CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.5 Bijlage 5 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Hiepterweg 1 te Broekhuizen.8.170 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT QUICKSCAN FLORA EN FAUNA LOCATIE HIEPTERWEG 1 TE BROEKHUIZEN GEMEENTE BROEKHUIZEN, SECTIE F, NUMMER 426

PROJECT: N210112

VERANTWOORDING Titel

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA HIEPTERWEG 1 TE BROEKHUIZEN

Opdrachtgever

Aelmans bouwadvies BV Parklaan 21 5261 LR Vught

Rapportnummer

N210112

Datum

2 maart 2022

Projectmedewerker

de heer J.J. Jager

Autorisatie

de heer J.B.P. van der Stroom

handtekening

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

WETTELIJK KADER ______________________________________________________________ 5

3

2.1

WET NATUURBESCHERMING ______________________________________________________ 5

2.2

GEBIEDSBESCHERMING __________________________________________________________ 5

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 7 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 7

3.2

OMGEVING _________________________________________________________________ 7

4

DOELSTELLING ________________________________________________________________ 10

5

QUICKSCAN __________________________________________________________________ 11

6

5.1

BIOTOOPTYPEN ______________________________________________________________ 11

5.2

INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING_______________________________________ 12

5.3

EFFECTEN INGREEP OP FLORA EN FAUNA _____________________________________________ 19

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 21

Bijlage 1 2 3 4 5

Situering in de regio Kadastrale kaart Gegevens Natuurloket Checklist vooronderzoek vleermuizen Fotobijlage

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/3

1

INLEIDING Aelmans bouwadvies BV heeft, in het kader van een aanvraag voor een Omgevingsvergunning, aan NIPA milieutechniek b.v.te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Hiepterweg 1 te Broekhuizen. De contactpersoon namens de opdrachtgever is de heer T. Kapteijns. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/4

2

WETTELIJK KADER 2.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet).

2.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet).

3.

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet).

Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie Limburg geregeld in het Natuurbeheerplan Limburg 2022, geconsolideerd op 24 augustus 2021. 2.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/5

De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.

Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens of inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2).

De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/6

3

LOCATIEGEGEVENS 3.1

Algemeen

Het voornemen bestaat om de huidige agrarische bestemming te handhaven en daarnaast een paardenhouderij en recreatiemogelijkheden te realiseren. Hiervoor wordt het perceel heringedeeld, waarbij een deel van de stallen achter het woonhuis, de aangebouwde veestal, het ronde mestbassin, de sleufsilo en de kuilvoerplaten zullen worden gesloopt. Bij de herindeling worden bomen aangeplant, en paddocks en een rijbak worden gerealiseerd. Ook wordt de grote veestal deels uitgebreid en intern verbouwd tot recreatiewoningen. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Broekhuizen, sectie F, nummer 426.

Figuur 1: de onderzoekslocatie.

De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 3.2

Omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van het dorp Broekhuizen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: 

Noordzijde:

Bosgebied Het Schuitwater

Oostzijde:

weilanden

Zuidzijde:

weilanden

Westzijde:

weilanden met daarachter Het Schuitwater

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/7

Circa 2,7 kilometer ten noordoosten en zuidoosten van de onderzoekslocatie zijn de Maasduinen gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 2). Gezien de afstand van het bouwproject worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg of binnen het Limburgse deel van de Nationale Natuurnetwerk (figuur 3). Circa 130 meter ten noordwesten van de locatie is een gebied gelegen welke is aangewezen als droge heide (N07.01), kruiden-en faunarijk grasland (N12.02), dennen-, eiken- en beukenbos (N15.02) en droog bos met productie (N16.03). Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.

Maasduinen

Maasduinen

Figuur 2: nabij gelegen Natura2000 gebied.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/8

Figuur 3: natuur beheergebieden, Limburgs deel van het Nationaal Natuurnetwerk (LNN).

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/9

4

DOELSTELLING Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en/of bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden met deze soorten.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/10

5

QUICKSCAN 5.1

Biotooptypen

De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. De quickscan is op 17 januari 2022 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer J.J. Jager in 2018 afgestudeerd als bioloog aan de WUR. In bijlage 5 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen.

De onderzoekslocatie betreft een agrarisch bedrijf waarvan 4 gebouwen (deels) gesloopt worden voor de realisatie van nevenactiviteiten (foto 1). Tijdens de inspectie zijn er meerdere huismussen waargenomen op en in schuren en op het erf en rondom de bebouwing. Rondom de te slopen bebouwing liggen paardenweiden (foto’s 1, 2). Tussen de bebouwing is het terrein over het algemeen verhard met uitzondering van de stukken tussen de kuilvoerplaten (foto’s 3, 4).

