CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Toelichting

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Rotvenweg ongenummerd te Horst.13.849 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rotvenweg Horst

Pagina | 2

Inhoudsopgave Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

4

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1 2.2

Algemeen Ruimtelijke en functionele structuur

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.6

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten Landschappelijke inpassing en water

Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8

7 7 7

10

Inleiding Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Omgevingsverordening Limburg 2014 Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg Gemeentelijk beleid Integrale structuurvisie Horst aan de Maas Masterplan Wonen Horst aan de Maas Bestemmingsplan Conclusie

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 4.2 4.3

4 4 5 6

Inleiding Milieuaspecten Milieu effect rapport Bodem- en grondwaterkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzoneringen Geurhinder Geiten Endotoxinen

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

10 10 10 11 11 12 12 13 14 14 15 15 17 18 19

20 20 23 23

24 24 24 24 25 26 27 28 29 29 30

Pagina | 3

5.2.9 5.2.10 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9

Spuitzones Externe veiligheid Waterparagraaf Kabels en leidingen Gebiedsbescherming Soortenbescherming Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Duurzaamheid

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 7.2 7.3

Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

Bijlagen Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

31 32 33 36 36 37 39 40 40 41 41

42 42 42

44 44 44 44

Pagina | 4

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Initiatiefnemer is voornemens om aan de Rotvenweg ongenummerd te Horst, kadastraal bekend als gemeente Horst sectie M nummer 560 één burgerwoning te realiseren, waarbij hij een bijgebouw wil oprichten met een maximale omvang van 500 m2. De locatie grenst aan de voormalig vuilstort aan de Rotvenweg. Het gebied was van oudsher een tuinbouwgebied waar later de eerste (verwarmde) kassen in Horst werden gebouwd. Daarna heeft dit tuinbouwgebied zich verder ontwikkeld tot het moment dat het gebied werd geclaimd als uitleglocatie van woningbouw voor Horst. De (grootschalige) glastuinbouw heeft zich toen verplaatst naar het Meterikse veld. De kleinere agrarische bedrijven, waaronder ook enkele in die sector actief zijnde dienstverlenende, zijn ter plaatse gebleven en zijn successievelijk door de schaalvergroting inmiddels verdwenen. Aan de Melatenweg zijn daarnaast een aantal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Aan de Rotvenweg, Donkstraat, Melatenweg, Afhangweg is de oude bedrijvigheid nog te zien maar is ook nog sprake van actieve bedrijvigheid (champignons, opslag, landbouwmechanisatie, paarden, loonbedrijf).

Initiatiefnemer kiest voor deze locatie om bij de burgerwoning de mogelijkheid te hebben om een grotere loods te realiseren; op de achter de nieuwe woning met bijgebouw liggende agrarische gronden zal inititiefnemer in hobbymatige omvang kiwibessen gaan kweken, om op deze manier te onderzoeken of er markt is voor de kiwibes alsmede om inzicht te krijgen in de teelt. De gemeente Horst aan de Maas wil de verdere ontwikkelingen in de 'zacht fruit sector' in de regio aanjagen en heeft daarom in mei 2021 te kennen gegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief.

Om deze ontwikkeling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan beide betreffende locatie een bouwrecht toegekend, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe woning met een bijgebouw van maximaal 150 m2 ontstaat, waarvoor één bouwcontingent wordt ingezet; extra oppervlakte aan bijgebouwen kan alleen maar worden toegestaan middels toepassing van het gemeentelijke beleid 'Groter bouwen in het buitengebied' en tot een maximum van 250 m2.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan deRotvenweg ongenummerd te Horst, kadastraal bekend als gemeente Horst sectie M nummer 560 en heeft een omvang van 8590 m2; hiervan zal circa 2500 m2 bestemd worden als 'Wonen'. Het overige deel houdt een agrarische bestemming. Op onderstaande figuur 1 is het plangebied aangeduid met een rode lijn en de grens van het kadastrale perceel M560 met een vette zwarte lijn.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 5

Figuur 1: plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Op het plangebied rusten de volgende planologische regelingen: Naam bestemmingsplan

Bestemming/aanduiding

Vaststelling Raad

bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”

- Agrarisch met waarden 19 december 2017 - Waarde Archeologie 3 - gebiedsaanduiding "overige zone - kampen", "overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw" en "milieuzone grondwaterbeschermingsgebied Venloschol"

bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020

nadere nuancering bestemming 'Agrarisch met waarden'

‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’

uitbreiding algemene 20 april 2021 mogelijkheden tot huisvesting van internationale werknemers

8 september 2020 bestemmingsplan

Op figuur 2 is de uitsnede van de vigerende verbeelding weergegeven.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 6

Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied

Binnen deze bestemmingen zijn geen woningen toegestaan. Omdat binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan de gewenste ontwikkeling en toevoeging van de woning niet gerealiseerd kan worden, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, dat voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 7

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied is gelegen ten westen van de kern Horst, net in het buitengebied en grenst aan de westzijde aan de voormalig vuilstort aan de Rotvenweg. Het gebied was van oudsher een tuinbouwgebied waar later de eerste (verwarmde) kassen in Horst werden gebouwd. Daarna heeft dit tuinbouwgebied zich verder ontwikkeld tot het moment dat het gebied werd geclaimd als uitleglocatie van woningbouw voor Horst. De (grootschalige) glastuinbouw heeft zich toen verplaatst naar het Meterikse veld. De kleinere agrarische bedrijven, waaronder ook enkele in die sector actief zijnde dienstverlenende, zijn ter plaatse gebleven en zijn successievelijk door de schaalvergroting verdwenen. Aan de Melatenweg zijn daarnaast in het zeer recente verleden een aantal Ruimte voor Ruimte woningen gerealiseerd. Aan de Rotvenweg, Donkstraat, Melatenweg, Afghangweg is de oude bedrijvigheid nog te zien maar is op grotere afstand van het plangebied, ook nog sprake van actieve bedrijvigheid (champignons, opslag, landbouwmechanisatie, paarden, loonbedrijf). De Rotvenweg loopt uit op de Melatenweg. Verkeerskundig gezien heeft de Melatenweg een functie als doorgaande weg welke om de kern van Horst heen gaat. Voor de Melatenweg geldt ter plaatse een snelheidsregime van 60 km/u, welke ten noorden van de Melatenweg 15a overgaat in een 30 km/u-zone. Het profiel deze weg is toegesneden op haar lokale verkeersfunctie.

Figuur 3: impressie plangebied (perceel achter houten hek)

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 8

Figuur 4: bebouwingsstructuurlangs Melatenweg in zuidelijke richting (plangebied ter plaatse van pijl)

Figuur 5: bebouwingsstructuurlangs Melatenweg in noordelijke richting (plangebied ter plaatse van pijl)

Op figuur 6 is de luchtfoto weergegeven:

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 9

Figuur 6: Luchtfotoplangebied e.o.

De kadastrale percelen M 558 en 559 (hoe Melatenweg-Rotvenweg) zijn in de verkoop gezet en waarschijnlijk inmiddels verkocht, ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe woningen. Hierdoor zal de bebouwingsstructuur van de Melatenweg de hok om buigen naar de Rotvenweg en zo één stedenbouwkundig geheel gaan vormen.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 0

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een beeld van de randvoorwaarden die vanuit het beleid gelden betreffende onderhavige ontwikkeling. De beleidskaders zijn op verschillende schaalniveaus beschreven. Aan bod komen het rijks-, provinciaal - en het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (vastgesteld op 11 september 2020) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar in samenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap.

Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het zaak alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld kan blijven verdiend. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 1

In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed. In hoofdstuk 4 van onderhavige plantoelichting zullen de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde worden gesteld. Tevens kan, in relatie met hoofdstuk 5, gesteld worden dat in onderhavig project van toekenning van één bouwtitel voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt, waardoor er sprake is van een toekomstbestendige ontwikkeling in het landelijk gebied.

3.2.2

Ladder duurzame verstedelijking

Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor overige stedelijke functies wordt in de overzichtsuitspraak gesteld, dat voor andere stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt.

Bestaat de andere stedelijke ontwikkeling uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Door de toevoeging van 'in beginsel' bij iedere ondergrens, lijkt de Afdeling duidelijk te willen maken dat geen sprake is van ‘harde’ ondergrenzen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In casu is er slechts sprake van één toe te voegen woning. Het betreft geen stedelijke ontwikkeling waarop de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is.

3.2.3

Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)

In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; | bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 2

rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro.

Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Provinciale Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Met betrekking tot het aspect Wonen is de volgende ambitie in de Omgevingsvisie neergelegd: Omdat de woonbehoeften veranderen, maar ook omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven ten aanzien van wonen en leefomgeving, zijn deze meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Vanuit de wetgever is onze provinciale rol wat betreft dit thema beperkt. Vanwege het brede maatschappelijke belang van de opgave kiest de provincie voor een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. Wij bekijken woningbouwontwikkelingen vanuit een brede maatschappelijke context.

Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Bij onze keuzes houden we rekening met samen hangende belangen zoals leegstand bij detailhandel, kantoren, maatschappelijk vastgoed, monumenten, etc. Daarnaast bezien we de woningopgave altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid. Met het stimuleren van de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen zien wij meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en klimaatadaptieve

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 3

woonomgeving. We vinden het belangrijk dat eerst de kwaliteit van het feitelijk bestaand bebouwd gebied op orde wordt gemaakt. Via het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking benutten we de ruimte in bestaand bebouwd gebied optimaal, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed hergebruikt en herbestemd wordt in lijn met de Limburgse principes. Daarvoor werken we samen met andere beleidsvelden. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van flexibele woonvormen. Tijdelijk permanente bewoning toestaan in recreatieparken voor de huisvesting van internationale werknemers en/of woonurgenten voor de duur van maximaal tien jaar en onder (nader te bepalen) voorwaarden als verdienmodel voor toekomstige herontwikkeling of sanering van het park, of het herbestemmen van monumentale bebouwing in het buitengebied zijn hiervan voorbeelden. Bij planvorming voor uitbreiding van de woningvoorraad wordt de ladder voor duurzame verstedelijking en de voorkeur voor gebruik van leegstaand vastgoed consequent gehanteerd.

Toevoegingen aan de Limburgse woningmarkt moeten niet alleen van de juiste soort zijn (voldoen aan de specifieke lokale woningbehoefte) en op de juiste locatie zijn, maar moeten in veel gevallen ook gepaard gaan met sloop, zodat de kwantitatieve verhouding in balans blijft.

In beginsel past het initiatief, door gebruikmaking van een bouwcontingenten welke het gevolg is van een kwaliteitsverbetering in de vorm van de sloop van een agrarische bedrijfslocatie, binnen het provinciale beleid en de provinciale ambities.

3.3.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

De Omgevingsverordening Limburg is in 2014 gewijzigd vanwege de vaststelling van het POL 2014, waarin was bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening zou worden toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg heeft betrekking op 'wonen' en kent de volgende bepalingen: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen. 4. Het derde lid is niet van toepassing indien: a.

er sprake is van een door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg; en | bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 4

b. het ruimtelijk plan voldoet aan het bepaalde in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het vierde lid. 6. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. In dit kader zijn de leden 1, 5 en 6 van toepassing. Zoals in paragraaf 3.4.1 (Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg) van onderhavige plantoelichting is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte (de vraag naar ruime woonkavels is erg groot) en wordt een woning toegevoegd die van hoogwaardige kwaliteit is en welke het gevolg is van een wenselijke sanering van een beëindigde agrarische bedrijfslocatie.

Voor de plangebieden zijn er verder geen beperking opgenomen. Het project is dan ook niet strijdig met de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Woonvisie Noord-Limburg

Op 8 september 2020 heeft de gemeente Horst aan de Maas de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie? En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.

Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1-

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 5

persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen. Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee.

Toets aan regionale Woonvisie: De uitgangspunten van deze woonvisie betreffen: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen Koppelkansen Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte We streven sociaal duurzame woonconcepten na We zoeken aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn. In de regio Noord-Limburg bedraagt het verschil tussen nieuwbouwplancapaciteit en huishoudensgroei in de periode 2015-2030 32%. Momenteel kent elke gemeente meer capaciteit dan huishoudensgroei, behalve Horst aan de Maas, waar dus nog ruimte voor groei is. In casu is er ook sprake van bouwen naar reële behoefte (kavel zal door initiatiefnemer worden bebouwd) en wordt één woning gerealiseerd die kwaliteit toevoegt. Dit is niet strijdig met de doelstellingen van deze woonvisie.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Integrale structuurvisie Horst aan de Maas

Op 9 april 2013 is de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas vastgesteld. Het betreft een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. Verder is de integrale structuurvisie opgesteld om maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid tot het plegen van kostenverhaal die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De structuurvisie bestaat uit een beleidskader en een uitvoeringsparagraaf waarin het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) wordt geïmplementeerd.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 6

Het grondprincipe van het gemeentelijk (en provinciaal) kwaliteitsmenu (GKM) is, dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit, hetgeen dient te worden gecompenseerd door een kwaliteitsbijdrage. Dit geldt zowel binnen als buiten de ‘rode contouren’. De kwaliteitsbijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit en leefbaarheid te versterken. Het doel is dat per saldo daarmee de kwaliteit toeneemt. Het GKM is van toepassing op ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitbepaling (zoals wijzigings- of afwijkingsregels) zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan. Veel kleinere ontwikkelingen kunnen dan ook vaak zonder toepassing van het GKM doorgang vinden.

Zoals op onderstaande uitsnede uit de structuurvisiekaart (figuur 7) is te zien, valt het plangebied binnen het 'gemengd gebied (7E)'.

