CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Toelichting en Regels

Gemeenteraad 18 oktober 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b, Melderslo.27.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1.103 voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.104 voorgevelrooilijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.105 waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.106 wet/wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.107 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 60

1.108 woningsplitsing Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer zelfstandige woningen.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 61

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ondergrondse bouwwerken tellen derhalve niet mee bij het bepalen van de inhoud van een bouwwerk. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 62

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik; b. agrarisch hobbymatig grondgebruik; c. grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen; d. wonen in een bedrijfswoning; e. een ander gebruik van gebouwen en gronden als nevenactiviteit, met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal ten hoogste 200 m2 bedraagt, namelijk: 1. detailhandel in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of bewerkt, dan wel hieraan direct aanverwante producten; 2. zorgboerderij; 3. zorgvoorzieningen; 4. dagrecreatieve voorzieningen; f. extensief dagrecreatief medegebruik; g. bescherming van aardkundige waarden; h. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 10; met de daarbij behorende: i. tuinen, erven en terreinen; j. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak; k. verkeers- en parkeervoorzieningen; l. voorzieningen van openbaar nut; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins; n. groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. ter plaatse van een bouwvlak mogen uitsluitend de bij één agrarisch bedrijf behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd; c. de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; d. in afwijking van het voorgaande mogen buiten een bouwvlak de volgende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: 1. erf- en terreinafscheidingen; 2. recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering; 3. hoogzitten; 4. containervelden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding agrarische voorzieningen'; 5. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding | bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 63

'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen', met dien verstande dat verankerde palen en open constructies permanent mogen blijven staan, mits voorzieningen zoals doeken, netten, folies of overkappingen buiten het seizoen worden opgerold dan wel verwijderd; e. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvlak toegestaan; 2. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; f. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken. 3.2.2

Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt: Bedrijfsgebouwen

min.

max.

Goothoogte

nvt

7m

Bouwhoogte

nvt

14 m

Afstand kassen tot de woning van derden

25 m

nvt

Het aantal bouwlagen van stallen ten behoeve van huisvesting van vee

nvt

1, of indien de bestaande gebouwen uit meer dan 1 bouwlaag bestaan, ten hoogste het bestaande aantal bouwlagen

Bedrijfswoning

min.

max.

Goothoogte

nvt

7m

Bouwhoogte

nvt

11 m

Afstand tot perceelgrens

3m

nvt

Inhoud

nvt

1.000 m³

Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen

min.

max.

Goothoogte

nvt

3,5 m

Bouwhoogte

nvt

6m

Afstand carports achter de voorgevel van de 0 m nvt bedrijfswoning carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning

1m

nvt

Afstand overige bijbehorende bouwwerken 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere

nvt

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 64

naar de weg gekeerde gevels kent Afstand overige bijbehorende bouwwerken 1 m tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie

nvt

Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken

nvt

150 m²

Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

min.

max.

Goothoogte

nvt

3,5

Bouwhoogte

nvt

6m

Afstand carports achter de voorgevel van de 0 m, carports mogen tot 1 m nvt bedrijfswoning voor de voorgevel worden gebouwd Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning

1m

nvt

Afstand overige bijbehorende bouwwerken 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent

nvt

Afstand tot zijdelingse perceelgrens

2,5 m

nvt

Afstand tot de bedrijfswoning

nvt

40 m

Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken

nvt

150 m²

3.2.3

Teeltondersteunende voorzieningen

De maatvoering voor teeltondersteunende voorzieningen, is als volgt: Teeltondersteunende voorzieningen

min.

max.

Bouwhoogte permanente nvt teeltondersteunende voorzieningen binnen het bouwvlak, anders dan kassen of ondersteunend glas

12 m

Goothoogte kassen of andere permanente teelondersteundende voorzieningen met glas binnen het bouwvlak

nvt

7,5 m

Bouwhoogte kassen of andere permanente teelondersteundende voorzieningen met glas binnen het bouwvlak

nvt

12 m

Bouwhoogte kassen of andere permanente teelondersteundende voorzieningen met glas buiten het bouwvlak

nvt

3m

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 65

Bouwhoogte tijdelijke teeltondersteunende nvt voorzieningen binnen het bouwvlak, dan wel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen'

4m

Oppervlakte teeltondersteunende kassen nvt binnen het bouwvlak, anders dan ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'

5.000 m²

Afstand teeltondersteunende voorzieningen 2,5 m tot de zijdelingse perceelgrens

nvt

Afstand teeltondersteunende voorzieningen 25 m tot de woning van derden

nvt

* mits is aangetoond dat er geen sprake is van onevenredige schade/hinder voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven en woningen in die zin dat bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt of bewoners overlast gaan ervaren (licht, schaduw, geluid). Indien dat wel het geval is dient een grotere afstand in acht te worden genomen om de overlast te beperken.

