03d.1 AAA Beerendonckerweg Beeldkwaliteitsplan-Bijlage 1 bij de Regels
Tekst van het document
T S R O V N E ZI U H K E O R B G E W R E K C N O D N E R E E B
-
N A L P S TI E TI L A W K D L E E B
Broekhuizenvorst
BEERENDONCKERWEG beeldkwaliteitsplan
3581. 01 april 2025 MTD landschapsarchitecten - HVG Real Estatee
inhoud
< locatie plangebied
1 inleiding
06
2 inspiratie uit de omgeving
08
3 ruimtelijke karakteristiek en identiteit
12
4 beeldkwaliteit
16
binnen Broekhuizenvorst
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG5
Ooijen
M
a a s
Zeelberg Legert
Broekhuizenvorst
1 inleiding
Gezien de beeldbepalende ligging van de locatie van de Beerendonckerweg als entree van Broekhuizenvorst is gekozen om de ontwikkeling gebiedskenmerken mee te geven die passend zijn voor de locatie. Het betreft hier niet louter een dorpssuitbreiding maar een concept dat is gebaseerd op de landschappelijke identiteit en ruimtelijke karakteristiek van de plek. De sfeer van de erven en Maasdorpen vormen een vanzelfsprekende inspiratiebron voor zowel architectuur , structuur en uitstraling. Gekozen is om een stedenbouwkundige en architectonische gebiedskenmerken mee te geven die recht doen aan de locatie. Het betreft niet een dorp in de letterlijke zin , maar een aantal structuurelementen krijgen een hedendaagse interpretatie. Zo ontstaat er een duidelijk eenheid , zowel stedenbouwkundig en ruimtelijk maar ook in architectonisch perspectief , maar met kleine subtiele verschillen in sfeer en verschijningsvorm. De samenhang wordt bepaald door de ingetogen uitstraling van de architectuur , woningen met een overwegend lage goot en langskap. Het groen bepaald het beeld van de nieuwe uitbreiding , de architectuur is daaraan ondergeschikt. Her en der is ruimte voor een kleine verbijzondering , dit is met name terug te zien in een bijzondere kap , bijzondere hoek of lage goot die een expressieve kap mogelijk maakt.
In deze zin laat de uitbreiding zich lezen als een geheel en sluit daarmee naadloos aan op de bestaande context.
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG7
dakvlakken verspringen alzijdig karakter richting openbaar gebied lage goothoogte eenvoudige gevelindeling
11 inspiratie
uit de omgeving
verdraaiing binnen de kap dakkapellen
en
smetrand
eenvoudig metselverband
en
lage goot
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG9
dakkapel doorbreekt goot verstaffeling in rooilijn en verspringingen alternerend principe van kapvormen
gemixte hagen en huisbomen
lage volumes met
een
steilere klap
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG11
erf
wooncluster
bebouwing oriënteert zich aan
een
lint
lint
erven en
woonclusters in het groen
111
ruimtelijke
volumes kennen een varitieit aan kapvorm sprake van een overwegend lage gootlijn
rooilijnen hebben
een
een verdraaiing van name onderbreking
en
richting , ook is er
karakteristiek
en
identiteit
Het ontwerp houdt de tweeledigheid in sfeer aan , te weten een dorpsbos met erven en een lint met natuurlijke laagte. Beide erven worden omzoomt door groen , in de vorm van een dorpsbosje. Voorwaarde is dat de erven een alzijdig karakter hebben , met een gezicht richting het groen. Via twee inprikkers worden de erven ontsloten en kunnen bezoekers en bewoners parkeren op de achter terreinen/erven. Het centrale lint blijft hierbij grotendeels vrij van parkerende auto’s. Het lint takt aan op de Beerendonckerweg (westzijde) en de Ooijnseweg (oostzijde). De grillige randen van het plangebied worden benut als parkeerkoffers. Het micro reliëf binnen het plangebied wordt aangegrepen om twee sferen in hoogte en bijbehorende beplantingen te realiseren. De laagte wordt extra aangezet. Vrijkomende gronden kunnen worden gebruikt om beide erven in het dorpsbosje op te hogen. Dit zorgt ook voor een gesloten grondbalans en een laagte met genoeg ruimte voor waterinfiltratie en bergend vermogen. Het bebouwde beeld laat zich inspireren door een dorps beeld van een lage goot en langskappen. Dit beeld zien we ook grotendeels terug in de Maasdorpen. Verbijzonderingen in het dakvlak en de goothoogte kunnen incidenteel gerealiseerd worden om een aangename en verassende afwisseling in het bebouwde beeld te realiseren.
