CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c Toelichting

Gemeenteraad 18 juni 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Wouterstraat.23.645 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij de beoordeling van een omgevingsvergunning of van een principeverzoek aan de eisen van welstandsnota wordt in eerste instantie gekeken of in het plangebied een beeldkwaliteitsplan (BKP) is vastgesteld. In dit geval wordt het plan getoetst aan het desbetreffende BKP. Zo niet dan wordt gekeken waar het plangebied ligt.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

25

Het planvoornemen behoort tot het gebiedstype ‘woongebieden’ welke gekenmerkt wordt door planmatig opgezette woongebieden met aan de tijdsgeest gebonden architectuur - en stedenbouwkundige kenmerken. Voor deze jongere woongebieden binnen de gemeente geldt het normale niveau van welstand. Voor de nieuwe te ontwikkelen delen van de jongere woongebieden zijn vaak beeldkwaliteitplannen van toepassing. Deze beeldkwaliteitplannen worden als onderdeel van de welstandsnota beschouwd. Afweging In het kader van de beoogde woningbouwontwikkeling zal een welstandstoets plaatsvinden. Voor onderhavig planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld welke zal dienen als toetsingskader voor de welstandstoets. De welstandstoets zal plaatsvinden bij de vergunningverlening. 3.4.4

Nota Parkeernormen Horst aan de Maas

Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad van Horst aan de Maas de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld. Op 31 januari 2020 is het ontwerpbestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Horst aan de Maas’ ter inzage gelegd, waarin de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas is opgenomen als Bijlage 1. In deze Nota zijn de nieuwste richtlijnen ten aanzien van het aantal benodigde parkeerplaatsen bij diverse typen voorzieningen opgenomen. Voor het merendeel zijn deze richtlijnen gebaseerd op landelijke kencijfers (CROW publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie). In afwijking van de CROW-publicatie is in de Nota Parkeernormen voor alle type appartementen en woonhuizen, ongeacht de prijsklasse en eigendomssituatie, één parkeernorm opgenomen. Vanwege de landelijke ‘setting’ van de gemeente Horst aan de Maas heeft het type woning en prijsklasse van de woning nauwelijks invloed op het autobezit. Vandaar dat gekozen is voor één categorie ‘wonen’. Basis blijft dat ontwikkelingen moeten voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein. Afweging Middels het voorliggende bestemmingsplan worden in totaliteit maximaal 53 woningen mogelijk gemaakt. Om te voldoen aan de Nota kostenverhaal, is bij vrijstaande woningen de parkeergelegenheid (2 parkeerplaatsen) op eigen terrein voorzien.

Voor twee-onder-een-kappers is 1 parkeerplaats op eigen terrein en 1 parkeerplaats in openbaar gebied gepland. Voor rijwoningen en appartementen, waaronder sociale huur, is parkeergelegenheid in openbaar gebied gepland. Het aantal parkeerplaatsen is gebaseerd op de parkeerbehoefte zoals die gedefinieerd is in de Nota Parkeernormen, welke is bijgevoegd bij de regels. Deze nota zal tevens gevolgd moeten worden wanneer er gebruikswijzigingen of woningsplitsingen van vrijstaande woningen plaatsvinden. De totale gemeente Horst aan de Maas kan getypeerd worden als ‘weinig stedelijk’. Binnen de Nota Parkeernormen is zodoende uitgegaan van één stedelijkheidsgraad (weinig stedelijk gebied) voor de totale gemeente. Onderhavig plangebied is gezien de ligging te typeren als ‘Rest bebouwde kom’. Na realisatie zal het plangebied deel uitmaken van de kern van America. Voor een nadere afweging ten aanzien van verkeer en parkeren wordt verwezen naar paragraaf 5.7 van dit bestemmingsplan. 3.4.5

Gemeentelijk groenbeleid

Beleidsplan Openbaar Groen 2020 Het BOG 2020 geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente Horst aan de Maas met het openbaar groen binnen de bebouwde mommen wenst om te gaan. Het gaat hierbij zowel om het in stand houden van groen (groenonderhoud) als ook het renoveren van groen en nieuwe aanleg van groenvoorzieningen. Het beleidsplan geeft een algemeen beeld van de waarde die groen heeft voor de gemeenschap en wat de eisen

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

26

zijn om de juiste kwaliteit groen dat voldoet aan de gewenste functie te garanderen. De belangrijkste uitgangspunten binnen het vastgestelde Beleidsplan Openbaar Groen 2020 zijn klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en belevingswaarde, kwantiteit en maatschappelijke baten van groen, duurzaamheid en milieuvriendelijk groenbeheer. Voor Horst gelden de volgende uitgangspunten:  Samenhangende hoofdgroenstructuur: Meer binding tussen het landelijk gebied, de verschillende wijken en het centrumgebied.  Herkenbare bomenstructuur binnen de kern en aanvullen ontbrekende delen.  Behouden en ontwikkelen groene parels.  Verhogen van de hoeveelheid verblijfsgroen in de huidige wijken aan de westzijde van de kern.  Kabroekse Beek (noord) en Voor America (oost) als duidelijk herkenbare drager van de hoofdgroenstructuur: meer gebruik maken van de recreatieve en ecologische functie van de beek.  Verbetering van de toegankelijkheid en het gebruik het openbaar groen.  Ondersteunende groenstructuur: versterken groen in de buurten. Groenstructuurvisie 2020 Om richting en focus aan te brengen in de invulling van het openbaar groen op basis van de randvoorwaarden die in het Beleidsplan Openbaar Groen 2020 zijn gesteld, is de Groenstructuurvisie 2020 opgesteld.

