CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03d Regels Horsterweg 88 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: BIJLAGEN8.112 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regels TAM-Omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22t Horsterweg 88 Grubbenvorst’ Vastgesteld

Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de ontwikkeling op de locatie ‘Horsterweg 88 Grubbenvorst’ en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22t) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening bedoeld in artikel 1.2.1 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. ,

,

,

,

De in dit op https://omgevingswet. overheid. nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22t van het omgevingsplan van de gemeente Horst aan de Maas. In de in dit deel weergegeven artikelen moet in de artikel kop na het woord 'Artikel' en de spatie '22t' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage' na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22t' gelezen worden. ,

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Toepassingsbereik Meet- en rekenbepalingen Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod

Hoofdstuk 2

Functies en activiteiten

• • • • • •

• • • •

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Hoofdstuk 3 • • • • •

Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Hoofdstuk 4 •

Artikel 16

Agrarisch Waarde – Archeologie 4 Waarde – Archeologie 6 Waarde – Beschermd landschap 3

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwactiviteitenregels Algemene gebruiksactiviteiten Algemene aanduidingsregels Overige regels

Overgangsregels Overgangsrecht

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen: 1. 1. Begripsbepalingen begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk ; ,

,

,

,

Artikel 2. Aanvullende begripsbepalingen Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen: 2. 1 TAM-omgevingsplan het ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Horsterweg 88 Grubbenvorst’ NL. IMRO. 1507. GRHORSTERWEG88-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas.

met

identificatienummer

2. 2 Gewasbeschermingsmiddelen gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2 eerste lid van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009 L 309). ,

,

,

2. 3

Plattelandswoning bedrijfswoning behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting welke door een persoon en diens huishouden die geen binding hebben met de desbetreffende landbouwinrichting wordt of mag worden bewoond. een

,

,

2. 4

,

Driftgevoelige functie

gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies zoals wonen tuin sport- en speelveldjes picknickplekken ligweides. Parkeervoorzieningen verbindingswegen en -paden worden niet als driftgevoelige functie aangemerkt. voor

,

en

,

,

,

,

Artikel 3. Toepassingsbereik 3. 1 Verhouding ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel De besluiten op grond van artikel 22.1 onder a van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder a b c g h i j k l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie bedoeld in het derde lid. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

3. 2 Verhouding

met

regels

in het tijdelijke deel

het omgevingsplan

van

van

rechtswege

(bruidsschat) De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. ,

,

en afdeling 22. 3 zijn

3. 3 Geometrische afbakening reikwijdte TAM-omgevingsplan

niet van toepassing voor

,

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie ‘Horsterweg 88 Grubbenvorst’ met identificatienummer NL. IMRO. 1507. GRHORSTERWEG88-BPV1 van de gemeente Horst aan de Maas.

Artikel 4. Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen in aanvulling op het bepaalde in artikel 22. 24 van dit omgevingsplan en de volgende meet- en rekeningbepalingen en zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van waarden die in dit hoofdstuk in m m² of m³ zijn uitgedrukt voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4. 1 tot en met 4. 7. ,

,

,

,

4. 1 Dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 4. 2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot constructiedeel.

,

c. q.

de druiplijn het boeibord of een daarmee gelijk te stellen ,

,

4. 3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. ,

4. 4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde met uitzondering van onderschikte bouwdelen zoals schoorstenen antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. ,

,

,

,

4. 5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. ,

4. 6 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk

,

waar

die afstand het kortst is.

4. 7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk de fundering niet meegerekend. ,

Artikel 5. Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten bedoeld in paragraaf 22.5.2 zijn omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. ,

,

van

overeenkomstige

toepassing

op

een

Artikel 6. Algemeen gebruiksverbod Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toebedeelde functies en activiteiten.

Hoofdstuk 2

Functies

en

activiteiten

Artikel 7. Agrarisch 7. 1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Agrarisch’ 7. 2 Functieomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Duurzaam agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening waaronder ook worden verstaan: agrarische functies gericht op plantaardige productie boomkwekerijen tuinderijen boomgaarden en wijngaarden ; b. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – groen’ een grondwal met een hoogte van ten minste 2 m en een breedte van tenminste 2 m ; c. Tevens voor de activiteiten zoals in onderstaande tabel bepaald: ,

,

,

,

,

,

d. e.

