03c.3 Toelichting bijlage Bodemonderzoek
Tekst van het document
VOORONDERZOEK Ulfterhoek (ong.) Sevenum
kenmerk HMB B.V.: 21320401H
VOORONDERZOEK Ulfterhoek (ong.) Sevenum
kenmerk HMB B.V.: 21320401H
opdrachtgever:
Joop Aerts B.V. te Sevenum
datum rapport:
25 november 2021
kenmerk:
21320401H
status:
Definitief
uitgevoerd door:
HMB B.V.
projectleider:
Gideon Aarts | g.aarts@hmbgroep.nl
rapporteur:
Gideon Aarts
autorisatie:
Wilfred van der Sterren
HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl
INHOUDSOPGAVE 1 | INLEIDING ........................................................................................................... 4 2 | ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 5 2.1 | Algemeen .................................................................................................... 5 2.2 | Huidig gebruik (gebiedsinspectie) ................................................................... 5 2.3 | Historisch gebruik (archiefonderzoek) .............................................................. 6 2.4 | Toekomstig gebruik ....................................................................................... 6 3 | VOORONDERZOEKSGEBIED ................................................................................... 7 3.1 | Algemeen .................................................................................................... 7 3.2 | Bodeminformatie .......................................................................................... 7 3.3 | Achtergrondgehalten ..................................................................................... 7 4 | BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................... 8 5 | CONCLUSIES ........................................................................................................ 9
BIJLAGEN 1 | Verklarende woordenlijst 2 | Geraadpleegde bronnen 3 | Verkennend bodemonderzoek (Geonius Milieu B.V., opdrachtnummer: MA-130569, 18 februari 2014) 4 | Foto’s, historische topografische kaarten en luchtfoto 5 | Uittreksel kadastrale kaart en situatietekening
Vooronderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van Joop Aerts B.V. te Sevenum is door HMB B.V. in november 2021 een vooronderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Ulfterhoek – ten zuidoosten van Ulfterhoek 4 - te Sevenum. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om bodemverontreiniging te verwachten binnen de beschouwde locatie. Indeling rapport In de rapportage worden de uitvoering en resultaten van het onderzoek besproken. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt de verzamelde informatie van de onderzoekslocatie en het vooronderzoeksgebied (de omgeving) weergegeven. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de bodemopbouw en de geohydrologie. Tenslotte worden de conclusies in hoofdstuk 5 weergegeven. Normering en verantwoording De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het historisch onderzoek is gebaseerd op de NEN 57251. Het eventueel gegeven ‘op maat gesneden plan’ voor bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57402. Onder bijlage 1 is, gebaseerd op de NEN 5740, een ‘Verklarende woordenlijst’ opgenomen. Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Opgemerkt wordt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de beschouwde locatie.
1 2
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016
21320401H | Ulfterhoek (ong.) Sevenum
4
Vooronderzoek
2
ONDERZOEKSLOCATIE
2.1
Algemeen
De in dit hoofdstuk genoemde informatie over de onderzoekslocatie (het geografische gebied waarover een besluit moet worden genomen) is gebaseerd op de resultaten van het raadplegen van diverse bronnen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt gevormd door een perceel gelegen aan de Ulfterhoek – ten zuidoosten van Ulfterhoek 4 – te Sevenum. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als weiland. Enkele (topografische) gegevens omtrent de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Ulfterhoek (ong.), Sevenum
Gemeente
Horst aan de Maas
Kadastrale aanduiding
Gemeente Sevenum , sectie S, perceel 461*
Oppervlakte perceel
4.998 m²
Oppervlakte onderzoekslocatie
4.998 m²
X-coördinaat
201.212
Y-coördinaat
381.023
*
=
ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Voor de lokale ligging wordt verwezen naar bijlage 5, uittreksel kadastrale kaart. Hier is tevens een situatietekening opgenomen. 2.2
Huidig gebruik (gebiedsinspectie)
Inrichting gebied Op 19 november 2021 is het terrein aan de Ulfterhoek geïnspecteerd met daarbij speciale aandacht voor de onderzoekslocatie. In bijlage 4 zijn de hierbij genomen foto’s opgenomen. Het terrein aan de Ulfterhoek is in gebruik als weiland. De locatie is onverhard en in de bodem zijn, voor zover bekend, geen handmatig ondoordringbare lagen (bijvoorbeeld asfalt, beton of puin) aanwezig. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Te denken valt hierbij aan (ondergrondse) brandstoftanks of een relevante opslag van vloeistoffen. Informatie opdrachtgever en gemeente Bij de opdrachtgever zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten.
