04c.8 Bijlage 8 Verkennend bodem en asbestonderzoek
Tekst van het document
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom) (2011/282/ML-01, versie 0)
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
in opdracht van Gemeente Horst aan de Maas De heer B. Voesten Wilhelminaplein 6 5961 ES HORST betreffende locatie Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom) documentkenmerk 2011/282/ML-01 versie 0 vestiging Neer datum 18 februari 2021
opgesteld door:
gecontroleerd door:
K. Belemans
M.J.P. Lunenburg
Projectleider bodem
Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Samenvatting In opdracht van de gemeente Horst aan de Maas heeft Tritium Advies een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom). Aanleiding voor de onderzoeken is de geplande herontwikkeling van de locatie, waarbij ook diverse gronden worden aan- en verkocht. In het kader van de herontwikkeling zijn reeds diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderhavig onderzoek heeft alleen betrekking op de locaties (3 stuks) die in het kader van de geplande transacties nog niet eerder zijn onderzocht. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en waterbodem om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging en een uitspraak doen over het indicatieve asbestgehalte in de bodem. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: •
deellocatie A :
(voormalig) Rabobank terrein;
•
deellocatie B :
fietspad;
•
deellocatie C :
bedrijfsterrein.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. Deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein De grond is plaatselijk maximaal licht verontreinigd met cadmium en PCB. Het grondwater blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. De waterbodem is niet verontreinigd en kan worden geclassificeerd als klasse ‘achtergrondwaarde’. De aanwezige puinfundering is indicatief niet verontreinigd en komt in aanmerking voor hergebruik als N-bouwstof Deellocatie 2: fietspad Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd is met koper, lood en zink. De puinfundering op de deellocatie komt (indicatief) in aanmerking voor hergebruik als Nbouwstof. De sterke grondverontreiniging met koper, lood en zink maakt onderdeel uit van een grotere verontreiniging en wordt bij deellocatie 3 nader toegelicht. Deellocatie 3: bedrijfsterrein Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond (0,04 m-mv tot 0,5 m-mv) ter plaatse van de deellocatie matig tot sterk verontreinigd is met kobalt, koper, lood en nikkel. Het grondwater blijkt maximaal matig verontreinigd te zijn met kobalt. De aard en omvang van de verontreinigingen binnen de grenzen van de onderhavige onderzoekslocatie zijn door middel van onderhavig onderzoek in combinatie met de resultaten van het eerder uitgevoerde nader bodemonderzoek [6] afdoende vastgesteld.
De omvang van de sterke grondverontreiniging ter plaatse van deellocatie 2 wordt geraamd op circa 117 m3 en ter plaatse van deellocatie 3 geraamd op circa 35 m3. De verontreiniging met zware metalen ter plaatse van deellocatie 2 en 3 hebben vermoedelijk alle te maken met de aanwezige stortlaag (direct ten noorden en oosten van de locatie) en de grond met bijmengingen. De verontreinigingen zijn waarschijnlijk ontstaan voor 1987.
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
De aangetoonde matig tot sterke verontreinigingen met zware metalen ter plaatse van deellocatie 2 en 3 hebben samen met het noordoostelijk gelegen bedrijfsterrein een technische, ruimtelijke en organisatorische samenhang. Derhalve kan het geheel als één geval van bodemverontreiniging worden beschouwd. De omvang van sterke grondverontreiniging welke is vastgesteld tijdens het eerder uitgevoerde onderzoek [6] op het noordoostelijk gelegen bedrijfsterrein wordt geraamd op circa 440 m3. De omvang van de sterke grondverontreiniging ter plaatse van deellocatie 2 wordt geraamd op circa 117 m3 en ter plaatse van deellocatie 3 geraamd op circa 35 m3. Daarmee wordt de gehele sterke grondverontreiniging geraamd op circa 592 m3. Resumé De aangetoonde sterke grondverontreiniging met zware metalen ter plaatse van deellocatie 2 en 3 levert beperkingen op ten aanzien van eventuele toekomstige transactie, graafwerkzaamheden en/of de herontwikkeling van de locatie. Geadviseerd wordt om minimaal alle sterke verontreinigingen, behorende bij het geval van bodemverontreiniging, te saneren voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie. Hiertoe dient een BUS-melding of deelsaneringsplan te worden opgesteld, welke goedgekeurd moet worden door het bevoegd gezag. De sanering dient uitgevoerd te worden onder milieukundige begeleiding door een BRL7001 gecertificeerde aannemer.
De overige onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen transactie of herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
6
2.3
Terreinverkenning
11
2.4
Bodemopbouw
11
2.5
Conclusies vooronderzoek
12
3.
Onderzoeksstrategie
13
4.
Uitvoering
14
4.1
Kwalibo
14
4.2
Maaiveldinspectie
14
4.3
Inspectiegaten en boorwerk
15
4.4
Bemonstering grondwater
16
4.5
Analyses
17
5.
Analyseresultaten
19
5.1
Toetsingskader(s)
19
5.2
Parameters grond (NEN 5740)
19
5.3
Asbest in grond (NEN 5707)
21
5.4
PFAS in grond
21
5.5
Grondwater
22
5.6
Indicatief uitloogonderzoek
5.6.1 Onderzoeksstrategie
22 22
5.6.2 Uitvoering
23
5.6.3 Analyses
23
5.6.4 Analyseresultaten
23
5.6.5 Resultaten – indicatief uitloogonderzoek
23
5.6.6 Bespreking resultaten
24
6.
Verkennend waterbodemonderzoek
25
6.1
Onderzoeksstrategie
25
6.2
Uitvoering
25
6.2.1 Kwalibo
25
6.3
Veldwerk
26
6.4
Analyses
26
6.5
Resultaten
27
6.5.1 Toetsingskader
27
6.6
27
Analyseresultaten
6.6.1 Onderzoek parameters NEN-A pakket
27
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
7.
Verontreinigingssituatie
28
7.1
Bedrijfsterrein Bakker (Stortlaag / grond)
28
7.2
Deellocatie 2
29
7.3
Deellocatie 3
29
7.4
Omvang verontreinigingen
30
7.5
Oorzaak en gevalsdefinitie
30
7.6
Risico’s
31
8.
Conclusie en aanbevelingen
32
Bijlagen Bijlage 1:
Kadastrale kaart
Bijlage 2:
Situatietekening
Bijlage 3:
Profielbeschrijvingen
Bijlage 4:
Analyseresultaten grond
Bijlage 5:
Analyseresultaten asbest
Bijlage 6:
Analyseresultaten waterbodem
Bijlage 7:
Analyseresultaten grondwater
Bijlage 8:
Analyseresultaten bouwstoffen
Bijlage 9:
Toelichting toetsingskader
Bijlage 10:
Toetsingstabellen grond
Bijlage 11:
Toetsingstabellen grondwater
Bijlage 12:
Toetsingstabellen waterbodem
Bijlage 13:
Indicatieve toetsing bouwstoffen
Bijlage 14:
Foto’s onderzoekslocatie
Bijlage 15:
Verontreinigingssituatie
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
1. Inleiding In opdracht van de gemeente Horst aan de Maas heeft Tritium Advies een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom). Aanleiding voor de onderzoeken is de geplande herontwikkeling van de locatie, waarbij ook diverse gronden worden aan- en verkocht. In het kader van de herontwikkeling zijn reeds diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderhavig onderzoek heeft alleen betrekking op de locaties (3 stuks) die in het kader van de geplande transacties nog niet eerder zijn onderzocht. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en waterbodem om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging en een uitspraak doen over het indicatieve asbestgehalte in de bodem. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld.
Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
2. Vooronderzoek Voor het onderzoek is geen aanvullend vooronderzoek uitgevoerd, maar is gebruikt gemaakt van de informatie uit alle eerder uitgevoerde onderzoeken op de locatie en in de directe omgeving. Een overzicht van de eerder uitgevoerde onderzoeken is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Stationsstraat 147
onderzoekslocatie 1.
indicatief bodemonderzoek
Haskoning
88/6725.05/1K
06-1988
2.
oriënterend bodemonderzoek
Intron Bodemtech
B91274
10-1991
3.
saneringsvoorstel
De Klinker Milieu
940318SH.710
21-03-1994
Adviesbureau 4.
verkennend bodemonderzoek
Econsultancy
14071700
24-09-2014
5.
milieu- en civieltechnisch
Tritium Advies
1903/295/BD-01
07-08-2019
Tritium Advies
2002/157/BD-01
10-02-2021
Econsultancy
6896.001
24-05-2018
onderzoek 6.
nader bodem- en asbestonderzoek
directe omgeving 7.
verkennend bodemonderzoek
Stationsstraat 143
De terreinverkenning is uitgevoerd op 20 augustus 2020 door de heren B. Dorssers en M. Lunenburg van Tritium Advies. De resultaten van de terreinverkenning zijn verwerkt in de volgende paragrafen.
2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. De ligging van de drie locaties is weergegeven in figuur 2.1. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie 1 actuele locatiegegevens adres eigenaar
Driessen
straat
Spoorweg
huisnummer
2
plaats
Horst
kadastraal gemeente
Horst
sectie
M
nummer(s)
2322 (gedeeltelijk)
locatie oppervlak
totaal: 10.350 m2
bebouwd circa 40 m2
(onderzoeksgebied: 1.871 m²) huidig gebruik
vijver (circa 600 m²) en parkeerterrein (1.270 m²)
voormalig gebruik
Tot eind jaren 90 behoorde het terrein naar verwachting tot een (agrarisch) erf. Daarna is het terrein herontwikkeld en is de huidige bebouwing (Rabobank) gerealiseerd en de vijver gegraven.
toekomstig gebruik
tunnel onder de Stationsstraat door
pagina 2 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 2.2, vervolg: overzicht onderzoekslocatie 1 actuele locatiegegevens locatie dempingen, ophogingen,
geen bekend
bijmengingen met puin bodembedreigende
geen bekend
activiteiten kabels en leidingen
Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is door Tritium Advies een KLIC-melding uitgevoerd.
bodemfunctieklassekaart
bodemfunctieklasse: industrie
terreinsituatie bebouwing
(fietsen) stalling
maaiveld
verhard en braak
verhardingen
bebouwing:
klinkers
overig:
klinkers en tegels
omgeving gebruik belendende percelen
Stationsstraat, Spoorweg en bedrijfsterrein
In de onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van het te onderzoeken gedeelte van de vijver ter plaatse van deellocatie 1. Tabel 2.3: overzicht vijver (deellocatie 1) locatiegegevens geografische afbakening onderzoeks-
water
Vijver deellocatie 1
locatie
omschrijving
vijver
omvang
lengte
31 m
breedte
11 m
geplande
waterdiepte
0,65 m
ligging
binnen bebouwde kom
watertype
regionaal zoet oppervlaktewater
dikte- en opbouw
Op de waterbodem bevindt zich vermoedelijk geen sliblaag. De vaste waterbodem
waterbodem
bestaat vermoedelijk uit leemhoudend zand.
stroming
snelheid
geen stroming
patroon
-
sedimentatie
snelheid
-
toelichting
natuurlijke aanwas
beschrijving
In het kader van de aanleg van een nieuwe tunnel onder de Stationsstraat door
werkzaamheden
wordt de waterbodem vermoedelijk geheel gedempt.
huidige - en historische waterhuishoudkundige functies en verontreinigingsbronnen watertype
gegraven water: vijver
lozingspunten
geen lozingspunten ter plaatse van onderzoekslocatie
voormalig gebruik en menselijke
Tot eind jaren 90 behoorde het terrein naar verwachting tot een (agrarisch) erf.
activiteiten
Daarna is het terrein herontwikkeld en is de huidige bebouwing (Rabobank) gerealiseerd en de vijver gegraven.
toekomstig gebruik
De vijver zal vermoedelijk in zijn geheel worden gedempt.
dempingen, ophogingen, bijmengingen
De vijver is plaatselijk gedempt.
met puin bodembedreigende activiteiten en
geen bekend
calamiteiten kabels en leidingen
geen bekend ter plaatse van de vijver
pagina 3 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 2.4: overzicht onderzoekslocatie 2 actuele locatiegegevens adres eigenaar
Gemeente Horst aan de Maas
straat
Stationsstraat
huisnummer
ten zuidwesten van 147
plaats
Horst
kadastraal gemeente
Horst
sectie
C
nummer(s)
3174
locatie oppervlak
totaal: 2.820 m2
onbebouwd
(onderzoeksgebied: 494 m²) huidig gebruik
fietspad
voormalig gebruik
Tot 2014 betrof de te onderzoeken locatie (circa 500 m2) een sloot. In 2015 is deze sloot gedempt en is het huidige fietspad gerealiseerd.
toekomstig gebruik
bedrijfsterrein
dempingen, ophogingen,
De onderzoekslocatie is in 2015 gedempt.
bijmengingen met puin bodembedreigende
geen bekend
activiteiten kabels en leidingen
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich een hogedruk olieleiding (Rotterdam-Rijn Pijpleiding). Tijdens het onderzoek moet hier minimaal 5 meter vandaan gebleven worden. Voor aanvang van het veldwerk is een KLIC-melding verricht.
bodemfunctieklassekaart
bodemfunctieklasse: industrie
terreinsituatie bebouwing
geen
maaiveld
nagenoeg geheel verhard
verhardingen
bebouwing:
geen
overig:
asfalt en klinkers
omgeving gebruik belendende percelen
treinstation Horst-Sevenum met spoorlijn Venlo-Eindhoven, bedrijfsterrein, openbare weg, agrarisch
Tabel 2.5: overzicht onderzoekslocatie 3 actuele locatiegegevens adres eigenaar
Faassen
straat
Stationsstraat
huisnummer
147
plaats
Horst
kadastraal gemeente
Horst
sectie
C
nummer(s)
5123
locatie oppervlak
totaal: 7.665 m2
onbebouwd
(onderzoeksgebied: 100 m²) huidig gebruik
bedrijfsterrein
voormalig gebruik
bedrijfsterrein
toekomstig gebruik
infrastructuur (gemeente Horst aan de Maas)
pagina 4 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 2.5: overzicht onderzoekslocatie 3 (vervolg) actuele locatiegegevens adres dempingen, ophogingen,
De locatie maakt momenteel onderdeel uit van de terreinverharding van het bedrijfsterrein
bijmengingen met puin
van Stationsstraat 147. De grond onder de dezelfde terreinverharding direct ten oosten ervan is reeds onderzocht. De grond bleek sterk verontreinigd te zijn en bevatte onder andere veel bijmengingen met puin, slakken, asfalt en ijzer (stortlaag).