Figuur 7: uitsnede uit kaart structuurvisie

Ten behoeve van het toevoegen van solitaire woningen in 7E-gebieden geldt een voorwaardelijke grondhouding. Voor plannen die niet rechtstreeks passen in het bestemmingsplan is een kwaliteitsverbeterende maatregel noodzakelijk. Dat is in onderhavig plan het geval, aangezien er door middel van de inzet van een bouwclaim wordt bijgedragen aan het saneren van een intensief veehouderijbedrijf. Als gevolg van een voorgenomen herbegrenzing van het 'ontwikkelingsgebied glastuinbouw' komt de locatie buiten dit ontwikkelingsgebied te liggen, waardoor er mogelijkheden zijn om mee te werken aan de realisatie van een burgerwoning waarvoor de sanering de kwaliteitsverbeterende maatregel betreft. Daarnaast worden er vanuit de structuurvisie nog de volgende eisen gesteld: Er moet sprake zijn van ruimtelijke samenhang en landschappelijke inpassing. Het woonmilieu van bestaande woningen mag niet onevenredig warden aangetast. De woning dient ontsloten te worden op de openbare weg en parkeren dient op eigen terrein geregeld te worden. Er dient rekenin gehouden te worden met de bodemgesteldheid, waterhuishouding, bedrijvigheid, archeologie, cultuurhistorie, ecologie en duurzaamheid.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 7

Eventuele planschadeclaims komen voor rekening van de initiatiefnemer. Een bouwkavel buiten de bebouwde kom dient minimaal 750m2 groot te zijn. Meewerken aan de wijziging van de agrarische bestemming naar de bestemming Wonen is mogelijk omdat het perceel aan de Rotvenweg praktisch aansluit op het in de Structuurvisie aangewezen deelgebied "centrumdorp". De locatie wordt aangemerkt als een uitloper van Horst en sluit, nadat ook de twee tussenliggende agrarische percelen een woonbestemming hebben gekregen, welke ontwikkeling op zeer korte termijn is voorzien, aan op het lint dat vanuit de woonbebouwing ten westen van de Melatenweg een klein stukje de Rotvenweg in steekt; het straatbeeld betreft overwegend wonen. Door naar het buitengebied toe landelijkere, lagere woonbebouwing te voorzien, ontstaat een evenwichtig straatbeeld vanuit de dichtbebouwde stadse woonwijk, naar open woonbebouwing op (zeer) ruime percelen op de overlang naar het landelijk gebied. De nieuwe woning zal landschappelijk worden ingepast. Omdat er nog geen schetsontwerp voor de woningen is gemaakt, is het niet mogelijk om een landschappelijk inpassingsplan in deze fase van de planvorming vast te leggen; echter, om de waarborgen dat de nieuwe bebouwing op dit perceel in een passend natuurlijk kader wordt gezet, zal in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen.

De woning wordt aan een bestaande weg gerealiseerd en wordt dus goed ontsloten. Het perceel zal een omvang hebben van ongeveer 2500 m2, en zijn daarmee zo ruim dat de noodzakelijke parkeergelegenheid op eigen terrein kan worden gerealiseerd, evenals hemelwaterinfiltratievoorzieningen en een landschappelijke inpassing. Doordat het perceel aan een buitenbocht in de weg ligt, komt een groot deel van het perceel niet voor bebouwing in aanmerking, om te voorkomen dat er te dicht op de weg wordt gebouwd. De breedte en diepte van het perceel is van dusdanige omvang dat bij een redelijke invulling van het bouwkavel het aangrenzende toekomstige woonpercelen geen onaanvaardbare hinder zullen ervaren voor wat betreft bezonning/schaduwwerking of vermindering van privacy. In de bouwregels zullen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het bouwen nabij de perceelsgrenzen en verplichtingen ten aanzien van landschappelijke inpassing. Of cq dat voldaan wordt aan de overige sectorale (milieu)aspecten, zal aan de orde komen in hoofdstuk 5.

Concluderend kan worden gesteld dat wordt voldaan aan het bepaalde in de integrale structuurvisie.

