03c.3 Bijlage 3 bij de toelichting Bestemmingsplan `Venrayseweg
Tekst van het document
: : :
1297613 21301202A-Horst Venrayseweg 151 HMB B. V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: : :
7020164 Sleuf Oost SL Oost (0-25) 12/01/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: A. S. : 14-01-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S) . Massa aangeleverde monster Droge massa aangeleverde monster Percentage droogrest Type zeving
: : : :
15530 14381 92, 6 nat
g g
m/m %
zeeffractie (mm) < 0, 5 mm 0, 5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm > 20 mm Totaal
massa percentage massa percentage zeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) 13120, 8 92, 8 12, 6 0, 10 192, 4 1, 4 52, 8 27, 44 194, 1 1, 4 71, 2 36, 68 145, 0 1, 0 145, 0 100, 00 222, 3 1, 6 222, 3 100, 00 265, 4 1, 9 265, 4 100, 00 0, 0 0, 0 0, 0 100, 00 14140, 0 100, 0 769, 2
aantal massa asbestasbest houdend materiaal (deeltjes) (mg) n. v. t. n. v. t. 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0
zeeffractie (mm)
gehalte asbest (mg/kg ds)
asbest totaal ondergrens bovengrens
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
< 0, 5 mm
-
0, 5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm > 20 mm Totaal
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 < 0, 3
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
gehalte asbest (mg/kg ds)
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
0, 1 0, 5 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 6
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 < 0, 3
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
gehalte asbest (mg/kg ds)
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
0, 1 0, 2 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 3
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
0, 1 0, 2 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 3
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0, 0 0, 0 0, 0
amfibool asbest 0, 0 0, 0 0, 0
totaal afgerond 0, 0 0, 0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: < 0, 3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie < 0, 5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage (n) , mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086) . - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend.
Opdrachtverificatiecode: LWFQ-EJJQ-QNCC-PZWR
Ref. : 1297613_certificaat_v1
Tabel 17 van 18 A N A L Y S E C E R T IF IC A A T Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1297613 21301202A-Horst Venrayseweg 151 HMB B. V.
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: : :
7020165 Sleuf west SL West (0-25) 12/01/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: A. S. : 14-01-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S) . Massa aangeleverde monster Droge massa aangeleverde monster Percentage droogrest Type zeving zeeffractie (mm) < 0, 5 mm 0, 5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm > 20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
: : : :
16620 14991 90, 2 nat
g g
m/m %
massa percentage massa percentage zeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) 13704, 2 93, 0 13, 2 0, 10 278, 6 1, 9 19, 0 6, 82 177, 0 1, 2 49, 4 27, 91 150, 4 1, 0 150, 4 100, 00 203, 6 1, 4 203, 6 100, 00 215, 9 1, 5 215, 9 100, 00 0, 0 0, 0 0, 0 100, 00 14729, 7 100, 0 651, 6
aantal massa asbestasbest houdend materiaal (deeltjes) (mg) n. v. t. n. v. t. 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0 0 0, 0
asbest totaal ondergrens bovengrens
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
< 0, 5 mm
-
0, 5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm > 20 mm Totaal
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 < 0, 7
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
gehalte asbest (mg/kg ds)
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
0, 7 0, 7 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 1, 4
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 < 0, 7
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
gehalte asbest (mg/kg ds)
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
0, 3 0, 3 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 7
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0
0, 3 0, 3 0, 0 0, 0 0, 0 0, 0 0, 7
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0, 0 0, 0 0, 0
amfibool asbest 0, 0 0, 0 0, 0
totaal afgerond 0, 0 0, 0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: < 0, 7 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie < 0, 5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage (n) , mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086) . - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend.
Opdrachtverificatiecode: LWFQ-EJJQ-QNCC-PZWR
Ref. : 1297613_certificaat_v1
Tabel 18 van 18 A N A L Y S E C E R T IF IC A A T Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1297613 21301202A-Horst Venrayseweg 151 HMB B. V.
Opmerkingen
m. b. t. analyses
Opmerking (en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie (s) Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode) Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. ,
,
Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
-
Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster (s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Bijlage 1 van 2 A N A L Y S E C E R T IF IC A A T Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1297613 21301202A-Horst Venrayseweg 151 HMB B. V.
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw
monsterref.