bodembedreigende
geen bekend
activiteiten kabels en leidingen
Nabij de onderzoekslocatie bevindt zich een hogedruk olieleiding (Rotterdam-Rijn Pijpleiding). Tijdens het onderzoek moet hier minimaal 5 meter vandaan gebleven worden. Voor aanvang van het veldwerk is een KLIC-melding verricht.
bodemfunctieklassekaart
bodemfunctieklasse: industrie
terreinsituatie bebouwing
geen
maaiveld
geheel verhard
verhardingen
bebouwing:
geen
overig:
asfalt
omgeving gebruik belendende percelen
treinstation Horst-Sevenum met spoorlijn Venlo-Eindhoven, bedrijfsterrein, openbare weg, agrarisch
De kadastrale kaart van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 14. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur. Figuur 2.1: onderzoekslocaties (nr. 1 t/m 3)
1
2 3
pagina 5 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 2.6: overzicht historie Stationsstraat 147 periode
gebruik
toelichting
<1922
agrarisch
-
1922 - 1975
op historisch kaartmateriaal is te zien dat de
het is niet bekend hoe de locatie in gebruik was.
locatie bebouwd is 1975
afgifte bouwvergunning voor twee loodsen
-
1975 - 1982
het bedrijf Hoogewerf Metaalhandel is op de
-
locatie gevestigd 1978
de meest oostelijke loods wordt gebouwd
-
1982
de firma Groot Boller B.V. koopt de locatie na
oud-ijzerhandel Stassen vestigt zich op de locatie
het faillissement van Hoogewerf B.V. 1988
het bedrijf GTO (Galvanotechniek en
later neemt GTS het bedrijf over. GTO en GTS richtten
Ontwikkeling) vestigt zich op het terrein
zich voornamelijk op het galvaniseren van metalen in de meest oostelijke loods
1988-1990
het bedrijf ‘Metalmix’ is actief op de locatie
dit bedrijf versnipperde staal in de meest westelijke hal
1996/1997
GTS verlaat de locatie
-
heden
momenteel is op de locatie het bedrijf Bakker
dit bedrijf betreft een hoveniersbedrijf
Groen gevestigd
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de omgeving zijn eerder de in de volgende tabel vermelde bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover relevant voor onderhavig onderzoek zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. Tabel 2.7: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
Stationsstraat 147
onderzoekslocatie 1.
indicatief bodemonderzoek
Haskoning
88/6725.05/1K
06-1988
2.
oriënterend bodemonderzoek
Intron Bodemtech
B91274
10-1991
3.
saneringsvoorstel
De Klinker Milieu
940318SH.710
21-03-1994
Adviesbureau 4.
verkennend bodemonderzoek
Econsultancy
14071700
24-09-2014
5.
milieu- en civieltechnisch
Tritium Advies
1903/295/BD-01
07-08-2019
Tritium Advies
2002/157/BD-01
10-02-2021
Econsultancy
6896.001
24-05-2018
onderzoek 6.
nader bodemonderzoek
directe omgeving 7.
verkennend bodemonderzoek
Stationsstraat 143
Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 1 Galvanotachniek en –ontwikkeling BV (GTO) was voornemens in één van de drie loodsen op het terrein aan de Stationsstraat 147 te Horst een productielijn voor metaalwaren te realiseren. Destijds werd de loods gebruikt voor de opslag van diverse metaalwaren. De aanleiding voor het onderzoek was de mogelijke aankoop van het betreffende terrein. Doel van het onderzoek was het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Tijdens de uitvoering van het veldwerk werden op de locatie asresten aangetroffen over een oppervlakte van circa 6 m2. Tussen 0 en 1,25 m-mv werd zintuiglijk een olie- en/of teergeur geconstateerd.
pagina 6 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Uit de rapportage blijkt dat de grond op het oostelijke terreindeel (boring 5 en 6) matig tot sterk verontreinigd was met koper en lood. Ter plaatse van boring 7 overschreed de concentratie minerale olie de destijds geldende B-waarde. Het grondwater was niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Geadviseerd werd om de met olie en zware metalen verontreinigde grond te verwijderen. Figuur 2.2: uitsnede situatietekening onderzoek 1988 (niet op schaal)
Ad 2 Aanleiding voor het onderzoek waren de resultaten van het bodemonderzoek uit 1988 [1]. Doel van het onderzoek was inzicht verkrijgen in de aard, plaats van voorkomen en concentraties van verontreinigende stoffen. Zintuiglijk werden tijdens het veldwerk verspreid over het terrein bijmengingen met puin en kooltjes in de bodem waargenomen. In de bovengrond van boring 15 werd een zeer lichte tot matige oplosmiddelengeur waargenomen. Uit de rapportage blijkt dat in nagenoeg alle onderzochte grondmonsters verhoogde gehaltes aan één of meerdere van de stoffen koper, lood of zink zijn aangetoond. Koper en lood zijn gemeten in gehaltes tot boven de Cwaarden; zink in gehalte tot tussen de B- en C-waarden. Daarnaast werden gehaltes aan cadmium, chroom, EOX, PAK en minerale olie aangetoond tot boven de A-waarde. De omvang van de verontreinigingen was niet bekend. De verontreiniging met minerale olie die tijdens het onderzoek in 1988 was aangetroffen, werd bij het onderhavige onderzoek niet aangetroffen. Het grondwater was licht verontreinigd met vluchtige aromaten, minerale olie, chroom en kwik en matig verontreinigd met zink. De geconstateerde verontreinigingen werden toegeschreven aan de vóór 1988 op de locatie ontplooide activiteiten.
pagina 7 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Figuur 2.3: uitsnede situatietekening onderzoek 1991 (niet op schaal)
Ad 3 Naar aanleiding van de uitgevoerde bodemonderzoeken [1 en 2] is een afweging van saneringsvarianten opgesteld. Aanleiding hiervoor waren de plannen om een deel van de bebouwing te vernieuwen. Daarnaast werd door de gemeente Horst aangedrongen op het nemen van saneringsmaatregelen. Voor zover bekend bij Tritium Advies is er echter nooit een sanering uitgevoerd.
pagina 8 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Ad 4 Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen verkoop van de locatie. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Onder de asfaltverharding was plaatselijk een puinverharding aanwezig. De grond ter plaatse van boring 17 (0,3- 0,6 m-mv) was sterk verontreinigd met koper, lood, nikkel en zink en matig verontreinigd met kobalt. Ter plaatse van de boringen 15, 16 en 23 was de grond licht verontreinigd met zware metalen. Nabij de voormalige ondergrondse opslagtank werd een peilbuis geplaatst. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Geconcludeerd werd dat de locatie voor een groot gedeelte sterk verontreinigd was met zware metalen. Geadviseerd werd om nader onderzoek uit te voeren naar de aard en omvang van de geconstateerde verontreiniging met zware metalen. Figuur 2.4: uitsnede situatietekening onderzoek 2014 (niet op schaal)
pagina 9 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Ad 5 De onderzoekslocatie betrof een klein gedeelte van deellocatie 2 van onderhavig onderzoek en grensde ten zuidoosten aan deellocatie 3 van onderhavig onderzoek. Aanleiding voor het milieu- en civieltechnisch onderzoek was de geplande herontwikkeling van de locatie, waarbij ook diverse gronden zouden worden aan- en verkocht. Daarnaast vindt ook een bestemmingswijziging plaats. Tijdens het onderzoek zijn de milieuhygiënische kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van het asfalt, een puinfundering, de bodem en waterbodem onderzocht. Tijdens het onderzoek werd ter plaatse van deellocatie A (oostelijke terreindeel bedrijfsterrein Bakker) een sterke grondverontreiniging met minerale olie aangetoond in het traject van 0,3 tot 0,5 m-mv. De omvang van deze verontreiniging was zowel in horizontale als in verticale richting nog niet vastgesteld. Het grondwater ter plaatse was in ieder geval niet verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. Verder werd in inspectiegat A07 (eveneens deellocatie A) in het traject van 0,15 tot 0,50 m-mv een gewogen asbestgehalte aangetoond van 2.036,5 mg/kg d.s. Het betrof plaatmateriaal dat bestond uit 10-15% hechtgebonden chrysotiel. Omdat het een verkennend asbestonderzoek betrof dient dit gehalte als indicatief beschouwd te worden.
