04a rv Bp Zandterweg
Tekst van het document
Raadsvoorstel stuknummer: 25.0001909
Raadsvoorstel onderwerp
RV Niet vaststellen bestemmingsplan 'Zandterweg 13 en 15, Lottum'
datum raad
3 juni 2025
portefeuillehouder
bladnummer 2025.031
clustermanager
agendapunt
behandeld door
4
R.M.J. Martens
Voorstel 1. Het bestemmingsplan ‘Zandterweg 13 en 15, Lottum’ met IMRO-code NL.IMRO.LTZANDTERWEG13EN15-BPO1 niet vast te stellen
Aanleiding Op 11 juli 2022 is er een verzoek om vooroverleg ingediend. Dit verzoek zag toe op het herbouwen van een woning aan de Zandterweg 13-15 te Lottum. Omdat dit voornemen niet passend is binnen het geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas’ kan aan het initiatief alleen medewerking worden verleend als het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Op 30 september 2022 is door het college van B en W besloten in principe medewerking te verlenen aan het verzoek onder de voorwaarden dat de bebouwingsgrenzen worden aangepast middels een nieuw bestemmingsplan en de woning Zandterweg 15 wordt gesloopt. Op 2 december 2022 is het officiële verzoek voor het nieuwe bestemmingsplan ontvangen. Op 20 december 2023 is door het college van B en W het ontwerp bestemmingsplan ‘Zandterweg 13 en 15, Lottum’ ter inzage gelegd. Tegen dit nieuwe bestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan zou nu in principe vastgesteld kunnen worden. In juni 2024, is naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State omtrent gewasbeschermingsmiddelen, besloten om in eerste instantie een afstand van minimaal 50 meter tussen milieugevoelige objecten en agrarische percelen te borgen. Bij onderhavig planvoornemen kan deze minimale richtafstand niet gehaald worden, hierdoor is het plan stil gevallen.
In de tussentijd is samen met de initatiefnemers gezocht naar oplossingen. Nu blijkt dat dergelijke oplossingen in dit geval niet mogelijk zijn verzoeken wij uw raad om het ontwerp bestemmingsplan, zoals het ter inzage heeft gelegen, niet vast te stellen.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 4
vervolg raadsvoorstel
Beoogd resultaat Het bestemmingsplan ‘Zandterweg 13 en 15, Lottum dat in ontwerp ter inzage heeft gelegen niet definitief vast te stellen omwille van een gezond woon- en leefklimaat. Argumenten 1.1 Op de locatie kan geen acceptabel woon- en leefklimaat worden gewaarborgd. Een belangrijk aspect in de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening is de beoordeling of er een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd voor de bewoners. Bij het op deze locatie wijzigen van de indeling van de percelen en de ligging van de woonbestemmingen is ter beoordeling van een acceptabel woon- en leefklimaat het aspect spuitzones, in verband met de ligging in het buitengebied dichtbij percelen met de agrarische bestemming, erg belangrijk en dient een afstand te worden gehanteerd van 50 meter tussen milieugevoelige functies en agrarische percelen waarop het planologisch is toegestaan om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Deze afstand van 50 meter wordt bij onderhavig planvoornemen niet gehaald, daardoor kan een goed woon- en leefklimaat niet worden gegarandeerd.
Het niet kunnen borgen van een acceptabel woon- en leefklimaat is zowel onder de oude wetgeving, waarbij getoetst wordt aan een goede ruimtelijke ordening, als onder de nieuwe wetgeving, waarbij getoetst wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een reden om geen medewerking te verlenen aan het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan. 1.2 De raad kan in dit geval besluiten het bestemmingsplan niet vast te stellen Vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) is dat bij een besluit over vaststelling van een bestemmingsplan de raad beleidsruimte heeft en de betrokken belangen moet afwegen.1 Daarbij is van belang dat een besluit om een bestemmingsplan in de eerste plaats moet zijn ingegeven door ruimtelijke motieven.2 Deze ruimtelijke motieven moeten tenslotte deugdelijk worden onderbouwd.3 Een vast aspect in de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening is enerzijds of bestaande omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering en anderzijds dat voor de toekomstige bewoners een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd kan blijven.
Volgens vaste jurisprudentie moet bij een onderzoek dat ertoe dient te beoordelen of ter plaatse van een in een bestemmingsplan voorziene woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd in verband met mogelijke milieuhinder van een nabijgelegen (agrarisch) bedrijf worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden op het perceel van dat bedrijf. 4 In het kader van spuitzones moet er daarbij dus een afstand gehanteerd worden van 50 meter tussen percelen met de agrarische bestemming, met de mogelijkheid/bevoegdheid om gewasbeschermingsmiddelen toe te passen, en percelen met de woonbestemming.
