CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

03c.5 AAA Bijlage 5 Quickscan Flora en fauna

Gemeenteraad 4 februari 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Veld Oostenrijk ongenummerd Horst.3.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Flora-

en

fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong.

In

opdracht van: (geanonimiseerd) pn cn (geanonimiseerd) 13 december 2022 < (geanonimiseerd) 3Se nn ing, (geanonimiseerd) N

Faunaconsult Tegelseweg 5951 GK

3

Belfeld

Tel: 077-4642999

www. faunaconsult.nl

te Horst

Flora-

en

fauna-inspectie Veld-Oostenrijk

Cpdrachtgever: Cpstellers/controle: Veldwerk:

Faunaconsult

B.V. werkt

daarmee

de

ong. te Horst

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Ne (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) se ing, NN / (geanonimiseerd) nn ing, (geanonimiseerd)

volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en we zijn PSO gecertificeerd. aan

Flora-

Faunaconsult

en

fauna-inspectie Veld-Oostenrijk

ong. te Horst

1

Inhoud 1 2 3

Inleiding. De Wet natuurbescherming Werkwijze 3. 1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden 3. 2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie 4 Aanwezige beschermde planten en dieren. 4. 1 Beschrijving plangebied 4. 2 Bevindingen. 5 Mogelijke effecten Conclusies 6 Literatuur Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime

3 4 5 5 5 6 6 7 9 10 11 12

.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .

. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .

. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .

. .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .

. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

2

1

Inleiding

‘s door Faunaconsult een flora en fauna inspectie en (geanonimiseerd) ON opdracht van (geanonimiseerd) GN uitgevoerd aan de Veld-Oostenrijk te Horst. De voorgenomen ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven voor deze flora- en fauna-inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Dit document geeft inzicht in de mogelijke in het kader van knelpunten natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het In

project. Het

doel

staat.

De

dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de bouwplannen in de weg ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving. van

Flora-

Faunaconsult

en

fauna-inspectie Veld-Oostenrijk

ong. te Horst

3

2

De Wet natuurbescherming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de Flora- en faunawet. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. ,

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime) : -

Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3. 1 van de Wnb) Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; .

-

-

Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn Bonn (paragraaf 3. 2 van de Wnb) ;

en

de verdragen

van

Bern en

Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3. 2 vallen (paragraaf 3. 3 van de Wnb) Hieronder vallen ondermeer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd) .

.

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. De Provincie Limburg heeft de ‘Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014’ opgesteld (Provincie Limburg, 2016) en ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ (Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017) Dit houdt in dat de meeste soorten die onder de Wet Natuurbescherming als beschermde soort zijn aangewezen, ook in de Provincie Limburg worden beschermd. Verder geldt dat vogelsoorten waarvan het nest onder de Flora- en faunawet jaarrond werd beschermd in de Provincie Limburg ook onder de Wet Natuurbescherming als zodanig wordt gehandhaafd. .

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1. 11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

4

3

Werkwijze

3. 1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

Er wordt een nieuwe woning gerealiseerd in het plangebied. Er worden enkele jonge bomen aan de zuidwestzijde van het plangebied verplaatst naar een andere locatie nabij het plangebied. Er is geen overzicht van de toekomstige situatie voorhanden. 3. 2

Werkwijze flora- en fauna-inspectie

Op 6 december 2022 heeft Faunaconsult B. V. de onderzoeklocatie en de directe omgeving bezocht. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermd planten en dieren. De locatie werd geïnspecteerd op de aanwezigheid van beschermde planten en dieren en tevens op aanwezigheid van rust- en verblijfplaatsen van beschermde dieren. Daarnaast is aan de hand van relevante literatuur vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voor kunnen komen. Het literatuuronderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen; Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (www. natura2000. nl/gebieden) RAVON (www. ravon. nl) ; - FLORON (www. floron. nl) ; - SOVON (www. sovon. nl) ; - Zoogdiervereniging (www. zoogdiervereniging. nl) ; - NDFF Verspreidingsatlas (www. verspreidingsatlas. nl) -

.

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

5

4

Aanwezige beschermde planten

4. 1

Beschrijving plangebied

en

dieren

Het plangebied bevindt zich ten noorden van Horst, aan de openbare weg ‘Veld-Oostenrijk’ (zie figuur 4. 1. 1) Het plangebied bestaat uit een weiland met aan de zuidwestrand enkele jonge bomen. Er groeien plantensoorten als ruwe berk, Gelderse roos, paardenbloem, grote brandnetel, hondsdraf, scherpe boterbloem, winterpostelein en vogelmuur in het plangebied. De omgeving van het plangebied is aan alle zijden landelijk ingericht met akkers, weilanden, boerderijen en woningen met tuinen. Aan de westzijde bevindt zich tevens een kassencomplex. .

Figuur 4. 1. 1. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) .

