03c Bp Grubbenvorsterweg Toelichting en Regels
Tekst van het document
In een straal van 2 km rondom onderhavig plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen.
5.2.7
Endotoxinen
De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening en milieu. Een van de effecten op de volksgezondheid ziet op endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert in het 3
rapport 'Gezondheidsrisico's rond veehouderijen' (2012) een advieswaarde van 30 EU/m voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De Gezondheidsraad gaat ervan uit dat met deze advieswaarde de gezondheid van omwonenden van veehouderijen tegen te veel aan endotoxinen kan worden beschermd. De rijksoverheid ontwikkelt een landelijk toetsingskader voor endotoxinen. Dit toetsingskader is momenteel nog niet beschikbaar. Daarom heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid (team van provincie Noord-Brabant, de GGD en verschillende Brabantse omgevingsdiensten en gemeenten) vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader de 'Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0' opgesteld.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 35
Uit bijlage N: 'figuren overschrijdingsafstanden uit modelberekeningen' behorende bij het rapport 'Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodellering' van WUR (2016) (endotoxinerapport) valt af te lezen dan in de regio Noord-Limburg op een afstand van meer dan 550 meter gemeten vanuit welke intensieve veehouderijtak dan ook, geen overschrijding van de norm voor endotoxinen plaatsvindt.
Gelet op het feit dat binnen deze afstand van 550 meter géén actieve intensieve veehouderij is gelegen, en er evenmin een functieaanduiding 'intensieve veehouderij' geldt, is er in alle redelijkheid geen kans aanwezig dat nieuwe intensieve veehouderijactiviteiten kunnen worden ontplooid, zodanig dat deze belemmerend zouden kunnen zijn voor de toekenning van de betemming 'Wonen' binnen onderhavig plangebied.
5.2.8
Spuitzones
Voor wat betreft het spuiten van gewassen zijn geen wettelijke voorschriften over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht worden gekweekt, en nabijgelegen gevoelige objecten. Het ontbreken van dergelijke voorschriften laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen dient plaats te vinden, waarbij de aan te houden afstand tussen akkerbouwgronden en gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder overwogen dat toepassing van de vuistregel om een afstand aan te houden van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk is (uitspraak van 27 mei 2015 in zaak nr. 201410309/1/R6). Dit brengt echter niet reeds met zich dat een kortere afstand in dit geval niet redelijk zou kunnen zijn. Dit hangt mede samen met de hoogte van de gewassen (hoe hoger, des te meer sprake er kan zijn van drift), windrichting, soort bestrijdingsmiddelen en frequentie van spuiten. De heersende windrichting ter plaatse is zuid-west.
De nieuwe woning is gepland ten zuidwesten van de aangrenzende boomgaard, zodat drift in beginsel van de woning af gaat.
Binnen de afstand van 50 m rondom onderhavig plangebied bevinden zich geen agarische productiegronden welke besproeid worden, zodat deze geen belemmering kunnen vormen voor onderhavig plan.
5.2.9
Externe veiligheid
Risicovolle inrichtingen (bevi) De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 36
Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer -6
worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10 /jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologisch besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze -6
contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10 /jr. als grenswaarde. -6
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10 /jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals -6
de PR-contour 10 /jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen. Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de omgeving (in een straal van 1 km) van het plangebied géén risicovolle inrichting.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 37
Afbeelding 10: uitsnede risicokaart Limburg
Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Voor zover het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn met name de rijks-, provinciale- en spoorwegen van belang. Op een afstand van circa 2,5 km ten zuiden van het plangebied is de A67 -6
gelegen en op 2,5 km ten noordoosten de A73. Voor deze wegen is de PR-contour 10 /jr. niet berekenbaar geweest. Dit houdt in dat voor dit aspect geen knelpunt aanwezig is. Ook de oriënterende waarde van het groepsrisico wordt niet overschreden. Overige wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd betreft de N556 op een afstand van bijna 2 km. Deze afstanden zijn zo groot en de functiewijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning is zo beperkt, dat het aspect externe veiligheid in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen geen belemmering vormt.
