03f Zienswijzennotitie bp Grandorse en Aanvulling MER
Tekst van het document
Bestemmingsplan en aanvulling MER ‘Grandorse’ Zienswijzenrapport
Inleiding Het bestemmingsplan en de aanvulling op het MER hebben ter visie gelegen vanaf donderdag 19 oktober 2023. De termijn is verlengd tot donderdag 28 december 2023, omdat in de oorspronkelijke publicatie de tervisielegging van de aanvulling MER abusievelijk niet expliciet was benoemd. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze indienen tegen het plan en/of de aanvulling op het MER. Er zijn in totaal 5 zienswijzen ontvangen. Onderstaand een puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijzen en een beantwoording. De samenvatting laat onverlet dat wel de gehele zienswijzen is behandeling is genomen.
Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de termijn van ter visielegging ingediend. Daarmee zijn ze ontvankelijk.
Opbouw van de Nota Hieronder zijn de ingediende zienswijzen samengevat en, per onderdeel, beantwoord (deel I). Per zienswijze is een conclusie opgenomen, waarin ook de consequenties voor het bestemmingsplan en waar relevant het MER zijn aangegeven. In Deel II volgt een overzicht van alle voorgestelde wijzigingen in het bestemmingsplan en het MER naar aanleiding van de zienswijzen (deel II). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in de planregels of op de verbeelding. Daarnaast wordt op onderdelen ook de toelichting aangepast. Deze maakt formeel geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar is volledigheidshalve wel in het overzicht van de wijzigingen opgenomen.
Deel I: Samenvatting en beantwoording van de ingediende zienswijzen Onderstaand wordt per reclamant de individuele vragen uitgelicht met een samenvatting. Vervolgens is per reactie een beantwoording gegeven, gevolgd door een conclusie of de reactie een effect heeft op het bestemmingplan en/of de MER. De samenvatting neemt niet weg dat de zienswijze in zijn geheel is betrokken bij de beoordeling of het bestemmingsplan aanpassing behoeft.
Reclamant 1 1. De verkeerseffecten van het bestemmingsplan Grandorse en het bestemmingsplan Toverland
moeten in samenhang worden beschouwd. De verkeersonderzoeken moeten uitgaan van dezelfde uitgangspunten en verkeersgegevens. Beantwoording Dit is een juiste constatering. In samenspraak met de provincie heeft in januari 2014 een overleg plaatsgevonden om de onderzoeken op elkaar af te stemmen. Ook Rijkswaterstaat was bij dit overleg aanwezig. Voor de tervisielegging van het bestemmingsplan was reeds bekend dat er nog een actualisatie van het verkeersonderzoek nodig was, omdat de provincie het verkeersmodel actualiseerde. Deze was in het najaar van 2023 beschikbaar, maar er restte te weinig tijd om het onderzoek toen nog te actualiseren aangezien het bestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter visie gelegd moest worden (voor 1 januari 2024). Gezien de deadline lukte het niet de verkeersonderzoeken op basis van dit model te actualiseren. De keuze is bewust gemaakt om voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan het verkeersonderzoek te actualiseren. Eventuele aanpassingen in andere onderzoeken zijn ook in deze fase meegenomen voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan en het MER in die zin dat een actualisatie van het verkeersonderzoek en eventueel daarmee samenhangende onderzoeken zullen worden uitgevoerd en verwerkt in het plan. 2.
Voorkomen moet worden dat de ontwikkelingen in De Peelbergen leiden tot
doorstromingsproblemen op de A67. Onderhavig plan leidt tot een toename van verkeer en daarmee op een grotere kans op doorstromingsproblemen. Beantwoording De toename van verkeer is op basis van het meest recente verkeersmodel van de provincie bepaald. Op basis daarvan zijn uitspraken te doen over de toename van verkeer als gevolg van de ontwikkeling van Grandorse. Het uitgangspunt dat als gevolg van de ontwikkeling geen doorstromingsproblemen mogen ontstaan onderschrijft de gemeente. Het onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat dergelijke problemen niet ontstaan als gevolg van de ontwikkeling van Grandorse. In samenhang met de ontwikkeling van Toverland komt er een moment dat maatregelen nodig zijn. Hierover wordt een intentieovereenkomst gesloten met de provincie. Vooralsnog is het niet nodig om in het bestemmingsplan Grandorse maatregelen te borgen.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan en het MER in die zin dat een actualisatie van het verkeersonderzoek en eventueel daarmee samenhangende onderzoeken zijn uitgevoerd en verwerkt in het plan. 3. In de regels van het bestemmingsplan staat dat er maximaal 12 evenementen zijn toegestaan. In
de toelichting is een lijst opgenomen waarin meer evenementen staan. Onduidelijk is hoe dit zich tot elkaar verhoudt. Beantwoording Het maximum van 12 heeft uitsluitend betrekking op het maximaal aantal toegestane eventing wedstrijden per jaar binnen de aangeduide ‘eventingroute’. Voor het totaal aantal toegestane evenementen binnen het plangebied, waaronder ook eventing wedstrijden, is in de regels geen maximumaantal opgenomen. Er geldt wel een maximaal bezoekersaantal. Dit bedraagt per evenement 10.000 bezoekers per dag en in totaal 175.000 bezoekers (inclusief deelnemers). Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de regels is in artikel 19.5 nader verduidelijkt dat het maximum van 12 uitsluitend betrekking heeft op het jaarlijks toegestane aantal eventing wedstrijden en niet op het maximumaantal evenementen. Hiervoor geldt een generieke regeling met betrekking tot het maximumaantal toegestane bezoekers, zoals opgenomen in artikel 18.3. 4. Uit de regels blijkt niet of het gaat om meerdaagse of eendaagse evenementen. Verzocht wordt
dit te verduidelijken. Beantwoording Uitgegaan wordt van eendaagse en meerdaagse evenementen. In de regels van het bestemmingsplan zal dit worden toegevoegd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in de regels wordt toegevoegd dat het om eendaagse en meerdaagse evenementen gaat. 5. In het verkeersonderzoek van RHDHV zijn in de autonome situatie 1.000 extra
verkeersbewegingen per etmaal meegenomen. Onduidelijk is hoe dit zich verhoudt tot evenementen met maximaal 10.000 bezoekers per dag. Beantwoording Mede naar aanleiding van opmerkingen van de Commissie m.e.r. alsmede ontwikkelingen in de directe omgeving is in samenspraak met de provincie en Rijkswaterstaat een aanvullend, geactualiseerd uitgebreid verkeersonderzoek uitgevoerd, waarin de verwachte verkeerskundige effecten van het voornemen op basis van recente verkeersgegevens en verkeersmodellen
(Verkeersmodel Limburg, regiomodel Noord-Limburg, prognosejaar 2040) in beeld zijn gebracht tevens is er rekening houdend met voorziene ontwikkelingen in de omgevingen (waaronder de voorgenomen uitbreiding van Toverland). Dit onderzoek is als Bijlage 16 aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Hierin zijn naast de autonome ontwikkeling dus ook de verkeerskundige effecten van het voornemen op basis van een ‘piekdag’ in beeld gebracht. In de rapportage is geconcludeerd dat de verkeerskundige effecten als gevolg van het veranderde bestemmingsplan Grandorse, niet zal leiden tot een verminderde verkeersafwikkeling doorstroming ten opzichte van de referentiesituatie in 2040. De resultaten van het aanvullend verkeersonderzoek zijn in paragraaf 6.6 van de toelichting opgenomen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan en het MER. In die zin dat een actualisatie van het verkeersonderzoek heeft plaatsgevonden en dat deze is bijgevoegd in de toelichting en de bijlagen. Deze actualisatie heeft niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen van het bestemmingsplan. 6. De uitvoeringsdienst van Rijkswaterstaat wordt graag betrokken bij de beoordeling van de
