CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

04b MEMO gedragen ideeen en dilemmas 12 okt

Gemeenteraad 14 november 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Thema; Omgevingsvisie.3.051 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO gedragen ideeën en dilemma’s uit het maatschappelijke proces Omgevingsvisie Horst aan de Maas (ideeënfase) 12 oktober 2023 In de periode van 18 tot en met 28 september hebben meerdere participatiebijeenkomsten plaatsgevonden voor de omgevingsvisie van Horst aan de Maas: - 18 september 2023: ondernemersbijeenkomst - 25 september 2023: inwonersbijeenkomst - 26 september 2023: digitale inwonersbijeenkomst - 28 september 2023: stakeholdersbijeenkomst In deze bijeenkomsten is een zevental workshops gehouden waarin de vraagstukken zijn behandeld die in de opgavennotitie zijn opgenomen. Inwoners en stakeholders hebben meegedacht aan ideeën en oplossingsrichtingen voor deze vraagstukken. De zeven workshops waren: 1. Bedenk het ideale, gezonde en toekomstbestendige dorp 2. Ontwerp de perfecte dorpsrand 3. Hoe maken we ons erfgoed beter beleefbaar? 4. Welke functiecombinaties zijn mogelijk in het buitengebied? 5. Hoe zorgen we voor een goed sociaal dorpsleven? 6. Hoe houden we onze economie draaiend? 7. Hoe zorgen we voor inclusieve mobiliteit?

Overzicht van de vraagstukken uit de opgavennotitie Direct na de gehouden workshops hebben we een eerste overzicht gemaakt van oplossingsrichtingen waarover iedereen het wel eens is, oftewel de gedragen keuzes of richtingen. Daarnaast hebben we een overzicht gemaakt van de dilemma’s. Dilemma’s komen voort uit (1) een verschil in meningen, bijvoorbeeld omdat mensen een verschillend belang hebben en (2) keuzes die met elkaar kunnen botsen, zgn. schuurpunten.

Hieronder hebben we de gedragen keuzes en dilemma’s per thema puntsgewijs opgenomen: 1. Het ideale, gezonde en toekomstbestendige dorp Waar zijn deelnemers het over eens? • De toekomstige wijk of dorp heeft meer ruimte nodig voor groen en meer ruimte voor wandelaars, om klimaatbestendig te worden en om sporten en bewegen aan te moedigen. Daarnaast is het van belang voor de ontmoeting in het dorp. • De toekomstige wijk of dorp heeft voldoende ontmoetingsplekken. Die bestaan uit plekken in de openbare ruimte en uit maatschappelijke voorzieningen. Maatschappelijke voorzieningen zijn toekomstbestendig als we zoveel mogelijk groepen bij elkaar brengen. Dat vraagt multifunctionaliteit. Tegelijk zijn er veel doelgroepen die eigen aanpak vragen, denk daarbij aan arbeidsmigranten, jongeren of mensen met een beperking of andere zorgvraag. Dus naast maatschappelijke voorzieningen is maatwerk nodig. • Het nieuwe groen in de wijk of het dorp moet bruikbaar zijn en moet verbindingen leggen. Dat zijn de twee belangrijkste rollen van het toekomstige groen. • De toekomstige wijk heeft meer variatie aan woningen, waardoor er een mix aan inwoners kan wonen. Ouderen en alleenstaanden kunnen zo een passend huis in het eigen sociale netwerk vinden. Iedereen is het ermee eens dat er door herstructurering of woningaanpassing een ander aanbod kan komen.

• Dat bepaalde milieu-effecten in de ruimtelijke inrichting van de leefomgeving meer aandacht moeten krijgen. Genoemd zijn fijnstof (door verkeer en landbouw en houtstook), geurhinder en stikstof (veehouderijen). Wat zijn de dilemma’s? • In hoeverre mag nieuw groen en ruimte voor wandelaars en fietsers ten koste gaan van andere ruimtegebruik? De spanning zit hem volgens inwoners in parkeerruimte en wegen. De mate waarin maakt inwoners verdeeld. Een deel van de deelnemers ziet veel kansen in nieuwe technieken voor vervoer of parkeren op afstand. Anderen denken dat dit minder hard zal gaan, dat veel mensen in dorpen hun eigen auto willen houden en geen ruimte zien dit in te perken. • Het kunnen realiseren van passende huisvesting voor doelgroepen en het behoud van het dorpse karakter. Hoe hoog van bebouwing zijn om bv appartementen te realiseren? • Inwoners willen een inclusieve wijk, maar ook een wijk gericht op rustig wonen. Ruimte voor jongeren (en andere actievere doelgroepen) en het behouden van rust schuren met elkaar. • De behoefte om voorzieningen en doelgroepen te bundelen en het feit dat sommige doelgroepen (jongeren, arbeidsmigranten, asielzoekers) (soms) een eigen plek nodig hebben. Soms helpt contact met gelijkgestemden ook goed bij het integreren. Samen onderneem je meer en makkelijker.