Een van de belangrijkste doelen is om de integrale samenhang van te behouden de te ontwikkelen groenblauwe structuren in beeld te brengen en af te stemmen op andere opgaves. De groenvoorziening in het openbare gebied in de Gemeente Horst aan de Maas wordt ingedeeld in vier categorieën, te weten hoofdgroenstructuur, groene parels, ondersteunende groenstructuur en nevenstructuur. Een van de richtinggevende voorwaarden is de kwantiteitsnorm en de invloeden die deze norm bepalen. Voor de gemeente Horst aan de Maas is uitgegaan van een norm van 35 m2 per inwoner of 73,5 m2 openbaar groen per woning. Gebleken is dat in de kleinere kernen deze norm niet gehaald wordt. Echter door het feit dat het landschap hier nog goed bereikbaar is en de privétuinen nog een redelijk oppervlakte omvatten kan de norm voor de kleinere kerkdorpen ook lager zijn. Daarom wordt hier uitgegaan 52,5 m2 per woning voor de nieuwe uitbreidingen. In de Groenstructuurvisie kan gekeken worden waar de hiaten in de groenstructuur zitten en worden voorstellen gedaan om deze aan te vullen. Verder kan er voor de toekomst een gewenste groenstructuur worden opgezet. Afweging In Horst wordt een kwantitatieve norm gehanteerd van minimaal 73,5 m 2 aanwezig openbaar groen per woning binnen de bebouwde kom. Het openbaar groen is in totaliteit ongeveer 5.500 m2, waardoor er ruim aan de kwantitatieve groennorm wordt voldaan.

Kwalitatief is er zorgvuldig over het plan nagedacht, omdat het groen een kernkwaliteit van het plan moet zijn. Daarnaast vindt in het openbaar groen wateropvang plaats.

3.5

Conclusie

De gewenste woningbouwontwikkeling binnen het plangebied past, met uitzondering van de kaders van het vigerende bestemmingsplan, binnen de beleidskaders van zowel het Rijk, de provincie, de regio als de gemeente Horst aan de Maas zelf.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

27

4

PLANBESCHRIJVING

4.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

Het initiatief ziet op de realisatie van 48 woningen. Om flexibiliteit te behouden wordt een marge gehanteerd van 10%. Onderhavig bestemmingsplan maakt derhalve maximaal 53 woningen mogelijk. Het betreft hierbij de realisatie van verschillende type woningen bestaande uit een mix van vrijstaande, tweekappers, rij woningen, levensloopbestendige woningen en gestapelde woningen. Het programma ziet verder op 30% sociale huur, 10% vrije sector huur en 60% koopwoningen.

Figuur 4.1: Stedenbouwkundig ontwerp

Het plangebied wordt ontsloten aan een weg die zal grenzen aan de Kerkbosweg en aan de Wouterstraat. De openbare ruimtes worden groen ingericht. De groen inrichting zal attractief, biodivers, klimaatadapatief en gedifferentieerd zijn met bomen en heesters om potenties voor vergroting van natuurwaarden te benutten en om hittestress te verkleinen. In de groene inrichting worden eveneens wadi’s, greppels en duikers aangelegd om wateroverlast te reduceren. Er worden daarnaast parkeerplaatsen op eigen terrein en in het openbaar gebied gerealiseerd waarbij een norm van 2 parkeerplaatsen per woning wordt gehanteerd.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

28

De bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 11 meter voor reguliere woningen en 11,5 meter voor het appartementencomplex. De goothoogte van alle woningen zal maximaal 6,5 meter bedragen. De woningen die het dichtst bij de agrarische gronden liggen, zijn vormgegeven als één woonlaag met kap en hebben daarom een goothoogte van 3,5 meter en een nokhoogte van 8 meter.

4.2

Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een woningbouwlocatie met maximaal 53 woningen mogelijk. Vanuit functioneel opzicht is woningbouw passend op deze locatie, gezien de ligging aangrenzend aan de kern America. Verder sluit de bebouwing qua hoogte en opbouw in grote mate aan bij de omliggende stedenbouwkundige structuur. Wat betreft de bouw- en gebruiksmogelijkheden wordt aansluiting gezocht bij recente bestemmingsplannen voor woningbouw op uitleglocaties in de gemeente Horst aan de Maas. De nieuwe bebouwing zal hierdoor qua situering en maatvoering aansluiten bij de omliggende woningen. Middels onderhavig plan wordt kwalitatief hoogwaardige bebouwing ter plaatse van het plangebied gerealiseerd. Dit heeft een positieve invloed op het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De nieuwbouw is van hoge kwaliteit en zorgt ervoor dat de indeling van het plangebied een samenhangend stedenbouwkundig geheel vormt en goed is ingepast in zijn omgeving. Hierbij is rekening gehouden met de omliggende functies en de functies van de aangrenzende gronden. Meer specifiek zijn er 8 vrijstaande woningen, 8 twee-onder-een-kappers en 20 rijwoningen en 6 appartementen beoogd. De vrijstaande woningen worden voornamelijk beoogd aan het westelijk gedeelte van het plangebied.