3.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: Bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde

min.

max.

Mestsilo

nvt

6m

Sleufsilo

nvt

4m

Overige silo's en hooibergen

nvt

15 m

Erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak

nvt

voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m

Schoorstenen

nvt

14 m

Omheiningen ten behoeve van paardenbakken

nvt

1,3 m

Lichtmasten ten behoeve van nvt paardenbakken, met dien verstande dat er maximaal 4 lichtmasten per paardenbak zijn toegestaan

6m

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak

nvt

8m

Hoogzit

nvt

3,5 m

3.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de hoogte van bebouwing;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 66

2. de aard, de hoogte en de situering van erf- en terreinafscheidingen; een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in het Gemeentelijk KwaliteitsMenu. b. De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: 1. voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 8; dan wel; 3. in verband met maatwerk ten aanzien van de verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden voor buitenopslag; b. het gebruik van de gronden voor fruitteelt en boomteelt voor zover gebruik wordt gemaakt van een op- en zijwaartse spuittechniek voor het aanbrengen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 30 m tot voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, uitgezonderd en voor zover: 1. bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden; 2. het herplant van houtopstanden van fruitteelt en boomteelt betreft; 3. het aanplanten van (fruit)bomen ten behoeve van fruit- of boomteelt op gronden die op de datum van vaststelling van het bestemmingplan in gebruik zijn bij een fruitteeltbedrijf en/of een boomkwekerijbedrijf; 4. aangetoond is dat het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast. Hierbij wordt in ieder geval voldaan in de volgende situaties:

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 67

c. d. e. f.

het gebruik van gronden en opstallen voor horeca; het gebruik van de gronden voor inpandige statische opslag; het gebruik van de gronden voor verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden voor het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 68

3.4.2

Strijdig gebruik ammoniakemissie

Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, het gebruik van kassen en/of het telen van gewassen indien dit leidt tot een toename van de ammoniakemissie ten opzichte van de feitelijke situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit: 1. een verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de wet is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, met dien verstande dat in geval van een rekenkundige toename van de ammoniakemissie ten gevolge van aanpassingen in de regeling ammoniak en veehouderij deze wordt aangemerkt als de feitelijk en legaal aanwezige ammoniakemissie, dan wel; 2. indien een vergunning of melding als bedoeld onder 1 ontbreekt: de bestaande activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande activiteit werd veroorzaakt; b.

een toename van de ammoniakemissie voor het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, het gebruik van kassen en/of het telen van gewassen ten opzichte van de feitelijke situatie is wel toegestaan indien het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet, een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied, die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 1.13 Wet natuurbescherming geldt, een waarde overschrijdt die is vastgesteld bij de algemene Maatregel van Bestuur als bedoeld in artikel 2.9, vijfde lid, onder a, onder 1 van de Wet natuurbescherming. 3.4.3

Huisvesting arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven

Het College van Burgemeester en wethouders is bevoegd om middels omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in de geldende agrarische bestemmingen en toestaan dat de gronden en bouwwerken met een agrarische bestemming worden gebruikt ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De omgevingsvergunning wordt tijdelijk verleend, voor de duur van maximaal 10 jaar; b. Er is sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf; c. Huisvesting is uitsluitend toegestaan binnen bestaande of nieuw te bouwen (bedrijfs)gebouwen, niet zijnde , kampeermiddelen en/of stacaravans, binnen het bouwvlak danwel het, overeenkomstig de onderliggende bestemming, te bebouwen perceelsgedeelte en uitsluitend ter plaatse van de hoofdvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf; d. In afwijking van het bepaalde onder 5.1 onder c. is huisvesting toegestaan ter plaatse van een nevenvestiging, mits wordt aangetoond dat huisvesting ter plaatse van de hoofdvestiging uit ruimtelijke en/of bedrijfseconomische gronden niet mogelijk is; e. Het maximaal aantal te huisvesten personen dient te worden aangetoond op basis van seizoensbehoefte die ment aan toont middels een accountantsverklaring; f. De huisvesting van arbeidsmigranten dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. er is sprake van 1- en 2-persoons slaapkamers; 2.