21320401H | Ulfterhoek (ong.) Sevenum
5
Vooronderzoek
Asbest Tijdens de inspectie van het terrein aan de Ulfterhoek is expliciet gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen op het maaiveld. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de locatie sterk begroeid was met gras wat de inspectie op asbestverdachte materialen bemoeilijkte. Verder zijn er geen aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van asbest in de bodem van de locatie. 2.3
Historisch gebruik (archiefonderzoek)
Historisch gebruik Uit oude historische kaarten blijkt dat de locatie altijd in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden (weiland). Rond eind jaren veertig van de 20ste eeuw is in de omgeving meer bebouwing zichtbaar. Volgens luchtfoto’s is het gebruik van de onderzoekslocatie vanaf 2006 niet meer noemenswaardig veranderd. Verleende vergunningen Bij de gemeente Horst aan de Maas zijn van de onderhavige locatie geen verleende vergunningen in het kader van de Bouwverordening, de Hinderwet en/of Wet Milieubeheer bekend. Bodembedreigende activiteiten Bij de gemeente Horst aan de Maas zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie In 2014 is een verkennend bodemonderzoek (Geonius Milieu B.V., opdrachtnummer: MA130569, 18 februari 2014) uitgevoerd. Aanleiding is de aanvraag voor een bestemmingswijziging en een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een viertal vrijstaande woningen. In de bovengrond (noordoostelijke gedeelte van de onderzoekslocatie) is een lichte verontreiniging met cadmium aangetoond.
Op het overige terrein zijn geen verontreinigingen in de boven- en de ondergrond aangetoond. In het grondwater wordt een lichte verontreiniging met barium en naftaleen aangetoond. De lichte verontreinigingen kunnen verband hebben met de troebelheid van het monster. Op basis van de inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond is de locatie onverdacht voor asbest in de bodem. Het terrein is vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt voor het voorgenomen gebruik/functie. Het verlenen van een omgevingsvergunning of een ‘verklaring van geen bezwaar’ is ter competentie van de overheid. De rapportage van het bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 3. Het resultaat van het genoemde onderzoek in de omgeving geeft geen aanleiding relevante bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. 2.4
Toekomstig gebruik
Het voornemen is ter plaatse van de onderzoekslocatie een woning/woningen te realiseren
21320401H | Ulfterhoek (ong.) Sevenum
6
Vooronderzoek
3
VOORONDERZOEKSGEBIED
3.1
Algemeen
De in dit hoofdstuk genoemde informatie over het vooronderzoeksgebied (kortweg omgeving) is gebaseerd op de resultaten van het raadplegen van diverse bronnen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 2. Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en een ‘strook grond’ hieromheen tot een afstand van maximaal 25 meter. In tabel 2 zijn de adressen (voor zover bekend) en/of een omschrijving van het gebruik ter plaatse weergegeven. Tabel 2
Omliggende percelen
Windrichting
Adres
Gebruik
Noorden
Ulfterhoek 4
Woning met tuin
Westen
Ulfterhoek
Openbare weg
Oosten
Grubbenvorsterweg 29
Woning met tuin
Zuiden
Grubbenvorsterweg
Openbare weg
Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in een omgeving welke te karakteriseren is als woongebied. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Verleende milieuvergunningen Bij de gemeente Horst aan de Maas zijn geen verleende vergunningen in het kader van de Hinderwet en/of Wet Milieubeheer bekend. Bodembedreigende activiteiten Bij de gemeente zijn voor de genoemde adressen/percelen geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. 3.2
Bodeminformatie
Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Binnen de omgeving worden geen bodemverontreinigingen bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie is aangetast. 3.3
verwacht
waardoor
de
Achtergrondgehalten
De regio Limburg Noord, waaronder de gemeente Horst aan de Maas, beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt de boven- en ondergrond – volgens de ontgravingskaarten – ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw / natuur’.
21320401H | Ulfterhoek (ong.) Sevenum
7
Vooronderzoek
4
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
De locatie ligt globaal op 26 m+NAP. Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit de Grondwaterkaart van Nederland geraadpleegd en/of het DINOloket geïnterpreteerd en verwerkt. In tabel 3 is de geohydrologische indeling van de bodem tot 100 m-mv schematisch weergegeven. Tabel 3
Bodemopbouw en geohydrologische situatie
Formatie
Diepte (m-mv)
Samenstelling
Formatie van Boxtel
0–4
Zand, zeer fijn tot zeer grof, met plaatselijk leem, klei en veen
Formatie van Beegden
4 – 18
Zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig
Kiezeloöliet Formatie
18 – 34
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus
Formatie van Breda
34 - >100
Zand, zeer fijn tot matig grof, glauconiethoudend, lokaal schelphoudend
Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 0,5 m-mv. Op basis van het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater oostelijk gericht is (richting de Maas). De onderzoekslocatie grondwaterwingebied.
bevindt
21320401H | Ulfterhoek (ong.) Sevenum
zich
niet
in
een
grondwaterbeschermings-
of
8
Vooronderzoek
5
CONCLUSIES
Op basis van het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie geen bodemverontreinigingen of bodembedreigende activiteiten bekend zijn die de bodemkwaliteit negatief hebben beïnvloed. De onderzoekslocatie kan derhalve als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. Ter plaatse wordt, met uitzondering van de bekende verhoogde achtergrondgehalten (lichte verontreiniging met cadmium in de bovengrond), geen bodemverontreiniging verwacht. Binnen het vooronderzoeksgebied is verder geen sprake van deellocaties welke verdacht zijn ten aanzien van bodemverontreiniging. Ter plaatse wordt dan ook geen bodemverontreiniging verwacht welke zich uitstrekt tot binnen de onderzoekslocatie.