Daarnaast was de bovengrond ter plaatse van nagenoeg de gehele deellocatie A sterk verontreinigd met zware metalen. Deze verontreiniging was reeds voldoende in beeld gebracht binnen de grenzen van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van deellocatie E (fietspad) werd langs de asfaltverharding ter plaatse van boring E04 een zinkassenlaag aangetroffen onder een puinfundering. De kwaliteit van de grond onder de zinkassenlaag is niet bekend, omdat niet dieper geboord kon worden. Ter plaatse van deellocatie F (strook grond langs Stationsstraat) werd bij boring F04 een sterke grondverontreiniging aangetoond met koper, lood en zink en een matige verontreiniging met cadmium. Deze verontreiniging maakt onderdeel uit van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen op het terrein van Stationsstraat 147 (bedrijfsterrein Bakker). Geadviseerd werd om nader onderzoek uit te voeren naar de aangetroffen sterke verontreinigingen met minerale olie en xylenen. Verder werd geadviseerd om de kwaliteit van de grond onder de zinkassenlaag ter plaatse van deellocatie E te bepalen. Tevens diende een nader asbestonderzoek te worden uitgevoerd ter plaatse van deellocatie A om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake was van een asbestverontreiniging.
Bij het nader (asbest)onderzoek dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van een hogedruk olieleiding ter plaatse van deellocatie A. Ad 6 De onderzoekslocatie grensde ten oosten aan deellocatie 3 van het onderhavig onderzoek. Aanleiding voor het nader bodemonderzoek was de geplande herontwikkeling van de locatie, waarbij ook diverse gronden zouden worden aan- en verkocht. Verder vindt ook een bestemmingswijziging plaats. Daarnaast werd de aanleiding gevormd vanwege de resultaten van een eerder uitgevoerd onderzoek [5]. Hierbij werd een sterke grondverontreiniging met minerale olie en xylenen ter plaatse van deellocatie A aangetroffen en werd tijdens een verkennend asbestonderzoek ter plaatse van deellocatie A asbest aangetoond. Tevens werd een laag met zinkassen ter plaatse van deellocatie E aangetroffen. pagina 10 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Doel van het nader onderzoek was het vaststellen van de aard en omvang van de verontreiniging met minerale olie, vluchtige aromaten en asbest. Uit het onderzoek werd geconcludeerd dat de aard en omvang van de verontreiniging met minerale olie, xylenen, PAK, zware metalen en asbest binnen de onderzoeklocatie afdoende was vastgesteld. Naar verwachting loopt de verontreiniging onder de asfaltverharding in noordwestelijke richting (terrein Bakker) buiten de onderzoekslocatie verder door (richting deellocatie 3 van onderhavig onderzoek). De aangetoonde gehaltes onder het asfalt aan minerale olie, xylenen, PAK, zware metalen en asbest hangen samen met de waargenomen bijmengingen in de aanwezige grond/stortlaag. Deze laag is circa 0,5 meter dik en bevat veel bijmengingen met puin, ijzer, hout en slakken. Deze laag en onderliggende grond was sterk tot uiterst geurend. De totale omvang van de verontreiniging in de grond werd geraamd op 1.100 m3. Hiervan was minimaal 440 m3 sterk verontreinigd. Geconcludeerd werd er sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Geadviseerd werd om voorafgaand aan de herontwikkeling een saneringsplan of BUS-melding voor te leggen aan het bevoegd gezag. Tevens werd geadviseerd om de aanwezige asfaltverharding zo lang als mogelijk te handhaven om eventuele blootstellingsrisico’s te voorkomen.
Ad 7 De onderzoekslocatie was gelegen op circa 25 meter ten oosten van deellocatie 1 van onderhavig onderzoek. Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen aankoop en bestemmingsplanwijziging. Doel van het onderzoek was het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Tijdens de uitvoering van het veldwerk werden zintuiglijk bijmengingen met kolengruis, baksteen en aardewerk waargenomen. De bovengrond bleek licht verontreinigd te zijn met cadmium, lood, zink en PAK. De ondergrond was niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Geconcludeerd werd dat er geen belemmeringen waren voor de voorgenomen aankoop van de locatie en de bestemmingsplanwijziging.
2.3 Terreinverkenning Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Hieruit bleek dat ter plaatse van deellocatie 1 de vijver gedeeltelijk was gedempt. Derhalve is één boring tot 2 m-mv aanvullend geplaatst. De oppervlakte van de vijver bedroeg in eerste instantie circa 600 m2. Echter bleek ter plaatse dat de vijver plaatselijk was gedempt. Er bleef circa 330 m2 aan vijver over. De resultaten van de terreinverkenning hebben verder geen aanleiding gegeven om de onderzoeksstrategie aan te passen.
2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie.
pagina 11 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 2.8: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
26 m+NAP
deklaag
dikte
2m
samenstelling
zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus
doorlatendheid
matig
dikte
18 m
samenstelling
zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig
doorlatendheid
goed
stijghoogte
24 m+NAP
stromingsrichting
noordoostelijk
stijghoogte
onbekend
stromingsrichting
noordoostelijk
1e watervoerende pakket
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
waterhuishouding oppervlaktewater
Op de locatie (deellocatie 1) is een vijver aanwezig met een oppervlakte van circa 600 m 2.
grondwaterbeschermingsbied /
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.
2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek worden alle drie de onderzoekslocaties als “verdacht” beschouwd. Aangenomen wordt dat de grond als gevolg van dempingen, ophoging en herontwikkeling heterogeen verontreinigd kunnen zijn met zware metalen en/of asbest. Op basis van het vooronderzoek en de geplande transacties worden de in de volgende tabel vermelde deellocaties onderscheiden. Tabel 2.9: deellocaties locatie
omschrijving
afmeting
hypothese
motivatie
verdachte
1.