aanvragen voor een evenementenvergunning. Beantwoording Dit is geen zaak van het bestemmingsplan. Los van de procedure voor het bestemmingsplan zullen we contact opnemen met de uitvoeringsdienst om te bespreken of en hoe het betrekken van de uitvoeringsdienst in onze werkprocessen kan worden opgenomen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
Reclamant 2 1. De bestaande grondwal gelegen tussen de hippische zone en het dorp Kronenberg, wensen de
buurtbewoners gehandhaafd te zien. Voor en optimalere werking moet deze aanzienlijk hoger zijn en voorzien van voldoende hoge en dichte beplanting. Indieners zouden graag zien dat de grondwal in het nieuwe bestemmingsplan wordt vastgelegd. Beantwoording De grondwal maakt deel uit van het totale plan en zal gehandhaafd blijven. De aangebrachte beplanting zal in een aantal jaar meer volwassen worden en zorgen voor een nog grotere afscherming. De wal zal niet verder worden verhoogd (en is zo hoog als die oorspronkelijk is aangebracht). Aangezien de wal op enige afstand is gelegen van de woningen en de hippische activiteiten zal een hogere wal weinig tot geen effect hebben op het aspect geluid. In samenspraak met de werkgroep Kronenberg is afgesproken de wal zelf niet te beplanten, maar de beplanting aan te brengen voor de wal. De beplanting groeit beter voor de wal dan op de wal. Dat neemt niet weg dat in de toekomst vanzelf begroeiing zal ontstaan op de wal. Op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan zal de wal expliciet worden opgenomen met een bepaling voor het in stand houden van de wal. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. De wal wordt in het plan aangewezen en er wordt een bepaling ingevoegd over het in stand houden van de wal. 2.
De hinderbeperking van de grondwal is op sommige momenten onvoldoende, daarom zullen ook
een aantal andere maatregelen getroffen moeten worden in de hippische zone tijdens hippische activiteiten. Met name: - richten van de luidsprekers zodanig dat zij afgewend zijn van het dorp Kronenberg; - verlagen van geluidsniveau van deze luidsprekers; - aanbrengen van afschermende lichtkappen aan de lichtmasten. Indieners van de zienswijze zien deze maatregelen graag dwingend voorgeschreven. Beantwoording De genoemde maatregelen zijn gekoppeld aan evenementen. In een evenementenvergunning kunnen voorschriften worden opgenomen onder andere met betrekking tot bovengenoemde aspecten. Het is geen zaak van het bestemmingsplan. De zorgen van de indieners zijn begrijpelijk. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 3. De bewoners zien graag dat op de bovengenoemde punten wordt gehandhaafd.
Beantwoording Handhaving is geen zaak van het bestemmingsplan. Wanneer van een overtreding sprake is, kunt u de gemeente daarop aanspreken. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
Reclamant 3 1. Er zijn zoveel zware opmerkingen over het plan, dat de indieners van de zienswijze voorstellen om het hele plan eerst te stoppen. Hierna de Visie Hippische Zone de Peelbergen uit 2016 te heroverwegen en de plannen dan terug te brengen naar een voor de omgeving aanvaardbaar niveau, waarbij de impact van toekomstige ontwikkelingen bij Grandorse, Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven meegenomen wordt. Beantwoording In onderstaande punten (2 t/m 16) is deze samenvattende conclusie verder onderbouwd. De bij de punten behorende beantwoording geeft inzicht in d afweging per ingediend aspect. Op basis van de zienwijzen is er geen aanleiding om het plan te heroverwegen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. Voor de exacte invulling wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 2 tot en met 16. 2. Nergens in het plan wordt ingegaan op de consequenties van de plannen op de leefomgeving, gezondheid etc. van de inwoners van Kronenberg. Het dorp is ingesloten door Greenport, Grandorse, Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven Beantwoording Het is terecht dat ontwikkelingen in de omgeving van Kronenberg de leefomgeving van de inwoners beïnvloed. Of dat een positief of negatief gevolg heeft is aan eenieder zelf om te bepalen en is ook niet objectief te beoordelen.
Liefhebbers van paarden zullen heel anders tegen Grandorse aankijken dan degene die daar geen enkele affiniteit mee hebben. Verder zijn diverse ontwikkelingen gaande ten aanzien van natuurontwikkeling. Dit verandert de leefomgeving eveneens, maar heeft veelal een positiever effect. Als het gaat om de gezondheid van de inwoners is een aantal aspecten relevant die direct gevolg kunnen hebben. Het betreft de hinderaspecten, die uitgebreid in de toelichting en de bijbehorende planMER bij het bestemmingsplan zijn afgewogen, zoals geluid, geur, luchtkwaliteit etc. Geen van deze aspecten laat zien dat er door de ontwikkeling Grandorse effecten optreden die tot gevolgen voor de gezondheid kunnen leiden. In de extra aanvulling op de planMER naar aanleiding van het definitief toetsingsadvies van de commissie MER is nader ingegaan op eventuele cumulatieve effecten gelet op de geplande ontwikkelingen in de omgeving. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 3. Alle onderzoeken moeten opnieuw worden uitgevoerd met de inwoners als uitgangspunt. Beantwoording In Nederland zijn er regels over hoe onderzoeken voor geluid, geur, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit etc. moeten worden uitgevoerd. Ook is bepaald hoe de resultaten geïnterpreteerd moeten worden.
Zo zijn er landelijk, per onderzoek aspect, normen (grenswaarden) gesteld. Als een onderzoek uitwijst dat die grenswaarden worden overschreden als gevolg van de
ontwikkeling, moeten maatregelen worden getroffen of is de ontwikkeling onuitvoerbaar. Die grenswaarden komen overeen met de normen waarbij bepaald is dat gezondheidsschade voor mensen wordt voorkomen. De methodieken zijn met andere woorden al gericht op de bescherming van de omwonenden. De onderzoeken die voor dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd voldoen aan de gestelde eisen. Een aanpassing van de onderzoeken om deze reden hoeft dan ook niet plaats te vinden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 4. Breng het plan terug naar een voor de omgeving aanvaardbaar niveau. a. De dorpen Sevenum en Kronenberg worden helemaal omsingel door Greenport aan een kant en Grandorse/ Toverland/ De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven aan andere kanten. Op diverse plekken in het document staat dat de gemeente deze ontwikkelingen wil. De afweging waarom ontbreekt. Wie wordt er beter van deze ontwikkelingen? Er is al te veel werkgelegenheid, de leefomgeving wordt door deze ontwikkelingen flink aangetast. De indieners van de zienswijze menen dat het verstandig is de discussie opnieuw en breed te voeren over de vraag of de beoogde ontwikkeling wel echt gewenst is, kijkend naar de negatieve ervaringen van Greenport en Californië.