21320401H | Ulfterhoek (ong.) Sevenum
9
Bijlage | 1 Verklarende woordenlijst
VERKLARENDE WOORDENLIJST 1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000)’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, waarop een afzonderlijke onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn. diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig.
grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1,0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door matig tot veel variatie op de schaal van monsterneming. homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door geen of weinig variatie op de schaal van monsterneming. hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof(fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
in
het
interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen door het in het laboratorium mengen van in het veld verkregen afzonderlijke grondmonsters.
1
Bron: NEN 5740
nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn. Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen.
onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem van die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen. NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse norm voor verkennende bodemonderzoeken op verdachte en nietverdachte locaties. nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging. somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’).
streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen.
verkennend (bodem)onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van het (als gevolg van een plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel van de bodem. vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft.
Bijlage | 2 Geraadpleegde bronnen
Informatiebron
Geraadpleegd (ja, omschrijving bron/nee)
Motivatie niet geraadpleegd
Datum raadpleging
Historische en huidig gebruik locatie en omgeving Archief bouwvergunningen
Ja
-
22-11-2021
Archief Hinderwet
Ja
-
22-11-2021
Archief ondergrondse tanks
Ja
-
22-11-2021
Archief Wet Milieubeheer
Ja
-
22-11-2021
Historische topografische kaart
Ja
-
22-11-2021
Informatie eigenaar/bewoner
Ja
-
22-11-2021
Informatie gemeente/omgevingsdienst
Ja
-
22-11-2021
Internet (bodemloket, Kadaster, provinciale site)
Ja
-
22-11-2021
Luchtfoto
Ja
-
22-11-2021
Inspectie
Ja
-
19-11-2021
Toekomstig gebruik
Ja
-
22-11-2021
Overige, namelijk:
Nee
-
Nvt
Bodeminformatie, calamiteiten, verhardingen e.d. locatie en omgeving Inspectie
Ja
-
19-11-2021
Informatie eigenaar/bewoner
Ja
-
19-11-2021
Informatie gemeente/milieudienst
Ja
-
22-11-2021
Verhardingen/kabels en leidingen
Nee
-
Nvt
Ja, TNO, DGV
-
22-11-2021
Ja
-
22-11-2021
Bodemopbouw en geohydrologie Grondwaterkaart Nederland DINOloket
Bijlage | 3 Verkennend bodemonderzoek (Geonius Milieu B.V., opdrachtnummer: MA-130569, 18 februari 2014)
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Ulfterhoek ong. te Sevenum in de gemeente Horst aan de Maas Sevenum, sectie S, nummer 461
Opdrachtnummer:
MA-130569
Versie:
1.0
Datum rapport:
18 februari 2014
Opdrachtgever: ’t Prieel 3 1191 PA Ouderkerk aan de Amstel
Functie:
Naam:
Projectleider:
ir. J.C.D. de Maat
Collegiale toets:
B.J.M. Habets, bc
Geonius Milieu B.V. Postbus 118 6400 AC Heerlen
Gezien en akkoord:
Tel.: 088-1300600 Fax.: 088-1300669 Email: info@geonius.nl Website: www.geonius.nl
INHOUDSOPGAVE: 1
INLEIDING ............................................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK (NEN 5725) .............................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
VELDWERK EN INTERPRETATIE VAN DE VELDGEGEVENS ...................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Uitgevoerd veldwerk ................................................................................................6 Het aangetroffen bodemprofiel ..................................................................................6 Watermonstername .................................................................................................6 Asbest in bodem .....................................................................................................6 ANALYSES ............................................................................................................. 7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5
Algemeen...............................................................................................................2 Geraadpleegde bronnen ...........................................................................................2 Situering onderzoekslocatie ......................................................................................2 Archiefonderzoek ....................................................................................................3 Terreininspectie/locatiebezoek asbest .........................................................................3 Interpretatie resultaten vooronderzoek .......................................................................3 Bodemopbouw en geohydrologie ...............................................................................3 (Financieel-)juridische aspecten ................................................................................4 Onderzoekshypothese vooronderzoek .........................................................................5
Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters ..................................................7 Toetsingskader .......................................................................................................7 Toetsing van de analyseresultaten .............................................................................7 Interpretatie analyseresultaten..................................................................................8 Toetsing van de hypothese .......................................................................................8 CONCLUSIES ......................................................................................................... 9
Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Topografische overzichtskaart Situatietekening en foto’s Boorstaten Analysecertificaten Toetsing Wet bodembescherming
Referentienummer : MA-130569.R01
1
INLEIDING
Op 11 januari 2014 is door aan Geonius Milieu B.V. te Schinnen opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van een perceel kadastraal bekend als gemeente Sevenum, sectie S, nummer 461, aan de Ulfterhoek te Sevenum. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een viertal vrijstaande woningen. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd conform de werkwijze volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, januari 2009), de NEN 5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, mei 2003) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009). Geonius is gecertificeerd voor SIKB VKB-protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Milieu B.V.
is, als onderdeel van de Geonius Groep B.V., gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001:2008 en VCA*. Geonius Milieu B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een beperkt aantal boringen en het laten analyseren van enkele grond(meng)monsters op een beperkt analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het chemisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies en, indien noodzakelijk, aanbevelingen geformuleerd.