parkeren ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten dient op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorziening rechtstreeks op de openbare weg ontsloten wordt en voldoet aan de uitgangspunten en normen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 69

3. de huisvesting wordt landschappelijk ingepast overeenkomstig het bepaalde inzake ruimtelijke kwaliteitsverbetering, zoals opgenomen in de 'Structuurvisie Horst aan de Maas'; 4. ter plaatse van de huisvesting dienen, zowel inpandig als uitpandig, recreatieve voorzieningen aanwezig te zijn; 5. een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies dient verzekerd te zijn/blijven met hiermee ook de inachtneming van de leefbaarheid voor de mensen in de (directe) omgeving, de dorpen of buurtschappen waar een concreet initiatief op afstraalt en de arbeidsmigranten zelf; 6. in het geval van nieuwvestiging van huisvesting dient een adequate omgevingsdialoog te worden gevoerd. mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. De milieusituatie; 2. Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 3. De verkeersveiligheid; 4. De gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen, dan wel de bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Vergroting oppervlakte agrarisch verwante nevenactiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van een grotere oppervlakte dan 200 m² aan agrarische nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf, onder de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden in de bestaande bebouwing; b. de nevenactiviteit dient een verbreding van de bedrijfsvoering te betreffen, deze dient in directe relatie te staan met de hoofdfunctie van het agrarische bedrijf; c. de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit mag maximaal 25% bedragen van de totale bebouwde oppervlakte op het bouwperceel. 3.5.2

Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van kleinschalig kamperen op gronden op een bouwvlak en wel gekoppeld aan het agrarisch bedrijf op het betreffende bouwvlak, met inachtneming van tenminste de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van een bedrijfsvoering die als geheel onderscheidend en vernieuwend is voor Horst aan de Maas; b. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke); c. maximaal 25 kampeermiddelen zijn toegestaan, waarbij als voorwaarde geldt dat er geen beperkingen aan de omliggende agrarische bedrijven worden toegebracht in het kader van milieuwetgeving; d. bij het plaatsen van de kampeermiddelen een minimale afstand van 25 m tot een - als zodanig bestemde - verharde weg in acht dient te worden genomen; e. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing dan wel van landschappelijke compensatie; daarbij dient rekening te worden gehouden met het karakter van het omringende landschapstype; f. er dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de regionale werkgroep Vrijetijdseconomie;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 70

g. er dient te worden voldaan aan het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie en horeca. 3.5.3

Plattelandswoning

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van het toelaten van het wonen, anders dan wonen in een bedrijfswoning, in een voormalige agrarische bedrijfswoning (plattelandswoning), met dien verstande dat: a. deze afwijking uitsluitend is toegestaan indien wijziging naar de bestemming Wonen onmogelijk is; b. het aantal (bedrijfs)woningen op het betreffende perceel niet toe mag nemen; c. ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de overige bebouwing op het bouwvlak in gebruik blijft ten behoeve van de agrarische functie. 3.5.4

Kleinschalige horeca

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalige horeca met dien verstande dat: a. de horeca gezien de aard, omvang en intensiteit passend dient te zijn binnen de agrarische functie; b. maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing mag worden gebruikt ten behoeve van de horeca, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen; c. de openingstijden (inclusief terras) van de inrichting tussen 7.00 en 19.00 uur liggen; d. de agrarische functie in overwegende mate behouden blijft; e. het gebruik de agrarische functie ondersteunt en de horeca door de gebruiker van de (bedrijfs)woning dient te worden geëxploiteerd; f. een projectplan dient te worden overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag onderscheidendheid en kwaliteit blijkt; g. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert; h. het gebruik niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; i. gronden buiten het bouwvlak niet mogen worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; j. detailhandel niet mag plaatsvinden; k. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; l.

er dient te worden voldaan aan het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie en horeca. 3.5.5

Kleinschalige verblijfsrecreatie

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 om kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 5 recreatiewoningen toe te staan, met dien verstande dat: a. de verblijfsrecreatie gezien de aard, omvang en intensiteit passend moet zijn binnen de agrarische functie; b. de agrarische functie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van recreatiewoningen, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 per recreatiewoning mag bedragen;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 71

