04c Nota ambtshalve wijzigingen Ruttenweg 3
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Ruttenweg 3 Horst
- Ambtshalve wijzigingen -
Team Omgeving
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 22
INLEIDING Het TAM-Omgevingsplan Ruttenweg 3 Horst, betreft een wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas om de aanleg van natuur op landbouwgronden mogelijk te maken. De herinrichting van het gebied maakt deel uit van het Landschapsplan Greenport Venlo. Het ontwerpwijzigingsplan heeft op grond van het bepaalde in artikel 16.30 Omgevingswet en artikel 10.3c Omgevingsbesluit gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen met ingang van 12 december 2025. De periode waarbinnen zienswijzen konden worden ingediend eindigde op 22 januari 2026. Zienswijzen Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Ambtshalve wijzigingen Bij de vaststelling van het TAM-omgevingsplan is het noodzakelijk om enkele wijzigingen in het plan door te voeren. De vaststelling dient gebaseerd te zijn op een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering van de belangenafweging die heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van het gemeentelijk beleid is in de toelichting van het ontwerp TAM-omgevingsplan niet ingegaan om de Omgevingsvisie en het programma Erfgoed. In samenhang met het beleidsprogramma Erfgoed dienen de regels ten aanzien van Archeologie aangepast te worden overeenkomstig de nieuwe standaarden.
Ook het provinciaal beleid is beleid dient beter beschreven te worden en afgestemd te worden op geldende versie van de omgevingsverordening. De formulering van de planregels dient op verschillende punten aangepast te worden om beter aan te sluiten op de Omgevingswet. Het gaat daarbij in het bijzonder om de ‘afwijkingsbevoegdheden’ die zijn overgenomen uit het bestemmingplan Buitengebied Horst aan de Maas (onderdeel van het tijdelijk deel van Omgevingsplan). Aanpassingen zijn ondergeschikt van aard en leiden niet tot een wezenlijk ander plan. Het is daarom mogelijk deze aanpassingen bij de vaststelling door te voeren, zonder daarvoor een nieuwe procedure te doorlopen. In het onderstaande is meer specifiek aangegeven welke aanpassingen in het plan worden doorgevoerd.
Pag. 3 van 22
I
OVERZICHT VAN DE WIJZIGINGEN IN HET PLAN
A. Ambtshalve wijzigingen
Toelichting Paragraaf 1.3 ‘Op dit moment geldt voor het plangebied het tijdelijke omgevingsplan ‘buitengebied Horst aan de Maas’ Wordt vervangen door: Voor de onderhavige ontwikkeling is met name het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas van belang. Motivatie Formulering is verbeterd. Het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas, is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van rechtswege.
Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 Verwijderen 3e alinea ‘Fysiek gezien wijzigt er ten opzichte van de huidige situatie niets. De gronden binnen het plangebied zijn momenteel in gebruik als landbouwgrond en zullen in de beoogde situatie worden ingericht als een natuurterrein. Door deze gronden in te richten als natuur wordt er een verbindingszone gerealiseerd tussen het bosgebied de Reulsberg en het dal van de Groote Molenbeek.’ Vervangen door: De gronden binnen het plangebied zijn in de huidige situatie in gebruik als landbouwgrond. In de beoogde situatie wordt het gebied getransformeerd tot een natuurterrein met een duidelijke landschappelijke en ecologische meerwaarde. In het kader van deze ontwikkeling worden verschillende landschappelijke maatregelen getroffen. Deze bestaan uit de aanleg van nieuw bos, een elzensingel, bomenrijen en meerdere poelen. Deze elementen versterken niet alleen de landschappelijke structuur, maar dragen tevens bij aan verbetering van de biodiversiteit en leefgebieden voor flora en fauna. Het natuurterrein zal worden beheerd door middel van extensieve begrazing, waarmee een gevarieerd en open landschap wordt bevorderd. Daarnaast worden nieuwe wandel- en struinpaden aangelegd, zodat het gebied op een passende wijze toegankelijk wordt voor recreatief medegebruik, zonder afbreuk te doen aan de
Pag. 4 van 22
natuurwaarden. Ook wordt ingezet op water- en bodemmaatregelen. Door maaiveldverlagingen, het dempen van bestaande sloten en de aanleg van poelen wordt de waterhuishouding verbeterd. Deze maatregelen vergroten de waterbergende capaciteit van het gebied en dragen bij aan het vasthouden van water, waarmee droogte-effecten worden tegengegaan en het gebied klimaatrobuuster wordt ingericht. Door de herinrichting van de gronden tot natuurgebied wordt tevens een ecologische verbindingszone gerealiseerd tussen het bosgebied De Reulsberg en het dal van de Groote Molenbeek. Hiermee ontstaat een samenhangend natuurareaal dat zowel landschappelijk als ecologisch van groot belang is voor de omgeving. Motivatie Beschrijving en ruimtelijke effecten van de ontwikkeling is verbeterd/aangevuld.