3.5.2

Masterplan Wonen Horst aan de Maas

Op 20 april 2021 is het Masterplan Wonen vastgesteld. De belangrijkste kaders voor ontwikkeling van woningen zijn: Dat het plan voorziet – kwalitatief en kwantitatief – in de behoefte van inwoners. Type woningen en bijbehorende aantallen sluiten aan bij de opgave zoals omschreven in het Masterplan én bij de lokale wensen en behoeften van inwoners. Een programma met 30% sociale huur, 30% vrije sector huur en 40% koop waarbij maatwerk mogelijk is bij kleine locaties of een aangetoonde andere behoefte aan sociale huur. Nieuwe woningen voldoen aan de eisen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Nieuwe woningbouwlocaties worden klimaat adaptief gebouwd zodat geen nieuwe knelpunten, wateroverlast en hittestress ontstaan.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 8

Inbreiding (ontwikkelen binnen bebouwd gebied) waar mogelijk, uitbreiding (ontwikkelen aan de rand van bebouwd gebied) indien nodig In het plan is goed nagedacht over de kwaliteit van de woonomgeving. In casu wordt de nieuwe woning gebouwd naar eigen behoefte van initiatiefnemer die de woning met bijbehorende bebouwing geheel naar eigen wens en passend binnen de afspraken met de gemeente Horst aan de Maas realiseert, welke afspraken verder in de bouwregels van onderhavig bestemmingsplan zijn verwoord.

Het project is derhalve niet strijdig met het Masterplan Wonen.

3.5.3

Bestemmingsplan

Op het plangebied rusten de volgende planologische regelingen: Naam bestemmingsplan

Bestemming/aanduiding

Vaststelling Raad

bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas”

- Agrarisch met waarden 19 december 2017 - Waarde Archeologie 3 - gebiedsaanduiding "overige zone - kampen", "overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw" en "milieuzone grondwaterbeschermingsgebied Venloschol"

bestemmingsplan ‘Buitengebied Horst aan de Maas, herziening 2020

nadere nuancering bestemming 'Agrarisch met waarden'

‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’

uitbreiding algemene 20 april 2021 mogelijkheden tot huisvesting van internationale werknemers

8 september 2020 bestemmingsplan

Op figuur 8 is de uitsnede van de vigerende verbeelding weergegeven.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 1 9

Figuur 8: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied

Binnen deze bestemmingen zijn geen woningen toegestaan. Omdat binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan de gewenste ontwikkeling en toevoeging van de woning niet gerealiseerd kan worden, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, dat voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling.

3.6

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de gevraagde ontwikkelingen voldoen aan het nationaal beleid, provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid voor wat betreft de structuurvisie (zowel gemeentelijke als de door de gemeenteraad vastgestelde regionale structuurvisie).

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 0

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

Initiatiefnemer is voornemens om aan de Rotvenweg ongenummerd te Horst, kadastraal bekend als gemeente Horst sectie M nummer 560 één burgerwoning te realiseren, waarbij hij een bijgebouw wil oprichten met een maximale omvang van 250 m2. Initiatiefnemer kiest voor deze locatie om bij de burgerwoning de mogelijkheid te hebben om een groter bijgebouw te realiseren; op de achter de nieuwe woning met bijgebouw liggende agrarische gronden zal inititiefnemer in hobbymatige omvang kiwibessen gaan kweken, om op deze manier te onderzoeken of er markt is voor de kiwibes alsmede om inzicht te krijgen in de teelt. Het betreft echter geen volwaardig agrarisch bedrijf en de gronden zijn te beperkt van omvang om ooit uit te groeien tot een volwaardig agrarisch bedrijf, zodat er in deze omvang sprake is van het gebruik van de woning als burgerwoning, waarbij in niet bedrijfsmatige omvang agrarische activiteiten worden uitgeoefend in de vorm van het opdoen van praktijkervaring met het 'gedrag van de kiwibes'.

Figuur 9: de teelt van kiwibessen

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 1

Het onderzoek richt zich onder andere op de vraag naar plantmateriaal, rassenkeuze & bestuiving, methode voor vermeerdering (stek, invitro, o.a. rasechtheid), verkorting aanvangsperiode (o.a. aparte opkweek), productiezekerheid, voorkomen beurtjaren, kunstmatige bestuiving, teeltvervroeging en/of -verlating e.d., biologische teeltbescherming, noodzakelijke maatregelen ter voorkomen van bijvoorbeeld vorstrisico’s (rasgevoeligheid), hagelschade en/of windbeschadiging. Effecten op rijping, ontwikkelen ‘optimaal teeltsysteem’ voor Nederlandse (klimaat-) omstandigheden. De eerste echte oogst wordt pas na 7 jaar verwacht; tot die tijd zullen de bomen goed moeten aanslaan en zal er nog geen tot weinig opbrengst zijn. De gemeente Horst aan de Maas wil de verdere ontwikkelingen in de 'zacht fruit sector' in de regio aanjagen en heeft daarom in mei 2021 te kennen gegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief, onder de volgende voorwaarden: 1. De nieuwe bouwkavel mag een omvang hebben van 1500 m2; 2. Er wordt een bouwcontingent ingezet. 3. Het extra aan bijgebouwen dient te worden geregeld via het beleid 'Groter bouwen in het buitengebied'; 4. Omliggende belangen mogen niet onevenredig worden geschaad en er wordt aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 5.

