CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.6 Bijlage 6 Stikstofdepositie onderzoek Tritium Advies

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Stationsomgeving Horst-Sevenum.4.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ARKEL » Vlietskade 1509 4241 WH ARKEL NEER » Steeg 27

Gemeente Horst aan de Maas

6086 EJ NEER

T.a.v. mevrouw C. Reintjes NUENEN »

Wilhelminaplein 6

Collse Heide 48

5961 ES HORST

5674 VN NUENEN PRINSENBEEK » Groenstraat 27

Per e-mail

:

l.corsten@planros.nl

4841 BA PRINSENBEEK

Vestiging, datum

:

Nuenen, 28 mei 2021

RIJKEVOORT »

Ons kenmerk

:

2001/342/LB-01.A

Veldweg 11 5447 BH RIJKEVOORT

Uw kenmerk

:

-

Behandeld door

:

Joost Welmers

Telefoonnummer

:

06 57 96 08 47

Gecontroleerd door

:

Robert van de Voort

Betreft

:

Berekening stikstofdepositie herinrichting stationsomgeving

T. 088 44 02 900 E. info@tritium.nl I. www.tritium.nl

Horst-Sevenum

Inleiding Het voornemen bestaat om de omgeving van station Horst-Sevenum (in Hegelsom) te herinrichten. Hierbij worden nieuwe parkeerplaatsen en een nieuwe weg gerealiseerd. De aanwezige bebouwing aan de Stationsstraat 143 wordt gesloopt. Om naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State in het kader van het PAS zekerheid te verkrijgen ten aanzien van eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is onderhavige berekening uitgevoerd. In onderhavig briefrapport komen de volgende aspecten aan de orde: 1.

wettelijk kader;

2.

planvoornemen;

3.

opzet onderzoek;

4.

uitgangspunten gebruiksfase;

5.

uitgangspunten aanlegfase;

6.

modellering;

7.

resultaten;

8.

conclusie.

1.

Wettelijk kader

In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit zijn natuurgebieden met een Europese beschermingsstatus. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Veel van de gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante (negatieve) effecten’ op het beschermde natuurgebied. Indien er sprake is van ‘significante effecten’ is een Wet natuurbescherming vergunning (Wnb-vergunning) noodzakelijk.

2001/342/LB-01.A pagina 1 van 10

Figuur 1:

locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) met nabij gelegen Natura 2000-gebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige habitat ligt op circa 7,5 kilometer afstand in het Natura 2000-gebied ‘Deurnsche Peel & Mariapeel’ (gebiedsnummer 139).

In 2009 werd afgesproken het stikstofprobleem ‘programmatisch’ te gaan aanpakken. Dit heeft geleid tot ‘Programma Aanpak Stikstof’ (PAS). Met het PAS is ontwikkelingsruimte beschikbaar gesteld voor nieuwe economische ontwikkelingen (projecten). Tegelijkertijd zijn met het PAS maatregelen vastgesteld waarmee geborgd wordt dat de natuurlijke kenmerken van de natuurgebieden niet worden aangetast. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de basis voor het verlenen van vergunningen onder het PAS komen te vervallen. Derhalve moet worden gesteld dat vergunningen nog slechts kunnen worden verleend indien is aangetoond dat er géén sprake is van (een toename van) stikstofdepositie op een Natura 2000gebied. In dat geval is er in ieder geval geen sprake van significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof en is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb) niet aan de orde. Uit het rekeninstrument AERIUS Calculator 2020 blijkt of er sprake is van stikstofdepositie ten gevolge van het plan in de gebruiksfase en/of de aanlegfase. In het kader van de in de Wnb opgenomen instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden dient onderzocht te worden wat de gevolgen zijn van het plan en de beoogde transformatiewerkzaamheden.

Voor de referentiesituatie dient daarbij uitgegaan te worden van de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan. In AERIUS kan het planeffect bepaald worden door de plansituatie te vergelijken met de referentiesituatie. Ten aanzien van de feitelijke (huidige) situatie zijn er in het onderhavige onderzoek geen emissies van een referentiesituatie beschouwd.

2001/342/LB-01.A pagina 2 van 10

2.

Planvoornemen

Het planvoornemen betreft de herinrichting van de stationsomgeving met onder andere de aanleg van een nieuwe weg en fietstunnel alsmede de herinrichting van de openbare ruimte rondom het station met onder meer extra parkeerplaatsen.

