CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.4 Bijlage 4 Quickscan flora & fauna Tritium Advies

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Stationsomgeving Horst-Sevenum.5.625 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Stationsomgeving Horst-Sevenum

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Gemeente Horst aan de Maas T.a.v. mevrouw C. Reintjes Wilhelminaplein 6 5961 ES HORST betreffende locatie Stationsomgeving Horst-Sevenum documentkenmerk 1907/041/RV-01 versie 1 vestiging Nuenen datum 14 januari 2020

opgesteld door: ing. L. Bouwmans

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.

Tritium Advies is gevestigd in:

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

7

4

Resultaten

8

4.1

Flora

8

4.2

Vogels

8

4.3

Grondgebonden zoogdieren

9

4.4

Vleermuizen

10

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

11

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

12

5

Conclusies

13

5.1

Beschermde gebieden

13

5.2

Soorten

13

5.3

Zorgplicht

15

5.4

Eindconclusie

15

6

Literatuurlijst

16

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoek van 9 augustus 2019

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

1 Inleiding In opdracht van de gemeente Horst aan de Maas is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van de beoogde herinrichting van de stationsomgeving Horst-Sevenum. Het onderzoeksgebied bestaat uit een stationsgebied met omliggende parkeerplaatsen, woningen, een akker en een bedrijfspand. Ook is er een watergang aanwezig die gedeeltelijk gedempt gaat worden. Het voornemen bestaat om een weg met rotonde te realiseren en de bestaande parkeerplaatsen uit te breiden.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (rood omcirkeld) (bron: https://perceelloep.nl)

In het kader van dit voornemen dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.

pagina 1 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied tussen Horst en Sevenum in het buitengebied is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. Het Natura 2000-gebied is met limegroene kleur aangeduid. Het natuurnetwerk Nederland (verder:NNN) is weergegeven in donkergroene highlights. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeelzijn van het NNN betreft vooral bosrijk terrein en akkerlandschap. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omlijnd) met relevante natuurgebieden (bron: https://atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 7,7 kilometer ten westen van het plangebied gelegen en betreft “de Deurnsche Peel en Mariapeel”. De Deurnsche Peel en Mariapeel bestaat uit 3 deelgebieden: Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen. Tezamen met de nabijgelegen Groote Peel zijn het restanten van wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Deze peelhoogvenen werden grotendeels afgegraven tot op de zandondergrond. Deze gebieden zijn de zuidelijkste representanten van de

pagina 3 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

vlakke subatlantische hoogvenen, die elders en ook in de Peelregio door afgraving, ontginning en verveningen grotendeels zijn verdwenen. Door de verschillende verveningsgeschiedenis van de onderdelen van het gebied is er een grote en fijnschalige variatie in vegetatie en landschap, met gradiënten naar een mineraalrijker milieu. In de oudste veenputten is al lange tijd sprake van hoogveengroei op miniatuurschaal. Op de grote restveeneenheden is nog een relatief grote veendikte aanwezig, waarop door herstelbeheer inmiddels ook op verschillende plaatsen ontwikkeling van hoogveenbegroeiingen plaats vindt. De Deurnsche Peel is het Brabantse deel van het gebied en bestaat naast de kern die grenst aan de Mariapeel ook uit een drietal kleinere deelgebieden: De Bult in het noorden en Grauwveen en Het Zinkske in het zuiden. In de Deurnsche Peel is tot in de jaren zeventig turf gewonnen, de sporen hiervan zijn nog duidelijk zichtbaar. In sommige oude turfputten zijn goed ontwikkelde hoogveenvegetaties te vinden. Het gebied bestaat uit een complex van fragmenten levend hoogveen, beginstadia van regenererend hoogveen, natte heide op rustend hoogveen en droge heide op minerale gronden, opgaand loof- en naaldbos, grasen bouwlanden en open water (sloten, kanalen en plassen). De Mariapeel bestaat uit drie complexen (Griendtsveen, De Driehonderd Bunders en Mariaveen).

