04c.5 Bijlage 5 Nader onderzoek steenuil Tritium Advies
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek steenuil Stationsomgeving Horst-Sevenum (1907/041/RV-02, versie 0)
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
Aanvullend onderzoek steenuil
in opdracht van Gemeente Horst aan de Maas T.a.v. de heer B. Voesten Wilhelminaplein 6 5961 ES HORST betreffende locatie Stationsomgeving Horst-Sevenum documentkenmerk 1907/041/RV-02 versie 0 vestiging Nuenen datum 23 juni 2020
opgesteld door: ing. A. Paulusse
gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort
Projectleider ecologie
Senior projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Veldbezoeken
2
3
Resultaten
3
4
Conclusies
5
4.1
Zorgplicht
5
4.2
Eindconclusie
6
5
Literatuurlijst
7
Bijlagen 1.
situatietekening plangebied
2.
fotobijlage veldbezoeken 2019 en 2020
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
1 Inleiding In opdracht van de gemeente Horst aan de Maas is een aanvullend onderzoek naar de steenuil uitgevoerd voor de locatie stationsomgeving Horst-Sevenum te Hegelsom. Er is een herinrichting beoogd op deze locatie waarbij een weg met rotonde wordt gerealiseerd en de bestaande parkeerplaatsen worden uitgebreid. In bijlage 1 is een situatietekening van het onderzoeksgebied opgenomen. Het plangebied bestaat uit een stationsgebied met omliggende parkeerplaatsen, woningen, een akker en een bedrijfspand. Ook is er een watergang aanwezig die gedeeltelijk gedempt gaat worden. Het onderzoeksgebied voor het aanvullend steenuilenonderzoek bestaat uit een akker en een bomenrij. Uit de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna (documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1 d.d. 14 januari 2020) is gebleken dat de binnen het plangebied aanwezige akker en een boom met holte geschikt zijn als onderdeel van het leefgebied voor steenuilen. Om deze reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar deze soort in de daarvoor geschikte onderzoeksperiode en conform het beschikbare kennisdocument van BIJ12 en de inventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus. Door het hanteren van het kennisdocument en de overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht.
Desondanks kan het voorkomen dat verblijfplaatsen van exemplaren niet zijn waargenomen tijdens de verschillende onderzoeken. Er blijft simpelweg sprake van momentopnamen.
Figuur 1: huidige situatie onderzoeksgebied (geel omlijnd) binnen het plangebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl)
pagina 1 van 7
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
2 Veldbezoeken Steenuilen zijn vogels met een vaste verblijfplaats en worden jaarrond beschermd conform de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. De leefomgeving van de steenuil bestaat uit een vaste verblijfplaats/voortplantingsplaats, rustplaats(en) en foerageergebied met voldoende voedsel en veiligheid. In de bomenrij die ten noorden van het stationshuis is gelegen, is een boomholte aangetroffen die als verblijfplaats van de steenuil kan dienen. Ook is er tijdens de uitvoering van een vorige quickscan flora en fauna een braakbal van een steenuil aangetroffen op het fietspad in het oosten van het plangebied. Om deze reden dient de mogelijke functie van het onderzoeksgebied voor deze soort nader onderzocht te worden. Het aanvullende onderzoek naar de steenuil is uitgevoerd conform het kennisdocument van de steenuil van BIJ12 (2017) en het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (2017). Het aanvullend steenuilenonderzoek is uitgevoerd met drie veldbezoeken in de periode van 15 februari tot en met 15 april 2020. Het eerste en laatste veldbezoek dient te worden uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal één maand. De steenuileninventarisaties zijn uitgevoerd op de dagen 18 februari, 19 maart en 31 maart 2020.
Hierbij is gelet op nestindicatief gedrag (nestbouw, transport van voedsel, bedelende jongen), baltsgedrag en aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats. Tevens is gelet op foerageergedrag en aanwezigheid van rustplaatsen. Dit onderzoek is uitgevoerd in de avondschemer binnen de periode vanaf een halfuur na zonsondergang tot middernacht. Door hierbij een opname van de baltsroep van de steenuil af te spelen worden de beste resultaten behaald. In tabel 1 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 1: gegevens veldbezoeken steenuilenonderzoek datum
temperatuur
windkracht
starttijd
eindtijd
(°C)
(Bft)
(uur)
(uur)
18-02-2020*
7
4
19:15
21:15
19-03-2020*
7
2
19:40
22:00
31-03-2020*
0
1
21:00
23:40
*tijdens de veldbezoeken was het droog
pagina 2 van 7
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
3 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde aanvullende onderzoek. Tijdens de veldbezoeken zijn maximaal twee steenuilen waargenomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Op diverse locaties is het geluid van de steenuil afgespeeld, zowel de baltsroep als de algemene roep van de steenuil. Deze locaties zijn in figuur 2 weergegeven op de volgende pagina. Tijdens het eerste veldbezoek op 18 februari 2020 zijn geen steenuilen gehoord of gezien. Tijdens het tweede veldbezoek op 19 maart zijn wel waarnemingen gedaan van de steenuil. Een steenuil heeft gereageerd op de afgespeelde geluiden en is waargenomen in de boom op de grens van het onderzoeksgebied, tussen de akker binnen en de weilanden ten oosten van het onderzoeksgebied. Daarnaast is de steenuil vanuit deze boom richting de provinciale weg gevlogen en daar vermoedelijk vanuit de bomen aan de provinciale weg nog eenmaal gehoord. Bij het derde bezoek op 31 maart zijn twee steenuilen waargenomen. Een steenuil is gehoord ten oosten van het onderzoeksgebied, achter en in de buurt van de houtwal. De andere steenuil is gezien op een bovenleiding van het spoor ten zuidoosten van het onderzoeksgebied. Deze steenuil is ook gehoord na het afspelen van geluid aan de zuidelijke zijde van het spoor.