Twee vrijstaande woningen bevinden zich op de hoeken van het oostelijk deel van het plangebied. De rijwoningen en twee-onder-een-kappers bevinden zich voornamelijk in het middelste gedeelte van het plangebied. Twee twee-onder-een-kappers worden levensloopbestendig uitgevoerd. Van de rijwoningen zal het rijtje van 7 woningen. In het midden van het plangebied zullen er drie wadi’s en verschillende groenelementen worden aangelegd. Binnen het plangebied zal infrastructuur worden aangelegd voor langzaam verkeer en zal zowel via de noordzijde als via de zuidzijde worden ontsloten op bestaande wegen. Parkeerplaatsen zullen zowel op het eigen perceel van de woningen worden gerealiseerd als in de openbare ruimte. De openbare parkeerplaatsen zijn met name in de zuidoostelijke hoek van het plangebied beoogd, waar momenteel 57 parkeerplaatsen zijn gepland. De resterende parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn langs de wegen beoogd. Concluderend kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt passend in de omgeving is. De realisatie van het plan heeft, zowel op korte als op (middel)lange termijn, geen negatieve ruimtelijke effecten tot gevolg op de omgeving.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

29

5

SECTORALE ASPECTEN

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende onderzoeks- en milieuaspecten die aan de orde zijn bij het voorliggend initiatief. Daarbij komen onder meer de volgende aspecten aan bod: milieu (geluid, bodem, bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en geur), waterhuishouding, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren, kabels en leidingen, duurzaamheid en ecologie.

5.2

Milieuaspecten

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieu en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden steeds verder naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. 5.2.1

Bodem- en grondwaterkwaliteit

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de wijziging van de bestemming. Het plangebied is reeds grotendeels bestemd tot ‘Agrarisch’ in het geldende bestemmingsplan ‘Wouterstraat America’. Er is geen specifieke aanduiding opgenomen die erop toeziet dat de gronden binnen het plangebied gebruikt mogen worden voor woondoeleinden. Aangezien onderhavige ontwikkeling voorziet in het realiseren van woningen, wat gevoelige functies betreffen dient er aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. Door Econsultancy is een verkennend bodemonderzoek4 uitgevoerd. Het rapport dat naar aanleiding van het onderzoek is opgesteld, is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hierna wordt de conclusie van het onderzoek besproken. Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: Op de onderzoekslocatie is in 2011 door HMB bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 11212401A, 10 maart 2011). In de bovengrond zijn destijds geen verontreinigingen geconstateerd. De ondergrond bleek destijds zeer lokaal licht verontreinigd te zijn met PAK. Het grondwater bleek destijds plaatselijk licht verontreinigd te zijn met barium, koper, kwik en/of zink. Op het zuidoostelijk terreindeel bevinden zich enkele gronddepots.

Volgens informatie van de gemeente Horst aan de Maas komt de grond van de verkochte percelen van Wouterstraat fase 1 vandaan. Deze grond is niet afgevoerd vanwege de aanwezigheid van knolcyperus in de teelaarde. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie mag verwacht worden dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem sinds het in 2011 uitgevoerd verkennend bodemonderzoek niet wezenlijk gewijzigd zal zijn.

4

Econsultancy. ‘Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Kerkbosweg te America’ rapportnr. 17890.001, d.d. 25-07-2022.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

30

Conclusie Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. 5.2.2

Geluid

In de Wet geluidhinder wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van (spoor)wegverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidzone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. Spoorwegverkeer Bij de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten nabij een spoorlijn dient het spoorwegverkeerslawaai betrokken te worden. Door Econsultancy is een onderzoek weg- en railverkeerslawaai5 uitgevoerd. Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een (spoor)weg is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de spoorlijn Venlo-Eindhoven en de Wouterstraat en Gerard Smuldersstraat. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing worden tevens de nabijgelegen 30 km/uur wegen (Kerkbosweg, niet-gezoneerde deel van de Wouterstraat en Gerard Smuldersstraat) in het onderzoek betrokken.

In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. In het akoestisch onderzoek wordt de geluidsbelasting op de toekomstige geluidgevoelige bestemming inzichtelijk gemaakt en getoetst. Voor het plangebied is reeds een indeling voor de woningen opgesteld. Voor elke zijde van de woningen zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 3 bouwlagen gemodelleerd. Tevens zijn de woningen verdeeld in verschillende vier woonblokken om de resultaten beknopt weer te geven. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2022.21. De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen bedraagt ten hoogste 55 dB ten gevolge van spoorlawaai en 48 dB ten gevolge van wegverkeerslawaai. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Industrielawaai Bij de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein of bij ontwikkelingen in de nabijheid van bedrijfspercelen dient het aspect industrielawaai betrokken te worden. In de wijde omgeving rondom het plangebied liggen geen zoneerde industrieterreinen. Er is dus geen sprake

5

Econsultancy, ‘Rapportage onderzoek weg- en railverkeerslawaai, rapportnr.: 17890.006, d.d. 26 juli 2022.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

31

van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder. In paragraaf 5.2.5 (bedrijven en milieuzonering) wordt verder ingegaan op (geluid)hinder als gevolg van de ligging van het plangebied ten opzichte van de aanwezige bedrijven en industrieën. 5.2.3

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm) staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof als NO2. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: a.

Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM (artikel 4, lid 1, van het Besluit NIBM); b. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.