Ter plaatse van de aanduiding

Activiteit

glastuinbouw (gt)

glastuinbouwbedrijf

Extensief recreatief medegebruik ; Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – plattelandswoning’ het wonen van een derde in één plattelandswoning met bijbehorende tuin ; ,

met de daarbij behorende: f. (ontsluitings)wegen en paden ; g. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen ; h. Voorzieningen van algemeen nut ; i. Parkeervoorzieningen ; j. Laad- en losvoorzieningen ; k. Staanplaatsen voor kampeermiddelen ; l. Groenvoorzieningen. 7. 3 Bouwactiviteiten In aanvulling op het bepaalde in artikel 22. 29 gelden de volgende beoordelingsregels: a.

b.

Gebouwen overkappingen en kassen worden binnen het bouwvlak gebouwd ; Ten aanzien van de maximaal toegestane hoogtes te bebouwen oppervlaktes en inhoud voor gebouwen overkappingen en kassen geldt hetgeen in onderstaande tabel is bepaald: ,

,

Type bouwwerk

Goothoogte (m)

Bouwhoogte (m) Oppervlak (m²)

Bedrijfsgebouwen en overkappingen

6

14

Bedrijfswoning/plattelandswoning

6

10

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning/plattelandswoning

35 ,

55

Kassen

75

75

,

,

,

Inhoud (m³)

Zie 7. 3 onder c 1. 000 Bijbehorende bouwwerken per bouwvlak: 130 m²

,

c.

d. e.

f. g.

h. i.

Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd ; Bijbehorende bouwwerken zijn alleen toegestaan achter de voorgevellijn van de plattelandswoning of bedrijfswoning ; Per bouwvlak is één 'bedrijfswoning' toegestaan ; In afwijking van het bepaalde onder e zijn ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het met de aanduiding weergegeven aantal bedrijfswoningen toegestaan ; Nieuwbouw van kassen en/of niet-permanente tunnels is alleen toegestaan indien op eigen terrein in voldoende mate wordt voorzien in de opvang van regenwater bijvoorbeeld door middel van een bergingsbassin. Bouwwerken geen gebouwen zijnde worden binnen het bouwvlak gebouwd ; Ten aanzien van de maximaal toegestane hoogtes te bebouwen oppervlaktes en inhoud voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt hetgeen in onderstaande tabel is bepaald: ,

,

,

Type bouwwerk

Maximum bouwhoogte (m)

Maximum inhoud (m³)

Mestopslagplaten

3

2. 500 per bedrijf

Sleufsilo's

2

Voedersilo's en hooibergen

15

Mestsilo's

6

Luchtwassers

12

Erfafscheidingen voor voorgevellijn

1

Erfafscheidingen achter voorgevellijn

2

Overige bouwwerken zijnde

6

j.

,

geen

gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak geldt ten aanzien maximaal toegestane hoogte en locatie hetgeen in onderstaande tabel is bepaald ,

Type bouwwerk

Maximum bouwhoogte (m)

Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

25

Waterbassins

25

Erf- en terreinafscheidingen

15

Overige bouwwerken overkappingen zijnde

geen

de

Locatie

,

,

,

van

uitsluitend aangrenzend bouwvlak

aan

het

,

gebouwen en

1

7. 4 Specifieke gebruiksactiviteiten 7. 4. 1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan: a. Het gebruik van gronden voor intensieve veehouderij ; b. Het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel van in het bedrijf geproduceerde goederen behoudens ingeval het geen zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf is ;

,

Het gebruik van de gronden als staanplaats voor kampeermiddelen behoudens ingeval dit tussen 15 maart en 1 november plaatsvindt en binnen het bouwvlak of op gronden direct grenzend aan het bouwvlak ; Het opslaan van drijfmest behoudens in de vorm van een folie-mestbassin binnen het bouwvlak ;

c.

,

d.