7020153
Avm-SL1 SL1 (0-25)
SL1
0-0. 25
0049480AG
7020154
Avm-SL2 SL2 (0-25)
SL2
0-0. 25
0049472AG
7020155
Avm-SL3 SL3 (0-25)
SL3
0-0. 25
0049474AG
7020156
Avm-SL4 SL4 (0-25)
SL4
0-0. 25
0049476AG
7020157
Avm-SLwest SL West (0-25)
SL West
0-0. 25
0049478AG
7030160
Avm-SL4 SL4 (0-25)
Avm-SL4 SL4 (0-25)
7020158
Sleuf 1 SL1 (0-25)
SL1
0-0. 25
1707046MG
7020159
Sleuf 2 SL2 (0-25)
SL2
0-0. 25
1707041MG
7020160
Sleuf 3 SL3 (0-25)
SL3
0-0. 25
1707042MG
7020161
Sleuf 4 SL4 (0-25)
SL4
0-0. 25
1707043MG
uw
diepte
uw
barcode
0049476AG
Bijlage 2 van 2 A N A L Y S E C E R T IF IC A A T Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1297613 21301202A-Horst Venrayseweg 151 HMB B. V.
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het " Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000) " Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. .
Asbest verzamelmonster Asbestonderzoek
: :
Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage (n) , mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Opdrachtverificatiecode: LWFQ-EJJQ-QNCC-PZWR
Ref. : 1297613_certificaat_v1
Bijlage | 4 Berekening asbestgehalten
1 2
Asbestsoort
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Hechtgebonden 1 goed 2 goed goed/slecht goed/slecht
chrysotiel 10 - 15 10 - 15 0 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 80
0 0
4 1
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 80 0 0 50 0 0 0 38 0 0 38 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf 1 Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
111, 6 98, 7
Sleuf 1 117 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf 1 120
>I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
80 50 0 38 28
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 64 96 40 60 30
45
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 117
117
> I
1
Asbestsoort
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Hechtgebonden 1 goed goed/slecht goed/slecht goed/slecht
chrysotiel 10 - 15 0 0 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 5
0 0
1
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 5, 4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf 2 Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
15, 4
Sleuf 2 5, 4 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf 2 5, 4
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
5, 4 0 0 0 0
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 4, 3 6, 5 0 0, 50 0
0, 41
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 5, 4
5, 4
< I
1 2
Asbestsoort
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Hechtgebonden 1 goed 2 goed goed/slecht goed/slecht
chrysotiel 10 - 15 10 - 15 0 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 35
0 0
2 2
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 35 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf 3 Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
79, 7 13, 2
Sleuf 3 35 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf 3 35
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
35 0 0 0 0
35
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 28 42 0 0, 50 0
0, 45
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 35 < I
1 2
Asbestsoort
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Hechtgebonden 1 goed 2 goed goed goed/slecht
chrysotiel 10 - 15 10 - 15 2 - 5 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 20
0 0
3 3 4
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 2 - 5 0 0 0 0 0 0 0 0 3
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 20 3, 5 0 1, 0 0 0 0 0, 82 0 0 0, 82 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf 4 Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
35, 2 22, 4
Sleuf 4 21 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
3, 5
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf 4 56
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
24 1, 0 0 0, 82 0, 67
24
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 18 29 0, 80 1, 1 0, 66
0, 90
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 56 < I
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
Asbestsoort
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
Hechtgebonden goed/slecht goed/slecht goed/slecht goed/slecht
chrysotiel 0 0 0 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 0
0 0
0 0
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf 5 Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0 0
Sleuf 5 0 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf 5 0
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
0 0 0 0 0
0
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 0 0 0 0, 70 0
0, 70
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 0 < I
Projectcode: 21301202A Locatie: Horst, venrayseweg 151
Berekening gehalte sleuf
Sleuf
Noord 2, 11 0, 41
Lengte (meter) Breedte (meter) Traject onderzochte laag (meter)
0, 00
0, 25
-
Code asbest in grond monster Massa gedroogde analysemonster grond in kg Massa veldvochtige analysemonster grond in kg Gewichts% fijne fractie (20 mm) < Gewichts% grove fractie (20 > mm) Volumieke massa fijne fractie in kg/dm³ Volumieke massa grove fractie in kg/dm³ Volumieke massa totale fractie in kg/dm³ Schatting inspectie-efficientie in %
Sleuf noord 14, 399 15, 910 100 0 1, 8 1, 8 1, 8 100
Toetsingsresultaat visuele inspectie Asbestsoort
Asbestsoort
Sleuf Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
