CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.6 Geohydrologisch veldonderzoek

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Venrayseweg 89, Horst.2.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK VENRAYSEWEG 89 TE HORST

Rapportage geohydrologisch veldonderzoek Venrayseweg 89 te Horst Opdrachtgever

Beusmans en Jansen Adviseurs Steeg 12 5975 CE Sevenum

Rapportnummer Versienummer

12522.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

9 juni 2020

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485-581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

A.H. Kolkman

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ing. R. van den Berg

Paraaf

Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2.

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3

3.

Ligging onderzoekslocatie ................................................................................................ 2 Bodem .............................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 3

VELDWERK ................................................................................................................................ 4 3.1 3.2 3.3 3.4

Uitvoering .......................................................................................................................... 4 Lokale bodemopbouw ...................................................................................................... 5 Grondwaterniveau ............................................................................................................ 5 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ....................................................................... 6

4.

RESULTATEN ............................................................................................................................ 7

5.

BEOORDELING .......................................................................................................................... 8

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4.

- Topografische ligging - Locatieschets - Boorprofielen - Berekende k-waarden 12522.002

1.

INLEIDING

Econsultancy heeft van Beusmans en Jansen Adviseurs opdracht gekregen voor het uitvoeren van een geohydrologisch veldonderzoek aan de Venrayseweg 89 te Horst. Het geohydrologisch veldonderzoek is uitgevoerd in het kader van duurzaam waterbeheer ten aanzien van de voorgenomen (her)ontwikkeling van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in zowel de bodemopbouw als de (actuele) grondwaterstand, het bepalen of de bodem geschikt is voor de infiltratie van hemelwater, alsmede het verkrijgen van k-waarden. Op basis van de onderzoeksinspanning heeft het onderzoek een oriënterend karakter.

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 1 van 8

2.

LOCATIEGEGEVENS

2.1

Ligging onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie (± 3.200 m²) ligt aan de Venrayseweg 89, binnen de kern van Horst (zie bijlage 1). De planlocatie is kadastraal bekend gemeente Horst, sectie N, nummers 1218, 1638, 1640, 2705, 2706, 2707, 2708, 2709, 2710 en 2711. Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 23 m +NAP. De coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie zijn X = 201.300, Y = 386.310. De planlocatie is deels bebouwd en deels verhard. In de bebouwing bevond zich in het verleden een logopedie en dyslexiepraktijk. Het buitenterrein bestaat voor een groot deel uit parkeerterrein, dat verhard is met klinkers en asfalt. In figuur 1 is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1: ligging onderzoekslocatie

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 2 van 8

2.2

Bodem

De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een hoge zwarte enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.3

Grondwater

Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In de directe omgeving van de planlocatie zijn enkele grondwaterpeilputten gelegen. De grondwaterpeilputten zijn gelegen op een diepte van maximaal 8,6 m -mv.

In tabel I zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten weergegeven. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grondwater van het eerste watervoerend pakket in noordoostelijke richting. Tabel I.

Overzicht grondwaterpeilputten TNO grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie

B52G0964

oost

225

14-10-1976 tot 31-01-2020

20,6

B52G2987

noord

750

28-06-2010 tot 30-03-2018

20,7

Rapport 12522.002 versie D1

meetperiode

GHG m +NAP

Pagina 3 van 8

Figuur 2. Ligging peilputlocaties

Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 21,0 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 2,0 m -mv bevinden.

3.

VELDWERK

3.1

Uitvoering

Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering is aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten zijn op kaart vastgelegd. Op de locatieschets in bijlage 2 is de situering van de meetpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 3). Het veldwerk is uitgevoerd op 13 mei 2020. Met behulp van een edelmangrondboor (diameter 10 cm) zijn in totaal 3 boringen geplaatst. De boringen zijn tot maximaal 3,0 m -mv doorgezet teneinde een duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen. Na het verrichten van de boringen zijn de in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Na afloop van de werkzaamheden is het grondwaterniveau in de boorgaten gemeten.

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 4 van 8

3.2

Lokale bodemopbouw

De bovengrond bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. Plaatselijk is de bovengrond zwak humeus. De ondergrond bestaat uit matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. Plaatselijk is de ondergrond zwak humeus. Verder zijn er in de ondergrond tussen 0,7 m -mv en 2,0 m -mv op wisselende dieptes verschillende leemlagen voor. 3.3

Grondwaterniveau

In de boorgaten is een grondwaterstand* aangetroffen van 2,25 m -mv tot 2,55 m -mv.

* Opmerking: Gemeten grondwaterstanden zijn momentopnamen en dienen met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd, omdat: 

Waterniveaus gemeten direct na plaatsing van een sondering, boring of peilbuis, significant kunnen afwijken van de heersende grondwaterstand of stijghoogte. Het kan namelijk enige tijd duren voordat een representatieve waterspiegel is ingesteld (enkele seconden in grof zand tot soms enkele uren in slecht doorlatende klei). De grondwaterstand onder invloed van seizoensafhankelijke factoren in de tijd zal fluctueren. Deze fluctuatie varieert per regio/gebied.