De voormalige varkensstal die deels gesloopt gaat worden wordt voornamelijk gebruikt voor opslag (foto’s 5-7). De stal is al een tijd niet meer in gebruik. De stal is steens gebouwd en de dakpannen sluiten grotendeels goed aan. Na inspectie van de zolder zijn er echter een aantal gaten zichtbaar in het dak (foto’s 8-9). De zolder zelf zat vol met spinnenwebben en enkele sporen van muisachtigen (huismuizen of ratten) (foto’s 10,11). Er zijn hier geen nesten of nestmaterialen aangetroffen. De ruimtes in de stal zijn aan de binnen zijde goed afgewerkt waardoor er geen kieren of openingen aanwezig zijn waardoor dieren naar binnen kunnen (foto 12). In de westelijke gevel zijn open bakstenen ingemetseld (foto 13). Hierdoor zijn de open stallen goed toegankelijk. In de zuidoostelijke hoek van de stal is nestmateriaal aangetroffen onder de dakpannen en boven de muurplaat (foto 14).

De grote veestal is nog operationeel en hier werden nog koeien gehouden (foto’s 15, 16). De stal is erg open en op meerder plaatsen zijn huismussen waargenomen. De stal heeft deels een bakstenen muur tot 2 meter hoog waarna de muren zijn opgebouwd uit metalen golfplaten. Het dak bestaat eveneens uit golfplaten met aan de binnenzijde een dakbeschot van isolatieplaten. De dakranden zijn afgewerkt met een vogelschroot (foto 17). De oostelijke helft van deze stal blijft gehandhaafd en alleen de westelijke helft wordt verbouwd voor gebruik als recreatiewoningen en paardenstallen. Aan de noord-oostelijke zijde zijn tussen de beplating en de muur sporen van een nestlocatie aangetroffen (foto 18).Ook zijn er ten zuiden van deze stal fecaliën van een egel aangetroffen (foto 19). De aangebouwde stal, die ten zuiden aansluit, is aan alle zijdes open en opgebouwd uit betonplaten (foto 20). Het dak bestaat uit golfplaten met isolatieplaten met een overhangende dakrand (foto 21). De vloer heeft een betonen rooster wat naar het mestbassin leidt (foto 22).

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/11

Het te slopen ronde mestbassin is nog in gebruik (foto 23). De aanwezigheid van dieren is hier uit te sluiten. De silo is goed afgesloten en binnenin bevinden zich dodelijk hoge concentraties gassen die van de mest afkomen.

De sleufsilo en de vier kuilvoerplaten zijn nog deels in gebruik (foto’s 4, 24). Rondom en nabij is veel modder waar sporen in zijn aangetroffen van een hond en kat. Ook zijn er sporen van een egel en haas aangetroffen (foto 25, 26). Ook zijn er een paar holen aangetroffen van mogelijk een konijn of bruine rat (foto 27). Onder de silo’s ten westen van de sleufsilo lag gemorst voer waarvan was gegeten, vermoedelijk door muizen en de egel maar marterachtigen zijn niet uit te sluiten. Ten noorden van het bedrijf is een greppel met een struweel wat 25 meter voor het nabij gelegen bos loopt, waardoor marterachtigen binnen de planlocatie niet uit te sluiten zijn(foto 28).

Tijdens de terreininspectie zijn er op de waargenomen huismussen na geen beschermde soorten of jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen. 5.2

Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving

De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl dat door het natuurloket is opgesteld. Binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn bij inventarisaties de volgende soorten vanuit de Habitatrichtlijn waargenomen:

Amfibieën (heikikker) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn ook de alpenwatersalamander, bastaardkikker, boomkikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad en vinpootsalamander waargenomen. Op of nabij de slooplocatie ontbreekt geschikt voortplantingswater voor de genoemde soorten. Daarbij is er op de onderzoekslocatie geen struweel, strooisel- of struiklaag aanwezig waar deze soorten kunnen verblijven. De betreffende soorten zijn hierdoor uit te sluiten. Gezien de nabijheid van de natuurbeheergebieden ten noorden en westen van de onderzoekslocatie komen de geregistreerde waarnemingen waarschijnlijk uit die gebieden.

Gezien de rugstreeppad nabij de onderzoekslocatie is waargenomen dient men tijdens de werkzaamheden te letten op tijdelijke poeltjes. Deze pionierssoort plant graag voort in tijdelijke onbegroeide visvrije plassen en poeltjes die kunnen ontstaan tijdens de bouwwerkzaamheden. Derhalve dienen deze voorkomen te worden of te gedempt zodra deze ontstaan.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/12

Insecten (bruine eikenpage, grote vos, kleine ijsvogelvlinder, gevlekte witsnuitlibel, teunisbloempijlstaart) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de grote weerschijnvlinder, kempense heidelibel en sierlijke witsnuitlibel waargenomen.