Bij Greenport werd er te veel vrijheid gegeven, het was te veel en te groot, het ging te snel en er werd niet bijgestuurd. In 2016 is de Totaalvisie Hippische Zone De Peelbergen door de gemeenteraad vastgesteld. Inmiddels zijn er milieu- en klimaatproblemen, een CO2 probleem en in Nederland een stikstofprobleem. Het doet de ronde dat vooral interesse uit China, Rusland, Turkije en de rest van de Arabische wereld is voor een manege in dit gebied. Beantwoording Het gebied Peelbergen is al onder de gemeente Sevenum aangewezen voor intensief recreatief gebruik. In alle visies die daarop gevolgd zijn is dit principe als uitgangspunt gebruikt voor het gebied. De huidige plannen passen ook bij dit principe. Tegelijkertijd staat de intensieve veehouderij aan de voordeur van een transitie vanwege de effecten op de kwetsbare natuur. Zeker de intensieve veehouderij nabij het Natura 2000 gebied “de grote Peel”. De doorontwikkeling van de hippische branche in dit gebied is één van de oplossingen om de effecten op de natuur in “de grote Peel” het hoofd te bieden. De emissies van paarden zijn namelijk aanzienlijk lager dan die van de intensieve veehouderijen. Daarnaast zorgt deze ontwikkeling voor economische potentie in het gebied, waarbij de link met het van oudsher ook agrarisch gebruik in stand blijft.
Het faciliteren van de hippische ontwikkelingen in Grandorse houdt procedureel en inhoudelijk geen verband met de ontwikkelingen van het glastuinbouwgebied Californië. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
b. Is een opleidingscentrum wel reëel, nadat het opleidingscentrum in Brabant heeft moeten stoppen? Inwoners geven aan problemen te hebben met het volbouwen van hun leefomgeving. Beantwoording De ontwikkeling van Grandorse zal gefaseerd plaatsvinden waarbij nadrukkelijk niet alles volgebouw zal worden. Op de kavels hebben de eigenaren veel ruimte om te bouwen, maar er zijn ook verplichtingen voor het realiseren en in stand houden van landschappelijke- en natuurgronden. Als er een initiatief is, moet daarvoor een vergunning worden verleend alvorens het perceel kan worden ontwikkeld. De vergunning wordt pas verleend als in ieder geval voorzien is in een plan voor de landschappelijke inpassing van het kavel en de bebouwing. Naast deze landschappelijke inpassing van de kavels en de bebouwing legt ook de gemeente groene kaders aan. Deze worden ook door de gemeente beheerd. Deze groene kaders zijn als groen bestemd in het bestemmingsplan. Door de ontwikkeling van Grandorse zal de leefomgeving inderdaad veranderen. Nadrukkelijk is daarbij wel aandacht voor een zorgvuldige afstemming met het landschap. Het landschap verandert, maar per saldo komt er meer variatie en kwaliteit in het gebied. De opleiding zal zich voornamelijk richten op HBO/universitair niveau en is dus een andere vorm van onderwijs als in Deurne en Weert.
Of het opleidingscentrum er komt is afhankelijk van de ontwikkelingen in de markt. Als de markt er om vraagt, biedt dit plan de ruimte en de kaders een dergelijk opleidingscentrum te realiseren. Als er geen behoefte of toekomst voor gezien wordt, zal het opleidingscentrum er niet komen. Momenteel zijn geen concrete plannen voor een opleidingscentrum bekend bij de gemeente. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Indieners roepen de gemeenteraad op om de plannen te stoppen en te overwegen, of dit (politiek, maar ook voor de inwoners) wel echt wenselijk is. Het doel van de indieners is om dit plan terug te brengen naar een voor de omgeving aanvaardbaar niveau, waarbij de impact van toekomstige ontwikkelingen meegenomen wordt. Beantwoording Verwezen wordt naar beantwoording van de zienswijzen onder 4a en b. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 5. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) ontbreekt De gemeente heeft al van 7 bedrijven stikstofrechten opgekocht, er zijn landbouwgronden aangekocht, pachtgeldinkomsten moeten worden afgekocht, aanleggen infrastructuur, groen etc. Allemaal met gemeenschapsgeld.
De vraag is hoeveel gemeenschapsgeld er tot nu toe in Grandorse gestopt is, zowel in geld als in uren en welke voordelen er voor de inwoners uit zijn gekomen. De indieners van de zienswijzen missen een duidelijk overzicht van de financiële lasten en de voordelen, dus wat zijn de totale lasten voor de gemeenschap (nu en in de toekomst) en wat zijn de voordelen voor de gemeenschap. Er moet een gedegen kosten/ baten analyse worden
toegevoegd. De voordelen mogen niet alleen bij enkele buitenlandse investeerders komen te liggen en de nadelen alleen bij de omwonenden. Beantwoording Bij een bestemmingsplan dient de economische haalbaarheid te worden aangetoond. Middels een vastgestelde grondexploitatie is dat geborgd. In deze grondexploitatie zijn gebruikelijke kosten zoals aankoop gronden (inclusief kosten voor pachtvrij maken) en aanleggen infrastructuur en groen opgenomen. Gelijk aan woningbouwprojecten of bedrijventerreinen. Bij elke jaarrekening wordt de raad op de hoogte gesteld van de voortgang en de eventuele wijzigingen met de daaraan gekoppelde (financiële) gevolgen. Die stukken zijn openbaar en voor deze beantwoording wordt daarnaar verwezen. De diverse belangen van partijen in het gebied (omwonenden en eigenaren/investeerders en gemeente) maakt dat voordelen voor eenieder verschillend beoordeeld kunnen worden. De ontwikkeling van Grandorse leidt in elk geval tot een situatie waarin er sprake is van een (op totaal niveau bezien) toename en kwaliteitsverbetering van natuuroppervlak, waterproblemen aan weerszijden Middenpeelweg zijn aangepakt, de paardensport een centraal punt krijgt, de economische effecten voor de lokale ondernemers positief uitwerken en voor agrariërs in het gebied een alternatief ontstaat als ze gaan stoppen.
Met deze aspecten in gedachten is de afweging gemaakt en dat heeft geleid tot dit bestemmingsplan. Voor de ontwikkeling van Grandorse is een Grex opgesteld. De verkoop van de kavels dekt de kosten. Hiermee is er dus een gesloten balans. De opbrengst moet met name gezien worden in: • ecologie: robuustere verbindingen, meer oppervlakte natuur; • klimaat: klimaat robuuste nieuwe natuur en invulling geven aan de watervraagstukken; • economie: de hippische branche is één van de oplossingen voor de transitie van de (intensieve) veehouderij in deze omgeving. Daarnaast is het een boost voor lokale ondernemers; • landschap: de leegstand van agrarische bedrijven kan deels worden overgenomen door nieuwe hippische bedrijven. Hierdoor voorkomen we de leegstand en verpaupering van het buitengebied. De kosten drukken dus op de Grex van Grandorse. De gebruikers betalen na rato van gebruik. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 6. Een Welzijn Effect Rapportage (WER) ontbreekt Indieners willen een gedegen analyse van de effecten op de leefbaarheid van de inwoners van Kronenberg, Evertsoord en Sevenum. In deze analyse dienen ook mogelijke uitbreidingen van Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven meegenomen te worden als geheel.