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

6

4. 2

Bevindingen

Vogels en zoogdieren In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig, daarom is het uitgesloten dat er huismus- en gierzwaluwnesten of verblijven van gebouwbewonende vleermuissoorten aanwezig zijn. De bomen in en rond het plangebied bevatten geen (roof) vogelnesten of geschikte holtes voor vleermuizen of uilen. Het voorkomen van verblijven van boombewonende vleermuisverblijven en/of uilennesten is daarmee ook uitgesloten. Er zijn wel vogelsoorten zoals gaai, goudhaantje, staartmees, kauw, merel, koolmees en heggemus in het plangebied waargenomen. Net buiten het plangebied, in de rij beuken aan de noordoostzijde, is een eekhoornnest aanwezig (zie figuur 4. 2. 1) .

Figuur 4. 2. 1. De rij beuken met het aanwezige eekhoornnest.

Tijdens het veldbezoek zijn er geen dassenburchten, -wissels, -latrines etc. of holen van overige zoogdieren aangetroffen. Voor de wezel biedt het plangebied mogelijk een geschikt leefgebied. Deze soort komt namelijk voornamelijk voor in open landschappen zoals weilanden en akkerland met voldoende dekking in de vorm van houtstapels of heggen. Soorten als de hermelijn en bunzing komen vaak voor in waterrijke gebieden. Wateren zijn in en rond het plangebied echter afwezig. Dergelijke soorten zijn dus niet in het plangebied te verwachten. Algemene zoogdieren zoals de huisspitsmuis, veldmuis of de egel kunnen wel in het plangebied voorkomen. ,

Amfibieën Amfibieën werden tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Wateren die als habitat en/of voorplantingswater kunnen dienen voor amfibieën zijn in en rond het plangebied afwezig. Het is wel mogelijk dat enkele algemene amfibieënsoorten, zoals de gewone pad, delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. Voor streng beschermde amfibieënsoorten is er geen geschikt biotoop in en rondom het plangebied aanwezig. Overige soorten In het plangebied groeien alleen algemene, niet-beschermde plantensoorten (zie paragraaf 3. 1) Overige soorten die beschermd zijn onder de Wnb, zijn wegens het aanwezige biotoop niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4. 4 geeft een overzicht van de beschermde soorten die mogelijk voortplantingsplaatsen en rustplaatsen in het plangebied hebben.

.

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

7

Tabel 4. 2. Beschermde soorten die mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied hebben. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Vogels Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Eekhoorn (Sciurus vulgaris) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Wezel (Mustela nivalis) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria)

met jaarrond beschermd nest

Internationaal beschermde

Overige beschermde

soorten

soorten

X X X X X X

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

8

Mogelijke effecten

5 -

Bij de werkzaamheden kunnen voortplantings- en rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.

en

Net buiten het plangebied in de rij beuken is een eekhoornnest aangetroffen. Aangezien de rij beuken behouden blijft en het eekhoornnest zich buiten het plangebied bevindt, is er geen negatief effect te verwacht door de geplande werkzaamheden in het plangebied. -

In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5. 1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Soort

Beschermingsregime Wnb

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Overige soorten

Art. 3. 1 lid 1

Art. 3. 1 lid 2

een

Art. Art. Art. Art. Art. 3. 5 3. 5 3. 5 3. 5 3. 10 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 X

Artikel 3. 1 (m. b. t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3. 5 (m. b. t. Internationaal beschermde soorten) : - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3. 10 lid 1 (m. b. t. A-soorten) : het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3. 10 lid 3 Wnb) .

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

9

6

Conclusies

In het plangebied komen mogelijk diersoorten voor die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten) hiervoor geldt in Limburg een vrijstelling in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Provincie Limburg, 2016) Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1. 11 Wnb) ; deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. ,

.

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

10

Literatuur • • •

Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Provinciaal blad nr. 5634. Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1. 3. Provincie Limburg. 2016. Beleidsneutrale Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal blad nr. 6983.

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

11

Bijlage 1: Toelichting

per

beschermingsregime

Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3. 1 tot en met 3. 4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3. 1 en 3. 2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3. 1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3. 1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3. 1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3. 1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3. 2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.

2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3. 4 lid 1 Wnb) .

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.

Dit betekent dat er: geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

12

Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3. 5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3. 6 lid 2 Wnb) .

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3. 8 lid 2 en 3. 9 lid 2 Wnb) Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3. 8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets) ; • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt

gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. .

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

13

Overige beschermde soorten Algemeen Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’) Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’) Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. .

.

Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3. 10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3. 10 lid 3 Wnb) Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. .

Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3. 8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets) ; • • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden

mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3. 8 lid 2) : in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

14

-

-

-

-

-

ter voorkoming

schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang. van

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)

Flora- en fauna-inspectie Veld-Oostenrijk ong. te Horst

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14989348/1