De bruine eikenpage komt voor op de zandgronden, zowel in het binnenland als in de duinen. In het binnenland vliegt hij bij bosranden, in jonge eikenaanplant en open loofbossen. In geschikte bosranden zijn doorgaans oudere eiken, voldoende eikenopslag, kreupelhout en braamstruwelen te vinden. De waardplant van deze soort is de eik. De eikenpage legt eitjes op kleine boompjes: kwijnende boompjes die in de schaduw van hogere groeien, miezerige exemplaren die op te arme grond groeien, opslag van jonge eikjes. Op de onderzoekslocatie staan geen eikenbomen. Direct naast de onderzoekslocatie achter het woonhuis staan grote individuen die in de toekomstplanen behouden worden en niet gekapt worden. Derhalve is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Op het terrein is weinig begroeiing op soorten arme grasweilanden na. Hierdoor ontbreken de waardplanten voor de grote vos, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart en grote weerschijnvlinder binnen de onderzoekslocatie. Hierdoor zijn deze soorten uit te sluiten.

De gevlekte witsnuitlibel, kempense heidelibel en sierlijke witsnuitlibel zijn afhankelijk van oppervlakte water. Dit is niet aanwezig binnen de onderzoekslocatie waardoor deze soorten uit te sluiten zijn. Mogelijk kunnen ze wel als passant voorkomen, maar de werkzaamheden zullen geen effect hebben op de soort.

Reptielen (-) Op de onderzoekslocatie en tot op een afstand tot 1 kilometer zijn geen waarnemingen gedaan van reptielen. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis en zandhagedis geregistreerd door de NDFF.

De gladde slang bewoont vooral droge heideterreinen, maar ook hogere delen van hoogveengebieden en open bossen en jonge aanplant op zandgrond. Het substraat in de Nederlandse leefgebieden bestaat uit zand of veen, nooit uit klei. De soort kan ook voorkomen op kalkgraslanden en in groeven, in ons land betreft dit het Nederlandse gedeelte van de Sint Pietersberg. Hierdoor is de soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisel laag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/13

zich handhaven, zoals houtwallen, kalkgraslanden, (spoor)wegbermen, kerkhoven en zelfs in tuinen, parken en volkstuintjes kan de hagedis worden aangetroffen. In meer agrarisch georiënteerde landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein die niet omgeploegd worden door landbouwwerktuigen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De levend barende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Aannemelijk is dat deze soort is waargenomen in het heide gebied ten noorden van de onderzoekslocatie.

In Nederland is de zandhagedis sterk gebonden aan duin- en heidegebieden. In het binnenland en in de kalkarme duinen wordt hij vooral aangetroffen in droge struikheideterreinen. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Tijdens het locatiebezoek zijn geen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen. Het voorkomen van reptielen op de locatie is uit te sluiten.

Vaatplanten (-) Nabij de slooplocatie en op een afstand tot 1 kilometer zijn geen waarnemingen geregistreerd van vaatplanten in de lijst van de NDFF. Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn akkerogentroost, dreps, drijvende waterweegbree, getande veldsla, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw, kartuizer anjer, korensla, ruw parelzaad, tengere distel en wilde ridderspoor geregistreerd binnen de NDFF.

De onderzoekslocatie is grotendeels bebouwd en verhard. De onverharde stukken zijn weilanden die intensief beheerd en bemest worden. De akkerogentroost, dreps, getande veldsla, glad biggenkruid, kartuizer anjer, korensla, ruw parelzaad en wilde ridderspoor zijn soorten die voornamelijk op klakrijke voedsel- en stikstofarme gronden staan. Derhalve zijn deze soorten uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Drijvende waterweegbree is afhankelijk van oppervlakte water. Dit is niet aanwezig binnen de onderzoekslocatie waardoor deze soort uit te sluiten is.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/14

De grote leeuwenklauw komt voor in Zuid-Limburg, in het Deltagebied en in het rivierengebied. Zonnige, open plaatsen op vochtige tot vrij droge, goed gedraineerde, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond. De projectlocatie ligt niet in een kalkrijk gebied waardoor deze soort uit te sluiten is in de onderzoekslocatie.

Tengere distel groeit bij voorkeur in de nabijheid van de zeekust op wat ruderale, grazige plekken in de duinen, op zeekliffen, op verstoorde plaatsen in bermen, in kalkrijke ruigten, op bouw- en haventerreinen en op dijken. Doordat de onderzoekslocatie niet op kalkrijke grond bevindt, is deze soort uit te sluiten.

Vissen (-) Door het ontbreken van geschikt oppervlaktewater zijn de soorten binnen het plangebied uit te sluiten.

Vogels (boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, sperwer, steenuil, wespendief) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de oehoe, roek, slechtvalk en zwarte wouw waargenomen.

Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen.

De gierzwaluw komt vooral in dorpen en steden voor. Op de onderzoekslocatie is alleen de grote veestal geschikt door de hoogte. Echter heeft deze stal een golfplaten dak waar geen kieren of openingen in zitten. Hierdoor zijn er geen tot mogelijk enkele nestlocaties voor gierzwaluwen (bijvoorbeeld achter de regenpijpen). Tijdens het veldbezoek zijn er geen oude nesten aangetroffen. Gezien deze soort in kolonie verband nestelt en de afwezigheid van geschikt nestlocaties is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie. Bovendien is de locatie dermate landelijk gelegen dat er te weinig thermiek aanwezig is waarvan de gierzwaluw afhankelijk is.