Pagina 1 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
2
VOORONDERZOEK (NEN 5725)
2.1
Algemeen
Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, het houden van interviews, het uitvoeren van terreininspectie(s) en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel juridische aspecten. In het kader van de Omgevings- c.q. Wm-vergunning of de Regeling bodemkwaliteit kan afhankelijk van de mate van verdachtheid volstaan worden met het uitvoeren van een beperkt vooronderzoek. Voor onderhavige locatie is gekozen voor een standaard vooronderzoek ongeacht de mate van verdachtheid. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens, alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op de verzamelde informatie in het kader van onderhavig vooronderzoek. De rapportage wordt afgesloten met het formuleren van de onderzoekshypothese. 2.2
Geraadpleegde bronnen
Ten behoeve van het vooronderzoek zijn diverse bronnen geraadpleegd (zie tabel 2.2.1). Om te voorkomen dat informatie van puntbronnen of diffuse verontreinigingen op naburige terreinen met een mogelijk of waarschijnlijk negatieve invloed op de bodemonderzoeklocatie niet wordt ingezien, is de omvang van het vooronderzoeksgebied ruimer gekozen, waarbij een grens van ca. 25 meter rondom de onderzoekslocatie is gehanteerd. tabel 2.2.1 : geraadpleegde bronnen Informatiebron Geoformatiebron (met kaartje) Kadastrale kaarten en nummers Aanvullende eisen standaard stoffenpakket Hinderwetvergunningen en milieuvergunning Eigen bodemrapporten Info voormalig/huidig/toekomstig gebruik Terreinbezoek/inspectie Wbb-bodemrapportenarchief Bodemrapportarchief (niet-Wbb) Gemeentelijk bodemkwaliteitskaarten Foto's terrein/gebouwen Geohydrologische archieven GLOBIS/GIS-databestand Historisch gebruik
2.3
Geraadpleegd ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja
Bron Geonius Kadaster Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Horst aan de Maas Geonius Opdrachtgever Geonius Bevoegd gezag Wbb Gemeente Horst aan de Maas Gemeente Horst aan de Maas Geonius TNO Bevoegd gezag Wbb Historisch kaartmateriaal
Opmerkingen Sevenum, S. nr, 461 www.bodemloket.nl www.bodemloket.nl www.watwaswaar.nl
Situering onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie betreft het perceel kadastraal bekend als zijn Sevenum, sectie S, nummer 461, aan de Ulfterhoek te Sevenum. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 4.998 m2. Op de topografische kaart (blad 52G, 1:25.000) is deze locatie terug te vinden ter plaatse van de rijksdriehoekcoördinaten: x = 201.213 / y = 381.025 (zie bijlage 1). De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
Pagina 2 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
2.4
Archiefonderzoek
2.4.1 Bodemonderzoeken Op of in de nabijheid van de huidige onderzoekslocatie zijn in het verleden geen milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. 2.4.2 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de Hinderwet c.q. Wet milieubeheer dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. 2.4.3 Ondergrondse/bovengrondse tanks Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie. 2.5
Terreininspectie/locatiebezoek asbest
Op 29 januari 2014 is door de heer N.E. Riethoff een terreininspectie en een locatiebezoek asbest uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een weiland. Ten noordoosten en zuidwesten van de onderzoekslocatie zijn vrijstaande woningen gelegen. Ten noordwesten zijn weilanden dan wel tuinen gelegen. Aan de zuidoost zijde van het perceel is een sloot gelegen. De Ulfterhoek bevindt zich aan de overzijde van deze sloot. Op de onderzoekslocatie vinden geen bodembelastende activiteiten plaats. Tijdens het locatiebezoek asbest is het gehele terrein visueel beoordeeld op asbest verdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen. 2.6
Interpretatie resultaten vooronderzoek
Op basis van de verzamelde gegevens van relevante informatie over de onderzoekslocatie kan het volgende overzicht over het voormalig, huidig en toekomstig gebruik worden afgeleid (zie tabel 2.6.1). tabel 2.6.1 : bodemgebruik onderzoekslocatie Periode
Bodemgebruik
Potentieel bodembedreigende activiteit
[onbekend - heden]
Agrarisch gebruik/ buitengebied
Geen
Huidig gebruik
Weiland
Geen
Toekomstig gebruik
Woningbouw
Geen
2.7
Bodemopbouw en geohydrologie
De maaiveldhoogte op de onderzoekslocatie bedraagt ca. 25,5 m+NAP. Het freatisch grondwater wordt op basis van de geohydrologische kaarten van de dienst grondwaterverkenning van TNO globaal aangetroffen op ca. 25 m+NAP. Op basis van detailinformatie uit dezelfde bron kan verder worden geconcludeerd dat het eerste watervoerende pakket zich bevindt in de Formatie van Boxtel en Beegden. Op basis van voornoemde informatie kan derhalve worden geconcludeerd dat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie zich op ca. 0,5 m-maaiveld bevindt. De grondwaterstroming is globaal oostelijk gericht. Door het aanwezige breukensysteem kan deze stromingsrichting lokaal echter afwijken. Op basis van de Bodemkaart en Grondwaterkaart van Nederland is een schematische weergave van de regionale bodemopbouw en geohydrologie opgesteld (zie tabel 2.7.1).