Het landschap kenmerkt zich door een rijke afwisseling van onder andere hogere, droge en lage, vochtige heideterreinen en moerasachtige gedeelten, open en gesloten bossen, veenputten, wijken, vennen en open water. Het Mariaveen is een open heidegebied met enkele zandruggen. Na herstelmaatregelen in de jaren negentig herstelt het hoogveen zich weer. Daarnaast zijn er turfgaten aanwezig. In het Natura 2000-gebied zijn verschillende doelsoorten opgenomen zoals de bittervoorn en de kleine modderkruiper. Daarnaast zijn habitattypen die in het gebied voorkomen zoals droge heiden en actieve hoogvenen onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen. In figuur 4 op de volgende pagina, overgenomen uit de kaart van de provinciale natuur- en landschapszones van de provincie Limburg, is wederom het plangebied omlijnd. Uit deze figuur blijkt dat het plangebied gedeeltelijk in een bronsgroene landschapszone gelegen is. Op 50 meter ten oosten van het plangebied is een zilvergroene natuurzone gelegen. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot de Goudgroene natuurzone is met een afstand van circa 750 meter ten zuidwesten van het plangebied gelegen.

pagina 4 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Figuur 4: plangebied (rood omlijnd) en directe omgeving met relevante natuurgebieden (bron: https://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt voor een deel binnen de begrenzing van een bronsgroene landschapszone. Het plangebied ligt buiten NNN-gebied (goudgroene natuurzone) en de zilvergroene natuurzone. De provincie Limburg hanteert geen externe werking als het gaat om NNN-gebied (goudgroene natuurzone). Door het planvoornemen wordt een gedeelte van de bronsgroene landschapszone aangetast. Volgens de Omgevingsverordening Limburg 2014 dient hiervoor een compensatieplan te worden opgesteld. Het meest nabijgelegen Natura 2000–gebied is met 7,7 kilometer op grote afstand gelegen. Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn bossen en akkers gelegen. Gezien de afstand en de aard van de ingreep (herontwikkeling van het stationsgebied) valt een significant negatief niet te verwachten.

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:200 / Y:382. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied.

pagina 5 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1990 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, ondergrondse woelmuis, wezel, bunzing Amerikaanse nerts, rosse woelmuis, watervleermuis, vale vleermuis, waterspitsmuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, gewone bosspitsmuis, tweekleurige bosspitsmuis, dwergspitsmuis, mol en vos. In de periode 2000-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten amfibieën-en reptielensoorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker, bruine kikker, kamsalamander en levendbarende hagedis.

pagina 6 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

3 Veldbezoek Het plangebied is op 9 augustus 2019 in de middag bezocht. Er was sprake van bewolkt, regenachtig weer, met windkracht 1-2 Bft en een temperatuur van circa 23 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zichten geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit de stationsomgeving van het station HorstSevenum.

In het gebied zijn onder andere een akker, een watergang en een aantal bomenrijen aanwezig. De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 7 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. De aanwezige bomen en struiken kunnen dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk”en “bosrijk” gebied en in struwelen voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor weidevogels. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten aangetroffen binnen en in de directe omgeving van het plangebied: een zwarte kraai (Corvus corone), drie eksters (Pica pica), een houtduif (Columba palumbus), een vink (Fringilla coelebs) en een buizerd (Buteo buteo). De bebouwing die aanwezig is op de Stationsstraat 143 is vrijgegeven voor de sloop door de gemeentelijke ecoloog en is niet meegenomen tijdens de quickscan. Op dit woonhuis na is er geen bebouwing aanwezig in het plangebied die door het planvoornemen wordt aangetast. Hierdoor is het plangebied ongeschikt als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor huismussen (Passer domesticus) en gierzwaluwen (Apus apus).

Er zijn geen nesten van vogelsoorten met een jaarrond beschermde verblijfplaats, zoals de buizerd (Buteo buteo) binnen en in de directe omgeving van het plangebied aangetroffen. In het westen van het plangebied bevindt zich een watergang die gedeeltelijk gedempt gaat worden. De oevers van deze watergang zijn onderzocht op de aanwezigheid van nesten. Er zijn geen nesten of sporen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest aangetroffen in de omgeving van de watergang. Tijdens het veldbezoek van een eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna (Arcadis, 0792101173 A, d.d. 19 december 2016) is een braakbal van een steenuil (Athene noctua) aangetroffen op het fietspad in het oosten van het plangebied. Vlakbij het fietspad, in de bomenrij ten noorden van het stationshuis bevindt zich mogelijk een geschikte holte die als verblijfplaats voor steenuilen kan dienen. Steenuilen komen voor in kleinschalig agrarisch natuurlandschap waarin voldoende overzicht is om te kunnen jagen op veldmuizen, kleine vogels en insecten. Naar aanleiding van de