In deze analyse dient onder andere meegenomen te worden: geluid, fijnstof, verkeersoverlast, leefomgeving, natuur, klimaat, etc. Beantwoording De toelichting bij het bestemmingsplan bevat in zijn geheel de afweging van de affecten van de ontwikkeling op de omgeving en daarmee de leefomgeving van omwonenden. Op grond van
bovenstaande is niet duidelijke welke afwegingen nog ontbreken. Verder wordt voor het positieve effect op de leefomgeving verwezen naar de beantwoording onder 5. Bij de onderbouwing van een bestemmingsplan voor een ontwikkeling moet het bestemmingsplan beschrijven wat het effect is op de omgeving als gevolg van de betreffende ontwikkeling. Een uitgebreide effectbeschrijving van alle ontwikkelingen in de omgeving tezamen kan zeker inzicht geven maar is in het kader van een specifiek bestemmingsplan geen beoordelingscriterium. Een integrale beoordeling op de door indiener aangegeven punten is op dit moment niet aan de orde. In het kader van de omgevingsvisie zal dat mogelijk worden beoordeeld. Het bestemmingsplan voor Grandorse zal hier niet op wachten, de onderzoeksresultaten voor de ontwikkeling van Grandorse geven daar geen aanleiding toe. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 7. Verbied gebruik van helikopters De indieners van de zienswijze willen dat in het bestemmingsplan het gebruik van o.a. overlast veroorzakende transport, zoals helikopters, expliciet worden verboden. Beantwoording Het is niet zondermeer mogelijk om buiten een vliegveld met een helikopter te landen en op te stijgen.
Daarvoor is een speciale ontheffing nodig van de provincie voor dit verbod als het terrein voldoet aan bepaalde eisen. Deze ontheffing betreft een tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG). De gronden van Grandorse zijn niet als vliegveld aangewezen waardoor de bedoelde ontheffing noodzakelijk is in geval van een tijdelijke uitzondering. Het bestemmingsplan regelt hier niets over en de gemeenteraad is ook niet het bevoegd gezag voor deze ontheffing. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 8. Buitenproportionele vernieling van buitengebied a. Het plan bevat een grote verstedelijkingsopgave met 11 nieuwe bedrijven, 2 bedrijfswoningen per bedrijf en 15 long stay appartementen per bedrijf, de hippische boulevard, 2 hulpbedrijven, parkeergelegenheid, diverse evenementen en 34 ha nieuw groen. Wie betaalt dat? Behalve de compenserende natuur is het een vernieling van km2 buitengebied. Beantwoording Het buitengebied is in transitie. In ons buitengebied is van oudsher veel veeteelt aanwezig. Een flink aantal van die bedrijven zijn geïntensiveerd, anderen stoppen, soms als gevolg van de opkoopregelingen. De natuur staat onder druk en heeft een impuls nodig. Tegelijkertijd moet het buitengebied ook economisch rendabel zijn voor degenen die er wonen en werken.
De hippische branche is een nieuwe vorm van bedrijvigheid die veel minder effect heeft op de omliggende natuur, past in de regio en een economische drager is juist met het oog op het behoud van het buitengebied. In de perceptie van de gemeente is er geen sprake van vernieling van het buitengebied, maar van een verandering van het buitengebied. Dat is echter uiteraard subjectief; ieder zal het anders ervaren. De ontwikkelingen die nu gaande zijn en in de toekomst verder
zullen plaatsvinden voor Grandorse bevorderen in iedere geval de biodiversiteit. Dat is voor de gemeente heel waardevol. In het verleden bevonden zich in het gebied veel maisakkers en intensief beheerde weilanden waar geen haas, konijn, fazant of patrijs aanwezig was. Met deze ontwikkelingen zien we die soorten weer terugkeren. De ontwikkelingen worden betaald door de initiatiefnemers/kopers van de kavels. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Het plan bevat veel afwijkingen. Indieners willen duidelijkheid over de reikwijdte van elk van de afwijkingen. Beantwoording In het bestemmingsplan zijn inderdaad een aantal afwijkingen opgenomen. De in het plan opgenomen afwijkingen zijn relatief beperkt en grotendeels overgenomen van de reeds bestaande plannen en planologische mogelijkheden. Dit betreft onder meer het verhogen van de toegestane hoogte van erfafscheidingen alsmede oprichting van een gebouw ten behoeve van recreatief medegebruik. Daarnaast zijn afwijkingen toegevoegd ten behoeve van vestiging van eventuele hippische hulpbedrijven, toevoeging van extra longstay appartementen en/of een tweede bedrijfswoning. De afwijkingen zijn in de regels zelf afgebakend. Meer ruimte dan op grond van de bepalingen zelf kan niet worden gegeven met de afwijkingen die het bestemmingsplan heeft.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Dit plan heeft niets van de "Horster" maat en dient aangepast te worden. Beantwoording Het gebied is sinds oudsher in gebruik door veehouderij (al dan niet intensief). Veehouderij heeft een groot negatief effect op de kwetsbare Peelbergen. Vanuit die optiek is het gebied al geruime tijd aangewezen voor recreatieontwikkeling. De hippische ontwikkelingen van Grandorse horen daarbij. De ruimtelijke effecten zijn vergelijkbaar met de oude gebruiksmogelijkheden voor veehouderij: grote percelen met bedrijfsgebouwen en stallen voor het onderbrengen van vee. De ontwikkeling van Grandorse past daarmee juist wel binnen de ‘Horster maat’. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d. Is het op grond van de structuurvisie mogelijk om winkels te vestigen op een bedrijventerrein? Beantwoording Het is niet helemaal duidelijk wat met deze vraag bedoeld wordt. Het bestemmingsplan biedt geen ruimte voor bedrijventerreinen. Winkels zijn mogelijk, in een specifieke sector (hippisch) en alleen op de Hippische Boulevard. Deze koppeling past bij de visie die in 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 9. De gemeente moet haar verantwoordelijkheid nemen t.a.v. milieu, klimaat en leefomgeving a. Blz. 37: Dit is een majeur economisch project: veel spin-off, veel extra bedrijven. Het begrip "spin-off" is ongedefinieerd en laat onbegrensde mogelijkheden voor ontwikkelingen. Als dit plan door zou gaan, dienen hier duidelijke begrenzingen/kaders te worden aangegeven. Dit lijkt weer dezelfde kant op te gaan van Greenport: te grote aanslag op de leefomgeving van de inwoners, te grote aanslag op natuur en milieu, te weinig afbakening, te veel mogelijke uitzonderingen, etc. Beantwoording In het bestemmingsplan is duidelijk beschreven welke ontwikkelmogelijkheden het plan biedt. De ruimte die Greenport had in het oorspronkelijke plan is en moest later nog worden uitgewerkt in uitwerkingsplannen. Dat is voor Grandorse anders. Voor Grandorse is duidelijk waar de ontwikkelingen mogelijk zijn en welke randvoorwaarden gelden. Greenport en Grandorse is derhalve niet vergelijkbaar ook niet in het effect op de omgeving. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
Antonio Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft gezegd: „We zitten op een snelweg naar de klimaathel, met onze voet nog steeds op het gaspedaal." Die voet op het gaspedaal is heel vaak de overheid: we zien vaak het gedrag van de vorige eeuw: meer, steeds meer, heel veel meer. De overheid wil dat de inwoners met veel zaken minderen t.b.v. milieu en klimaat. Wat doet de gemeente zelf op het gebied van 'minderen' t.b.v. milieu, klimaat en de leefomgeving van de inwoners? De indieners van de zienswijze willen dat dit plan herzien wordt, en dat de Visie Hippische zone Park de Peelbergen, die lang geleden in 2016 vastgelegd werd, opnieuw bekeken en vastgesteld wordt, waarbij met bovengenoemde argumenten rekening gehouden wordt. En waarbij de inwoners betrokken worden. Beantwoording Er is geen aanleiding om de visie Hippische zone Park de Peelbergen aan te passen. Na vaststelling van de visie is het opstellen van het bestemmingsplan voor Grandorse een van de uitwerkingen om de visie juridisch-planologisch te borgen. Van groot belang is dat de ontwikkeling markt gestuurd plaatsvindt. Dat wil zeggen dat de gemeente niet zelf actief tot ontwikkeling over gaat, maar afwacht tot er een initiatief wordt ingediend. Daarbij gelden op dat moment de wettelijke regels voor klimaat en energie. Daar zullen de initiatieven ook aan moeten voldoen.