Pagina 3 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
tabel 2.7.1 : regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte in m- mv
Formatienaam
Omschrijving
[0 - 1]
Veldpodzolgronden
Lemig, fijn zand
Geohydrologische eenheid
[0 - 4]
Formatie van Boxtel
Zand, zeer fijn tot matig grof
Matig doorlatende laag
[4 - 18]
Formatie van Beegden
Zand, matig grof tot uiterst grof
1e watervoerend pakket
[18 - 24]
Kiezeloölietformatie
Klei, zwak zandig tot zwak siltig
Scheidende laag
[24 - 30]
Kiezeloölietformatie
Zand, zeer fijn tot uiterst grof
[> 30]
Formatie van Breda
Zand, zeer fijn tot matig fijn
2e watervoerend pakket
Overige geohydrologische relevante informatie is weergegeven in tabel 2.7.2. tabel 2.7.2 : Overige geohydrologische informatie Geohydrologisch relevante informatie
Omschrijving
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Ja
Sloot direct ten zuidwesten
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
-
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
-
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
-
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Nee
-
2.8
(Financieel-)juridische aspecten
De NAW gegevens van de belanghebbende rechtspersonen en de opdrachtgever, de kadastrale gegevens alsmede het overzicht van de wettelijke aansprakelijkheid en verhaalbaarheid zijn opgenomen in onderstaande tabel.. tabel 2.8.1 : Financieel- juridische aspecten Kadastrale gemeente
Sevenum
-
Kadastrale sectie
S
-
Kadastrale nummering van (delen van) de percelen
461
-
Oppervlakte kadastrale percelen (m2)
4.998
‘t Prieel 3 1191 PA Ouderkerk aan de Amstel
Eigenaar Informatie wetgeving en aansprakelijkheid In eigendom voor 1 januari 1975
Eventuele saneringskosten zijn niet meer verhaalbaar, tenzij kan worden aangetoond dat van ernstige nalatigheid sprake is.
In eigendom na 1 januari 1975
Eventuele saneringskosten van bodemverontreiniging, na deze datum ontstaan, zijn verhaalbaar op de veroorzaker(s).
In eigendom na 1 januari 1987
Inwerkingtreding Wet Bodembescherming. In het zorgplichtartikel van deze wet wordt gesteld, dat eenieder die handelingen verricht die leiden tot bodemverontreiniging, verplicht is sanerende maatregelen te treffen met als doel verdere aantasting of negatieve gevolgen op te heffen of te beperken.
In eigendom na 5 mei 1994
Eerste fase inwerkingtreding Saneringsregeling Wet Bodembescherming. Hierin is het zorgplichtartikel geconcretiseerd en is er een meldingsplicht aan verbonden, waardoor de mogelijkheden tot aansprakelijkheidsstelling groter zijn geworden.
Pagina 4 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
2.9
Onderzoekshypothese vooronderzoek
2.9.1 Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie de hypothese “onverdacht” De strategie “onverdacht” (ONV) is van toepassing op locaties waarvoor geen belastende bronnen/activiteiten zijn te verwachten op basis van het vooronderzoek. Het bodemonderzoek heeft zich gericht op het gehele perceel aangezien de exacte locaties van de woningen nog niet bekend is. Deze strategie is kortgesloten met gemeente Horst aan de Maas. In tabel 2.9.1 is de onderzoeksstrategie voor de locatie uitgewerkt. tabel 2.9.1 : Onderzoeksstrategie
1) 2)
3)
locatie (m2)
strategie
4.998
ONV
Aantal te onderzoeken (meng)monsters2,3)
Aantal boringen tot 0,5 m -mv1)
2,0 m-mv1)
en met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
11
3
1
2
1
1
Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag Naar aanleiding van een visuele beoordeling van de uitkomende grond, c.q. materiaal van de geplaatste boringen kan door het inzetten van separate analyses meer informatie worden verkregen omtrent mogelijke verontreinigingen binnen het onderzoeksterrein. Al naar gelang deze situatie zich voordoet zal in overleg met de opdrachtgever hierover besloten worden. Standaardpakket landbodem en grond: organisch stof en lutum metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) organische parameters (som-PCB’s, som-PAK’s (10) en minerale olie) Standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) vluchtige aromatische koolwaterstoffen ( benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen) vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) minerale olie.
2.9.2 Asbest in bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie met betrekking tot asbest in bodem de hypothese “kleinschalig onverdachte locatie” van toepassing is. Voor deze hypothese zijn geen belastende bronnen/activiteiten voor asbest in bodem te verwachten op basis van het vooronderzoek. Conform de NEN-5707 is in dit geval een onderzoek naar asbest in bodem niet per definitie noodzakelijk. Om een verkennend onderzoek naar asbest in bodem achterwege te kunnen laten, moet, in aanvulling op het locatiebezoek tijdens het vooronderzoek, in dat geval echter ook een visuele inspectie van het maaiveld, alsmede een visuele beoordeling van uit tijdens het verkennend bodemonderzoek uitgekomen grond worden uitgevoerd, waarbij geen asbestverdacht materiaal (plaatjes, puin etc.) wordt waargenomen. In dat geval wordt voor de locatie de hypothese “niet asbestverdacht” gesteld.
