CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04c.11 Bijlage 11 BP Toelichting Aanmeldnotitie MER

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Mikado Horst.2.974 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Mikado Horst Gemeente Horst aan de Maas

Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Mikado Horst Gemeente Horst aan de Maas

Rapportnummer:

P02253

Datum:

23 december 2021

Opdrachtgever:

Dichterbij

Projectteam BRO:

SSh, RGr

Trefwoorden:

-

Bron foto kaft:

BRO, Abstract 4

Beknopte inhoud:

-

BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer

2 2 2 3 3

2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect

4 4 4 7 8

3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

9

Inhoudsopgave

1

1.

INLEIDING

1.1 Inleiding Initiatiefnemer heeft het voornemen om het plangebied aan de Deken Creemerstraat te Horst aan de Maas te herontwikkelen. Ter plaatse zijn momenteel zorgwoningen en maatschappelijke functies aanwezig. Het voornemen bestaat om op de locatie aan de Deken Creemerstraat de huidige bebouwing te amoveren om ruimte te creëren voor de realisatie van (zorg)woningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. De zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen zullen worden verspreidt over twee gebouwen. De locatie van de gebouwen worden in het oosten en westen van het plangebied voorzien. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt ruimte geboden voor de realisatie van parkeerplaatsen. Het plangebied is gelegen tussen de weg de Deken Creemerstraat (ten westen van het plangebied), Van Bornestraat en Van Blitterswijckstraat. Het bestemmingsplan en voorliggende aanmeldingsnotitie m.e.r. hebben enkel betrekking op het amoveren van de huidige bebouwing en het realiseren van zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke functies, verdeeld over twee gebouwen.

1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten, ook bij kleine bouwprojecten, beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de realisatie van een nieuw woongebied van maximaal drie woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van zorgwoningen valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2).

In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van maximaal 102

Hoofdstuk 1

2

zorgwoningen ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Daarnaast zijn er reeds zorgwoningen en maatschappelijke functies aanwezig binnen het plangebied. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de gemeente te beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).

Hoofdstuk 1

3

2.

EFFECTEN OP HET MILIEU

2.1 Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project 

Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project 

Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect 

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Waarschijnlijkheid van het effect

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 23.500 m². De beoogde ontwikkeling betreft het amoveren van de huidige bebouwing ten behoeve van de realisatie van 102 zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen. Op het maaiveld zal worden voorzien in het aanleggen van voldoende parkeerplaatsen.

Cumulatie met andere pro-

Nee.

jecten

Hoofdstuk 1

4

Kenmerken van het project Criteria

Toets

Gebruik van natuurlijke hulp-

Er zal geen gebruik worden gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Het ruimtelijk initiatief

bronnen

voorziet in het realiseren van 102 zorgwoningen met ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen. De zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen worden verdeeld over twee gebouwen. Er worden geen ontwikkelingen gerealiseerd die het gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maken.

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige activiteiten zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. Mogelijk zal er bij de werkzaamheden met betrekking tot de beoogde transformatie tijdelijk extra afvalstoffen worden geproduceerd.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats in het stedelijk gebied van de gemeente Horst aan de Maas. Tijdens de werkzaamheden ten behoeve van de transformatie is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de transformatie zijn maximaal 102 zorgwoningen met ondergeschikte maatschappelijke voorzieningenaanwezig in het plangebied. De zorgwoningen veroorzaken geen verontreiniging en hinder buiten de reguliere effecten van woningen.

Akoestiek wegverkeer en gevelwering: Het ruimtelijk initiatief voorziet in het herontwikkelen van het Mikado terrein in Horst aan de Maas ten behoeve van de realisatie van zorgwoningen en ondersteunende maatschappelijke voorzieningen. Op de locatie van onderhavig ruimtelijk initiatief zijn reeds (zorg)woningen en maatschappelijke voorzieningen gelegen. Derhalve kan worden aangenomen dat het aspect akoestiek geen belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Anderzijds zijn (zorg)woningen geen functie met een geluidproducerende werking. Het aspect geluid vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Bedrijven en milieuzonering: De omliggende (kleinschalige) bedrijven en maatschappelijke functies vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Omgekeerd wordt er geen milieubelastende inrichting in het plangebied mogelijk gemaakt. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering.

Geur: In een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn geen agrarische bedrijven aanwezig. Binnen het plangebied kan daarom uit het oogpunt van geur een goed woonen leefklimaat worden gegarandeerd. Tegelijkertijd zal de ontwikkeling geen belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van omliggende veehouderijbedrijven.

Luchtkwaliteit: Met onderhavig plan worden 120 zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. De zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen dragen niet in betekende mate bij aan de een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Externe Veiligheid: Uit de risicokaart blijkt dat het plan is gelegen in de nabijheid van enkele risicovolle transportroutes en inrichtingen. Het plangebied ligt niet binnen de invloedsgebieden van de inrichtingen maar wel binnen de 1% letaliteitsafstand van de Rijksweg A73. Gezien de afstand van het plangebied tot de Rijksweg A73 (meer dan 200 meter) kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Uit de beperkte verantwoording blijkt dat de zelfraadzaamheid en bestrijdbaarheid binnen het