Figuur 2: impressie planvoornemen / herinrichting.

3.

Opzet onderzoek

Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020. Voor de opzet en achtergrond van de invoergegevens en onderhavige rapportage is gebruik gemaakt van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ zoals opgesteld door BIJ12 (verder: de invoerinstructie). In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: •

verkeersbewegingen binnen en buiten het plangebied (aanlegfase en gebruiksfase);

•

aanlegwerkzaamheden (aanlegfase).

In de volgende paragrafen worden de uitgangspunten ten aanzien van de berekening weergegeven en worden de emissies berekend die als input dienen voor de stikstofdepositie berekening in AERIUS Calculator 2020. Zowel de depositie in de gebruiksfase als in de aanlegfase is berekend.

4.

Uitgangspunten gebruiksfase

Het planvoornemen voorziet in de herinrichting van het stationsgebied. Het station, inclusief de omliggende openbare ruimte is momenteel reeds in gebruik. In de bestaande situatie is er sprake van een grote verkeersaantrekkende werking. Op veel plaatsen wordt illegaal geparkeerd. Het planvoornemen bestaat uit het toekomstbestendig maken van de stationsomgeving en zodoende een oplossing bieden voor de (parkeer)problematiek. Derhalve zou kunnen worden gemotiveerd dat er géén toename is van verkeersbewegingen in de nieuwe situatie. Desondanks wordt er rekening gehouden met 200 extra verkeersbewegingen (e.e.a. indicatief en in overeenstemming met het tekort aan parkeerplaatsen) per etmaal. 2001/342/LB-01.A pagina 3 van 10

Conform de invoerinstructie dient het verkeer meegenomen te worden totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Dit is het moment dat het verkeer zich qua rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend maakt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. In de regel wordt het verkeer ten gevolge van de ontwikkeling in de berekening betrokken tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. In onderhavige situatie is ervan uitgegaan dat het verkeer zich zal verdelen (50/50) en zal aankomen / vertrekken via de Stationsstraat vanuit noordelijke richting respectievelijk zuidelijke richting. Aangenomen wordt dat het verkeer in beide richtingen ter hoogte van de eerstvolgende rotonde opgaat in het heersend verkeersbeeld. In AERIUS wordt de emissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het wegtype en de mate van stagnatie (file). De gehanteerde wegkarakteristieken, alsmede het aantal verkeersbewegingen van de voertuigklasse, is weergegeven in navolgende tabel 1. Tabel 1: Gehanteerde wegkarakteristiek Bron

Omschrijving

Wegtype

1.

Zuidelijke richting

Binnen bebouwde kom

Stagnatie 10%

Voertuigklasse Buitenweg

Bewegingen / etmaal 100

2.

Noordelijke richting

Binnen bebouwde kom

10%

Buitenweg

100 Totaal

200

Op basis van bovenstaande aannames is in AERIUS de emissie ten gevolge van het wegverkeer berekend. De berekende emissie in de gebruiksfase bedraagt 14,9 kg NOx en 1,4 kg NH3 per jaar ten gevolge van het verkeer dat in noordelijke richting aankomt / vertrekt (bron 1) en 8,7 kg NOx en 0,8 kg NH3 per jaar ten gevolge van het verkeer dat in zuidelijke richting aankomt / vertrekt (bron 2).

5.

Uitgangspunten aanlegfase

Op basis van het planvoornemen en de daarmee verbonden planning is ingeschat welke aanlegwerkzaamheden plaatsvinden, alsmede het materieel dat daarbij wordt gebruikt en het aantal verkeersbewegingen dat plaatsvindt. Aangezien de exacte werkzaamheden niet bekend zijn is op basis van referentieprojecten een inschatting gemaakt van het materieel en de gebruiksduur daarvan dat wordt ingezet en, in overeenstemming met de invoerinstructie, op basis daarvan de emissie van de werkzaamheden berekend. In overleg met de opdrachtgever zijn gefundeerde aannames gedaan ten aanzien van de aanlegfase: -

de duur van de bouwwerkzaamheden wordt geschat op 12 maanden, 52 weken;

-

gebruik van materieel op de bouwplaats (bron 1) zal bestaan uit het gebruik van een verreiker, graafmachine, shovel, mobiele hijskraan, trilplaat, truckmixer en een betonpomp;

-

verkeersbewegingen van licht verkeer (bron 2) zal bestaan uit verkeersbewegingen van aannemers en onderaannemers met (bestel)busjes;

-

verkeersbewegingen van middelzwaar vrachtverkeer (bron 2) zal bestaan uit

-

verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer (bron 2) zal bestaan uit verkeersbewegingen

verkeersbewegingen ten behoeve van de levering van goederen; ten behoeve van levering van zware goederen en materieel; -

het manoeuvreren en het stationair draaien van vrachtwagens (middelzwaar en zwaar vrachtverkeer) op het bouwterrein (bron 3).