kleine verspringing
de kap binnen de rij zorgt voor een aange- samengesteld volume & volumes kennen een
alzijdige oriëntatie
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG13
IV BEELDKWALITEIT
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG15
vrijstaande woning
twee-onder-een-kapwoning
apartementenblok
vrijstaande woning (optioneel max. 2 locaties een complex van 4 studio’s)
kappenplan en verbijzondering in de kap en hoekpunten
rijwoning
Typologie
,
morfologie
en
kappenplan
Het kappenplan wordt gedomineerd door langskappen maximaal met her en der een uitzondering. De basishoogte van de nokhoogte binnen de ontwikkeling is gesteld op 10 meter. Ongeacht typologie (vrijstaande woningen of twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen) ontstaat er de mogelijkheid tot het toepassen van steile kappen. De goothoogte is hierbij flexibel maar overwegend laag. Op deze wijze ontstaat een dorpse maat en schaal. Hierop zijn enkele uitzonderingen om incidenteel een ander (straat)beeld te bewerkstelligen. Voor de vrijstaande woningen geld een maximale goothoogte van 4. 5 meter. Voor de rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen geldt een variabele goothoogte tussen de 3 en 6 meter.
max. 2 laags
goothoogte min. 1 laag
Voorgesteld wordt om voor de dakpannen een antraciete kleur toe te passen binnen het plan i. v. m. toepassing van zonnepanelen. Voor de rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen geldt een variatie tussen de een tot twee lagen met een maximale nokhoogte van 10 meter. De variabele goothoogte is een middel om de kap of dakrand expressief vorm te geven; - vrijstaande woningen kennen altijd een lage goothoogte van maximaal 4. 5 meter , de nokhoogte is daarbij variabel tot 10 meter; - daken zijn met schuine kappen met een hoek tussen de 30 en 55 graden. -
twee-onder-een-kapwoning en rijtjes
vrijstaande woningen
max. 55 o
min. 30 o
richtlijn voor de dakhelling
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG17
overhoekse elementen
-
hoekramen
attractieve zijgevel met entree
verbijzondering hoek of verbijzondering kap
communicatieve gevels en blik richting landschap
kappenplan en verbijzondering in de kap en hoekpunten
verdraaiing en verbijzondering in de kap vormt aanduiding tussen woningen
Typologie variabel daklandschap kan bewerkstelligt worden
een
door.
voor
,
morfologie
en
kappenplan
de diverse types
. .
Om een kleine korrel te benadrukken zijn de bloklengtes van rijwoningen niet langer dan 6 beuken. Voor drie-onder-een-kapwoningen geld bij voorkeur een verbijzondering in het dakvlak. Op deze wijze lijkt het volume op een ouderwetse samengestelde dorpse woning die langs het lint in Broekhuizenvorst staan. De volgende naast getoonde schetsen tonen een toolbox waarmee een variabel gevelbeeld en dakvlak kan worden bewerkstelligd voor de diverse typologieën in het plangebied. Op de linker pagina wordt middels een aantal richtbeelden een (hedendaagse) inspiratie gegeven.
rijtjes langer dan 4 beuken hebben een onderbreking of verfraaiing in het dakvlak door een. . .
