04c Bijlage 1. Beslisdocument deelopdracht 2 planfase v15-7
Tekst van het document
Beslisdocument planfase deelopdracht 2
1/33
Beslisdocument planfase deelopdracht 2
9 juli 2025 Projectgroep & werkgroepen
GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG
2/33
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 5 Inleiding........................................................................................................................... 5 1.1
Context ........................................................................................................... 5
1.2
Gefaseerde besluitvorming over de toekomst van NLW .................................. 5
1.3
Samenloop met deelopdracht 3 ...................................................................... 6
1.4
Doel beslisdocument ....................................................................................... 6
1.5
Globale aanpak ............................................................................................... 6
1.6
Leeswijzer ...................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 8 Waarde en risico’s NLW.................................................................................................... 8 2.1
Inleiding ......................................................................................................... 8
2.2
Balans ............................................................................................................. 8
2.3
Exploitatie .................................................................................................... 12
2.4
Fiscaal-juridische analyse ............................................................................. 13
2.5
Risico’s (balans en exploitatie) ..................................................................... 14
Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 16 Ontvlechtingsafspraken ................................................................................................. 16 3.1
Inleiding ....................................................................................................... 16
3.2
1. De te hanteren verdeelsleutel ................................................................... 16
3.3
2. Vergoeding plaatsingskosten stafpersoneel .............................................. 16
3.4
3. Waarde vastgoed Panningen ..................................................................... 16
3.5
4. Verdeling van de (resterende) waarde van NLW ....................................... 16
3.6
5. Overige ontvlechtingsafspraken ............................................................... 17
Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 19 Transitiefase .................................................................................................................. 19 4.1
Inleiding ....................................................................................................... 19
4.2
Transitiefase ................................................................................................. 19
4.3
Tijdlijn personeel: doelgroep en stafpersoneel ............................................. 20
4.4
Tijdlijn juridisch: opheffen stichtingen, NV en GR (na 1 januari 2027) ......... 25
4.5
Inschatting incidentele kosten...................................................................... 28
4.6
Risico’s en beheersmaatregelen transitieperiode ......................................... 29
Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 31 Benodigd werkbudget .................................................................................................... 31 5.1
Onderscheid werkbudget en incidentele kosten ............................................ 31
5.2
Inschatting benodigd werkbudget ................................................................ 31
5.3
Monitoring .................................................................................................... 32
Bijlage 1A. Tijdlijn personeel .......................................................................................... 33
3/33
Samenvatting Inleiding en Context In december 2020 hebben de gemeenteraden van Horst aan de Maas, Venray en Peel en Maas de strategische koers 2021-2030 van NLW vastgesteld. Eind 2022 bleek deze koers niet uitvoerbaar. Daarom heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van de GR NLW in 2022 een korte- en langetermijn opdracht vastgesteld: •
Kortetermijnopdracht: Stabiliseren van de bedrijfsvoering van NLW Groep N.V.
•
Langetermijnopdracht: Brede analyse van participatie en re-integratie van alle doelgroepen en het gemeentelijk participatiebeleid.
Dit beslisdocument richt zich op de langetermijnopdracht en specifiek de toekomst van NLW.
Gefaseerde Besluitvorming De besluitvorming over de toekomst van NLW is opgedeeld in drie fasen, waarbij elke fase wordt afgesloten met een besluit. Fase 1 betreft de strategiefase, fase 2 de planfase en fase 3 de transitiefase. Zie de onderstaande figuur. Dit beslisdocument richt zich op de planfase (fase 2). In deze fase worden ontvlechtingsafspraken gemaakt ten aanzien van de NLW NV.
1. Strategiefase
3. Transitiefase
2. Planfase Huidige fase
Onderzoeken van: Bestuursopdracht
- Argumentatie keuze toekomst GR en NV - Kader samenwerking toekomst - Planning fase 2 en 3
Besluit toekomst GR+NV en vervolg samenwerking
Uitwerking van: - Waarde en risico s NLW - Ontvlechtingsafspraken - Transitie (fase 3)
Tweede helft 2024
Eerste helft 2025
Besluit ontvlechting NLW
September 2025
Transitie NLW
Steeds grotere mate van detail
Hiervoor is onderzoek gedaan naar de waarde en risico’s van NLW, de te maken ontvlechtingsafspraken tussen de drie gemeenten, de komende transitiefase (fase 3) en het benodigde werkbudget voor de transitiefase.
Waarde en Risico’s NLW De netto waarde van NV en GR samen bedraagt op basis van de jaarrekening 2023 indicatief € 4,5 mln. Dit bedrag is inclusief de te ontvangen middelen uit de verkoop van het vastgoed van NLW. Er zijn diverse risico’s geïdentificeerd, maar er zijn geen nieuwe ‘rode vlaggen’ naar voren gekomen (zie daarvoor paragraaf 2.5 met de risico’s).
4/33
Ontvlechtingsafspraken Er zijn afspraken gemaakt over de ontvlechting van NLW. De te hanteren verdeelsleutel voor de ontvlechting staat aangegeven in onderstaande tabel.
Verdeelsleutel ontvlechting
Venray Peel en Maas Horst aan de Maas 35% 35% 30%
Deze verdeelsleutel wordt toegepast op alle kosten (en baten) die verband houden met de ontvlechting van NLW.
Transitiefase (fase 3) De transitiefase richt zich op de opheffing van de NLW NV en GR. De transitiefase bestaat uit twee onderdelen: •
De richtdatum voor de ontvlechting en overgangsmoment naar drie afzonderlijke gemeentelijke organisaties met een ‘lege’ NV en GR is 1 januari 2027. Er is een tijdlijn opgesteld voor het personele proces; zie bijlage 1A. Deze tijdlijn is gericht op zowel de stafmedewerkers als de doelgroepmedewerkers. In de tijdlijn wordt de functie van interim directeur genoemd. De interim directeur is verantwoordelijk voor het begeleiden van het transitieproces, waarbij de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd blijft en zowel de doelgroepmedewerkers als de stafmedewerkers adequaat worden ondersteund tijdens de transitie.
•
Vervolgens vindt na 1 januari 2027 de opheffing van de twee stichtingen, de NV en de GR plaats. Voor dit juridische proces is eveneens een tijdlijn gemaakt.
Benodigd Werkbudget Naast de reguliere jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aan NLW van (in totaal) 1,9 mln. is er aanvullend een werkbudget nodig om de incidentele kosten te kunnen voorfinancieren. In totaal gaat het dan om een bruto bedrag van ongeveer € 12 miljoen dat volgens de eerder genoemde verdeelsleutel wordt verdeeld over de drie gemeenten. Per gemeente gaat het dan om de volgende (bruto) bedragen: Venray:
€
4.200.000
Peel en Maas:
€
4.200.000
Horst aan de Maas:
€
3.600.000
TOTAAL TRANSITIEBUDGET:
€ 12.000.000
Per saldo komen de netto benodigde bedragen lager uit, bijvoorbeeld vanwege de te ontvangen middelen uit de verkoop van het vastgoed van NLW in 2026. De uiteindelijke kosten zijn afhankelijk van het verloop van het transitieproces. De transitieperiode brengt veel uitdagingen met zich mee waarbij parallel gewerkt moet worden aan de transitie van de NLW NV en GR, het inrichten van de lokale ontwikkelbedrijven en het op peil houden van de bedrijfsvoering van NLW gedurende de transitieperiode.
5/33
HOOFDSTUK 1
Inleiding 1.1
Context
In december 2020 hebben de raden van Horst aan de Maas, Venray en Peel en Maas de strategische koers 2021-2030 van NLW vastgesteld. Eind 2022 is gebleken dat deze vastgestelde koers niet uitvoerbaar is. Het Dagelijks bestuur (DB) van de GR NLW heeft daarom in 2022 een korte- en langetermijnopdracht vastgesteld: •
De kortetermijnopdracht is een opdracht voor de NLW Groep N.V. en betreft het stabiliseren van de bedrijfsvoering.
•
De langetermijnopdracht is een opdracht voor de drie schapsgemeenten en gaat over een bredere analyse van participatie en re-integratie van álle doelgroepen en daarmee ook het gemeentelijk participatiebeleid.
