en klimaatneutraal opgericht zoals de wet voorschrijft.
Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskader past het onderhavige initiatief binnen het POVI. 3.3.2
Omgevingsverordening 2021
In de Omgevingsverordening Limburg 2021 staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtreding: 1 januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Boringsvrije zone Venloschol; ▪ Wonen, werken en recreëren. De Omgevingsverordening 2021 is momenteel nog niet in werking getreden. Tot het moment dat de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden.
Melatenweg, M3905
13
De bovengenoemde regels komen in grote lijnen overeen met de regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 3.3.3
Omgevingsverordening Limburg 2014
Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2024) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. De volgende regels uit de Omgevingsverordening 2014 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Boringsvrije zone Venloschol; ▪ Nieuwe woningen. Venloschol Het is in het gebied Venloschol beneden de 5 meter boven NAP verboden: a. een boorput te hebben; b. de grond te roeren; c. een gesloten bodemenergiesysteem te hebben; d. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermde werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten.
Betreffend percelen liggen op circa 24 m boven NAP. Dit betekent dat in het kader van de Venloschol in de praktijk de bodem tot een diepte van 19 meter geroerd kan worden. Dit is in dit geval niet aan de orde. Conform het vigerende bestemmingsplan is aan het plangebied de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ toegekend om diepe boringen zonder vergunning te voorkomen. Deze gebiedsaanduiding is opnieuw aan het plangebied toegekend. Nieuwe woningen In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 3.3.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Op basis van de toelichting in paragraaf 3.3.4 kan concluderend gesteld worden dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Voor het plangebied kent de verordening geen verdere beperkingen. Het initiatief is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Melatenweg, M3905
14
3.3.4
Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024
De gemeente Horst aan de Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen NoordLimburg’. Ondertussen is op 8 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Horst aan de Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen NoordLimburg’ een reductieopgave van 0 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde regionale woonvisie blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.
Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.
▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Met het beoogde initiatief is sprake van een particulier initiatief, waarbij een nieuwe woning wordt opgericht welke door de initiatiefnemers zal worden opgericht en bewoond. De woning wordt net buiten de bebouwde kom van Horst opgericht, in een bestaand bebouwingslint. De woning voorziet in een plaatselijke behoefte. Ten slotte wordt de woning zo veel als mogelijk duurzaam, energiezuinig (of zelfs energieneutraal), klimaat geadapteerd en levensloopbestendig uitgevoerd.
Melatenweg, M3905
15
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Structuurvisie Horst aan de Maas
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn gemeenten verplicht om, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, een structuurvisie vast te stellen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van een gebied, evenals de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid. De gemeente Horst aan de Maas heeft haar regie op de uitvoering van het ruimtelijk beleid vormgegeven in de Structuurvisie Horst aan de Maas. De structuurvisie is op 9 april 2013 vastgesteld. Een evaluatie van de structuurvisie is op 9 juli 2015 vastgesteld. Na deze evaluatie is er in 2016 een aanpassing gedaan (vastgesteld op 18 oktober 2016) en is er in 2018 wederom een evaluatie uitgevoerd. De structuurvisie biedt het kader voor de gemeente om uitspraken te doen over de wenselijkheid van (ruimtelijke) ontwikkelingen. Het gemeentelijk grondbeleid is om die reden ingedeeld in diverse deelgebieden. Het plangebied is gelegen in deelgebied 7E ‘Gemengd gebied’. Hier geldt voor solitaire woningbouw een voorwaardelijke grondhouding (nee, tenzij). Bij een voorwaardelijke grondhouding kan het initiatief enkel doorgang vinden, wanneer voldaan wordt aan strikte voorwaarden die het initiatief alsnog acceptabel maken.
Afbeelding 9 Uitsnede gebiedsindeling Structuurvisie HadM (rood; plangebied)
In het kader van de laatste evaluatie van de structuurvisie is een bijlage opgesteld waarin de voorwaarden voor het toevoegen van woningen in de gemeente Horst aan de Maas zijn opgenomen. In deze bijlage wordt een onderscheid gemaakt in vier manieren om woningen toe te voegen, te weten “nieuwe woningen”, “splitsen van woningen”, “woningen in bestaand vastgoed bij een bestaande woning” en “woningen in overig bestaand vastgoed”. Van de eerste categorie is in dit geval sprake. Het realiseren van woning in deze categorie in het buitengebied kan via de volgende instrumenten: ▪ Buitenkans (gemeentelijke Ruimte voor Ruimteregeling) ▪ Ruimte voor Ruimte van de provincie Limburg ▪ Module solitaire woningbouw uit de structuurvisie, waarbij een knelpunt dient te worden opgelost Voor het realiseren van de woning is een wooncontingent aangekocht, derhalve is een kwaliteitsbijdrage verder niet aan de orde.
