04c Bp Toelichting
Tekst van het document
Dit duidt op een tekort aan bedrijfsruimte. De omvang van de leegstaande panden is tevens onvoldoende om te voorzien in reële alternatieven voor het beoogde initiatief. Binnen de gemeente Horst aan de Maas bestaat een acute behoefte aan nieuwe bedrijfskavels.
33
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
Ad 5.
Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied is niet gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied en is volledig gelen in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Wel vinden de ontwikkelingen plaats op reeds bestaande, bebouwde (bedrijfs)locaties in het buitengebied. Op deze locaties vindt een herontwikkeling plaats. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het bestemmingsplan voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. De ruimtelijke ontwikkeling is niet gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Echter, het voornemen voorziet in een ontwikkeling die onderdeel uitmaakt van de Subsidieregeling sanering varkenshouderij. Derhalve zijn deze ontwikkelingen alleen in het buitengebied mogelijk. Naast de ladder voor duurzame verstedelijking is in het kader van een goede ruimtelijke ordening het noodzakelijk om de behoefte van de wijziging van de agrarische percelen aan te tonen.
Belangrijk hierbij te vermelden is dat de omschakeling van de varkenshouderijen naar andere (al dan niet agrarische) bedrijven voortvloeit uit de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Srv). Dit ten behoeve van onder andere mestvermindering en minder varkensrechten. Zoals eerder vermeld, voorziet de Srv slechts voor een deel in een tegemoetkoming van kosten. Een deel zal op een andere manier moeten worden bekostigd. Daar komt het flankerend beleid van de gemeente (en provincie) bij kijken. In het kader van een goede ruimtelijke ordening toont deze toelichting aan dat de ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een zorgvuldige benutting van de ruimte en in die zin in overeenstemming is met de Ladder.
4.10 Verkeer en parkeren Toetsingskader Voor een ruimtelijk initiatief geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een voornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De vuistregels en kengetallen worden in de publicatie bepaald aan de hand van de stedelijkheidsgraad van een gemeente en de locatie van de ontwikkeling. Onderzoek - verkeer In de toekomstige situatie wordt een opslagloods (maximaal 4.250 m2 ) en een kleinschalig agrarisch bedrijf planologisch mogelijk gemaakt. De twee bedrijfswoningen op de verschillende percelen blijven conform de bestaande situatie gelijk en zijn derhalve buiten beschouwing gelaten. Wat betreft de opslagloods (bedrijfscategorie 1 en 2) met een oppervlakte van maximaal 4.250 m2 moet op grond van deze publicatie rekening worden gehouden met een verkeersgeneratie van 5,7 ritten per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte per etmaal.
Dit komt neer op totaal 242 ritten per etmaal. Wat betreft het agrarisch bedrijf is rekening gehouden met 18 ritten per etmaal. Gezamenlijk kan in de toekomstige situatie worst-case een verkeersgeneratie van circa 260 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal worden verwacht. Vanwege de ligging van het plangebied direct aan de noordzijde van het dorp Swolgen, met directe ontsluiting op de Donkerstraat zijn hier echter geen capaciteitsproblemen van de wegen te verwachten. Ook bestaat de verwachting dat het aantal
34
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie niet toeneemt. Onderzoek - parkeren Naast een verkeersaantrekkende werking neemt de parkeerbehoefte in het gebied als gevolg van het planvoornemen ook toe. Echter wordt in het planvoornemen parkeren op het eigen erf opgelost. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar wat betreft het aspect verkeer en parkeren.
4.11 Luchtkwaliteit Toetsingskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (hierna: NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Deze programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (hierna: nibm) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe wet geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. Onderzoek Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool kan de toename van de stoffen NO2 en PM10 worden bepaald. Het planvoornemen maakt een opslagloods en kleinschalige agrarische activiteiten mogelijk. Zoals in paragraaf 4.10 reeds is onderbouwd veroorzaken deze activiteiten worst-case een verkeersgeneratie van circa 260 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Voor de nibm-tool is worst-case uitgegaan van 20%.