Noord (gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Hechtgebonden goed/slecht
goed/slecht goed/slecht goed/slecht goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
chrysotiel 0
amosiet 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 0 0 0 0, 30 0 0, 30 0 0, 23 0 0 0, 23 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Noord Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Code materiaalverzamelmonster Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
Noord 0, 23 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Noord 0, 23
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
0 0, 30 0 0, 23 0, 17
0, 23
tremoliet 0
actinoliet 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 0 0 0, 20 0, 50 0, 15
0, 38
toetsing interventiewaarde omrekening resultaat toetsing concentratie* 0, 23 < I
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
Asbestsoort
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
Hechtgebonden goed/slecht goed/slecht goed/slecht goed/slecht
chrysotiel 0 0 0 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 0
0 0
0 0
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf oost Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0 0
Sleuf oost 0 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf oost 0
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
0 0 0 0 0
0
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 0 0 0 0, 60 0
0, 60
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 0 < I
1 2
Asbestsoort
Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht Gewicht
(gram) (gram) (gram) (gram) (gram)
Hechtgebonden 1 goed 2 goed goed/slecht goed/slecht
chrysotiel 10 - 15 10 - 15 0 0
amosiet 0 0 0 0
goed/slecht Asbestconcentratie in mg/kg d. s.
0 41
0 0
4 5
Percentage asbest (%) crocidoliet anthophyliet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0
Resultaat inspectie/voorbehandeling asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal 41 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal resultaat Niet gewogen asbestconcentratie (mg/kg d. s. ) chrysotiel amfibool niet-hecht totaal
Sleuf Sleuf west Niet gewogen grove fractie Niet gewogen fijne fractie Niet gewogen asbestvezels Gecor. fijne fractie + vezels Gewogen gecor. fijn + vezels Sleuf
*
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal
88, 2 28, 0
Sleuf west 41 1 x chrysotielconcentratie + 10 x amfiboolconcentratie
0
Berekend gewogen gehalte asbest in mg/kg d. s. Sleuf Sleuf west 45
<I
< G = kleiner dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek > G = groter dan grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek < I = kleiner dan interventiewaarde > I = groter dan interventiewaarde
0
41 0 0 0 0
tremoliet 0 0 0 0
actinoliet 0 0 0 0
0 0
0 0
95% betrouwbaarheidsinterval ondergrens bovengrens 33 50 0 1, 4 0
1, 3
toetsing interventiewaarde omrekening concentratie* resultaat toetsing 41
41
< I
Bijlage | 5 Algemene achtergrondinformatie 1 Verklarende woordenlijst 1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000) ’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare organismen.
en
gasvormige bestanddelen
deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn.
waarop
een
en
afzonderlijke
diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig. grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1, 0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt monsterneming.
door
matig
homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt monsterneming.
door
geen
tot
of
veel
variatie
op
de
schaal
van
weinig
variatie
op
de
schaal
van
hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof (fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
in
het
interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
1
Bron: NEN 5740
lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen grondmonsters.
door het in het laboratorium
mengen
van
in het veld verkregen afzonderlijke
nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn. Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen.
onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen.
van
NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse verdachte locaties.
niet-
norm
voor
verkennende bodemonderzoeken
op
verdachte
en
nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging. somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’) . streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof.
De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat.
verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen. verkennend (bodem) onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van de bodem.
van
het (als gevolg
van een
plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel
vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft. 2 Onderzoeksmethodiek In deze bijlage wordt omschreven welke technieken door HMB B. V. worden toegepast ter bemonstering van grond en grondwater. De bemonstering, conservering en verpakking worden uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen (NEN) en de Nederlandse Praktijk Richtlijnen van het Ministerie van VROM (NPR) . Tevens wordt, behoudens enkele uitzonderingen, gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL- SIKB-2000) en de bijbehorende protocollen. Boringen tot aan de grondwaterspiegel Voor het uitvoeren van de handboringen worden diverse typen boren gebruikt. Het meest wordt gebruik gemaakt van de Edelmanboor.