NIBM-grens woningbouwlocaties: 3% criterium: ≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en ≤ 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van maximaal 53 woningen. Hierbij wordt de bovenstaande NIBM-grens bij lange na niet overschreden. De ontwikkeling draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de heersende luchtkwaliteit.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

32

Achtergrondwaarden In het kader van de voorgenomen ontwikkeling dient daarnaast te worden beschouwd of de luchtkwaliteit in het plangebied voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. Volgens de ‘Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland’ (2022) is de concentratie fijn stof (PM10) ter plaatse tussen de 14 en 16 µg/m³, de concentratie fijn stof (PM2,5) tussen de 6 en 8 µg/m³ en de concentratie stikstofdioxide (NO2) tussen 10 en 15 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 µg/m³ en voor PM2,5 25 µg/m³. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde 40 µg/m³. Volgens de ‘Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland’ is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende. Conclusie Onderhavig initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoende voor de beoogde woonfunctie. Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan kortom geen belemmeringen. 5.2.4

Geurhinder

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (gebouwen voor menselijk wonen en menselijk verblijf). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mogen de omliggende veehouderijen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Gemeenten hebben onder de Wgv de bevoegdheid gekregen om binnen de kaders die deze wet stelt eigen normen te stellen. Deze kunnen worden vastgelegd in een geurverordening. Op 24 juli 2020 is de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas’ in werking getreden. In afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied zoals aangegeven op de bij de verordening behorende en gewaarmerkte kaart, als volgt: •

Bedrijventerreinen Klavertje 4-gebied: 14,0 odour units.

•

Bebouwde kom: conform wettelijke norm, momenteel 3,0 odour units.

•

Buitengebied: conform wettelijke norm, momenteel 14,0 odour units

Woningen zijn geurgevoelige objecten in de zin van de Wgv. Het voorliggende bestemmingsplan maakt hierdoor nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk. Dit betekent dat toetsing aan de geurnormen van nabijgele-

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

33

gen veehouderijen noodzakelijk is. De gemeente Horst aan de Maas is echter momenteel bezig met de ontwikkeling van een geurgebiedsvisie ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Klavertje 4. Deze gebiedsvisie heeft niet alleen betrekking op de omgeving van het Klavertje 4, maar op het gehele grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. Deze heeft tot 7 mei 2020 ter inzage gelegen. Omdat deze gebiedsvisie en de bijbehorende kaarten een actueel inzicht geven in de huidige situatie omtrent geur, zijn deze gebruikt in de voorliggende toelichting met betrekking tot onderhavig plangebied. Toetsing Door Econsultancy is een onderzoek geurhinder veehouderijen6 uitgevoerd. Hieronder wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen. De meest nabijgelegen veehouderij ligt 275 meter ten noorden van het plangebied en betreft een melkrundveebedrijf met dieren waarvoor per ministeriële regeling geen emissiefactoren zijn vastgesteld. Aangezien dit de meest nabijgelegen veehouderij betreft, kan worden gesteld dat er ruimschoots voldaan wordt aan de in de Wet opgenomen afstandseisen. Om inzicht te krijgen in de mate van geurhinder ter plaatse van de toekomstige woningen is zowel de voorgrond- als de achtergrondbelasting berekend met respectievelijk V-Stacks vergunning en gebied (versie 2010.1).

Op basis van de berekende voorgrondbelastingen wordt geconcludeerd dat er geen overschrijdingen van de geurnorm van 3,0 ouE/m³ plaatsvinden ten gevolge van de separate veehouderijen. De maximale voor- en achtergrondbelasting bedraagt respectievelijk 3,0 en 3,4 ouE/m³ voor het plangebied. Op basis van de gemeentelijke beleidsregel wordt het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied gekwalificeerd als voldoende. Conclusie Op basis van het geuronderzoek wordt geconcludeerd dat voor de realisatie van het plan geen beperkingen gelden. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de gemeentelijke geurverordening, beleidsregel en de Wet geurhinder en veehouderijen. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt en ter plaatse van de toekomstige geurgevoelige bestemmingen wordt het woonen leefklimaat gekwalificeerd als voldoende. 5.2.5

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld.

In de VNG-publicatie zijn gebiedstyperingen opgenomen, te weten omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en de omgevingstype gemengd gebied: 1. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

6

Econsultancy, ‘Onderzoek geurhinder veehouderijen Kerkbosweg te America’, Rapportnr.: 17890.008, d.d. 24-02-2022

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

34

Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied; 2. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

De indicatieve bedrijvenlijst in de VNG-publicatie geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of gemengd gebied. De richt-afstanden in de bedrijvenlijst gelden voor een rustige woonwijk. Bij een omgevingstype gemengd gebied mag de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Voor een rustige woonwijk geldt dat de geluidsbelasting (etmaalwaarde) 45 dB(A) op de gevels van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten mag bedragen. Voor een gemengd gebied geldt dat de geluidsbelasting (etmaalwaarde) 50 dB(A) op de gevels van nabijgelegen geluidsgevoelige objecten mag bedragen.

De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die het bedrijf (of andere milieubelastende functie) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie). Woningen zijn milieugevoelige functies. Aangezien onderhavig plan voorziet in de realisatie van maximaal 53 woningen dient getoetst te worden of in deze woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en of omliggende bedrijven niet worden gehinderd door de ontwikkeling.

Toetsing Door Econsultancy is een quickscan bedrijven en milieuzonering 7 uitgevoerd. Het rapport is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt de samenvatting van de quickscan weergegeven. Direct ten zuiden van het plangebied is het cateringbedrijf gelegen. Voor dergelijke bestemmingen geldt milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt in een rustig gebied. Het aspect geluid is maatgevend voor de richtafstand. De definitieve invulling van het plangebied was ten tijde van het onderzoek nog niet bekend. Hierdoor zijn twee vervolgopties mogelijk voor het waarborgen van het woon- en leefklimaat voor de nieuw te realiseren woningen en tevens het niet beperken van eventuele toekomstige bedrijfsactiviteiten: 1. een aanvullend akoestisch onderzoek verrichten waarmee aangetoond dient te worden dat het woonen leefklimaat wordt gewaarborgd (inclusief het afwegen van maatregelen indien nodig); 2. bij de definitieve invulling rekening houden met de richtafstand tot het plangebied waarbij de eerstelijns bebouwing verder dan 30 meter van het bedrijf af wordt gerealiseerd.

