CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.4 Flora en Fauna inspectie

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Langstraat ong. Hegelsom.4.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Flora- en fauna-inspectie op perceel M2524 aan de Langstraat te Hegelsom

In opdracht van: Bureau Leefomgeving 25 augustus 2021 ir. C. de Koning, P.J.C.A. Op het Veld en ir. J.P.M. Hovens

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Flora- en fauna-inspectie op perceel M2524 aan de Langstraat te Hegelsom Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Bureau Leefomgeving ir. C. de Koning / ir. J.P.M. Hovens ir. C. de Koning, P.J.C.A. Op het Veld en ir. J.P.M. Hovens

Faunaconsult B.V. werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

1

Inhoud 1. 2. 3.

Inleiding........................................................................................................................................... 3 De Wet natuurbescherming ............................................................................................................. 4 Werkwijze ....................................................................................................................................... 5 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ............................................................... 5 3.2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie ....................................................................................... 5 4. Aanwezige beschermde planten en dieren....................................................................................... 6 4.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 6 4.2 Bevindingen............................................................................................................................. 6 5. Mogelijke effecten ......................................................................................................................... 13 6. Conclusies .....................................................................................................................................

15 Literatuur ............................................................................................................................................... 16 Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime .................................................................................... 17

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

2

1.

Inleiding

Bureau Leefomgeving begeleidt de realisatie van enkele woningen op een perceel aan de Langstraat in Hegelsom en heeft ecologisch adviesbureau Faunaconsult B.V. opdracht gegeven op deze locatie een flora- en fauna-inspectie uit te voeren. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

3

2.

De Wet natuurbescherming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de Flora- en faunawet. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd.

De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen ondermeer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft de ‘Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014’ opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017). Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd. Verder geldt dat vogelsoorten waarvan het nest onder de Flora- en faunawet jaarrond werd beschermd in de Provincie Limburg ook onder de Wet Natuurbescherming als zodanig wordt gehandhaafd. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

4

3.

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

De bestaande graslandvegetatie en de omheining worden verwijderd. Vervolgens worden er zes woningen gerealiseerd, met tuinen en parkeerplaatsen. De vier zomereiken aan de Langstraat worden behouden.

Figuur 3.1. De voorgestane situatie. Bron: Bureau Leefomgeving.

3.2

Werkwijze flora- en fauna-inspectie

Op 3 augustus 2021 heeft Faunaconsult B.V. het onderzoeksgebied en de directe omgeving bezocht. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermde diersoorten en beschermde planten. Daartoe werden ook de twee schuurtjes ten westen van het plangebied van binnen en buiten geïnspecteerd. Op 23 augustus 2021 is het stenen schuurtje nogmaals bezocht voor een steenuilenonderzoek. Hierbij werd het gehele dak geïnspecteerd op de aanwezigheid van steenuilennesten, door het oplichten van dakpannen en met behulp van een ladder, zaklamp en boomcamera. Aan de hand van relevante (verspreidings)literatuur en de waarnemingsoverzichten op www.ravon.nl/tijdschrift, www.verspreidingsatlas.nl, www.floron.nl, www.sovon.nl en www.zoogdiervereniging.nl is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

5

4.

Aanwezige beschermde planten en dieren

4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en foto’s voorzijde rapport) ligt in het westen van Hegelsom. Het maakt deel uit van een perceel (M2524) dat in gebruik is als weiland. In het plangebied komen soorten voor als zachte ooievaarsbek, paardenbloem, melganzenvoet, Canadese fijnstraal, grote weegbree, duizendblad, haagwinde, veldzuring, zomereik (opslag), madelief, grote brandnetel, perzikkruid, veldkers en hondsdraf. Het plangebied bevindt zich aan de rand van een woonwijk. De westzijde grenst aan een ponywei. De overige zijdes grenzen aan woningen. Aan de oostzijde bevindt zich tevens de Langstraat.

Figuur 4.1. Het plangebied (rood omlijnd). Bron: Google Maps.

4.2

Bevindingen

Zoogdieren Gebouwen, bomen en struiken zijn in het plangebied afwezig. Vleermuisverblijven zijn hier dus zeker afwezig. Net buiten het plangebied, naast een houten schuurtje, is een konijnenpijp waargenomen. Sporen van kleine marterachtigen, eekhoornnesten, dassenwissels, dassenburchten, holen etc. zijn afwezig. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen. Vogels Rond het plangebied zijn soorten als merel, houtduif, zwarte kraai, ekster, boerenzwaluw, huismus en vink waargenomen. Vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, zijn in het plangebied afwezig. Volgens de natuurgegevens van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) was er in 2014 een (niet nader getoond) territorium van kwetsbare soorten (roofvogels/uilen) in het kilometerhok van het plangebied aanwezig. Nesten van deze soorten zijn (wegens het ontbreken van bomen en gebouwen) met zekerheid afwezig in het plangebied. Daarnaast zijn in het kilometerhok twee patrijsterritoria waargenomen. Het is onwaarschijnlijk dat deze soort in het plangebied (begraasd weiland nabij veel menselijke activiteit) Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