Paragraaf 4.2.2 Omgevingsverordening 2021 Vervangen door: ‘In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Omgevingsverordening 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Venloschol; ▪ Groenblauw mantel; ▪ Beekdal; ▪ Buitengebied. Venloschol Het is in het gebied Venloschol beneden de 5 meter NAP verboden: a. zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water te infiltreren; b. een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te hebben; c. een boorput te hebben; d. de grond te roeren e. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Betreffend perceel ligt op circa 23,5 m boven NAP. Dit betekent dat in het kader van de Venloschol in de praktijk de bodem tot een diepte van 18,5 meter geroerd kan worden. Dit is in dit geval niet aan de orde.
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van bodemingrepen die reiken tot de beschermingszone van de Venloschol. Groenblauwe mantel en beekdal De motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied in de groenblauwe mantel beschrijft: a. de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel;
Pag. 5 van 22
b. de waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de in het aanwijzingsbesluit aangewezen habitattypen en soorten in de Natura 2000 -gebieden (inclusief Natura 2000-gebieden ondergrondse kalksteengroeven) en overige bedreigde soorten die er hun leefgebied hebben; c. de waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg; d de waarde van het plangebied voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdal en e de wijze waarop rekening is gehouden met de waarden onder a tot en met d; f hoe op gebiedsniveau per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van de waarden onder a tot en met d. g. hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden met de kernkwaliteit “het groene karakter” worden de regels opgenomen in Bijlage IX gevolgd. De gronden binnen het plangebied die zijn aangewezen als groenblauwe mantel zijn in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg aangeduid als beekdal. Beekdalen kenmerken zich door een grote landschappelijke en ecologische variatie.
Binnen dit landschapstype komen uiteenlopende beektypen voor en kan onderscheid worden gemaakt tussen de bovenloop, middenloop en benedenloop van beken, elk met eigen ruimtelijke en ecologische eigenschappen. Beekdalen functioneren als belangrijke ecologische verbindingszones, waarin water en natuur leidend zijn. De kernkwaliteiten van dit landschapstype worden gevormd door de lagere ligging, de nattere en vochtgevoelige gronden en de aanwezigheid van natuurlijke waterdynamiek. Binnen het beekdal zijn veel gradiënten aanwezig, zowel in vocht, bodem en vegetatie als in hoogteverschillen. Met name de steilranden en de overgangen van het beekdal naar de hoger gelegen gronden herbergen bijzondere landschappelijke en ecologische waarden. Daarnaast zijn de in het beekdal aanwezige broekbossen van grote natuurwaarde. De ontwikkelingsvisie voor beekdalen is gericht op het ontwikkelen en versterken van deze gebieden tot herkenbare en structurerende elementen in het landschap. Dit draagt bij aan de leesbaarheid en samenhang van het landschap en versterkt tegelijkertijd natuurwaarden en ecologische verbindingen. Ook spelen beekdalen een belangrijke rol in het waterbeheer, onder meer door waterberging en het vasthouden van water in perioden van droogte.
Tot slot biedt de versterking van beekdalen kansen voor extensieve recreatie, passend binnen de draagkracht en karakteristiek van het landschap. Met het onderhavige initiatief wordt direct aangesloten bij de ontwikkelingsvisie voor de beekdalen. De huidige agrarische gronden worden ingezet voor natuurontwikkeling die past bij het karakter en de kernkwaliteiten van het beekdallandschap en de andere landschappen in de omgeving.