De langetermijnopdracht bestaat uit drie deelopdrachten: 1. Het verkennen van een strategische samenwerking op het gebied van participatie. 2. Onderzoeken hoe de verouderde Gemeenschappelijke Regeling Noord-Limburg West (GR NLW) aangepast of vervangen kan worden. 3. Een voorstel uit te werken voor een passende infrastructuur voor beschut en beschermd.
1.2
Gefaseerde besluitvorming over de toekomst van NLW
Deelopdracht 2 gaat over de toekomst van NLW. Omdat het hierbij gaat om een complex vraagstuk, is de besluitvorming opgeknipt in meerdere, duidelijk afgescheiden fasen. Elke fase wordt afgesloten met een besluit. De volgende figuur geeft deze fasering van de besluitvorming grafisch weer. Dit beslisdocument bevat de resultaten van de planfase (fase 2) in de figuur.
1. Strategiefase
3. Transitiefase
2. Planfase Huidige fase
Onderzoeken van: Bestuursopdracht
- Argumentatie keuze toekomst GR en NV - Kader samenwerking toekomst - Planning fase 2 en 3
Tweede helft 2024
Besluit toekomst GR+NV en vervolg samenwerking
Uitwerking van: - Waarde en risico s NLW - Ontvlechtingsafspraken - Transitie (fase 3)
Eerste helft 2025
Besluit ontvlechting NLW
September 2025
Transitie NLW
Steeds grotere mate van detail
6/33
Dit beslisdocument richt zich op de planfase van deelopdracht 2. Parallel hieraan levert elke gemeente in de planfase een beslisdocument op inzake de wijze van organiseren binnen de eigen gemeente van de taken in het kader van de Wsw en de Participatiewet (deelopdracht 3). Op basis van beide beslisdocumenten nemen de drie colleges augustus 2025 een besluit over variant 2. Als er een positief besluit is genomen over dit document, volgt de derde transitiefase. Deze derde fase richt zich op de feitelijke ontvlechting van NLW.
1.3
Samenloop met deelopdracht 3
Uitwerking van deelopdracht 2 vond grotendeels gelijktijdig plaats met deelopdracht 3, waarin de gemeenten hun toekomstplannen maakten. In het kader van deelopdracht 2 uitgevoerde verdiepende onderzoeken vormden input voor deelopdracht 3. Andersom was het voor deelopdracht 2 eveneens van belang te weten welke richting de drie gemeenten zouden kiezen. De te maken keuzes inzake deelopdracht 3 vallen buiten de scope van dit beslisdocument, maar de uitkomsten zijn uiteraard wel van belang om in het proces mee te nemen.
1.4
Doel beslisdocument
Het doel van dit beslisdocument is om de genomen besluiten in de planfase ten aanzien van deelopdracht 2, en specifiek de ontvlechting van NLW, duidelijk vast te leggen. Daartoe is eerst inzicht verkregen in de huidige situatie van NLW Groep NV. Het gaat dan specifiek om de volgende twee (gerelateerde) thema’s: •
De waarde van de bezittingen (met name vastgoed en de bedrijfsmiddelen), de (langlopende) verplichtingen en opdrachten.1
•
De risico’s, oftewel of er zogenaamde ‘lijken in de kast’ liggen.
Daarnaast schetsen we in dit beslisdocument de aandachtspunten voor het vervolg in de ontwerpen implementatiefase.
1.5
Globale aanpak
Het onderzoek naar waarde en risico’s van de NLW NV begon met een Quick scan door Berenschot en Capra in de periode medio december 2024-eind januari 2025. Na deze Quick scan zijn er in de periode februari tot en met mei verdiepende onderzoeken gedaan. In dit beslisdocument vatten we in hoofdstuk 2 de relevante uitkomsten uit deze onderzoeken samen. De onderzoeksrapporten zijn opgenomen als bijlagen. We gaan nu specifiek in op de door BDO uitgevoerde analyse.
High level risico analyse van BDO Na uitvoering van de Quick scan was de conclusie dat er met name behoefte was aan een gedegen risico analyse. Voor de waardebepaling ten behoeve van de ontvlechting was ook aandacht, maar een uitgebreide financiële analyse (due diligence) - zoals bijvoorbeeld gebruikelijk bij grote private equity transacties - was minder relevant en noodzakelijk.2 BDO heeft het onderzoek uitgevoerd in de periode februari-april 2025. Deze opdracht betrof een high level financiële risicoanalyse en was gericht op het identificeren van en redelijkerwijs uitsluiten
Bij langlopende opdrachten denken we met name aan plaatsing van medewerkers bij bedrijven voor langere duur. Mits deze winstgevend zijn, vertegenwoordigen deze opdrachten een bepaalde waarde. Zijn het verlieslatende opdrachten, dan moeten ze gezien worden als een verplichting. 2 De reden is dat de financiële cijfers van NLW al goed bekend zijn. Deze worden bovendien periodiek door de accountant gecontroleerd. Verder is een due diligence in de regel sterk gericht op onderzoek naar toekomstige kasstromen (omzet/marge), maar vanwege de relatief grote afhankelijkheid van NLW van financiële bijdragen vanuit de drie gemeenten is zo’n insteek in deze specifieke situatie minder van belang. 1
7/33
van risico’s (zogenaamde rode vlaggen of ‘lijken in de kast’). BDO heeft onderzoek gedaan naar de balans en samenhang met de resultatenrekening, niet uit de balans blijkende verplichtingen, (huur-)contracten, eigendom vastgoed (NV/GR), voorraden/voorraadrisico’s en overige risico’s. 3
Werkgroepen Binnen de projectorganisatie zijn de volgende werkgroepen ingericht: •
Bedrijfsvoering, huisvesting en financiën. Deze werkgroep heeft de hiervoor genoemde onderzoeken begeleid.
•
Juridisch. Deze werkgroep heeft een tijdlijn opgesteld voor opheffing van de juridische structuur van NLW. Zie hoofdstuk 4.
•
Personele zaken en formatie. Deze werkgroep was verantwoordelijk voor de analyse van de personele consequenties van ontvlechting van NLW, inclusief het opstellen van een tijdlijn. Zie eveneens hoofdstuk 4.
•
Communicatie. Deze werkgroep heeft gedurende de uitvoering van deelopdracht 2 de communicatie naar de relevante doelgroepen verzorgd.
De werkgroepen werden bemenst door medewerkers van de drie gemeenten, NLW, Capra en Berenschot.
1.6
Leeswijzer
Dit beslisdocument is als volgt opgebouwd: •
Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de waarde en risico’s van de NV.
•
Hoofdstuk 3 gaat in op de gemaakte ontvlechtingsafspraken.
•
Hoofdstuk 4 laat op hoofdlijnen zien hoe de volgende transitiefase eruit ziet.
•
Hoofdstuk 5 bevat een becijfering van het benodigde werkbudget.
Dit betekent dat verschillende vormen van due diligence onderzoek, zoals juridisch (change of ownership clausules), IT of milieu buiten de scope van het onderzoek vielen. 3
8/33
HOOFDSTUK 2
Waarde en risico’s NLW 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn op hoofdlijnen de bevindingen uit de verdiepende onderzoeken beschreven. We geven in dit hoofdstuk weer wat voor de te nemen besluiten de relevante uitkomsten uit de onderzoeken zijn. Dit richt zich met name op de balans van NLW (bezittingen / schulden), aangevuld met stille reserves op basis van de actuele onderhoudsstatus en taxatie van het vastgoed. Verder gaan we (kort) in op de exploitatie: welke aspecten van de opdrachtenportefeuille zijn belangrijk en welke relevante huur-afspraken zijn aan de orde. Vervolgens bespreken we de fiscale positie. Tot slot gaan we in op de risico’s in zowel de balans als de exploitatie.