(voormalig) Rabobank terrein
1.871 m2
verdacht
voormalig erf/ herontwikkeling
2.
fietspad
494 m²
verdacht
demping
zware metalen,
3.
bedrijfsterrein
100 m2
verdacht
ophoging
zware metalen,
stoffen asbest asbest asbest
PFAS Onderzoek naar PFAS is in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen niet verplicht. Voor hergebruik van grond zijn in het geactualiseerde ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (d.d. 2 juli 2020) regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek naar PFAS nodig is. Omdat vooralsnog niet geheel bekend is waar en hoeveel grond bij de herontwikkeling wordt afgevoerd is met de opdrachtgever overeen gekomen om ter plaatse van de toekomstige tunnel (locatie 1) ter indicatie één analyse op PFAS uit te voeren.
pagina 12 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
3. Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017) en de NEN 5740+A1 (april 2016). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
analyses 2)
veldwerkzaamheden maaiveld-
inspectie-
boringen
inspectie
gaten
(diepte in
(diepte in
m-mv)
peilbuizen
asfalt- of
grond
grondwater
5 x NEN-g 4)
1 x NEN-gw
betonboringen
m-mv)
(diameter)
1: (voormalig) Rabobank terrein (1.871 m2) VED-HE-NL
2 richtingen,
7 x (0,5)
7 x (0,5)
(parkeerterrein)
stroken 1,5 m
1 x (o.v.l.) 3)
1 x (2,0)
1
-
1 x PFAS (30) 2 x asb-g
2
2: fietspad (494 m ) VED-HE-NL
2 richtingen,
3 x (0,5)
3 x (0,5)
stroken 1,5 m
1 x (o.v.l.) 3)
1 x (2,0)
2 x (0,5)
2 x (0,5)
1
3 x ø 35 cm
3 x NEN-g 4)
1 x NEN-gw
1 x asb-g
3: bedrijfsterrein (100 m2) VED-HE-NL
2 richtingen, stroken 1,5 m
1 x (o.v.l.)
3)
1
4 x ø 35 cm
1 x (2,0)
2 x NEN-g 4)
1 x NEN-gw
1 x asb-g
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VED-HE-NL
:
ON
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig;
2)
onderzoeksstrategie voor ‘overig water’, ‘normale onderzoeksinspanning’.
verklaring analyses: asb-g
:
asbest in grond NEN 5898;
NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale
NEN-A
:
NEN-gw
:
PFAS (30)
:
o.v.l.
:
olie); pakket NEN 5720 voor waterbodem en baggerspecie uit regionale wateren (organisch stof, lutum, barium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, PAK, PCB en minerale olie); pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het Tijdelijk handelingskader. 3)
onderzijde verdachte laag (de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm).
4)
conform de strategie VED-HE-NL dienen alleen analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn extra analyses opgenomen.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
pagina 13 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
4. Uitvoering 4.1 Kwalibo Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocollen 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018), 2002 (versie 6.0, 1 februari 2018) en 2018 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
11-01-2021
maaiveld
maaiveldinspectie Anne van Eijkeren boorwerkzaamheden (protocol 2001) Anne van Eijkeren, Dirk van de Laar
11-01-2021 en 12-01-2021
1.1 t/m 1.12, 2.1 t/m 2.5, 3.1 t/m 3.4, WB1 t/m WB6
monstername grondwater (protocol 2002) Anne van Eijkeren
20-01-2021
1.6, 2.3, 3.1
12-01-2021
AG01 t/m AG08, 2.1, 2.2, 2.4, 2.5, 3.2, 3.3, 3.4
inspectiegaten (protocol 2018) Anne van Eijkeren, Dirk van de Laar
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
4.2 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie plaatselijk (bermen en groenstroken) bedekt met vegetatie (lang gras, onkruid) en plaatselijk (parkeerplaats, fietspad en bedrijventerrein) volledig bedekt met klinkers of asfalt. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie ter plaatse van de bermen en groenstroken geschat op 50% en ter plaatse van de verhardingen op 100 %. De situatie van het maaiveld is op tekening weergegeven in bijlage 2. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
pagina 14 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
4.3 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten, boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat ter plaatse van deellocatie 1 de aanwezige vijver gedeeltelijk was gedempt. Derhalve is ter plaatse aanvullend één boring (1.3) tot 2 m-mv geplaatst. In eerste instantie werd deze boring (1.3A) gestaakt op 0,8 m-mv waarna ernaast opnieuw geboord werd tot 2 m-mv. Boring 2.5 werd op 0,9 m-mv gestaakt vanwege een handmatig ondoordringbare laag. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Er is zintuiglijk geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen in de inspectiegaten. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
waarnemingen en bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein 1.1
0,00 - 0,50
sporen puin
1,00
1.4
0,00 - 0,50
sporen puin
1,40
0,50 - 0,90
matig puinhoudend
1.5
0,13 - 0,45
volledig puin
0,95
1.6
0,13 - 0,35
volledig puin
3,00
1.8
0,13 - 0,30
volledig puin
0,80
1.9
0,40 - 0,60
zwak slakhoudend
1,10
1.10
0,13 - 0,35
volledig puin
2,00
1.11
0,00 - 0,40
zwak puinhoudend
0,90
1.12
0,13 - 0,35
volledig puin
0,85
AG01
0,00 - 0,50
sporen puin
0,80
AG02
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
0,50
AG03
0,00 - 0,30
zwak puinhoudend
0,30
AG04
0,00 - 0,50
sporen puin
0,50
AG05
0,00 - 0,50
sporen puin
1,40
0,50 - 0,90
matig puinhoudend
AG06
0,00 - 0,50
sporen puin
0,50
AG07
0,00 - 0,20
sporen puin
1,10
0,20 - 0,40
zwak puinhoudend
0,40 - 0,60
zwak slakhoudend
0,00 - 0,50
sporen puin
0,50
0,05 - 0,15
volledig beton
1,30
0,15 - 0,65
volledig puin
2.2
0,11 - 0,50
volledig puin
1,00
2.3
0,00 - 0,50
sterk puinhoudend
3,30
2.4
0,11 - 0,25
volledig puin
1,00
2.5
0,20 - 0,40
sporen puin
0,90
0,40 - 0,90
gestaakt
AG08 deellocatie 2: fietspad 2.1
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.1
3.2
0,05 - 0,30
matig puinhoudend, zwak asfalthoudend
0,30 - 0,50
sterk puinhoudend
0,10 - 0,40
sporen puin
3,00
0,90
pagina 15 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 4.3, vervolg: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
overige waarnemingen en
of boring
(m-mv)
bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
0,04 - 0,15
zwak puinhoudend
0,80
0,15 - 0,30
uiterst puinhoudend
0,04 - 0,15
uiterst puinhoudend
0,15 - 0,40
zwak puinhoudend
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.3
3.4
2,00
4.4 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 4.4: peilbuisspecificaties peilbuis
datum
filtertraject
grondwaterstand
pH
Ec
troebelheid
bemonstering
(m-mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(ntu)
belucht
2,00 - 3,00
1,55
7,5
347
287
ja
2,20 - 3,20
0,82
6,8
887
35,2
nee
0,75
7,0
646
195
nee
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein 1.6
20-01-2021
deellocatie 2: fietspad 2.3
20-01-2021
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.1
20-01-2021
1,90 - 2,90
Tijdens de bemonstering van het grondwater hebben zich de volgende afwijkingen op de NEN5744 voorgedaan: •
de troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen;
•
peilbuis 1.6 is belucht bemonsterd. Dit kon niet anders omdat de filter van deze peilbuis in een slecht doorlatende laag staat (leemhoudende zand). Hierdoor kunnen concentraties van vluchtige verbindingen lager uitvallen. Concentraties zware metalen kunnen juist hoger uitvallen.
Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt met de afwijkingen rekening gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.
pagina 16 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
4.5 Analyses De monsters zijn volgens de volgende tabellen geanalyseerd. In verband met het aantreffen van volledige puinlagen zijn aanvullende analyses ingezet. Tabel 4.5: geanalyseerde monsters (NEN 5740) monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
analyses 1)
toelichting
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein mm1-1
0,00 - 0,50
1.1 (0,00 - 0,50),
NEN-g
sporen tot zwak puinhoudende bovengrond
NEN-g
meest verdachte laag ter plaatse van gedempte vijver
NEN-g
zintuiglijk schone grond onder volledige puinlaag
1.11 (0,00 - 0,40), 1.4 (0,00 - 0,50) mm1-2
0,00 - 1,00
1.3 (0,00 - 0,50), 1.3 (0,50 - 1,00)
mm1-3
0,30 - 0,95
1.5 (0,45 - 0,95), 1.6 (0,35 - 0,80), 1.8 (0,30 - 0,80), 1.10 (0,35 - 0,80),
1.9-3
0,40 - 0,60
1.9 (0,40 - 0,60)
NEN-g
zwak slakhoudende bovengrond
mm1-4
0,60 - 1,60
1.3 (1,20 - 1,60),
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond
PFAS (30)
meest verdachte bovengrond
1.4 (0,90 - 1,40), 1.6 (1,10 - 1,40), 1.9 (0,60 - 0,90) mm1-1
0,00 - 0,50
PFAS
1.2 (0,00 - 0,50), 1.4 (0,00 - 0,50), 1.7 (0,00 - 0,50), 1.9 (0,00 - 0,20)
deellocatie 2: fietspad mm2-1
0,25 - 0,80
2.2 (0,50 - 0,80)
NEN-g
zintuiglijk schone grond onder volledige puinlaag
NEN-g
sporen puin, matig houthoudende grond
2.4 (0,25 - 0,50) mm2-2
0,20 - 0,90
2.5 (0,20 - 0,40) 2.5 (0,40 - 0,90)
2.3-1
0,00 - 0,50
2.3 (0,00 - 0,50)
NEN-g
sterk puinhoudende bovengrond
2.3-2
0,50 - 1,00
2.3 (0,50 - 1,00)
met-9
verticale inkadering boring 2.3
3.1 (0,30 - 0,50)
NEN-g
sterk tot uiterst puinhoudende bovengrond
matig puinhoudend en zwak asfalthoudende
deellocatie 3: bedrijfsterrein mm3-1
0,04 - 0,50
3.3 (0,15 - 0,30) 3.4 (0,04 - 0,15) 3.1-1
0,05 - 0,30
3.1 (0,05 - 0,30)
NEN-g
3.1-2
0,30 - 0,50
3.1 (0,30 - 0,50)
met-9
uitsplitsing mm3-1
3.3-2
0,15 - 0,30
3.3 (0,15 - 0,30)
met-9
uitsplitsing mm3-1
3.4-1
0,04 - 0,15
3.4 (0,04 - 0,15)
met-9
uitsplitsing mm3-1
bovengrond
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-g
:
PFAS (30)
:
met-9
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie); uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het Tijdelijk handelingskader; standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen, nikkel en zink).
pagina 17 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 4.5: geanalyseerde monsters asbest (NEN 5707) vindplaats of
monster-
inspectiegat
code
analyses 2)
traject
toelichting
(m-mv) 1)
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein AG01, AG02, AG03, AG04
mm1-1asb
0,00 - 0,50
asb-g
sporen tot zwak puinhoudende bovengrond
AG05, AG06, AG07, AG08
mm1-2asb
0,00 - 0,50
asb-g
sporen puinhoudende bovengrond
1.5, 1.6, 1.8, 1.10, 1.12
mm1-3asb
0,13 - 0,45
asb-p
volledig puin
mm2-1asb
0,11 - 0,50
asb-p
volledig puin
0,05 - 0,30
asb-g
uiterst puinhoudende bovengrond
deellocatie 2: fietspad 2.1, 2.2, 2.4
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.3, 3.4
mm3-1asb
Opmerkingen bij de tabel: 1)
in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.
2)
verklaring analyses: asb-g
:
asbest in grond NEN 5898;
asb-p
:
asbest in puin NEN 5898.
Tabel 4.6: geanalyseerde monsters (grondwater) monster-
peilbuis-
filtertraject
code
nummer
(m-mv)
analyses 1)
motivatie
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein 1.6-1-1
1.6
2,00 - 3,00
NEN-gw
onderzoek grondwater
2,20 - 3,20
NEN-gw
onderzoek grondwater
1,90 - 2,90
NEN-gw
onderzoek grondwater
deellocatie 2: fietspad 2.3-1-1
2.3
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.1-1-1
3.1
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-gw
:
pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
pagina 18 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
5. Analyseresultaten 5.1 Toetsingskader(s) De analyseresultaten van de grond en/of grondwatermonsters zijn vergeleken met de momenteel geldende toetsingskader(s). De analyseresultaten voor PFAS wordt tevens getoetst aan het landelijk en mits van toepassing het regionaal of lokaal beleid. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 9. In de volgende tabel(len) is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit de Wet bodembescherming (Wbb) en Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 5.1: aanduiding mate van verontreiniging volgens Wbb aanduiding in rapport
betekenis voor grond
-
=
niet verontreinigd
De toetsingswaarden worden niet overschreden.
betekenis voor grondwater
>AW of >S
=
licht verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
achtergrond- en tussenwaarde.
streef- en tussenwaarde.
>T
=
matig verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.
>I
=
sterk verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.
Tabel 5.2: aanduiding bodemkwaliteitsklasse volgens Bbk aanduiding in rapport
betekenis
achtergrondwaarde (AW)
Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.
wonen (Wo)
Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".
industrie (Ind)
Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".
niet-toepasbaar (NT)
Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
5.2 Parameters grond (NEN 5740) De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 10. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel.
pagina 19 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 5.3: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-
traject
code
(m-mv)
boring(en)
toetsingsresultaten Wbb 1)
motivatie
indicatie Bbk 2)
> AW
>T
>I
-
-
-
AW
-
-
-
AW
-
-
-
AW
cadmium
-
-
AW
PCB (som 7)
-
-
AW
zintuiglijk schone grond
kobalt, koper,
-
-
Ind
onder volledige puinlaag
zink, lood, lood
-
-
AW
sterk puinhoudende
PCB, m.o.,
-
koper,
NT
bovengrond
kobalt, nikkel,
zink,
molybdeen,
lood
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein mm1-1
0,00 - 0,50
1.1, 1.11, 1.4
sporen tot zwak puinhoudende bovengrond
mm1-2
0,00 - 1,00
1.3
meest verdachte laag ter plaatse van gedempte vijver
mm1-3
0,30 - 0,95
1.10, 1.5, 1.6, 1.8
zintuiglijk schone grond onder volledige puinlaag
1.9-3
0,40 - 0,60
1.9
zwak slakhoudende bovengrond
mm1-4
0,60 - 1,60
1.3, 1.4, 1.6, 1.9
zintuiglijk schone ondergrond
deellocatie 2: fietspad mm2-1
0,25 - 0,80
2.2, 2.4
PAK mm2-2
0,20 - 0,90
2.5
sporen puin, matig houthoudende grond
2.3-1
0,00 - 0,50
2.3
cadmium, PAK 2.3-2
0,50 - 1,00
2.3
verticale inkadering boring
-
-
-
AW
sterk tot uiterst
m.o., kobalt,
nikkel,
-
Ind
puinhoudende bovengrond
koper, zink,
lood nikkel,
NT
2.3 deellocatie 3: bedrijfsterrein mm3-1
0,04 - 0,50
3.1, 3.3, 3.4
cadmium, PAK 3.1-1
0,05 - 0,30
3.1
matig puinhoudend en zwak
PCB, m.o.,
asfalthoudende bovengrond
zink,
kobalt
koper,
molybdeen,
lood
cadmium 3.1-2
0,30 - 0,50
3.1
uitsplitsing mm3-1
kobalt, lood
-
-
Ind
3.3-2
0,15 - 0,30
3.3
uitsplitsing mm3-1
kobalt, nikkel,
lood
-
Ind
nikkel, zink,
kobalt,
-
Ind
molybdeen,
koper,
cadmium
lood
koper, zink, cadmium 3.4-1
0,04 - 0,15
3.4
uitsplitsing mm3-1
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring afkortingen: m.o.
