04c Bijlage 1 Actualisatie verordening LLVV 2022
Tekst van het document
Bijlage 1: A. Relevante landelijke ontwikkelingen rondom het passend onderwijs. Invulling passend onderwijs Op 1 augustus 2014 werd de Wet passend onderwijs van kracht. Doel van deze wet is dat alle leerlingen, dus ook leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben, een passende onderwijsplek zo dicht mogelijk bij huis krijgen. Sindsdien hebben schoolbesturen een zorgplicht. Dit betekent dat zij iedere leerling, die extra ondersteuning nodig heeft, een passende onderwijsplek moeten bieden. Samenwerkende besturen en scholen (de samenwerkingsverbanden per regio) organiseren deze ondersteuning binnen het regulier of speciaal onderwijs. Deze taak is inmiddels beter uitgewerkt en in beeld binnen de bestuurspraktijk. In de nieuwe verordening zijn de aanbevelingen voor het leerlingenvervoer vanuit de landelijke rapportages over de werking van het passend onderwijs meegenomen. Samenwerkingsverband en het “Op Overeenstemming Gericht Overleg” Het hogere doel van de Wet passend onderwijs is, dat iedere leerling het voor hem benodigde onderwijs zo dicht mogelijk bij huis kan vinden. In het leerlingenvervoer geldt als wettelijk criterium voor een vervoerskostenvergoeding de dichtstbijzijnde toegankelijke school (vereiste onderwijssoort).
Soms is die dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de ouders en/of het samenwerkingsverband van scholen niet de gewenste en aangewezen school (gelet op de specifieke problematiek van de leerling en/of wensen van de ouders). Dat vraagt om goede afstemming en afspraken tussen de regiogemeenten en het samenwerkingsverband van scholen. In ieder geval over de onderbouwing van de noodzaak voor een andere verder gelegen school. Maar ook in algemene zin over het verkorten van reisafstanden voor de leerlingen en beperken kosten vervoer naar de scholen. Die afstemming gebeurt binnen het regionaal Op Overeenstemming Gericht Overleg (hierna: OOGO). Het OOGO heeft een wettelijke basis in de onderwijswetten én in de Jeugdwet. De twee OOGO’s onderwijs en jeugd worden in onze regio gecombineerd. Het leerlingenvervoer is een vast agendapunt is in het OOGO met het samenwerkingsverband. In het voorjaar van 2020 is er een landelijke evaluatie uitgevoerd naar het functioneren van de OOGO’s. De aanbevelingen die uit de evaluatie zijn gekomen zijn eveneens meegenomen bij het opstellen van de Verordening. B. Overzicht met korte uitleg van de belangrijkste aanpassingen/actualisaties in de Verordening. • Algemeen: In de nieuwe verordening wordt het bestaande beleid voortgezet. De nieuwe Verordening gaat uit van de bestaande landelijke bestuurspraktijk en bestaande lokale uitvoeringspraktijk.
Er is dus geen sprake van nieuw beleid. Het gaat vooral om een andere, meer expliciete en specifieke weergave van de bestaande praktijk. Dit wordt hieronder per bepaling toegelicht. • Citeertitel en basisgedachte: De verordening geeft uitvoering aan de taakstelling van het gemeentebestuur. Naast voorschriften over de aanvraagprocedure staan er criteria in voor de aanspraak van ouders op vergoeding van een vervoersvoorziening. Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft. De basisgedachte is dat de verordening de bedoeling heeft ouders en verzorgers financieel te ondersteunen in de kosten die zij moeten maken wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van leerlingenvervoer. De nieuwe citeertitel van de Verordening is daarom ‘Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Horst aan de Maas ”. • Artikel 2. Doelstelling: Het doel van de Verordening is om, aan de ouders, zo nodig een financiële ondersteuning te verstrekken voor passend vervoer van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. En dat voor die kinderen waarbij de school op afstand ligt of voor wie het medisch niet mogelijk is om de school zelfstandig te bereiken. Deze doelstelling is niet nieuw maar nu wel expliciet in een apart artikel vervat en vermeld. • Artikel 4.
Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag: Gemeenten stimuleren zo veel als mogelijk de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. Een vervoersontwikkelingsplan helpt om samen met de ouders en de leerling naar de toekomst te kijken (zie hieronder). Dit is een nieuwe bepaling en explicietere weergave van de bestaande praktijk bij de aanvraagprocedure (afstemming met de scholen over vervoersopties voor de leerling). • Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband: Door aan het OOGO expliciet aandacht te besteden in de verordening wordt bevorderd dat het samenwerkingsverband en de gemeente elkaar meer spreken en afspraken maken over het leerlingenvervoer. Ook deze nieuwe bepaling is een weergave van bestaande praktijk in onze regio. • Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening: 1
Als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen of ernstig wangedrag door de leerling kan een besluit als bedoeld in de verordening worden herzien, opgeschort of ingetrokken. Dit is een specificering op de bestaande bepalingen passend bij het bestaande beleid en de uitvoeringspraktijk. • Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school: Vanwege de vrijheid van onderwijs hebben de ouders bij hun schoolkeuze het recht om de gewenste richting te kiezen (= geloofsrichting) van de aangewezen onderwijssoort. De uitspraak van 21 oktober 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over de eerbiediging van de op godsdienst of levensbeschouwing berustende schoolkeuze (de schriftelijke verklaring van overwegende bezwaren) heeft geleid tot een nieuw tweede lid. In plaats van een verklaring van de ouders wordt nu een melding van de ouders gevraagd in situaties waarbij vanwege de gewenste “richting” van het onderwijs niet de dichtstbijzijnde toegankelijk school wordt gekozen. Dit is een vertaling van de landelijke bestuurspraktijk in een formele regel. In de praktijk betekent dit voor onze gemeente geen beleidswijziging. Wij handelen al hiernaar. • Artikel 9. Afstandsgrens: De verschillende afstandsgrenzen zijn samengebracht in één artikel. Dit is geen inhoudelijke wijziging op bestaande regels maar alleen een verplaatsing en samenvoeging qua tekst.
In onze gemeente geldt voor alle onderwijssoorten al 5 kilometer als afstandsgrens (i.p.v. maximum van 6 kilometer) waarboven een vergoeding mogelijk is. Dus bestaand beleid. • Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats: Het college kan een opstapplaats aanwijzen. In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een opstapplaats en wanneer deze wordt gebruikt. Ook dit is geen inhoudelijke wijziging maar slechts een explicietere weergave van een bestaande optie en uitvoeringspraktijk. • Artikel 13. Schooltijden en wachttijden: De gemeente kan leerlingen die op dezelfde school toch verschillende lestijden hebben tegemoetkomen. Dit is ook een meer explicietere weergave van bestaande regels en praktijk. • Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente: Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits is voldaan aan een aantal voorwaarden. Dit is ook een meer expliciete weergave voor maatwerk in bijzondere situaties van leerlingen (crisisopvang in andere gemeente). Voortzetting van het bestaande beleid. • Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres: In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een aanvraag om een vervoersvoorziening naar het stageadres. Ook dit is een explicietere en meer specifieke weergave van bestaande regels en praktijk.
• Artikel 21. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening: De gemeenten hebben met deze bepaling meer formele ruimte om bij de verstrekking van een vervoersvergoeding individueel maatwerk te bieden. Dit is nieuw en een juridische basis voor bekostiging van “alternatieve” vervoersoplossingen en maatwerk. Bijvoorbeeld “proefperiode voor OV of voor fietsvervoer”. Toelichting op de verordening. In de toelichting op de verordening worden de achtergronden en de meer specifieke juridische uitleg gegeven voor het hanteren van de regels. Die informatie is vooral relevant als leidraad bij de uitvoering. De lokale toelichting is vanuit de Model toelichting naar onze verordening en situatie vertaald. Noot m.b.t. tekstmarkeringen in de raadsstukken: In het concept raadsbesluit met de tekst van de verordening en in de toelichting zijn de volgende tekstarceringen opgenomen. Dat geeft een beeld van de status van de betreffende bepaling. Grijs = Geadviseerd keuzeonderdelen binnen VNG-model Groen = Regionaal dezelfde keuze Geel = Specifiek HadM
2