6

broedt. Het is wel mogelijk dat in het broedseizoen algemene vogelsoorten als de grasmus in het plangebied (gaan) broeden. Net buiten het plangebied, ten westen ervan, ligt een stenen schuurtje (zie figuur 4.2.1). Hierin zijn tijdens het veldbezoek circa 30 braakballen en enkele uitwerpselen van steenuil waargenomen. De eigenaar van het schuurtje (dhr. Lenssen, woonachtig op Langstraat 22) gaf aan te weten dat er vaker een steenuil in het schuurtje aanwezig is. De aanwezigheid van steenuil werd bevestigd door dhr. Logister (woonachtig op Langstraat 32), die met de achtertuin aan het schuurtje grenst (zie figuur 4.2.2). Beiden gaven aan bij het schuurtje wel eens twee steenuilen waar te nemen.

Figuur 4.2.1. In een schuurtje net ten westen van het plangebied (gele cirkel) zijn diverse braakballen van steenuil waargenomen.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

7

Figuur 4.2.2. Steenuil bij het stenen schuurtje nabij het plangebied (foto: Dick Logister). Door het ontbreken van een raam heeft de steenuil vrije toegang tot het gebouwtje.

Omdat het schuurtje geschikt oogde als nestlocatie, is het op 23 augustus 2021 nader onderzocht op de aanwezigheid van steenuilennesten (zie figuren 4.2.3). Door de dakconstructie met een ladder, RIGID SeeSnake en zaklamp te inspecteren en her en der dakpannen op te lichten (en terug te leggen).

Figuur 4.2.3. Het gehele dak is nauwkeurig geïnspecteerd op de aanwezigheid van steenuilennesten. Hierbij werd onder alle dakpannen gekeken waaronder mogelijk een nest aanwezig kon zijn (zie inzet).

Op een plek in het midden van het dak (onder de dakpannen en op het polystyreen dakbeschot) bleek een uitgekrabte nestkom met 2 uitgekomen steenuileneieren aanwezig te zijn (zie figuur 4.2.4); hier is duidelijk een steenuilennest aanwezig, dat via het plafond (zie figuur 4.2.5) van binnenuit door de Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

8

steenuilen wordt bereikt. Door het ontbreken van enkele ramen in het schuurtje heeft de steenuil vaste toegang tot het schuurtje en daarmee tot het nest (zie figuur 4.2.6).

Figuur 4.2.4. Twee uitgekomen steenuileneieren (rode pijlen) in het steenuilennest. De foto is helaas niet erg scherp, maar het gaat hier zeker om steenuileneieren.

Figuur 4.2.5. Ingang tot het steenuilennest (rode pijl).

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom

9

Figuur 4.2.6. Door enkele gebroken ruiten heeft de steenuil permanent toegang tot het stenen schuurtje.

Wegens de aanwezigheid van een nestplaats van de steenuil, ligt het voor de hand dat de begraasde ponywei rond het stenen schuurtje als (deel van het) foerageerhabitat van de steenuil functioneert. Gedurende het nader onderzoek naar de aanwezigheid van steenuilennesten, is er tevens een buurtonderzoek gedaan. Hierbij zijn verschillende omwonenden en passanten geïnterviewd. Op de bewoonster van Bosstraat 28 na, gaf iedereen aan geen steenuilennestkast in de tuin te hebben en ook van hun buren te weten dat deze geen nestkasten voor steenuilen bezitten. De steenuilennestkast op Bosstraat 28 is nader geïnspecteerd. Bovenop de kast werd een oud houtduivennest waargenomen en aan de binnenzijde bevond zich een oud merelnest. De bewoners van Bosstraat 23, 28, 30 en 32 gaven allen aan regelmatig steenuilen te horen. Op twee adressen werd door de bewoners de afgelopen jaren een dode steenuil waargenomen; één werd levenloos aangetroffen onder een aanhanger (Bosstraat 28) en één is verdronken in een veedrinkbak (Bosstraat 32).

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 10

Figuur 4.2.7. De steenuilennestkast aan Bosstraat 28 is niet in gebruik door steenuilen.

Daarnaast werden door de bewoner van Langstraat 32 meermaals ooievaars in en rond het plangebied waargenomen (zie figuur 4.2.8). Nesten van deze soort zijn echter met zekerheid afwezig in het plangebied.