rijtjes van vier beuken kennen een zadeldak zonder verbijzondering in het dakvlak; rijtjes langer dan vier beuken kennen een onderbreking of verfraaiing in het dakvlak; behoudens 1 laag woningen - rijtjes van drie beuken hebben bij voorkeur altijd een verbijzondering in het dakvlak; - twee-onder-een-kappers kennen een variatie aan kapvormen zoals naast getoonde tools laat zien. - vrijstaande woningen kennen een zadeldak met mogelijk een dakkapel; - garages liggen niet in dezelfde lijn als de voorgevel van de woning maar maken ruimte voor een oprit. Losse garages , zijn situatie afhankelijk toegestaan. De garages worden bij voorkeur tussen twee woningen gesitueerd , op deze manier worden bijzondere hoeken niet vertroebeld. -
kleine verspringing in gevel - markante hoek en zijgevel - een dakkapel
twee-onder-een-kapwoningen kunnen bestaan uit een variatie aan zadeldaken , een markante kap richting de straat of een tuitgevel met verbijzondering in het dakvlak door een dakkapel
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG19
verdraaiing van woonblokken
voor een
speelse opzet langs het lint
bouwmassa staan in een licht verspringende rooilijn
verspringen van de rooilijn
een verspringing of een geveltuin
binnen het bouwblok met ondiepe voortuinen
bouwgrenzen
en
rooilijnen
De bouwvelden binnen de ontwikkeling streven een compact dorps woonmilieu na. Hierin is een duidelijke vertaling te zien in her en der twee-onder-een-kappers , rijwoningen en her en der vrijstaande woningen. De volumes kenmerken zich door eenduidige volumes met een tot twee bouwlagen met aan kap , en dwarskappen als accenten. Door de mix ontstaat een eigentijdse vertaling van de dorpse karakteristieke , zoals die zich kenmerkt in de dorpen rondom Broekhuizenvorst. De bouwvolumes hebben ten aanzien van elkaar een kleine verspringing passend bij het kleinschalige karakter van een lint en buurtschap. Hierdoor ontstaan soms diepere voortuinen die het groene karakter van de openbare ruimte versterkt en repetitie in het verticale beeld voorkomt. De maat die hierbij bij voorkeur gehanteerd dient te worden bij het lint is minimaal 05, meter en maximaal 3 meter verspringing van de rooilijn tussen de onderlinge woningen/woonblokken. Vuistregel is dat maximaal twee volumes in dezelfde rooilijn staan en dat het eerstvolgende volume een verspringing maakt. Indien er sprake is van parkeren op eigen terrein dient rekening gehouden te worden met een opstelruimte van een auto zodat hij niet op openbaar gebied komt te staan.
voortuinen van het lint zijn minimaal 05, meter en maximaal 30, meter; maximaal twee volumes in dezelfde rooilijn , eerstvolgende volume maakt bij voorkeur een sprong; - voortuinen van de woonclusters zijn minimaal 2 meter diep. -
*incidenteel kan van bovenstaande punten worden afgeweken
diversiteit in tuindieptes
-
Ooijenseweg
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG21
ieteelidtkwaliteit
kleur en materiaal Afgestemd
de doelgroepA fegne sdteemmda rokpt dzeie nd oweelg rdoee p en de markt zien succesvolle mix van architectusuucrcueits hvoetll Setmadixh voaund aerrcshpiaterkc tuur uit het Stadhouder terug in
op
het Isabellaveld. De tweroungi ning ehne tk eIsnambeelrlkaveenl dz. i cDhe woningen kenmerke
door variatie in bakstenen edno more tvsaerliwateierki na lbsoakoskt ednoeonr en metselwerk alsook bijzondere elementen als erkbeijrzso nend eorren ealmemenetnetne. n als erkers en ornamenten.
SI S A B
Passend bij de ruige vegetaPtaiess ewnodr dbti j ndaetu urur-iginec luvesigeeft atie wordt natuur-inc bouwen voor
van
roodbruin. . .
baksteen roodbruin. . .
n e tn e c c a
van
roodbruin. . .
elwerkkl ezionwe enlu iann kcleesu rin a mls esttsreulcwteurukr zowel in kleur als structuur
n e ka
d
tot bruin. . .
. ..
tot bruin
gestimuleerd , bijvoboorubweeenld gmesettim nuelesetkrdas, tjbeisjv oorbeeld
vogels en vleermuizen. v o or vogels en vleermuizen.
wit geschilderd
k. teoimt bwreurikn
..
hout
keimwerk
...
tot diep bruin
met
nestk
kleur
,
materiaal
en
detaillering
Gevelindeling Gevels hebben een ‘ordentelijke’ uitstraling: een regelmatige geometrie in raam en deurpatronen , met een voorkeur voor symmetrie. Straatgevels hebben ook een relatief gesloten beeld , glas is dus niet dominant aan de gevels.