Het plangebied bevindt zich verder op een afstand van ongeveer 600 m van de spoorlijn Eindhoven-6
Venlo. Ten aanzien van het plaatsgebonden risico blijkt dat de PR-contour 10 /jr. is gelegen op 10 meter van de as van de spoorlijn. Het plangebied ligt hier dus ruim achter. Dit houdt in dat voor dit aspect geen knelpunt aanwezig is.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 38
Er is in de omgeving van de plangebied ook sprake van buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het betreffen twee buisleidingen van de Rotterdam-Rijn Pijpleiding N.V. (RRP). Om een optimale indeling van het bedrijventerrein Klaver 3 te creëren is besloten om de buisleidingen te verleggen. Hierdoor komt één van de buisleidingen parallel achter het plangebied waar dit grenst aan Klaver 3 te lopen, buiten de manchettes om. Hier is voor gekozen om de afstand tot de woningen langs de Grubbenvorsterweg zo groot mogelijk te maken. Uit het onderzoek dat met betrekking tot het aspect externe veiligheid in het kader van de planvorming 'Klaver 3' is uitgevoerd, blijkt dat (de verlegging van) deze pijpleidingen geen overschrijding van plaatsgebonden of -groepsrisico's met zich meebrengen ten opzichte van woningen en overige kwetsbare objecten langs de Grubbenvorsterweg. Het omzetten van de bedrijfswoning in een burgerwoning is in dit kader ook een neutrale ontwikkeling.
5.3
Waterparagraaf
Waterbeleid Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Horst aan de Maas als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. 8. Beheer en onderhoud regelen.
Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 39
bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1000 of meer te bouwen woningen. Ook de recent aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Het onderhavige project is dan ook te kleinschalig om deze voorziening toe te passen.
Infiltratie, buffering en afvoer Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan.
Waterhuishoudkundige situatie plangebied Afvoerend verhard oppervlak en riolering Het project dat aanleiding is voor onderhavig bestemmingsplan, heeft geen consequenties voor het aspect hemelwaterinfiltratie. Immers, de bestaande voormalige bedrijfswoning zal alleen van functie wijzigen doch de bebouwde oppervlakte zal niet toenemen in relatie tot de huidige planologische mogelijkheden, hetgeen geen negatieve gevolgen heeft voor de infiltratie van het hemelwater. Een gedeelte van hemelwater van de daken wordt al geïnfiltreerd. Indien binnen de nieuwe planregels bebouwing wordt toegevoegd, dan zal er altijd sprake dienen te zijn van hemelwaterinfiltratie op eigen perceel. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening wordt dan uitgegaan van een neerslaggebeurtenis waarbij 100 mm per m
2
verhard afvoerend oppervlak afgekoppeld dient te worden.
Afvoer van vuilwater dient plaats te vinden via het aanwezige rioleringssysteem.
Bouwmaterialen De gemeente Horst aan de Maas streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen.
Concluderend kan gesteld worden dat door onderhavig project geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.
Overleg waterschap Vooroverleg met het waterschap is niet noodzakelijk in geval het project een toename van het nieuw 2
afvoerend verhard oppervlak beslaat van minder dan 2000 m . In casu is vooroverleg met het waterschap derhalve niet noodzakelijk.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 40
5.4
Kabels en leidingen
Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (artikelen 5.1 lid 1, 5.2 lid 1, 5.3 lid 1 en 2 en 9.2.2.1) en de Wet ruimtelijke ordening (artikelen 3.37 en 4.3 lid 1 en 2). Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi en bevat, analoog aan het Bevi, normen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich buisleidingen en wordt één buisleiding verlegd in de richting van het plangebied. Dit is in paragraaf 5.2.6 voldoende beschouwd.
Het plangebied is niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met eventuele (lichte) graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels.
Het plangebied is verder niet gelegen binnen een obstakelbeheer- of radarverstoringsgebied van een civiel of militair luchtvaartterrein en over het plangebied loopt geen straalpad van telecomaanbieders.