Melatenweg, M3905
16
3.4.2
Masterplan Wonen Horst aan de Maas
Het Masterplan Wonen 2021-2025 is op 20 april 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. In het Masterplan geeft de gemeente Horst aan de Maas de ambities voor woningbouw voor de komende jaren. De ambities zoals genoemd in het Masterplan betreffen de volgende: 1. 1.000 nieuwe woningen tussen nu en 2025 De woningmarkt in gemeente Horst aan de Maas staat onder druk: de vraag naar woningen is vele malen groter dan het aanbod. En die druk neemt de komende jaren verder toe. De gemeente Horst aan de Maas telde in 2020 ruim 18.000 huishoudens; de komende tien jaar komen daar naar verwachting 1.200 tot 1.400 huishoudens bij. Om de balans op de woningmarkt te herstellen voor nu en de nabije toekomst, ligt er een stevige ambitie: 1000 woningen tussen nu en 2025. 2. Transformatie van de bestaande woningvoorraad Niet elke woning sluit op termijn nog aan op de wensen van de inwoners binnen de gemeente. De gemeente ziet echter wel kansen om bestaande woningen te verbeteren, zodat deze aansluiten bij de woonwensen van nu en de toekomst. De gemeente stuurt daarbij op twee soorten kwaliteitsverbetering: verduurzaming enerzijds, het zorggeschikt(er) maken van woningen anderzijds. Hiermee ervaren inwoners overigens ook meer comfort en woningverbetering leidt in veel gevallen tot een hogere woningwaarde en lagere woonlasten. 3. Een inclusieve woningmarkt In Horst aan de Maas is iedereen welkom.
Ook kwetsbare doelgroepen en nieuwe inwoners kunnen rekenen op een passende woning. De huisvestingsopgaven voor statushouders, mensen met een psychische beperking en woonwagenbewoners zijn in het masterplan opgenomen. De ambitie om in vijf jaar tijd 1.000 nieuwe woningen te vergunnen, vraagt om een aanpak die pragmatisch en voortvarend is en waarbij de gemeente altijd in dialoog is met inwoners en samenwerkingspartners. De ambitie voor het toevoegen van 1.000 woningen is vertaald naar de volgende speerpunten: ▪ Kaders als basis voor mogelijkheden. Nieuwbouwplannen worden getoetst aan de hand van een afwegingskader. Plannen die passen bij de ambitie, die voorzien in een behoefte en voldoen aan kwaliteitseisen, kunnen rekenen op de medewerking van de gemeente Horst aan de Maas. ▪ Zicht op de (veranderende) vraag en voortgang. Met elk nieuw plan en elk nieuw initiatief op het gebied van wonen, is de gemeente een stap dichter bij haar ambitie. Elk jaar maakt de gemeente de balans op van vorderingen en toets of de gemeente nog op koers ligt. De gemeente brengt in kaart hoeveel woningen zijn vergund en welke woningtypen zijn gerealiseerd. ▪ Maatwerk per kern. Bij elk initiatief gaat de gemeente samen met ontwikkelaars in gesprek met inwoners over het gewenste woningbouwprogramma. Dit gaat verder dan het peilen van de interesse in de nieuw te ontwikkelen woningen.
De gemeente en ontwikkelaar brengen ook de mogelijkheden van doorstroming in kaart. ▪ Samenwerken met ontwikkelaars op basis van vertrouwen. Dit Masterplan geeft richting aan een woningbouwopgave. Voor de daadwerkelijke uitvoering van de woningbouwopgave staan andere partijen aan de lat: particulieren en vooral ontwikkelaars en woningbouwcorporaties. De gemeente is ervan overtuigd dat de mooiste initiatieven ontstaan als ontwikkelaars de ruimte krijgen. ▪ Minder regels, snelle doorloop van processen. Zorgvuldigheid en snelheid/voortgang kunnen prima naast elkaar bestaan. De gemeente vermindert de regeldruk waar mogelijk, organiseert parallelle processen en houdt initiatiefnemers aangehaakt. ▪ Participatie & communicatie. Ontwikkelaars en gemeente betrekken inwoners van een kern en/of omwonenden van een initiatief in alle fasen van de projectontwikkeling: van het ophalen van woonwensen tot het voorleggen van een schetsontwerp. De gemeente Horst aan de Maas heeft de ambitie om tussen nu en 2025 1.000 woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad. De nieuwbouwopgave voorziet in de vraag naar woningen voor sociale huur (30%), Melatenweg, M3905
17
vrije sector huurwoningen (30%) en koopwoningen (40%). Bij de koopwoningen wordt voornamelijk gericht op betaalbare (starters)woningen en nultredenwoningen (zoals grondgebonden woningen met badkamer en slaapkamer op de begane grond).