Daarnaast geeft dit bestemmingsplan invulling aan de transitie van het buitengebied waarbij intensieve veehouderij bij het natuurgebied “De grote Peel” vervangen worden door nieuwe vormen van economische dragers en natuur- en landschapsgronden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
10. Een verkeersanalyse en een verkeersplan voor Toverland, Grandorse, de Schatberg etc. a. Door de MER-commissie wordt geconstateerd dat de verkeersdruk soms een probleem kan worden. In dit plan is standalone gekeken. Er is geen samenhang met de huidige en toekomstige verkeersstromen van Toverland, De Schatberg, heerlijkheid Sevenum en 60Seven Beantwoording Het is juist dat de MER-commissie dat advies gegeven heeft. In het bestemmingsplan kan de beoordeling voor de verschillende ontwikkelingen tezamen echter niet plaatsvinden. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 6 en de beantwoording van zienswijze A onder 1. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Het is nodig om afspraken te maken met Toverland en Grandorse, dat er geen evenementen tegelijkertijd zijn. De indieners van de zienswijze willen dat, indien deze plannen mogelijk worden gemaakt, alle maatschappelijke kosten en alle kosten van investeringen vanaf het begin bij de gebruikers in rekening moeten worden gebracht. Beantwoording Het is juist dat afstemming tussen de evenementen op Grandorse en Toverland wenselijk is als de doorstroming van het verkeer in het geding zou zijn. Bij het afwegen van een evenementenvergunning zal de gemeente eventuele samenloop ook betrekken.
Dat wil niet zeggen dat evenementen niet gelijktijdig kunnen plaatsvinden, maar zou wel kunnen betekenen dat bijvoorbeeld maatregelen voor de verkeersgeleiding op elkaar afgestemd worden om zo te voorkomen dat onaanvaardbare problemen in de afwikkeling van het verkeer optreden. Dit betreft echter geen zaak van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is wel aangegeven welke typen evenementen zijn toegestaan en welke voorwaarden daaraan gesteld worden vanuit het ruimtelijk perspectief. De gemeente heeft daarnaast regels ten aanzien van openbare orde en veiligheid die bij de afweging van een vergunningaanvraag voor evenementen worden betrokken. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Als in de toekomst blijkt dat er verkeersproblemen ontstaan moeten Grandorse en Toverland gezamenlijk zorgen voor een oplossing en de oplossing betalen. Beantwoording De ontwikkelingen van Grandorse, Toverland en andere initiatieven in het Peelgebied leiden in zijn totaliteit tot een toename van het verkeer (los van de autonome groei). Over het treffen van maatregelen om de doorstroming te garanderen worden afspraken gemaakt met de betreffende bevoegde gezagen. Vooralsnog is niet de verwachting dat de ontwikkeling van Grandorse op zichzelf zal leiden tot verkeersproblemen.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
d. Alle maatschappelijke kosten en kosten van investeringen moeten bij de gebruikers in rekening worden gebracht Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder 5. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e. Het verkeersonderzoek is in 2018 gedaan en is volgens indieners niet meer actueel. Beantwoording Dat is juist. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze A onder 1. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan en het MER in die zin dat een actualisatie van het verkeersonderzoek en eventueel daarmee samenhangende onderzoeken zullen worden uitgevoerd en verwerkt in het plan voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. f.
Indieners willen een geactualiseerde verkeersanalyse en een geactualiseerd verkeersplan voor Toverland, Grandorse, Heerlijkheid Sevenum, Schatberg, 60Seven, etc.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder 6 en de beantwoording van zienswijze a onder 1. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. g. Zijn de zware paardenvrachtwagens, de grote campers en de auto’s van personeel meegenomen in het bepalen van het aantal parkeerplaatsen? Beantwoording Ja, zoals ook beschreven in de aanvulling MER uit 2023 is voor de bepaling van de parkeerbehoefte uitgegaan van een worst case benadering, waarin alle voertuigen zijn meegenomen die voor Grandorse relevant zijn, waaronder ook maximaal 120 paardentrailers. Voor de reguliere evenementen/wedstrijden met bezoekersaantallen (incl. deelnemers) onder de 1.000 personen kan volledig geparkeerd worden op de bestaande parkeerplaats bij het PEC, met een capaciteit van 2.250 parkeerplaatsen. En is er ten zuiden van de hippische boulevard ook nog plek voor 750 parkeerplaatsen. Bij de incidentele grotere evenementen met maximaal 10.000 personen zijn er worst case 4.200 parkeerplaatsen nodig. Het voornemen voorziet hiertoe in 2 overloop parkeergebieden, die samen ruimte kunnen bieden aan 2.000 tot 2.250 extra parkeerplaatsen. Daarmee is voldoende parkeercapaciteit beschikbaar. In totaal kan het gebied voorzien in 5.500 tot 6.000 parkeerplaatsen als alle extra capaciteit benut wordt.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 11. Zorgen om fijnstof a. Er zal een toename van fijn stof zijn in een regio die al ongezond is qua fijnstof. Er dient onderzocht te worden hoeveel de toename van fijnstof zal zijn, in samenhang met de hoeveelheid fijnstof die nu en in de toekomst t.g.v. Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum, 60Seven uitgestoten wordt en zal gaan worden. Beantwoording De effecten voor luchtkwaliteit zijn onderzocht en beschreven in paragraaf 6.5.3 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Als gevolg van de (intensieve) veehouderijen in de omgeving is er relatief veel fijnstof. Het stoppen van deze bedrijven heeft daarop een zeer gunstig effent. De ontwikkeling van de hippische percelen heeft een veel minder groot effect op fijnstof. Per saldo is er dus juist minder fijnstof als gevolg van de activiteiten in dit gebied. Voor de beantwoording waarom alleen het plan beoordeeld is, wordt verwezen naar de beantwoording onder 6 en zienswijze A onder 1. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Ook de uitstoot van fijnstof en zware metalen van de vuurwerkshows van Toverland dient hierin meegenomen te worden.