2. de (bedrijfs)woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; 3. dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit; 4. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; Dit betekent bijvoorbeeld dat het geen activiteit mag zijn waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van de milieuwetgeving verplicht is. Ook mag de activiteit geen industriële handelingen inhouden, evenmin is een seksinrichting toegestaan; 5. gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; 6. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige verblijfsrecreatie; 7. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; 8. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 9. er dient te worden voldaan aan het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie en horeca. c. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij de regionale werkgroep Vrijetijdseconomie. 3.5.6

Longstay-appartementen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van 2 longstay-appartementen voor grooms, stagiaires, en/of buitenlandse ruiters bij een paardenhouderij, met dien verstande dat: a. de appartementen het gehele jaar gebruikt mogen worden; b. de totale gezamenlijke oppervlakte per hippisch bedrijf niet meer dan 100 m2 mag bedragen; c. het wijzigen van een longstay-appartement naar een bedrijfswoning niet is toegestaan; d. een bedrijfswoning op het perceel aanwezig is waar de eigenaar van de paardenhouderij of gedelegeerde bedrijfsleider woont; e. het moet gaan om huisvesting van grooms, stagiaires, en/of buitenlandse ruiters die binnen de betreffende paardenhouderij werkzaam zijn. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in artikel 13 is van toepassing.

3.7

Wijzigingsbevoegdheden

3.7.1

Wijzigen in de bestemming 'Wonen'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. de agrarische bedrijfsuitoefening is beëindigd; b. er sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) c.q. kan worden gemaakt voor eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, dan wel een locatie waar voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering ongewenst is in verband met de belasting van het milieu dan wel de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden; c. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 72

d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; e. overige niet tot de woonfunctie behorende gronden worden bestemd als 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak; f. eventuele aanwezige teeltondersteunende voorzieningen en waterbassins behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf worden verwijderd en de bijbehorende aanduidingen worden verwijderd g. wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoningen, waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot: h. in uitzondering op het voorgaande is splitsing van rijks- of gemeentelijke monumenten, van panden zoals opgenomen in Bijlage 7 Karakteristieke panden, dan wel karakteristieke panden die zijn aangewezen in door het bevoegd gezag vastgesteld cultuurhistorisch beleid, in meerdere woningen toegestaan, met dien verstande dat: 1. het aantal woningen na splitsing niet meer bedraagt dan 3; 2. de woningsplitsing noodzakelijk is in verband met het herstel of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden; 3. de bestaande inhoud van de woning c.q. het pand niet wordt vergroot en de uiterlijke kenmerken behouden dienen te blijven; 4.

indien het een monumentaal of karakteristiek bebouwingscluster betreft woningsplitsing in het hele cluster is toegestaan, met dien verstande dat de karakteristiek van het cluster behouden blijft; 5. de woningen na splitsing elk een inhoud te hebben van minimaal 350 m3; 6. het bouwperceel per woning maximaal 1.000 m2 bedraagt; 7. de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen niet meer bedraagt dan 150 m2; 8. de te realiseren extra woning(en) binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma passen; 9. het bevoegd gezag de aanhef onder i kan wijzigen door het toevoegen of verwijderen van karakteristieke panden indien het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid wordt gewijzigd of herzien. i. de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; j. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij het waterschap en de Keur van het waterschap in acht genomen dient te worden; k. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 4 van overeenkomstige toepassing zijn.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 73

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. aan huis verbonden beroepen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in lid 9.3; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen; e. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; f. voorzieningen van openbaar nut; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken a. Per bestemmingsvlak is één vrijstaande woning met bijbehorende voorzieningen toegestaan; b. De voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden opgericht in of maximaal tot 5 m achter de naar de weg gekeerde bouwgrenzen; c. Voor de gebouwen gelden de volgende maatvoeringseisen: Woning

Min.

Max.

Goothoogte

n.v.t.

7m

Bouwhoogte

n.v.t.

11 m

Afstand zijdelingse perceelgrens

Min. 2,5 m

n.v.t.

Inhoud

n.v.t.

1.000 m3

Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports

Min.

Max.

Goothoogte

n.v.t.

3,5 m

Bouwhoogte

n.v.t.

7m

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw

1m

nvt

Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken per wooneenheid

nvt

150 m² per wooneenheid met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte', waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte per wooneenheid niet meer mag bedragen dan is aangeven

Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort nvt bij het hoofdgebouw

50%

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 74

Vrijstaande bijbehorende bouwwerken

min.

max.

