03d Regels
Tekst van het document
er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden. 11.5 Wijzigen aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw' wordt verwijderd dan wel toegevoegd, met dien verstande dat: a. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 9 niet onevenredig worden aangetast; b. de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; c. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden.
54
Artikel 12 Overige regels 12.1 Prioriteit van de dubbelbestemmingen a. Waar een enkelbestemming uit dit plan samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. 12.2 Parkeerregels 12.2.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen. 12.2.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 12.2.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.
12.2.4 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
55
Artikel 13 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 13.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde bestemmingen of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren: Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden(*) Ter plaatste van de bestemming / aanduiding
a
Agrarisch met waarden (voor zover gelegen buiten bouwvlakken)
a
Bos
c
d
e
f
g
a
c
d
e
f
g
Natuur
a
c
d
e
f
g
Verkeer ter plaatse van de aanduiding 'onverharde weg'
a
Leiding - Brandstof
a
b
c
f
g
h
Leiding - Gas
a
b
c
f
g
h
Leiding - Hoogspanningsverbinding
a
b
c
f
g
h
Leiding - Leidingstrook
a
b
c
f
g
h
Leiding - Olie
a
b
c
f
g
h
Leiding - Riool
a
b
c
f
g
h
Leiding - Water
a
b
c
f
g
h
Waarde - Archeologie 2 (2)
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Archeologie 3 (3)
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Archeologie 4 (4)
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Archeologie 6 (4)
a
b
c
d
e
f
g
h
56
b
h
Waarde - Archeologie 7 (3)
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Archeologie 9
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Zone bronsgroene landschapzone
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Zone goudgroene natuurzone
a
b
c
d
e
f
g
h
Waarde - Zone zilvergroene natuurzone
a
b
c
d
e
f
g
h
Waterstaat - Waterbergend rivierbed
b
d
f
g
Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed
b
d
f
g
Waterstaat - Waterkering
b
d
e
f
g
d
e
f
overige zone - beekdal (1)
a
b
c
overige zone - bos- en mozaïeklandschap
h h
g
overige zone - heideontginning (1)
c
overige zone - hoogveen
a
f d
e
f
g
overige zone - kampen
g
overige zone - peelbossen
g
overige zone - rivierdal
g
overige zone - veenontginning
b
f
overige zone - velden
b
f
vrijwaringszone - molenbiotoop
b
h
g
(1-4) noten: zie artikel 13 lid 2 onder a. (*) de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk) De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; 57
c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 13.2 Uitzonderingen vergunningplicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13 lid 1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. het aanplanten, vellen, rooien of beschadigen van (fruit)bomen en/of houtachtige gewassen en/of vaste planten, binnen een agrarisch bouwvlak of op gronden in eigendom of pacht bij een fruitteeltbedrijf en/of een boomkwekerijbedrijf tenzij gelegen binnen de dubbelbestemmingen "Leiding-Brandstof", "Leiding-Gas" of "Leiding-Leidingstrook"; b.
die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en); c. op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur delfstoffenwinning', mits deze werken verband houden met de delfstoffenwinning; d. op de gronden gelegen binnen (agrarische) bouwvlakken dan wel binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen Bedrijf, Cultuur en ontspanning, Detailhandel, Horeca, Maatschappelijk, Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie Verblijfsrecreatie, Sport, Tuin, Wonen en Wonen - Landgoed voorzover binnen dit bestemmingsvlak geen bouwvlak is opgenomen, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beekdal'; e. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; f. die betrekking hebben op het herplanten van een houtopstand ten behoeve van fruitteelt of boomteelt op dezelfde locatie.
13.3 Afwegingskader Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13 lid 1 alleen indien door de in artikel 13 lid 1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
58
13.4 Procedure a. De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13 lid 1 op of in gronden met de hierna genoemde bestemmingen legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld, tenzij op voorhand door het bevoegd gezag is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad: 1. Waarde - Archeologie 2; 2. Waarde - Archeologie 3; 3. Waarde - Archeologie 4; 4. Waarde - Archeologie 6; 5. Waarde - Archeologie 7; 6. Waarde - Archeologie 9. b. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13 lid 1 verleent, wordt schriftelijk advies gevraagd aan een deskundige. Bij de volgende bestemmingen is dat de eigenaar / beheerder van de betreffende infrastructuur: 1. Leiding - Brandstof; 2. Leiding - Gas; 3. Leiding - Hoogspanningsverbinding; 4. Leiding - Leidingstrook; 5. Leiding - Riool; 6. Leiding - Water; 7. Waterstaat - Waterbergend rivierbed; 8. Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed. c. Voordat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13 lid 1 verleent, wordt bij de volgende bestemmingen en aanduidingen schriftelijk advies ingewonnen bij het waterschap en wordt de Keur van het waterschap in acht genomen: 1.
Waterstaat – Waterkering; 2. overige zone – beekdal.
59
hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10 %. c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
60
Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Blaktweg 18, Massenweg 9, Onkelweg 14 en 16 Melderslo.
61