De huismus is in meerdere schuren en plekken op de onderzoekslocatie aangetroffen. In zowel de oude varkensstal als de grote veestal zijn mogelijke nestlocaties waargenomen. De grote veestal is aan de oostelijke en westelijke dakrand afgewerkt met een vogelschroot waardoor hieronder geen vogels kunnen komen. Echter zijn er tijden het veldbezoek veel huismussen in de open nok aangetroffen. Mogelijk zitten hier wel openingen tussen het dak en het dakbeschot waar deze soort kan nestelen. Alleen de aangebouwde veestal en het ronde mestbassin zijn resp. geen nestlocaties aangetroffen en zijn hiervoor ongeschikt. Ook het woonhuis, wat net buiten de onderzoekslocatie ligt, is zeer geschikt

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/15

voor de huismus die hier onder de dakpannen kan nestelen. De overige schuren bevatten ook mogelijke nestlocaties.

De kerkuil en steenuil komen vaak voor op boerenerven. De varkensstal biedt mogelijke nestlocaties voor de steenuil die door de openingen tussen de dakpannen op de vliering kan komen. Echter zijn er op de vliering geen sporen aangetroffen van uilen. Ook in de grote veestal zijn geen sporen van een steenuil of kerkuil aangetroffen (krijtstrepen of uilenballen) die doen vermoeden dat er sprake is van een nestlocatie of een roestplaats. In een van de bomen in de tuin van het woonhuis is een nestkast voor de steenuil opgehangen. Volgens de eigenaresse heeft hier in het verleden een broedpaar gezeten. Echter zijn deze beide op een gegeven moment dood in de kast aangetroffen. Gezien er nergens op de onderzoekslocatie sporen van een uil zijn aangetroffen (braakballen of fecaliën) wordt deze soort uitgesloten binnen de onderzoekslocatie.

Voor de overige vogelsoorten zijn binnen de planlocatie geen nesten of nestmogelijkheden aanwezig.

Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, laatvlieger) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de bosvleermuis, franjestaart, gewone/kleine dwergvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis waargenomen.

De gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en laatvlieger zijn gebouw bewonende vleermuizen. De bosvleermuis en rosse vleermuis zijn boom bewonende soorten. De overige soorten kunnen zowel in bomen als in gebouwen voorkomen.

Verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn uit te sluiten in het ronde mestbassin. Het bassin is goed afgesloten en binnen hangen hoge concentraties aan gassen die dodelijk kunnen zijn.

De aangebouwde veestal is door de bouw ongeschikt voor vleermuizen. Het golfplaten dak heeft isolatie platen als dakbeschot. Hierdoor zijn er ruimtes voor vleermuizen. Echter door de overhangendedakrand kunnen vleermuizen mogelijke openingen niet vinden met hun echolocatie. Hierdoor zijn ver-blijfplaatsen voor vleermuizen uit te sluiten.

De grote veestal is grotendeels opgebouwd uit metalen damwandplaten. Deze metalen platen zijn ongeschikt voor vleermuizen doordat ze te glad zijn om op te landen en aan te hangen. Daarbij warmen de ruimtes te snel op en koelen te snel af door het metaal. Hierdoor is de veestal ongeschikt voor vleermuizen en zijn verblijfplaatsen hier uit te sluiten.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/16

De oude varkensstal biedt mogelijke verblijfplaatsen tijdens de kraam-, zomer en paarperiode. Door de gaten in het dak kunnen vleermuizen in de vliering kruipen en hier verblijven. Daarbij bieden de open bakstenen in de westelijke gevel makkelijke doorgang en mogelijk zomerverblijfplaatsen. Ookhet woonhuis is door de bouwstijl erg geschikt voor vleermuizen. Deze biedt mogelijk betere verblijfplaatsen voor vleermuizen door de hoogte. Vooral omdat de stal een gevelhoogte heeft van net 2 meter. Op de onderzoekslocatie zijn geen gaten of scheuren in de aanwezige bomen aangetroffen. Hierdoorzijn verblijfplaatsen van boombewondende soorten uit te sluiten.

De onderzoekslocatie is door de aanwezigheid van vele insecten aangetrokken door de mest zeer waarschijnlijk een foerageergebied voor vleermuizen.

Zoogdieren (bever, das, eekhoorn, egel, haas, konijn, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, steenmarter, waterspitsmuis, wolf) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de bunzing, wezel en wild zwijn waargenomen.

Van deze soorten zijn de bunzing, eekhoorn, egel, haas, konijn, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis¸ steenmarter en wezel in Limburg vrijgestelde soorten

Bevers zijn afhankelijk van gebieden met water en aangrenzende bosgebieden. Hierdoor zijn ze uit te sluiten van het plangebied.

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Tijdens het locatie bezoek is er geen burcht aangetroffen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten. Echter zou de das mogelijk de onderzoekslocatie kunnen gebruiken als migratie route.

De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Gezien de ligging, het gebrek aan groen en nestgelegenheid is deze soort uit te sluiten van het plangebied.