Goothoogte

nvt

3,5 m

Bouwhoogte

nvt

6m

Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw

0m

nvt carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd

Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw

1m

nvt

Afstand tot zijdelingse perceelgrens

2,5 m

nvt

Afstand tot hoofdgebouw

nvt

40 m

Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken

nvt

150 m² per wooneenheid

Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort nvt bij het hoofdgebouw 4.2.2

50%

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt: bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde

min.

max.

erf- en terreinafscheidingen

nvt

voor de voorgevelrooilijn: 1 m achter de voorgevelrooilijn: 2 m

antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn

nvt

12 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak

nvt

3m

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Verhogen goot- en bouwhoogte hoofdgebouwen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van een grotere goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen, onder de volgende voorwaarden: a. de hoogte mag met maximaal 20% worden verhoogd; b. de cultuurhistorische en architectonische waarden moeten behouden blijven; c. de landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 4.3.2

Woningsplitsing

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van het vermeerderen van het aantal woningen nu het een karakteristiek pand betreft, met dien verstande dat: | bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 75

a. splitsing/inrichting van het gehele pand in meerdere woningen is toegestaan tot een maximum van 3 wooneenheden; b. de woningtoevoeging noodzakelijk is in verband met het herstel, beheer of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden; c. de bestaande inhoud van de woning dan wel het pand mag niet worden vergroot en de uiterlijke kenmerken behouden dienen te blijven; d. indien het een monumentaal of karakteristiek bebouwingscluster betreft woningsplitsing in het hele cluster is toegestaan, met dien verstande dat de karakteristiek van het cluster behouden blijft; e. de woningen dienen na splitsing / toevoeging elk een inhoud te hebben van minimaal 350 m3; f. het bouwperceel per woning maximaal 1.000 m2 bedraagt; g. per woning mogen vrijstaande bijgebouwen worden opgericht tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van 150 m2; h. de te realiseren woning dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; i. het bevoegd gezag de aanhef kan wijzigen door het toevoegen of verwijderen van karakteristieke panden indien het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid wordt gewijzigd of herzien. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Huisvesting arbeidsmigranten

Het College van Burgemeester en wethouders is bevoegd om middels omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in de geldende woonbestemmingen en toestaan dat woningen en/of hoofdgebouwen met een woonbestemming worden gebruikt ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten in woningen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De omgevingsvergunning wordt tijdelijk verleend voor de duur van maximaal 10 jaar; b. De locatie dient zich aansluitend op een daartoe geschikte en daar op afgestemde, c.q. daar op berekende, ontsluiting te bevinden; c. Per woning mogen maximaal 10 personen worden gehuisvest; d. De afstand tussen locaties met een woonbestemming waar arbeidsmigranten worden gehuisvest, dient minimaal 200 meter te bedragen, hemelsbreed gemeten tussen de bestemmingsvlakken van de betreffende woonbestemmingen; e. Er mogen geen bedrijfsmatige activiteiten gecombineerd worden met huisvesting op de locatie waar de woonbestemming zich bevindt; f. Hergebruik van een woonbestemming dient vergezeld te gaan van ruimtelijke kwaliteitsverbeteringen (zoals opgenomen in de Structuurvisie Horst aan de Maas) zoals een landschappelijke verbetering en/of afname van het bouwvolume, uitbreiding is niet toegestaan; g. De huisvesting van arbeidsmigranten dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1.

er is sprake van 1- en 2-persoons slaapkamers, met een maximum van 10 slaapkamers; 2. parkeren ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten dient op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorziening rechtstreeks op de openbare weg ontsloten wordt en voldoet aan de uitgangspunten en normen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen; 3. de huisvesting wordt landschappelijk ingepast overeenkomstig het bepaalde inzake ruimtelijke kwaliteitsverbetering, zoals opgenomen in de 'Structuurvisie Horst aan de Maas; 4. een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van zowel de huisvesting als de omliggende functies dient verzekerd te zijn/blijven met hiermee ook de inachtneming van de leefbaarheid voor de mensen in de (directe) omgeving, de dorpen of buurtschappen waar een concreet initiatief op afstraalt en de arbeidsmigranten zelf; 5. in het geval van nieuwvestiging van huisvesting dient een adequate omgevingsdialoog te worden gevoerd;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 76