smetrand zorgt voor eenheid in een rijtje dit kan gekaleid zijn , geschilderd of middels een bijzonder metselverband een
Materiaalgebruik Voor het kleurgebruik is inspiratie gehaald uit de omgeving van Broekhuizenvorst. De meeste dorpen kenmerken zich door een soortgelijk materiaalgebruik en een ingetogen detaillering. In aansluiting op de omgeving en karakteristiek van de streek domineert in het stedenbouwkundig plan het bouwmateriaal baksteen. De basis voor alle woningen wordt gevormd door een handvorm baksteen in rood tot roodbruine tint. Dit geldt voor veranda’s , pergola’s , schuurtjes/bergingen en eventuele uitbouwen. Hierbij dient gekozen te worden voor een hoogwaardig materiaal dat mooi veroudert , zoals hout of staal. Bijgebouwen direct aansluitend op het hoofdgebouw kunnen hetzelfde materiaalgebruik krijgen. Als verbijzondering kunnen enkele woningen in het plangebied wit geshilderd worden. Het is niet toegestaan om op een later moment de gevelstenen te schilderen. Om voor eenheid te zorgen in het plan wordt gebruik gemaakt van een terugkerende kleurcombinatie. De kleur wit en een nog nader door de architect te bepalen kleur. Dit zie je terug in de vorm van de kozijnwerken waarin een kleursamenstelling wordt voorgesteld van witte kozijnen met roedes bij de raam- en deuropeningen gecombineerd met een nog nader door de architect te bepalen kleur. Het dakmateriaal bestaat uit antracietgrijze dakpannen. Zonnepanelen op het dak houden aan de randen overal evenveel afstand tot de dakrand.
De ligging van de eventuele zonnepanelen wordt afgestemd op de ritmiek van de gevel. Hemelwaterafvoeren als goten en pijpen zijn beeldbepalend voor de gevel. Het is typerend en karakteristiek voor de woningen in het dorp. Uitgangspunt is een mastgoot in zink en ronde regenpijp. in aansluiting op de context domineert baksteen in roodbruin tot bruine kleur; binnen de plantontwikkeling is een witte woning incidenteel toegestaan , maximaal 10%; - elk woningblok wordt als één massa ontworpen , zowel in kleur als gevelindeling; - binnen het woonerf dient maximaal 50% van de vrijstaande woningen in hout te worden uitgevoerd. -
sommige woningen worden voorzien van
een
smetrand
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG23
referentie verspringing volumes onderling referentie bakstenen
referentie volumes langs lint
-
diversiteit in goothoogte
referentie af en toe
een
wit accent in het ritme
referentie volume in hout referentie alzijdigheid richting
groene
zone
referentie houten referentie lage goot vrijstaande woningen
accent
bijgebouwen in natuurlijke materialen parkeerschuur
-
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG25
natuurlijke overgang gemarkeert door een lage beukenhaag of gemixte boerenhaag aangevuld door bomen en heesters
hagen aan de straat- voorzijde zijn 70cm hoog
erfafscheidingen
zij- en achterkanten zijn 180cm hoog , dit kan een haag zijn of een begroeid hekwerk met klimop en kamperfoelie of bosrank
erf &
overgang
privé
en
openbaar
Huisboom De streek kenmerkt zich door haar groene erven. Door het toepassen van streekeigen beplanting (potentieel natuurlijk vegetatie PNV) , kan het plan en bijdrage leveren aan het behoud van de karakteristieke uitstraling van erven en groene voortuinen. Het traditionele erf kent een eenvoudige inrichting. Op het erf staan inheemse boomsoorten. Vaak betreft het solitaire bomen. Ze staan vaak op markante plekken op het erf , als sierelement en om schaduw te geven en voedsel. Om al in een vroeg stadium een groen beeld te verkrijgen , wordt voorgesteld om de grotere kavels te voorzien van een huisboom. Hierbij is het belangrijk een mix aan te bieden , passend bij de afmeting van de kavel. Kleine kavels kunnen kiezen uit een krentenboompje of Kornoelje de grotere kavels lenen zich beter voor fruitbomen waaronder de appel.
Erfafscheidingen In het plangebied zijn een aantal overgangen te duiden tussen privé en openbaar gebied. In totaal wordt er onderscheid gemaakt in drie verschillende types: 1 Hagen aan de voorzijde van de tuin (bij een ondiepe voortuin 05m. , is er een geveltuintje); hoge haag hekwerk begroeiing de achterzijde (richting de achtererven); 2 Een of met aan 3 Natuurlijke overgangen met gemixte haag voor de vrijstaande woningen. Beheer en aanleg: Onderhoudsplicht contractueel vastgelegd bij toekomstige bewoners. Gebouwde erfafscheidingen (steen , hout of een combinatie van hekwerk met doek) zijn niet toegestaan! De kopers krijgen de verplichting dit aan te leggen uiterlijk het 1e plantseizoen na de oplevering van de woningen.