Figuur 4.2.8. Ooievaar direct naast het plangebied (foto: Dick Logister).

Planten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). De Provincie Limburg heeft het kilometerhok waarin het plangebied ligt in 2015 Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 11

onderzocht op het voorkomen van beschermde of bijzondere (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl). Deze waren afwezig in en rond het plangebied.

planten

Amfibieën en andere soorten De met vegetatie begroeide delen van het plangebied dienen mogelijk als landhabitat van enkele algemene amfibieënsoorten. Wateren die als voortplantingshabitat voor amfibieën kunnen dienen, komen echter niet in het plangebied voor. Reptielen en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de beschermde soorten die (mogelijk) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben. Tabel 4.2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Steenuil (Athene noctua) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria)

Vogels Internationaal met jaarrond beschermde beschermd soorten nest

Overige beschermde soorten X X X X

X X X

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 12

5.

Mogelijke effecten

- Bij de werkzaamheden kunnen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. - Als de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels als heggenmus worden verstoord of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. - Het stenen schuurtje met steenuilennest (op ca. 20 meter van het plangebied) wordt behouden. Door de voorgenomen ingreep gaat er dus niet direct een nestplaats verloren. Omdat de afstand tussen het steenuilennest en het plangebied slechts zo’n 20 meter bedraagt, kunnen de werkzaamheden (en permanente bewoning) echter leiden tot verstoring van de steenuilen en hun nest. In het ergste geval zou dit, in de broedtijd, kunnen leiden tot afsterven van eieren en/of jonge steenuilen doordat de ouders vroegtijdig het nest verlaten. - Volgens BIJ12 (2017) kan er aantasting van de functionaliteit aan de orde zijn als het geschikte habitat waar de steenuil in voorkomt (begraasde weilanden als die van in kwantiteit of kwaliteit voor de steenuil afneemt. Omdat er rond het schuurtje meer dan 5 ha foerageerhabitat over is, is te verwachten dat het plangebied (ca. 0,14 ha) geen onmisbaar onderdeel vormt van het foerageergebied is voor deze soort.

Toch zal het vernietigen van de als weiland ingerichte delen van het plangebied leiden tot het ongeschikt raken van een deel van het foerageergebied voor de steenuil. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In het volgende hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Soort

Beschermingsregime Wnb

Algemene in het plangebied broedende vogels Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën Steenuil*

Vogels

Art. Art. Art. Art. Art. Art. Art. 3.1 3.1 3.5 3.5 3.5 3.5 3.10 lid 1 lid 2 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 X X

Overige soorten

X

Vogels waarvan het nest en de directe omgeving jaarrond beschermd zijn

X

X

*Deze soort heeft geen nest in het plangebied.

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 13

De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 14

6.

Conclusies

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door het rooien van de te verwijderen vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.

Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Steenuil In het (te behouden) stenen schuurtje, op circa 20 meter afstand van het plangebied, is een steenuilennest aanwezig. De ponywei (waar het plangebied onderdeel van uitmaakt) fungeert als deel van het foerageergebied van de steenuil. De voorgenomen nieuwbouw en permanente bewoning kan , zonder aangepaste werkwijze en compensatie, leiden tot verstoring/vernietiging van steenuilen, hun eieren en nest. Ook leidt het tot vernietiging van een deel van hun foerageergebied. Steenuilennesten, hun roestplaatsen en foerageergebied zijn streng beschermd onder de Wet natuurbescherming. Verstoring en vernietiging van deze elementen kan alleen met een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Een ontheffing wordt voor de steenuil alleen afgegeven indien er sprake is van een van de belangen die zijn opgenomen in de Vogelrichtlijn. Dat zijn: • Volksgezondheid of openbare veiligheid; • Veiligheid van het luchtverkeer; • Bescherming van flora en fauna; • Voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; • Voor doeleinden in verband met onderzoek en onderwijs. Om het weiland in het plangebied te mogen vernietigen en bebouwen is er dus een ontheffing nodig op de Wnb.

Met een aangepaste werkwijze dient te worden voorkomen dat de steenuilen noemenswaardig worden verstoord en er dient voldoende compensatiegebied te worden ingericht. Ook dient de lokale staat van instandhouding van de steenuil in kaart te worden gebracht.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 15

Literatuur • • • •

BIJ12. 2017. Kennisdocument Steenuil Athene noctua Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. Provincie Limburg. 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 16

Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig

de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb). Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.

Dit betekent dat er: • geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: - het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; - ter bescherming van flora of fauna; - voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of - om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 17

Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb). Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb).

Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich

te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 18

Overige beschermde soorten Algemeen Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten.

Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling

vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): - in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 19

-

-

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang.

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)

Flora- en fauna-inspectie Langstraat te Hegelsom 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11184979/1