6. De woning mag niet voor het beoogde gebruik worden uitgebreid. mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. De milieusituatie; 2. Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 3. De verkeersveiligheid; 4. De gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen, dan wel de bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Aan huis verbonden bedrijf

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van een huis verbonden bedrijf indien dat bedrijf gezien de aard, omvang en intensiteit passend is binnen de woonfunctie. Van een dergelijk aan huis verbonden bedrijf is sprake indien de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen; b. het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit; c. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing. Het gebruik moet vallen onder dan wel gelijk te stellen zijn met milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; d. er mag geen sprake zijn van een seksinrichting; e. het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; f. detailhandel mag niet plaatsvinden; g.

in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; h. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans. 4.5.2

Kleinschalige horeca

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalige horeca, met dien verstande dat: a. de horeca gezien de aard, omvang en intensiteit passend dient te zijn binnen de woonfunctie; b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; c. maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing mag worden gebruikt ten behoeve van de horeca, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen; d. de openingstijden (inclusief terras) van de inrichting tussen 7.00 en 19.00 uur liggen; e. het gebruik de woonfunctie ondersteunt en de horeca door de gebruiker van de woning dient te worden geëxploiteerd; f. een projectplan dient te worden overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag onderscheidendheid en kwaliteit blijkt; g. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 77

h. het gebruik niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; i. gronden buiten het bouwvlak niet mogen worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; j. detailhandel niet mag plaatsvinden; k. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; l. er dient te worden voldaan aan het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie en horeca. 4.5.3

Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toelaten van kleinschalig kamperen bij een woning, met dien verstande dat: a. er dient sprake te zijn van een bedrijfsvoering die als geheel onderscheidend en vernieuwend is voor Horst aan de Maas; b. kleinschalig kamperen uitsluitend is toegestaan op gronden op of direct grenzend aan de bestemming 'Wonen'; c. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke); d. maximaal 25 kampeermiddelen zijn toegestaan; e. het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; f. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie; g. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast; h. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij de regionale werkgroep Vrijetijdseconomie; i. er dient te worden voldaan aan het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie en horeca. 4.5.4

Kleinschalige verblijfsrecreatie

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid om bij een woning kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 5 recreatiewoningen toe te staan, met dien verstande dat: a. de verblijfsrecreatie gezien de aard, omvang en intensiteit passend moet zijn binnen de woonfunctie; b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van recreatiewoningen, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 per recreatiewoning mag bedragen; 2. de woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet; 3. dat wil zeggen dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit; 4. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing. Dit betekent bijvoorbeeld dat het geen activiteit mag zijn waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van de milieuwetgeving verplicht is. Ook mag de activiteit geen industriële handelingen inhouden, evenmin is een seksinrichting toegestaan; 5.

gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; | bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 78

6. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige verblijfsrecreatie; 7. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan; 8. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; 9. er dient te worden voldaan aan het meest recente gemeentelijke beleid ten aanzien van verblijfsrecreatie en horeca. c. er vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij de regionale werkgroep Vrijetijdseconomie.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 79

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

5.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 100 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 12.

5.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 80

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

6.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid; c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 6.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zie artikel 12.

6.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 81

onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 82

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 83

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Bestaande afmetingen en afstanden

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie.

8.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

8.3

Ondergronds bouwen

Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil. 8.4

Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag

In afwijking van het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte-koudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende bestemming toegestane bouwhoogte van gebouwen.

8.5

Bouwen in de buurt van agrarische bedrijven

De afstand van een geurgevoelig object alsmede de afstand van een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object tot:  omliggende agrarische bouwpercelen;  op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomteelt en fruitteelt;  gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen boomteelt of fruitteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden);  gronden welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in gebruik zijn van fruit- en/of boomteeltbedrijven; zal ten minste 50 m bedragen.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 84

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als: a. het (bedrijfsmatig) vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten en mest; b. het plaatsen van kampeermiddelen; c. het gebruik van gronden als volkstuin; d. het beoefenen van lawaaisporten; e. opslag voor de voorgevelrooilijn; f. detailhandel; g. verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg, h. het gebruik van de gronden gronden en opstallen voor een seksinrichting; i. intensief militair gebruik; j. opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen, anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik; k. permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken; l. permanente bewoning van recreatiewoningen/verblijfsrecreatieve voorzieningen; m. huisvesting van arbeidsmigranten, anders dan bestaande huisvesting van arbeidsmigranten; n. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; o.