1 ABRvS 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1529, r.o. 4. 2 ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1424, r.o. 15.2. 3 ABRvS 24 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:619, r.o. 9.2. 4 ABRvS 24 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3018, r.o. 7.2.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 3 van 4
vervolg raadsvoorstel
1.3 De gemeentelijke taskforce spuitzones adviseert geen medewerking te verlenen In dit specifieke geval zijn er meerdere agrarische percelen aanwezig binnen 50 meter van de woonbestemming. Alleen met toestemming van de eigenaren van deze percelen werken wij als gemeente mee aan het opleggen van een spuitverbod. Ten minste één van de eigenaren is niet bereid mee te werken aan een dergelijk spuitverbod. Het is derhalve erg aannemelijk dat op dit agrarische perceel daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen (trayveld/containerveld ten zuidoosten van het plangebied). Bovendien zijn er in dit geval geen fysieke maatregelen die het mogelijk maken om een kortere afstand van 50 meter te hanteren. Bij afweging van alle betrokken belangen adviseren wij het bestemmingsplan niet vast te stellen. Het niet vaststellen van het bestemmingsplan is ingegeven vanuit ruimtelijke motieven die op basis van het advies taskforce en op basis van de in dit voorstel genoemde motivering deugdelijk kan worden onderbouwd. Op basis van de huidige wet- en regelgeving en de huidige lijn in de jurisprudentie is ambtelijk de verwachting dat de weigering om het bestemmingsplan vast te stellen standhoudt in een eventuele beroepsprocedure bij de Afdeling. Kanttekeningen 1.
De kans is aannemelijk dat de initiatiefnemer het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen zal aanvechten in een beroepsprocedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2. Initiatiefnemer heeft kosten gemaakt voor het in procedure brengen van dit bestemmingsplan. Doordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, maar wordt besloten om het bestemmingsplan niet definitief vast te stellen, bestaat de kans dat de initiatiefnemer de gemeente aansprakelijk zal stellen voor de door hem geleden schade. Schade aan de ene kant doordat hij kosten heeft gemaakt voor het laten opstellen van een bestemmingsplan, aan de andere kant schade die hij lijdt omdat hij niet de gewenste bestemming krijgt. Wij hebben de gevolgen van een dergelijke aansprakelijkstelling onderzocht. In dat kader zijn wij ambtelijk van mening dat zowel een beroep op geleden schade vanwege gerechtvaardigd vertrouwen als een beroep op geleden schade vanwege een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) niet kan slagen. Aan het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan kan juridisch niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontleend worden dat hoe dan ook het bestemmingsplan zal worden vastgesteld.
Wat betreft de aansprakelijkheid van de gemeente in dit soort casussen komt de standaard overweging van de Afdeling erop neer dat in het algemeen geen rechten kunnen worden ontleend aan toezeggingen die zijn gedaan door niet ter zake beslissingsbevoegden. De bevoegdheid voor het vaststellen van een bestemmingsplan berust niet bij het college, maar bij de raad. Verwachtingen die door het college mogelijk zijn gewekt door mee te werken aan de ontwikkeling van het ontwerpbestemmingsplan en door dit ter (positieve) besluitvorming aan de raad voor te leggen, kunnen er dan ook niet toe leiden dat de raad gehouden is het bestemmingsplan vast te stellen. Dit is slechts anders in het geval door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het plan vastgesteld zou worden. sprake van een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel en stelt de raad het bestemmingsplan desondanks (wegens andere zwaarwegende belangen) niet vast, dan moet de raad bij het besluit tot weigering van de vaststelling van het bestemmingsplan, ook direct besluiten over het toekennen van een schadevergoeding. Naar onze mening kan geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel worden gedaan. Wij stellen ons daarom ambtelijk op het standpunt dat de gemeente ook niet aansprakelijk is voor schade als gevolg van het niet vaststellen van het bestemmingsplan.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 4 van 4
vervolg raadsvoorstel
Financiële consequenties Er worden geen financiële consequenties verwacht. Vervolgtraject / communicatie Na besluitvorming door uw raad wordt het besluit op de wettelijke wijze kenbaar gemaakt. Hiertegen staan vervolgens beroepsmogelijkheden open.
Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester, {HAND1}
De secretaris, {HAND}
drs. R.F.I. Palmen
drs. H. Mensink
Bijlagen
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50