2001/342/LB-01.A pagina 4 van 10

Materieel Het gebruik van materieel op de bouwplaats zorgt voor NOx en NH3 emissie op grofweg twee manieren: door het verrichten van werkzaamheden en door het stationair draaien van het materieel. De emissie volgende uit deze twee hoofdzaken wordt op een verschillende wijze berekend. Om de totale emissie vast te stellen moet echter de emissie tijdens de belasting (werkzaamheden) en de emissie als gevolg van het stationair draaien bij elkaar worden opgeteld. Voor het berekenen van de emissie tijdens de werkzaamheden wordt op basis van het vermogen, de belasting en het aantal draaiuren de emissie berekend. De emissie als gevolg van stationair draaien wordt op basis van de cilinderinhoud, de daaraan verbonden emissiefactor en het aantal draaiuren berekend. In tabel 3 wordt de bedrijfsduur van het te gebruiken materieel voor de aanlegfase weergegeven, alsmede het onderscheid van de bedrijfstijd voor enerzijds het verrichten van de werkzaamheden en anderzijds het stationair draaien. Hierbij geldt, conform de Klimaat- en Energieverkenning 2019 en in overeenstemming met de invoerinstructie, dat ervan uit wordt gegaan dat de 70% van de bedrijfstijd bestaat uit het verrichten van werkzaamheden en 30% bestaat uit het stationair draaien van het materieel. Van de te gebruiken machines is de leeftijd en het vermogen niet bekend.

Voor de berekening is rekening gehouden met machines met een bouwjaar van 2014 en 2015, met uitzondering van de trilplaat (bouwjaar 2019). Er is een bijpassend vermogen aangehouden. Tabel 2: In te zetten materieel en verdeling bedrijfstijd Gebruik machine (aanduiding

Bedrijfstijd in dagen (uren)

in AERIUS)

Bedrijfstijd (uren)

Bedrijfstijd (uren)

werkzaamheden

stationair draaien

Verreiker (verreiker)

50 dagen (400 uur)

280

120

Graafmachine (graafmachine)

100 dagen (800 uur)

560

240

Shovel (laadschop op banden)

100 dagen (800 uur)

560

240

Mobiele hijskraan (hijskraan)

10 dagen (80 uur)

56

24

Trilplaat (trilplaat)

25 dagen (200 uur)

140

60

Truckmixer (betonstorter)

25 dagen (200 uur)

140

60

Betonpomp (betonstorter)

15 dagen (120 uur)

84

36

Op basis van de aannames ten aanzien van de te gebruiken machines gedurende de bouwwerkzaamheden en de gebruiksduur (tabel 2) kan met behulp van de emissiegegevens (tabellen 3 en 4) de totale emissie van de aanlegfase worden berekend (bron 1). De emissiegegevens in tabellen 3 en 4 zijn, in overeenstemming met de in AERIUS opgenomen rekenmethodiek en de invoerinstructie, gebaseerd op de gegevens uit een publicatie van TNO (TNO-getallen voor AERIUS 2020 mobiele werktuigen, 2020). In deze publicatie zijn onder andere de NOx en NH3 emissiefactoren van mobiele werktuigen, op basis van onder andere leeftijd en vermogen, weergegeven door TNO. Indien mobiele werktuigen die tijdens de aanlegfase worden gebruikt niet in de TNO-publicatie zijn vermeld, wordt aangesloten op vergelijkbaar materieel met een vergelijkbaar vermogen en bouwjaar. Enkele mobiele werktuigen komen niet voor in de TNO-publicatie (truckmixer). De NOx en NH3 emissiefactoren van deze werktuigen zijn conform de invoerinstructie (worst-case) bepaald op basis van vergelijkbare werktuigen die wel voorkomen in de TNO-publicatie die onderdeel van de standaard in AERIUS opgenomen rekenmethodiek. Met betrekking tot de emissiefactor van de truckmixer is aangesloten bij een betonstorter.

