CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.2 Bijlage 2 Milieu- en civieltechnisch onderzoek Tritium Advies

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Stationsomgeving Horst-Sevenum.25.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Milieu- en civieltechnisch onderzoek Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom) (1903/295/BD-01, versie 0)

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Milieu- en civieltechnisch onderzoek

in opdracht van Gemeente Horst aan de Maas De heer B. Voesten Wilhelminaplein 6 5961 ES HORST betreffende locatie Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom) documentkenmerk 1903/295/BD-01 versie 0 vestiging Neer datum 7 augustus 2019

opgesteld door:

gecontroleerd door:

B.P.H. Dorssers

T.J.J. Buijs en N. van der Wielen

Projectleider bodem

Projectleider bodem en projectleider waterbodem

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088.44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

Kvk-nr.

17108024

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Samenvatting In opdracht van de gemeente Horst aan de Maas heeft Tritium Advies B.V. een milieu- en civieltechnisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom). Aanleiding voor het onderzoek is de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie, waarbij ook diverse gronden (in totaal 13 stuks) zullen worden aan- en verkocht. In het kader van de herontwikkeling zal tevens een bestemmingsplanwijziging worden aangevraagd. De doelstellingen van het onderzoek zijn als volgt: •

asfalt

:

•

puinfundering

:

indicatief bepalen hergebruiksmogelijkheden.

•

bodem

:

vaststellen van de kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om

bepalen hergebruiksmogelijkheden van het vrijkomende asfalt op de locatie (bepalen teergehalte).

te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. •

waterbodem

:

indicatief bepalen hergebruiksmogelijkheden.

:

bepalen van de actuele gemiddelde milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem.

:

bepalen hergebruiksmogelijkheden conform de Regeling bodemkwaliteit.

Op basis van het vooronderzoek zijn de in de navolgende tabel weergegeven deellocaties onderscheiden. Tabel 1: te onderscheiden deellocaties deel-

omschrijving

A

afmeting

hypothese

motivatie

verdachte

verdacht

asfalt: aanlegdatum onbekend

teer (PAK)

1)

locatie oostelijk gedeelte

stoffen

1.109 m2

bedrijfsterrein Bakker

puinverharding onder asfalt grond: eerder sterke verontreiniging

B

strook direct ten oosten

205 m2

verdacht

van de loods en vml.

asbest zware metalen, stoffen

met zware metalen aangetoond

uit het NEN-pakket

bedrijfsterrein, mogelijk morsing of

stoffen uit het NEN-

lekkage

pakket, asbest

chemicaliënopslag C

vml. boven- en

5 m3

verdacht

ondergrondse HBO-tank D

landbouwgrond

E

fietspad (Greenport

2.148 m2

onverdacht

geen aanwijzing voor verontreiniging

477 m2

verdacht

mogelijk sloot gedempt,

174 m2

onverdacht

Bikeway) F

stroken grond langs

mogelijk morsing, lekkage of overvullen

puinverharding onder asfalt

minerale olie, vluchtige aromaten geen stoffen uit het NENpakket, asbest

geen aanwijzing voor verontreiniging

geen

in 1996 calamiteit waarbij geel- en

zware metalen, breed

roodachtig water in de sloot stond

pakket

Stationsstraat G

sloot

ca. 125 m¹

verdacht

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende.

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Asfalt Uit de resultaten van de terreinverkenning, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden en de analyseresultaten blijkt dat de dikte van de asfaltlaag ter plaatse van deellocatie A varieert van 4,5 tot 11,5 cm. Het asfalt bestaat uit grindasfaltbeton. Uit de PAKmarkertest en de analyses is gebleken dat dit asfalt teervrij is. Ter plaatse van het fietspad (deellocatie E) is een asfaltverharding aanwezig met een dikte van circa 10 cm. In de asfaltkernen is met de PAK-markertest geen teer aangetoond. Omdat dit fietspad na 1994 is aangelegd is geen verder analyse nodig en mag worden aangenomen dat ook dit asfalt teervrij is. Puinfundering Ter plaatse van deellocatie B is een puinverharding aanwezig met een dikte van 0,3 m. In het asfalt van het fietspad (deellocatie) is eveneens een puinfundering aanwezig met een gemiddelde dikte van 0,5 m. In de beide funderingslagen is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Daarnaast komen beide funderingslagen in aanmerking voor hergebruik als secundaire bouwstof. Bodem Deellocatie A: oostelijke terreindeel bedrijfsterrein Bakker De bovengrond (0,1 – 0,5 m-mv) onder de asfaltverharding blijkt voor een groot deel sterk verontreinigd te zijn met zware metalen. In de grond zijn bijmengingen waargenomen met puin, ijzer, beton, baksteen, zinkassen en asfalt.

De aangetoonde sterke verontreinigingen lijken samen te hangen met de waargenomen bijmengingen, hoewel er ook enkele boringen zijn waarin bijmengingen zijn waargenomen, maar waarbij de grond niet sterk verontreinigd is. Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie wordt de omvang van de sterke verontreiniging geraamd op 392 m3 . De verontreiniging is te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen op de locatie. Aangezien op de locatie als sinds 1922 bedrijfsactiviteiten plaatsvinden en er in het verleden diverse metaalbedrijven op de locatie gevestigd zijn geweest, kan worden aangenomen dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan. Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Uit de risicobeoordeling blijkt dat voor het huidige gebruik en het toekomstige gebruik er geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Dit betekent dat voor zowel het huidige gebruik als het toekomstige gebruik geen tijdstip voor de start van de sanering wordt vastgesteld. Verder is in de grond een sterke verontreiniging met minerale olie en xylenen in het traject van 0,3 tot 0,5 m-mv aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is zowel in horizontale als in verticale richting nog niet vastgesteld.

Het grondwater ter plaatse is in ieder geval niet verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten, maar is slechts licht verontreinigd met barium. Daarnaast is in inspectiegat A07 (traject 0,15 – 0,50 m-mv) een gewogen asbestgehalte aangetoond van 2.036,5 mg/kg d.s. Het betreft plaatmateriaal dat bestaat uit 10-15% hechtgebonden chrysotiel. Omdat het een verkennend asbestonderzoek betreft dient het gehalte als indicatief te worden beschouwd.

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Geadviseerd wordt om een nader asbestonderzoek uit te voeren om het formele gehalte en de omvang van de asbestverontreiniging vast te stellen. Uit de interpretatie van de analyseresultaten blijkt al het vrijkomende zintuiglijk schone zanderige materiaal indicatief herbruikbaar is als “zand in aanvulling of ophoging”. Deellocatie B:strook direct ten oosten van de loods en vml. chemicaliënopslag De grond blijkt licht verontreinigd te zijn met cadmium, koper en lood, matig verontreinigd te zijn met zink en sterk verontreinigd te zijn met PAK. De sterke PAK-verontreiniging is aanwezig in het traject van 0,6 tot 0,8 m-mv en hangt samen met de waargenomen bijmengingen met kolengruis. De omvang van deze verontreiniging binnen de grenzen van de onderzoekslocatie wordt geraamd op 3 m3. Gezien de lange historie van de locatie is er geen reden om aan te nemen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Gezien de omvang van de verontreiniging binnen de onderzoekslocatie (< 25 m3) is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van deellocatie B blijkt licht verontreinigd te zijn met barium. Deellocatie C: vml. boven- en ondergrondse HBO-tank De bovengrond ter plaatse van de voormalige brandstoftanks blijkt licht verontreinigd te zijn met minerale olie. De ondergrond blijkt niet verontreinigd met zijn met minerale olie.