Alhoewel de behoefte aan de nieuwe woning, welke valt onder koopwoningen in het hogere prijssegment, niet direct blijkt uit het Masterplan Wonen, is er wel degelijk behoefte aan deze woning. De toekomstige bewoners zijn reeds bekend, waardoor “bouwen voor de leegstand” niet aan de orde is. De woning wordt net buiten de bebouwde kom van Horst opgericht, in een bestaand bebouwingslint. De woning zorgt ervoor dat een nieuwbouw kan plaatsvinden met toekomstwaarde en dragen in zin zeker bij aan de algemene woningbehoefte in Horst c.q. in de gemeente Horst aan de Maas.
Melatenweg, M3905
18
4. PLANBESCHRIJVING Initiatiefnemers wensen een nieuwe woning op te richten aan de Melatenweg in Horst, voor eigen gebruik. De nieuwe woning betreft een vrijstaande woning, welke is beoogd tussen de woningen Melatenweg 12 en 16.
Afbeelding 10 Beoogde ontwikkeling
Initiatiefnemers hebben een woningbouwcontingent aangekocht van een derden, die deze vanwege de sanering van een varkensstal aan de rand van Meterik een woningbouwcontingent ter beschikking gesteld heeft gekregen van de gemeente. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt niet één specifieke woning geregeld, maar worden bouwrechten aan de locatie toegekend. Een bouwrecht kan worden ingevuld met een woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels. Bouwtekeningen voor de nieuwe woning zijn reeds aanwezig en veelvuldig met de gemeente besproken. De definitieve bouwtekeningen worden thans opgesteld. De woningen zullen een landelijke uitstraling krijgen, welke aansluit bij de uitstraling van de huidige woningen rondom het plangebied. De beide woonkavels worden voorzien van een bouwvlak van 1.200 m², conform de recht wooncontingent. En mogen worden ingevuld met een woning met een maximale inhoud van 1.000 m². Het is daarnaast mogelijk om 150 m² aan bijgebouwen op te richten. De woonkavel is voorzien van een gevellijn, de woning dient in of achter deze gevellijn gerealiseerd te worden. De bouwvlakgrens van kavel wordt 3 meter uit te perceelsgrens gelegd om te voorkomen dat bijgebouwen van deze kavel tegen de naastgelegen kavel M3094 aangebouwd kunnen worden. Hiermee wordt het zicht naar het achterliggende landschap behouden.
Melatenweg, M3905
19
4.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken een nieuwe woning met bijgebouwen op te richten op de Melatenweg ong. op het perceel kadastraal bekend als gemeente Horst, sectie M, nummer 3905. Bij de opstelling van het bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van een nieuwe vrijstaande woning binnen het plangebied; ▪ De voorgevel van de nieuwe woning dient in of achter de aangegeven gevellijn te worden gebouwd. ▪ De goot- en bouwhoogte van de nieuwe woningen dient aan te sluiten bij de goot- en bouwhoogte van woningen in de directe omgeving; ▪ Het bestemmingsplan dient een voorwaardelijke bepaling te bevatten dat de realisatie van de woning pas is toegestaan wanneer de locatie op een passende wijze landschappelijk zal worden ingepast (en als zodanig in stand zal worden gehouden); ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Horst aan de Maas dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” zoals dat thans voor het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas geldt; ▪ De geldende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden.
Deze uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin de kavel is als ‘Wonen’. Het bouwvlak is voorzien van de aanduidingen ‘vrijstaand’, ‘gevellijn’ en ‘maximum aantal wooneenheden: 1’ zodat ter plekke één nieuwe vrijstaande woning is toegestaan. Een voorwaardelijke verplichting in de planregels legt de aanleg en instandhouding van de beoogde landschappelijke inpassing (zie paragraaf 4.3) vast. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, alsook de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone, grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ en ‘overige zone – kampen’ zijn nog steeds van toepassing voor het plangebied.
4.2
Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten
De realisatie van de nieuwe woning binnen het plangebied sluit goed aan bij de stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving. Het thans aanwezige bebouwingslint aan de Melatenweg is grotendeels verdicht met woningen, het plangebied omvat een van de laatste thans onbebouwde locaties aan de Melatenweg. Met de beoogde nieuwe woning wordt de Melatenweg dan ook verder verdicht en afgerond als uitloper van de bebouwing kom van Horst. Daarnaast worden met de realisatie van de nieuwe woning landschappelijke maatregelen genomen die de karakteristiek en waarde van het landschap versterken. Ten slotte zijn de woningen in functioneel oogpunt hier evenwel zeer goed passend daar aan weerszijden reeds woningen zijn gelegen.