geurgevoelig object alsmede voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object, indien de afstand minder dan 50 m bedraagt tot:  omliggende agrarische bouwpercelen;  op het moment van wijziging van het gebruik aanwezige boomteelt en fruitteelt boomgaarden;  gronden waarop in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan de gebruikswijziging boomteelt of fruitteelt aanwezig was (gelet op de herplantmogelijkheden);  gronden welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in eigendom of pacht zijn van fruit- en/of boomteeltbedrijven. 9.2

Warmte-koudeopslag

Open en gesloten systemen die door middel van het isolerend vermogen van de ondiepe bodem energie opwekken, niet zijnde aardwarmte, zijn toegestaan, met dien verstande dat gesloten systemen binnen gronden met de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' uitsluitend zijn toegestaan tot een diepte van 5 m boven NAP.

9.3

Aan huis verbonden beroep

In (bedrijfs)woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²; b. degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend;

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 85

c. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen. 9.4

Bed & breakfast

In (bedrijfs)woningen en/of bijbehorende bouwwerken is het uitoefenen van een bed & breakfast toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen gronden en bebouwing; b. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen; c. het vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast niet meer dan 100 m2 bedraagt.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 86

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden

Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in de navolgende tabel: Aanduiding

Landschaps- en natuurwaarden

overige zone heideontginning

- Open landschap met onderverdeling van de openheid door bomenlanen. - Overwegend patroon van rechte wegen. - Overwegend rechthoekige tot blokvormige verkaveling. - Kunstmatig lage grondwaterstanden. - Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. - Huidige natuurwaarde is beperkt. - Plaatselijk van belang voor vogels (Hooge Heide, Brommer) en amfibieën. - Van nature natte, laag gelegen zandgronden in de natte heide ontginningsgebieden. - Natuurwaarde is gering in de natte heide ontginningsgebieden, met uitzondering van de weilanden die van waarde zijn voor (weide)vogels. - Openheid en landbouwkarakteristiek van het landschap in de natte heideontginningsgebieden behouden en agrarische bebouwing goed verdichten met groen (stevige, strakke erfbelasting).

10.2

Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol

10.2.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water. 10.2.2 Bouwregels Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.

10.3

Milieuzone - milieubelastende activiteit

Het bouwen dan wel gebruiken van gronden is voor milieubelastende activiteiten niet toegestaan binnen de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - milieubelastende activiteit'.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 87

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudsmaten tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend; b. van de regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangetast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. van de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. van de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; e. van de regels voor het bouwen van niet voor bebouwing bestemde gebouwen van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations mits de inhoud niet meer dan 50 m³ en de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld; 2. woon- en leefklimaat op omliggende percelen; 3.

ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; 4. de verkeersveiligheid; 5. de sociale veiligheid; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.2

Saneringsregeling bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan, conform het bepaalde in de 'Maatwerknotitie bijgebouwen in het buitengebied' bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan ten behoeve van uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning tot een grotere oppervlakte dan in het plan is toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 1/3 van de oppervlakte van de (elders binnen het grondgebied van Horst aan de Maas) gesloopte bijbehorende bouwwerken mag worden teruggebouwd, voor zover legaal aanwezig op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning, dan wel ten hoogste 5 jaar daarvóór legaal aanwezig is geweest; b. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer dan 600 m2 mag bedragen; c. gegarandeerd is dat herbouw van de gesloopte oppervlakte planologisch niet meer mogelijk is.

| bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

Pagina | 88

Artikel 12 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 12.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde bestemmingen of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:

(1-4) noten: zie artikel 15.2, onder a.

(*) de onderstaande letters geven aan dat een omgevingsvergunning is vereist (activiteit onder voorwaarden mogelijk) De letters worden hierna verklaard: Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m; c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem; i.

het aanbrengen van beplantingen, (hout-)gewas en/of bomen welke dieper dan 30 cm wortelen, met uitzondering van landbouwgewassen. 12.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden: a. in de situaties genoemd in de tabel in lid 12.1 bij de volgende cijfers: 1. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen en/of houtachtige gewassen en vaste planten, binnen een agrarisch bouwvlak of ten behoeve van een boomkwekerij; 2. op een kleinere diepte dan 30 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 100 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; 3. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m², dan wel op gronden die voor wat betreft archeologie reeds zijn vrijgegeven middels een selectiebesluit; | bestemmingsplan Herenbosweg 24, 30 en 30b Melderslo | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11871265/1