Tevens is een ransuil gezien nabij het fietspad en houtwal ten zuidoosten van het onderzoeksgebied. De locaties waar de steenuilen en ransuil zijn waargenomen zijn weergegeven in figuur 2 op de volgende pagina. In de omgeving van de boomholte, in een boom ten noorden van het treinstation, zijn geen steenuilen waargenomen. Daarnaast is tijdens het eerste veldbezoek de holte nogmaals bekeken en beoordeeld dat deze holte niet ver genoeg doorloopt om een voldoende grote opening te vormen als nest- of rustplaats voor deze soort. Binnen het onderzoeksgebied zelf zijn geen steenuilen waargenomen. De desbetreffende akker waarin de weg zal worden gerealiseerd, was bewerkt en omgeploegd en bestond enkel uit zand ten tijde van het onderzoek. Er zijn tevens maar een beperkt aantal plaatsen nabij de akker voor de steenuil geschikt om op uit te kijken over het foerageergebied. Het hek bij Stationsstraat 147 bevat boven op de paaltjes prikkeldraad en verder is er op de grens van het onderzoeksgebied geen hekwerk aanwezig met paaltjes waar ze op kunnen zitten, met uitzondering van een aangrenzend, omheind weiland ten oosten van het onderzoeksgebied. Ten noorden van het onderzoeksgebied zijn wel diverse omheinde weilanden aanwezig. Enkel de bomen ten noordoosten van het akkerland bieden wat overzicht (als uitkijkpost), maar grenzen echter niet direct aan het plangebied.
Deze bomen grenzen aan geschiktere akkers en weilanden ten noorden en oosten van het onderzoeksgebied. In één van deze bomen is wel een steenuil waargenomen.
pagina 3 van 7
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
Figuur 2: locaties aangetroffen steenuilen (gele stippen en binnen gele cirkel) en steenuil vliegend (gele pijl) waargenomen. De groene stip geeft de locatie van de waargenomen ransuil weer. De blauwe kruizen geven aan waar de geluiden zijn afgespeeld ten opzichte van het onderzoeksgebied (rood omlijnd)
Conclusie: binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van de steenuil aangetroffen. Wel is het omliggende terrein onderdeel van het leefgebied van de steenuil ten noorden van het spoor. Het territorium van de steenuil ten zuiden van het plangebied zal mogelijk iets overlappen met het plangebied, maar niet met het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van de steenuilen vormt geen belemmering voor het planvoornemen vanwege de afwezigheid van zowel geschikt foerageergebied als verblijfplaatsen binnen het onderzoeksgebied. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 4 omschreven werkwijze.
pagina 4 van 7
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
4 Conclusies Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van de steenuil aangetroffen. Wel is het omliggende terrein, met name de weilanden, akkers en houtwal ten noorden en oosten van het onderzoeksgebied, onderdeel van het leefgebied van de steenuil ten noorden van het spoor. Het territorium van de steenuil ten zuiden van het plangebied zal mogelijk iets overlappen met het plangebied, maar niet met het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van de steenuilen vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Door de herinrichting van de weg en de uitbreiding van de parkeerplaatsen, kan het binnen het plangebied drukker worden met verkeerbewegingen. Er bevindt zich echter geen verblijfplaats van de steenuilen dichtbij deze weg. Tevens wordt het plangebied niet gebruikt als essentieel leefgebied, waardoor verstoring vanwege de mogelijk grotere verkeersdrukte geen significant negatief effect kan hebben op de aanwezige steenuilen. Gezien het voorstaande zullen de voorgenomen plannen geen nadelige effecten hebben op de steenuilen. Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er derhalve vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van deze soort.
4.1 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.
Indien broedende vogels in de directe omgeving van het onderzoeksgebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.
pagina 5 van 7
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
4.2 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van steenuilen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort;
•
de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten) is niet noodzakelijk;
•
de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen nageleefd te worden.
pagina 6 van 7
documentkenmerk: 1907/041/RV-02, versie 0
5 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument Steenuil (Athene noctua) Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming
pagina 7 van 7
Situatietekening : 1907/041/RV-02, Stationsomgeving te Horst-Sevenum
Geplande situatie
pagina 1
Fotobijlage: 1907/041/RV-02, Stationsomgeving, Horst-Sevenum
Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 1907/041/RV-02, Stationsomgeving, Horst-Sevenum
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 1907/041/RV-02, Stationsomgeving, Horst-Sevenum
Foto 7
Foto 8
pagina 3