Het grondwater is gecombineerd met deellocatie B onderzocht en is eveneens niet verontreinigd met minerale olie of vluchtige aromaten. Deellocatie D: landbouwgrond Ter plaatse van de landbouwgrond zijn in de bodem geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Een uitzondering hierop is boring D02, maar deze is net binnen de grenzen van deellocatie A gelegen. De zintuiglijk schone bovengrond blijkt plaatselijk licht verontreinigd te zijn met cadmium, koper, lood, zink en PAK. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium en xylenen. Uit de interpretatie van de analyseresultaten blijkt al het vrijkomende zanderige materiaal indicatief herbruikbaar is als “zand in aanvulling of ophoging”. Deellocatie E: fietspad De puin-, baksteen- en ijzerhoudende grond onder de puinfundering van het fietspad blijkt licht verontreinigd te zijn met lood en PAK. De zintuiglijk schone ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Deellocatie F: strook grond langs Stationsstraat In de grond zijn plaatselijk bijmengingen aangetoond met stenen, glas, plastic en baksteen. De bovengrond blijkt licht verontreinigd te zijn met cadmium, kwik, lood, zink, PAK en minerale olie. Daarnaast is de bovengrond plaatselijk matig verontreinigd met cadmium en sterk verontreinigd met koper, lood en zink.

De zintuiglijk schone ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium en xylenen. De omvang van deze verontreiniging is zowel in horizontale als in verticale richting nog niet vastgesteld.

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Waterbodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de vaste waterbodem van de sloot (deellocatie G) geclassificeerd kan worden als klasse ‘industrie’ en klasse ‘B’. Dit betekent dat de waterbodem kan worden toegepast onder voorwaarden. Opgemerkt wordt dat de waterbodem niet onderzocht is op de aanwezigheid van PFAS. Resumé Geadviseerd wordt om een nader onderzoek uit te voeren naar: •

De omvang van de sterke grondverontreiniging met minerale olie en xylenen ter plaatse van deellocatie A;

•

Het formele asbestgehalte ter plaatse van deellocatie A. Aanbevolen wordt om de gehele deellocatie nader te onderzoeken middels het graven van één sleuf per vak van 200 m2;

•

De kwaliteit van de grond onder de laag met zinkassen ter plaatse van deellocatie E. Hiertoe kan een kraan worden ingezet gelijktijdig met de uitvoering van het nader asbestonderzoek;

•

De omvang van de sterke grondverontreiniging met zware metalen ter plaatse van deellocatie F. Hierbij dient er rekening mee te worden gehouden dat mogelijk in het fietspad geboord moet worden.

Bij het uitvoeren van het nader onderzoek dient verder rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van een hogedruk olieleiding ter plaatse van deellocatie A. De plaatselijke aangetoonde sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK, minerale olie en xylenen en de mogelijke asbestverontreiniging in de grond leveren mogelijk beperkingen op ten aanzien van eventueel toekomstige graafwerkzaamheden en het gebruik van de locatie. Geadviseerd wordt bij de aan- en verkoop van de deellocaties rekening te houden met de kosten van een mogelijke bodemsanering. Opgemerkt wordt dat de grond volgens de huidige regelgeving nog op PFAS onderzocht dient te worden indien deze afgevoerd gaat worden naar een verwerker. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.

Inleiding

1

2.

Vooronderzoek

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Eerder uitgevoerd onderzoek

5

2.3

Bodemopbouw

9

2.4

Conclusies vooronderzoek

9

3.

Onderzoeksstrategie

11

3.1

Asfaltonderzoek

11

3.2

Funderingslaag

11

3.3

Verkennend bodemonderzoek

12

3.4

Verkennend waterbodemonderzoek

13

4.

Uitvoering

14

4.1

Kwalibo

14

4.2

Terreinverkenning

15

4.3

Maaiveldinspectie

15

4.4

Inspectiegaten en boorwerk

15

4.5

Bemonstering grondwater

16

5.

Asfalt

18

5.1

Analyseresultaten

18

5.1.1 Toetsingskader

18

5.1.2 Uitgevoerde analyses en resultaten

18

5.2

Bespreking resultaten

18

6.

Fundering

19

6.1

Analyseresultaten

19

6.1.1 Toetsingskader

19

6.1.2 Uitgevoerde analyses

19

6.1.3 Resultaten - asbest

19

6.1.4 Resultaten - overig

20

7.

Bodem

21

7.1

Analyseresultaten

21

7.1.1 Toetsingskader

21

7.1.2 Uitgevoerde analyses

21

7.1.3 Resultaten - asbest

23

7.1.4 Resultaten - grond overig

24

7.1.5 Resultaten grondwater

27

7.2

Verontreinigingssituatie

27

7.3

Grond

28

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

7.3.1 Deellocatie A: sterke grondverontreiniging met zware metalen

28

7.3.2 Deellocatie B: sterke grondverontreiniging met PAK

28

7.4

29

Oorzaak en gevalsdefinitie

7.4.1 Deellocatie A: sterke grondverontreiniging met zware metalen

29

7.4.2 Deellocatie B: sterke grondverontreiniging met PAK

29

7.5

29

Risicobeoordeling

7.5.1 Deellocatie A: sterke grondverontreiniging met zware metalen

29

8.

Civieltechnisch onderzoek

31

8.1

Onderzoeksstrategie

31

8.2

Uitvoering

31

8.3

Analyses

31

8.4

Toetsingskader

32

8.4.1 Analyseresultaten

32

9.

Waterbodemonderzoek

33

9.1

Uitvoering

33

9.1.1 Analyses

33

9.1.2 Analyseresultaten

34

10.

35

Conclusie en aanbevelingen

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.

regionale ligging en kadastrale gegevens A

:

topografische kaart

1

B

:

kadastrale kaart

1

C

:

eigendomsinformatie

6

2.

situatietekeningen

2

3.

profielbeschrijvingen

10

4.

toetsingskaders

3

5.

analyseresultaten

6.

A

:

asfalt

17

B

:

samenstelling - asbest (wegfundering)

8

C

:

samenstelling - wegfundering

12

D

:

samenstelling – asbest (bodem)

6

E

:

samenstelling – grond (milieuhygiënisch)

69

F

:

samenstelling – grond (civieltechnisch)

7

G

:

samenstelling - grondwater

9

H

:

samenstelling – waterbodem

6

toetsingstabellen A

:

wegfundering

2

B

:

asbest

2

C

:

grond

26

D

:

E F

:

grondwater

4

RAW

3

waterbodem

2

7.

tekening verontreinigingssituatie

1

8.

rapportage Sanscrit

5

9.

controlelijst vooronderzoek waterbodem

1

10.

kwaliteitseisen baggerspecie

2

11.

indicatieve toetsing HXRF-metingen

1

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

1. Inleiding In opdracht van de gemeente Horst aan de Maas heeft Tritium Advies B.V. een milieu- en civieltechnisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Stationsstraat 147 e.o. te Horst (Hegelsom). Aanleiding voor het onderzoek is de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie, waarbij ook diverse gronden (in totaal 13 stuks) zullen worden aan- en verkocht. In het kader van de herontwikkeling zal tevens een bestemmingsplanwijziging worden aangevraagd. De doelstellingen van het onderzoek zijn als volgt: •

asfalt

:

bepalen hergebruiksmogelijkheden van het vrijkomende asfalt op de locatie (bepalen teergehalte).

•

puinfundering

:

indicatief bepalen hergebruiksmogelijkheden.

•

bodem

:

vaststellen van de kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem.

:

indicatief bepalen hergebruiksmogelijkheden, zowel milieuhygiënisch als civieltechnisch.

•

waterbodem

:

bepalen van de actuele gemiddelde milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem.

:

bepalen hergebruiksmogelijkheden conform de Regeling bodemkwaliteit.

Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.

pagina 1 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017) en NEN 5717 (december 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type

“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek

categorie

bron

geraadpleegd datum

contactpersoon

27-06-2019

n.v.t.

dhr. H. de Zeeuw

internet kadastrale gegevens

kadastralekaart.com kadaster online

actuele terreinsituatie

bagviewer kadaster google maps

historische gegevens

topotijdreis

bodeminformatie

actueel hoogte bestand dinoloket

archieven gemeente Horst aan de Maas bodeminformatie

bodemarchief

03-04-2019

bodemfunctieklassekaart

10-05-2019

Hinderwet-/milieuarchief

03-04-2019

-

opdrachtgever

26-03-2019

dhr. B. Voesten (gem. Horst aan de Maas)

terreinverkenning

Tritium Advies

03-04-2019

dhr. B. Dorssers

historische gegevens overig

De resultaten van de terreinverkenning zijn verwerkt in de navolgende paragrafen.

2.1 Locatiegegevens Een overzicht van de locatiegegevens is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat

Stationsstraat

huisnummer

147 en omgeving

plaats

Horst (Hegelsom)

kadastraal gemeente

Horst

sectie

C

M

nummer(s)

3964 (ged.), 4187 (geheel), 5034 (ged.), 5036

1238 (ged.)

(ged.), 5116 (ged.), 5123 (ged.)

T 943, 984 (beiden ged.)

locatie oppervlak

totaal 4.113 m2

huidig gebruik

bedrijfsterrein, sloot (lengte circa 125 meter), landbouwgrond, fietspad, wegberm

voormalig gebruik

zie tabel 2.4 voor een overzicht van het gebruik van de locatie.

onbebouwd

pagina 2 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 2.2 vervolg: overzicht onderzoekslocatie locatie toekomstig gebruik

het voornemen is om ter plaatse van de onderzoekslocatie een nieuwe verbindingsweg en fietspad aan te leggen tussen de Stationsstraat en station Horst-Sevenum. Daarnaast zal een nieuwe sloot worden gegraven langs de nieuw aan te leggen verbindingsweg.

dempingen, ophogingen,

•

ter plaatse van het bedrijfsterrein aan de Stationsstraat 147 is een in slechte staat

•

uit historisch kaartmateriaal blijkt dat langs het fietspad (Greenport Bikeway) in het

bijmengingen met puin

verkerende asfaltverharding aanwezig. Onder het asfalt is puinverharding aanwezig. verleden een sloot aanwezig zou zijn geweest.

bodembedreigende activiteiten

in het voorjaar van 1996 zijn schadelijke stoffen van de Stationsstraat 147 geloosd op

en calamiteiten

oppervlaktewater achter het bedrijf. Uit foto’s uit het gemeentearchief blijkt dat in de naastgelegen sloot geel- en roodachtig water stond. Op 11 april 1996 is het talud en de waterbodem van de sloot afgegraven (circa 10 m3). Na het ontgraven sijpelde er nog roodachtig water uit het talud. Het is niet bekend om welke stof(fen) het ging.

bodemfunctieklassekaart

bodemfunctieklasse: industrie

kabels en leidingen

ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich een hoge druk olieleiding (RotterdamRijn Pijpleiding)

terreinsituatie bebouwing

geen

verhardingen

bebouwing:

n.v.t.

overig:

gedeeltelijk asfaltverharding met daaronder een puinverharding (bedrijfsterrein en fietspad), gedeeltelijk braakliggend

installaties

aan de oostzijde van de oostelijke bedrijfshal bevond zich tot 1989 een 2.000 liter bovengrondse HBO-tank. Daarna is deze vervangen door een 5.000 liter ondergrondse HBO-tank. Onbekend is of deze tank nog aanwezig is. Nabij de brandstoftank bevond zich ook een chemicaliënopslag en werden afgewerkte vloeistoffen opgeslagen.

omgeving gebruik belendende percelen

treinstation Horst-Sevenum met spoorlijn Venlo-Eindhoven, bedrijfsterrein, openbare weg, agrarisch

Tabel 2.3: overzicht onderzoekslocatie (waterbodem) locatiegegevens geografische afbakening onderzoeks-

oppervlak

circa 125 m

locatie

diepte

gemiddeld 1 m

ligging

buiten bebouwde kom

dikte- en opbouw

Op de waterbodem bevindt zich naar verwachting een sliblaag met een gemiddelde

waterbodem

dikte van 0,1 m. De sliblaag is vermoedelijk elders niet toepasbaar.

stroming

snelheid

geplande

beschrijving

de sloot zal in de toekomst worden gedempt.

geen

patroon

werkzaam-

te baggeren profiel

onbekend

n.v.t.

heden indeling in deellocaties

zie tabel 2.8

huidige - en historische waterhuishoudkundige functies en verontreinigingsbronnen watertype

gegraven water: sloot

verwachte dikte waterkolom

de dikte van waterkolom bedraagt circa 0,15 meter.

lozingspunten

geen bekend

voormalig gebruik en menselijke

het is niet bekend wanneer de sloot is gegraven

activiteiten toekomstig gebruik

de sloot zal worden gedempt. Op de locatie zal een weg en een fietspad worden aangelegd.

dempingen, ophogingen,

geen bekend

bijmengingen met puin

pagina 3 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 2.3 vervolg: overzicht onderzoekslocatie (waterbodem) huidige - en historische waterhuishoudkundige functies en verontreinigingsbronnen bodembedreigende activiteiten en

zie tabel 2.2

calamiteiten kabels en leidingen

zie tabel 2.2

omgeving gebruik belendende percelen

zie tabel 2.2

Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie

In de navolgende tabel is een overzicht weergegeven van het historisch gebruik van de onderzoekslocatie. Tabel 2.4: overzicht historie Stationsstraat 147 periode

gebruik

toelichting

<1922

agrarisch

-

op historisch kaartmateriaal is te zien dat de

het is niet bekend hoe de locatie in gebruik was.

1922 - 1975

locatie bebouwd is 1975 1975 - 1982

afgifte bouwvergunning voor twee loodsen

-

het bedrijf Hoogewerf Metaalhandel is op de

-

locatie gevestigd 1978

de meest oostelijke loods wordt gebouwd

-

1982

de firma Groot Boller B.V. koopt de locatie na

oud-ijzerhandel Stassen vestigt zich op de locatie

het faillissement van Hoogewerf B.V. 1988

het bedrijf GTO (Galvanotechniek en

later neemt GTS het bedrijf over. GTO en GTS richtten zich

Ontwikkeling) vestigt zich op het terrein

voornamelijk op het galvaniseren van metalen in de meest oostelijke loods

1988-1990

het bedrijf ‘Metalmix’ is actief op de locatie

1996/1997

GTS verlaat de locatie

dit bedrijf versnipperde staal in de meest westelijke hal -

heden

momenteel is op de locatie het bedrijf Bakker

dit bedrijf betreft een hoveniersbedrijf

Groen gevestigd pagina 4 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden de in de navolgende tabel weergegeven onderzoeken uitgevoerd en documenten opgesteld. Tabel 2.5: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.

titel

locatie

opgesteld door

kenmerk

datum

onderzoekslocatie 1

indicatief bodemonderzoek

Haskoning

88/6725.05/1K

06-1988

2.

oriënterend bodemonderzoek

Stationsstraat 147

Intron Bodemtech

B91274

10-1991

3.

saneringsvoorstel

De Klinker Milieu

940318SH.710

21-03-1994

Econsultancy

14071700

24-09-2014

Econsultancy

6896.001

24-05-2018

Adviesbureau 4.

verkennend bodemonderzoek

directe omgeving 5.

verkennend bodemonderzoek

Stationsstraat 143

Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 1 Galvanotachniek en –ontwikkeling BV (GTO) was voornemens in één van de drie loodsen op het terrein aan de Stationsstraat 147 te Horst een productielijn voor metaalwaren te realiseren. Destijds werd de loods gebruikt voor de opslag van diverse metaalwaren. De aanleiding voor het onderzoek was de mogelijke aankoop van het betreffende terrein. Doel van het onderzoek was het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Tijdens de uitvoering van het veldwerk werden op de locatie asresten aangetroffen over een oppervlakte van circa 6 m2. Tussen 0 en 1,25 m-mv werd zintuiglijk een olie- en/of teergeur geconstateerd. Uit de rapportage blijkt dat de grond op het oostelijke terreindeel (boring 5 en 6) matig tot sterk verontreinigd was met koper en lood. Ter plaatse van boring 7 overschreed de concentratie minerale olie de destijds geldende B-waarde. Het grondwater was niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Geadviseerd werd om de met olie en zware metalen verontreinigde grond te verwijderen.