pagina 8 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna, de gevonden braakbal en het recente veldbezoek is het plangebied geschikt bevonden als leef- en foerageergebied voor de steenuil. Een aanvullend onderzoek naar deze soortgroep is noodzakelijk. Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Tijdens het veldbezoek van een eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna is een braakbal van een steenuil aangetroffen op het fietspad in het oosten van het plangebied. In de bomenrij die ten noorden van het stationshuis is gelegen bevindt zich mogelijk een geschikte holte voor steenuilen om in te verblijven. Aangezien het plangebied kan dienen als leef- en foerageergebied voor de steenuil en er een braakbal is aangetroffen in een eerdere quickscan dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar deze soort. Daarnaast wordt er bij de werkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de omgeving van het plangebied komt de steenmarter (Martes foina) voor. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap en heeft een voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. Vanwege het ontbreken van geschikte bebouwing of andere steenachtige biotopen waarin de steenmarter zich kan verschuilen is het plangebied ongeschikt voor deze soort. Ook is deze soort vrijgesteld door de provincie Limburg van 15 augustus tot en met februari als het ruimtelijke ingrepen betreft. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen (in de vorm van latrines). Naast de steenmarter komen er in de directe omgeving van het plangebied kleine marterachtigen voor zoals de bunzing (Mustela putorius) en de wezel (Mustela nivalis). Er zijn er geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. Daarnaast zijn deze soorten vrijgesteld door de provincie Limburg als het ruimtelijke ingrepen betreft. Naast de steenmarter en kleine marterachtigen komt ook de das (Meles meles) voor in de omgeving van het plangebied.

De das geeft de voorkeur aan kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden voor deze soort. Het plangebied is gedeeltelijk in een akker gelegen die als geschikt foerageergebied zou kunnen dienen voor de das. Er zijn echter geen sporen aangetroffen zoals een burcht, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen. Daarnaast zijn er ten oosten van de akker geschiktere foerageergebieden aanwezig voor de das in de vorm van maïsakkers, bomenrijen en struwelen. Ook de eekhoorn (Sciurus vulgaris) komt voor in de directe omgeving van het plangebied. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. In het plangebied zijn bomenrijen en bomengroepen aanwezig die als verblijfplaats kunnen dienen voor de eekhoorn. In het plangebied zijn echter geen nesten waargenomen. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied vergelijkbare of geschiktere leefgebieden aanwezig, zoals de bomenrij en het bos ten oosten van het plangebied. Ook is deze soort vrijgesteld door de provincie Limburg in de maanden maart tot april en juli tot en met november indien het ruimtelijke ingrepen betreft.

pagina 9 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van bos en akkerland om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.4 Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen op voorhand niet valt uit te sluiten. De bebouwing die aanwezig is op de Stationsstraat 143 is echter vrijgegeven voor de sloop door de gemeentelijke ecoloog en is niet meegenomen tijdens de quickscan. Op dit woonhuis na is er geen bebouwing aanwezig in het plangebied die door het planvoornemen wordt aangetast. Hierdoor is er geen geschikte bebouwing aanwezig die als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen kan dienen. In de bomenrij, die aanwezig is ten noordwesten van het stationshuis, is mogelijk één geschikte holte aanwezig die dienst kan doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn echter geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Om na te gaan of deze holte kan dienen als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen dient een boomholtecheck plaats te vinden. In onderstaande figuur 5 is aangegeven in welke boom zich de mogelijk geschikte boomholte zich bevindt.

Figuur 5: locatie van boomholte (gele stip)

(bron: Google Earth)

pagina 10 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Mogelijk zal het plangebied door vleermuizen gebruikt worden als foerageergebied. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zoals de akkerlanden, bomenrijen en de Groote Molenbeek ten oosten van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. Het voornemen bestaat om de bomenrij ten noorden van het stationshuis gedeeltelijk te rooien. Deze bomenrij blijft gedeeltelijk behouden en kan blijven dienen als vliegroute. De bomen zullen geen onderdeel zijn van een essentiële vliegroute vanwege de beperkte aansluiting tot andere lijnvormige landschapsstructuren die aansluiten op geschikt foerageergebied. Daarnaast zal de bomengroep aan de Industrieweg in zijn geheel gerooid worden. Deze bomengroep zal niet als essentiële vliegroute fungeren, aangezien deze bomen geen lange lijnvormige structuur vormen. Ook sluit de bomengroep niet aan op andere lijnvormige landschapsstructuren. Een negatief effect op de vliegroute van vleermuizen is hierdoor niet te verwachten. Conclusie: er is een holte aangetroffen in de bomenrij die zich ten noorden van het stationshuis bevindt.