35
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
Uit de berekeningen met de bovenstaande nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) niet overschrijdt. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege de toename van het verkeer is niet noodzakelijk. Onderzoek achtergrondniveau Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het plangebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Daartoe is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2020, welke in maart 2020 zijn gepubliceerd. Het RIVM produceert deze kaarten jaarlijks. De kaarten geven een beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren. Per kilo-metervak worden de concentraties voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen weergegeven waarvoor Europese regelgeving bestaat. De kaarten op deze website hebben een juridisch-formele status. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen betreffen stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM2.5 en PM10 ). De grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM2.5 en PM10 ) uit de wet zijn opgenomen in de navolgende tabel. Luchtconcentratie
Norm
NO2
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
PM2.5
jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
PM10
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Tabel 4.2: Grenswaarden luchtkwaliteitseisen Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat de achtergrondniveaus ter plaatse ruim onder de wettelijke normen blijven. Conclusie Het project kan worden beschouwd als een nibm-project. Daarnaast is de luchtkwaliteit in en rond het besluitgebied zodanig dat de normen voor een goed woonklimaat worden gewaarborgd. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
36
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
4.12 Explosieven Toetsingskader en onderzoek Ten behoeve van het projectgebied Donkerhoek 4 te Swolgen in de gemeente Meerlo staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: CS-VROO). Daar het CS-VROO nog geen concrete richtlijnen kent met betrekking tot de afbakening van verdachte gebieden, is tevens gebruik gemaakt van de richtlijnen uit het tot 1 januari 2021 van kracht zijnde Werkveldspecifiek Certificatieschema Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, versie juli 2016). De rapportage is opgenomen als Bijlage 6. In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn beperkte indicaties aangetroffen welke wijzen op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het plangebied.
Omdat de oorzaak en omvang van deze beschietingen niet te achterhalen zijn, maar er wel diverse ruimingen in de directe nabijheid van het plangebied hebben plaatsgevonden, is het hele gebied verdacht bevonden op verschoten geschutmunitie van diverse nationaliteiten met een maximum kaliber van 15 cm, tot een diepte van maximaal 1,6m-MV, wat neer komt op een diepte van 16,9m-NAP. Conclusie Gezien de grootschalige na-oorlogse bodemroeringen ter hoogte van het plangebied heeft BeoBOM bij de uitgevoerde bodemroerende werkzaamheden een begeleidende rol gehad. Op deze manier konden de onderzoeksbureau's veilig werken en zijn de benodigde onderzoeken uitgevoerd.
4.13 M.e.r.-beoordeling Inleiding Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, mag deze beoordeling beknopt zijn. Door te toetsen aan de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. wordt bepaald of de ontwikkelingen in het kader van dit bestemmingsplan m.e.r.-plichtig zijn of dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoende is. Dit plan voorziet in het wijzigen van de bestemming, in feite het legaliseren van de feitelijk situatie. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C en D van de bijlage bij het besluit m.e.r.
Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure, dan wel m.e.r. beoordelingsprocedure te doorlopen. Onderzoek In onderhavig plan gaat het om de realisatie van deels een grondgebonden veehouderij en deels een opslagbedrijf (statische/langdurig). Initiatiefnemer schakelt wat betreft het houden van vee om naar een agrarische paardenhouderij op de locatie Donkerhoek 4. Op Gun 13 is de initiatiefnemer niet voornemens om dieren te houden.
37
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
De activiteit die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, sluit aan bij de volgende onderdelen van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Onderdeel D 11.2: 'uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden behorende bij deze categorie worden echter niet overschreden: een oppervlakte van 200 ha of meer; 2.000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Onderdeel D 14: 'de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren.' Binnen deze categorie zijn per diersoort specifieke aantallen genoemd. De drempelwaarde in sub 12° gaat over paarden en luidt: 100 stuks paarden of pony’s (Rav cat. K.1 en K.3), waarbij het aantal bijbehorende dieren in opfok jonger dan 3 jaar niet wordt meegeteld (Rav cat. K.2 en K.4). De drempelwaarde wordt niet overschreden. Ook de drempelwaarden voor koeien en schapen worden niet overschreden. Het plan overschrijdt de drempelwaarden niet. Het plan is dusdanig kleinschalig van aard en omvang dat het ruimschoots onder de drempelwaarden voor ontwikkelingen blijft, zoals die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het planvoornemen geen significante effecten op de omgeving heeft.