7. 5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk , geen bouwwerk zijnde of van zaamheden

werk-

7. 5. 1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Agrarisch’ de volgende werken geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. Het aanleggen en verharden van (bedrijfs)wegen paden het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 200 m 2 ; b. Het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies. ,

,

,

,

,

7. 5. 2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7. 5. 1 is niet vereist voor werken geen bouwwerk zijnde of voor werkzaamheden indien: a. Die binnen het bouwvlak worden uitgevoerd ; b. Die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s) ; c. Die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan ; d. De aanleg van verharding buiten het bouwvlak in de vorm van koepaden en melkplaatsen plaatsvindt. ,

,

7. 5. 3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7. 5. 1 alleen indien door de in artikel 7. 5. 1 genoemde werken geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden dan wel door de gevolgen daarvan hetzij direct hetzij indirect de waarden belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Artikel 8. Waarde

Archeologie 4

–

8. 1 Omschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. ,

,

8. 2 Bouwactiviteit 8. 2. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking in ‘Waarde – Archeologie 4’.

van

een

omgevingsvergunning

bouwactiviteit

een

te verrichten

8. 2. 2 Uitzonderingen In afwijking van artikel 8. 2. 1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering ; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 2. 500 m² ; of ,

,

bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd waarvan de bouwhoogte maximaal 300 m mag bedragen. c. een

,

,

8. 2. 3 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn ; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad ; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden bij voorkeur in situ. ,

,

,

8. 2. 4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 4’ worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn waarin de archeologische waarde van de locatie dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek ; zo nodig een booronderzoek ; en ii. iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek ; en zo nodig een opgraving ; iv. b. funderingstekeningen waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit ; c. als sprake is van een opgraving ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving ; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek ; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand ; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

8. 3 Uitvoeren van werken , geen bouwwerk zijnde , of van werkzaamheden 8. 3. 1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor ‘Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden ; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden ; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven woelen mengen diepploegen egaliseren ontginnen ophogen en aanleggen van drainage ; ,

,

,

,

,

,

,

,

,

d.

het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen tunnels viaducten rioleringen ; het aanbrengen verwijderen of verleggen van ondergrondse transport- energie- en telefooncommuniecatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies installaties en apparatuur ; het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden ; het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen ; het aanleggen (ver)graven verruimen dempen of herprofileren van watergangen sloten en andere waterpartijen ; het verlagen of het verhogen van het waterpeil tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap ; het baggeren waaronder begrepen saneren en onderzuigen ; het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden ; het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen hakhout en andere houtopstanden ; winnen van grondstoffen ; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. ,

e.

,

,

,

,

,

,

f. g.

h.

,

i.

,

,

,

,

j. k. l.

,

,

m. n.

8. 3. 2 Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 8. 3. 1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud ; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding ; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of in geval van een booronderzoek plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 2. 500 m 2 ; of b. de werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. ,

,

,

,

,

,

,

,

8. 3. 3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn ; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad ; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden bij voorkeur in situ. ,

,

,

8. 3. 4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk geen bouwwerk zijnde of bouwwerk in ‘Waarde – Archeologie 4’ worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters ; en ii. de diepte in centimeters ten opzichte van het maaiveld ; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen met de exacte locatie en omvang van de activiteit ; ,

,

,

,

,

,

,

,

c. doorsnedetekeningen

met de exacte locatie omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld ; d. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn waarin de archeologische waarde van de locatie dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek ; ii. zo nodig een booronderzoek ; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek ; en iv. zo nodig een opgraving e. als sprake is van een opgraving ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving ; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek ; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen ; b.

als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand ; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. ,

,

,

,

,

,

,

,

8. 4 Sloopactiviteit 8. 4. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in verrichten in ‘Waarde – Archeologie 4’.

afwijking

van

een

omgevingsvergunning

een

sloopactiviteit

te

8. 4. 2 Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 8. 4. 1 (vergunningplicht) geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 4’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 2. 500 m 2 ; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 8. 4. 3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn ; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad ; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden bij voorkeur in situ ,

,

,

8. 4. 4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 4’ worden aanvullend op het bepaalde in artikel 8. 3. 1 (vergunningsplicht) de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

1.

rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn waaruit de archeologische waarde van de locatie dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate blijkt ; en voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. een

,

,

,

,

2.