Buitengebied De vraag naar (grootschalige) bedrijfsruimte neemt toe. Tegelijkertijd is sprake van een voortdurende schaalvergroting binnen de bedrijvigheid, wat een steeds grotere impact heeft op de kwaliteit van de omgeving en het landschap. Daarnaast vragen maatschappelijke opgaven op het gebied van natuur, energietransitie, mobiliteit, klimaatadaptatie en woningbouw eveneens om ruimte. Deze stapeling van ruimteclaims maakt het noodzakelijk om weloverwogen en integraal keuzes te maken over de ruimte die voor bedrijvigheid kan en wil worden gefaciliteerd, met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik. Tegen deze achtergrond heeft de Provincie ervoor gekozen om de maximale oppervlakte van een bedrijfskavel te
Pag. 6 van 22
beperken tot 5 hectare. Deze maximale kavelgrootte is van toepassing op zowel nieuwe bedrijfsvestigingen op bedrijventerreinen als op nieuwe solitaire bedrijven buiten bedrijventerreinen, zoals in het buitengebied. Onderhavig initiatief heeft geen betrekking op het realiseren van bedrijfsruimte.
Paragraaf 4.3.1 (ontwerp) Omgevingsvisie Horst aan de Maas Verwijderen en vervangen door: 4.3.1 Omgevingsvisie Horst aan de Maas Op 16 december 2025 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de omgevingsvisie Horst aan de Maas vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om in 2040 een groene, gezonde woongemeente te zijn met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid, veiligheid, groen, economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente. Aan de hand van 8 thema’s wil de gemeente de ambitie tot een succes maken, deze worden hieronder kort toegelicht. 1. De leefomgeving is gezond en veilig De gemeente wil inzetten op een gezond en veilig gemeente, waar iedereen kan wonen, werken, ondernemen, sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige en veilige omgeving. 2. Woningen en voorzieningen naar behoefte De gemeente wil voldoende woningen bouwen en bestaande woningen aanpassen om op de demografische veranderingen aan te sluiten. 3. De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving De gemeente wil inzetten op werk en groei voor ondernemers. Hierbij is het van belang om bedrijventerreinnen te realiseren die circulair, groen en duurzaam zijn. De gemeente focust zich voornamelijk op lokale mkb bedrijven en agribusiness keten.
Echter blijft vrijetijdseconomie en de zorg belangrijke sectoren in de lokale economie en wil de gemeente deze sectoren ruimte geven in dorpen en het buitengebied. Zo wil de gemeente flexibele bedrijventerreinen inrichten, waar groei en ontwikkeling centraal staat. Daarnaast wordt er gezorgd voor ‘schuifruimte’. Op deze wijze kunnen bedrijven bij groei verhuizen. Als laatst is er aandacht voor revitalisering van bedrijventerreinen, waar de gemeente zich richt op de indeling van een vrijgekomen locatie om ruimte te creëren voor startende en groeiende lokale bedrijven. Slim en dubbel ruimtegebruik wordt hierbij gestimuleerd. 4. Toekomstbestendige agrarische sector De gemeente wil zich inzetten op toekomstgerichte, duurzame en innovatieve landbouwgebieden. Hier is een goede balans nodig tussen landbouw, natuur, water, bodem en een gezonde leefomgeving. Ze willen hun goede balans van hun agrarische sector vasthouden en verder versterken. Daarnaast is het van belang om een diverse agrarische sector te creëren voor een sterkere en minder kwetsbare economie. 5. Een sterk toeristisch-recreatief profiel voor rust- en plezierzoekers De gemeente wil goed ingericht zijn voor recreatie en toerisme. De gemeente wil dit behalen door zich in te zetten op een mooie, rustige omgeving waar genoeg recreatiemogelijkheden zijn.
De ontwikkelingen richten zich op het aantrekken van meer bezoekers, maar houdt rekening met de capaciteit van de wegen, natuur en dorpen.