Op de onderzoekslocatie zijn fecaliën van een egel aangetroffen. De egel heeft een breed scala aan verblijfsruimtes maar op de locatie is geen spraken van een essentieel leefgebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Limburg is de egel daarbij een vrijgestelde soort.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/17

De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. In dichtbevolkte gebieden komt de soort weinig voor. Hazen bewonen bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen. Derhalve is deze soort hier niet uit te sluiten in de velden rondom de bebouwing, echter is er geen spraken van essentieel leefgebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Limburg is de haas daarbij een vrijgestelde soort.

Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ten westen van de laatste voerkuilplaat zijn gaten naar holen aangetroffen van waarschijnlijk een konijn. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Limburg is het konijn daarbij een vrijgestelde soort.

De ondergrondse woelmuis komt enkel in Zuid-Nederland voor. Deze soort komt vooral voor in kleinschalig cultuurlandschap. Hij houdt van een dichte gras- of kruidlaag en zoomvegetaties zoals bermen en bomenrijen maar ook van (hooggelegen) weide- en akkerbouwland, licht (vochtig) loofbos, boomgaarden en tuinen. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De rosse woelmuis leeft bij voorkeur in loof- en gemengd bos met daaronder een struik- of kruidlaag, maar hij komt ook voor in jonge aanplant en in naaldbos. Ook leeft hij in houtwallen, heggen, bosranden en parken. De gangen van het nest hebben een diameter van 10cm. Hij waagt zich zelden in open gebieden zonder beschutting. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

Van de genoemde soorten zouden kleine marterachtigen (bunzing, steenmarter en wezel)l binnen de planlocatie voor kunnen komen. Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt: • holen • houtstapels • hole bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. “Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/18

bereikt.” De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. In de gebouwen zijn echter geen potentiele nest- of schuilplaatsen aangetroffen. Ook zijn er geen sporen of uitwerpselen aangetroffen op de onderzoekslocatie. Mogelijk is de onderzoekslocatie wel een foerageergebied. Denk hierbij vooral aan het struweel en het gemorste voer onder de silo’s waar muizen en ratten door worden aangetrokken. Deze zijn namelijk prooidieren voor marterachtigen.

De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Hierdoor is deze soort uit te sluiten binnen de onderzoekslocatie.

De wolf die in de NDFF is geregistreerd, is als passant waargenomen. De wolf heeft zich in Nederland alleen op de Veluwe gevestigd met nog vier territoria waar telkens maar één wolf in is waargenomen: tussen Eindhoven en Weert, op de zuidwestelijke Veluwe, op de Midden-Veluwe en in Drenthe. Gelet op de omgeving is het voorkomen van de wolf binnen het plangebied uit te sluiten.

Het wild zwijn komt voor in droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor eiken- en beukenbossen aangezien daar in de herfst veel eikels en beukennootjes (de zogenaamde ‘mast’) te vinden zijn. Een voorwaarde die wilde zwijnen aan een bos stellen is de aanwezigheid van natte/moerassige plaatsen, waar ze in zogenaamde 'zoelen' (ondiepe poelen) modderbaden kunnen nemen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten. Niet uit te sluiten is dat deze soort mogelijk als passant voor kan komen.

5.3

Effecten ingreep op flora en fauna

De onderzoekslocatie biedt momenteel verblijfplaatsen voor de huismus, mogelijk voor vleermuizen, en konijn. Daarbij is de onderzoekslocatie een geschikt foerageergebied voor algemene vogelsoorten, roofvogels, muisachtigen, egel, konijn, haas en mogelijke marterachtigen. Door de voorgenomen werkzaamheden worden alleen voor de huismus en vleermuis mogelijke verblijfplaatsen aangetast. De uiteindelijke situatie zorgt voor de soorten die hier foerageren een beter foerageergebied. Dit komt vooral doordat de huidige verharding en bebouwing verminderd worden en er een nieuw stuk groen met boomgaard en weide voor in de plaats komt. Ook worden er nieuwe beukenhagen aangeplant en worden parkeer- en stallingsplaatsen met grasbetontegels uitgevoerd.

Tevens zullen de bestaande bomen (platanen, eiken, essen, en lindes) en beukenhagen behouden blijven. Deze bomen kunnen nesten bevatten. Indien er mogelijk toch kap of snoeiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd dient dit buiten het broedseizoen te worden gedaan. In de bomen zijn geen gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve ongeschikt. De bomen maken ook geen onderdeel uit van een lijnvormig element.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/19

Het perceel wordt groener ten opzichte van de huidige situatie en er is geen verlies van groen en variatie.

Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN/Natura 2000).

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/20

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Hiepterweg 1 te Broekhuizen, kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden.