2.2
Balans
Voor de high-level financiële risicoanalyse heeft BDO de geconsolideerde balans van de NV per ultimo 2023 gebruikt om eventuele risico's te analyseren. Uit het BDO onderzoek komt naar voren dat de verschillende balansratio’s (zowel solvabiliteit en liquiditeit) een dalende ontwikkeling laten zien en volgens de algemeen aanvaarde principes negatief zijn, maar er is wel een stille reserve omdat de feitelijke waarde van het vastgoed hoger ligt dan de boekwaarde. Circa 75% van de vaste activa (boekwaarde) bestaat uit bedrijfsgebouwen en terreinen. De resterende 25% van de boekwaarde bestaat uit machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen en vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering. Bij de vlottende activa valt de relatief grote voorraadpositie op: dit brengt prijs- en kwaliteitsrisico’s met zich mee. Bij de vorderingen bestaat het grootste deel uit handelsdebiteuren, er is geen voorziening dubieuze debiteuren gevormd omdat de ouderdom relatief laag is. De schuldpositie moet in samenhang met de GR worden beschouwd. Bij de N.V. staat een langlopende lening (<2029 bij de GR) met een saldo € 284K onder aftrek aflossing boekjaar 2024. Daarnaast is sprake van een lening van € 5,1 mln. van de drie gemeenten aan de GR, waarmee de deelneming in de NV is bekostigd. Bij de NV staat hier het eigen vermogen tegenover, het saldo hiervan is momenteel circa € 1 mln.
Het verschil is een gevolg van het afboeken van negatief resultaat in de loop der jaren.
9/33
In de balans van de NV is tenslotte een bedrag opgenomen voor het transitieplan, geboekt onder de liquide middelen (activa) en als ‘schuld’ aan de deelnemende gemeenten in de vorm van een vooruitontvangen bedrag. Dit geld was bestemd voor projecten uit het (voormalige) Koers-Visie document van NLW Groep N.V.. Inmiddels worden deze middelen (na afstemming) ingezet om de bedrijfsvoering van NLW op orde te brengen en houden. De kosten die voortvloeien uit deze projecten worden ten laste van deze balanspost gebracht. In FY23 is een vrijval van de transitiebegroting ingezet ter dekking van het negatieve resultaat, hierdoor is er minder geld beschikbaar voor de transitie 'NLW op orde'. Het is het onderzoeken waard of het restant bedrag (actuele stand gecorrigeerd voor reeds aangegane verplichtingen) kan worden aangewend als dekking voor (een deel van) de nieuwe transitiekosten in het kader van de ontvlechting.
2.2.1
Saldo waarde NV en GR
Intrinsieke waarde De Intrinsieke waarde methode is gebaseerd op de actuele waarde en de grondslagen van de verkoper. Om de intrinsieke waarde van het eigen vermogen te bepalen dienen de activa en passiva van de naamloze vennootschap op marktwaarde te worden gewaardeerd. Eventuele stille reserves worden zichtbaar gemaakt waardoor deze methode inzicht geeft in de directe opbrengstwaarde van de naamloze vennootschap. Het nadeel van deze methode is dat de indirecte opbrengstwaarde niet wordt meegenomen (besloten goodwill of badwill). Omdat geen van de drie gemeenten er voor kiest om de (aandelen van de) NV over te nemen is de indirecte opbrengstwaarde niet (of minder) van belang. De waarde van NV en GR samen bedraagt op basis van de jaarrekening 2023 indicatief: € 4,56 mln. Daarmee kan de renteloze lening van de gemeenten worden afgelost. Maar er zijn nog diverse risico’s (zoals afwikkeling personele verplichtingen) niet meegerekend. Indicatieve waarde FY23 x €1.000 NV (Balans) NV Vastgoed GR (Balans) GR Deelnemingen (in NV) Totaal NV + GR waaronder: NV Vorderingen op GR NV Langlop. lening van GR GR RC verhouding NV GR Leningen aan NV
Vreemd vermogen 7.633 6.364
Activa
Stille reserves 8.386
6.148
Saldo NV
Saldo NV+GR
1.269 8.386
6.082 -5.159
Eigen vermogen 1.270
9.655 66 -5.159 4.562
67 1.337
-717 -284 -717 -284
De waarde van de deelneming van de GR in de NV is uiteindelijk de restwaarde na liquidatie van de NV. De GR heeft op vergelijkbare wijze een waarde op het moment van liquidatie/ontbinding. Om tot een definitieve waardering van de NV en GR te komen, kan er op een vastgestelde peildatum (bijvoorbeeld de streefdatum 1/1/2027) een nieuwe actuelere financiële (en risico-) analyse worden gemaakt als er wordt verwacht dat er materiele verschillen zijn ten opzichte van de huidige analyse.
Toelichting De NLW Groep N.V. oefent het volledige bestuur uit over de stichtingen Arkant Dienstverbanden en Overige Activiteiten Werkvoorziening. De financiële gegevens van beide stichtingen zijn geconsolideerd in de jaarrekening van NLW Groep N.V.
10/33
Voor de volledigheid is in bovenstaand overzicht de langlopende lening (€ 284k) bij zowel NV als GR aangegeven, dit heeft per saldo geen impact op de totale waarde. De schuldpositie wordt zo in samenhang met de GR beschouwd. Bij de N.V. staat een langlopende lening (aflossing voor 2029 bij de GR) met een saldo € 284K onder aftrek aflossing boekjaar 2024. Hetzelfde geldt voor de vordering van € 717k, van de NV op de GR. Dit valt tegen elkaar weg als we de twee entiteiten samen bekijken. Daarnaast is sprake van de lening/ deelneming van € 5,159 mln. van de GR in de NV. De drie gemeenten hebben dit via een renteloze lening aan de GR gefinancierd. Bij de NV staat hier eigen vermogen tegenover, het saldo hiervan is momenteel circa € 1,3 mln. Dat is het saldo van jaren waarin de exploitatietekorten van NLW groter waren dan de gemeentelijke bijdrage, waarbij is besloten het eigen vermogen van de NV aan te wenden. Enkele jaren geleden is het minimum eigen vermogen voor de NV vastgesteld op (destijds) € 1 miljoen met een jaarlijkse indexatie. Omdat de stille reserves op de gebouwen voldoende groot zijn is de waarde van de lening/ deelneming van € 5,159 miljoen steeds gewaarborgd.
In de balans van de NV is tenslotte een bedrag opgenomen voor het transitieplan, geboekt onder de liquide middelen (activa) en als schuld aan de deelnemende gemeenten in de vorm van een vooruitontvangen bedrag (onder het totaalbedrag Schulden aan deelnemende gemeenten van €823k). Dit geld was bestemd voor projecten uit het (voormalige) Koers-Visie document van NLW Groep N.V. Inmiddels worden deze middelen (na afstemming) ingezet om de bedrijfsvoering van NLW op orde te brengen en houden. De kosten die voortvloeien uit deze projecten worden ten laste van deze balanspost gebracht (’NLW op orde’). In FY23 is een vrijval van de transitiebegroting ingezet ter dekking van het negatieve resultaat. Hierdoor is er minder geld beschikbaar voor 'NLW op orde'. Mogelijk kan het restant bedrag (actuele stand gecorrigeerd voor reeds aangegane verplichtingen in 2024/2025) worden aangewend als dekking voor (een deel van) de nieuwe transitiekosten in het kader van de ontvlechting.
Waarde verminderende factoren Het alleen toepassen van de intrinsieke waarde methode geeft niet voldoende diepgang aan de waardering van de NV. Voor de volledigheid moet deze methodiek worden verrijkt met de volgende elementen: niet uit de balans blijkende verplichtingen, risico’s en overige relevante zaken. Naast de risico’s die in de jaarrekening of begroting al zijn benoemd gaat het hier om de risico’s die niet specifiek in beeld zijn, maar wel aanwezig kunnen zijn, en impact kunnen hebben op de waardebepaling. Risico’s die niet specifiek in beeld zijn, zijn bijvoorbeeld fiscale- en juridische risico’s of aansprakelijkheidsstellingen. Overige relevante zaken die impact kunnen hebben op de waardebepaling van de NV, zijn bijvoorbeeld plaatsingskosten die voortvloeien uit reorganisatie- of transitieplannen.
11/33
2.2.2
Vastgoed
Onder het vastgoed wat NLW in eigendom heeft vallen: •
drie locaties met gebouwen: in Venray twee adressen aan de Smakterweg en één adres in Panningen
•
één grondstuk, namelijk in Horst aan de Maas.