Een representatief beeld hiervan kan slechts worden gekregen door monitoring van de grondwaterstand gedurende langere tijd en/of door tijdreeksanalyse van gedurende langere tijd gemonitoorde peilbuizen uit de omgeving.

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 5 van 8

3.4

Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven

Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling headmethode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde over een lengte van 1 m is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 6 van 8

4.

RESULTATEN

Tabel II geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel III. Bijlage 4 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. Tabel II.

Overzicht k-waarde per meting

Boring

Aantal Metingen (*A)

Onderzochte bodemlaag (cm -mv)

01

3

100-150

02

3

03

1

(*A)

Textuur

Opmerkingen

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

zand, matig fijn, matig siltig

-

1,9

goed doorlatend

50-100

zand, zeer fijn, sterk siltig

zwak humeus

4,7

goed doorlatend

70-120

leem, zwak zandig

matig gleyhoudend

0,3

matig doorlatend

De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.

Tabel III.

Classificatie doorlatendheid

K-waarde (m/dag)

Classificatie (*A)

< 0,1

slecht doorlatend

0,1-0,5

matig doorlatend

0,5-1,0

vrij goed doorlatend

1,0-10

goed doorlatend

> 10 (*A)

zeer goed doorlatend Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 7 van 8

5.

BEOORDELING

De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem). Econsultancy acht bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschikt voor infiltratie van hemelwater. De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als matig tot goed doorlatend, waarbij k-waarden van 0,3 en 4,7 m/dag zijn aangetoond. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek zullen de infiltratiemogelijkheden als gevolg van de aanwezige leemlagen en sterk wisselende k-waarden zeer beperkt zijn. Bij het ontwerp van een toekomstig systeem zal hiermee bedachtzaam omgegaan moet worden omdat de faalkans als gevolg van een onjuist ontwerp van een hemelwater(infiltratie)systeem groot kan zijn. Bij het ontwerp en de keuze voor het type (infiltratie)voorziening dient hiermee voldoende rekening te worden gehouden. Bij het maken van de keuze voor het type (infiltratie)voorziening (dimensionering) is het daarnaast tevens van belang rekening te houden met de Gemiddelde Hoogste grondwaterstand (GHG), het afstromend verhard oppervlak en het beleid van het bevoegd gezag. Geadviseerd wordt om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van circa 1,5 m/dag voor de zandlagen.

Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. De leemlagen worden niet geschikt geacht voor infiltratie.

Econsultancy Boxmeer, 9 juni 2020

Rapport 12522.002 versie D1

Pagina 8 van 8

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 3

Boorprofielen

 12

34 8 @

9

9

9

9

5

12

97:;6<3:;6=76:75C6 447>44:?747;>221 E44;:=6416A7:4D61713=: ?747;>221

3I

12

3F 8 @

9 9

9 98

97:;6<3:;6=76: 4D61713=:?747;>221

9

97:;6<3:;6=76: 4D61713=:?747;>221

H

@

5

5

5

67641 97:;6<3:;6=76: 447>44:?747;>221 97:A441<3:=6416=76:AB6 CD;4D=:4D617>1D:?747;>221 E44;:=6416A7:=6416 74GC2D747:4D61713=>44: ?747;>221 E44;:=6416A7:4D61713=: ?747;>221 97:;6<3:;6=76:75C6 13=>44:?747;>221 E44;:;6A7:4D61713=: ?747;>221 97:;6<3:;6=76: 4D61713=:?747;>221

1= 97:A441<3:=6416=76:AB6 CD;4D=:4D617>1D:?747;>221 8

9

67641 97:;6<3:;6=76: 447>44:?747;>221 97:A441<3:=6416=76:AB6 CD;4D=:4D617>1D:?747;>221

099

9

9

E44;:AB6A7:;6 74GC2D747:75C613=>44: ?747;>221 97:;6<3:;6=76:75C6 13=>44:?747;>221 97:;6<3:;6=76: 4D61713=:?747;>221

5

0123456527489

5

 !"#$%&'() #*%+,+%-./0

Bijlage 4

Berekende k-waarden

01 meting 2 [1,0-1,5 m -mv]

10,0

1750

1500

1250

1000

750

500

250

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

1650 60 10 4,5 1,9

  1,15

1 log ℎ  2

1  logℎ  2    

02 meting 2 [0,5-1,0 m -mv]

10,0

950

900

850

800

750

700

650

600

550

500

450

400

350

300

250

200

150

100

50

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

675 60 10 4,5 4,7

  1,15

1 log ℎ  2

1  logℎ  2    

03 meting 1 [0,7-1,2 m -mv]

10,0

3500

3250

3000

2750

2500

2250

2000

1750

1500

1250

1000

750

500

250

1,0 0

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

1750 40 30 4,5 0,3

  1,15

1 log ℎ  2

1  logℎ  2    

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9822207/1