Pagina 5 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
3 3.1
VELDWERK EN INTERPRETATIE VAN DE VELDGEGEVENS Uitgevoerd veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 29 januari 2014 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend VKB-protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De veldmedewerker, de heer N.E. Riethoff, is in dit kader geregistreerd bij AgentschapNL. Voor een situatieoverzicht van de boringen wordt verwezen naar bijlage 2. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden veldwerkzaamheden zijn conform de opgestelde onderzoeksstrategie uitgevoerd. 3.2
en
de
Het aangetroffen bodemprofiel
Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als zintuiglijk onderzocht. Bij het lithologische onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd. Bij het zintuiglijk onderzoek worden bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleur en geur van het bodemmateriaal beschreven. Voor de boorprofielen wordt verwezen naar de boorstaten die als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld een weiland betreft. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt tot maximaal 0,5 m-maaiveld een zwak tot matig humeus, siltig, zandpakket aangetroffen. Hieronder wordt tot de maximale boordiepte van 2,45 mmaaiveld zwak tot matig siltig zand aangetroffen. Er zijn verder geen afwijkende geuren en/of kleuren waargenomen. 3.3
Watermonstername
Op 5 februari 2014 is het grondwater bemonsterd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend VKB-protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters). De monsternemer, de heer N.E. Riethoff, is in dit kader geregistreerd bij AgentschapNL. Voor de watermonstername is de grondwaterstand, zuurgraad, turbiditeit en geleidbaarheid bepaald. Deze zijn weergegeven in tabel 4.3.2. De grondwaterstanden zijn locatie- en seizoensgebonden en kunnen derhalve variëren. 3.4
Asbest in bodem
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 29 januari 2014 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende VKB-protocol 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). De coördinerend veldmedewerker, de heer N.E. Riethoff, is in dit kader geregistreerd bij AgentschapNL. Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt; Droog (neerslag <10 mm); Helder (zicht >50m); Bedekking maaiveld <25%; Toplaag zand; vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie. De inspectie-efficiëntie ten aanzien van de maaiveldinspectie wordt geschat op ca. 60%. In aanvulling op de NEN 5707 is, tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden, tevens de uitkomende grond visueel beoordeeld op asbest verdachte materialen. Deze zijn op onderhavige locatie niet waargenomen waardoor een verkennend onderzoek naar asbest in bodem achterwege kan blijven.
Pagina 6 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
4 4.1
ANALYSES Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters
De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door ALcontrol Laboratories B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-erkend. Naar aanleiding van het zintuiglijk onderzoek zijn conform de onderzoeksopzet een drietal grondmengmonsters uit de opgeboorde grond samengesteld. De mengmonsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN-5740:2009. In tabel 4.3.1 is een overzicht gegeven hoe de monsters zijn samengesteld. Tevens zijn van elk grondmengmonster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. Het grondwatermonster is conform de onderzoeksopzet onderzocht op het standaardpakket grondwater uit de NEN-5740:2009. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. 4.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan de interventiewaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). Er worden drie toetsingsniveaus onderscheiden: de achtergrondwaarde (AW) voor grond, streefwaarde (S) voor grondwater en de interventiewaarde (I) voor grond en grondwater. In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingsituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: Licht verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde voor grondwater en de tussenwaarde (gemiddelde van achtergrond-/streef- en interventiewaarde); Matig verhoogd: betreft gehalten/concentraties tussen de tussen- en interventiewaarde; Sterk verhoogd: betreft gehalten/concentraties welke de interventiewaarden overschrijden. 4.3
Toetsing van de analyseresultaten
Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10 % organisch stof en 25 % lutum). In tabel 4.3.1 (grondmonsters) en tabel 4.3.2 (watermonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten, dan wel concentraties de achtergrondwaarden (grondmonsters) c.q. streefwaarden (grondwater) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. tabel 4.3.1 : Getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kgds nr.
boring
MM 1
001 002 003 004 005 006
diepte (cm-mv) 0 - 50 0 - 40 0 - 45 0 - 50 0 - 35 0 - 35
MM 2
008 009 010 011 012 013 014
0 - 50 0 - 50 0 - 40 0 - 35 0 - 50 0 - 30 0 - 30
bodem-beschrijving Zand Zand Zand, sporen wortels Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
analyseparameter Standaardpakket
parameters >AW geen
conc.
toets
AW
T
I
Standaardpakket
Cadmium [Cd]
0,40
*
0,37
4,2
8,1
Pagina 7 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
nr.
boring
MM 3
bodem-beschrijving
015
diepte (cm-mv) 0 - 30
001 001 003 003 007 007 014 014
50 - 100 100 - 150 95 - 145 145 - 195 50 - 70 100 - 150 60 - 100 100 - 150
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
analyseparameter
parameters >AW
Standaardpakket
geen
conc.
toets
AW
T
I
Zand
tabel 4.3.2 : Getoetste analyseresultaten grondwatermonsters in µg/l nr. 0071-1
waterstand (cm-mv) 77
zuurgraad (pH) 5,36
geleidbaarheid (µS/cm) 343
Turbiditeit (NTU) 385
analyseparameter Standaard pakket
Verklaring gebruikte afkortingen: AW T I S conc. geh.