7

Econsultancy. ‘Quickscan bedrijven en milieuzonering Kerkbosweg te America’, Rapport nummer: 17890.005, d.d. 15-02-2022.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

35

Door econsultancy is een berekening uitgevoerd voor de geluidsbelasting van Henk Aarts catering op de toekomstige woningen. Daarvoor zijn metingen uitgevoerd ter plaatse van het cateringsbedrijf Henk Aarts (Wouterstraat 36). Vooral aan de achterzijde van het perceel (dus richting het projectgebied) vindt de opslag en laden en lossen van barbecues en gasflessen plaats. Het vervoeren van de barbecues op wielen op het terrein zorgt voor veel pieklawaai. De piekbelasting komt uit op 80 dB. Hiermee kan niet worden voldaan aan stap 3. Om wel aan stap 3 te voldoen, is de installatie van een Kokowall wordt noodzakelijk. De wal wordt geïnstalleerd zoals op de onderstaande afbeelding (gele lijn). De Kokowall ligt dan op het terrein van de nieuwe woningen en is 46 meter lang met een hoogte van circa 2 meter. De ondernemer en de CPO onderzoeken de mogelijkheden om deze Kokowall over de lengte van het gehele eigendom van de ondernemer te realiseren.

Ten noorden van het plangebied is op circa 50 meter afstand een voetbalvereniging / sportpark gelegen. Voor dergelijke bestemmingen geldt milieucategorie 3.1, met een bijhorende richtafstand van 50 meter. Het plangebied valt (net) binnen de richtafstand tot deze bestemming. Op de locatie waar de cirkel van 50 meter overlapt met het plangebied, wordt de bestemming groen. Derhalve zullen de activiteiten van de enkelbestemming sport niet voor belemmeringen zorgen en wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. In een bereik tot en met 300 meter afstand van het plan zijn diverse andere bestemmingen gelegen. Echter valt geen van deze bestemmingen te categoriseren in een voor het plangebied relevante milieucategorie.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

36

Derhalve zorgen deze bestemmingen niet voor de belemmering van het plan en wordt nader onderzoek voor deze bestemmingen niet noodzakelijk geacht. Ten zuidoosten van het plangebied is op circa 550 meter afstand M.f.s. Horses Bv gelegen. M.f.s. Horses Bv is een ruitersportcentrum. Voor dergelijke bestemmingen geldt milieucategorie 3.1. Derhalve zal deze bestemming niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van het plan. Op circa 700 meter ten noorden van het plangebied is een recreatiegebied gelegen. Voor dergelijke inrichtingen geldt een richtafstand van 50 meter. Derhalve zal ook deze bestemming niet voor belemmeringen zorgen voor de realisatie van het plan. In een bereik van 300 tot 1.500 meter afstand van het plan zijn diverse andere bestemmingen gelegen. De richtafstanden voor de andere bestemmingen zijn kleiner dan de feitelijke afstanden tot de perceelsgrenzen van de planontwikkeling. Derhalve zorgen deze bestemmingen niet voor de belemmering van het plan en wordt nader onderzoek voor deze bestemmingen niet noodzakelijk geacht. Conclusie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wouterstraat te America is middels een quickscan onderzocht of in de nabijheid van het plangebied bestemmingen aanwezig zijn die het woon- en leefklimaat nadelig kunnen beïnvloeden en of het plan de omgeving nadelig beïnvloed.

Hieruit wordt geconcludeerd dat ten gevolge van de activiteiten toebehorend aan de bedrijfsbestemming direct ten zuiden van het plangebied, het woon- en leefklimaat niet zondermeer kan worden gewaarborgd. Op basis van aanvullend onderzoek zijn geluidsmitigerende maatregelen noodzakelijk en zal er een kokowall op de perceelgrens worden gerealiseerd waardoor een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Overige bestemmingen rondom het plangebied zullen niet voor belemmeringen zorgen. Hiervoor wordt nader onderzoek dan ook niet noodzakelijk geacht. Daarnaast bevat het woningbouwplan zelf geen milieubelastende activiteiten. De omliggende gevoelige functies (woningen) ondervinden derhalve geen milieuhinder als gevolg van deze ontwikkeling 5.2.6

Externe veiligheid

Beleid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt sinds jaar en dag plaats via het spoor, over de weg en het water. Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdwegen, binnenwateren en de hoofdspoorwegen en de bebouwde

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

37

omgeving die hierlangs ligt en de veiligheid van omwonenden. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico dat verantwoord moet worden in een bestemmingsplan zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit.

Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants . Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 53 woningen. Derhalve voorziet onderhavig plan in de realisatie van kwetsbare objecten. Er dient zodoende een toetsing aan het aspect externe veiligheid plaats te vinden. Omgevingswet Onder de omgevingswet moet er getoetst worden aan de nieuwe veiligheidsregels, omdat de veiligheidsregels wel vanaf 1 januari gelden. Onderstaand wordt er ingegaan op de veranderende veiligheidsregels. Zelfredzaamheid Bij de inrichting van een gebied houdt het bevoegd gezag rekening met onder meer zelfredzaamheid. Dit is het vermogen van mensen om zich in veiligheid te brengen in een gebied waar een ramp of zwaar ongeval optreedt.