Pag. 7 van 22
6. Identiteit door herkenbare landschappen en erfgoed De gemeente wil zich inzetten op het behouden en versterken van de eigenheid en kwaliteit van dorpen en linten. Daarnaast worden cultuurhistorische gebouwen, gebieden en landschappen behouden. Erfgoed moet beleefbaar en toegankelijk gemaakt worden voor iedereen. De gemeente kijkt naar de omgeving waarin het erfgoed ligt, waarbij kennis en maatwerk is hier van groot belang is. Als laatst is het van belang om herken bare en aantrekkelijke landschappen te realiseren. 7. Horst aan de Maas is groen en duurzaam De gemeente Horst aan de Maas wil in 2040 zoveel als mogelijk klimaatneutraal, klimaatbestendig en natuurinclusief zijn. Dit doen ze door zelf duurzame energie op te wekken en willen een slim energiesysteem dat opwekking, gebruik, opslag en omslag met elkaar verbindt. Het reizen moet hierbij ook groener worden. De natuurgebieden zijn met elkaar verbonden en kwetsbare natuur wordt extra goed beschermd door middel van natuurbuffers. Het bodem -en watersysteem moet hierbij goed gebalanceerd zijn. 8. Onze mobiliteit is op orde De gemeente streeft naar goed en veilig bereikbare gebieden. Er zijn minder verkeersslachtoffers en men sen voelen zich veiliger in het verkeer. Zowel in als buiten de dorpen zoeken ze steeds een goede balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, voor alle vormen van vervoer.
Daarnaast richten ze zich op duurzamere mobiliteit, sterkere vervoersknoop Horst-Sevenum en een betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen. In afbeelding 6 is de visiekaart van de gemeente Horst aan de Maas weergegeven. Op basis van deze visiekaart is het plangebied gelegen binnen het bedrijventerrein Greenport Venlo. Binnen de bedrijventerreinen zet de gemeente in op het versterken van werkgelegenheid die aansluit bij het arbeidsaanbod van de gemeente en de regio. Daarbij wordt ruimte geboden aan duurzame en innovatieve bedrijfsontwikkelingen en wordt ingezet op het klimaatbestendig, circulair en veilig inrichten van de bedrijventerreinen. Daarnaast is de locatie aangewezen als groene buffer van Greenport Venlo. De gemeente streeft hier naar het verbinden van de dorpen en omliggende natuurgebieden. In dit gebied zijn natuur en recreatie ondergeschikt aan de economische functies. Natuur krijgt binnen dit gebied met name vorm door de inrichting van een groene buffer tussen Greenport Venlo en de omliggende dorpen. Om deze reden is ook het landschapsplan Greenport Venlo opgesteld welke integraal deel uit maakt van de omgevingsvisie. In paragraaf 4.3.2 wordt hier nader op ingegaan.
Pag. 8 van 22
Planspecifiek Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op natuurontwikkeling. In de omgevingsvisie vormt natuur een essentieel onderdeel van een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. De gemeente zet in op het versterken en verbinden van groen-blauwe structuren, zodat de biodiversiteit toeneemt en het natuurlijke bodem- en watersysteem wordt hersteld. Natuurontwikkeling draagt bij aan klimaatadaptatie, verkoeling, waterberging en een aantrekkelijke woonomgeving. Daarbij dient gezocht te worden naar een goede balans tussen natuur, landbouw en recreatie. Kwetsbare natuurgebieden worden beschermd, terwijl op andere plekken ruimte is voor extensieve recreatie en natuurinclusieve landbouw. Conclusie De beoogde ontwikkeling, het omzetten van agrarische gronden naar natuur vormt een passende ontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit en de duurzaamheid van het gebied. Als onderdeel van de overkoepelende natuurontwikkeling van de Groote Molenbeek wordt hiermee een bijdrage geleverd aan het versterken van het ecologische netwerk en verbeteren van de waterberging.