,

8. 5 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in 8.2 8. 3 en 8. 4 (bouwen werken en werkzaamheden slopen) in een gebied met ‘Waarde – Archeologie 4’ in het belang van de archeologische monumentenzorg die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden ; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1. 1 van de Erfgoedwet ; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties ; d. indien sub c van toepassing is een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet ; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden ; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden ; h.

het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften ; i. het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden onder wie mede begrepen een onderaannemer ; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 2. De voorschriften als bedoeld in het derde lid onder a kunnen worden gesteld over de wijze van slopen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Artikel 9. Waarde

–

,

Archeologie 6

9. 1 Omschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) mede aangewezen voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. ,

9. 2 Bouwactiviteit 9. 2. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking in ‘Waarde – Archeologie 6’.

van

een

omgevingsvergunning

een

bouwactiviteit

te verrichten

9. 2. 2 Uitzonderingen In afwijking van artikel 9. 2. 1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor een bouwactiviteit indien de aanvraag betrekking heeft op: a. de vervanging vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering ; b. een bouwactiviteit die betrekking hebben op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 10. 000 m² ; of c. een bouwactiviteit waarvan de graafwerkzaamheden of bodemverstoring niet dieper reiken dan een diepte van 40 cm. d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd waarvan de bouwhoogte maximaal 300 m mag bedragen. ,

,

,

,

,

9. 2. 3 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn ; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad ; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden bij voorkeur in situ. ,

,

,

9. 2. 4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn waarin de archeologische waarde van de locatie dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat is gebaseerd op: i. een bureauonderzoek ; ii. zo nodig een booronderzoek ; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek ; en iv. zo nodig een opgraving ; b. funderingstekeningen waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de bouwactiviteit ; c. als sprake is van een opgraving ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving ; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek ; e. als sprake is van een archeologische (verwachtings)waarde onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand ; of een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

9. 3 Uitvoeren van werken , geen bouwwerk zijnde , of van werkzaamheden 9. 3. 1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor ‘Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden te verrichten: a. het afgraven van gronden ; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden ; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven woelen mengen diepploegen egaliseren ontginnen ophogen en aanleggen van drainage ; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen tunnels viaducten rioleringen ; e. het aanbrengen verwijderen of verleggen van ondergrondse transport- energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies installaties en apparatuur ; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden ; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen ; ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

h. het aanleggen (ver)graven verruimen dempen of herprofileren van watergangen sloten en andere waterpartijen ; i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap ; j. het baggeren waaronder begrepen saneren en onderzuigen ; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden ; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen hakhout en andere houtopstanden ; m. winnen van grondstoffen ; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. ,

,

,

,

,

,

,

9. 3. 2 Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 9. 3. 1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor werken of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud ; b. die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding ; of c. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek volgens een door de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of in geval van een booronderzoek plan van aanpak. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10. 000 m 2 ; of b. de werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. ,

,

,

,

,

,

,

,

9. 3. 3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor de werken en werkzaamheden in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn ; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad ; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden bij voorkeur in situ. ,

,

,

9. 3. 4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een werk geen bouwwerk zijnde of bouwwerk in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid met vermelding van: i. de omvang in vierkante meters ; en ii. de diepte in centimeters ten opzichte van het maaiveld ; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen met de exacte locatie en omvang van de activiteit ; c doorsnedetekeningen met de exacte locatie omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld ; d een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn waarin de archeologische waarde van de locatie dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat is gebaseerd op i. een bureauonderzoek ; ii. zo nodig een booronderzoek ; en iii. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek ; en iv. zo nodig een opgraving ,

,

,

,

,

,

,

,

.

,

.

,

,

,

,

als sprake is van een opgraving ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving ; en f. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek ; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen ; als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand ; of een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt. e

.

,

,

,

9. 4 Sloopactiviteit 9. 4. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in verrichten in ‘Waarde – Archeologie 6’.

afwijking

van

een

omgevingsvergunning

een

sloopactiviteit

te

9. 4. 2 Uitzonderingen 1. In afwijking van artikel 9. 4. 1 (vergunningplicht) geldt geen vergunningplicht voor een sloopactiviteit waarbij de oppervlakte onder maaiveld niet wordt verstoord. 2. In aanvulling op het eerste lid geldt ook geen vergunningplicht op de locatie ‘Waarde - Archeologie 6’ als: a. de aanvraag betrekking heeft op het slopen van een of meer bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 10. 000 m 2 ; of b. een sloopactiviteit plaatsvind op een diepte van niet meer dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld. 9. 4. 3 Toepassingscriteria 1. Omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt uitsluitend verleend indien op basis van een archeologisch onderzoek naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn ; b. de archeologische (verwachtings)waarde niet of niet onevenredig wordt geschaad ; of c. de archeologische (verwachtings)waarde kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische waarden bij voorkeur in situ ,