Deze boomholte moet nader onderzocht worden om na te kunnen gaan of deze als vaste verblijfplaats kan dienen voor boombewonende vleermuizen. De controle van deze boomholte kan plaatsvinden tijdens het aanvullende steenuilen onderzoek dat plaats gaat vinden in februari 2020. Indien de boomholte geschikt wordt bevonden als verblijfplaats voor vleermuizen dient er nader onderzoek naar deze soortgroep plaats te vinden. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de werkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van twee watergangen, waardoor de aanwezigheid van beschermde vissen en amfibieën niet op voorhand uitgesloten kan worden. De beschermde kamsalamander (Triturus cristatus) en alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) komen voor in de omgeving van het plangebied. De kamsalamander komt voor op zandgronden en in beekdalen en geeft de voorkeur aan een bosrijk landschap met houtwallen en struwelen. De alpenwatersalamander is minder kieskeurig, zolang het water niet snelstromend of rijk aan vis is. De watergang in het noordwesten van het plangebied is ongeschikt voor deze soorten, vanwege het gebrek aan geschikte bodemvegetatie en een natuurlijke overgang van oever naar waterbodem. Deze oeverrand bemoeilijkt de migratie van amfibieën van land- naar waterhabitat en andersom. Ook de Peelloop, die in het zuiden van het plangebied gelegen is, is ongeschikt als leefgebied voor deze soorten, vanwege de snelle stroming van deze waterloop. Ten oosten van het plangebied, naast het elektriciteitshuisje, is een poel aanwezig die ten tijde van het veldbezoek droog stond en volledig begroeid was met riet en grassen. Hierdoor is deze poel ongeschikt bevonden als geschikt voorplantingswater voor eerdergenoemde soorten.

De watergang in het noordwesten van het plangebied bevat vrijwel stilstaand water en heeft een cementen bodem. Beschermde vissoorten leven voornamelijk in zuurstofrijk, koel, stromend water, waardoor de aanwezigheid van beschermde vissoorten in deze watergang uitgesloten kan worden. Daarnaast is deze watergang tijdens het veldbezoek met een schepnet geïnventariseerd. Tijdens

pagina 11 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

deze inventarisatie zijn geen vissen of amfibieën aangetroffen. Er zijn hierdoor geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot beschermde vissen en amfibieën door de gedeeltelijke demping van deze watergang. De Peelloop, die in het zuiden van het plangebied is gelegen, is geschikt voor beschermde vissoorten, zoals de beekprik (Lampetra planeri), vanwege het stromende karakter van de loop en de met kiezel bedekte zandbodem. Zolang deze loop behouden blijft zijn er geen negatieve effecten op beschermde vissoorten te verwachten. Indien deze loop wordt aangetast door het planvoornemen dient er aanvullend onderzoek naar beschermde vissoorten plaats te vinden. Ook de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) komt voor in de omgeving van het plangebied. Deze soort geeft de voorkeur aan bos- en heidegebieden met voldoende schuilmogelijkheden. Het plangebied is beperkt geschikt voor deze soort in verband met het stedelijke karakter van de omgeving en het gebrek aan zonmogelijkheden. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast geschiktere leefgebieden aanwezig in de vorm van struwelen en door bos omringde weilanden en akkers. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied.

De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Zolang de Peelloop behouden blijft is een negatief effect op beschermde vissoorten niet te verwachten.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 12 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt voor een deel binnen de begrenzing van een bronsgroene landschapszone. Het plangebied ligt buiten NNN-gebied (goudgroene natuurzone) en de zilvergroene natuurzone. De provincie Limburg hanteert geen externe werking als het gaat om NNN-gebied (goudgroene natuurzone). Door het planvoornemen wordt een gedeelte van de bronsgroene landschapszone aangetast. Volgens de Omgevingsverordening Limburg 2014 dient hiervoor een compensatieplan te worden opgesteld. Het meest nabijgelegen Natura 2000–gebied is met 7,7 kilometer op grote afstand gelegen. Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn bossen en akkers gelegen. Gezien de afstand en de aard van de ingreep (herontwikkeling van het stationsgebied) valt een significant negatief niet te verwachten.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels In de bomenrij die ten noorden van het stationshuis is gelegen, is een boomholte aangetroffen die als verblijfplaats van de steenuil kan dienen. Ook is er tijdens de uitvoering van een vorige quickscan flora en fauna een braakbal van een steenuil aangetroffen op het fietspad in het oosten van het plangebied. Om deze redenen dient aanvullend onderzoek naar deze soort plaats te vinden.