• Groene en gezonde leefomgeving lijdt onder economische belangen en dan specifiek Greenport en de intensieve landbouw. Waar ligt de balans tussen economische ontwikkeling en een gezonde leefomgeving? • Tekort aan sociale (huur)woningen. De arbeidsmigranten (long stay) en statushouders zitten ook in dit segment van de woningmarkt. De inwoners willen goede en betaalbare woningen

voor de lokale bevolking. De arbeidsmigranten (long stay) en statushouders concurreren sterk op deze markt. Voor wie bouwen we? 2. Ontwerp de perfecte dorpsrand Waar zijn deelnemers het over eens? Meeste deelnemers zien de dorpsrand als een gemengd landelijk gebied met een mix aan natuur, kleinschalige bedrijvigheid en wonen. • Er is een groot tekort aan betaalbare woningen (sociale huurwoningen). De dorpsrand kan (naast plekken binnen het dorp) kansen bieden om hier ruimte voor te maken. • Geen grootschalige bedrijven in de dorpsrand. Deze bedrijven horen thuis op een bedrijventerrein. • In de dorpsrand geen grote boerderijen met heel veel dieren (megastallen). Een kleiner biologisch bedrijf past eventueel wel. Het omringende agrarische landschap met weilanden en akkers om de dorpen wordt wel gewaardeerd. • Bewoners zien graag meer natuur rondom de dorpen en het zou mooi zijn als de natuur zoveel mogelijk onderling verbonden is. • Ommetjes ziet men graag in de dorpsrand. Wat zijn de dilemma’s? • Bedrijventerreinen te dicht bij woonomgeving. De groei van dorpen en de groei van bedrijventerreinen zorgt ervoor dat de groene bufferruimte (landschap) tussen wonen en grootschalige bedrijvigheid verdwijnt. Hierbij wordt specifiek de groei van Greenport genoemd in relatie tot Sevenum en de buurtschap De Krouwel.

• Hoe begrens je groei van kleine bedrijven in de dorpsrand en zorg je toch voor toekomstbestendige en gezonde bedrijven? Bedrijvigheid met klanten uit het dorp is geaccepteerd/gewenst. Lokale economie vindt men meestal prima, mits de schaal past in de omgeving. Hoe zorg je voor de juiste kaders en doorstroommogelijkheden? • Bestaande landbouw in de dorpsrand. Boerderijen en dorpen zijn afgelopen decennia gegroeid, waardoor er nu grote agrarische bedrijven in de dorpsrand zijn komen te liggen. Dit probleem is geleidelijk aan gegroeid. Dit is een ongewenste situatie. Tegelijkertijd heeft het bedrijf zijn roots hier en zijn alle economische investeringen ook op deze plek gedaan. Naast emotionele waarde is ook de economische waarde van de locatie van het agrarische bedrijf zodanig dat verplaatsen lastig is. Waar kunnen deze agrarische bedrijven heen? En lopen ze niet het risico om over enkele jaren weer te moeten verhuizen?

3. Hoe maken we ons erfgoed beter beleefbaar? Waar zijn deelnemers het over eens? • Dat er meer waardering en aandacht voor erfgoed moet komen. • Dat is (nieuwe) functies nodig zijn voor het beschermen en beleefbaar maken van erfgoed. • Dat we niet alleen naar erfgoed moeten kijken, maar vooral naar ensembles, de samenhang tussen elementen en bescherm ze als geheel. Zorg bijvoorbeeld voor goede verbinding groen en rood: de context waarin een monument of pand staat is vaak erg belangrijk. Voorbeelden daarvan zijn Griendsveen (waar de relatie tussen het dorp en het landschap samen een ensemble vormen) en de historische bebouwingslinten (die vooral belangrijk zijn door de samenhang van de loop van de weg, het ritme en type bebouwingen en zichten op het landschap). • Zorg voor voldoende kennis bij de gemeente. Bij gebrek aan kennis kun je niet meedenken met initiatiefnemers en dat kan leiden tot starheid (ik hou me aan de regels) of juist tot losheid (als de kwaliteit niet wordt herkend). Maatwerk is nodig om erfgoed een goede plek in ruimtelijke ontwikkeling te geven, maar maatwerk kun je alleen bieden als je goed kunt meedenken. Wat zijn de dilemma’s? - Wanneer is het beleefbaar maken van parels goed en wanneer juist niet? Soms helpt het beleefbaar maken bij de waardering en bescherming, soms doet teveel aandacht afbreuk aan erfgoed.