Erfafscheidingen zoals hierboven benoemd zijn onderdeel van het plan. De erfgrenzen aan de
liguster
veldesdoorn
beukenhaag
kamperfoelie
bosrank
dubbele staafmat met hedera
voorzijde van de kavel worden voorzien van hagen. Binnen het plangebied wordt ongeacht plek een divers sortiment voorsteld , een mix van hagen die past binnen de potentieel natuurlijke vegetatie. De mix bestaat uit liguster , veldesdoorn en haagbeuk. De tuinen en overhoekse gevels hebben contact met de publieke ruimte , hiertoe zijn de hagen ca. 70 cm hoog. Hiertoe worden ook de hoekkavels die grenzen aan de openbare ruimte voorzien van een lage haag. De haag blijft laag tot en met de helft van de zijgevel , de overige hagen van de zijdelingse perceelsgrenzen hebben een hoogte van ca. 180cm. Deze hoogte garandeerd een zekere privacy voor de tuinen. Advies is om tussen twee aangrenzende kavels ook een haag aan te bevelen. Op de erfovergang kan een hekwerk worden geplaatst. Dit geldt zowel voor de erfgrenzen aan de zijkant van de tuin , alsook aan de achterkanten van de tuin waar die grenzen aan de openbare parkeervoorzieningen. Met name voor de achterkant van de tuinen is het van belang dat eventuele bouwkundige onderdelen zoals schuurtjes en poorten op een hoogwaardige manier , zowel qua architectuur als materiaalgebruik , worden uitgevoerd. BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG27
Ambitie is om van de planontwikkeling een duurzame gebiedsontwikkeling te maken. In de uitwerking van het plan is naast aandacht voor de openbare ruimte ook uitwerking van duurzame ingrepen voor de bebouwde omgeving. Ter bevordering van de biodiversiteit is er ook binnen de architectuur aandacht voor natuur inclusief bouwen. Hierbij valt onder andere te denken aan het integreren van ingemetselde nestkasten voor vogels en gevleugelde dieren en insecten. De oriëntatie van de gevel bepaald in grote mate de geschiktheid voor een doelgroep. De oostgevels , hebben een koeler oppervlak voor de ochtendzon , dit maak deze gevelvlakken geschikt voor geïntegreerde nestvoorzieningen voor vogels. Hierbij dient er aandacht te zijn voor de grootte en de hoogte van de nestvoorzieningen. De dakvlakken van de woningen bieden ruimte zonnepwekking. De bijgebouwen en garages bieden ruimte voor het opvangen , vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. In de openbare ruimte is ruimte voor waterretentie in de vorm van greppels en laagtes. Deze gradiënten in de openbare ruimte zorgen voor een divers groen beeld. De openbare ruimte biedt met haar beplanting naast dekking , ook voedsel in de vorm van vruchtdragende heesters. Het divers sortiment trekt ook insecten aan ter bestuiving en dienen eveneens als voedselbron voor de vogels.
Hierdoor ontstaat er een symbiose tussen bebouwde en onbebouwde omgeving.
duurzaamheid
vruchtdragend waterberging
groene
luwe structuren
waterinfiltratie
gemixte haag
biodivers
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG29
rijloper in keiformaat roodbruin , parkeervakken langs het lint geduid in een donkerdere steen. trottoirs in 30x30 betontegels
parkeervakken buiten het lint worden uitgevoerd in grasbetonstenen
verhardingen
wandelpaden langs en tussen het erf en wooncluster worden uitgevoerd in halfverharding
openbare
ruimte
-
verhardingen
Verhardingen In het stedenbouwkundig schetsontwerp is de basis meegegeven voor de principes van de openbare ruimte , die omschrijft de ruimtelijke structuren waaronder wegen en padenstructuren. Deze landen binnen de ruimtelijke structuur van het groen , een contramal waarin de bebouwing een plek krijgt. De verharding is in basis ondergeschikt aan het groene karakter van de wijk. Enige uitzondering is het lint welke de woonsferen aan elkaar verbindt. Het lint is dorps en kent overwegend meer verharding dan groen. Dit is ook helder terug te zien in de kern van Broekhuizenvorst. Linten en pleinen zijn stenig en voorzien van solitaire bomen of bomenrijen. De verhardingen van de rijloper kennen een eenduidig karakter in gebakken materiaal. Op deze wijze ontstaat een dorps karakter. Parkeren langs het lint vindt incidenteel plaats op de daarvoor gemarkeerde plekken (zie richtbeeld). Het lint kent geen verhoogde trottoirband maar een band met een schuin profiel die overrijdbaar is. De verharding op de achtererven en het woonerf zijn anders van karakter. Hier is meer ruimte voor waterinfiltratie , Waterdoorlatende verharding waaronder split en grasbetonstenen geven deze ruimtes een ander beeld dat het dorpse lint. Voor vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen is ruimte voor minimaal twee opstelplaatsen voor auto’s (inclusief garage).
