CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03d Toelichting

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen17.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Perceel 2944 ten zuidwesten van het plangebied, aan de overzijde van de Molenstraat, is wél aangeduid als landbouwareaal conform de basisregistratie gewaspercelen (in gebruik voor de teelt van sierheesters en klimplanten) en planologisch voorzien van een agrarische bestemming. Maar een klein deel van de 50 m zone rondom de beoogde plattelandswoning valt over het voorste gedeelte van dit perceel. Het is de bedoeling de agrarische functie op dit perceel op korte termijn te staken en om te zetten naar een woonfunctie met als doel hier een woning te bouwen als versterking van het bebouwingslint van de Molenstraat. De eigenaar van betreffend perceel is vooruitlopend daarop akkoord met het uitsluiten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het deel van het perceel binnen 50 van de functieaanduiding voor het gebruik als plattelandswoning. Op dit deel is de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ opgenomen. Hiermee is het (bedrijfsmatige) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitgesloten. De eigenaar heeft het perceel verpacht aan een pachter die de feitelijke agrarische bedrijfsvoering op dit perceel uitvoert. Eind 2026 loopt deze pachtovereenkomst af en wordt de agrarische bedrijfsvoering op dit perceel feitelijk gestaakt. Gelet op het belang van de pachter zal het verbod op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen ingaan op 1 januari 2027.

Gelet op deze korte overgangsperiode zullen gezondheidsaspecten niet onevenredig worden aangetast. 40

Door het opnemen van de ‘milieuzone – spuitvrije zone’ wordt uitgesloten dat op deze agrarische gronden (bedrijfsmatig) gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden. Met het toepassen van deze milieuzone komen de belemmeringen door het (bedrijfsmatig) gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen te vervallen en kan worden voldaan aan de vuistregel van 50 meter. Zodoende kan in de woning een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd.

41

6 JURIDISCHE PLANVORM

6.1

Algemeen

Het voorliggende TAM-omgevingsplan bestaat uit de regels, plankaart en deze motivering. De plankaart en regels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

6.2

Planregels

Voor dit TAM-omgevingsplan is het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” als basis gebruikt (zoals dat thans voor het plangebied geldt). Mede op basis van de transponeringstabel van de VNG zijn de regels vervolgens omgezet naar regels passend binnen de kaders van de Omgevingswet. Hoofdstuk 1 bevat onder meer de begripsbepalingen, het toepassingsbereik en de meet- en rekenbepalingen. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de functies en activiteiten die op de plankaart aan de gronden zijn toegekend. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die op het gehele plangebied of delen daarvan van toepassing zijn.

42

7

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

7.1

Participatie

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen/afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Initiatiefnemer heeft in het kader van de omgevingsdialoog, voorafgaand aan de feitelijke procedure, de volgende direct betrokkenen benaderd: 1) Eigenaar percelen 4895 en 4896 2) Eigenaar Molenstraat 16a 3) Bewoners Molenstraat 18 4) Bewoners Molenstraat 20 5) Bewoners Molenstraat 21 6) Bewoners Molenstraat 23 7) Bewoners Molenstraat 25 8) Eigenaar perceel 2944 De eigenaren c.q. omwonenden hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de functiewijziging van desbetreffende woning en kunnen zich positief vinden in het initiatief.

7.2

Vooroverleg

Bij de voorbereiding van dit omgevingsplan heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met betrokken instanties zoals het waterschap. Vanwege de aard en beperkte omvang van het initiatief is hiervan afgezien. Wel zijn betrokken instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerpbesluit; van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.

7.3

Procedure

Het ontwerpbesluit heeft van 17 december 2025 tot en met 27 januari 2026 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is één schriftelijke zienswijze ingediend. In de opgestelde zienswijzenota is de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.

43

8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten over: ▪ nadeelcompensatie. Los van het kostenverhaal is initiatiefnemer leges verschuldigd voor het wijzigen van het omgevingsplan. Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is de functiewijziging financieel uitvoerbaar.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078301/1