- Hoe maken we de afweging wanneer je iets moet beschermen en wanneer je het kunt behouden door een nieuwe ontwikkeling. Dat hangt af van het element, de waardering, de bijzonderheid, de samenhang, maar waardering is ook in ontwikkeling. Er komen nieuwe elementen bij die beschermenswaardig kunnen worden, zoals wederopbouwarchitectuur of kerken van bepaalde ontwerpers. - Hoe ver mag de beleving van waardevolle kwaliteiten gaan? Moet de activiteit altijd ten dienste staan van het waardevolle erfgoed of mag erfgoed ook ten dienste staan van een (recreatieve) activiteit? - Elke generatie beleeft cultuurhistorie anders. Welke generatie is leidend?

4. Welke functiecombinaties zijn mogelijk in het buitengebied? Waar zijn deelnemers het over eens? • Dat in een deel van het gebied menging van functies een goede optie is (dorpsranden), maar grote delen van het gebied ook wel monofunctioneel moeten blijven, zoals bij natuurgebieden en de ‘goede’ landbouwgebieden. • De landbouw kan gecombineerd worden met veel andere functies (natuur, recreatie, zorg, verkoop etc). • Als landelijk wonen in het buitengebied een serieuze optie is, moeten er geen ‘Amsterdammers’ komen wonen die de mores van het platteland niet kennen/respecteren. • Aantrekkelijke natuur en landschap maakt dat veel recreanten en toeristen in Horst aan de Maas komen fietsen en wandelen. Investeren in recreatie en toerisme is dus ook investeren in natuur en landschap. Eenzelfde relatie geldt voor cultuurhistorie en erfgoed. Mooie, idyllische dorpjes langs de Maas, maar ook Griendtsveen, hebben een aantrekkende werking op recreanten en toeristen. • Winkels horen niet thuis in het buitengebied (afgezien van verkoop eigen producten). Winkels horen in de dorpscentra. Wat zijn de dilemma’s? • Functiemenging of functiescheiding? Levert functiemenging juist kansen of bedreigingen op? Laat landbouw landbouw oftewel geef de landbouw de ruimte om te doen waar ze goed in zijn: voedsel produceren.

Menging van functies is bedreigend voor de landbouw als het ten koste van landbouwgrond gaat of als het (nieuwe) belemmeringen voor de bedrijfsvoering oplevert. Denk aan woningen in het buitengebied waardoor agrarische bedrijven niet meer kunnen groeien. Functiemenging geeft de agrariërs ook de mogelijkheid om op meerdere manieren geld te verdienen. Denk aan kamperen bij de boer, een zuivelwinkel, bed & breakfast, horeca, duurzame energie opwekken, etc. • Er zijn in de gemeente Horst aan de Maas veel arbeidsmigranten. Kun je bedrijven weren die alleen leunen op arbeidsmigranten? Voor de inwoners van Horst aan de Maas is de grens qua aantrekken van nieuwe arbeidsmigranten bereikt. • Wel/niet wonen in het buitengebied. Er is behoefte aan meer woningen en landelijk wonen in het buitengebied geeft hier invulling aan. Zo zijn er kansen om vrijkomende agrarische bebouwing te benutten/vervangen met landelijk wonen. Tegelijkertijd is er vrees dat meer wonen in het buitengebied leidt tot belemmering van de ondernemersruimte van de agrariërs. • Landbouw en natuur kunnen elkaar in de weg staan. Denk aan de Natura2000 gebieden (De Peel) en de hieraan gekoppelde stikstofproblematiek in de landbouw. Tegelijkertijd zien veel mensen de landbouw ook als hoeder van het landschap. Natuurinclusieve landbouw is een voorbeeld hoe natuur en landbouw samen kunnen gaan.