Hoofdstuk 1

5

Kenmerken van het project Criteria

Toets plangebied geen belemmering vormen voor de realisatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Ecologie: Op basis van de quickscan wordt een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht naar het mogelijk voorkomen van gierzwaluw, huismus en vleermuizen. Daarop volgend is een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Met betrekking tot de voorgenomen plannen ter plaatse van de onderzoekslocatie is er sprake van opzettelijke beschadiging, vernieling en/of verstoring van drie nestlocaties van de huismus, negen nestlocaties van de gierzwaluw en drie zomer- paar- en (milde) winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Ook is er sprake van verstoring van eventueel aanwezige gewone dwergvleermuizen bij aanvang van de werkzaamheden. Bij uitvoering van de renovatie is dan ook sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van de uitvoering dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de Provincie Limburg voor het opzettelijk beschadigen en vernielen van nestlocaties en vaste rust- en verblijfplaatsen en het verstoren van dieren (artikel 3.1, lid 2 en artikel 3.5, lid 2 en lid 4). Daarnaast zal door het treffen van maatregelen de functionaliteit van de verblijfplaatsen behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. De maatregelen dienen ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag te worden vastgelegd in een activiteitenplan.

Rondom het plangebied zijn enkele Natura 2000-gebieden gelegen op een relatief grote afstand. Derhalve is er voor de gebruiksfase een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er geen depositieresultaten te verwachten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het aspect ecologie vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van onderhavig ruimtelijk initiatief. Water: De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zorgt niet voor een negatie effect op het grondwater, hemelwater, afvalwater en oppervlaktewater.

Bodem: Op basis van het bodemonderzoek kan worden gesteld dat er geen nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht ten aanzien van het aspect bodem. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond bij de boringen 4 en 28 zijn zintuiglijk bijmengingen aan baksteen en beton of asfalt waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verhoogd is met kwik en zink. Het separaat geanalyseerde grondmonster M5 (boring 4, dieptetraject 0,08-0,4 mmv.) met bijmengingen aan baksteen en beton is sterk verhoogd met nikkel en licht verhoogd met kobalt, molybdeen, PAK, som PCB en minerale olie. Grondmonster M6 (boring 28, traject 0-0,3 m-mv) met bijmengingen aan baksteen en asfalt is licht verhoogd met lood, PAK, som PCB en minerale olie. In de overige geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond (MM1, MM3 en MM4) en de ondergrond (MM7 t/m MM9) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achter-grondwaarden. Het freatisch grondwater is licht tot sterk verhoogd met zware metalen.

Risico van ongevallen

Er is met de realisatie van de zorgwoningen en ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen geen sprake van een nieuwe risicobron.

Hoofdstuk 1

6

2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit bebouwing en oppervlakteverharding in de vorm van infrastructurele voorzieningen. Centraal in het plangebied is een openbare tuin gelegen welke voornamelijk bestaat uit groenelementen en onverhard gebied. In het zuidwesten van het plangebied is een dierenweide gelegen.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het re-

N.v.t.

generatievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: 

gevoelige gebieden (wetlands, kust-

Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Neder-

gebieden, berg- en bosgebieden, re-

land (NNN) en een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het plangebied ligt op

servaten en natuurparken, Habitat-

circa 8,2 km van Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’. Uit het stikstofdepositie

en Vogelrichtlijngebieden)

onderzoek blijkt dat er geen sprake is van externe werking op een Natura 2000-gebied. Verder ligt het plangebied en haar directe omgeving ligt niet binnen wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken.

gebieden waarin bij communautaire

Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communau-

wetgeving vastgestelde normen in-

taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden

zake milieukwaliteit reeds worden

overschreden.

overschreden 

Gebieden met een hoge bevolkings-

dichtheid

Het plangebied ligt in een gebied met een matige bevolkingsdichtheid. Het plangebied is in de huidige grotendeels verhard met ruimte voor groenelementen en onverharde gebieden. In de toekomstige situatie wordt er rekening gehouden met een groene indeling van het plangebied. Zo zal het plangebied grotendeels autoluw worden gerealiseerd waardoor er ruimte is om het plangebied groen in te richten.

Landschappen van historisch, cultu-

reel of archeologisch belang.

Archeologie: Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat het aspect archeologie vooralsnog een belemmering vormt voor onderhavig ruimtelijk initiatief. Op basis van deze gegevens wordt geadviseerd dat er een vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd. Dit onderzoek vind bij voorkeur plaats middels proefsleuven. Hiervoor is een Programma van Eisen opgeteld. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek zullen worden toegevoegd na ontvangst van de resultaten.

Cultuurhistorie: uit de paragraaf cultuurhistorie in de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve invloed hebben op de cultuurhistorische elementen in de omgeving.

Hoofdstuk 1

7

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.

Watergebied van internationale beteke-

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale bete-

nis

kenis.

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van ne-

(voormalige EHS)

gatieve effecten op het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties. waterwingebieden,

Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbescher-

en grondwaterbeschermingsgebieden

mingsgebied.

Beschermd monument

In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.

Belvedere-gebied

Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.

2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische

Het plangebied bestaat uit zorgwoningen en maatschappelijke voorzieningen. Op

zone en grootte van de getroffen bevol-

de locatie wordt de huidige bebouwing geamoveerd om ruimte te creëren voor de

king)

realisatie van 102 zorgwoningen met ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen. De effecten van de sloop en realisatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.

Grensoverschrijdende karakter van het

Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect.

effect Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid

Er is sprake van de transformatie van bestaand bebouwd gebied. De effecten zijn

van het effect

blijvend. Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

Hoofdstuk 1

8

3.

VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Mikado’ te Horst aan de Maas geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Hoofdstuk 1

9

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

Hoofdstuk 1

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11963368/1