5.5
Gebiedsbescherming
Uit de POL-kaarten ‘Natuur’ en 'Landschap' blijkt dat het plangebied niet als een waardevol ‘groen’ element is aangeduid. De als Natuurnetwerk Nederland (voorheen: EHS) aangemerkte gebieden bevinden zich op een afstand van meer dan 800 m van het plangebied (zie figuur 11) in de vorm van kleinere bosgebiedjes en bosgebied de Reulsberg (aan de noordzijde). Het relevante deel van het plan heeft hierop geen enkele invloed.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 41
Figuur 11: NNN/EHS omgeving plangebied
Het dichtstbijgelegen Natura 2000 gebied (Maasduinen) bevindt zich op een afstand van ruim 7 km vanaf het plangebied. Verstorende effecten van de van functie te wijzigen woning op dit gebied zijn allerminst te verwachten, omdat er geen oppervlakteverlies of verontreiniging plaatsvindt, geen mechanische effecten zijn en geen sprake is van verstoring door licht en geluid. Ook een significante optische verstoring is niet voorstelbaar. Van een 'aanlegfase' is het kader van stikstofemissie is geen sprake vanwege het feit dat de woning fysiek reeds bestaand is en voor de 'gebruiksfase' zal er ook geen wijziging zijn welke relevant is voor emissie van stikstof. Voor het positief bestemde en binnen onderhavig plangebied gelegen bedrijf (vergaderaccommodatie) zal de beoordeling in latere instantie plaatsvinden; hierover kan nu reeds worden gesteld dat evenuele emissies van stikstof bij het nieuwe gebruik, gesaldeerd kunnen worden met de stikstofemissies welke verband hielden met de agrarische bedrijfsactiviteiten welke gefaseerd afgebouwd gaan worden.
5.6
Soortenbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wn. Met de Wn wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 42
In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt.
Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien:
er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is;
er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort;
en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd.
Quickscan flora en fauna Het plangebied is al jarenlang in gebruik als erf/tuinen bij de bestaande woning. Water is binnen het plangebied niet aanwezig. Het bestaande gebruik van het plangebied en de omgeving daarvan bestaat uit tuin en met erfverhardingen, maaien en de gebruikelijke menselijke activiteiten. Op basis van de natuurgegevens van de provincie Limburg valt te zien dat in de directe omgeving van het plangebied geen beschermde planten zijn waargenomen. Tevens is gebruik gemaakt van actuelere flora- en faunagegevens uit onder andere het www.waarneming.nl. Over een heel kalenderjaar (oktober 2018 - oktober 2019) is voor het gebied 'Sevenum - voormalige gemeente' nagegaan welke dier- en plantensoorten in dit gebied (meer specifiek binnen en op korte afstand van
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 43
het plangebied) waargenomen zijn welke bescherming verdienen. Hieruit is gebleken dat ter plaatse van het plangebied geen beschermde soorten zijn aangetroffen. Het deels omzetten van de bestemming Bedrijf naar de bestemming Wonen en Agrarisch met Waarden (zonder bouwactiviteiten) heeft in essentie uitsluitend positieve ecologische gevolgen. Daar waar het de toekomstige sloop van stallen betreft binnen het te handhaven deel van de bedrijfsbestemming en de toekomstige nieuwbouwactiviteiten aldaar, zal op dat moment veldonderzoek plaatsvinden om te beoordelen of er sprake is van te beschermen soorten (met name vleermuizen en vogels). Gelet op de termijn waarop deze feitelijke activiteiten gepland staan, heeft het op dit moment nog geen meerwaarde om dit veldwerk nu al uit te voeren.
Gelet op het bovenstaande is als gevolg van de functiewijziging van de bedrijfswoning in een burgerwoning geen verstoring van flora en fauna (mede in relatie tot het huidige gebruik) te verwachten, waardoor er nu geen noodzaak is tot het uitvoeren van een uitgebreidere toets.
Ten overvloede wordt gewezen op de algemene zorgplicht welke in artikel 3.5 van de Wn is opgenomen. Door toekomstige sloopwerkzaamheden buiten de periode van maart tot augustus te starten, is de kans op verstoring van broedende vogels het kleinst. Ook buiten deze periode mogen broedende vogels niet worden verstoord en moet gewacht worden tot het broeden voorbij is en de jongen zijn uitgevlogen.
5.7
Archeologie en cultuurhistorie
Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 44
De raad van Horst aan de Maas heeft op 26 mei 2015 de 'Archeologische Maatregelenkaart Horst aan de Maas' vastgesteld. Het gemeentelijk grondgebied wordt hier opgedeeld in verschillende categorieën. Per categorie maakt het gemeentelijk archeologie beleid inzichtelijk of, en zo ja waar en wanneer archeologisch (voor)onderzoek nodig is bij ruimtelijke planvorming en bodemingrepen, en welke onderzoekseisen en ontheffingen daarbij gelden.