pagina 5 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Figuur 2.2: uitsnede situatietekening onderzoek 1988 (niet op schaal)

Ad 2 Aanleiding voor het onderzoek waren de resultaten van het bodemonderzoek uit 1988 [1]. Doel van het onderzoek was inzicht verkrijgen in de aard, plaats van voorkomen en concentraties van verontreinigende stoffen. Zintuiglijk werden tijdens het veldwerk verspreid over het terrein bijmengingen met puin en kooltjes in de bodem waargenomen. In de bovengrond van boring 15 werd een zeer lichte tot matige oplosmiddelengeur waargenomen. Uit de rapportage blijkt dat in nagenoeg alle onderzochte grondmonsters verhoogde gehaltes aan één of meerdere van de stoffen koper, lood of zink zijn aangetoond. Koper en lood zijn gemeten in gehaltes tot boven de Cwaarden; zink in gehalte tot tussen de B- en C-waarden. Daarnaast werden gehaltes aan cadmium, chroom, EOX, PAK en minerale olie aangetoond tot boven de A-waarde. De omvang van de verontreinigingen was niet bekend. De verontreiniging met minerale olie die tijdens het onderzoek in 1988 was aangetroffen, werd bij het onderhavige onderzoek niet aangetroffen. Het grondwater was licht verontreinigd met vluchtige aromaten, minerale olie, chroom en kwik en matig verontreinigd met zink. De geconstateerde verontreinigingen werden toegeschreven aan de vóór 1988 op de locatie ontplooide activiteiten.

pagina 6 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Figuur 2.3: uitsnede situatietekening onderzoek 1991 (niet op schaal)

Ad 3 Naar aanleiding van de uitgevoerde bodemonderzoeken [1 en 2] is een afweging van saneringsvarianten opgesteld. Aanleiding hiervoor waren de plannen om een deel van de bebouwing te vernieuwen. Daarnaast werd door de gemeente Horst aangedrongen op het nemen van saneringsmaatregelen. Voor zover bekend bij Tritium Advies is er echter nooit een sanering uitgevoerd.

pagina 7 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Ad 4 Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen verkoop van de locatie. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Ter plaatse van de onderhavige onderzoekslocatie was onder de asfaltverharding een puinverharding aanwezig. De grond ter plaatse van boring 17 (0,3- 0,6 m-mv) was sterk verontreinigd met koper, lood, nikkel en zink en matig verontreinigd met kobalt. Ter plaatse van de boringen 15, 16 en 23 was de grond licht verontreinigd met zware metalen. Nabij de voormalige ondergrondse opslagtank is een peilbuis geplaatst. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Geconcludeerd werd dat de locatie (welke groter was dan alleen de onderhavige onderzoekslocatie) voor een groot gedeelte sterk verontreinigd is met zware metalen. Geadviseerd werd om nader onderzoek uit te voeren naar de aard en omvang van de geconstateerde verontreiniging met zware metalen. Figuur 2.4: uitsnede situatietekening onderzoek 2014 (niet op schaal)

pagina 8 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Ad 5 De onderzoekslocatie was gelegen direct ten noorden van de onderhavige onderzoekslocatie. Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen aankoop en bestemmingsplanwijziging. Doel van het onderzoek was het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Tijdens de uitvoering van het veldwerk werden zintuiglijk bijmengingen met kolengruis, baksteen en aardewerk waargenomen. De bovengrond bleek licht verontreinigd te zijn met cadmium, lood, zink en PAK. De ondergrond was niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater was licht verontreinigd met barium. Geconcludeerd werd dat er geen belemmeringen waren voor de voorgenomen aankoop van de locatie en de bestemmingsplanwijziging.

2.3 Bodemopbouw Tabel 2.6: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte

25,2 m+NAP

deklaag

dikte

2m

samenstelling

zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus

doorlatendheid

matig

1e watervoerende pakket

dikte

18 m

samenstelling

zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig

doorlatendheid

goed

geohydrologie freatisch grondwater

stijghoogte

24 m+NAP

stromingsrichting

noordoostelijk

waterhuishouding oppervlaktewater

op de locatie is een sloot aanwezig welke alleen in natte periodes watervoerend is. De sloot loost op de Grote Molenbeek, welke op circa 300 meter ten (noord)oosten van de onderzoekslocatie is gelegen.

grondwaterbeschermingsbied

De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

grondwateronttrekking

Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.

boringvrije zone

De onderzoekslocatie is niet gelegen in een boringsvrije zone.

2.4 Conclusies vooronderzoek In totaal worden 13 stukken grond aan- en/of verkocht (zie figuur 2.5). Om aan te sluiten bij de wens van de opdrachtgever dat van ieder stuk grond de bodemkwaliteit inzichtelijk wordt, zonder dat ieder stuk als een aparte deellocatie moet worden onderzocht (te grote onderzoeksinspanning), wordt de locatie verdeeld in enkele deellocaties. Het aantal boringen wordt dan gebaseerd op de totale oppervlakte van die deellocaties. De boringen zullen zo verdeeld worden dat op ieder aan- of te verkopen stuk grond minimaal een boring staat en dat van ieder stuk grond minimaal een analyse van de bovengrond wordt uitgevoerd. De sloot zal, na demping, aan diverse eigenaren worden overgedragen. Gezien de lengte van de sloot (slechts 125 m) is er voor gekozen om de sloot als één deellocatie te onderzoeken.

pagina 9 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Figuur 2.5: aan te kopen en te verkopen gronden

In de navolgende tabel is een overzicht opgenomen van de deellocaties die voor het onderzoek worden onderscheiden. In het kader van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is per deellocatie de onderzoekshypothese vermeld. Tabel 2.7: te onderscheiden deellocaties deel-

omschrijving

A

afmeting

hypothese

motivatie

verdachte

verdacht

asfalt: aanlegdatum onbekend

teer (PAK)

1)

locatie oostelijk gedeelte

stoffen

1.109 m2

bedrijfsterrein Bakker

puinverharding onder asfalt grond: eerder sterke verontreiniging

B

strook direct ten oosten

205 m2

verdacht

van de loods en vml.

asbest zware metalen, stoffen

met zware metalen aangetoond

uit het NEN-pakket

bedrijfsterrein, mogelijk morsing of

stoffen uit het NEN-

lekkage

pakket, asbest

chemicaliënopslag C

vml. boven- en

5 m3

verdacht

ondergrondse HBO-tank D

landbouwgrond

E

fietspad (Greenport

mogelijk morsing, lekkage of overvullen

2.148 m2

onverdacht

geen aanwijzing voor verontreiniging

477 m2

verdacht

mogelijk sloot gedempt,

Bikeway)

puinverharding onder asfalt

minerale olie, vluchtige aromaten geen stoffen uit het NENpakket, asbest

(aanlegdatum na 1994) F

stroken grond langs

174 m2

onverdacht

geen aanwijzing voor verontreiniging

geen

in 1996 calamiteit waarbij geel- en

zware metalen, breed

roodachtig water in de sloot stond

pakket

Stationsstraat G

sloot

ca. 125 m¹

verdacht

Opmerkingen bij de tabel: 1)

De oppervlaktes zijn gebaseerd op de oppervlaktes die zijn weergegeven in figuur 2.5. Voor deellocatie D betreft het een optelling van de volgende oppervlaktes: 117 m2, 293 m2, 1.214 m2, 504 m2, 8 m2 en 12 m2.