Niet uit te sluiten valt dat er vleermuizen in de varkensstal verblijven door de gaten die in het dak zijn aangetroffen. Om uit te sluiten dat er sprake is van kraam-, zomer- en/of paarverblijfplaatsen voor vleermuizen dient een naderonderzoek uitgevoert te worden voor aanvang van de sloop werkzaamheden. Ook is het niet uit te sluiten dat de huismus nesten in de varkensstal en de grote veestal heeft. Hier zijn meerdere huismussen waargenomen en ook mogelijke nestlocaties. Om uit te sluiten dat er spraken is van nestlocaties voor huismussen wordt een nader onderzoek aanbevolen. Tevens dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen als de sloopwerkzaamheden beginnen of indien het toch noodzakelijk blijkt om de bestaande hagen en of bomen te snoeien/kappen. Het is namelijk niet uit te sluiten dat hier (niet jaarrond beschermde) nesten aanwezig zijn. De werkzaamheden aan het groen en de bebouwing dienen buiten het broedseizoen (circa half maart half augustus) uitgevoerd te worden.

Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (LNN/Natura 2000).

Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuur inclusief” bouwen kan de uitbreinding voor de recreatiewoningen meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voorvleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanplanten van diverse inheemseboomsoorten in de nieuwe tuinen.

Quickscan Flora en Fauna Hiepterweg 1te Broekhuizen

N210112/21

Bijlage 1

Bijlage 1

Uw referentie: N210112

Bijlage 2

Kadastrale kaart

Uw referentie: N210112

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2700

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Broekhuizen F 426

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 4 april 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 3

Project

: Hiepterweg 1 te Broekhuizen

Referentie : N210112 Datum

: 14 januari 2022

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 14 januari 2022' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 14 januari 2022'

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Bever

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Bruine eikenpage

Dagvlinders

Buizerd

Vogels

Das

Zoogdieren

0 - 1 km

Eekhoorn

Zoogdieren

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

0 - 1 km

Gevlekte witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

0 - 1 km wnb-vrl

0 - 1 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Grijze grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Grote gele kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote vos

Dagvlinders

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

0 - 1 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kleine ijsvogelvlinder

Dagvlinders

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

Ondergrondse woelmuis

Zoogdieren

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

Sperwer

Vogels

Steenmarter

Zoogdieren

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

wnb-hrl

0 - 1 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wolf

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Akkerogentroost

Vaatplanten

1 - 5 km

Alpenwatersalamander

Amfibieën

1 - 5 km

Bastaardkikker

Amfibieën

1 - 5 km

Boomkikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Bosvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Bunzing

Zoogdieren

1 - 5 km

Dreps

Vaatplanten

1 - 5 km

Drijvende waterweegbree

Vaatplanten

wnb-hrl

1 - 5 km

Franjestaart

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Getande veldsla

Vaatplanten

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Glad biggenkruid

Vaatplanten

wnb-hrl

0 - 1 km 0 - 1 km

0 - 1 km wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km

0 - 1 km

1 - 5 km

1 - 5 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Gladde slang

Reptielen

wnb-hrl

1 - 5 km

Grote leeuwenklauw

Vaatplanten

1 - 5 km

Grote weerschijnvlinder

Dagvlinders

1 - 5 km

Hazelworm

Reptielen

1 - 5 km

Kamsalamander

Amfibieën

Kartuizer anjer

Vaatplanten

1 - 5 km

Kempense heidelibel

Libellen

1 - 5 km

Knoflookpad

Amfibieën

Korensla

Vaatplanten

1 - 5 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

1 - 5 km

Myoot (soort onbekend)

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Oehoe

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Poelkikker

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Ruw parelzaad

Vaatplanten

Sierlijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

1 - 5 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Tengere distel

Vaatplanten

1 - 5 km

Vinpootsalamander

Amfibieën

1 - 5 km

Watervleermuis

Zoogdieren

Wezel

Zoogdieren

1 - 5 km

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

1 - 5 km

Wild zwijn

Zoogdieren

1 - 5 km

Zandhagedis

Reptielen

wnb-hrl

1 - 5 km

Zwarte wouw

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

5 - 10 km

Beekrombout

Libellen

5 - 10 km

Grote bosmuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Tweekleurige bosspitsmuis

Zoogdieren

5 - 10 km

Wilde weit

Vaatplanten

5 - 10 km

Baardvleermuis

Zoogdieren

Beekprik

Vissen

wnb-hrl

wnb-hrl

1 - 5 km

1 - 5 km

1 - 5 km

wnb-hrl

wnb-hrl

1 - 5 km

10 - 25 km 10 - 25 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Blaasvaren