:
minerale olie;
PAK
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen;
PCB 2)
polychloorbifenylen.
de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden.
pagina 20 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
5.3 Asbest in grond (NEN 5707) De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.4: berekening gewogen gehalte vindplaats of
traject
monster-
inspectiegat
(m-mv)
code
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie
fractie
totaal
< 20 mm 1)
> 20 mm
gewogen 2)
<2
n.a.
<2
<2
n.a.
<2
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein AG01, AG02, AG03, AG04
0,00 - 0,50
mm1-1asb
sporen tot zwak puinhoudende bovengrond
AG05, AG06, AG07, AG08
0,00 - 0,50
mm1-2asb
sporen puinhoudende bovengrond
1.5, 1.6, 1.8, 1.10, 1.12
0,13 - 0,45
mm1-3asb
volledig puin
5
n.a.
5
0,11 - 0,50
mm2-1asb
volledig puin
<2
n.a.
<2
mm3-1asb
uiterst puinhoudende
<2
n.a.
<2
deellocatie 2: fietspad 2.1, 2.2, 2.4
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.3, 3.4
0,05 - 0,30
bovengrond Opmerkingen bij de tabel: 1)
gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).
2)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
n.a.:
niet aangetroffen
5.4 PFAS in grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing aan de gebruikte toetsingskaders van PFAS zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.5: samenvatting toetsingsresultaten PFAS (landelijk) mengmonster
traject
analyseresultaten PFAS
(m-mv)
gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.) PFOS (som)
classificatie
PFOA (som)
overige PFAS
0,34
< 0,1
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein mm1-1 PFAS
0,00 - 0.50
0,26
landbouw / natuur
Toetsing risico’s PFOA en PFOS Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA of PFOS in grond en grondwater (scenario ‘wonen met tuin’) worden overschreden.
pagina 21 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
5.5 Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 7. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 11. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 5.5: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis- monsternummer
code
filtertraject
motivatie
(m-mv)
toetsingsresultaten Wbb >S
>T
>I
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein 1.6
1.6-1-1
2,00 - 3,00
onderzoek grondwater
-
-
-
2,20 - 3,20
onderzoek grondwater
barium
-
-
onderzoek grondwater
-
kobalt
-
deellocatie 2: fietspad 2.3
2.3-1-1
deellocatie 3: bedrijfsterrein 3.1
3.1-1-1
1,90 - 2,90
Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat er geen organische parameters verhoogd zijn aangetoond. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld. Omdat peilbuis 1.6 belucht is bemonsterd is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor vluchtige verbindingen en zware metalen in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat er geen verhoogde parameters zijn aangetoond. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen bronnen bekend waardoor de matige verontreiniging met kobalt verklaard kunnen worden. Dergelijke verontreinigingen worden vaker in deze regio aangetoond zonder dat hiervoor een duidelijke oorzaak aan te wijzen is. De resultaten zijn als betrouwbaar beoordeeld en worden als verhoogde achtergrondwaarde gedefinieerd.
5.6
Indicatief uitloogonderzoek
5.6.1
Onderzoeksstrategie
Tijdens het plaatsen van de inspectiegaten en boringen bleek dat ter plaatse van deellocatie 1 en 2 plaatselijk een puinfundering (meer dan 50 % bodemvreemde bijmengingen) van circa 660 m2 (deellocatie 1) en circa 300 m2 (deellocatie 2) aanwezig is. Omdat de herkomst en kwaliteit van de puinfunderingen niet bekend zijn, worden de kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden bepaald middels een indicatief uitloogonderzoek. Tevens geldt dat de (puin)fundaties verdacht zijn op het voorkomen van asbest. Het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5897+C2 (december 2017). De bemonstering van het funderingsmateriaal is gecombineerd met de monstername voor het asbestonderzoek zoals weergegeven in paragraaf 5.3, tabel 5.4.
pagina 22 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
5.6.2
Uitvoering
De uitvoering en de boor/graafwerkzaamheden worden toegelicht in hoofdstuk 4.
5.6.3
Analyses
De monsters zijn volgens navolgende tabel geanalyseerd door Al-West te Deventer (geaccrediteerd). Tabel 5.8: geanalyseerde monsters boring/inspectiegat
monster-
traject
code
(m-mv)
analyses 2)
toelichting
1)
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein 1.5, 1.6, 1.8, 1.10, 1.12
mm1-1 uitloog
0,13 - 0,45
org. parameters + uitloog
volledig puin
mm2-1 uitloog
0,11 - 0,50
org. parameters + uitloog
volledig puin
deellocatie 2: fietspad 2.1, 2.2, 2.4
Opmerkingen bij de tabel: 1)
in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de
2)
verklaring analyses:
minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. org. parameters
:
de organische parameters PAK, PCB en minerale olie;
uitloog
:
schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen.
5.6.4
Analyseresultaten
Toetsingskader – indicatief uitloogonderzoek In bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen) zijn de normen voor hergebruik van niet vormgegeven bouwstoffen opgenomen. Binnen het toetsingskader wordt voor het classificeren van een partij bouwstoffen één van de onderstaande aanduidingen gebruikt. Tabel 5.9: aanduiding bodemkwaliteitsklasse aanduiding in rapport
betekenis
N-bouwstof
niet vormgegeven bouwstof die kan worden toegepast zonder aanvullende maatregelen.
IBC-bouwstof
niet vormgegeven bouwstof die alleen mag worden toegepast met isolatie-, beheers en (IBC-)controlemaatregelen.
niet-toepasbare bouwstof (NT)
niet vormgegeven bouwstof die niet in aanmerking komt voor hergebruik elders en alleen mag worden ingenomen door een erkende verwerker.