Vanuit het Rijk (Contourennotitie) is het principe ‘water en bodem sturend’ leidend. Dit heeft ook gevolgen voor natuur en landbouw. • Landbouw en klimaatverandering. Heeft de veel energie gebruikende glastuinbouw toekomst? Kan het energiezuiniger of met duurzame energie? Vinden we snijbloemen uit de kas nog verantwoord in de toekomst? • Dilemma tussen gezonde leefomgeving en ontwikkelruimte geven aan de landbouw.

o

•

Intensieve teelten en veehouderij leveren minder biodiversiteit op en hebben een negatieve invloed op de schone/gezonde leefomgeving. o Een gewenste richting is het extensiveren van de landbouw. De grote vraag is: hoe verdient de agrariër dan een goede boterham? Hier is namelijk in verhouding meer grond voor nodig. Dit gaat ten koste van de efficiëntie en inkomsten van de agrariër. o Intensief en extensief gebruik dienen andere belangen. Intensief meer de economische belangen en extensief meer de belangen van de leefomgeving (mens en natuur). o Om meer naar extensieve landbouw te gaan is ook een verandering in de mindset van de maatschappij nodig. De mensen kopen nog geen/te weinig biologische producten en zijn niet/te weinig bereid om extra te betalen voor natuurinclusief, meer biodiversiteit, etc. o De deelnemers vinden dat de overheid ook een rol heeft bij de transitie van intensieve landbouw naar extensieve landbouw. Het Rijk gaat meer sturen en opleggen. Welke rol is voor de gemeente weggelegd? OP welke doelen gaat de gemeente sturen? o Innovatieve landbouw toelaten, mits ingezet wordt op verbeteren biodiversiteit/leefomgeving. Dilemma wel/niet goed combineren van landbouw met duurzame energie. De meningen lopen hierover behoorlijk uiteen. Deels is het een absolute bedreiging voor de landbouw. Zonnevelden gaan ten koste van landbouwgrond.

Het Rijk volgt in principe ook de lijn geen zonnevelden op goede landbouwgrond. Volgens agrariërs heeft de slagschaduw van windmolens een negatieve invloed op de gewassen. Deels is het opwekken van duurzame energie ook een kans. Zonnevelden kunnen op de slechte landbouwgronden of gecombineerd worden met de teelt van bepaalde gewassen. De opwek van duurzame energie kan een nieuw en/of extra verdienmodel voor agrariërs zijn.

5. Hoe zorgen we voor een goed sociaal dorpsleven? Waar zijn deelnemers het over eens? • Het is noodzakelijk om de jongere generatie te behouden in de dorpen. • In ieder dorp moet een laagdrempelige ontmoetingsplek zijn in de vorm van een gebouw. Hier kan ook ruimte zijn voor flexibele voorzieningen. • Niet alle voorzieningen zijn nodig in ieder dorp. Boodschappen worden in de toekomst steeds meer thuisbezorgd. Dit heeft consequenties voor het ontmoeten bij het boodschappen doen, maar ook voor de leegstand van winkelpanden. De huisarts kan niet ieder dorp zitten, maar kan wel een ronde langs de dorpen maken. • Verenigingen kunnen vaker elkaars kennis en vrijwilligers delen. Hiervoor zijn zowel digitale als fysieke middelen nodig om verenigingen bij elkaar te brengen. • Ontmoetingen zullen in de toekomst steeds minder vaak op vaste momenten plaatsvinden. Dit vraagt om flexibiliteit van verenigingen en andere maneieren om sociale contacten te onderhouden en een praatje te maken. • Veel kansen voor multifunctionele centra.

Wat zijn de dilemma’s? • Spreiden versus concentreren van voorzieningen. Het is gewenst om voorzieningen te spreiden over de verschillende dorpen, zodat iedereen dichtbij noodzakelijke voorzieningen woont. Vanuit betaalbaarheid en kwaliteit van de voorzieningen is juist concentratie nodig. Wat is de invloed van digitaal aankopen doen hierop? • Veel sportvoorzieningen fuseren uit nood. Waar komt dan de nieuwe club/voorzieningen? In één van de dorpen of er tussenin? • Jongeren zijn goed voor het sociale dorpsleven. Hoe realiseren we meer woningen voor jongeren? Kun je de (eigen) jeugd voorrang geven op de woningmarkt, terwijl heel veel mensen met spoed een woning zoeken? Willen we het plaatsen van een tiny house voor jongeren in de tuin van de ouders toe gaan staan? 6. Hoe houden we onze economie draaiend? Waar zijn deelnemers het over eens? • Geen nieuwe grootschalige logistieke bedrijven meer in Greenport en juist meer kansen voor het lokale MKB. • Er liggen kansen voor innovatie en automatisering. • Men is het erover eens dat er een goede, houdbare oplossing moet komen voor de huisvesting van de arbeidsmigranten. o Een groep vindt dat de arbeidsmigranten huisvesting moeten krijgen bij het bedrijf waar ze werken. Dit kan bij het tuinbouwbedrijf in het buitengebied zijn, maar ook op het bedrijventerrein Greenport. o In het buitengebied niet te massale huisvesting.