2001/342/LB-01.A pagina 5 van 10

NOx en NH3 emissie verrichten werkzaamheden van het materieel De stikstofemissie ten gevolge van het verrichten van werkzaamheden door het in te zetten materieel is berekend in tabel 3. De deellastfactor (belasting) geeft aan welk deel van het vermogen gemiddeld wordt gebruikt wanneer het werktuig in werking is. Deellastfactoren zijn overwegend overgenomen uit voornoemde TNO-publicatie. De deellastfactor van truckmixers staan niet genoemd in de publicatie van TNO. Een truckmixer gebruikt echter slechts een klein deel van het vermogen wanneer deze gebruikt wordt, derhalve is hiervoor een deellastfactor van 25% aangehouden gedurende het gebruik. Tabel 3: Emissie verrichten werkzaamheden aanlegfase (emissie NOx en NH3 in kg/jaar) Machine (bouwjaar)

Bedrijfs-

Vermogen

Deellast-

Emissie-

Emissie-

Emissie

Emissie

tijd

(KW)

factor

factor

factor

NOx

NH3

(%)

(g NOx/kWh)

(g NH3/kWh)

Verreiker (2015)

(tabel 3) 280

70

84

0,9

0,00256

14,82

0,04215

Graafmachine (2015)

560

200

69

0,8

0,00261

61,82

0,20170

Shovel (2014)

560

200

55

0,9

0,00271

55,44

0,16694

Mobiele hijskraan (2014)

56

210

61

0,9

0,00236

6,46

0,01693

Trilplaat (2019)

140

20

40

1,3

0,00057

1,46

0,00064

Truckmixer (2014)

140

200

25

1

0,00276

7,00

0,01932

Betonpomp (2014)

84

200

69

1

0,00276

11,59

0,03199

158,59

0,47967

Emissie van de aanlegwerkzaamheden

NOx en NH3 emissie stationair draaien van materieel De stikstofemissie ten gevolge van het stationair draaien van het materieel is berekend in tabel 4. De emissie wordt berekend door het aantal draaiuren te vermenigvuldigen met de emissiefactor tijdens het stationair draaien (onbelast) per liter cilinderinhoud (gram / l / uur) en de cilinderinhoud. De emissiefactor is bepaald op basis van de TNO-publicatie aan de hand van de gehanteerde leeftijd alsmede het vermogen van het betreffende materieel. De cilinderinhoud van het te gebruiken materieel is niet bekend. Indien de cilinderinhoud van een werktuig niet bekend is, kan deze conform de invoerinstructie voor werktuigen op diesel berekend worden door het vermogen te delen door 20. Tabel 4: Emissie stationair draaien aanlegfase (emissie NOx en NH3 in kg/jaar) Machine (bouwjaar)

Bedrijfstijd

Vermogen

Emissiefactor

Emissiefactor

Emissie

Emissie

(tabel 3)

(KW)

(g NOx/l/uur)

(g NH3/l/uur)

NOx

NH3

Verreiker (2015)

120

70

10

0,0033

4,2

0,00139

Graafmachine (2015)

240

200

10

0,0033

24

0,00792

Shovel (2014)

240

200

10

0,0033

24

0,00792

Mobiele hijskraan (2014)

24

210

10

0,0033

2,52

0,00083

Trilplaat (2019)

60

20

10

0,0033

0,6

0,0002

Truckmixer (2014)

60

200

10

0,0033

6

0,00198

Betonpomp (2014)

36

200

10

0,0033

3,6

0,00119

64,92

0,02143

Emissie van het stationair draaien

2001/342/LB-01.A pagina 6 van 10

Totale emissie materieel In bovenstaande tabellen zijn de emissies volgende de werkzaamheden met het materieel alsmede volgende het stationair draaien van het materieel beschouwd. De totale emissie ten gevolge van het in te zetten materieel (bron 1) in de aanlegfase bedraagt derhalve: -

223,51 kg NOx en;

-

0,5011 kg NH3.