Bij de inventarisatie van de panden en het grondstuk heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de onderhoudsstatus en vervolgens zijn de bezittingen getaxeerd volgens marktwaarde. Zie onderstaande tabel.
Categorie
Paterstraat ongenummerd, 5977NM te Evertsoord
Industrieterrein 1
Smakterweg 15-17
Smakterweg 19
Horst aan de Maas
Panningen
Venray
Venray
2.657 m2
9.066 m2
2.605 m2
9.766 m2
Geen bebouwing
Bouwjaar: 1959
Bouwjaar: 1985
Bouwjaar: 1988
077machining B.V. (900 m2)
Voedselbank Venray (195 m2)
Voedselbank Peel en Maas (341 m2)
Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (369 m2)
Eigendom
Verhuur aan derden
Taxatie
Onderhoud
Risico
€ 27.000
Geen bebouwing.
Beperkte courantheid: bestemming met een beperkte functieaanduiding en een bouwvlak ontbreekt.
€ 4.670.000
Monsdal Limburg Noord B.V. (1.321 m2)
€ 6.125.000
€ 200k achterstallig onderhoud (zit in taxatie)
€ 334k achterstallig onderhoud (zit in taxatie) .
€ 130k achterstallig onderhoud (zit in taxatie)
Kosten <3 jaar: € 225k
Kosten <3 jaar: € 334k
Kosten <3 jaar: € 150k
Opzegbaarheid huurcontract 077Machining
Funderingsherstel (PM post). Vervuilde grond (indien wijziging in gebruik)
Er is overeengekomen dat de gemeente Peel en Maas de locatie in Panningen kan overnemen voor een bedrag van € 4,1 miljoen, kosten koper. Vóór de taxatie door Sannen/Bilderbeek is in februari de onderhoudsstaat geïnventariseerd door Arec. Vanaf 2019 wordt door de NLW Groep N.V. alleen noodzakelijk onderhoud aan de gebouwen gepleegd, waardoor achterstallig onderhoud is ontstaan. Arec kwam daardoor in haar onderzoek tot een enigszins kritischer oordeel over de panden: •
Smakterweg 19 in Venray en de kantoorruimte in Panningen verkeren in redelijke staat (behoud met regulier onderhoud);
•
Smakterweg 15-17 en Gebouw B in Panningen verkeren in aanzienlijk slechtere staat, en vereisen substantiële investeringen om geschikt te blijven voor gebruik (hoge kosten noodzakelijk onderhoud en funderingsherstel bij Smakterweg 15-17, en bouwkundige veroudering van Gebouw B in Panningen, maken verkoop een serieuze overweging).
Dit leidt volgens Arec tot twee mogelijke scenario’s: •
Scenario 1 betreft een overgangsperiode (<3 jaar): investeringen ca. € 0,5 mln. (Venray) en € 0,2 mln. (Panningen) voor het wegwerken van achterstallig onderhoud + periodiek onderhoud € 0,5 mln. (Venray) en € 0,2 mln. (Panningen).
•
Scenario 2 betreft de middellange termijn bij behoud van NLW (één of meerdere locatie(s) behouden, andere verkopen), met een strategische mix van kostenbeheersing en efficiënte huisvesting. Het meerjarenonderhoudsplan moet hiervoor geactualiseerd worden. De
12/33
onderhoudskosten (10 jaar) voor behouden van panden worden €2,6 miljoen voor Venray (na verkoop van Smakterweg 15/17) en € 2,1 miljoen voor Panningen (na verkoop van Gebouw B). In Venray is sprake geweest van vervuilde grond, maar na schoonmaakwerkzaamheden zijn er geen beperkingen voor het huidig gebruik. In de taxatie is hier rekening mee gehouden en de taxateur voorziet in principe slechts beperkt risico, omdat bij verkoop de eerder uitgevoerde onderzoeken inzake de bodem gedeeld worden. Een kopende partij wordt wel de mogelijkheid gegeven een en ander nader te onderzoeken. Het is van belang om in het verkoopcontract de "as is where is" conditie op te nemen, zodat er een volledige vrijwaring van de verkoper voor aansprakelijkheid is.
2.2.3
Bedrijfsmiddelen
Er is een inventarisoverzicht beschikbaar wat inzicht geeft in de aanwezige machines en kantoormeubilair. Dit overzicht bestaat uit een rapport van de verzekeraar (eind 2024, inclusief de vervangingswaarde) en een eigen inventarislijst van NLW. De afschrijvingen dalen in 2025 van €170k naar € 110k. Dat geeft aan dat veel inventaris de economische levensduur heeft bereikt. De technische levensduur is wellicht een risico: er is veel verouderd materiaal. Bij sommige machines is bijvoorbeeld de persoon die de apparatuur heeft gebouwd niet meer werkzaam bij NLW. De boekwaarde van de vaste activa ultimo 2024 bedraagt € 291k. Elke regel heeft een detailuitwerking maar veel regels hebben een boekwaarde van € 0, wat aangeeft dat veel bedrijfsmiddelen zijn afgeschreven.
2.2.4
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
De niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn langlopende overeenkomsten waaruit één of meerdere verplichtingen voortvloeien. Hiertoe worden ook de verplichtingen verstaan die slechts voor één jaar of minder zijn aangegaan, die in de loop van het jaar zijn ontstaan en per ultimo van dat betreffende jaar nog voortduren. De NLW Groep N.V. heeft ultimo FY23 de volgende meerjarige verplichtingen: •
Leaseverplichtingen: ultimo FY23 betreft deze € 28k, waarvan € 9,5k binnen 1 jaar verloopt en € 18,5k een looptijd kent van >1 jaar.
•
Huur pand (Venloseweg 22 & 24, Horst aan de Maas): de huurovereenkomst wordt jaarlijks per 1 februari, behoudens beëindiging, voorgezet voor een aansluitende periode van 1 jaar. De aanvangshuurprijs (2022) bedraagt op maandbasis € 6.050,-. De huurprijs kan jaarlijks worden aangepast.
2.3 2.3.1
Exploitatie Opdrachten/ klantenportefeuille
NLW heeft een gedetailleerd overzicht opgesteld en een analyse hierop uitgevoerd van de opdrachten/klantenportefeuille per mei 2025. Er is per klant/opdrachtgever aangegeven in hoeverre sprake is van een hoofdlocatie, het type werk, benodigde machines, contract, etc. De toegevoegde waarde per klant is in kaart gebracht aan de hand van gemiddelde uurtarieven. Daarnaast is in kaart gebracht welke personele knelpunten de komende jaren zijn te verwachten als aantallen beschikbare medewerkers uit de doelgroep (uitvoerend of aansturend) afnemen.
13/33
2.3.2
Huur/ verhuur aan derden
Huur Het pand in Horst aan de Maas (Venloseweg 22+24) wordt gehuurd door NLW. Het betreft een woonhuis en bedrijfspand. De verhuurder is EDM Vastgoed en het contract is onlangs verlengd tot 31.12.2026.
Verhuur aan derden Er zijn huurcontracten met verschillende partijen in Venray en Panningen.
2.4
Fiscaal-juridische analyse
Uit de analyse van Fiscaliade naar fiscale aandachtspunten bij de ontvlechting van NLW (onder meer de btw- en Vpb-positie) zijn geen significante risico’s naar voren gekomen. Geen van de onderzochte opties (ontbinding rechtsvormen, of aandelen gaan over naar een van de gemeenten) leidt tot een negatief advies vanuit fiscale aandachtspunten.