Er zijn goede voorbeelden van huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied van Horst aan de Maas Schaal aanpassen aan de schaalgrootte van het gebied. o Er wordt onderscheid gemaakt in twee groepen arbeidsmigranten. Een groep die alleen wil werken en niet wil integreren (short stay) en een groep die besloten heeft hier langer te blijven en die wel wil integreren (long stay). Deze laatste groep wil onderdeel uitmaken van de gemeenschap. Wat zijn de dilemma’s? • MKB op agrarische bouwvlakken/grond is oneerlijke concurrentie voor ondernemers in de dorpscentra. We willen zowel de centrumondernemers als de ondernemers op het platteland ondernemersruimte bieden. • De ondernemers zijn er voorstander van de marktwerking voor het MKB meer ruimte te geven. Tegelijkertijd wil men de landelijke uitstraling wel behouden. Qua economie dus een diverser buitengebied, maar qua uitstraling wel landelijk. Er zijn ook zorgen over de verschillende prijzen die een ondernemer betaalt (oneerlijke concurrentie). Geopperd is om de prijzen in het landelijk gebied en de bedrijventerreinen gelijk te trekken. Welk evenwicht is mogelijk tussen marktwerking en gelijke kansen? • Hoe zorg je ervoor dat klaver 7 en 11 lokaal ingevuld worden? De wens is dat middelgrote bedrijven uit de gemeente Horst aan de Maas doorschuiven vanuit de dorpsranden en buitengebied naar Klaver 7.

Er komt dan ruimte beschikbaar voor kleinere bedrijven met

•

•

•

klandizie in de directe omgeving. Tegelijkertijd is het voor de gemeente voordeliger om de beschikbare ruimte op Klaver 7 en 11 snel te vullen vanuit economisch perspectief. Groene, landelijke ligging van Toverland (en het gehele recreatiegebied Peelbergen) in relatie tot de verkeersdrukte en de veiligheid. Toverland is heel slecht te bereiken met het Openbaar Vervoer, terwijl veel personeel en bezoekers daar wel van afhankelijk zijn. Voor de verblijfsrecreatieterreinen in het gebied De Peelbergen geldt dat ze überhaupt niet bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Wens is om de bereikbaarheid in het algemeen en specifiek met het openbaar vervoer te verbeteren. Belangrijk aandachtspunt is de menging van recreatieverkeer met langzaam agrarisch en hippisch verkeer: tractors en paardentrailers. We hebben voor onze economie de arbeidsmigranten heel hard nodig in de tuinbouw, logistiek, zorg, de recreatiesector, etc. Tegelijkertijd is er al een woningtekort zonder de benodigde woningen voor de arbeidsmigranten (long stay) en statushouders. De economische belangen van grootschalige (agrarische) bedrijven en grootschalige recreatie versus de groene en gezonde leefomgeving.

7. Hoe zorgen we voor inclusieve mobiliteit? Waar zijn deelnemers het over eens?

•

Dat er veel mogelijkheden zijn voor nieuwe vormen van vervoer (zoals de wensbus) en dat die nieuwe en bestaande vormen veel beter op elkaar afgestemd moeten worden.

•

Dat private oplossingen (zoals carpooling) nodig zijn om de haarvaten van de dorpen bereikbaar te houden. Vervoer in kleine kernen kan niet alleen van vaste buslijnen afhankelijk zijn. De Uber die eraan komt, kan een deel van de oplossing zijn.

•

Iedereen was het eens met een pleidooi van Arriva om te kijken naar nieuwe vormen van duurzame of collectief vervoer en deze mogelijkheden veel meer aan elkaar te knopen. Nu lopen initiatieven als de belbus, buurtbus, lijndiensten etc langs elkaar en zijn ze vaak gericht op een specifieke doelgroep. Ook moet je altijd een individueel kaartje hebben (en reserveren), terwijl binnen zorg en onderwijs een groepskaart veel laagdrempeliger zou zijn. Je zou met apps verschillende mogelijkheden aan elkaar kunnen verbinden en met dezelfde pas gebruik maken van alle modaliteiten. Ook kunnen er met de huidige techniek veel meer private initiatieven ontstaan zoals carpoolen.

Wat zijn de dilemma’s? • De betaalbaarheid en de wensen voor inclusieve mobiliteit matchen niet. • Voor het welzijn van inwoners is het belangrijk om voorzieningen zo dicht mogelijk bij te hebben, bij voorkeur in het dorp of in de wijk. Tegelijkertijd kan het bundelen van voorzieningen zorgen voor een vervoersvraag waardoor collectieve vervoersmogelijkheden makkelijker te realiseren zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13433835/1