Beantwoording De effecten als gevolg van de vuurwerkshows van Toverland zijn onderbouwd in het bestemmingsplan voor Toverland. De beoordeling van effecten van ontwikkelingen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan kunnen we niet meenemen in het bestemmingsplan van Grandorse (zie ook de beantwoording onder 6 en de beantwoording bij zienswijze A onder 1). Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Om dit fijnstof probleem niet groter te laten worden, dienen de gebieden van Toverland, Grandorse en andere nabijgelegen gebieden niet toegankelijk te zijn voor dieselmotoren. Net zo dient het gebruik van diesel gedreven generatoren onmogelijk te worden gemaakt. Beantwoording Dat is op zich een mooi streven, maar voor dit bestemmingsplan niet relevant en het is ook geen ambitie van de gemeente om dit door te voeren. Met de onderzoeken voor fijnstof is gerekend met de dieselmotoren zoals dat wettelijk is voorgeschreven. Er wordt daarmee voldaan aan de geldende normen. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat deze maatregelen noodzakelijk zijn. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
12. Alarmerende conclusies in rapport natuurwaardenonderzoek. De Milieu Federatie Limburg gaat over dit onderwerp een eigen zienswijze indienen. Beantwoording Voor de beantwoording van de zienswijzen van de Milieu Federatie Limburg wordt verwezen naar zienswijze D. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 13. Natuur moet beschermd worden a. Volgens paragraaf 4.2.2 van de toelichting verdwijnt een deel van de Goudgroene Natuurzone. Dit mag schijnbaar met nieuwe natuur gecompenseerd worden. Beantwoording Het is juist dat natuur dat aangetast wordt mag worden gecompenseerd of gesaldeerd met nieuwe natuur. Dat mag niet zondermeer. De gemeente Horst aan de Maas en de provincie Limburg hebben daarvoor een gezamenlijk proces doorlopen om te bepalen hoe groot de saldering moet zijn en van welke kwaliteit. Inmiddels is in een overeenkomst vastgelegd welke inspanningen de gemeente moet doen om de aantasting van de Goudgroene Natuur te compenseren of salderen. De opgave die de gemeente heeft is qua oppervlakte groter dan de oppervlakte die aangetast wordt. Het bestemmingsplan (met bijbehorend salderingsplan) is in overeenstemming met deze overeenkomst. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b.
Is de overloop parkeerplaats van 4,3 ha meegeteld als natuur? Beantwoording Verondersteld wordt dat de overloopparkeerplaats aan de Schorfvenweg bedoeld wordt. Deze gronden zijn niet meegerekend als natuur. Niet in de bestaande situatie en niet in de nieuwe situatie. Het betrof agrarische gronden en geen natuurgronden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Vele voorbeelden (Greenport, kasteelruinen etc.,) hebben aangetoond dat natuur en cultuur bij het college niet in veilige handen is. Besluiten vallen steeds opnieuw uit in het belang van de "economie". Beantwoording Voor het bestemmingsplan Grandorse is natuur aangetast en ruimschoots gesaldeerd. Zie ook de beantwoording onder a.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d. Uit het MER blijkt dat het plan kan leiden tot vernietiging van het Natuurnetwerk en verstoring van de genoemde soorten en vernietiging van hun leefgebied. Het MER beschrijft wel mogelijkheden om deze effecten te verminderen, maar maakt niet duidelijk of deze voldoende zijn om ervoor te zorgen dat het plan uitvoerbaar is met het oog op de soortbescherming. Beantwoording In samenspraak met de ecologen van de provincie Limburg en de dassenwerkgroep is een salderingsplan opgesteld. In de aanvulling op de MER is aangegeven dat toepassing van het opgestelde salderingsplan, inclusief dassenplan een versterking en kwalitatieve verbetering in het gebied oplevert voor zowel landschap als voor de aanwezige flora en fauna. Alle werkzaamheden worden onder toezicht van de Bosgroep uitgevoerd op basis van het gemeentelijk bos- en natuurbeheerplan. Met de inrichting van de nieuwe natuurpercelen worden er extra oppervlakte gevarieerde natuur toegevoegd en bestaande natuurpercelen met elkaar verbonden, waarmee een meer aaneengesloten natuurnetwerk ontstaat en sprake is van een aanzienlijke toename van de ecologische waarde van het gebied. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e.
Over verlichting merkt de Commissie op dat dit aspect niet in het MER is bekeken. Beantwoording In de aanvulling op de MER is hier alsnog nader op ingegaan, waarin staat beschreven dat de aanvullende gebruiksregels de effectafstand verkleint en nachtelijke lichthinder voor flora en fauna in de natuurzones voorkomt. In het bestemmingsplan is ambtshalve in de gebruiksregels toegevoegd dat verlichtingsarmaturen een naar beneden gerichte uitstraling dienen te hebben en de verlichtingssterkte buiten een bestemmingsvlak niet meer dan 1 lux mag bedragen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. In de gebruiksregels (artikel 5.3.3, 7.3.2 en 10.3.4) is toegevoegd dat dat lichtmasten dienen te zijn voorzien van natuurvriendelijke verlichting, armaturen een naar beneden gerichte uitstraling dienen te hebben en de verlichtingssterkte buiten een bestemmingsvlak niet meer dan 1 lux mag bedragen. f.
De indieners van de zienswijze willen dat de natuur beschermd wordt en dat hiervoor harde kaders afgesproken worden en bovenstaande punten meegenomen worden.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder a tot en met e.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij de beantwoording onder a tot en met e. g. In de aanvulling op het MER 2023 staat op blz. 11 dat een deel van de Kronenbergerheide en delen van het plangebied zijn aangewezen als verzuring gevoelig voor ammoniak. In de Omgevingsverordening van 2021 is dit door de Provincie ingetrokken. Dit deel van de natuur komt dus onder druk te staan. Het is wonderlijk dat de Provincie dit heeft ingetrokken en onbegrijpelijk, tenzij het nodig was om deze ongewenste ontwikkeling mogelijk te maken. De indieners van de zienswijze willen dat er een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd om te zien of deze ontwikkeling verdedigbaar is in relatie tot de gevoeligheid van de natuur. Beantwoording De verantwoording voor het intrekken van deze aanwijzing door de provincie is opgenomen in de motivatie bij de omgevingsverordening. Er ligt geen koppeling met het mogelijk maken van de ontwikkelingen van Grandorse. Bij de beoordeling van de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn alle door hogere overheden aangewezen kwetsbare gebieden betrokken. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 14.