Vaatplanten

10 - 25 km

Blauw guichelheil

Vaatplanten

10 - 25 km

Bosbeekjuffer

Libellen

10 - 25 km

Damhert

Zoogdieren

10 - 25 km

Edelhert

Zoogdieren

10 - 25 km

Gestippelde alver

Vissen

10 - 25 km

Gewone bronlibel

Libellen

10 - 25 km

Gladde zegge

Vaatplanten

10 - 25 km

Hermelijn

Zoogdieren

10 - 25 km

Iepenpage

Dagvlinders

10 - 25 km

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Kluwenklokje

Vaatplanten

10 - 25 km

Knolspirea

Vaatplanten

10 - 25 km

Meervleermuis

Zoogdieren

Muurbloem

Vaatplanten

Muurhagedis

Reptielen

wnb-hrl

10 - 25 km

Oostelijke witsnuitlibel

Libellen

wnb-hrl

10 - 25 km

Pijlscheefkelk

Vaatplanten

Rivierrombout

Libellen

Schubvaren

Vaatplanten

10 - 25 km

Spiegeldikkopje

Dagvlinders

10 - 25 km

Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

10 - 25 km

Vermiljoenkever

Geleedpotigen

wnb-hrl

10 - 25 km

Aardbeivlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Adder

Reptielen

25 - 50 km

Akkerboterbloem

Vaatplanten

25 - 50 km

Akkerdoornzaad

Vaatplanten

25 - 50 km

Beekdonderpad

Vissen

25 - 50 km

Bergnachtorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Boommarter

Zoogdieren

25 - 50 km

Brede wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Dennenorchis

Vaatplanten

25 - 50 km

Donker pimpernelblauwtje

Dagvlinders

Eikelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

10 - 25 km

10 - 25 km 10 - 25 km

10 - 25 km wnb-hrl

wnb-hrl

10 - 25 km

25 - 50 km 25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Elrits

Vissen

Gaffellibel

Libellen

Gentiaanblauwtje

Dagvlinders

Gestreepte waterroofkever

Kevers

Gevlekte glanslibel

Libellen

Gewone/Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren

Groot spiegelklokje

Vaatplanten

25 - 50 km

Grote modderkruiper

Vissen

25 - 50 km

Ingekorven vleermuis

Zoogdieren

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Knollathyrus

Vaatplanten

25 - 50 km

Kommavlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Kruipend moerasscherm

Vaatplanten

Kruiptijm

Vaatplanten

25 - 50 km

Kwabaal

Vissen

25 - 50 km

Liggende ereprijs

Vaatplanten

25 - 50 km

Naakte lathyrus

Vaatplanten

25 - 50 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

25 - 50 km

Noordzeehouting

Vissen

wnb-hrl

25 - 50 km

Otter

Zoogdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Platte schijfhoren

Weekdieren

wnb-hrl

25 - 50 km

Ringslang

Reptielen

25 - 50 km

Roggelelie

Vaatplanten

25 - 50 km

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Zoogdieren

Schubzegge

Vaatplanten

25 - 50 km

Sleedoornpage

Dagvlinders

25 - 50 km

Speerwaterjuffer

Libellen

25 - 50 km

Stijve wolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Stofzaad

Vaatplanten

25 - 50 km

Veldparelmoervlinder

Dagvlinders

25 - 50 km

Vliegend hert

Kevers

25 - 50 km

Vroedmeesterpad

Amfibieën

Vuursalamander

Amfibieën

25 - 50 km

Wezel/Hermelijn

Zoogdieren

25 - 50 km

25 - 50 km wnb-hrl

25 - 50 km 25 - 50 km

wnb-hrl

25 - 50 km 25 - 50 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km

25 - 50 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Wilde averuit

Vaatplanten

25 - 50 km

Wolfskers

Vaatplanten

25 - 50 km

Zandwolfsmelk

Vaatplanten

25 - 50 km

Zilveren maan

Dagvlinders

25 - 50 km

Bechsteins vleermuis

Zoogdieren

Berggamander

Vaatplanten

50 - 100 km

Bokkenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosboterbloem

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosparelmoervlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Brandts vleermuis

Zoogdieren

Brave hendrik

Vaatplanten

50 - 100 km

Bruin dikkopje

Dagvlinders

50 - 100 km

Bruinrode wespenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Europese rivierkreeft

Geleedpotigen

50 - 100 km

Franjegentiaan

Vaatplanten

50 - 100 km

Geelbuikvuurpad

Amfibieën

Geelgroene wespenorchis

Vaatplanten

Geel schorpioenmos

Mossen

Gevlekt zonneroosje

Vaatplanten

50 - 100 km

Gewone zeehond

Zoogdieren

50 - 100 km

Groene nachtorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Grote bosaardbei

Vaatplanten

50 - 100 km

Grote parelmoervlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Grote vuurvlinder

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Hamster

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Hazelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Hoogveenglanslibel

Libellen

Juchtleerkever

Kevers

Kalkboterbloem

Vaatplanten

50 - 100 km

Kalketrip

Vaatplanten

50 - 100 km

Karwijselie

Vaatplanten

50 - 100 km

Kleine heivlinder

Dagvlinders

50 - 100 km

Kleine schorseneer

Vaatplanten

50 - 100 km

Kranskarwij

Vaatplanten

50 - 100 km

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

Afstand

50 - 100 km

50 - 100 km

50 - 100 km 50 - 100 km

wnb-hrl

50 - 100 km

50 - 100 km wnb-hrl

50 - 100 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

50 - 100 km

Pimpernelblauwtje

Dagvlinders

wnb-hrl

50 - 100 km

Rood peperboompje

Vaatplanten

Rosse / Bosvleermuis

Zoogdieren

Smalle raai

Vaatplanten

50 - 100 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

50 - 100 km

Tengere veldmuur

Vaatplanten

50 - 100 km

Vale vleermuis

Zoogdieren

Veenbloembies

Vaatplanten

50 - 100 km

Vliegenorchis

Vaatplanten

50 - 100 km

Vroege ereprijs

Vaatplanten

50 - 100 km

Wilde kat

Zoogdieren

Zinkviooltje

Vaatplanten

50 - 100 km

Bosdravik

Vaatplanten

100 - 250 km

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

Breed wollegras

Vaatplanten

Bruinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Bultrug

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Butskop

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Dikkopschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