,

,

9. 4. 4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in ‘Waarde – Archeologie 6’ worden aanvullend op het bepaalde in artikel 9. 3. 1 (vergunningsplicht) de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en beoordelingsrichtlijn waaruit de archeologische waarde van de locatie dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag in voldoende mate blijkt ; en 2. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen waaruit de omvang en de diepte van de samenhangende bodemverstoringen blijken als gevolg van de sloopactiviteit. ,

,

,

,

9. 5 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in 9.2 9. 3 en 9. 4 (bouwen werken en werkzaamheden slopen) in een gebied met ‘Waarde – Archeologie 6’ in het belang van de archeologische monumentenzorg die inhouden een plicht tot: ,

,

,

,

,

,

a. het treffen van

technische maatregelen waardoor archeologische waarden in situ kunnen worden behouden ; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1. 1 van de Erfgoedwet ; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties ; d. indien sub c van toepassing is een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. e. het verrichten van een opgraving daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet ; f. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden ; g. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden ; h. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften ; i. het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden onder wie mede begrepen een onderaannemer ; en j. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen. 2.

De voorschriften als bedoeld in het derde lid onder a kunnen worden gesteld over de wijze van slopen. ,

,

,

,

,

,

Artikel 10. Waarde

–

,

Beschermd landschap 3

10. 1 Omschrijving De voor ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’ aangewezen gronden zijn naast de andere voor die gronden aangewezen functies ook bestemd voor instandhouding bescherming en het versterken en/of te ontwikkelen cultuurlandschap. ,

,

,

10. 2 Bouwenactiviteit 10. 2. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in het ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’. 10. 2. 2 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in een ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’ wordt alleen verleend indien op basis van een onderbouwing aangetoond dat naar het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige namens het bevoegd gezag het bouwwerk in overeenstemming is met de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel dat aantasting van de kenmerken en kwaliteiten van beschermde cultuurlandschappen moet worden versterkt. ,

,

,

,

10. 2. 3 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’ wordt een onderbouwing verstrekt waarin aannemelijk is gemaakt dat naar het oordeel van de cultuurhistorische deskundige namens het bevoegd gezag het bouwwerk in overeenstemming is met de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap. ,

,

,

10. 3 Uitvoeren van werken

geen

,

,

bouwwerk zijnde , of van werkzaamheden

10. 3. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden te verrichten in ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’: a. het afgraven van gronden ;

,

geen

bouwwerk zijnde

,

b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden ; c. het uitvoeren van andere grondbewerkingen waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven woelen mengen diepploegen egaliseren ontginnen ophogen en aanleggen van drainage ; d. het aanleggen en onderhouden van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen tunnels viaducten rioleringen ; e. het aanbrengen verwijderen of verleggen van ondergrondse transport- energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies installaties en apparatuur ; f. het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden ; g. het verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen ; h. het aanleggen (ver)graven verruimen dempen of herprofileren van watergangen sloten en andere waterpartijen. i. het verlagen of het verhogen van het waterpeil tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap ; j. het baggeren waaronder begrepen saneren en onderzuigen ; k. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden ; l. het aanplanten of verwijderen van diepwortelende bomen hakhout en andere houtopstanden ; m. winnen van grondstoffen ; n. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

10. 3. 2 Uitzonderingen In afwijking van artikel 10. 3. 1 (vergunningsplicht) geldt geen vergunningsplicht voor werkzaamheden: a. Die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud ; b. Die worden uitgevoerd binnen de bestaande diepte en oppervlakte van een bestaand cunet van een weg of leiding ; of c. Die worden uitgevoerd in het kader van cultuurhistorisch onderzoek volgens een door de cultuurhistorie deskundige namens het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of in geval van een booronderzoek plan van aanpak. ,