Gezien de afwezigheid van die effecten is een m.e.r.-beoordeling dan ook niet nodig. Dit blijkt tevens uit de aanmeldnotitie die als bijlage 7 is opgenomen. Conclusie Het planvoornemen leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen en is wat betreft het Besluit m.e.r. uitvoerbaar.
38
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Algemeen
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het bestemmingsplangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Ook zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd. Vanaf 1 januari 2010 wordt het bestemmingsplan ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Als de digitale en analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend.
5.2
Planregels
Voor wat betreft de regels is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek en inhoud van het Buitengebied Horst aan de Maas (vastgesteld op 19 december 2017), de parapluplannen en herziening in acht genomen. De regels zijn opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Deze indeling ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
In hoofdstuk 1 is een uitleg van de in het wijzigingsplan gebruikte begrippen opgenomen. De standaard begripsomschrijvingen van de gemeente zijn aangevuld met die begrippen, die specifiek in dit bestemmingsplan voorkomen en waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen. Om de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken te kunnen bepalen, is daarnaast aangegeven hoe deze worden gemeten. 5.2.2
Bestemmingsregels
Het plangebied kent twee enkelbestemmingen en vier archeologische dubbelbestemmingen. Deze worden navolgend besproken. Agrarisch met waarden De locatie aan Gun 13 behoudt de agrarische bestemming en het bouwvlak, en krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'. De relatielijn blijft behouden tussen Gun 13 en het perceel aan de overzijde van de weg. Het resterende stuk perceel aan Donkerhoek 4 behoudt ook zijn agrarische bestemming en krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'.
39
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig grondgebruik. Grondgebonden agrarische bedrijven zijn ook toegestaan (een grondgebonden veehouderij wordt hier niet onder verstaan); dit is een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond. Omdat ter plaatse van (een deel van) beide percelen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij' is aangebracht, is op grond van deze aanduiding ook een geheel of overwegend grondgebonden veehouderij toegestaan. Dit is een agrarisch bedrijf waarbij het gebruik van agrarische gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf zoals een melkveehouderij, een paardenhouderij, een opfokbedrijf of een biologisch veehouderijbedrijf. Het grote deel van de bouwwerken moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. Ter plaatse van een bouwvlak mogen uitsluitend de bij één agrarisch bedrijf behorende bouwwerken worden gebouwd. Er is bij Gun 13 géén bedrijfswoning toegestaan, bij Donkerhoek 4 1 bedrijfswoning. Voor het bouwen van gebouwen, bedrijfswoningen, bijbehorende bouwwerken, teeltondersteunende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn nadere bouwregels opgenomen. Deze zijn weergegeven in tabellen in de planregels.
Onder voorwaarden kan de gemeente in een paar gevallen bij binnenplanse omgevingsvergunning afwijken van een aantal bouwregels. Tot slot zijn een aantal gebruiksregels geformuleerd. Ook van een aantal gebruiksregels kan de gemeente onder voorwaarden bij binnenplanse omgevingsvergunning afwijken. Voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden geldt een vergunningplicht. Deze gevallen zijn geregeld in de algemene regels (hoofdstuk 3), in Artikel 15. Tot slot zijn een aantal wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Bedrijf De locatie aan Donkerhoek 4 krijgt gedeeltelijk de bestemming 'Bedrijf' met aanduiding 'opslag'. Hierdoor zijn binnen de bedrijfsbestemming zowel bedrijven behorend tot categorie 1 en 2 (en daarmee gelijk te stellen bedrijven) als opslag mogelijk. Ten behoeve van de huidige en de te bouwen loodsen wordt de aanduiding 'oppervlakte (m2)' opgenomen op de verbeelding voor 4.500 m2 bebouwing. De bouwwerken moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak. Er is bij Donkerhoek 4 1 bedrijfswoning toegestaan. Voor het bouwen van gebouwen, bedrijfswoningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn nadere bouwregels opgenomen. Deze zijn weergegeven in tabellen in de planregels. Tot slot zijn een aantal gebruiksregels geformuleerd.