5.6.5
Resultaten – indicatief uitloogonderzoek
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 13. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel.
pagina 23 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
Tabel 5.10: samenvatting toetsingsresultaten uitloog monster-
toelichting
code
samenvatting
indicatieve
toetsingsresultaten
classificatie
>N-bouwstof
>IBC-bouwstof
volledig puin
-
-
N-bouwstof
volledig puin
-
-
N-bouwstof
deellocatie 1: (voormalig) Rabobank terrein mm1-1 uitloog deellocatie 2: fietspad mm2-1 uitloog
5.6.6
Bespreking resultaten
De puinfunderingen ter plaatse van deellocatie 1 en 2 bestaan uit puingranulaat. De funderingen bevatten meer dan 50 % bodemvreemde bijmengingen en betreffen derhalve geen bodem. De puinfundering ter plaatse van deellocatie 1 heeft een oppervlakte van circa 660 m² en ter plaatse van deellocatie 2 een oppervlakte van circa 300 m2. De gemiddelde dikte ter plaatse van deellocatie 1 is berekend op 0,23 m en ter plaatse van deellocatie 2, 0,34 m. Het volume voor deellocatie 1 wordt derhalve geraamd op circa 152 m3 (circa 304 ton) en voor deellocatie 2 op circa 102 m3 (circa 204 ton). De puinfunderingen ter plaatse van deellocatie 1 en 2 komen beide (indicatief) in aanmerking voor hergebruik als N-bouwstof.
pagina 24 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
6. Verkennend waterbodemonderzoek 6.1 Onderzoeksstrategie Het verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform NEN 5720 (december 2017). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6.1: strategie verkennend waterbodemonderzoek strategie 1)
vak
locatie
steekmonster
omschrijving
afmeting
analyses 2)
aantal x (diepte in m-waterbodem)
1
ON
2
vijver
600 m
6 x (0,5)
1 x NEN-A
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: ON
2)
: onderzoeksstrategie voor een overig water, normale onderzoeksinspanning.
verklaring analyses: NEN-A
: pakket NEN 5720 voor waterbodem en baggerspecie uit regionale wateren (organisch stof, lutum, barium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, PAK, PCB en minerale olie).
De boringen worden handmatig verricht tot een halve meter in de vaste bodem. De locatie van de monsterpunten wordt vastgelegd met GPS(RTK). De waterbodem wordt per laag van maximaal 0,5 m bemonsterd. De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
6.2 Uitvoering 6.2.1
Kwalibo
De werkzaamheden voor dit onderzoek zijn uitgevoerd door Tritium Advies onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) conform protocol 2003 (versie 6.0, 1 februari 2018) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de volgende tabel is de naam van de erkende veldwerker weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk heeft uitgevoerd. Tabel 6.2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
boornummers
boorwerkzaamheden (protocol 2003) Anne van Eijkeren
11-01-2021
WB1 t/m WB6
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
pagina 25 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
6.3 Veldwerk Toets boortechniek Voor de uitvoering van de bemonstering zijn proefboringen geplaatst om de gekozen boortechniek te toetsen aan de werkelijke situatie. Vervolgens is de bemonstering uitgevoerd. Een overzicht van de werkzaamheden is weergegeven in de volgende tabel. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage 3. Tabel 6.3: overzicht bemonstering. onderdeel
resultaten
proefboringen gekozen boortechniek op basis van het vooronderzoek
zuigerboor
waargenomen bodemopbouw
leemhoudend zand
toets boortechniek aan NPR 5741
Aangezien de waterbodem alleen uit geconsolideerd materiaal bestond is de bemonstering uiteindelijk met een horst uitgevoerd. Deze boortechniek is hiervoor geschikt.
bemonstering bepaling meetputlocaties
GPS
bepaling diepte waterbodem
slibbaak
belemmeringen en bijzonderheden
geen
aanpassing vakindeling ten opzichte van
geen
monsternameplan diepte waterbodem ten opzichte van het heersende
0,65 meter
waterpeil bodemopbouw
leemhoudend zand met een gemiddelde dikte van 0,5 meter. Er zijn geen bijmengingen aangetroffen.
6.4 Analyses De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd. Tabel 6.4: geanalyseerde monsters. vak
strategie 1)
1
boringen
ON
WB1 t/m WB6
monster-
traject
code
(m-wb)
mm01-wb
0,0-0,5
hoofdclassificatie
chemische analyses 2)
zand
1 x NEN-A
Opmerkingen bij de tabel: 1)
voor een verklaring van de onderzoeksstrategie zie paragraaf 6.1.
2)
verklaring analyses: NEN-A
:
pakket NEN 5720 voor waterbodem en baggerspecie uit regionale wateren (organisch stof, lutum, barium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, PAK, PCB en minerale olie).
pagina 26 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
6.5 Resultaten 6.5.1
Toetsingskader
De analyseresultaten van de waterbodemmonsters zijn vergeleken met de tabellen 1 en 2 uit bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en daarop volgende aanpassingen). In deze tabellen zijn normwaarden opgenomen ter beoordeling van de kwaliteit van de baggerspecie en de hergebruiksmogelijkheden ervan. De analyseresultaten zijn vergeleken met het generieke toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit. Binnen het generieke toetsingskader worden aanduidingen gebruikt voor het classificeren van baggerspecie. Een overzicht van de klasse-indeling volgens het Besluit bodemkwaliteit is weergegeven in de navolgende tabel. De toepassingscriteria zijn weergegeven in bijlage 12. Tabel 6.5: aanduiding mate van verontreiniging. toepassing
klasse indeling achterg
A
B
rond-
baggerspecie
baggerspecie
(A)
(B)
wonen
industrie
niet toepasbaar
waarde (AW) in oppervlaktewater op landbodem grootschalige landbodemtoepassing
(Wo)
(Ind)
vrij
hergebruik mogelijk onder voorwaarden. De
toepas-
toepassingscriteria zijn weergegeven in bijlage 12
(NT) hergebruik niet
baar
toegestaan
grootschalige waterbodemtoepassing verspreiden over aangrenzend perceel
6.6 Analyseresultaten 6.6.1
Onderzoek parameters NEN-A pakket
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De toetsing van de analyseresultaten aan de herberekende toetsingswaarden is weergegeven in bijlage 12. In het kader van de voorgenomen demping van de betreffende vijver, is de actuele gemiddelde milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem bepaald. Aanvullend zijn de hergebruiksmogelijkheden bepaald conform de Regeling bodemkwaliteit. De milieuhygiënische kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Opgemerkt wordt dat de waterbodem niet onderzocht is op de aanwezigheid van PFAS (perfluorverbindigen). Tabel 6.6: hergebruiksmogelijkheden waterbodem. vak
traject
hoofd-
(m-wb)
classificatie
monstercode
toepassing in opper-
op land-
groot-
groot-
verspreiden
vlakte-
bodem
schalige
schalige
over aan-
landbodem-
waterbodem
grenzend
toepassing
-toepassing
perceel
voldoet
voldoet
voldoet
water
1
0,0-0,5
zand
mm01-wb
AW
AW
pagina 27 van 34
documentkenmerk: 2011/282/ML-01, versie 0
7. Verontreinigingssituatie Bij het op de locatie uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van een gedeelte van deellocatie 2 en deellocatie 3 een matige tot sterke verontreiniging met zware metalen in de bovengrond aangetoond. De aard en omvang van de verontreiniging zijn door middel van onderhavig onderzoek in combinatie met de resultaten van het eerder uitgevoerde nader bodemonderzoek [6] afdoende vastgesteld binnen de grenzen van de onderzoekslocaties. De verontreinigingen maken onderdeel uit van een groter geval van bodemverontreiniging. Naar verwachting bevindt zich een gedeelte van de bodemverontreiniging zich op het nog niet onderzochte terreindeel (niet zijnde onderzoekslocatie). Het grondwater is zover bekend niet significant verontreinigd. De verontreinigingssituatie is weergegeven in bijlage 15. Hierbij is tevens de verontreinigingssituatie van het eerder uitgevoerde onderzoek [6] weergegeven.