Btw De overgang van activiteiten naar de gemeenten brengt fiscale gevolgen met zich mee. Er worden geen financiële risico’s voorzien, mits activa en passiva tenminste tegen (minimaal) boekwaarde worden overgedaan. Voor de vervolgstappen in het kader van ontbinding van de NV/GR is overgang van onderneming relevant (voor de btw en de Vpb). Fiscaliade verwacht dat door de overname van bemenste productielijnen sprake is van een overgang van de onderneming voor gemeenten Peel en Maas en Horst aan de Maas. In deze uitwerking is hierdoor art. 37d (overgang van onderneming) van toepassing en treden deze gemeenten in de plaats van NLW, waarbij alle rechten en verplichtingen overgaan. Dit heeft als gevolg dat de ondernemingen zonder heffing van btw overgaan van NLW naar deze gemeenten. Voor gemeente Venray moet per transactie de mogelijke btw impact worden beoordeeld. Bij een overgang van activa moet worden vastgesteld of sprake is van herziening van btw. De gemeente neemt als overnemende partij de rechten en verplichtingen over van NLW. Onder deze fiscale verplichtingen vallen ook de herzieningsperiodes. Als de gemeente een andere verhouding van btw-belaste prestaties verricht, kan dit daardoor mogelijk een btw-correctie tot gevolg hebben. Dit lijkt niet aan de orde. De herzieningstermijn loopt door de overgang van onderneming door bij de gemeenten.
Als de gemeenten de activa blijven gebruiken voor btw-belaste prestaties, zal er feitelijk ook geen herziening bij de gemeente gaan volgen.
Overdrachtsbelasting Een ander aandachtspunt is dat als gebouwen overgaan naar een andere rechtsentiteit dan de gemeente, bij overdracht overdrachtsbelasting verschuldigd wordt over de waarde in het economisch verkeer (10,4%). Zoals het ernaar uitziet gaat dit op voor de panden in Venray.
Vennootschapsbelasting De huidige Vpb-positie van NLW roept geen vragen op en het risicoprofiel op alsnog betalen van Vpb over het verleden schat Fiscaliade laag in. Omdat NLW niet Vpb-plichtig is heeft de overgang van activa en passiva bij NLW geen gevolgen voor de Vpb. De exploitatie voortzetten in een gemeente zal leiden tot het einde van de SW-vrijstelling voor de Vpb, omdat gemeenten zich niet meer dan 90% van hun activiteiten bezig houden met de SW. Dit
14/33
betekent dat gemeenten jaarlijks moeten toetsen of zij winst maken met de SW-activiteiten. Dit zal doorgaans niet het geval zijn, waardoor bij de gemeenten ook geen nadelige Vpb-gevolgen worden verwacht.
Loonheffingen Voor de loonheffing is relevant of er sprake is van overgang van onderneming. Het antwoord bepaalt vooral of er administratieve gevolgen zijn. Er zijn geen gevolgen die volgens Fiscaliade de voortgang dienen te beïnvloeden of leiden tot een negatief advies. Er zijn wel verschillende aandachtspunten, die terug te vinden zijn in de paragraaf met de tijdlijn van het personele spoor.
2.5
Risico’s (balans en exploitatie)
Het risico onderzoek van BDO heeft diverse zaken als risico aangemerkt, maar er zijn geen nieuwe rode vlaggen naar voren gekomen dan eerder geïdentificeerd. Onderzoek van Fiscaliade naar de fiscale positie heeft geen grote risico’s uitgewezen, wel diverse aandachtspunten. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste specifieke risico’s van de NLW N.V. uit het rapport van BDO: 1. Achterstallig onderhoud gebouwen: Sinds enkele jaren voert de NLW Groep N.V. alleen noodzakelijk onderhoud uit aan de bedrijfsgebouwen. Uit een recente inspectie door een externe deskundige is gebleken dat er sprake is van achterstallig onderhoud aan de gebouwen, wat een negatief effect kan hebben op de waarde van de bedrijfsgebouwen en tot extra onderhoudskosten kan leiden. 2. Relatief grote omvang van de voorraden: De NLW Groep N.V. beschikt over een relatief hoge voorraadpositie die risico’s met zich meebrengen op het gebied van prijs en incourantheid. Doordat opdrachtgevers (langdurig) gebruik maken van de opslagfaciliteiten van de NLW Groep N.V. loopt zij risico’s ten aanzien van beheer en liquiditeit aangezien facturatie plaatsvindt op het moment van aflevering. 3. Voorziening vervuilde grond (Smakterweg 15 te Venray): Er is (beperkt) vervuilde grond aanwezig op de locatie Smakterweg 15 te Venray.
4 De vennootschap heeft hiervoor een voorziening gevormd die mogelijk niet toereikend is om, indien nodig, de vervuiling op te ruimen. Hoewel dit niet direct een financieel risico is voor de N.V., is het wel een aandachtspunt bij opheffing van de vennootschap. 4. Verhuurcontracten ruimten: Een paar verhuurovereenkomsten hebben een looptijd langer dan twee jaar of zijn moeilijk te beëindigen. 5. Personele verplichtingen: Ten aanzien van de personele verplichtingen zijn er de volgende (financiële) risico’s: (1) De NLW Groep N.V. heeft met een aantal klanten contractafspraken over het leveren van personeel. Gezien de daling in Wsw-personeel en de verhoogde uitstroom vanwege leeftijd, kan NLW Groep N.V. steeds lastiger aan deze verplichtingen voldoen. Dit kan in toekomst tot een financieel risico leiden als er reguliere inleners tegen hogere kosten moeten worden ingezet; (2) De NLW Groep N.V. heeft nog personele verplichtingen uit het verleden die een financieel risico voor de vennootschap vormen.
In Venray is sprake geweest van vervuilde grond, maar na schoonmaakwerkzaamheden zijn er geen beperkingen voor het huidige gebruik. 4
15/33
6. Eigen risicodragerschap WW: Op peildatum 1 januari 2025 zijn nog 16 medewerkers (14 fte) in dienst bij NLW Groep N.V. Indien de NLW Groep N.V. wordt ontbonden, blijft de verantwoordelijkheid als eigenrisicodrager bestaan. Indien voor de betreffende medewerkers geen plaats meer is in de nieuwe setting en ontslag volgt, leidt dit tot een financieel risico, aangezien de NLW Groep N.V. verantwoordelijk is voor de betalingen van de WW-uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet. Naast het eigenrisicodragerschap voor de uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet komen de bovenwettelijke uitkeringen op grond van de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (Cao SGO) voor rekening van NLW N.V. Dit laatste geldt ook voor het stafpersoneel dat in dienst is van Stichting OAW. 7. Grondstuk Horst aan de Maas (dorpsweitje Evertsoord) is mogelijk niet direct beschikbaar voor verkoop vanwege verjaring (vruchtgebruik buurtschap). Het stuk grond van circa 2.600m2, in bezit van de NLW Groep N.V., wordt al sinds 2001 benut als "Dorpsweitje Evertsoord". Onduidelijk is of de NLW Groep N.V. direct over de grond kan beschikken. Dit brengt het risico met zich mee dat deze grond niet zomaar bijvoorbeeld verkocht kan worden. 8. Langdurig ziekteverzuim.
Over alle medewerkerscategorieën is een hoger ziekteverzuim dan het landelijke gemiddelde waarneembaar.5 Het ziekteverzuim bevindt zich voornamelijk in het middel- en lang verzuim. Daarnaast is er een opvallende trend dat het langdurig verzuim, langer dan 365 dagen, gestaag aan het stijgen is. Daarnaast zijn er generieke risico’s voor de Wsw sector. De omzet/verdienwaarde van de doelgroep neemt bijvoorbeeld af, met op afzienbare termijn ‘omslagpunten’ voor bepaalde werksoorten. Bij deze omslagpunten zijn er onvoldoende beschikbare doelgroepers en/of begeleiding beschikbaar voor het kunnen continueren van een bepaalde werksoort.
Het ziekteverzuim in 2023 bij het reguliere personeel bedraagt gemiddeld 6,5% (landelijk 5,3%), bij de Wswmedewerkers 18,3% (landelijk 16,3%) en bij de participanten 14,8% (landelijk 14,2%). 5
16/33
HOOFDSTUK 3
Ontvlechtingsafspraken 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de gemaakte ontvlechtingsafspraken. We gaan achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen: 1. De te hanteren verdeelsleutel. 2. Vergoeding plaatsingskosten stafpersoneel. 3. Bepalen waarde vastgoed Panningen. 4. Verdeling (resterende) waarde van NLW. 5. Overige ontvlechtingsafspraken.