De oprit is maximaal 4 meter breed en bevindt zich naast het hoofdvolume. Bij tweekappers kan een oprit worden gedeeld. De opritten worden bij voorkeur onverhard of met open verharding uitgevoerd. Voor de vrijstaande woning is de voorkeur om een onverharde oprit te realiseren (karrespoor , halfverharding of soortgelijk). Hiermee wordt een groen beeld bewerkstelligt. Voor de afvalinzameling geldt dat dit gebeurd langs doorgaande wegen , in dit geval het lint. Hiervoor worden langs het lint afvalverzamelplekken geduid langs het lint middels een tegel met beeltenis (containeropstelplaats). Doordat het lint grotendeels vrij blijft van geparkeerde auto’s is binnen de planvorming voldoende ruimte voor containers van zowel de woningen langs het lint als het wooncluster en woonerf.
het achterf (voorbij de parkeerkoffer) wordt uitgevoerd in halfverharding , split of vergelijkbaar. Hier is ruimte voor informele erfbeplanting en een solitaire boom
De structuurelementen worden onderscheiden door: Verharding rijwegen: klinkers rood-bruin in keiformaat; Trottoirs/voetpaden en achterpaden: betontegel 30x30 cm of 20x20 cm grijs; Parkeerplaatsen: betonklinkers met uitstapstrook; Recreatieve wandelpaden langs het landschap: gestabiliseerde halfverharding , kleur geel-bruin; Erf: Halfverhard door split of vergelijkbaar.
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG31
sfeer groen
natuurlijk laagte met her en der een boom(groepje)
openbare
ruimte
-
groenstructuren
Groen/beplanting De beplanting binnen de planontwikkeling is enerzijds gericht op het toepassen van soorten die geschikt zijn voor de diverse gradaties binnen het gebied als ook het vergoten van de biodiversiteit. De tweedeling in het plan richt zich op een natuurlijke laagte met waterminnende beplanting en een hoogte , het dorpsbosje , met heesters/houtwallen en bomen. De beide gebieden worden aan elkaar geregen door een eigentijds lint. Hier wordt gestuurd op het creëren van eenheid maar wel op een eigentijdse wijze. Binnen de laan is het de bedoeling dat diverse soorten van de Linde worden aangeplant om de weerstand en robuustheid van de laan te versterken. De grasvlakken , zowel laagte als hoger gelegen grond worden extensief beheerd (bloemenweides) met op sommige plekken intensiever gemaaide delen voor speelplekken/trapveldjes en (een halve meter) langs de halfverharde paden. Hierbij gelden soorten als berk , els , wilg , eik , hazelaar en linde. Ook het toepassen van notenbomen zoals walnoot , hazelaar is op sommige plekken mogelijk , dat ook gebruikt kan worden als ‘pluk’ vruchten voor de wijkbewoners. Juist dit soort beplantingen zijn goed mogelijk , gezien de ‘rijkere’ grondsoort (enkeerdgrond). Op de volgende spread worden de doelsoorten per structuurdrager toegelicht.