pagina 10 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

3. Onderzoeksstrategie Een overzicht van de gehanteerde normen voor het onderzoek is weergegeven in tabel 3.1. De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt. Tabel 3.1: gehanteerde normen onderzoeksopzet onderdeel

onderzoek

norm

asfalt

teerhoudendheid

CROW 210

fundering

samenstelling, asbest

NEN 5897+C2:2017

december 2017

samenstelling en uitloging

maatwerk

april 2016

bodem

waterbodem

13 juli 2015

verkennend en actualiserend

NEN 5740+A1:2016

verkennend onderzoek - asbest

NEN 5707+C2:2017

december 2017

verkennend onderzoek

NEN 5720

december 2017

3.1 Asfaltonderzoek De uit te voeren veldwerkzaamheden en analyses zijn weergegeven in de navolgende tabel. Van iedere boorkern zal een laagbepaling en een PAK-marker-test uitgevoerd. Op basis van de laagbepaling en de PAK-marker-test wordt een analysestrategie opgesteld. Tabel 3.2: strategie asfaltonderzoek deellocatie

oppervlak-

dikte

hoeveelheid

asfalt-

te

(cm)

asfalt

boringen

analyses

m³

ton

PAK-marker

PAK in asfalt

A. asfaltverharding bedrijfsterrein

1.109 m²

10

111

278

41)

4

22)

E. asfaltverharding fietspad

200 m2

15

30

75

21)

2

-3)

opmerkingen bij de tabel: 1) De asfaltboringen zullen gecombineerd met het verkennend bodem- en asbestonderzoek worden uitgevoerd. 2) Dit betreft het minimale aantal voorgeschreven analyses. Na uitvoering van de PAK-markertest kan het definitieve aantal analyses op PAK in asfalt worden bepaald. 3) Het fietspad is aangelegd na 1994. Indien tijdens de PAK-markertest geen teer wordt aangetoond, dan is een analyse op PAK in asfalt niet noodzakelijk.

3.2 Funderingslaag De funderingslaag onder de asfaltverhardingen zal onderzocht worden op samenstelling (incl. asbest) en uitloging. De uit te voeren werkzaamheden zijn weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.3: strategie indicatief onderzoek wegfundering omschrijving

deellocatie A: funderingslaag onder

asfaltboringen

fundering

7

7 x ø 0,35 m

asfaltverharding (1.109 m2) deellocatie E: puinfundering onder asfaltverharding (477 m2)

inspectiegat

(tot onderzijde funderingslaag) -

4 x (0,3 x 0,3m) (graven langs de randen)

analyses 1)

1 x org. parameters + uitloog 2 x asb-p 1 x org. parameters + uitloog 1 x asb-p

pagina 11 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

opmerkingen bij tabel 3.3: 1) verklaring analyses: org. parameters : de organische parameters PAK, PCB en minerale olie; uitloog

: schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen;

asb-p

: asbest in puin NEN 5898.

3.3 Verkennend bodemonderzoek De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.4: strategie verkennend bodem- en asbestonderzoek strategie 1)

analyses 2)

veldwerkzaamheden maaiveld-

inspectie-

boringen

inspectie

gaten

(diepte in

(diepte in

m-mv)

peilbuizen

asfalt- of

grond

grondwater

8 x ø 35 cm

4 x NEN-g5)

1 x NEN-gw

1 x ø 12 cm

6 x met-9 6)

betonboringen

m-mv)

(diameter)

deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker (1.109 m2) VED-HE-NL / / MW

2 richtingen, stroken 1,5 m

7 x (0,5) 1 x (o.g)

3,4)

7 x (1,0)

1

1 x (2,0)

2 x RAW deellocatie B: strook direct ten oosten van de loods en vml. chemicaliënopslag (225 m2) VED-HE-NL

2 richtingen, stroken 1,5 m

3 x (0,5) 1 x (o.g)

3,4)

3 x (0,5)

1

-

3 x NEN-g 5)

1 x (2,0)

1 x NEN-gw

1 x asb-p 1 x asb-g

deellocatie C: vml. boven- en ondergrondse HBO-tank (5 m3) VEP-OO

-

-

1 x (3,5)

1 x comb. B

-

2 x m.o.

1 x comb. B

9 x (0,5)

1

-

6 x NEN-g 7)

1 x NEN-gw

deellocatie D: landbouwgrond (2.148 m2) ONV-NL

-

2 x (2,0)

1 x RAW

deellocatie E: fietspad (477 m2) VED-HE(NL)

2 richtingen, stroken 1,5 m

3 x (0,5) 1 x (o.g)

3,4)

3 x (0,5)

1

1 x (2,0)

graven langs

3 x NEN-g 5)

1 x NEN-gw

4 x NEN-g 7)

1 x NEN-gw

de randen

deellocatie F: stroken grond langs Stationsstraat (174 m2) ONV-NL

-

-

2 x (0,5)

1

-

1 x (2,0) Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring strategie: ONV-NL

:

onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie, niet lijnvormig;

VEP-OO

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks;

VED-HE(-NL)

:

onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, (niet lijnvormig);

MW 2)

:

onderzoeksstrategie betreft maatwerk.

verklaring analyses: asb-g

:

asb-p

:

asbest in grond NEN 5898; asbest in puin NEN 5898;

NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en

NEN-gw

:

minerale olie); pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); m.o.

:

minerale olie;

pagina 12 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Vervolg opmerkingen bij tabel: 2)

verklaring analyses: met-9

:

standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen, nikkel en zink);

RAW

:

RAW-zeefkromme bestaande uit gehalte organische stof en fractiebepaling (<2 µm, <20 µm, <63 µm, <250 µm, <2 mm en > 2 mm).

3)

de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm.

4)

o.g

5)

teneinde ook een uitspraak te kunnen doen over de onverdachte ondergrond is een extra analyse opgenomen.

6)

:

inspectiegat tot ongeroerde grond.

omdat reeds bekend is dat de grond sterk verontreinigd is met zware metalen zijn een aantal extra analyses op zware metalen opgenomen voor de inkadering hiervan.

7)

er zijn extra analyses opgenomen zodat van ieder stuk grond dat aan- of verkocht wordt een analyse van de bovengrond kan worden gedaan.

Inzet HXRF-meter Gelet op het type verontreiniging dat aanwezig is (zware metalen), wordt bij de uitvoering van het onderzoek ter plaatse van deellocatie A gebruik gemaakt van de “Handheld Röntgen Fluorescentie Spectrometer” (HXRF), een apparaat dat in het veld indicatief de gehaltes aan zink, koper, lood en arseen kan meten. Op deze manier kunnen tijdens het onderzoek efficiënter en gerichter analyses worden uitgevoerd. Alle metingen met behulp van de HXRF worden uitgevoerd volgens de Praktijkrichtlijn “Handheld Röntgen Fluorescentie Spectrometrie”.

3.4 Verkennend waterbodemonderzoek De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.5: strategie verkennend waterbodemonderzoek (lintvormig water) deel-

strategie1)

locatie

aantal

lengte

steekmonster

vakken

(m)

(aantal x diepte in

analyses2) sliblaag

vaste waterbodem

1 x NEN-C2

1 x NEN-C2

m-vaste waterbodem) G

LN

1

125

10 x (0,5)

Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring strategie: LN

:

onderzoeksstrategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning;

2) verklaring analyses: NEN-C2

:

pakket NEN 5720 voor baggerspecie uit zoet Rijksoppervlaktewater voor toepassing buiten Rijksoppervlaktewater (organisch stof, lutum, arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, DDT/DDD/DDE, OCB en minerale olie).