Indieners willen dat alle uitbreidingen van Grandorse energieneutraal zijn vanaf het begin en dat tenminste alle daken vol gelegd dienen te worden met zonnepanelen. Beantwoording Deze verplichting om de ontwikkelingen volledig energie neutraal te moeten uitvoeren kan de gemeente niet opnemen in het bestemmingplan. Dat is op grond van de geldende wetgeving niet toegestaan. Wel zal er in overleg met initiatiefnemers gekeken worden welke optimalisaties er mogelijk zijn als een initiatief wordt ingediend. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 15. Indien geïnvesteerd moet worden in de riolering, ook buiten het bestemmingsplan gebied dient tevoren voor gebruikers duidelijk te zijn dat deze kosten door de gebruikers opgebracht moeten worden. De indieners van de zienswijze vinden dat de "poeper" moet betalen en niet de inwoner. Beantwoording Dit is geen zaak van het bestemmingsplan. Bovendien is dit al gerealiseerd. Voor een verantwoording over de kosten wordt verwezen naar de beantwoording onder 5. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
16. Stikstof a. De wet is duidelijk: in 2025 moet minimaal 40% van de beschermde natuur een gezond stikstof niveau hebben. Wat is het plan om dit doel voor de Peel te gaan halen? Beantwoording Het bestemmingsplan voor Grandorse is een plan dat zich richt op de vermindering van de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Voor de plannen van rijk en provincies om de stikstofreductie op de Deurnsche Peel & Mariapeel en de Groote Peel terug te dringen verwijzen we naar o.a. TK-brieven, het Limburgs Offensief Stikstof en de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof. In hoofdstuk 6 van de Passende Beoordeling van het bestemmingsplan Grandorse is hier kort op ingegaan. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat in de passende beoordeling nader ingegaan wordt op de stikstofreductie. b. Ammoniak en NOx zijn niet uit te wisselen. De verspreiding van nitreuze en ammoniak zijn totaal verschillend van aard. Indieners willen dit door een echte onafhankelijke deskundige uitgelegd krijgen en gecontroleerd hebben. Beantwoording Zowel de emissie van ammoniak en stikstofoxiden even als de gevolgen daarvan op de stikstofdepositie zijn onderzocht en beschreven. Onder anderen is deze beschrijving terug te vinden in de Passende Beoordeling van het bestemmingsplan Grandorse.
Er zijn inderdaad verschillen in de verspreiding en de depositie-effecten, maar dat betekent niet dat deze emissie- en deposities niet in samenhang bekeken moeten worden, o.a. bij de saldering van effecten. Zie verder hoofdstuk 6 van de Passende Beoordeling. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Bovendien wordt de hoeveelheid NOx (verkeer) niet meegenomen in de hoeveelheid uitgestoten stikstof. Beantwoording Stikstofeffecten t.g.v. verkeer zijn meegenomen in de berekening van de stikstofeffecten. Zie o.a. hoofdstuk 5 van de Passende Beoordeling. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. d. Hoeveel stikstof gaat er in Grandorse geproduceerd worden en hoeveel komt hiervan terecht in de diverse Natura2000 gebieden? Beantwoording De stikstofeffecten t.g.v. het benutten van de planologische mogelijkheden voor verkeer zijn beschreven in de Passende Beoordeling. Zie o.a. hoofdstuk 5 van de Passende Beoordeling.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. e. Hoeveel stikstof is dat voor Toverland, De Schatberg, Heerlijkheid Sevenum en 60Seven? Beantwoording Het bestemmingsplan Grandorse richt zich niet op het mogelijk maken van de genoemde functies. De stikstofeffecten als gevolg van ontwikkelingen bij die functies zijn- of worden in het kader van ruimtelijke besluiten over die ontwikkelingen beoordeeld. Voor alle ontwikkelingen geldt dat een eventuele toename van de stikstofbelasting op Natura2000-gebieden gesaldeerd moeten worden. Hierbij kan onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de Depositiebank De Peelbergen. De stikstofruimte van de saldo-gevers die voor Grandorse worden ingezet, kunnen daar niet voor benut worden. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. f.
Waarom wordt niet gerekend met het maximaal aantal paarden en de bezoekende paarden, zoals de MER-commissie adviseert?
Beantwoording De stikstofeffecten t.g.v. het benutten de planologische mogelijkheden worden inderdaad sterk bepaald door het totaal aantal paarden en de verdeling van het aantal paarden per kavel/deelgebied. Maar dit is niet de enige bron voor stikstofemissie. Ook andere effecten, zoals effecten t.g.v. verkeer zijn daarbij van belang. Daarom is er een stikstofplafond opgenomen. De gezamenlijke toename van de veroorzaakte stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige overbelaste habitatten in Natura 2000-gebieden mag niet groter dan de gezamenlijke depositie van de saldogevers die door de gemeente Horst aan de Maas zijn verworven t.b.v. Grandorse en zijn ingebracht in de depositiebank De Peelbergen, ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan Grandorse. Zie verder de Passende Beoordeling van het bestemmingsplan Grandorse. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. g. Welk deel van de stikstofproductie wordt gecompenseerd door het opkopen van stikstof uitstoters? Beantwoording Dit is uitgewerkt in de Passende Beoordeling. De stikstofemissie en stikstofdepositie van de saldo-gevers is veel groter dan de stikstofemissie en stikstofdepositie t.g.v. het benutten van de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan.
Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER door in de Passende Beoordeling een overzicht toe te voegen van de in de stikstofbank ingelegde stikstofrechten en een indicatie van de benodigde rechten voor de nieuwe activiteiten. h. Hoeveel is de netto toename van de stikstof in de diverse Natura2000 gebieden? Beantwoording Na saldering is er geen sprake van een toename van de stikstofdepositie maar van een afname van de stikstofdepositie op de omliggende Natura2000-gebieden. Dat is uitgewerkt in de Passende Beoordeling. In de Passende Beoordeling (hoofdstuk 5) is ook ingegaan op de stikstofemissie- en depositie zonder saldering. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER door in de Passende beoordeling uiteen te zetten dat het resultaat van de saldering uiteindelijk leidt tot een afname van stikstofdepositie. i.
Voor de belasting van de natuurgebieden kan niet elke activiteit afzonderlijk beoordeeld worden op de toegestane grenswaarden voor depositie. Het dient het totaal van stikstof te zijn voor deze activiteiten samen.
Beantwoording In het stikstofonderzoek dat is uitgevoerd en beschreven in de Passende Beoordeling is ingegaan op de stikstofeffecten van alle ontwikkelingen samen. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER in die zin dat het stikstofonderzoek wordt geactualiseerd en dat nadrukkelijker in beeld gebracht wordt dat alle nieuwe activiteiten gezamenlijk in worden beschouwd. j.
De indieners van de zienswijze willen een gedegen onafhankelijk stikstofonderzoek, voor alle geplande ontwikkelingen, waarbij het verkeer ook meegenomen wordt en waarbij bovenstaande vragen beantwoord worden.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder i en de beantwoording onder 6 alsmede de beantwoording van zienswijze A onder 1. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER.