Verkeersbewegingen De aanlegwerkzaamheden brengen eveneens verkeersbewegingen met zich mee. Door deze verkeersbewegingen kan eveneens stikstofdepositie plaatsvinden. De stikstofuitstoot ten gevolge van de te verwachten verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase zijn derhalve betrokken in de berekening van stikstofdepositie gedurende de aanlegfase. Navolgende tabel 5 geeft de aannamen ten aanzien van de te verwachten verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase weer. In AERIUS wordt zoals eerder aangegeven de emissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het wegtype en de mate van stagnatie (file). Tabel 5: Verkeersgeneratie planvoornemen Type

Bron

Verkeer

Periode

Aantal

2

Aannemer

52 wk

20

Onderaannemer

52 wk

30

2

Levering div. goederen

52 wk

2

Levering div. goederen

52 wk

10

Aan- en afvoer

50 x

1

Wegtype

Stagnatie

Buitenweg

10%

/ week Licht verkeer

bewegingen / jaar

10

2080 3120

Totaal verkeersbewegingen licht verkeer Middelzwaar

Totaal ***

Buitenweg

10%

5200 1040

vrachtverkeer

Totaal verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer Zwaar

Buitenweg

10%

258 1040

vrachtverkeer 100

graafmachine, hijskraan, betonpomp, etc. ***

Totaal verkeersbewegingen zwaar vrachtverkeer 1140 Het aantal bezoekende (vracht)auto’s levert 2 verkeersbewegingen per bezoek op (aankomen en vertrekken). Er is uitsluitend gerekend gedurende doordeweekse (werkbare) werkdagen.

Het verkeer is gemodelleerd totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het uitgangspunt is dat al het bouwverkeer zal aankomen / vertrekken in noordelijke richting, zo snel mogelijk naar een bovenliggend weggennet, zo min mogelijk door (woon)kernen. Aangenomen wordt dat al het bouwverkeer aankomt / vertrekt over de Stationsstraat en ter hoogte van de rotonde met de Industriestraat opgaat in het heersend verkeersbeeld. Daarnaast is rekening gehouden met het manoeuvreren en het stationair draaien van de vrachtwagens op het bouwterrein (bron 3). Hiervoor is een aanvullende bron met verkeersbewegingen gemodelleerd binnen het bouwterrein waarbij rekening wordt gehouden met het aantal verkeersbewegingen van het middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. Er wordt hierbij uitgegaan van een stagnatiefactor van 100 procent (binnen bebouwde kom). Op basis van bovenstaande aannames is in AERIUS de emissie ten gevolge van het wegverkeer berekend. De berekende emissie (bron 2) in de aanlegfase bedraagt 18,8 kg NOx en 0,6 kg NH3 per jaar. De in AERIUS berekende emissie ten gevolge van het manoeuvreren en het stationair draaien 2001/342/LB-01.A pagina 7 van 10

van de vrachtwagens op het bouwterrein (bron 3) in de aanlegfase bedraagt 10,3 kg NOx en 0,1 kg NH3.

6.

Modellering

Gelet op het feit dat de bouwfase en de gebruiksfase niet tegelijktijdig plaatsvinden zijn beide fases separaat berekend. De verspreiding en depositie is op 2 april 2021 berekend met het model AERIUS Calculator 2020. Bij de berekening van de depositiebijdragen van de aanlegfase is in AERIUS uitgegaan van het rekenjaar 2022 Bij de berekening van de depositiebijdragen van de gebruiksfase is in AERIUS Calculator uitgegaan van het rekenjaar 2023. De diverse bronnen zijn in AERIUS ingetekend op basis van aangeleverde kaarten, de in AERIUS opgenomen achtergrondkaart en de hiervoor genoemde aannames. De verkeersbewegingen (bron 1 in de gebruiksfase en bron 2 en 3 in de aanlegfase) zijn gemodelleerd als lijnbronnen. Voor de wegverkeersbewegingen is eerst met een lijnbron met de broncategorieën zoals beschreven de totale emissie berekend, om vervolgens in de berekening de hieruit volgende input te gebruiken met broncategorie ‘mobiele werktuigen’ en de sector ‘bouw en industrie’ met een uittreedhoogte van 1 meter. Dit is mede naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State d.d. 20 januari 2021 (waarbij vastgesteld is dat de emissie ten gevolge van wegverkeer wordt afgekapt na 5 kilometer).