Ook houdt het bevoegd gezag rekening met de mogelijkheden tot hulpverlening. Hierbij gaat het om: 

de toegankelijkheid van het gebied voor de hulpdiensten (brandweer, ambulance en politie)

de mogelijkheden voor de rampbestrijding (bestrijdbaarheid en bluswatervoorzieningen)

voldoende schuilmogelijkheden in de omgeving.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

38

Vitale infrastructuur Daarnaast houdt het bevoegd gezag rekening met de mogelijke effecten van een ramp of zwaar ongeval op vitale infrastructuur. Een ramp of zwaar ongeval kan er bijvoorbeeld toe leiden dat: 

een groot gebied zonder stroom komt te zitten

of de drinkwatervoorziening uitvalt.

Andere effecten kunnen zijn dat een belangrijke verkeersader uitgeschakeld raakt of een gebied niet langer bereikbaar is voor mobiel telefoonverkeer. Die effecten op de infrastructuur leiden dan tot (verdere) maatschappelijke ontwrichting. Plaatsgebonden risico Bij het vaststellen van het omgevingsplan moeten gemeenten voldoen aan regels over externe veiligheid. Enerzijds moeten ze in het omgevingsplan een grenswaarde in acht nemen voor het plaatsgebonden risico. Dit speelt bij het toelaten van milieubelastende activiteiten en bij het toedelen van locaties voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen. Daarnaast moeten gemeenten in het omgevingsplan voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties rekening houden met de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. Anderzijds gelden er aandachtsgebieden voor bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden Binnen een aandachtsgebied moet de gemeente rekening houden met het groepsrisico. Ook gaat het om het afwegen van beschermende maatregelen voor mensen die in dat gebied wonen, werken of recreëren. De aandachtsgebieden gelden zodra de activiteit wordt verricht. Het bevoegd gezag kan in een omgevingsplan een locatie waar een brand- of explosieaandachtsgebied geldt, aanwijzen als een brand- of explosievoorschriftengebied.

Binnen de voorschriftengebieden gelden dan bouwvoorschriften voor nieuwe bouwwerken bovenop de standaard bouweisen. Het gaat daarbij om bouweisen die extra beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of explosie. Deze extra bouweisen gelden dan alleen voor nieuwbouw. Het aanwijzen van een voorschriftengebied is verplicht als op die locatie ook zeer kwetsbare gebouwen (zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven) zijn toegelaten. Het werken met aandachtsgebieden is een andere manier van omgaan met het groepsrisico. De regels hiervoor staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De regels over extra bouweisen bij nieuwbouw in een (brand- of explosie)voorschriftengebied staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Toetsing Door Econsultancy is een onderzoek externe veiligheid 8 uitgevoerd. Hieronder wordt een samenvatting van het onderzoek weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de separate bijlagen bij onderhavige toelichting. Buisleidingen Ten zuiden van het plangebied is een K1-leiding (1) gelegen. Ter hoogte van het plan zijn geen plaatsgebonden risicocontouren van 10-6/jaar aanwezig. De omvang van het invloedsgebied strekt zich uit tot maximaal enkele meters buiten de plaatsgebonden risicocontouren als gevolg van het scenario plasbrand.

8

Econsultancy, ‘Onderzoek externe veiligheid Kerkbosweg te America’, Rapportnr.: 17890.007, d.d. 17-02-2022.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

39

Gezien de afstand tot de K1-leiding worden er geen belemmeringen verwacht. De grootste inventarisatieafstand voor een hogedruk aardgastransportleiding bedraagt 580 meter. Omdat er in een straal van 580 meter geen hogedruk aardgastransportleidingen zijn gelegen, zijn er geen belemmeringen. Transport De afstand vanaf het midden van het spoor tot de grens van het plangebied bedraagt circa 230 meter. Via deze transportroute, die onderdeel uitmaakt van het Basisnet, worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de spoorlijn Venlo – Eindhoven. Een kwantitatieve risicoanalyse is derhalve niet noodzakelijk. Wel wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven, omdat het plan binnen het invloedsgebied ligt van stofcategorie A. Inrichtingen Binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Er worden derhalve geen belemmeringen verwacht. Beperkte verantwoording groepsrisico transport Analyse scenario Voor stofcategorie A moet rekening gehouden worden met de scenario’s fakkelbrand, explosie (koude en/of warme BLEVE) en wolkbrand / gaswolkexplosie. In de onderstaande paragrafen wordt aangegeven welke maatregelen in geval van een calamiteit getroffen kunnen worden. De verantwoording zal gericht zijn op mogelijkheden ter bestrijding van calamiteiten, bereikbaarheid en zelfredzaamheid.