Pag. 9 van 22
De ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen van de Omgevingsvisie, waarin het versterken van groen-blauwe structuren, natuurontwikkeling en een gezonde leefomgeving centraal staan. Hiermee is de ontwikkeling zowel ruimtelijk en ecologisch wenselijk, maar ook maatschappelijk waardevol. Daarnaast zet de gemeente binnen het plangebied in op het creëren van een groene buffer tussen de kernen en Greenport. Hierbij wordt met onderhavig initiatief aangesloten. Motivatie Bij de vaststelling dient te worden uitgaan van het geldende beleid op dat moment, in de toelichting dient daarom verwezen te worden naar de Omgevingsvisie.
Paragraaf 5.9.3 Water in relatie tot de ontwikkeling (nieuwe situatie) Vervangen door: ‘Het initiatief betreft de functiewijziging van agrarische gronden naar natuur. In het kader van deze ontwikkeling wordt nieuwe beplanting aangelegd en wordt nadrukkelijk ingezet op water- en bodemmaatregelen. Door het uitvoeren van maaiveldverlagingen, het dempen van bestaande sloten en de aanleg van poelen wordt de waterhuishouding in het gebied verbeterd. Deze maatregelen vergroten de waterbergende capaciteit, dragen bij aan het vasthouden van water en beperken daarmee de effecten van droogte. Hierdoor wordt het gebied klimaatrobuuster ingericht. Indien voor de uitvoering van deze werkzaamheden een (aanleg)vergunning is vereist, zal deze tijdig, voorafgaand aan de aanplantfase, worden aangevraagd. Hierbij zal advies worden ingewonnen bij het Waterschap’
Motivatie Beschrijving is verbeterd.
5.12.1 Archeologie Vervangen door: De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Dit kan de gemeente doen om archeologische monumenten in de bodem te beschermen of ze deskundig te laten opgraven. Gedurende de overgangsfase zijn de regels omtrent het aspect archeologie nog niet opgenomen in het Omgevingsplan. Deze zijn opgenomen in het gemeentelijke archeologiebeleid, op termijn worden deze regels opgenomen in het Omgevingsplan. Ook zijn er in de bruidsschat enkele bepalingen opgenomen over de aanvraagvereisten bij het slopen van bouwwerken in een gemeentelijke of rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht.
Pag. 10 van 22
Conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart zoals opgenomen in het programma Erfgoed is het plangebied deels gelegen in een terrein van (hoge) archeologische waarde, deels in een gebied met archeologische structuren, deels in een gebied met een kans op vindplaatsen en deels in een gebied met een lage kans op vindplaatsen. Binnen een terrein van (hoge) archeologische waarde betekent dat bij een bodemingreep waarbij de bodem dieper dan 30 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien het te verstoren oppervlakte meer dan 100 m² bedraagt. Binnen het gebied met archeologische structuren betekent dat bij een bodemingreep waarbij de bodem dieper dan 40 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien het te verstoren oppervlakte meer dan 500 m² bedraagt. Binnen het gebied met een kans op vindplaatsen betekent dat bij een bodemingreep waarbij de bodem dieper dan 40 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien het te verstoren oppervlakte meer dan 2.500 m² bedraagt. Binnen het gebied met een lage kans op vindplaatsen betekent dat bij een bodemingreep waarbij de bodem dieper dan 40 cm geroerd dient van tevoren onderzocht te worden op archeologische waarden indien het te verstoren oppervlakte meer dan 10.000 m² bedraagt.
Conclusie Archeologische waarden binnen het plangebied zijn beschermd via de geldende planregels. Voor het uitvoeren van bodemingrepen en andere werkzaamheden geldt, afhankelijk van aard en omvang, een vergunningplicht in de vorm van een aanlegvergunning.
Motivatie Met het programma Erfgoed is ook een nieuwe archeologische beleidskaart vastgesteld. Regels voor deze locatie zijn op dit punt gewijzigd, toelichting (en regels) worden op dit punt aangepast.