De waterbodem wordt per laag van maximaal 0,5 m bemonsterd.

pagina 13 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

4. Uitvoering 4.1 Kwalibo De coördinatie en planning van het veldwerk vindt plaats vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies te Nuenen. De boringen zijn geplaatst conform protocol 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018). De peilbuizen zijn bemonsterd conform protocol 2002 (versie 6, 1 februari 2018). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform protocol 2018 (versie 6, 1 februari 2018). Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform protocol 2003 (versie 6, 1 februari 2018). Deze protocollen zijn opgesteld door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de navolgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

03-07-2019

maaiveld

03-07-2019

A01 t/m A04, A08, A09, E01, E02

04-07-2019

A05 t/m A07, D02, E03 t/m E07

05-07-2019

B01 t/m B05, C01, D07, F01

12-07-2019

D01, D03 t/m D06, D07-1, D08 t/m D12, F01-1, F02 t/m F04

03-07-2019

A03, B01, D07, E07, F01

03-07-2019

A01 t/m A04, A08, A09

maaiveldinspectie Victor Loderus Anne van Eijkeren boorwerkzaamheden (2001) Victor Loderus Anne van Eijkeren Victor Loderus

monstername grondwater (2002) Victor Loderus Rik van der Steen inspectiegaten (2018) Victor Loderus Anne van Eijkeren Victor Loderus

04-07-2019

A05 t/m A07, E03 t/m E06

05-07-2019

B01 t/m B05

03-07-2019

G01 t/m G10

steken waterbodem (2003) Anne van Eijkeren

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

pagina 14 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

4.2 Terreinverkenning Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij is gecontroleerd of de gegevens in hoofdstuk 2 van dit rapport overeenkomen met de situatie in het veld. Tijdens de terreinverkenning zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De resultaten van de terreinverkenning hebben dan ook geen aanleiding gegeven om de onderzoeksstrategie aan te passen. Tijdens de terreinverkenning is door de Rotterdam-Rijn Leiding Maatschappij (RRP) aangegeven in welke zone niet mocht worden geboord in verband met de aanwezigheid van een hogedruk olieleiding.

4.3 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was bedekt met asfalt en puin. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op minder dan 50%. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.

4.4 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten, boringen en peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat onder de asfaltverharding van deellocatie A geen funderingslaag aanwezig was. Ter plaatse van deellocatie B was wel een puinfundering aanwezig, zodat de analyses voor asbest en de indicatieve samenstelling en uitloging zijn gewisseld tussen de deellocaties. Daarnaast is boring E04 gestaakt op 0,85 m-mv vanwege een volledige, handmatig ondoordringbare laag sintels. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk en met een HXRF-meter (deellocatie A) beoordeeld. Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De resultaten van de HRXF-metingen zijn opgenomen in bijlage 11. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat

traject

asbestverdacht

of boring

(m-mv)

materiaal 1)

overige waarnemingen en bijzonderheden

einddiepte (m-mv)

A01

0,11 – 0,40

geen

sterk puin- en baksteenhoudend, zwak asfalthoudend

1,00

A02

0,20 – 0,50

geen

sterk puin- en baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak

1,00

asfalthoudend A03

0,15 – 0,50

4 stuks, 57 gram

uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, matig

3,20

betonhoudend, zwak asfalthoudend, matige olie-waterreactie, sterke huisbrandoliegeur, pid (30)

A04

0,50 – 1,00

geen

zwakke olie-waterreactie, zwakke huisbrandoliegeur, pid (0,5)

1,00 – 1,50

geen

pid (0,5)

0,20 – 0,50

geen

sterk puin- en baksteenhoudend, matig betonhoudend zwak

1,00

asfalthoudend A05

0,20 – 0,50

geen

sterk puin-, baksteen- en ijzerhoudend, zwak asfalthoudend

1,00

A06

0,20 – 0,50

geen

sterk puin-, baksteen- en ijzerhoudend, zwak asfalthoudend,

0,50

hierna ondoordringbaar

pagina 15 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 4.2 vervolg: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat

traject

asbestverdacht

of boring

(m-mv)

materiaal 1)

0,15 – 0,50

20 stuks, 822

A07

overige waarnemingen en bijzonderheden

einddiepte (m-mv)

sterk puin-, baksteen- en ijzerhoudend, zwak asfalthoudend

1,00 1,80

gram A08

A09

0,20 – 0,50

geen

sterk puin- en baksteenhoudend, zwak asfalthoudend

0,50 – 1,30

geen

matig ijzerhoudend, zwak puin- en zinkassenhoudend

0,00 – 0,20

geen

zwak puinhoudend

0,20 – 0,40

geen

sterk puinhoudend

2,00

0,40 – 0,80

geen

matig puinhoudend

B01

0,00 – 0,30

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

3,20

B02

0,00 – 0,30

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

1,50

B03

0,00 – 0,30

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

0,80

B04

0,00 – 0,30

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

2,00

C01

0,00 – 0,50

geen

zwak baksteenhoudend, sporen puin

3,50

D02

0,00 – 0,50

geen

sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend

1,50

0,50 – 1,00

geen

zwak baksteenhoudend

E03

E04

E05

E06

0,05 – 0,20

geen

volledig beton

0,20 – 0,70

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

2,00

0,00 – 0,50

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

0,50 – 0,85

geen

volledig sintels, matig zandhoudend, hierna ondoordringbaar

0,05 – 0,20

geen

volledig beton

0,20 – 0,70

geen

volledig puin, sterk zandhoudend

0,00 – 0,50

0,85

1,20

volledig puin, sterk zandhoudend

1,70

0,50 – 1,20

geen

sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend

E07

0,00 – 0,80

geen

zwak puin- en ijzerhoudend

F02

0,00 – 1,00

geen

matig steenhoudend, zwak plastichoudend, sporen baksteen

2,00

F03

0,00 – 0,50

geen

zwak glashoudend, sporen baksteen

0,50

F04

0,00 – 0,40

geen

zwak glashoudend

0,50

3,30

Opmerkingen bij de tabel: 1)

Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.

4.5 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. Tabel 4.3: peilbuisspecificaties peilbuis

datum

filtertraject

grondwaterstand

pH

Ec

troebelheid

bemonstering

(m-mv)

(m-mv)

(-)

(µS/cm)

(ntu)

A03

12-7-2019

2,20 - 3,20

1,76

6,2

937

25

B01

12-7-2019

2,20 - 3,20

1,85

6,7

840

72

D07

12-7-2019

2,20 - 3,20

1,50

6,5

527

431

E07

12-7-2019

2,30 - 3,30

1,67

6,5

650

22

F01

12-7-2019

2,20 - 3,20

1,50

6,4

619

498

pagina 16 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tijdens de bemonstering van het grondwater hebben zich de volgende afwijkingen op de NEN5744 voorgedaan: •

de troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen.

Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt met de afwijkingen rekening gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 7 besproken.

pagina 17 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

5. Asfalt 5.1 Analyseresultaten 5.1.1 Toetsingskader De analyseresultaten zijn vergeleken met bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). Voor bitumen- en asfaltproducten bedraagt de maximale samenstellingswaarde 75 mg/kg d.s. voor PAK (som). Een nadere toelichting hierover is weergegeven in bijlage 4.

5.1.2 Uitgevoerde analyses en resultaten Van iedere boorkern is door een geaccrediteerd laboratorium een laagbepaling en een PAK-markertest uitgevoerd. Op basis van de laagbepalingen en de PAK-markertesten is een analysestrategie opgesteld. De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. De analysestrategie, -resultaten en de monsterconclusie zijn weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 5.1: geanalyseerde monsters bedrijfsterrein (deellocatie A) monster-

traject

deelmonsters

analyses

(mm-mv) 1)

code

motivatie

2)

concentratie

conclusie

PAK (mg/kg d.s.)

asf AMM01

0 - 115

asf A01 (0-77), asf A07 (0-115)

PAK-HPLC grindasfaltbeton

< 15

teervrij

< 15

teervrij

0/16 asf AMM02

0 - 55

asf A02 (0-55), asf A06 (0-45)

PAK-HPLC grindasfaltbeton 0/32

Opmerkingen bij de tabel: 1)

in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

2)

verklaring analyses: PAK-HPLC

:

PAK in asfalt (HPLC-techniek).