Zelfredzaamheid Het ontstaan van een koude BLEVE is niet preventief te bestrijden, omdat de calamiteit zonder aankondiging plaatsvindt. Zowel bij een koude of warme BLEVE dienen overlevenden te vluchten in de noordelijke richting, richting de Kerkbosweg van de bron af. Via waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en NL-Alert worden personen in de omgeving gewaarschuwd. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten als gevolg van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om: 

op tijd ter plaatse te zijn;

voldoende opstelplaatsen te hebben;

voldoende blusmiddelen te hebben

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

40

Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. In het kader van deze beperkte verantwoordingsplicht van het groepsrisico is advies gevraagd aan het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord. Voor een effectieve gebouwbrandbestrijding zijn bluswatervoorzieningen met een capaciteit van minimaal 30 m3/uur nodig. Deze voorzieningen worden in overleg met de WML gerealiseerd. De toekomstige bewoners worden op de hoogte gebracht van de risico’s uit de omgeving door toepassing van risicocommunicatie, zodat men daarnaar kan handelen bij een incident. 5.2.7

Milieueffectrapportage

Toets m.e.r.-plicht In het plangebied vindt woningbouw plaats in de vorm van maximaal 53 woningen. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Toets m.e.r.-beoordelingsplicht In bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. De voorgenomen ontwikkeling van 53 woningen valt onder onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. in de categorie D11.2: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien sprake is van een oppervlakte van 100 hectare of meer, de ontwikkeling een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer omvat, of een bedrijfsoppervlakte van 200.000 m 2 of meer betreft. Deze drempelwaarden worden bij de voorliggende ontwikkeling bij lange na niet overschreden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Daarin is een nieuwe procedure voor de m.e.r.-beoordeling opgenomen.

Die geldt nu voor iedere activiteit die is opgenomen op de Dlijst, ongeacht of de activiteit onder of boven de drempelwaarde van de D-lijst valt. In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van het project; 3. De kenmerken van het potentiële effect. Tabel: Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling Kenmerken van het project      

Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project 

Bestaand grond gebruik

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

41

 

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële effect    

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Omdat het plan wel voorziet in een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het aantal woningen ruimschoots onder de drempelwaarde valt zoals aangegeven in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r., volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde criteria een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Deze paragraaf is opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

De ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van maximaal 53 woningen. Daarnaast worden parkeerplaatsen gerealiseerd en wordt het plangebied groen ingericht.

Cumulatie met andere projecten

Nee. Het betreft uitsluitend de voorliggende ontwikkeling van een woningbouwlocatie.

Gebruik van natuurlijke grondstoffen

N.v.t.

Productie van afvalstoffen

N.v.t.

Verontreiniging en hinder

Luchtkwaliteit: het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. (zie par. 5.2.3). Geluid: De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen bedraagt ten hoogste 55 dB ten gevolge van spoorlawaai en 48 dB ten gevolge van wegverkeerslawaai. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. (zie par. 5.2.2). Geur: Op basis van het geuronderzoek wordt geconcludeerd dat voor de realisatie van het plan geen beperkingen gelden. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de gemeentelijke geurverordening, beleidsregel en de Wet geurhinder en veehouderijen. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt en ter plaatse van de toekomstige geurgevoelige bestemmingen wordt het woon- en leefklimaat gekwalificeerd als voldoende. (zie par. 5.2.4). Milieuzonering: In het kader van de voorgenomen ontwikkeling aan de Kerkbosweg te America is middels een quickscan onderzocht of in de nabijheid van het plangebied bestemmingen aanwezig zijn die

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

42

het woon- en leefklimaat nadelig kunnen beïnvloeden en of het plan de omgeving nadelig beïnvloed. Hieruit wordt geconcludeerd dat ten gevolge van de activiteiten toebehorend aan de bedrijfsbestemming direct ten zuiden van het plangebied, het woon- en leefklimaat niet zondermeer kan worden gewaarborgd. Het plan voldoet niet aan de richtafstand. Aanvullend onderzoek noodzakelijk geacht. Overige bestemmingen rondom het plangebied zullen niet voor belemmeringen zorgen. Hiervoor wordt nader onderzoek dan ook niet noodzakelijk geacht. Uit het aanvullend akoestisch onderzoek blijkt dat het plaatsen van een Kokowall van 46 strekkende meters direct achter de bedrijfsbebouwing van het cateringbedrijf noodzakelijk is om aan een goed- woon en leefklimaat te voldoen. Risico van ongevallen

Het voorliggend plan maakt geen risicovolle activiteiten mogelijk. Daarnaast zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied vanwege risicovolle inrichtingen en transportroutes in de omgeving.

Conclusie Vanuit de kenmerken van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. In de nieuwe woningen is daarnaast sprake van een goed woon- en leefklimaat. Plaats van het object Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

In de huidige situatie bestaat het plangebied hoofdzakelijk uit een akkerbouwperceel (grasland). Er zijn geen houtopstanden of gebouwen aanwezig binnen het plangebied. Ten noorden/noordoosten grenst het plangebied aan de achtertuinen van diverse woningen. Ten zuiden van het plangebied zijn eveneens verschillende woningen gelegen.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regene-

N.v.t.

ratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder dacht voor: 

Gevoelige gebieden (wetlands, kustgebie-

Het plangebied is niet gelegen in een gevoelig gebied als bedoeld in

den, berg- en bosgebieden, reservaten en

artikel 1 van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) 

Gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Er is geen sprake van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.

Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

N.v.t.

Landschappen van historisch, cultureel of ar-

Het plangebied maakt geen deel uit van een landschap van histo-

cheologisch belang

risch of cultureel belang. Daarnaast is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk aangezien dit reeds is uitgevoerd ten behoeve van bestemmingsplan Wouterstraat America (zie par. 5.6).

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

43

Conclusie Vanuit de plaats van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Gevoelig gebied9 (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van een beschermd natuurmonument.

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Het plangebied is niet gelegen binnen een Habitat en Vogelrichtlijngebied (zie par. 5.5). Gezien de aard van de ontwikkeling en de ligging tegen de kern aan worden geen negatieve effecten verwacht op Natura 2000-gebieden in de omgeving. Door middel van een Aeriusberekening is aangetoond dat negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie op voorhand zijn uitgesloten.