Figuur 12: Archeologische Maatregelenkaart
Uit bovenstaande uitsnede van de maatregelenkaart (figuur 12) blijkt dat het plangebied grotendeels is gelegen in het gebied aangeduid als categorie 4, met een gematigde archeologische verwachtingswaarde en een deel in categorie 3 (hoge archeologische verwachting).
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 45
Figuur 13: tabel met maatregelen per categorie
Voor de categorie 4 (waarbinnen de bebouwing valt) is een maximaal verstoringsoppervlak van 2500 2
m opgenomen, en een maximale verstoringsdiepte van 50 cm. Deze archeologische waarden zijn in het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas vertaald naar de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 3 respectievelijk 4. Gelet op het feit dat het relevante deel van dit bestemmingsplan betrekking heeft op het omzetten van een bestaande voormalig bedrijfswoning in een burgerwoning en er verder geen verstoringen van de bodem zullen plaatsvinden, is het niet noodzakelijk om een archeologisch onderzoek uit te voeren. Daarenboven geldt dat, indien tijdens werkzaamheden van beperktere omvang onverhoopt ook archeologische vondsten plaatsvinden, initiatiefnemer dat zal melden.
5.8
Verkeer en parkeren
5.8.1
Verkeer
Verkeerskundig gezien heeft de Grubbenvorsterweg een functie als doorgaande weg welke Sevenum en Grubbenvorst met elkaar verbindt. Voor de Grubbenvorsterweg geldt ter plaatse van het plangebied een snelheidsregime van 60 km/u. Het profiel deze weg is toegesneden op haar lokale verkeersfunctie. In dit deel van de weg zijn snelheidsbeperkende maatregelen aangebracht, zoals wegversmallingen. Langs de noordzijde van de weg ligt aan één zijde een vrijliggend (twee richtingen)fietspad. In de omgeving van het plangebied zijn geen openbaar vervoersmogelijkheden. De dichtstbij gelegen bushaltes bevinden zich op 2 km van het plangebied. Er kan gebruik worden gemaakt van het treinstation Horst-Sevenum (treinverkeer Venlo-Eindhoven), dat vanaf het plangebied op een afstand van ruim 2,5 km ligt. Het omzetten van de bedrijfswoninng naar burgerwoning leidt niet tot extra verkeersbewegingen. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. Het project heeft geen consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid.
Voor het overige heeft het plangebied geen betrekking op planologisch nieuwe functies.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 46
5.8.2
Parkeren
De parkeernorm op basis van de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas 2019 betreft voor woningen met dubbele oprit naast elkaar minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein met welke per stuk minimaal 6 meter diep en 2,5 breed zijn. Deze parkeergelegenheid is aanwezig.
5.9
Duurzaamheid
Voorzover van toepassing zullen bij eventuele toekomstige wijzigingen aan de woning duurzame materialen worden gebruikt. Ingeval van nieuwbouw binnen het totale plangebied zal aandacht zijn voor duurzaamheid en zal voor energievoorziening gebruikt worden gemaakt zonne-energie, aardwarmtepomp ter verwarming en koeling van de gebouwen, toepassing van balansventilatie (warmte-terugwin-installatie), en er zal voor worden gezorgd dat de nieuwe gebouwen zeer goed geïsoleerd worden en een zeer lage warmtevraag hebben.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 47
HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Kostenverhaal zal geregeld worden in een tussen de gemeente Horst aan de Maas en de initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst. Door de vaststelling van deze anterieure overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten over de in dit plan begrepen gronden afdoende verzekerd. Tenslotte wordt ook een planschadeverhaalsovereenkomst zoals bedoeld in art. 6.4a Wro gesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Horst aan de Maas komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.
6.2
Handhaving
De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012-2015). Het beleidsplan bevat naast een visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijze hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van de volgende visie: De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot. Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt, volgt daadwerkelijk handhavend optreden (repressieve inzet).
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 48
De uit deze visie voortvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1. Appeleren aan de eigen verantwoordelijkheid. 2. Preventie gaat boven repressie; 3. Draagvlak creëren. 4. Klantgericht handelen. 5. Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen.
Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij ervan uitgegaan dat men, met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. In een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie.
6.3
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Procedure Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de provincie Limburg en Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht;
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 49
5. de gemeenteraad dient binnen 12 weken, na de ter inzage termijn beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door de Gedeputeerde Staten (GS) of de inspecteur een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling. Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan de GS en/of de inspecteur. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.
Overleg In het kader van het wettelijk overleg zal onder meer overleg plaatsvinden met Waterschap Limburg en provincie Limburg. Beide instanties hebben te kennen gegeven geen overwegende bezwaren te hebben tegen dit bestemmingsplan.
Inspraak en zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerp-besluit tot herziening van het bestemmingsplan heeft met ingang van 4 december 2020 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 50
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE TOELICHTING
7.1
Planstukken
Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen:
plantoelichting
planregels;
verbeelding.
Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012:
Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012;
PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012;
Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.
7.2
Toelichting op de verbeelding
In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 51
7.3
Toelichting op de regels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.
INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 is een aantal noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen welke worden gebruikt in de regels. In artikel 2 wordt uiteengezet op welke wijze gemeten dient te worden.
BESTEMMINGSREGELS Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.
Agrarisch met waarden (Artikel 3) In artikel 3 is de eerste hoofdbestemming opgenomen: 'Agrarisch met waarden'. Binnen deze bestemming is hobbymatig agrarisch grondgebruik toegestaan en bouwwerken geen gebouwen zijnde, passend binnen deze bestemming. Bedrijf (Artikel 4) In artikel 4 is de tweede hoofdbestemming opgenomen: ‘Bedrijf’. Binnen deze bestemming is het toegestaan om een bedrijf behorend tot categorie 1 en 2 te exploiteren, met een specifieke aanduiding voor vergader-, onderwijsactiviteiten. Wonen (Artikel 5) In artikel 5 is de derde hoofdbestemming opgenomen: ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is het toegestaan een ruime woning (binnen het strak omlijnde bouwvlak) met bijbehorende bouwwerken te realiseren en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
ALGEMENE, SLOT- EN OVERGANGSREGELS Deze artikelen bevatten de bepalingen die op het hele plangebied betrekking hebben en burgemeester en wethouders de mogelijkheid bieden flexibiliteit in het plangebied te betrachten.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 52
Bijlagen
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 2
Uitspraak 29 mei 2019 Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 53
REGELS Hoofdstuk 1 Inleidende regels
54
Artikel 1 Begrippen
54
Artikel 2 Wijze van meten
64
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
65
Artikel 3 Agrarisch met waarden
65
Artikel 4 Bedrijf
68
Artikel 5 Wonen
72
Artikel 6 Waarde - Archeologie 3
79
Artikel 7 Waarde - Archeologie 4
81
Hoofdstuk 3 Algemene regels
82
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel
82
Artikel 9 Algemene bouwregels
83
Artikel 10 Algemene gebruiksregels
85
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
87
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
89
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels
91
Artikel 14 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden
92
Artikel 15 Overige regels
94
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
97
Artikel 16 Overgangsrecht
97
Artikel 17 Slotregel
98
Bijlagen Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 54
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS
Artikel 1
1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum met identificatienummer NL.IMRO.1507.SNGRVORSTERWG6466-BPO1(SVBP2012) van de gemeente Horst aan de Maas. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3
aan huis verbonden bedrijf
een bedrijf dat in of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
arbeidsmigrant
tijdelijke arbeider die het hoofdverblijf elders heeft. 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 55
1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het daar genoemde gebied aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.11
bed & breakfast
een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een (bedrijfs)woning of bijbehorend bouwwerk, is ondergeschikt aan de woonfunctie en wordt gerund door de bewoner van de betreffende (bedrijfs)woning. 1.12
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.13
bedrijfsgebouw
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.14
bedrijfswoning
een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. 1.15
bestaand bouwwerk
een bouwwerk dat op het moment van vaststelling van dit plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald en met dien verstande dat onder het voorgaande niet worden begrepen bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en/of in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.16
bestaand gebruik
het gebruik dat op het moment van de vaststelling van dit plan bestaat, met uitzondering van gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening. 1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 56
1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.20