In de asfaltkern van het fietspad (deellocatie E) is met de PAK-markertest geen teer aangetoond. Omdat dit fietspad na 1994 is aangelegd is geen verdere analyse nodig en mag worden aangenomen dat ook dit asfalt teervrij is.

5.2 Bespreking resultaten Uit de resultaten van de terreinverkenning, de zintuigelijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden en de analyseresultaten blijkt dat de dikte van de asfaltlaag ter plaatse van deellocatie A varieert van 4,5 tot 11,5 cm. Het asfalt bestaat uit grindasfaltbeton. Uit de PAKmarkertest en de analyses is gebleken dat dit asfalt teervrij is. In de asfaltkernen van het fietspad (deellocatie E) is met de PAK-markertest geen teer aangetoond. Omdat dit fietspad na 1994 is aangelegd is geen verder analyse nodig en mag worden aangenomen dat ook dit asfalt teervrij is. pagina 18 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

6. Fundering 6.1 Analyseresultaten 6.1.1 Toetsingskader Om een indicatie te verkrijgen van de hergebruiksmogelijkheden zijn de analyseresultaten vergeleken met bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). Voor asbest is in de regeling een maximale hergebruikswaarde opgenomen van 100 mg/kg d.s. (gewogen). Een nadere toelichting van het toetsingskader is weergegeven in bijlage 5.

6.1.2 Uitgevoerde analyses Ter plaatse van deellocatie B is een puinfundering aanwezig met een dikte van 0,3 meter. Onder het fietspad (deellocatie E) is een puinfundering met een dikte van 0,5 meter aanwezig. De analysestrategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 6.1: geanalyseerde monsters (asbest) inspectiegat

traject (m-mv)

monstercode

analyses 2)

toelichting

1)

deellocatie B: puinfundering B02 t/m B04

0,00 - 0,30

asb-p B

asb-p

BMM uitloog puin mm04

org. parameters en uitloog

volledig puin, sterk zandhoudend

deellocatie E: puinfundering onder fietspad E03 t/m E06

0,00 - 0,70

asb-p E

asb-p

EMM uitloog puin mm03

org. parameters en uitloog

volledig puin, sterk zandhoudend

Opmerkingen bij de tabel: 1)

in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

2)

verklaring analyses: asb-p

:

org. parameters

:

asbest in puin NEN 5898; PAK, PCB en minerale olie;

uitloog

:

schudproef met een eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen.

6.1.3 Resultaten - asbest De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Omdat er sprake is van een verkennend onderzoek, is er conform de NEN 5897 sprake van een indicatie.

pagina 19 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 6.2: berekening gewogen concentratie inspectiegat

traject

monster-

(m-mv)

code

omschrijving

gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie

fractie

totaal

< 20 mm 1)

> 20 mm

gewogen 2)

volledig puin, sterk zandhoudend

<1,0

n.a.

<1,0

volledig puin, sterk zandhoudend

<1,0

n.a.

<1,0

deellocatie B: puinfundering B02 t/m B04

0,00 - 0,30

asb-p B

deellocatie E: puinfundering onder fietspad E03 t/m E06

0,00 - 0,70

asb-p E

Opmerkingen bij de tabel: 1)

concentraties asbest volgens het analysecertificaat voor puin.

2)

omdat het een verkennend onderzoek betreft dienen de resultaten als indicatief te worden beschouwd.

n.a.:

niet aangetoond

6.1.4 Resultaten - overig De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 7. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 6.3: samenvatting toetsingsresultaten inspectiegat

traject 1)

monster-

(m-mv)

code

omschrijving

indicatie hergebruiksmogelijkheden

volledig puin, sterk

niet vormgegeven bouwstof die kan worden

zandhoudend

toegepast zonder aanvullende maatregelen

volledig puin, sterk

niet vormgegeven bouwstof die kan worden

zandhoudend

toegepast zonder aanvullende maatregelen

deellocatie B: puinfundering B02 t/m B04

0,00 - 0,30

BMM uitloog puin mm04

deellocatie E: puinfundering onder fietspad E03 t/m E06

0,00 - 0,70

EMM uitloog puin mm03

Opmerkingen bij de tabel: 1)

het aangegeven traject betreft de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.

pagina 20 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

7. Bodem 7.1 Analyseresultaten 7.1.1 Toetsingskader De analyseresultaten zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De resultaten van de grondmonsters zijn tevens vergeleken met de achtergrondwaarden die zijn weergegeven in de Regeling Bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en daarop volgende aanpassingen). Een nadere toelichting van het toetsingskader is weergegeven in bijlage 5.

7.1.2 Uitgevoerde analyses De analysestrategie is weergegeven in de navolgende tabellen. Vanwege het waarnemen van een olie-waterreactie en een verhoogde PID-waarde ter plaatse van boring A03, is een extra analyse op een tankstationpakket ingezet. Daarnaast zijn een aantal mengmonsters uitgesplitst. Tabel 7.1: geanalyseerde monsters (asbest) inspectiegat

monster-

traject

code

(m-mv)

analyses 1)

toelichting

deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker A03

A07

asb-g A03

0,15 – 0,50

asb-g

uiterst puinhoudende grond met asbestverdacht materiaal

asb-m A03

0,15 – 0,50

asb-m

asbestverdacht materiaal

asb-g A07

0,15 – 0,50

asb-g

sterk puinhoudende grond met asbestverdacht materiaal

asb-m A07

0,15 – 0,50

asb-m

asbestverdacht materiaal

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: asb-m

:

asbest in materiaal (verzamelmonster);

asb-g

:

asbest in grond NEN 5898.

Tabel 7.2: geanalyseerde monsters (overig, grond) monstercode

traject (m-mv)

deelmonsters

analyses 2) toelichting

1)

deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker AMM01

0,15 - 0,50

A04 (0,20 - 0,50), A05 (0,20 - 0,50),

NEN-g

sterk puin-, baksteen- en ijzerhoudend, matig

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond

NEN-g

matig ijzerhoudend, zwak puin- en

A07 (0,15 - 0,50), A08 (0,20 - 0,50) AMM02

0,50 - 1,00

A08-3

0,50 - 1,00

A02 (0,50 - 0,90) ,A04 (0,50 - 1,00),

betonhoudend, zwak asfalthoudend

A05 (0,50 - 1,00), A07 (0,50 - 1,00) A08 (0,50 - 1,00)

zinkassenhoudend A02-2

0,20 - 0,50

A02 (0,20 - 0,50)

NEN-g

sterk puin- en baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak asfalthoudend, sterk verhoogde XRF-waarde

A03-2

0,15 - 0,50

A03 (0,15 - 0,50)

NEN-g

uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak asfalthoudend

pagina 21 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 7.2 vervolg: geanalyseerde monsters (overig, grond) monstercode

traject (m-mv)

deelmonsters

analyses 2) toelichting

1)

deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker A01-2

0,11 - 0,40

A01 (0,11 - 0,40)

met-9

sterk puin- en baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, licht verhoogde XRF-waarde

A04-2

0,20 - 0,50

A04 (0,20 - 0,50)

met-9

uitsplitsing MM01, sterk verhoogde XRFwaarde

A05-2

0,20 - 0,50

A05 (0,20 - 0,50)

met-9

uitsplitsing MM01, sterk verhoogde XRFwaarde

A07-2

0,15 - 0,50

A07 (0,15 - 0,50)

met-9

uitsplitsing MM01, sterk verhoogde XRFwaarde

A08-2

0,20 - 0,50

A08 (0,20 - 0,50)

met-9

uitsplitsing MM01, sterk verhoogde XRFwaarde

A09-2

0,20 - 0,40

A09 (0,20 - 0,40)

met-9

sterk puinhoudend, licht verhoogde XRFwaarde

A03-9

0,30 - 0,50

A03 (0,30 - 0,50)

tsp

matige olie-waterreactie, 30 ppm

deellocatie B: strook direct ten oosten van de loods en vml. chemicaliënopslag BMM01