Reclamant 4 1. Salderingsplan is niet uitgevoerd a. er zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd die effect hebben op natuur, zonder dat daar natuur voor is teruggebracht op basis van het salderingsplan: i. Verbreden en verharden van een onverharde weg (nu de Travers, uitgevoerd). De Travers overlapt deels het Natuurnetwerk. Voor de aanleg is bos gekapt. ii. Verbreden Kulbergweg waarbij de bestaande laanbeplanting is gekapt en nieuwe laanbeplanting is aangeplant. De verbrede weg en bermen overlappen het Natuurnetwerk. Voor de aanleg is bos gekapt. iii. De aanleg van een ruiterpad langs de Travers. Het ruiterpad overlapt het Natuurnetwerk en voor de aanleg is bos gekapt. iv. Aanbrengen van verlichting langs de wegen (Kulbergweg en Travers); v. Het kappen van een bosperceel en het bouwen van de hippische accommodatie op Travers 47; vi. Het bouwen van een opstal ten oosten van de Travers ter hoogte van ECdP; vii. Het kappen van bos in natuurgebied de Heesberg ten behoeve van de aanleg van een ruiterpadenroute (eventingroute) met kunstmatige niveauverschillen. Dit gebied ligt in het Natuurnetwerk; viii. Aanleg van een ruiterbrug over de Peelstraat; ix. Uitbreiding van manege d’n Umswing Beantwoording Het is correct dat bij de eerdere verstoring van de natuur niet altijd juist is omgegaan met de verplichtingen om te salderen of compenseren.
De gemeente is daar door de provincie ook op aangesproken. Het salderingsplan voorziet in de saldering van alle aangetaste natuur vanuit eerdere ingrepen. De bovengenoemde gevallen zijn betrokken in het salderingsplan voor zover het ook betrekking heeft op aangewezen natuur (en niet alleen ‘gewoon’ groen). In reactie op bovenstaande punten het volgende: i. Dit is juist en is in het salderingsplan opgenomen. ii. Een deel van de weg en bermen overlappen het Natuurnetwerk en zijn meegenomen in het salderingsplan. De laanbeplanting is verplant en er zijn tientallen nieuwe bomen aangeplant. Dit valt buiten het salderingsplan. iii. Dit is juist en is in het salderingsplan opgenomen. iv. Dit is juist maar valt niet in het salderingsplan omdat het geen natuur betreft. v. Dit is juist en is in het salderingsplan opgenomen. vi. Verondersteld is dat dit gaat om Emmers. Hiervoor zijn geen bomen gekapt of andere beplanting gerooid. Dit valt buiten het salderingsplan. vii. Dit is juist en is in het salderingsplan opgenomen. viii. Hiervoor zijn bomen gerooid die zijn her-plant in de directe omgeving. Dit valt buiten het salderingsplan. ix. De uitbreiding heeft plaatsgevonden op het evenemententerrein en niet op natuur. Dit valt buiten het salderingsplan. Het oefenterrein van de eventing is wel in het salderingsplan opgenomen.
De gekapte bomen, die buiten het salderingsplan vallen, zijn ruimschoots gecompenseerd elders in het gebied.
De provincie heeft ingestemd met het salderingsplan. Door het tekenen van de overeenkomst heeft de gemeente zich ook geconformeerd aan de uitvoering ervan. In de afgelopen jaren is al een deel van de nieuwe natuur aangelegd, deze gronden ontwikkelen zich nu tot natuur. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Uit het MER blijkt dat het plan kan leiden tot vernietiging van het natuurnetwerk en verstoring van soorten en vernietiging van hun leefgebied. Het MER beschrijft wel de mogelijkheden om deze effecten te verminderen maar maakt niet duidelijk of deze voldoende zijn om ervoor te zorgen dan het plan uitvoerbaar is. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze C onder 13 d. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. c. Volgens Bureau Meerveld dat het Salderingsplan heeft opgesteld is er nog geen invulling gegeven aan de uitvoering van het Salderingsplan. In de toelichting van de Beleidsregel Natuurcompensatie Limburg is als belangrijkste randvoorwaarde van de beleidsregel vermeld, dat het van groot belang is dat de compensatie vóór aanvang van de activiteit gerealiseerd is. Een aanzienlijk deel van het plangebied ligt in het Natuurnetwerk Limburg en de Groenblauwe mantel.
Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder a. Er wordt nu op verschillende plekken uitvoering gegeven aan het salderingsplan, zodat voorafgaand aan de verdere verstoringen de saldering heeft plaatsgevonden. De verbindingen zijn (deels) hersteld en daar waar mogelijk verbeterd. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. 1. Hi 2. Meer aandacht nodig voor natuurvriendelijke verlichting. a. De Commissie m.e.r. merkte op dat de effecten van extra verlichting op dieren en mensen in het MER niet bekeken waren en ook eventuele maatregelen zijn niet uitgewerkt. In de Aanvulling MER en het bestemmingsplan zijn inmiddels enkele regels opgenomen. Er is echte niets over het aantal Lux gezegd, terwijl een geringe lichtsterkte voor vleermuizen al een negatief effect heeft. Beantwoording Het is juist dat in het bestemmingsplan geen lichtsterkte is geregeld. Onderzocht wordt of tot een algemene lichtsterkte kan worden gekomen voor het plan. Overigens is de vereiste dat gebruik gemaakt wordt voor faunavriendelijke LED-verlichting juist ook bedoeld voor de vleermuizen. Deze verlichting heeft een bepaalde kleur die geen (of minder) verstorend effect heeft voor vleermuizen.
Verder wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze C onder 13e. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER, zoals beschreven bij zienswijze C onder 13e. b. De NMF (natuur- en milieufederatie red.) Limburg adviseert om aanvullingen met betrekking tot natuurvriendelijke verlichting nog in het bestemmingsplan op te nemen en verwijst hiervoor naar de factsheet Natuur en verlichting, die door de Natuur en Milieufederatie Noord-Holland in samenwerking met de provincie Noord-Holland is opgesteld. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder a. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER zoals beschreven onder a. 3. Geen harde eisen voor duurzame energie en natuur inclusief bouwen a. De Commissie m.e.r. heeft geconstateerd dat er in het MER nauwelijks aandacht is besteed aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en het duurzaam opwekken van energie in het plangebied. Er ontbreken voorstellen voor klimaatadaptatie. In de Aanvulling MER wordt hier wel op ingegaan, maar ontbreekt het aan harde eisen. De NMF Limburg wil dat in het bestemmingsplan harde eisen worden gesteld aan het duurzaam opwekken van energie Beantwoording De verplichting voor het opwekken van duurzame energie kan de gemeente niet opnemen in het bestemmingplan.
Dat is op grond van de geldende wetgeving niet toegestaan. Wel zal er in overleg met initiatiefnemers gekeken worden welke mogelijkheden er zijn voor het opwekken van duurzame energie. Op de gebouwen van het PEC zijn inmiddels zonnepanelen aangebracht. Bij ieder initiatief zal de gemeente inzetten op opwekking van duurzame energie. Wijziging bestemmingsplan of MER De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan dan wel het MER. b. Er wordt met geen woord gesproken over natuur inclusief bouwen. Bij de bouw zouden nestvoorzieningen voor vogels en verblijfplaatsen voor vleermuizen opgenomen moeten worden. Beantwoording Het opleggen van een verplichting om nestkasten te integreren kan als er een direct verband is met verstoring van soorten. In alle andere gevallen is het op grond van de huidige wetgeving niet toegestaan dergelijke voorzieningen verplicht te stellen. Wel zal met de initiatiefnemers het gesprek worden gevoerd en gewezen op de meerwaarde van het toepassen van het principe natuur inclusief bouwen. Per initiatief zal dan ook beoordeeld moeten worden welke voorzieningen zinvol zijn. De gemeente is ondertussen ook bezig om beleid en richtlijnen op te