3.2
1. De te hanteren verdeelsleutel
De te hanteren verdeelsleutel voor de ontvlechting staat aangegeven in onderstaande tabel.
Verdeelsleutel ontvlechting
Venray 35%
Peel en Maas 35%
Horst aan de Maas 30%
Deze verdeelsleutel wordt toegepast op alle hierna te bespreken kosten (en baten) die verband houden met de ontvlechting van NLW, tenzij anders aangegeven.
3.3
2. Vergoeding plaatsingskosten stafpersoneel
In de separate bijlage Plaatsingskosten is de verdeling van de plaatsingskosten voor het stafpersoneel nader uitgewerkt.
3.4
3. Waarde vastgoed Panningen
De gemeente Peel en Maas wil graag de locatie van NLW in Panningen overnemen. Er is overeengekomen dat de gemeente Peel en Maas de locatie in Panningen kan overnemen voor een bedrag van € 4,1 miljoen, kosten koper. Overname van het pand vindt plaats vóór 1 januari 2027.
3.5
4. Verdeling van de (resterende) waarde van NLW
Na besluitvorming in de gemeenteraden in september start een proces om beide stichtingen, de NV en de GR NLW ‘leeg’ te halen en vervolgens op te heffen. De resterende waarde in de NV zal vervolgens verdeeld moeten worden tussen de drie gemeenten.6 Deze resterende waarde van NLW is het saldo van: 1. De kosten voor het ‘leeghalen’ van de stichtingen, NV en GR in de periode tot 1 januari 2027 en de kosten voor opheffing van (achtereenvolgens) de stichtingen, NV en GR vanaf 1 januari 2027. Het gaat hierbij om de meerkosten bovenop de jaarlijks begrote gemeentelijke bijdragen van € 1,9 miljoen om het exploitatietekort van NLW te dekken.
6
Deze waarde zou ook negatief kunnen zijn.
17/33
2. Het saldo van de bezittingen van NLW minus de schulden (met name leningen). De netto resterende waarde van NLW (na opheffing van beide stichtingen, de NV en de GR) wordt, ongeacht wat als waarde van NLW resteert, verdeeld volgens de bij onderdeel (1) besproken verdeelsleutel: 35% voor Venray, 35% voor Peel en Maas en 30% voor Horst aan de Maas.
Onderscheid in verdeling kosten going concern en kosten transitieperiode Er is sprake van een grijs gebied tussen de kosten van de going concern (de kosten voor het ‘openhouden van de winkel’ in de periode tot en met 1 januari 2027) en de kosten van de transitieperiode. De transitie kan bijvoorbeeld leiden tot vertrek van of een hoger ziekteverzuim bij het stafpersoneel, wat ervoor zorgt dat het benodigde inhuurbudget om de winkel open te houden toeneemt. Ten aanzien van dit thema hebben de gemeenten de volgende afspraken gemaakt: •
In de huidige verdeelsleutel voor de verdeling van het exploitatietekort (€1,9 mln.) van NLW zit een omissie. Daarom wordt een correctie doorgevoerd voor het lagere aandeel van Venray in de dekking van het exploitatietekort van de NLW NV. Dit betreft een bedrag van € 300.000, wat 50%- 50% wordt verdeeld tussen Peel en Maas en Horst aan de Maas. 7
•
Als het exploitatietekort van de NLW NV in 2025 en 2026 boven de € 1,9 mln. uitkomt is de aanname dat dit transitiekosten betreft. Het bedrag boven de € 1,9 mln. wordt verdeeld volgens de bij onderdeel (1) aangegeven sleutel, dus 35% voor Venray, 35% voor Peel en Maas en 30% voor Horst aan de Maas.
3.6
5. Overige ontvlechtingsafspraken
We gaan tot slot in op de overige gemaakte ontvlechtingsafspraken.
Waarde van de opdrachtenportefeuille De gemeenten Peel en Maas en Horst aan de Maas hebben aangegeven welk deel van de klant-/ opdrachtportefeuille zij zouden willen overnemen. Afgesproken is dat de betrokken gemeenten de opdrachten kunnen overnemen zonder financiële compensatie. De waarde van de bijbehorende voorraden en bedrijfsmiddelen wordt afgerekend tegen de boekwaarde per 31 december 2026, of per eventueel eerdere overnamedatum indien van toepassing.
Streefdata einddatum van de samenwerking in NLW-verband Wat betreft de einddatum van de samenwerking in NLW-verband maken we onderscheid tussen: •
De datum dat de stichtingen, NV en GR van NLW ‘leeg’ zijn. De streefdatum is 1 januari 2027.
•
De datum dat achtereenvolgens de stichtingen, de NV en de GR worden opgeheven. De streefdatum is uiterlijk 1 januari 2028.
Wat als de datum van 1 januari 2027 niet wordt gehaald Over wat er gebeurt als een gemeente er niet in slaagt om op de streefdatum van 1 januari 2027 de eigen doelgroepmedewerkers een arbeidscontract en/of werkplek te bieden, hebben de drie gemeenten de volgende afspraken gemaakt. Als deze situatie zich voordoet én het langer ‘openblijven’ van NLW leidt tot meerkosten wordt er onderscheid gemaakt tussen: •
Factoren die in de beïnvloedingsfeer liggen van de betreffende gemeente. 8 In deze situatie zijn de meerkosten voor rekening van de betreffende gemeente.
Hiervoor wordt dus niet de bij onderdeel (1) weergegeven sleutel gebruikt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het niet tijdig realiseren van voldoende adequate werkplekken voor de eigen doelgroepmedewerkers of een gemeenteraad die tot herziene besluitvorming komt. 7 8
18/33
•
Factoren die niet beïnvloed kunnen worden door een gemeente (overmacht). Voorbeelden zijn nieuwe of aangepaste wetgeving vanuit het Rijk of economische ontwikkelingen. In deze situatie dragen de drie gemeenten de meerkosten volgens de bij onderdeel (1) weergegeven sleutel: 35% voor Venray, 35% voor Peel en Maas en 30% voor Horst aan de Maas.
In de praktijk kan er sprake zijn van een grijs gebied tussen wel beïnvloedbare factoren en niet beïnvloedbare factoren. In dat geval proberen de drie gemeenten eerst zelf tot overeenstemming te komen over de verrekening van de meerkosten van het langer ‘openblijven’ van NLW. Indien dit niet tot resultaat leidt, zal een externe (onafhankelijke) mediator aangezocht worden die tot een oordeel komt over de verdeling van de meerkosten. Deze mediator wordt aangesteld door de drie gemeenten gezamenlijk.9
Datum verwerven eigen opdrachtgevers De datum dat elke gemeente zijn eigen opdrachtgevers mag verwerven (dus ook bestaande NLW opdrachtgevers) is vanaf de definitieve besluitvorming in september 2025. Tot die tijd is het van belang om de huidige opdrachtgevers van NLW gecoördineerd te benaderen, dus de drie gemeenten samen met NLW.
Prijsafspraken DVO’s In de situatie dat doelgroepers van gemeente A werkzaam zijn bij gemeente B moeten er in de DVO’s allerlei afspraken gemaakt worden, onder meer over prijsafspraken/ prijsopbouw (voor begeleidingskosten en doorbelasting overhead). Ten aanzien van de DVO’s zullen nadere (prijs)afspraken worden gemaakt in de volgende transitiefase, wanneer meer bekend is over zowel het aantal doelgroepers waar het om gaat als de prijsopbouw van de werkontwikkelbedrijven.
9
De kosten van de mediator worden gedragen volgens de bij onderdeel (1) weergegeven sleutel.
19/33
HOOFDSTUK 4
Transitiefase 4.1
Inleiding
De richtdatum (streefdatum) voor ontvlechting en overgangsmoment naar drie afzonderlijke gemeentelijke organisaties met een ‘lege’ NV en GR is 1 januari 2027. In dit hoofdstuk komt aan bod welke aandachtspunten er zijn in de overgangs-/transitieperiode waarin de huidige organisatie nog bestaat, vervolgens welke zaken er specifiek voor personeel (doelgroep en staf) moeten worden gedaan, gevolgd door te nemen stappen en globale tijdslijn voor ontbinding/opheffing van de juridische structuur van NLW. Daarna geven we een inschatting van de kosten voor de transitie en ontvlechting. Ten slotte zetten de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen voor de overgangs-/ transitieperiode op een rij.