Op deze wijze wordt het verschil in verspreiding en rekengrenzen tussen de verschillende bronkenmerken (SRM2 en OPS) die AERIUS hanteert, ondervangen aangezien er worst-case voor de verkeersbewegingen eveneens van OPS bronkenmerken uit wordt gegaan. De werkzaamheden in de aanlegfase zijn gemodelleerd als oppervlaktebron (bron 1 in de aanlegfase) van de te verwachten bouwplaats aangezien de bouwwerkzaamheden binnen dit gehele terrein plaatsvinden. Er is gebruikgemaakt van de broncategorie ‘mobiele werktuigen’ en de sector ‘bouw en industrie’. Voor de emissie eigenschappen zijn de, voor zover niet anders dan hiervoor beschreven, default-waarden voor deze sector aangehouden. Gelet op de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied is, in overeenstemming met de invoerinstructie, geen rekening gehouden met ‘gebouwinvloed’. AERIUS genereert een uitgebreid rapport met de ingevoerde gegevens. Deze is opgenomen als bijlage bij dit rapport. In de resultaten is een afdruk van de rekenresultaten opgenomen. De separate GML-bestanden met de gegevensinvoer zijn bij de levering van dit briefrapport eveneens meegestuurd.

2001/342/LB-01.A pagina 8 van 10

7.

Resultaten

Gebruiksfase Uit de rekenresultaten van de gebruiksfase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Figuur 3: rekenresultaten gebruiksfase

Aanlegfase Uit de rekenresultaten van de aanlegfase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Figuur 4: rekenresultaten aanlegfase

2001/342/LB-01.A pagina 9 van 10

8.

Conclusie

Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstof geen beperkingen oplevert ten aanzien voor het beoogde planvoornemen. Indien de uiteindelijke werkzaamheden erg afwijken van de in deze rapportage opgenomen aannames ten aanzien van de aanlegfase (al dan niet eveneens vergezeld van stikstof reducerende maatregelen), wordt geadviseerd de berekening voor de aanlegfase te herzien en te actualiseren. Wij gaan ervan uit u hiermee op passende wijze van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, Tritium Advies B.V. ing. J.A. Welmers Projectleider Ruimtelijke Ordening Bijlagen: 1.

PDF-rapport rekenresultaten AERIUS Calculator 2020 gebruiksfase

2.

PDF-rapport rekenresultaten AERIUS Calculator 2020 aanlegfase

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

2001/342/LB-01.A pagina 10 van 10

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RrUQUiayZkHK (02 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Horst ad Maas

Stationsstraat, 5963AA Horst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

herinrichting Stationsomgeving

RrUQUiayZkHK

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

02 april 2021, 11:38

2023

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

23,60 kg/j

NH3

2,20 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase stationsomgeving

Situatie 1

RrUQUiayZkHK (02 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

8,70 kg/j

Bron 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

1,40 kg/j

14,90 kg/j

RrUQUiayZkHK (02 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

verkeer zuid

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

1,0

4,0

0,0 NOx NH3

8,70 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

verkeer noord

Situatie 1

Bron 1 200370, 382321 8,70 kg/j < 1 kg/j

Bron 2 200726, 382698 14,90 kg/j 1,40 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

1,0

4,0

0,0 NOx NH3

14,90 kg/j 1,40 kg/j

RrUQUiayZkHK (02 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RrUQUiayZkHK (02 april 2021) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RagveEw9fyQS (02 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Horst ad Maas

Stationsstraat, 5963AA Horst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

herinrichting Stationsomgeving

RagveEw9fyQS

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

02 april 2021, 12:08

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

252,61 kg/j

NH3

1,20 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanlegfase stationsomgeving

Situatie 1

RagveEw9fyQS (02 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

223,51 kg/j

Bron 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

18,80 kg/j

Bron 3 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

10,30 kg/j

RagveEw9fyQS (02 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

Aanlegwerkzaamhe den

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

223,51 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

verkeer aanleg

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

1,0

4,0

0,0 NOx NH3

18,80 kg/j < 1 kg/j

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Omschrijving

AFW

manoeuvreren (middel)zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 2 200908, 383022 18,80 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Naam

Voertuig

Bron 1 200462, 382265 223,51 kg/j < 1 kg/j

Bron 3 200587, 382133 10,30 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

1,0

4,0

0,0 NOx NH3

10,30 kg/j < 1 kg/j

RagveEw9fyQS (02 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RagveEw9fyQS (02 april 2021) pagina 5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025600/1