Melatenweg, M3905
20
4.3
Landschappelijke inpassing
Om de nieuwe woning op een juiste manier in het landschap in te passen is voor de locatie een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling en tevens als zodanig vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente. In het landschapsplan wordt gesproken over twee kavels, onderhavig bestemmingsplan behelst slechts één van deze twee kavels. De visie is om vanuit de nog in afronding zijnde nieuwe 2 woonhuizen en de wensen eigenaren een landschappelijke decor te creëren in een landelijk gebied erfstijl. Door een groen kader te creëren, met aan de straatzijde een meer tuinkader en de achterzijde een meer erf-landschapskader ontstaat er een toepasselijke dorpsrand afronding. Hierbij een invulling van de binnenruimte naar eigen behoefte, maar wel met enkele bomen, die een verzachting creëren van de dorpsrand vanuit het omliggende landschap. Hierdoor is er ook een opsplitsing tussen de tuin-erf-landschap. Het tuindeel rond de woonhuizen zijn veelal met beukenhaag en gemengde haag omkadert veelal de achterzone, welke grenst aan het aangrenzende landschap. Waar meer ruimte is, wordt invulling gegeven met de aanleg van bomen om het typische landschap, dus juist omkaderde kleine weitjes, in het huidige beeld weer neer te zetten.
Zeker met enkele doorzichten naar achteren maken de beleving compleet. Het omliggende gebied rond de nieuwe woning vormt het beekdallandschap. Door hier de oude grenzen percelen weer te accentueren met “toevallige bomen”, wordt de kleinschaligheid met mooie doorzichten behouden en zijn goed als schaduwplek voor de dieren. Een boomgaard aan de straat is naast leuk ook weer een element dat de knusheid en verbondenheid van en in het lint versterkt. Hiermee ook qua beheer een opsplitsing van intensief kleinere tuin naar meer extensief omliggend landschap, waarmee het onderhoud te overzien is en het een leuke meerwaarde vormt t.b.v. de biodiversiteit. Met het juiste beheer vormen de hagen, wadi’s en omliggende landschap een oase voor vele flora en fauna. Een fraai landelijk gebied tuin en erf per woning dat ook vanuit de omgeving beleefd kan worden door de vele voorbijgangers over de straat.
1 Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen Erf- en Landschapverfraaiing (d.d. 20 juni 2022)
Melatenweg, M3905
21
Afbeelding 11 Landschappelijk inpassingsplan (grotere afbeelding zie bijlage)
Melatenweg, M3905
22
5 SECTORALE ASPECTEN 5.1
Inleiding
Voordat de woning binnen het plangebied kan worden opgericht dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid en milieuzonering voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van het initiatief voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur, flora en fauna, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.
5.2
Milieuaspecten
5.2.1
M.e.r.-beoordeling
Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. Deze paragraaf bevat een toetsing aan de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie hierna).
Kenmerken van het project ▪ Omvang van het project ▪ Cumulatie met andere projecten ▪ Gebruik van natuurlijke grondstoffen ▪ Productie van afvalstoffen ▪ Verontreiniging en hinder ▪ Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project ▪ Bestaand grondgebruik ▪ Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied ▪ Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect ▪ Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) ▪ Grensoverschrijdende karakter van het effect ▪ Waarschijnlijkheid van het effect ▪ Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Melatenweg, M3905
23
De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat het initiatief onder de drempelwaarden valt zoals aangegeven in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r., volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde criteria een m.e.r.beoordeling uitgevoerd moet worden. Deze paragraaf is mede opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria Omvang project
van
het
Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen
Toets Het project heeft betrekking op het realiseren van een nieuwe woning in een bebouwingslint van bestaande woningen. Het geldende bestemmingsplan staat dit initiatief niet toe. Om het initiatief mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd. Het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in de D-lijst voor stedelijke ontwikkelingsprojecten Nee Nee
Nee, behoudens (regulier) huishoudelijk afval wat door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt zal worden. Ook de (tijdelijke) afvalstoffen die ontstaan door de bouw worden door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt. Daarbij vindt zoveel mogelijk als kan recycling plaats Er is geen sprake van een activiteit die leidt tot verontreiniging of hinder voor het milieu Nee, het plangebied bevindt zich buiten plaatsgebonden risicocontouren en er is geen sprake van een verslechtering van het groepsrisico
Conclusie: vanuit de kenmerken van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Plaats van het project Criteria Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: ▪ gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) ▪ gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Melatenweg, M3905
Toets Grasland N.v.t.
Nee, uit de onderzoeken die in het kader van het initiatief zijn uitgevoerd, blijkt dat het project geen significante effecten veroorzaakt voor de omgeving (zie hiervoor betreffende aspecten in hoofdstuk 5 van deze toelichting)
24
Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Nee Nee
Conclusie: vanuit de plaats van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Criteria Beschermd natuurmonument Habitat- en Vogelrichtlijngebieden Watergebied van internationale betekenis EHS Landschappelijk waardevol gebied Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument Belvédère-gebied