Watergebied van internationale

Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van een waterge-

betekenis

bied van internationale betekenis.

NNN

Het plangebied is niet gelegen in het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Nee. Het gebied is niet als zodanig bestemd.

Waterwinlocaties, waterwingebieden en

Het plangebied niet gelegen binnen dergelijke gebieden.

grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument

Er is geen sprake van een beschermd monument.

Belvédère-gebied

Er is geen sprake van een Belvédère gebied.

Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen een gevoelig gebied en op een zodanige afstand van gevoelige gebieden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische zone en

Er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in

grootte van de getroffen bevolking)

geografische zone en/of grootte van de getroffen bevolking.

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Er is sprake van een kleinschalig initiatief dat geen grensoverschrijdend karakter heeft.

Waarschijnlijkheid van het effect

Geen effecten te verwachten.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid

De effecten van de woningbouw zijn blijvend maar niet van dien aard

van het effect

dat sprake is van significant negatieve effecten op het milieu, die het opstellen van een MER noodzakelijk zouden maken.

9

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

44

Conclusie 1. De ontwikkeling van woningen komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er hoeft dus geen MER te worden opgesteld; 2. De activiteiten vallen wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. De in kolom 2 bij categorie D11.2 genoemde drempelwaarde wordt bij lange na niet overschreden; 3. Omdat de activiteiten wel worden genoemd in een van de categorieën in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar de drempelwaarden niet worden overschreden, dient voor dit plan wel een m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd; 4. Uit de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de activiteiten op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leiden en dus geen aanleiding vormen om op grond hiervan alsnog een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

5.3

Waterparagraaf

Beschrijving van waterrelevant beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap Limburg, de Provinciale Omgevingsvisie 2021, het Provinciaal Waterplan van de provincie Limburg, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: 

Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);

Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. De meest relevante beleidsstukken zijn hieronder verder toegelicht. Waterschap Limburg Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap Limburg beschrijft de uitwerking van het Nationale Waterprogramma en het Provinciaal Waterprogramma. Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met dit waterbeheerprogramma geeft Waterschap Limburg richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027. De taken van het waterschap, welke doelen zij per taak wil bereiken en welke maatregelen zij daarvoor inzet, is beschreven in het Waterbeheerprogramma. Daarbij is onderscheid gemaakt in de taken hoogwaterbescherming, klimaatadaptatie, waterkwaliteit en zuiveren. Keur waterschap Limburg Op waterstaatswerken en watergangen (waterlopen) is de Keur van het waterschap Limburg van toepassing. In de Keur worden enkele handelingen in het watersysteem beperkt, waaronder het lozen van water in het watersysteem en het realiseren van werken c.q. bebouwing binnen de keurzones van een waterstaatswerk of watergang.

Gemeentelijk beleid De gemeente Horst aan de Maas volgt zo veel mogelijk het beleid zoals dit is vastgelegd door het waterschap Limburg. Belangrijke aandachtspunten in het beleid zijn het scheiden van vuilen schoon-waterstromen, het vasthouden van gebiedseigen (regen)water, het doorlopen van de afwegingsstap-pen: ‘hergebruik -

Bestemmingsplan Wouterstraat fase 2 te America

45

infiltratie - buffering – afvoer’ en het zichtbaar en aantrekkelijk maken van water in de gemeente. Voor dit plan zijn alle genoemde onderwerpen relevant. Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1.000 of meer te bouwen woningen. Ook de aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Onderhavig plan is dan ook niet geschikt om deze voorziening toe te passen. Infiltratie, buffering en afvoer In principe is het de bedoeling dat al het hemelwater in het plangebied wordt vastgehouden. Kenmerken plangebied Door Econsultancy is een watertoets10 uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek wordt hierna besproken. Voor de volledige rapportages wordt verwezen naar de bijlagen. Grondwater Ten tijde van het verkennend bodemonderzoek van HMB, uitgevoerd op 7 maart 2011, is in de geplaatste peilbuizen een grondwaterstand gemeten tussen de 1,19 m -mv en de 1,97 m -mv. Ten tijde van het doorlatendheidsonderzoek is in de boorgaten een grondwaterstand gemeten op 2,0 m -mv tot 2,4 m -mv. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings-, grondwaterwin-, attentiegebied of boringsvrijezone.

Doorlatendheid In het kader van de beoogde planontwikkeling is op de planlocatie een doorlatendheidsonderzoek 11 uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Het onderzoek is uitgevoerd om te bepalen of de bodem geschikt is voor de infiltratie van hemelwater, alsmede het verkrijgen van k-waarden. Op basis van de onderzoeksinspanning had het onderzoek een oriënterend karakter. In totaal zijn conform de Falling head-methode in-situ vijf doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De doorlatendheid is sterk afhankelijk van de bodemsamenstelling (aantal, grootte en vorm van de poriën en de onderlinge verbindingen tussen de poriën). Aangezien een bodem altijd een bepaalde mate van heterogeniteit vertoont en er slechts op enkele punten is gemeten, dienen de afgeleide k-waarden zoals bepaald op de locaties te worden beschouwd als een gemiddelde. Volgens de leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ is voor infiltratie van hemelwater minimaal een doorlatendheid van 0,2 m per dag nodig. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd als goed doorlatend, waarbij tijdens het onderzoek kwaarden van 1,2 en 3,3 m/dag zijn aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14193901/1