Aanvullend onderzoek naar de steenuil bestaat uit drie gerichte veldbezoeken verspreid in de periode van begin februari tot en met eind april, met een tussenperiode van minimaal één maand tussen het eerste en het laatste bezoek. Er zijn geen andere jaarrond beschermde vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn,

pagina 13 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Binnen het plangebied is, op de vrijgegeven bebouwing na, geen bebouwing aanwezig waarin vleermuizen kunnen verblijven.

Om deze reden is het plangebied ongeschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. In de bomenrij die zich ten noorden van het stationshuis bevindt is een boom aangetroffen met een holte die mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Om na te gaan of deze holte geschikt is dient er een boomholtecheck uitgevoerd te worden. Deze check kan tijdens het steenuilenonderzoek plaatsvinden. Mocht deze holte ongeschikt zijn voor vleermuizen dan is er geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien deze holte geschikt wordt bevonden is er aanvullend onderzoek noodzakelijk in de vorm van minimaal vier veldbezoeken, waarvan 3 in de periode 15 mei-15 juli en twee in de periode 15 augustus-1 oktober. Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de werkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten, zolang de bomenrij ten zuiden van het plangebied aan de Industrieweg behouden blijft.

Daarnaast worden er nieuwe bomenrijen aangeplant in het plangebied bij de realisatie van de nieuwe parkeerplaatsen en de aanleg van de nieuwe weg, waardoor het foerageergebied ten oosten van de stationsomgeving gemakkelijker te bereiken is voor vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de Peelloop behouden blijft en de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Mocht de Peelloop aangetast worden door het planvoornemen dan dient er een inventarisatie naar beschermde vissoorten plaats te vinden.

pagina 14 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;

•

nader onderzoek naar de steenuil is noodzakelijk;

•

om uit te kunnen sluiten dat de boomholte die is aangetroffen in de bomenrij ten noorden van het stationshuis geschikt is als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen, dient nagegaan te worden of deze holte voldoende toegang biedt tot de boom. Tijdens de uitvoering van het steenuilenonderzoek kan dit worden onderzocht door middel van een boomholten check. Indien deze holte geschikt wordt bevonden als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen dient er nader onderzoek naar deze soortgroep plaats te vinden;

•

zolang de Peelloop niet aangetast wordt naar aanleiding van het planvoornemen zijn negatieve effecten op beschermde vissoorten niet verwachten. Indien deze loop wordt aangetast is er een inventarisatie naar beschermde vissoorten noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.

pagina 15 van 16

documentkenmerk: 1907/041/RV-01, versie 1

6 Literatuurlijst BIJ12 (2017a) Kennisdocument Steenuil, Athene Noctua BIJ12 (2017b) Kennisdocument Rosse vleermuis, Nyctalus noctula Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij NDFF (2019) Geraadpleegd op 19 december 2019 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2019) Geraadpleegd op 19 december 2019 via http://www.ravon.nl/ Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 Zoogdiervereniging (2019) Geraadpleegd op 19 december 2019 via http://www.zoogdiervereniging.nl/ Natura 2000-gebieden in Nederland (2019) Geraadpleegd op 19 december 2019 via https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?main=natura2000

pagina 16 van 16

Situatietekening : 1907/041/RV-01, Stationsomgeving te Horst-Sevenum

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 19

Foto 20

Foto 21

pagina 7

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 22

Foto 23

Foto 24

pagina 8

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 25

Foto 26

Foto 27

pagina 9

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 28

Foto 29

Foto 30

pagina 10

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 31

Foto 32

Foto 33

pagina 11

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 34

Foto 35

Foto 36

pagina 12

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 37

Foto 38

Foto 39

pagina 13

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 40

Foto 41

Foto 42

pagina 14

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 43

Foto 44

Foto 45

pagina 15

Fotobijlage: 1907/041/RV-01, Stationsomgeving, Horst-Sevenum

Foto 46

Foto 47

Foto 48

pagina 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025603/1