4.4
: achtergrondwaarde 2000 : tussenwaarde : interventiewaarde : streefwaarde : gemeten concentratie : gemeten gehalte
parameters >S Barium [Ba]
conc.
toets
S
T
I
86
*
50
338
625
Naftaleen
0,04
*
0,010
35
70
Verklaring der tekens * ** ***
: groter dan AW en kleiner of gelijk aan T : groter dan T en kleiner of gelijk aan I : groter dan I
-
: geen waarde vastgesteld
Interpretatie analyseresultaten
In de bovengrond, van het noordoostelijk gedeelte van het perceel (boring 008 t/m 015, traject 0,0 tot 0,5 m-maaiveld), is een licht verhoogd cadmiumgehalte aangetoond. De bovengrond van het overige gedeelte van het perceel en de ondergrond van het gehele perceel bevat geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters. In het grondwater uit peilbuis 007 (filterstelling 1,45 - 2,45 m-maaiveld) wordt een licht verhoogde barium- en naftaleenconcentratie aangetoond. Deze licht verhoogde concentraties kunnen verband hebben met de troebelheid van het monster. Een hoge turbiditeit kan tot gevolg hebben dat de aanwezigheid van vaste deeltjes een vals positief effect hebben op de grondwateranalyses. 4.5
Toetsing van de hypothese
4.5.1 Bodem Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient, naar aanleiding van het licht verhoogde cadmiumgehalte in de grond en de licht verhoogde concentraties barium en naftaleen in het grondwater de hypothese “onverdacht” formeel te worden verworpen. De analyseresultaten vormen echter geen aanleiding de strategie aan te passen. 4.5.2 Asbest in bodem Op basis van de uitgevoerde inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond kan de hypothese “onverdacht” worden aanvaard.
Pagina 8 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
5
CONCLUSIES
In opdracht van heeft Geonius Milieu B.V. de bodemkwaliteit vastgesteld ter plaatse van perceel Sevenum, sectie S, nummer 461 aan de Ulfterhoek te Sevenum. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingswijziging. Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd. De bovengrond (0,0- 0,5 m-maaiveld) bevat plaatselijk een licht verhoogd cadmiumgehalte. In de ondergrond worden geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Het grondwater bevat een licht verhoogde barium- en naftaleenconcentratie. De oorzaak van het licht verhoogde cadmiumgehalte gehalte is niet bekend. De gehalten zijn nagenoeg gelijk aan de achtergrondwaarde. Derhalve kan niet gesproken worden van een aantoonbare bodembelasting. De licht verhoogde bariumconcentratie is niet bekend. De naftaleenconcentratie betreft een theoretische overschrijding van de streefwaarde. De bepalingsgrens is namelijk hoger dan de streefwaarde. Op het maaiveld alsmede in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Hiermee is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk. Het terrein is vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt voor het voorgenomen gebruik/functie.
Het verlenen van een omgevingsvergunning of een “verklaring van geen bezwaar” is ter competentie van de overheid. Indien bij de bouw van de woningen grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt dient deze grond elders worden gebruikt. Getoetst aan de referentiewaarden uit tabel 1 van bijlage B uit de Regeling bodemkwaliteit behorende bij het Besluit bodemkwaliteit komt eventueel vrijkomende grond overeen met kwaliteitsklasse achtergrondwaarde. Opgemerkt wordt dat het onderzoek niet is uitgevoerd om de hergebruikmogelijkheden van de grond te bepalen. Hiervoor is een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) noodzakelijk.
Pagina 9 van 9
Referentienummer : MA-130569.R01
Bijlage 1:
Topografische overzichtskaart
Onderzoekslocatie
blad topografische kaart: 52G X:
201.213
Y:
381.025
formaat:
A4
schaal:
1:25.000
getekend:
R. Aalders
gecontroleerd:
J. de Maat
datum:
22-01-2014
projectnummer: MA-130569 0
1.250
tekeningnr.:
T1
Verkennend bodemonderzoek perceel aan de Ulfterhoek te Sevenum CIVIEL GEOTECHNIEK Breinderveldweg 15 6365 CM Schinnen
MILIEU telefoon: +31-(0)46 457 26 66 fax: +31-(0)46 457 26 79
Referentienummer : MA-130569.R01
Bijlage 2:
Situatietekening en foto’s
Referentienummer : MA-130569.R01
Bijlage 3:
Boorstaten
opdrachtnummer : MA-130569 projectomschrijving : VO Ulfterhoek ong. te Sevenum
Boring:
001
Boring:
002
Datum:
29-1-2014
Datum:
29-1-2014
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-40 -50
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
50
2
-50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, geelbruin, Edelmanboor
0
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 -100
100
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor 3 -150
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor 4 -200
200
Boring:
003
Boring:
004
Datum:
29-1-2014
Datum:
29-1-2014
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
0 1
-45
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht geelbruin, Edelmanboor
2
-50
50
-95
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor 3 -145
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Zuigerboor 4
-200
200
Boring:
005
Boring:
006
Datum:
29-1-2014
Datum:
29-1-2014
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0 1
-35
2 50
-50
-35
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
2 50
Boring:
007
Boring:
008
Datum:
29-1-2014
Datum:
29-1-2014
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
-50
50 2
-70
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
-50
0
0 1 50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, oranjebeige, Edelmanboor
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-50
Zand, zeer fijn, matig siltig, geelbeige, Edelmanboor
3 -100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor 4
150 5 200
-245
pagina 1/2 verticale schaal 1: 40
opdrachtnummer : MA-130569 projectomschrijving : VO Ulfterhoek ong. te Sevenum
Boring:
009
Boring:
010
Datum:
29-1-2014
Datum:
29-1-2014
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-40 -50
50
50
2