Wadi’s De groene openbare ruimtes zijn rijk voorzien van wadi’s , zowel langs het lint als in de laagte , voor de berging en infiltratie van regenwater. Deze wadi’s hebben een natuurlijke uitstraling , dus niet strakgetrokken maar met een landschappelijke vormgeving. De taluds van de wadi’s dienen gemaaid te kunnen worden en hebben een helling van minimaal 1:3. Doordat verschillende soorten planten vragen om andere waterdieptes kan er ook gevarieerd worden met de dieptes van de wadi’s. De wadi’s worden ingezaaid met een bloemenmengsel (gericht op een iets rijkere grondsoort) en dienen extensief gemaaid/onderhouden te worden. De wadi’s zijn onderling gescheiden door dammetjes (met duikers) , waarover ook de dwarsverbindingen voor voetgangers gelegen zijn. In de dammetjes kunnen overstorten worden opgenomen , indien bij zware regenval de berging niet voldoende mocht zijn en er een afvoer richting het lager gelegen zuidelijk deel van de woonwijk nodig mocht zijn .
principe wat afwatering langs het lint. De groene zone tussen het wooncluster en woonerf dient als groen-blauwe goot richting de laagte BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG33
zoom
en
laagte
Zoom De zoom is natuurlijk van karakter en zal in dichtheid verschillen. De begrenzing met de loodsen en de omkadering van het woonerf aan de noordoostzijde is wat dichter in aanplant dan de groene wig tussen woonerf- en cluster en de begrenzing richting het lint 70% bosplantsoen/ 30% veren , soorten uit PNV vochtig Berken-Zomereikenbos: zomereik , ruwe en zachte berk , vuilboom , lijsterbes , geoorde en grauwe wilg , krent , hulst omkaderd het wooncluster en woonerf. Laagte laagte bestaat uit bloemrijk grasland passend bij de vochtige ondergrond. Solitaire bomen De en kleine groepjes staan her en der in de laagte , zodoende dat er genoeg ruimte over is voor een natuurlijke spelaanleiding en doorzichten vanuit en richting de (nieuwe) dorpsrand. Alnus glutinosa zwarte els , Betula nigra zwarte berk en Salix alba (‘Limpde’) schietwilg
lint (achter)erven
Het Lint het lint wordt een rij bomen aangeplant. Hierbij wordt een eigentijdse rij lindebomen Langs aangeplant. Hierbij worden verschillende soorten van dezelfde ‘familie’ aangeplant om de weerstand tegen ziektes te vergroten. Het gaat om vier soorten Tilia (Lindes); Tilia platyphyllos ‘orebro’ , Tilia americana ‘Redmond’ , Tilia henryana Tilia cordata ‘Böhlje’. De Tilia cordata ‘Böhlje’ is met name geschikt voor parkeervakken (heeft minder last van bladluis). Langs de Beerendonckerweg en op het woonerf wordt gekozen voor de Quercus robur (Eik). Voorzien van voldoende groeiruimte , geven de bomen maat en schaal aan het lint en erf. De parkeerkoffers De parkeerkoffers worden voorzien van bomen met een transparante kroon. Geschikte soort is de Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’ (Valse Christusdoorn). BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG35
stapstenen als natuurlijk speelelement
natuurlijk speelelement (balk)
natuurlijke laagte (duiker)
klauteren
en
ontdekken
elementen
,
meubilair
en
verlichting
Openbare verlichting De armaturen lang het lint en in de overige openbare ruimte zijn van hetzelfde type. Het betreft een armatuur welke wordt geplaatst op een subtiele conische mast van 45, meter hoog in de neutrale en ingetogen kleur. Speelvoorzieningen en meubilair Het karakter van de planontwikkeling wordt in grote mate bepaald door de woningen en het groene beeld waarin zij een plaats krijgen. Ook de inrichtingselementen zijn onderschikt aan de natuur. Wens is om naast het groene en verharde beeld eenduidig te zijn. Meubilair en speelelementen zijn natuurlijk en van hout. Daarnaast is het de wens om terughoudend te zijn in bebordingen. Ondanks de verscheidenheid aan elementen ontstaat er rust en samenhang in het straatbeeld. De speelvoorzieningen en meubilair hebben een robuuste , natuurlijke uitstraling en/of natuurlijke materialen , zoals hout (gecombineerd met verzinkt staal waar nodig) , boomstammen en stapstenen/ keien deze voorzieningen kunnen random verdeeld worden in en langs de wadi’s. In de natuurlijke laagte komt een speelplek met voorzieningen kinderen met ruimte voor natuurlijk en uitdagend spelen.
natuurlijk speelelement (balk)
natuurlijke speelplek
BEELDKWALITEITSPLAN BEERENDONCKERWEG37
Broekhuizenvorst
BEERENDONCKERWEG beeldkwaliteitsplan
3581. 01 juni 2023 MTD landschapsarchitecten - HVG Real Estatee