5.12.2 Cultuurhistorie Toevoegen: Gemeentelijk Uit de cultuurhistorische beleidskaart van het Programma Erfgoed blijkt dat het plangebied is gelegen binnen beleidszone 3 (positieve of basiswaarde). In gebieden met een positieve en basiswaarde geldt dat het cultuurhistorisch belang als één van de deelbelangen in de afweging meedoet. Bijzondere aandacht hebben we daar voor kansen die ontstaan om de kwaliteit in gebieden met een positieve waarde te verbeteren. Specifieke aandacht bestaat hier voor de landschapselementen die op de cultuurhistorische waardenkaart in deze deelgebieden zijn weergegeven. Het plangebied is gelegen binnen een cultuurlandschap met een positieve of basiswaarde (beleidszone 3). In gebieden met een positieve en basiswaarde geldt dat het cultuurhistorisch belang als één van de deelbelangen
Pag. 11 van 22
in de afweging meedoet. Bijzondere aandacht heeft de gemeente voor kansen die ontstaan om de kwaliteit in gebieden met een positieve waarde te verbeteren. Specifieke aandacht bestaat hier voor de landschapselementen die op de cultuurhistorische waardenkaart in deze deelgebieden zijn weergegeven. De gronden binnen het plangebied zijn in de huidige situatie in gebruik als landbouwgrond. In de beoogde situatie wordt het gebied getransformeerd tot een natuurterrein met een duidelijke landschappelijke en ecologische meerwaarde. In het kader van deze ontwikkeling worden verschillende landschappelijke maatregelen getroffen. Deze bestaan uit de aanleg van nieuw bos, een elzensingel, bomenrijen en meerdere poelen. Deze elementen versterken niet alleen de landschappelijke structuur, maar dragen tevens bij aan verbetering van de biodiversiteit en leefgebieden voor flora en fauna. Het natuurterrein zal worden beheerd door middel van extensieve begrazing, waarmee een gevarieerd en open landschap wordt bevorderd. Daarnaast worden nieuwe wandel- en struinpaden aangelegd, zodat het gebied op een passende wijze toegankelijk wordt voor recreatief medegebruik, zonder afbreuk te doen aan de natuurwaarden. Ook wordt ingezet op water- en bodemmaatregelen. Door maaiveldverlagingen, het dempen van bestaande sloten en de aanleg van poelen wordt de waterhuishouding verbeterd.
Deze maatregelen vergroten de waterbergende capaciteit van het gebied en dragen bij aan het vasthouden van water, waarmee droogte-effecten worden tegengegaan en het gebied klimaatrobuuster wordt ingericht. Door de herinrichting van de gronden tot natuurgebied wordt tevens een ecologische verbindingszone gerealiseerd tussen het bosgebied De Reulsberg en het dal van de Groote Molenbeek. Hiermee ontstaat een samenhangend natuurareaal dat zowel landschappelijk als ecologisch van groot belang is voor de omgeving. De inrichting van het natuurgebied sluit aan bij het Landschapsplan Greenport Venlo. Aan dit landschapsplan is een zorgvuldige ruimtelijke vertaalslag voorafgegaan van het Groenplan en indicaties uitvoeringsprogramma. Op basis hiervan is het Landschapsplan Greenport Venlo opgesteld, waarin door middel van een inhoudelijke verdiepingsslag de gewenste landschapsstructuur verder is uitgewerkt. Het landschapsplan vormt een integraal kader waarin niet alleen landschappelijke aspecten zijn opgenomen, maar waarin tevens aandacht wordt besteed aan functionele ecologische eisen, evenals aan stedenbouwkundige en infrastructurele ruimtelijke ontwikkelingen. Hiermee is bij het opstellen van het landschapsplan nadrukkelijk aangesloten bij de kenmerken en kwaliteiten van het cultuurlandschap.
Doordat de inrichting van het plangebied aansluit bij dit landschapsplan, kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de landschappelijke uitgangspunten en doelstellingen van Greenport Venlo.
Motivatie Ontbrekende gemeentelijk beleid wordt opgenomen in toelichting
Paragraaf 6.1 Financieel- economische uitvoerbaarheid Toevoegen onder kopje Kostenverhaal
Pag. 12 van 22
‘Betreffende ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van natuur. Er is zodoende geen sprake van een bouwplan waarvoor een kostenverhaal verplicht is. Voor het initiatief zijn wel ambtelijke kosten in de vorm van legeskosten van toepassing.’ Motivatie Ontbrekende tekst met de consequenties voor ontwikkeling is toegevoegd.