Boring:
011
Boring:
012
Datum:
29-1-2014
Datum:
29-1-2014
0
0 1
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
-50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
0
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
-35
2 50
Boring:
013
Datum:
29-1-2014
-50
-30
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
0
0 1 2 50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, oranjebeige, Edelmanboor
-50
50
Boring:
014
Datum:
29-1-2014 0
0 1
-30
50
weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, geelbruin, Edelmanboor
2 -60
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
3 -100
100
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht geelbruin, Edelmanboor 4 -150
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, licht geelbruin, Zuigerboor 5
200
Boring:
015
Datum:
29-1-2014
-30
weiland Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
0
0 1 2 50
-200
pagina 2/2 verticale schaal 1: 40
Referentienummer : MA-130569.R01
Bijlage 4:
Analysecertificaten
ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.alcontrol.nl
Analyserapport
GEONIUS MILIEU BV J. de Maat Breinderveldweg 15 6365 CM SCHINNEN
Uw projectnaam Uw projectnummer ALcontrol rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 7
: VO Ulfterhoek ong. te Sevenum : MA-130569 : 11975664, versienummer: 1 : 6F8PCLS1
Rotterdam, 11-02-2014
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project MA-130569. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters en het project zijn overgenomen in dit analyserapport. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel door derden uitgevoerd onderzoek, uitgevoerd door ALcontrol Laboratories, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
R. van Duin Laboratory Manager
ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV J. de Maat Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 7
Analyserapport VO Ulfterhoek ong. te Sevenum
Orderdatum 30-01-2014 Startdatum 30-01-2014 Rapportagedatum 11-02-2014
MA-130569 - 1
11975664
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM 1 001 (0-50) 002 (0-40) 003 (0-45) 004 (0-50) 005 (0-35) 006 (0-35) MM 2 008 (0-50) 009 (0-50) 010 (0-40) 011 (0-35) 012 (0-50) 013 (0-30) 014 (0-30) 015 (0-30) MM 3 001 (50-100) 001 (100-150) 003 (95-145) 003 (145-195) 007 (50-70) 007 (100-150) 014 (60-100) 014 (100-150)
Analyse
Eenheid
Q
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g g
S S S
80.3 <1 geen
82.3 <1 geen
83.5 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.9
3.2
1.1
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
3.7
3.2
4.5
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 0.38 <1.5 8.0 0.07 18 <0.5 <3 42
<20 0.40 <1.5 7.6 0.09 18 <0.5 <3 36
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
<0.01 0.03 <0.01 0.06 0.02 0.03 0.02 0.03 0.03 0.03 2) 0.264
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 2) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 2) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 2) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.02 antraceen mg/kgds S 0.02 fluoranteen mg/kgds S 0.05 1) benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.03 chryseen mg/kgds S 0.02 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.02 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.03 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.02 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.02 2) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.237 (0.7 BoToVa) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 BoToVa) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 2) 4.9
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q.
Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV J. de Maat Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 7
Analyserapport VO Ulfterhoek ong. te Sevenum
Orderdatum 30-01-2014 Startdatum 30-01-2014 Rapportagedatum 11-02-2014
MA-130569 - 1
11975664
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM 1 001 (0-50) 002 (0-40) 003 (0-45) 004 (0-50) 005 (0-35) 006 (0-35) MM 2 008 (0-50) 009 (0-50) 010 (0-40) 011 (0-35) 012 (0-50) 013 (0-30) 014 (0-30) 015 (0-30) MM 3 001 (50-100) 001 (100-150) 003 (95-145) 003 (145-195) 007 (50-70) 007 (100-150) 014 (60-100) 014 (100-150)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10 - C12 fractie C12 - C22 fractie C22 - C30 fractie C30 - C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 7 10 <20
002
<5 <5 <5 <5 <20
003
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. Overige accreditaties zijn gemerkt met een Q.
Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV J. de Maat Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 7
Analyserapport VO Ulfterhoek ong. te Sevenum MA-130569 11975664
- 1
Orderdatum 30-01-2014 Startdatum 30-01-2014 Rapportagedatum 11-02-2014
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
Het gehalte is indicatief i.v.m. de aanwezigheid van componenten die een storende invloed hebben op de meting. De sommatie na verrekening van de 0.7 factor volgens BoToVa
Paraaf : ALCONTROL B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM ISO/IEC 17025:2005 ONDER NR. L 028 AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
GEONIUS MILIEU BV J. de Maat Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 7
Analyserapport VO Ulfterhoek ong. te Sevenum
Orderdatum 30-01-2014 Startdatum 30-01-2014 Rapportagedatum 11-02-2014
MA-130569 11975664
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies) lutum (bodem) barium
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
cadmium kobalt koper kwik
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen nikkel zink naftaleen fenantreen antraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluoranteen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno(1,2,3-cd)pyreen pak-totaal (10 van VROM) (0.7 BoToVa) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 BoToVa) totaal olie C10 - C40