100 - 250 km

Duinparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

50 - 100 km wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

wnb-hrl

50 - 100 km

50 - 100 km

50 - 100 km

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Griend

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Grijze zeehond

Zoogdieren

Groene glazenmaker

Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Groenknolorchis

Vaatplanten

wnb-hrl

100 - 250 km

Groensteel

Vaatplanten

100 - 250 km

Honingorchis

Vaatplanten

100 - 250 km

Kemps zeeschildpad

Reptielen

Kleine ereprijs

Vaatplanten

Kleine vlotvaren

Vaatplanten

Lange zonnedauw

Vaatplanten

Lederschildpad

Reptielen

Moerasgamander

Vaatplanten

Mopsvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse winterjuffer

Libellen

wnb-hrl

100 - 250 km

Noordse woelmuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Rozenkransje

Vaatplanten

100 - 250 km

Scherpkruid

Vaatplanten

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

100 - 250 km

Trosgamander

Vaatplanten

100 - 250 km

Tuimelaar

Zoogdieren

100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km 100 - 250 km

wnb-hrl

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Veenbesblauwtje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

100 - 250 km

Veenhooibeestje

Dagvlinders

100 - 250 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

100 - 250 km

Walrus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Water-/Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witflankdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Zweedse kornoelje

Vaatplanten

100 - 250 km

Bijlage 4

Vleermuizenprotocol

(versie 1 januari 2021)

Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.

c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)

Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.

b)

Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

c)

Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

JA / NEE

3. Open water Is er open water aanwezig?

JA / NEE

a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?

JA / NEE

JA / NEE

a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?

JA / NEE

a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)

Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.

c)

Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

d)

Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.

JA / NEE

e)

Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.

JA / NEE

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.

Bijlage 5

Foto 1: de onderzoekslocatie vanaf het westen gezien.

Foto 2: de zuidelijke weilanden op de onderzoekslocatie. Rechts voor een schuur die blijft met erachter het te slopen mestbassin.

Fotobijlage N210112

Foto 3: verharding op het terrein.

Foto 4: onverhard tussen de kuilvoerplaten. Met links het te slopen mestbassin

Fotobijlage N210112

Foto 5: de deels te slopen varkensstal links en de veestal rechts. De varkensstal blijft tot aan de eerstedeur.

Foto 6: binnenzijde varkensstal.

Fotobijlage N210112

Foto 7: binnenzijde varkensstal met opslag.

Foto 8: gaten tussen de dakpannen vanuit de zolder te zien.

Fotobijlage N210112

Foto 9: gaten in het dak.

Foto 10: de zolder boven de varkensstal.

Fotobijlage N210112

Foto 11: de zolder boven de varkensstal.

Fotobijlage N210112

Foto 12: afwerking aan de binnenzijde van voormalige biggen batterij welke goed afgesloten is.

Fotobijlage N210112

Foto 13: open nehobo ventilatiestenen in de westgevel.

Foto 14: nestmateriaal aangetroffen op de muurplaat in de zuidoostelijke hoek van de varkensstal.

Fotobijlage N210112

Foto 15: de grote veestal.

Foto 16: binnenzijde grote veestal N.B. is de ventilatienok open en zaten hier veel huismussen.

Fotobijlage N210112

Foto 17: vogelschroot in de dakrand van de grote veestal.

Foto 18: mogelijke nestlocatie van een huismus in de grote veestal.

Fotobijlage N210112

Foto 19: fecaliën van een egel nabij de grote veestal,

Foto 20; de aangebouwde en te slopen veestal vanaf het oosten.

Fotobijlage N210112

Foto 21: dakrand hangt over de zijkanten. Kleine ruimtes tussen het dakbeschot en golfplaten.

Foto 22: binnenzijde van de aangebouwde en te slopen veestal met roosters naar het mestbassin.

Fotobijlage N210112

Foto 23: het te slopen mestbassin.

Foto 24: kuilvoerplaten deels in gebruik.

Fotobijlage N210112

Foto 25: sporen mogelijk van egel.

Foto 26: rensporen van een haas.

Fotobijlage N210112

Foto 27: mogelijk hol van een konijn of een bruine rat.

Foto 28: struweel vanaf de westzijde gezien loopt tot 25 meter van de natuurbeheergebieden (achter). Ervoor loopt een ondiepe greppel.

Fotobijlage N210112

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105631/1