Een anterieure overeenkomst wordt gesloten ten einde het verhaal van planschade en inzet bouwcontingent te borgen. Meewerken aan de wijziging van de agrarische bestemming naar de bestemming Wonen is mogelijk omdat het perceel aan de Rotvenweg praktisch aansluit op het in de Structuurvisie aangewezen deelgebied "centrumdorp". De locatie wordt aangemerkt als een uitloper van Horst en sluit, nadat ook de twee tussenliggende agrarische percelen een woonbestemming hebben gekregen, welke ontwikkeling op zeer korte termijn is voorzien, aan op het lint dat vanuit de woonbebouwing ten westen van de Melatenweg een klein stukje de Rotvenweg in steekt; het straatbeeld betreft overwegend wonen. Door naar het buitengebied toe landelijkere, lagere woonbebouwing te voorzien, ontstaat een evenwichtig straatbeeld vanuit de dichtbebouwde stadse woonwijk, naar open woonbebouwing op (zeer) ruime percelen op de overlang naar het landelijk gebied. Voor de nieuwe woning is een bouwcontingent verworven, waarvan de herkomst zal worden opgenomen in de anterieure overeenkomst. De woning wordt aan een bestaande weg gerealiseerd en wordt dus goed ontsloten. Het perceel zal weliswaar een omvang hebben van ongeveer 2500 m2, maar deze omvang is het gevolg van de specifieke ligging van het perceel.

Zoals op figuur 10 is te zien, is de bebouwing te omsluiten door een rechthoekig vlak van 1500 m2, waarmee voldaan wordt aan de voorwaarde die het college stelt.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 2

Figuur 10: bouwvlak 1500 m2

Het is echter niet wenselijk, noch logisch om de resterende hoek tussen de bestemming Wonen en de bestemming Verkeer een andere bestemming te geven dan de bestemming Wonen. Door het bouwvlak op een afstand van 10 meter parallel aan de weg te leggen, wordt het bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlak van 2500 m2 al beperkt met een bouwvlak van 2000 m2. Kortom, aan de voorwaarde van een bestemmingsplan van 1500 m2 kan dan wel niet letterlijk worden voldaan, maar feitelijk gezien wordt met deze vormgeving wel het gewenste doel bereikt. Het bestemmingsvlak is daarmee zo ruim dat de noodzakelijke parkeergelegenheid op eigen terrein kan worden gerealiseerd, evenals een hemelwaterinfiltratievoorzieningen en de landschappelijke inpassing. Doordat het perceel aan een buitenbocht in de weg ligt, komt een groot deel van het perceel niet voor bebouwing in aanmerking, om te voorkomen dat er te dicht op de weg wordt gebouwd. Dat deel kan wel zeer goed worden gebruikt voor erfbeplanting waardoor een heel fraai landelijk woonperceel kan worden gecreëerd. De breedte en diepte van het perceel is van dusdanige omvang dat bij een redelijke invulling van het bouwkavel het aangrenzende toekomstige woonpercelen geen onaanvaardbare hinder zullen ervaren voor wat betreft bezonning/schaduwwerking of vermindering van privacy.

In de bouwregels zullen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het bouwen nabij de perceelsgrenzen en verplichtingen ten aanzien van landschappelijke inpassing. Binnen de kaders van het 'beleid groter bouwen' en bijbehorende 'Maatwerknotitie bijgebouwen in het buitengebied' is het mogelijk om boven op de maximaal toegestane 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken, een extra oppervlakte aan bijgebouwen, eventueel voor een beroep of bedrijf aan huis toe te staan. Indien de toekomstige bewoner van deze regeling gebruik wil maken, dan zal voor elke m2 extra te bouwen € 45,- moeten worden afgedragen, met een absoluut maximum aan bijbehorende bouwwerken van 250 m2). Deze mogelijkheid is als algemene afwijkingsregel opgenomen in artikel 7.2 van de planregels. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van beleidswijziging deze afspraak geen gestand zou kunnen worden gedaan. | bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 3

4.2

Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten

Bouwtekeningen voor de nieuwe woning met bijgebouw(en) zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet één specifieke woning per deelgebied geregeld, maar wordt een bouwmogelijkheid aan de locatie toegekend, waarbij wel met diverse woningtypes rekening is gehouden. De nieuwe bestemming 'Wonen' kan op het perceel worden ingevuld met een woning en bijbehorende bouwwerken, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels. De locatie mag worden ingevuld met een woning met een maximale inhoud van 1000 m³. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt 7 respectievelijk 11 meter. Het is daarnaast mogelijk 150 m² aan bijbehorende bouwwerken bij de woning op te richten met een maximale goot- en nokhoogte van 3,5 respectievelijk 7 meter. Deze oppervlakte kan worden vergroot middels gebruikmaking van het in de planregels geïnplementeerde beleid 'Groter bouwen in het buitengebied'. Qua maatvoering is aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en de bouwregels in het buitengebied. Omdat het perceel, gelegen in de buitenbocht van de Rotvenweg, een bijzondere vorm heeft is het niet realistisch om de standaardbepaling dat het bijgebouw achter de voorgevellijn van de woning gerealiseerd dient te worden, hiertoe door te trekken.