4.2
Transitiefase
Tijdens de transitiefase worden de nieuwe organisaties opgezet maar blijft NLW in de huidige vorm doorwerken. In deze paragraaf zetten we uiteen welke stappen, kosten, risico’s er spelen bij NLW, naast de reguliere werkzaamheden. We gaan niet in op de uit te voeren werkzaamheden voor de eigen werkorganisaties van de drie gemeenten.
Aandachtspunten Door bekendmaking van de plannen om NLW op te heffen zal er onrust ontstaan binnen en buiten de organisatie: doelgroep, staf, klanten, leveranciers. Dit vraagt om op diverse aspecten de ‘going concern’ te waarborgen. Dit begint bij gecontroleerde afbouw. Aandachtspunten zijn met name: •
Behouden. Het is zaak op korte termijn zicht te krijgen op klanten/opdrachten, doelgroep en staf, gebouwen en machines, en leveranciers die ook na het opheffen van NLW moeten blijven bij de nieuwe organisaties. Met dit inzicht kan geprioriteerd worden en worden bijvoorbeeld beslissingen met betrekking tot contractverlening, training, onderhoud en dergelijke gerichter genomen.
•
Afstoten. Hier tegenover staan dezelfde zaken die niet zullen worden voortgezet. Daarvoor is het nodig om een plan te maken voor afbouw, logischerwijs in lijn met de autonome ontwikkeling(en) in de doelgroep en staf.10
•
Opzeggen. Aanvullend zijn er leveranciers en afnemers waarvan de contracten tijdig moeten worden opgezegd. Extra aandachtspunt hierbij is dat er geen contractenregister bestaat, dus het is zaak tijdig in beeld te brengen welke contracten, onder welke voorwaarden en op welk moment moeten worden opgezegd.
•
Voor de 33 medewerkers uit buitengemeenten moet ook een plan worden gemaakt en wellicht een (nieuwe) DVO worden afgesproken met de betreffende gemeenten.
Bij afname van de capaciteit worden eerst klanten/opdrachten opgezegd die uiteindelijk toch niet meegaan naar de nieuwe organisatie. 10
20/33
Daarnaast zal onrust en onzekerheid voor verstoringen kunnen zorgen onder werknemers en klanten en het werven van (tijdelijk) vervangend personeel of klanten zal in principe gebonden zijn aan een beperkte termijn. Deze termijn is op dit moment bovendien nog niet definitief vastgesteld.
4.3
Tijdlijn personeel: doelgroep en stafpersoneel
Voor het beslisdocument is een tijdlijn opgesteld waarlangs het transitieproces zich zal voltrekken, deze tijdlijn is opgenomen in bijlage 1A. Deze tijdlijn is gericht op zowel de stafmedewerkers als ook de doelgroepmedewerkers. Deze tijdlijn is een eerste inschatting van de stappen die met betrekking tot het personeel gezet moeten worden. In deze paragraaf komen een aantal onderdelen aan de orde die in de tijdlijn terugkomen, om deze in het juiste perspectief te kunnen zien. In de tijdlijn wordt de functie van interim directeur voor de transitie genoemd. De interim directeur is verantwoordelijk voor het begeleiden van het transitieproces, waarbij zowel de doelgroepmedewerkers als de stafmedewerkers adequaat worden ondersteund tijdens de transitie en de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd blijft.
Overgang van onderneming Er is binnen de werkgroep P&O uitgebreid gesproken over de toepassing van de Wet Overgang van onderneming bij de transitie. In de Europese Richtlijn 2001/23 zijn regels opgenomen met als doel onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan. Het doel van de richtlijn is tweeledig: zowel werknemersbescherming als harmonisatie van nationale wetgevingen hetgeen de werking van de interne markt kan vergemakkelijken. De bepalingen uit de richtlijn zijn in het Nederlandse arbeidsrecht verankerd in de artikelen 7:662-7:666a BW. Gevolg van de kwalificatie overgang van onderneming is dat rechten en verplichtingen van de vervreemder (degene die de hoedanigheid van ondernemer verliest) voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang bestaande arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking door overgang op de verkrijger (degene die de hoedanigheid van ondernemer verkrijgt) overgaan. De uitwerking van de Richtlijn en de bepalingen uit het BW, heeft de nodige jurisprudentie opgeleverd, zowel van het Europese Hof als ook van de Nederlandse rechtelijke instanties.
Op basis van regelgeving en op grond daarvan gewezen jurisprudentie maken dat de medewerkers die aan een als onderdeel te beschouwen activiteiten verbonden zijn en die overgaan van NLW N.V. naar een andere partij, met deze activiteiten overgaan naar de verkrijger(s), met behoud van hun rechten. Artikel 7:663 BW stelt dat overgang van onderneming van toepassing is op diegenen die de status van werknemer hebben. Wanneer de opdracht in handen is van NLW N.V. en deze gaan over naar de verkrijger waarop overgang van onderneming van toepassing is, dan volgen de medewerkers die aan deze opdracht zijn verbonden de opdracht. Er kunnen echter werknemers werkzaam zijn aan de opdracht die geen arbeidsovereenkomst hebben met NLW N.V. Zij zijn in dienst van de GR NLW of Stichting OAW. Ook deze medewerkers vallen onder het werknemersbegrip voor de overgang van onderneming. Een gedetacheerde medewerker gaat mee over bij een overgang van onderneming, mits de detachering een permanent karakter heeft. Dit volgt uit het Albron-arrest, waarin is bepaald dat permanent gedetacheerde werknemers bij overgang van onderneming mee overgaan, ook al zijn zij formeel niet in dienst bij het over te dragen onderdeel.
21/33
Het bestaan van een arbeidsovereenkomst met de vervreemder is geen vereiste voor het mee overgaan op de verkrijgende onderneming. Dit geldt ook voor payrollwerknemers, mits de payrollconstructie een permanent karakter heeft. Een belangrijke uitspraak in dit verband is het Albron-arrest, waarin het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de niet-contractuele werkgever als vervreemder kan worden beschouwd, en dat de werknemers die permanent bij deze vennootschap zijn tewerkgesteld, rechten kunnen ontlenen aan de richtlijn inzake overgang van onderneming. Dit betekent dat de stafmedewerkers, voor zover verbonden aan de activiteit die overgaat, deze activiteit volgen ook al zijn zij niet in dienst van NLW N.V. Dit geldt ook voor de doelgroepmedewerker die een arbeidsovereenkomst heeft met een andere juridische entiteit binnen het concern, namelijk de GR NLW. Dat hier sprake is van intra concern uitlenen maakt de positie van de detacheerde medewerker nog sterker. Als er sprake is van de overgang van een opdracht die als een op zich staand onderdeel kan worden aangemerkt, dan is er sprake van overgang van onderneming. Uit diverse overleggremia wordt duidelijk dat het nog maar de vraag is in hoeverre er nog wel sprake is van opdrachten die als een geheel kunnen worden aangemerkt op het moment dat deze overgaan.
Voor het vaststellen of er sprake is van overgang van onderneming, moet eerst worden vastgesteld of de opdracht als een geheel (een onderdeel) kan worden aangemerkt en of het na de transitie nog steeds als een geheel kan worden gezien, of dat de opdracht is opgeknipt.