0,05 - 0,80

B02 (0,30 - 0,60), B03 (0,30 - 0,60),

NEN-g

zintuiglijk schone grond onder puinverharding

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond matig baksteen- en kolengruishoudend

B04 (0,30 - 0,80) B05 (0,05 - 0,50) BMM02

0,80 - 1,50

B02 (1,00 - 1,50) B04 (0,80 - 1,10)

B02-3

0,60 - 0,80

B02 (0,60 - 0,80)

NEN-g

B02-2

0,30 - 0,60

B02 (0,30 - 0,60)

PAK, zink

bovenafperking boring B02-3, uitsplitsing BMM01

B02-4

0,80 - 1,00

B02 (0,80 - 1,00)

PAK

onderafperking boring B02-3

B03-2

0,30 - 0,60

B03 (0,30 - 0,60)

zink

uitsplitsing BMM01

B03-3

0,60 - 0,80

B03 (0,60 - 0,80)

PAK

horizontale afperking boring B02-3

B04-2

0,30 - 0,80

B04 (0,30 - 0,80)

zink

uitsplitsing BMM01

B05-1

0,05 - 0,50

B05 (0,05 - 0,50)

zink

uitsplitsing BMM01

deellocatie C: vml. boven- en ondergrondse HBO-tank B01-2

0,30 - 0,80

B01 (0,30 - 0,80)

m.o.

meest verdachte laag bovengrond

B01-5

1,50 - 2,00

B01 (1,50 - 2,00)

m.o.

meest verdachte laag ondergrond

NEN-g

zintuiglijk bovengrond

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

deellocatie D: landbouwgrond DMM01

0,00 - 0,50

D03 (0,00 - 0,50), D04 (0,00 - 0,50), D05 (0,00 - 0,20)

DMM02

0,00 - 0,50

D06 (0,00 - 0,50), D07-1 (0,00 0,50), D08 (0,00 - 0,50), D09 (0,00 - 0,40), D10 (0,00 - 0,50)

DMM03

0,00 - 0,50

D11 (0,00 - 0,40), D12 (0,00 - 0,50)

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

D01-1

0,00 - 0,40

D01 (0,00 - 0,40)

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

D02-1 3)

0,00 - 0,50

D02 (0,00 - 0,50)

NEN-g

sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend

0,50 - 1,50

D04 (0,50 - 1,00), D04 (1,00 - 1,50),

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

DMM04

D07-1 (0,50 - 1,00) ,D07-1 (1,00 1,50), D12 (0,50 - 0,70), D12 (0,70 - 1,20) deellocatie E: fietspad E06-2

0,50 - 1,00

E06 (0,50 - 1,00)

NEN-g

sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend (onder volledige puinlaag)

E07-1

0,00 - 0,50

E07 (0,00 - 0,50)

NEN-g

zwak puin- en ijzerhoudend

EMM01

0,70 - 1,20

E03 (0,70 - 1,20), E05 (0,70 - 1,20)

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond

pagina 22 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 7.2 vervolg: geanalyseerde monsters (overig, grond) monstercode

traject (m-mv)

analyses 2) toelichting

deelmonsters 1)

deellocatie F: stroken grond langs Stationsstraat F01-1

0,00 - 0,50

F01 (0,00 - 0,50)

NEN-g

zintuiglijk schone bovengrond

F02-1

0,00 - 0,50

F02 (0,00 - 0,50)

NEN-g

matig steenhoudend, zwak plastichoudend,

FMM01

0,00 - 0,50

F03 (0,00 - 0,50), F04 (0,00 - 0,40)

NEN-g

zwak glashoudend, sporen baksteen

FMM02

1,00 - 1,50

F01-1 (1,00 - 1,30), F02 (1,20 - 1,50)

NEN-g

zintuiglijk schone ondergrond

F03-1

0,00 - 0,50

F03 (0,00 - 0,50)

met-5

uitsplitsing FMM01

F04-1

0,00 - 0,40

F04 (0,00 - 0,40)

met-5

uitsplitsing FMM01

sporen baksteen

Opmerkingen bij de tabel: 1) 2)

het aangegeven traject betreft de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. verklaring analyses: NEN-g

:

pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);

met-9

:

standaardpakket met 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, lood, kwik, molybdeen, nikkel en zink);

met-5

:

standaardpakket met 5 zware metalen (arseen, cadmium, koper, lood en zink);

tsp

:

tankstationpakket (aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, minerale olie vluchtig (C6-C9) en

m.o.

:

minerale olie;

PAK

:

polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

minerale olie (C10-C40));

3)

deze boring is net binnen deellocatie A gelegen.

Tabel 7.3: geanalyseerde monsters (grondwater) monster-

peilbuis-

filtertraject

code

nummer

(m-mv)

analyses 1)

motivatie

deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker A03-1-1

A03

2,20 - 3,20

NEN-gw

onderzoek grondwater

deellocatie B: strook direct ten oosten van de loods en vml. chemicaliënopslag B01-1-1

B01

2,20 - 3,20

NEN-gw

onderzoek grondwater

2,20 - 3,20

NEN-gw

onderzoek grondwater

2,30 - 3,30

NEN-gw

onderzoek grondwater

NEN-gw

onderzoek grondwater

deellocatie D: landbouwgrond D07-1-1

D07

deellocatie E: fietspad E07-1-1

E07

deellocatie F: stroken grond langs Stationsstraat F01-1-1

F01

2,20 - 3,20

Opmerkingen bij de tabel: 1)

verklaring analyses: NEN-gw

:

pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).

7.1.3 Resultaten - asbest De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabellen. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 6. Omdat er sprake is van een verkennend onderzoek, is er conform NEN 5707 sprake van een indicatie.

pagina 23 van 37

documentkenmerk: 1903/295/BD-01, versie 0

Tabel 7.4: analyseresultaten inspectiegat

monster-

traject

code

(m-mv)

monster- omschrijving type 1)

percen-

soort

hecht-

tage

asbest 2)

gebonden?

(%)

(ja/nee)

deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker A03

asb-g A03

0,15 – 0,50

g

geen asbest aangetoond

0

n.v.t.

n.v.t.

asb-m A03

0,15 – 0,50

m

plaatmateriaal, 2 stuks, 43,2

2-5

chrysotiel

ja

gram plaatmateriaal, 2 stuks, 6 gram A07

asb-g A07

0,15 – 0,50

g

asb-m A07

0,15 – 0,50

m

0

n.v.t.

n.v.t.

plaat

10-15

chrysotiel

ja

plaatmateriaal, 62 stuks, 814

10-15

chrysotiel

ja

gram Opmerkingen bij de tabel: 1)

2)

verklaring monstertype: m

:

materiaal (fractie > 20 mm);

g

:

grond (fractie < 20 mm);

soorten asbest: •

chrysotiel (wit asbest);

:

serpentijnasbest;

•

amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), tremoliet (grijs

:

amfiboolasbest.

asbest), actinoliet (groen asbest) of anthofyliet (geel asbest)

Tabel 7.5: berekening gewogen gehalte inspectiegat

traject

monster-

(m-mv) 1)

omschrijving

gehalte asbest (mg/kg d.s.)

code

fractie

fractie

totaal

< 20 mm 1) > 20 mm 2) gewogen 3) deellocatie A: oostelijk gedeelte bedrijfsterrein Bakker A03

0,15 – 0,50

A07

0,15 – 0,50

asb-g A03 en

uiterst puinhoudende grond met

asb-m A03

asbesthoudend materiaal

asb-g A07 en

sterk puinhoudende grond met

asb-m A07

asbesthoudend materiaal

<1,0

30

30

38,5

1.998

2.036,5

Opmerkingen bij de tabel: 1)

gecorrigeerde gehalte asbest (gehalte op analysecertificaat x gemiddelde percentage fractie < 20 mm afgeleid uit profielbeschrijving).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025606/1