Toevoegen onder kopje Nadeelcompensatie ‘Met de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten, ten aanzien van het verhaal van eventuele nadeelcompensatie. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee geborgd.’ Motivatie Ontbrekende tekst met de consequenties voor ontwikkeling is toegevoegd.
Regels Artikel 1 Begripsbepalingen Verwijderd Artikel 1.3 Driftgevoelige functie Motivatie Begrip komt niet voor in de regels van het plan.
Toegevoegd Gewasbeschermingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309); Motivatie Begrip ontbrak in ontwerp
Artikel 5 Natuur Verwijderen
Pag. 13 van 22
5.4 Beoordelingsregels voor afwijken bouwactiviteiten Het bevoegd gezag kan middels een binnenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het bepaalde in lid 5.3 ten behoeve van gebouwen in verband met het extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat: a. de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3; b. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden zoals bedoeld in lid 5.2.
Motivatie Afwijkingsbevoegdheden zoals in bestemmingsplannen werden opgenomen onder de Wet ruimtelijke ordening zijn in deze vorm niet meer toegestaan onder de Omgevingswet.
Artikel 6 Waarde archeologie 2 Nieuw artikel Op grond van de nieuwe archeologische beleidskaart (programma Erfgoed) wordt een extra waarde Archeologie opgenomen in de planregel
Artikel 6 Waarde archeologie 3 Artikel wordt geheel vervangen Artikel 7 Waarde Archeologie 3
Motivatie Regels zijn aangepast op grond van het programma erfgoed en de nieuwe archeologisch beleidskaart met de daarbij horende regels.
Nieuw artikel Artikel 8 Waarde – archeologie 4
Op grond van de nieuwe archeologische beleidskaart (programma Erfgoed) wordt een extra waarde Archeologie opgenomen in de planregels
Pag. 14 van 22
Nieuw artikel Artikel 9 Waarde -archeologie 6 Op grond van de nieuwe archeologische beleidskaart (programma Erfgoed) wordt een extra waarde Archeologie opgenomen in de planregels
Artikel 7 Waarde- zone bronsgroene landschapzone Vervangen door Artikel 10 Waarde – Groenblauwe mantel 10.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waarde - Groenblauwe mantel’. 10.2 Functieomschrijving De voor 'Waarde – Groenblauwe mantel’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) mede aangewezen voor het behoud en bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn:
a. het groene karakter b. het visueel ruimtelijk karakter c.
het cultuurhistorisch erfgoed;
d. het reliëf; e. e. ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdal. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 15 is van toepassing. Motivatie De tekst is afgestemd op beleid van provincie zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
Verwijderen 9.3 Ondergronds bouwen Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.
Pag. 15 van 22
Artikel is verwijderd, niet relevant ongewenst voor deze ontwikkeling.
Verwijderen 9.4 Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag In afwijking van het overige in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmtekoudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende functie toegestane bouwhoogte van gebouwen.
Artikel is verwijderd, niet relevant/ ongewenst voor deze ontwikkeling.
Verwijderen 9.5 Bouwen in de buurt van agrarische bedrijven De afstand van een geurgevoelig object tot: • omliggende agrarische bouwpercelen; • op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomteelt; • gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen boomteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden); zal ten minste 50 m bedragen. Artikel is verwijderd, niet relevant/ ongewenst voor deze ontwikkeling. Verwijderen 10.2 Warmte-koudeopslag Open en gesloten systemen die door middel van het isolerend vermogen van de ondiepe bodem energie opwekken, niet zijnde aardwarmte, zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. open en gesloten systemen niet zijn toegestaan binnen gronden met de aanduiding 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied', 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - hydrologische beschermingszone'; b. gesloten systemen binnen gronden met de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' uitsluitend zijn toegestaan tot een diepte van 5 m boven NAP.
Artikel is verwijderd, niet relevant/gewenst voor deze ontwikkeling.