Ook van een aantal gebruiksregels kan de gemeente onder voorwaarden bij binnenplanse omgevingsvergunning afwijken. Voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden geldt een vergunningplicht. Deze gevallen zijn geregeld in de algemene regels (hoofdstuk 3), in Artikel 15. Waarde - Archeologie 2 / 3 / 4 / 6 De voor 'Waarde - Archeologie 2 / 3 / 4 / 6' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Voor het bouwen geldt een vergunning- en onderzoeksplicht in geval dat de grond dieper wordt geroerd dan: Waarde - Archeologie 2: 30 centimeter en de oppervlakte groter is dan 100 m2 ;
40
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
Waarde - Archeologie 3: 50 centimeter en de oppervlakte groter is dan 500 m2 ; Waarde - Archeologie 4: 50 centimeter en de oppervlakte groter is dan 2.500 m2 ; Waarde - Archeologie 6: 50 centimeter en de oppervlakte groter is dan 2.500 m2 ; Voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden geldt een vergunningplicht. Deze gevallen zijn geregeld in de algemene regels (hoofdstuk 3), in Artikel 15. 5.2.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens het bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Hierin zijn een aantal algemene bouwregels geformuleerd. Bijvoorbeeld: zo kunnen ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten worden bij de wijze van meten. Ook zijn regels gesteld voor het ondergronds bouwen (bijvoorbeeld kelders) en het realiseren van warmte-koudeopslag. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is opgenomen welk gebruik van gronden en/of bouwwerken in ieder geval verboden is. Ook staan hierin de voorwaarden om (bij recht) een bed & breakfast en een aan huis verbonden beroep te starten. Algemene aanduidingsregels Ter plaatse van een deel van het plangebied geldt de zone 'overige zone - kampen'. Deze gronden zijn tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. De landschaps- en natuurwaarden zijn nader uitgewerkt in dit artikel.
Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels kan de gemeente in een aantal situaties en onder voorwaarden onder andere inhoudsmaten vergroten, toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, et cetera. Algemene wijzigingsregels Er zijn een aantal wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden geldt een vergunningplicht. Deze gevallen zijn geregeld in de algemene regels (hoofdstuk 3), in Artikel 15. Overige regels In de overige regels zijn de parkeer- en laad- en losregels opgenomen. 5.2.4
Overgangs- en slotregel
De gebruikelijke regeling met betrekking tot het overgangsrecht is hierin opgenomen. In de slotregel is de naamgeving van het bestemmingsplan opgenomen.
41
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
42
Donkerhoek 4 / Gun 13 te Swolgen
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In de periode 25 november 2019 tot en met 15 januari 2020 is de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Srv) opengesteld. Varkenshouderijen binnen de concentratiegebieden Zuid en Oost waaronder ook binnen gemeente Horst aan de Maas - konden zich binnen deze periode aanmelden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst aangegaan waarin het kostenverhaal is geregeld. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd. De economische uitvoerbaarheid van deze projecten is hiermee voldoende gewaarborgd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg
In het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het bestemmingsplan kortgesloten met de gebruikelijke vooroverlegpartners. De provincie heeft laten weten dat zij het plan heeft beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen, maar dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Het waterschap heeft middels een reactie op de watertoets haar terugkoppeling gegeven. Zie hiervoor paragraaf 4.6. 6.2.2
Omgevingsdialoog
Er zijn verschillende omgevingsdialogen gevoerd. Zo zijn er voor de saneringslocaties omgevingsdialogen gevoerd in de vorm van keukentafelgesprekken. Het doel van een omgevingsdialoog is het mogelijk maken van een goede belangenafweging. De afweging blijft een verantwoordelijkheid van de gemeente. Als een initiatiefnemer de buren en andere belanghebbenden betrekt, dan levert dat informatie op die het mogelijk maakt een goede afweging te maken. De gemeente neemt vervolgens zelfstandig een autonoom besluit. De uitkomst van de omgevingsdialoog wordt daarin meegewogen, maar is niet bepalend. 6.2.3
Inspraak
Gelet op de aard van het bestemmingsplan en gezien het voortraject van 'Veegplan 2021' en de participatie, wordt afgezien van het houden van inspraak. 6.2.4
Zienswijzen
Het ontwerp-bestemmingsplan is gedurende zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. De gemeente heeft het bestemmingsplan op de nog openstaande punten aangevuld en geactualiseerd.
43