Gezien de ligging tegen een bossage, ligt het in de rede om aan die zijde het bijgebouw te realiseren en aan de zijde richting de Melatenweg de woning, welke vanuit de kern gezien in het zicht komt te liggen en waaraan het perceel zijn esthetische kwaliteit ontleent. Om de afstand van het bijgebouw tot aan de openbare weg niet onredelijk groot te maken en de insteek in het landelijk gebied daardoor te verkleinen, zal de voorgevel van het bijgebouw weliswaar vóór de voorgevel van de woning gerealiseerd gaan worden, maar de afstand van de voorgevel van het bijgebouw tot aan de openbare weg zal groter zijn dan de afstand van de voorgevel van de woning tot aan de openbare weg. Hierdoor wordt het straatbeeld benaderd zoals te zien is op figuur 10.

4.3

Landschappelijke inpassing en water

De nieuw te realiseren woning zal op een passende manier in het landschap worden ingepast. Hiertoe is er vooralsnog geen uitgewerkt inpassingsplan gemaakt, maarfiguur 10 laat al zien in welke richting de erfbeplanting zal gaan. In ieder geval zal de nieuwe situatie passend in gebiedseigen groen gezet moeten worden, zodat met de bouw van de nieuwe woning de karakteristiek van het landschap wordt versterkt en er door de ontwikkeling geen landschappelijke kwaliteiten verloren gaan, doch eerder worden versterkt. In de planregels zal een voorwaardelijke bepaling worden opgenomen waardoor de uitvoering van een door het bevoegd gezag te akkorderen landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 4

Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt vanuit verschillende sectorale aspecten (o.a. milieu, veiligheid, water, natuur en archeologie) het initiatief getoetst of men zal voldoen aan de criteria van deze aspecten.

5.2

Milieuaspecten

5.2.1

Milieu effect rapport

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit die wordt genoemd in kolom 1, ook al blijft deze onder de drempelwaarde van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Onderhavige plantoelichting met beschrijving van de activiteiten, de noodzaak en de (milieu)gevolgen dient tevens gezien te worden als 'aanmeldnotitie' op basis waarvan het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan worden genomen.

Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.

Wanneer een woningbouwplan wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '2000 of meer woningen'. In casu behoeft er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. De activiteit voor de realisatie van één burgerwoning, valt niet binnen de definitie van kolom 1, 'een stedelijk ontwikkelingsproject' waarbij de drempelwaarde van 2000 woningen of 100 ha (kolom 2) wordt overschreden.

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 5

5.2.2

Bodem- en grondwaterkwaliteit

In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied een nieuwe bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van een woning. Voordat door middel van een omgevingsvergunning nieuwe functies mogelijk worden gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken.

Op 26 maart 2021 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV; de rapportage is als bijlage aan de planstukken toegevoegd. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat: 'de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is zwak tot sterk gleyhoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Ter plaatse van het voormalige (verharde) pad (boring 15), de voormalige sloten (boring 13, 4, 7, 11 en 12) zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen alsmede geen verschil in de plaatselijke bodemopbouw aangetroffen. Er is geen verder onderzoek gedaan naar het voormalige (verharde) pad alsmede de voormalige sloten aangezien op basis van de boorprofielen wordt verwacht dat deze met gebiedseigen grond zijn gedempt. Analytisch bleek de bovengrond licht verontreinigd met cadmium, koper, zink en PAK.

In de ondergrond zijn geen verontreinigingen vastgesteld. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd.

Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.'

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 6

5.2.3

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh).

Weg

toegestane snelheid in km/h

Rotvenweg

60

Melatenweg

60 (buitengebied) en 30 (bebouwde kom)

Omdat het bouwperceel voor de nieuwe woning binnen de geluidzones van Rotvenweg en de Melatenweg is gelegen, en de gevelbelasting dient te worden bepaald, zal een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd moeten worden. Op 7 juni 2022 is door Econsultancy BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat integraal als bijlage bij de planstukken is gevoegd. In het akoestisch onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: 'Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg is een onderzoek wegverkeerslawaai noodzakelijk. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Rotvenweg, Americaanseweg en Metalenweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde weg (Fruitweg) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Voor het plangebied is reeds nog geen tekening opgesteld met de projectie van de woning. Wel is het beoogde bouwvlak bekend. Voor elke zijde van het bouwvlak (circa 10 meter uit voorste perceelgrens) zijn toetspunten ten behoeve van 3 bouwlagen gemodelleerd. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2021.1.