Verwijderd 11.3 Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied
Pag. 16 van 22
11.3.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als extensiveringsgebied. Artikel is verwijderd, niet relevant/gewenst voor deze ontwikkeling
Toevoegen Artikel 14.3 Milieuzone- spuitvrije zone 14.3.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 14.3.2 Gebruiksregel Op de gronden is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan
Motivatie Op een deel van het plangebied is een spuitzone gelegd. Dit in verband met een ontwikkeling op het aangrenzende terrein.
Verwijderd Artikel 12 Algemene vergunningplicht voor afwijken 12.1.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakteen inhoudsmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; b. van de functieregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven; c. teneinde de op de verbeelding ingetekende begrenzingen, niet zijnde functiegrenzen, met maximaal 10 m te verschuiven; d. van de functieregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; e. van de functieregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m;
Pag. 17 van 22
f.
van de functieregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt,
mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2. de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid;
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Gelet op de aard van het TAM-omgevingsplan voor deze locatie heeft het geen meerwaarde om voor deze onderwerpen regels op te nemen. Het artikel is geheel verwijderd.
Artikel 13 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 13.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsplanactiviteit ter plaatse van de hierna genoemde functies of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:
Ter plaatste van de functie / aanduiding Natuur Waarde - Archeologie 3* overige zone - beekdal
Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden** a b c d e f g h a c d e f g a b c d e f g h a b c d e f h
* zie artikel 13.2, onder a. ** de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsplanactiviteit is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk) De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen
Pag. 18 van 22
g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 13.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 13.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. in de situaties genoemd in de tabel in lid 13.1 bij de volgende cijfers: 1. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s); c. op de gronden gelegen binnen bouwvlakken; d. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
13.3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 13.1 alleen indien door de in lid 13.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 13.4 Procedure a. De aanvrager van een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 13.1 op of in gronden met de hierna genoemde functies legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: 1. Waarde - Archeologie 3; b. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 13.1 verleent, wordt bij de volgende functies en aanduidingen schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1. overige zone – beekdal.
1. Vervangen door: Artikel 15 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 15.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde functies of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:
Pag. 19 van 22
De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 15.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in lid 15.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden:
a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s); b. op de gronden gelegen binnen (agrarische) bouwvlakken danwel binnen voor ‘wonen’ aangewezen gronden; c. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
15.3 Beoordelingsregels Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.1 alleen indien:
Pag. 20 van 22
a. door de in lid 15.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. b. de ontwikkeling passend is binnen het inrichtingsplan, zoals opgenomen in bijlage 1. c. Streekeigen beplanting van lokale herkomst wordt toegepast. d. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.1 verleent, wordt bij de volgende aanduidingen schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1. overige zone – beekdal.
Motivatie Formulering van de regels is verbeterd. Daarnaast zijn de regels ten aanzien van archeologie verwijderd aangezien deze zijn opgenomen in artikelen Waarde- Archeologie.
Verwijderd
Motivatie Formulering voldoet niet aan omgevingswet. Bepaling heeft geen meerwaarde gelet op de aard van het plan.
Artikel 14 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Lid 2 verwijderen Regel voldoet niet aan omgevingswet, wordt daarom verwijderd.
Pag. 21 van 22
Artikel 15 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Vervangen door 14.2 Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM omgevingsplan Ruttenweg 3 Horst en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het TAM-omgevingplan Ruttenweg 3 strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ en het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Motivatie Overgangsbepalingen zijn aangepast in relatie tot het opgenomen verbod ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen.
Pag. 22 van 22
Bijlagen bij regels Toevoegen Bijlage 1: inrichtingsplan Motivatie In de beoordelingsregels voor ‘aanlegvergunningen’ wordt verwezen naar het inrichtingsplan.
Verbeelding Toegevoegd gebiedsaanduiding Milieuzone – spuitvrije zone
Motivatie Gelet op aanpassingen regels (toevoegen 14 lid 3 Milieuzone – spuitvrije zone) dient ook de verbeelding aangepast te worden.
Vervangen Dubbelbestemming Waarde -zone bronsgroene landschapzone Door: Dubbelbestemming Waarde- Groenblauwe mantel Motivatie Verbeelding wordt in samenhang met aanpassing regels (nieuw artikel 10 Waarde Groenblauwe mantel), afgestemd op provinciaal beleid.