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.21
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.24
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26
cultuurhistorische waarde
de kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden. 1.27
dagrecreatie
een vorm van recreatie waarbij geen sprake is van overnachten en waarbij gebruik wordt gemaakt van al dan niet daarvoor aangelegde of gebouwde voorzieningen. 1.28
deskundige
een onafhankelijke erkende persoon of organisatie in het vakgebied / op het werkterrein waarop het advies betrekking heeft en die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 57
1.29
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30
dienstverlening
het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, zoals reis- en uitzendbureaus, stomerijen, wasserettes, makelaars, kappers en pedicures. 1.31
ecologische waarden
waarden betreffende de natuurlijke samenhang tussen organismen en hun milieu. 1.32
energievoorziening
een technische eenheid, bestaande uit apparatuur, leidingen en andere constructies, die bedoeld is voor het opwekken en/of winnen van energie en de distributie daarvan. 1.33
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.34
erfafscheiding
de afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte. 1.35
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seks-club en een seksautomatenhal. 1.36
escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.37
extensief dagrecreatief medegebruik
een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor dagrecreatie van niet-commerciële aard die overwegend is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden of kanovaren, met de daarbij behorende ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 58
1.38
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39
geurgevoelig object
geurgevoelig object als bedoeld artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij. 1.40
herplant van een houtopstand
Het opnieuw aanplanten van een houtopstand op een perceel waar reeds een houtopstand aanwezig was op een tijdstip gelegen maximaal 24 maanden vóór het tijdstip waarop de aanplant van de houtopstand is voltooid. 1.41
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42
horeca I
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde horeca II. 1.43
horeca II
elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die (nagenoeg) geheel is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Daarnaast een inrichting waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend. 1.44
horeca
een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.45
hotel
een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of exploiteren van een zaalaccommodatie en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; 1.46
houtopstand
begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, voor zover niet vallend onder de Boswet tenzij het om laagstamfruitbomen met de bijbehorende windsingels gaat.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 59
1.47
huishouden
een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep. 1.48
inpandige statische opslag
binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals een (seizoen)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke. kampeermiddel: 1.49
kampeermiddel
a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een tourcaravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.50
kantoor
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige c.q. financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie. 1.51
kleinschalige horeca
inrichting ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en drank, met een totaal 2
oppervlak van maximaal 100 m waarbij maximaal 30% van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel mag worden benut ten behoeve van de horeca. De openingstijden (inclusief terras) van de inrichting liggen tussen 7.00 en 19.00 uur. 1.52
kwetsbaar object
een object dat in het Besluit externe veiligheid inrichtingen als kwetsbaar is aangemerkt. 1.53
landschapselement
een element dat samenhangt met de ondergrond en de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap en het oorspronkelijke landgebruik, zoals een bosschage, houtwal, houtsingel of steilrandbeplanting. 1.54
lawaaisport
een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 60
1.55
maaiveld
de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.56
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.57
milieucategorie
indeling van bedrijven opgesteld door VNG op basis van belasting van het milieu. De milieucategorie van een bedrijf hangt af van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of visuele aspecten. De milieucategorie loopt op van lichte bedrijvigheid (categorie 1) tot zware industrie (categorie 6). 1.58
milieuwaarden
de in een gebied aanwezige waarden met betrekking tot de aanwezigheid van natuurlijke grondwaterstromen en een voor het gebied typerende bodemopbouw. 1.59
natuurwaarden
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.60
nevenactiviteit
een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. 1.61
normaal onderhoud, gebruik en beheer
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.62
nutsvoorziening
voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.63
overig bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1.64
overkapping
een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 61
van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren. 1.65
paardenbak
een onoverdekte, als zodanig herkenbare ruimte, al dan niet omsloten, bedoeld voor het trainen, rijden en berijden van paarden en pony's, met eventueel een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van drainage. 1.66
parkeerterrein
Terrein bedoeld voor het kortdurend stallen van voertuigen, welk terrein niet voorzien mag zijn van gesloten verharding. 1.67
peil
a. voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer; b. voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel. 1.68