4.3.1
Arbeidsvoorwaarden stafpersoneel dat overgaat
Zoals hiervoor gesteld is er sprake van overgang van onderneming. Dit betekent dat de stafmedewerkers die aan de activiteiten die overgaan verbonden zijn, overgaan met behoud van hun huidige voorwaarden die zij hebben bij NLW N.V. en OAW. Zowel binnen NLW N.V. als Stichting OAW is de Cao Samenwerkende Gemeentelijke organisaties (SGO) op de stafmedewerkers van toepassing. Naast de van toepassing verklaarde Cao SGO kunnen de stafmedewerkers aanspraak maken op arbeidsvoorwaarden die in het Personeelshandboek van NLW zijn opgenomen. De inhoud van dit personeelshandboek geldt ook voor de medewerkers die een arbeidsovereenkomst hebben met Stichting OAW. Vooralsnog zijn de gemeenten Horst aan de Maas en Peel en Maas bereid activiteiten over te nemen van NLW N.V. De beide gemeenten willen ieder een eigen werkontwikkelbedrijf oprichten dat nauw verbonden is met de gemeenten. Dit worden twee aparte juridische entiteiten. Op dit moment zijn beide gemeenten bezig met het opzetten van een dergelijke juridische entiteit waarbij ook de keuze voor een arbeidsvoorwaardenregeling wordt meegenomen. Vooralsnog gaan de gedachten uit naar het van toepassing verklaren van de Cao SGO binnen beide organisaties. Wanneer hiervoor gekozen wordt, zal dit de overgang van de stafmedewerkers vanuit NLW N.V. en Stichting OAW een stuk eenvoudiger maken. Binnen NLW N.V.
en Stichting OAW is de Cao SGO van toepassing. Aanspraken uit het hiervoor genoemde personeelshandboek zullen dan nog onderwerp van overleg worden.
4.3.2
Stafmedewerkers die niet overgaan en achterblijven in NLW N.V. en Stichting OAW
Mogelijk gaan niet alle activiteiten over naar een andere partij. De werkzaamheden blijven in dat geval achter bij NLW N.V. en zullen op termijn beëindigd worden. De stafmedewerkers die achterblijven zullen boventallig worden. Dit houdt in dat zij op zoek moeten gaan naar ander werk. Een boventallige werknemer heeft op grond van de Cao SGO aanspraak op een van-werk-naar-werk-traject dat maximaal 24 maanden kan duren. Gedurende
22/33
dit Vwnw-traject moet hij trachten een andere betrekking te verwerven buiten de organisatie. Zijn salaris wordt gedurende de tijd dat het traject loopt volledig doorbetaald. Mocht hij er niet in slagen een andere betrekking te verwerven, dan wordt hij werkloos en maakt hij aanspraak op de meest uitgebreide werkloosheidsuitkering zoals deze in de Cao SGO is opgenomen. Deze bestaat uit een WW-uitkering op grond van de Werkloosheidswet (max. 24 maanden), de reparatieuitkering (max. 14 maanden, afhankelijk van leeftijd en het aantal jaren dat de medewerker gewerkt heeft), inclusief aanvullende uitkering (max. 38 maanden) en de nawettelijke uitkering (duur afhankelijk van diensttijd in gemeentedienst of in een organisatie die aan de gemeentelijke overheid is gelieerd). De totale groep van stafmedewerkers heeft een omvang van 78 personen, waarvan 72 medewerkers resteren.11 Deze groep is onder te verdelen in drie categorieën. -
Stafmedewerkers die direct verbonden zijn aan de doelgroep
De medewerkers zijn in kaart gebracht die direct aan de doelgroepmedewerkers verbonden zijn. Dit zijn de werkcoaches (25) en de jobcoaches (6). De werkcoaches geven veelal direct leiding aan de doelgroepmedewerkers in de vestigingen in Venray en Panningen en op WOL-locaties. De jobcoaches begeleiden in hoofdzaak de medewerkers die gedetacheerd zijn. Zij hebben hun standplaats op de vestiging in Venray. Voor zover deze medewerkers verbonden zijn aan de opdrachten die overgaan (zoals hierboven bij overgang van onderneming is omschreven), zullen zij met deze opdrachten overgaan naar de verkrijgende organisatie. -
Stafmedewerkers die nauw verbonden zijn aan de doelgroep
Er is een groep van medewerkers die nauw verbonden is aan de doelgroep. Dit zijn de teamleiders (10), de consulenten arbeidsontwikkeling (7) en werkvoorbereiders (2). De teamleiders geven leiding aan de werkcoaches en zijn verantwoordelijk voor een afdeling binnen NLW. Uit het overzicht blijkt dat de functie van werkvoorbereider alleen in Venray voorkomt, maar dat is niet juist. In Panningen wordt de functie van werkvoorbereider ingevuld door een medewerker uit de doelgroep. Voor zover deze medewerkers daadwerkelijk verbonden zijn aan de opdrachten die overgaan, zullen zij met deze opdrachten overgaan naar de verkrijgende organisatie. De consulenten arbeidsontwikkeling zijn dagelijks bezig met het ontwikkelen van de arbeidsmatige vaardigheden van de medewerkers. Voornamelijk worden zij ingezet voor de medewerkers afkomstig uit de Participatiewet en nieuw Beschut (overigens ook Participatiewet) maar ook voor de Wsw-medewerkers. Daarvoor hebben zij verschillende instrumenten ter beschikking. Verder doen zij ook loonwaardemetingen. Mocht besloten worden dat de werkzaamheden van de arbeidscoaches worden afgebouwd voor 1 januari 2027, dan zullen deze medewerkers niet overgaan en binnen NLW N.V. of Stichting OAW boventallig worden.
Uit het overzicht van de stafmedewerkers zijn twee medewerkers verwijderd, omdat ze de organisatie hebben verlaten. Verder is uitgegaan van de transitiedatum van 1 januari 2027, hetgeen betekent dat nog 4 medewerkers uit het overzicht zijn gehaald omdat zij voor 1 januari 2027 de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en als gevolg daarvan de organisatie hebben verlaten. 11
23/33
-
Stafmedewerkers die niet direct of nauw verbonden zijn aan de doelgroep
Onder aftrek van de groepen van medewerkers zoals hierboven besproken, resteert een groep van 22 medewerkers die niet direct of nauw verbonden zijn aan de doelgroepen gebonden zijn. Hierbij moet gedacht worden aan functies op het gebied van HRM, financiën ICT etc. Er is thans geen duidelijkheid of de medewerkers die tot deze groep behoren mee overgaan naar de verkrijgende organisaties.
Plaatsingskosten stafmedewerkers Medewerkers die niet mee overgaan naar een andere organisatie, zullen boventallig worden binnen NLW N.V. Het is niet aan te geven wat de kosten zullen zijn van de afvloeiing van het (eventuele) boventallige personeel. De inzet is erop gericht om tijdig vast te stellen of iemand boventallig wordt en met hem/haar een traject uit te zetten naar een betrekking buiten NLW N.V. of Stichting OAW, ook om deze kosten zo veel mogelijk te beperken. De interim directeur zal samen met de boventallige medewerker het traject uitzetten naar een andere betrekking. Hij wordt hierbij ondersteund door P&O. De interim directeur heeft verschillende mogelijkheden om de uitstroom van de boventallige medewerker naar een andere betrekking mogelijk te maken. Dit is maatwerk en het is aan de interim directeur om, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, te bepalen wat nodig is. Tot het maatwerk behoort ook het inschakelen van een outplacementbureau dat medewerkers behulpzaam is bij het verwerven van een andere betrekking. Belangrijk is dat het bureau werkzaam is in de regio van de NLW-gemeenten en de regionale arbeidsmarkt goed kent. Dit wil overigens niet zeggen dat iedere boventallige medewerker direct naar een outplacementbureau wordt gestuurd.
4.3.3
Situatie stafmedewerkers op 1 januari 2027
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de transitie op 1 januari 2027 voltooid zal zijn, maar dat hoeft niet te betekenen dat alle boventallige stafmedewerkers op dat moment een andere betrekking hebben verworven. Er kunnen nog van-werk-naar-werk-trajecten lopen en mogelijk zijn er medewerkers die na afloop van het van-werk-naar-werk-traject in een uitkeringssituatie terechtkomen. Dit houdt in dat de beide rechtspersonen waar de stafmedewerkers nu in dienst zijn, NLW N.V. en Stichting OAW, nog niet ontbonden kunnen worden. Bijkomend voordeel van een geleidelijke afbouw van het aantal stafmedewerkers is dat het ABP en PfZW mogelijk geen uittredeclaim bij de werkgever wegleggen. Wanneer een werkgever uittreedt uit het pensioenfonds willen zij vaak een uittredesom in rekening brengen bij de uittredende partij. Als het personeel geleidelijk vertrekt, is de kans op een claim voor uittreding minder groot.