,

,

,

10. 3. 3 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden in een ‘Waarde Beschermd cultuurlandschap 3’ wordt alleen verleend indien op basis van een onderbouwing is aangetoond dat naar het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige namens het bevoegd gezag de werken en werkzaamheden in overeenstemming zijn met de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap 3. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel dat de kenmerken van beschermd cultuurlandschap 3 moet worden versterkt. ,

,

,

,

,

10. 3. 4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden in een ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’ wordt een onderbouwing verstrekt waarin aannemelijk is gemaakt dat naar het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige namens het bevoegd gezag de werken en werkzaamheden in overeenstemming zijn met de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap 3. ,

,

,

,

,

,

,

10. 4 Kappen 10. 4. 1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bomen of houtopstanden te kappen of te vellen in een ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’. 10. 4. 2 Uitzondering 1. In afwijking van artikel 10. 4. 1 (vergunningplicht) geldt geen vergunningplicht voor: a. het snoeien van bomen als dat noodzakelijk is voor de instandhouding daarvan ; en b. het knotten of kandelaberen van reeds geknotte of gekandelaberde bomen. 2. De vergunningplicht geldt ook niet voor: a. een boom of houtopstand die geheel of gedeeltelijk moet worden geveld op grond van de plantgezondheidswet ; ,

en

b. het kappen van een boom of houtopstand vanwege een aanschrijving op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening. 10. 4. 3 Toepassingscriteria 1. Een omgevingsvergunning voor een kapactiviteit in ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’wordt alleen verleend indien op basis van een onderbouwing is aangetoond dat naar het oordeel van de cultuurhistorisch deskundige namens het bevoegd gezag het kappen of vellen van bomen of houtopstanden in overeenstemming is met de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel dat de kenmerken van beschermd cultuurlandschap 3 worden versterkt. ,

,

,

,

10. 4. 4 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen of vellen van bomen of houtopstanden in een ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’ worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de te kappen boom of te vellen houtopstand op een kaart foto of tekening ; b. de reden voor het kappen van de boom of vellen van de houtopstand ; c. de mogelijkheid tot herbeplanten en als het voornemen tot herbeplanten bestaat de locatie daarvan het aantal en de soorten ; en d. een onderbouwing waarin aannemelijk is gemaakt dat het kappen of vellen in overeenstemming is met het belang van het behoud van de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap 3. ,

,

,

,

,

10. 4. 5 Meldingsplicht snoeien , knotten of kandelaberen van bomen - beschermd cultuurlandschap 3 1. Het is verboden een boom in een beschermd cultuurlandschap 3 te snoeien knotten of kandelaberen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2. Bij de melding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de te snoeien knotten of kandelaberen boom op een kaart foto of tekening ieder voorzien van een nummer of aanduiding ; en b. als een boom wordt gesnoeid: een onderbouwing van de noodzaak daarvan. ,

,

,

,

10. 5 Voorschriften aan vergunning 1. Het bevoegd gezag kan aan een omgevingsvergunning voor een activiteit zoals beschreven in 10.2 10. 3 en 10. 4 (bouwen werken geen gebouw slopen en kappen) ‘Waarde - Beschermd cultuurlandschap 3’ in het belang van de kenmerken en kwaliteiten van het beschermd cultuurlandschap voorschriften opleggen ter bescherming van de kenmerken van het beschermd cultuurlandschap. ,

,

,

,

,

,

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 11. Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. ,

Artikel 12. Algemene bouwactiviteitenregels 12. 1 Bestaande maten , afstanden en percentages 12. 1. 1 Algemeen In die gevallen waarin de goothoogte bouwhoogte oppervlakte inhoud horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het TAMomgevingsplan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan geldt die goothoogte bouwhoogte oppervlakte inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

12. 2 Ondergronds bouwen 12. 2. 1 Algemeen Binnen het plangebied mag tenzij anders is aangegeven in de regels onder gebouwen ondergronds worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: a. Ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan ; b. De diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 35 m onder peil. ,

,

,

,

12. 3 Ondergeschikte bouwdelen 12. 3. 1 Algemeen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten pilasters kozijnen gevelversieringen ventilatiekanalen liftschachten trappenhuizen technische ruimten gevelen kroonlijsten luifels uitbouwen balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Artikel 13. Algemene gebruiksactiviteiten 13. 1 Strijdig gebruik Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a. Het (bedrijfsmatig) vervaardigen opslaan verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten en mest ; b. De opslag van bagger grondspecie oude en nieuwe bouwmaterialen afval brandstoffen en dergelijke ; c. Het plaatsen van kampeermiddelen ; d. Het gebruik van gronden als volkstuin ; e. Het beoefenen van lawaaisporten ; ,

,

,

,

,

,

f. g.

h. i. j. k. l. m. n.