permanente bewoning
bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf. 1.69
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.70
recreatie
activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.71
recreatiewoning
een (gedeelte van een) gebouw dat bedoeld is als tijdelijk recreatieverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.72
schuilgelegenheid
een kleinschalig bouwwerk met maximaal drie wanden ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid voor vee. 1.73
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 62
aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.74
speelvoorziening
voorzieningen gericht op sportieve activiteiten zoals multifunctionele verharde speelvelden, trapvelden, skatebanen, sport- en spelattributen (doelpalen, basketbalpalen, ballenvangers, etc.). 1.75
stacaravan
een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen. Ook als hij niet omgevingsvergunningsplichtig is valt een stacaravan toch als een gebouw aan te merken. 1.76
Structuurvisie Horst aan de Maas
de op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas. 1.77
voorerf
het gedeelte van het bouwperceel gelegen tussen de voorgevel van het hoofdgebouw en de voorste bouwperceelgrens, waarbij in voorkomende gevallen tevens het gedeelte van het bouwperceel is begrepen dat minder dan 3 meter achter de doorgetrokken voorgevel is gesitueerd. 1.78
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.79
voorgevelrooilijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.80
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.81
wet/wettelijke regelingen
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 63
1.82
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 64
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. De maximaal toelaatbare goothoogte mag slechts worden overschreden door wolfseinden of topgevels. 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 65
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3
3.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch hobbymatig grondgebruik; b. (al dan niet verhard) parkeerterrein, onder andere ten behoeve van de nabijgelegen vergaderaccommodatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; c.
extensief dagrecreatief medegebruik;
d. bescherming van aardkundige waarden; e. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 9;
met de daarbij behorende: f.
tuinen, erven, paden en terreinen, met dien verstande dat gesloten erfverhardingen niet zijn toegestaan;
g. paardenbakken, uitsluitend binnen een bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken; h. voorzieningen van openbaar nut; i.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
j.
groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
a. Op de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd; b. in afwijking van het voorgaande mogen buiten een bouwvlak de volgende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: 1. erf- en terreinafscheidingen tot een hoogte van 1 m; 2. recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering.
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 66
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Bouwwerken ten behoeve van schuilgelegenheden dan wel kleinschalige opslag
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. er niet meer dan 1 schuilgelegenheid dan wel bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag per bouwperceel is toegestaan; b. een bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag uitsluitend is toegestaan grenzend aan een bestemmingsvlak dan wel bouwvlak waarbinnen een woning is gesitueerd; c.
2
de oppervlakte niet meer bedraagt dan 18 m ;
d. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m; e. er een kapconstructie mogelijk is, evenals een platte afdekking; f.
het bouwwerk dient te worden omsloten met tenminste drie wanden;
g. er geen sprake mag zijn van een onevenredige aantasting van aanwezige landschapswaarden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 9.
3.3.2
Bouwwerken ten behoeve van paardenbakken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten behoeve van bestaande dan wel middels omgevingsvergunning als bedoeld in 3.5.1 toegestane paardenbakken buiten een bouwvlak, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van de omheining van paardenbakken maximaal 1,3 m bedraagt; b. het aantal lichtmasten ten behoeve van paardenbakken maximaal 4 per paardenbak bedraagt, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedraagt.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor buitenopslag; b. het gebruik van de gronden voor fruitteelt en boomteelt binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen inclusief tuinen en erven, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen, uitgezonderd en voor zover: 1. bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden; 2. het herplant van houtopstanden van bestaande fruitteelt en boomteelt betreft;
| bestemmingsplan Grubbenvorsterweg 64-66 Sevenum | status: vastgesteld |
Pagina | 67
3. aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, dan wel indien gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast wordt voorzien in een windsingel, gebruik wordt gemaakt van driftarme spuitdoppen en het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast; c.
het gebruik van gronden voor horeca I, horeca II en kleinschalige horeca;
d. het gebruik van de gronden voor verblijfsrecreatie; e. het gebruik van verlichting ten behoeve van bestaande dan wel middels omgevingsvergunning als bedoeld in 3.5.1 toegestane paardenbakken buiten een bouwvlak; f.
het gebruik van gronden voor het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Paardenbakken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het realiseren van paardenbakken buiten het bouwvlak bij een woning, met dien verstande dat: a. het bij voornoemde woning behorende aaneengesloten perceel een omvang van ten minste 2.500 2