De geluidsbelasting op het bouwvlak bedraagt maximaal 44 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden, rekening houdend met het bouwvlak (circa 10 meter uit voorste perceelgrens), vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.'

Spoorweglawaai

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 7

In de nabijheid van de plangebieden is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn Venlo-Eindhoven bevindt zich op een afstand van ruim 2,3 km van het plangebied.

5.2.4

Luchtkwaliteit

Kleine en grote projecten De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 1. inrichtingen 2. infrastructuur 3. kantoorlocaties 4. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project is met de realisatie van één nieuwe woning dusdanig beperkt van omvang dat de conclusie kan worden getrokken dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De nieuwe woning is echter ook een object ddatie moeten voldoen aan het blootstellingscriterium. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen.

Volgens de kaarten van het RIVM is de actuele concentratie PM10 aan Rotvenweg 16 ug/m3, en de concentratie NO2 12 ug/m3 . In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 ug/m3. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 ug/m3. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied daarom

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 8

goed te noemen. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het project.

5.2.5

Bedrijven en milieuzoneringen

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.

Bedrijven en milieuzonering De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied, doch wordt voornamelijk omringd door woningen, agrarische gronden en bos. Binnen een straal van 200 meter rondom het plangebied bevinden zich zeven bedrijven: adres

bedrijf

feitelijke afstand

richtafstand

Donkstraat 23

glastuinbouw

190 m

30 m

| bestemmingsplan Rotvenweg Horst | status: ontwerp |

Pagina | 2 9

Donkstraat 25a

niet-agrarisch bedrijf (opslag)

180 m

53 m

Rotvenweg 11 Americaanseweg 82-82a

niet-agrarisch bedrijf (verpakkingen)

195 m

50 m

Het plangebied ligt derhalve ver genoeg van overige omliggende agrarische en niet-agrarische bedrijven. De woning vormt dan ook geen belemmering voor de omliggende bedrijven en anderzijds is in de woning sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering wordt voldaan aan de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' en dat er over en weer geen belemmeringen zijn.

5.2.6

Geurhinder

De dichtstbijzijnde (intensieve) veehouderijbestemming (Kranestraat 104-106) ligt op een afstand van 540 meter. Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel heeft hier een handelsbedrijf gezeten (groothandel in akkerbouwproducten en veevoeder algemeen assortiment) maar is dit bedrijf in 2014 uitgeschreven. De feitelijke situatie op dit bedrijfsperceel is momenteel ook zodanig dat hier geen actuele bedrijfsactiviteiten verwacht worden welke planologisch passend zijn. Ingeval van nieuwvestiging van een intensieve veehouderij op deze locatie, zal er getoetst moeten worden of ter plaatse van omliggende burgerwoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als dat het geval is, dan is er automatisch sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te realiseren woning. Overige intensieve veehouderijen liggen op een afstand van meer dan 550 meter vanuit het plangebied en hebben hierdoor geen invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Ook voor overige (niet-intensieve) veehouderijbedrijven geldt dat deze zich op voldoende afstand van het nieuwe geurgevoelige object bevinden. Veehouderijen in de omgeving vormen dus geen belemmering voor het initiatief.

5.2.7

Geiten

Het aantal geiten is in Limburg is toegenomen van ca. 46.000 in 2016 naar 61.000 dieren in 2018. In 2018 gaat het daarbij om 44.000 melkgeiten (72%). Het aantal gespecialiseerde melkgeitenhouderijen nam toe van 22 in 2016 naar 25 in 2018. Ook Horst aan de Maas herbergt gespecialiseerde geitenhouderijen. Uit de studies Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden blijkt dat mensen die binnen 2 km rondom geitenhouderijen wonen een grotere kans hebben op een longontsteking. Wat deze toename veroorzaakt is nog onduidelijk. Er loopt onderzoek naar de oorzaken van de longontstekingen. De provincie Limburg heeft gelet op die gezondheidseffecten in mei 2019 een voorbereidingsbesluit genomen op basis waarvan het verboden is om het direct aan de inwerkingtreding van dat voorbereidingsbesluit voorafgaande bestaande gebruik van bouwwerken of gronden binnen het gehele grondgebied van de provincie Limburg te wijzigen in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105601/1