Opslag voor de voorgevelrooilijn ; Detailhandel ; Verkooppunt voor motorbrandstoffen al dan niet inclusief lpg ; Het gebruik van de gronden en opstallen voor een seksinrichting ; Intensief militair gebruik ; Opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik ; Permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken ; Huisvesting van arbeidsmigranten ; Een coffeeshop growshop smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf ; ,

,

,

,

een en ander , tenzij

dit gebruik verband houdt met het op de locatie gerichte beheer of gebruik van de gronden behoudens indien het gebruik blijkens de regels is toegestaan.

en

Artikel 14. Algemene aanduidingsregels 14. 1 Milieuzone

–

spuitvrije zone

14. 1. 1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ zijn mede aangewezen als spuitvrije zone vanwege de bescherming van de gezondheid als gevolg van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. 14. 1. 2 Gebruiksregel Op de gronden is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan.

14. 2 Vrijwaringszone

- weg

14. 2. 1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - weg' zijn mede aangewezen voor mogelijke toekomstige reconstructies en/of uitbreidingen van de Rijksweg A73 alsmede voor het creëren van een optimale infrastructurele omgeving. ,

14. 2. 2 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘vrijwaringszone - weg’ te bouwen of werkzaamheden uit te voeren. 14. 2. 3 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14. 2. 2 is niet vereist voor werken geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden indien: a. Deze zijn gelegen of plaatsvinden in de zone tussen de 50 en 100 meter gemeten uit de as van de dichtstbij gelegen rijbaan waartoe ook toe- en afritten behoren mits deze zijn toegelaten binnen de op de locatie aangewezen functie en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van het wegverkeer en nadat de wegbeheerder terzake is gehoord. b. Die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende functie(s) ; c. Die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan ; ,

,

,

,

,

,

d.

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14. 2. 2. wordt geacht te zijn verleend ten aanzien van bouwwerken of een complex van bouwwerken die bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan dan wel mogen worden opgericht krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen. ,

,

Artikel 15. Overige regels 15. 1 Prioriteit van de gebiedsaanwijzing Waar een functie uit dit plan samenvalt met een gebiedsaanwijzing geldt primair het bepaalde ten aanzien van de gebiedsaanwijzing. 15. 2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden 15. 2. 1 Voorwaardelijke verplichting en toetsingsfunctie parkeren Bij: • een feitelijke gebruiksverandering ; • het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit ; • het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in dit plan opgenomen afwijkingen van de bouwactiviteiten of gebruiksactiviteiten ; dient indien de omvang of de functie van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte aanwezig te zijn of aangebracht te worden in op of onder de bij dat gebouw of terrein behorende gronden of bouwwerken met dien verstande dat: ,

,

,

,

,

,

a.

b.

,

daarbij wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals aangegeven in het meest recente gemeentelijk parkeerbeleid ; de ruimte voor het parkeren van auto's afmetingen moet hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 180 m bij 5 m en ten hoogste 325 m bij 6 m bedragen ; 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voorzover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 350 m bij 5 m bedragen. ,

,

,

15. 2. 2 Voorwaardelijke verplichting en toetsingsfunctie laden en lossen Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan in of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. ,

,

,

15. 2. 3 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met de functies wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van ruimte(n) voor het bepaalde lid 15. 2. 1 en 15. 2. 2 anders dan voor parkeren en/of laden en lossen voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is. ,

Hoofdstuk 4

Overgangsregels

Artikel 16. Overgangsrecht 16. 1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan legaal aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen en afwijkt van het plan mag mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot a. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd ; b. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan ; c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. ,

,

,

,

,

,

,

,

16. 2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat legaal bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAMomgevingsplan en hiermee in strijd is mag worden voortgezet ; b. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik bedoeld in lid a. te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik bedoeld in het bepaalde onder a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ en het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. ,

,

,

,

,

,

,

,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933227/1