In vrijwel alle bodemtypen worden Edelmanboren met een diameter van 3, 5, 7 en 10 cm toegepast. De boren van 5 en 7 cm worden vooral ten behoeve van het nemen van grondmonsters gebruikt. Afhankelijk van de grondslag kunnen ook andere boren worden ingezet, zoals de grindboor, riverside- en gutsboor. Boringen onder de grondwaterspiegel Bij het boren tot circa 2 meter onder de grondwaterspiegel wordt een zuigerboor toegepast. In geval van boringen tot grotere diepten wordt een gesloten mantelbuis gebruikt van waaruit de grond met een pulsboor of met een Edelmanboor omhoog gehaald wordt. In sterk cohesieve bodemlagen (leem, klei) kan de grond onder de mantelbuis met een Edelmanboor worden weg geboord. De pulsboor is inzetbaar in matig tot goed doorlatende gronden (bijv. zandgrond) . Om technische redenen wordt soms leidingwater toegevoegd. De hoeveelheid toegevoegd water wordt uiteraard tot een minimum beperkt. In de praktijk kan met de pulsapparatuur handmatig tot een diepte van circa 30 m-mv geboord worden. Het plaatsen van waarnemingsfilters/peilbuizen Voor het nemen van grondwatermonsters worden PVC-waarnemingsfilters/peilbuizen in het boorgat geplaatst met een diameter van 3, 4 cm. De peilbuis bestaat uit een geperforeerd deel (het filter) en een blind bovenstuk tot aan het maaiveld. Het filter is met een niet-gelijmde mofverbinding aan het bovenstuk verbonden.
Om het geperforeerde deel bevindt zich aan de buitenzijde een gewassen nylon filterkous. Tot 0, 5 m boven het filter wordt een omstorting met gecertificeerd filtergrind aangebracht. De bovenkant van het filter ter bemonstering van het freatisch grondwater, wordt 0, 5 meter beneden grondwaterniveau geplaatst. Om eventueel aanwezige slecht doorlatende bodemlagen (bijvoorbeeld klei, leem, veen) te herstellen en om verontreiniging van het grondwater van bovenaf te vermijden, wordt het boorgat op de betreffende diepte afgedicht met zwelklei (bentoniet) . Bij de constatering van een olie-drijflaag wordt gebruik gemaakt van een mantelbuis met een diameter van circa 10 cm. Deze mantelbuis (verloren casing) blijft in het boorgat achter en dient om contaminatie van de peilbuis met olie te voorkomen. Indien bepaling van de dikte van de drijflaag gewenst is wordt een tweede filter ter hoogte van de grondwaterspiegel geplaatst.
Het nemen van grondmonsters Van de bij de boringen vrijkomende grond worden in beginsel van specifieke bodemlagen of verontreinigingen representatieve monsters samengesteld. Bij het ontbreken van onderscheidende lagen wordt iedere laag van 50 cm dikte apart bemonsterd. In het veld worden glazen monsterpotten geheel gevuld met het monstermateriaal. De monsterpotten worden opgeslagen in een koele ruimte (ca. 5 o C) en circa 1 maand bewaard voor eventuele aanvullende analyses. Bij de uitvoering van het veldwerk wordt gebruik gemaakt van een olie-indicatie test, de zogenaamde “olie op waterproef”. Bij deze proef wordt een grondmonster in het water gedompeld. Een met olie verontreinigd grondmonster in het water geeft een zichtbare oliefilm op dit water. De omvang van de oliefilm en de gevormde kleuringen geven een indicatie betreffende van de aard en mate van de aanwezige olieverontreinigingen. Het nemen van grondwatermonsters Voordat de watermonsters worden genomen, worden de waarnemingsfilters doorgepompt. Bij het doorpompen wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een centrifugaalpomp. De monstername gebeurt met een slangenpomp. Bij de bemonstering wordt bij ieder waarnemingsfilter een nieuwe polyetheen slang gebruikt om het overbrengen van verontreinigingen naar andere monsterpunten te voorkomen.
De flessen worden direct na bemonstering gekoeld (5 o C) en op de dag van monstername vervoerd naar het laboratorium. 3 Analysemethoden Analyse van grond-, slib- en grondwatermonsters op verschillende elementen en verbindingen wordt in principe uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen (NEN) en de Nederlandse Praktijk Richtlijnen (NPR) of daarvan afgeleide methoden in een RvA-geaccrediteerde laboratorium. Tevens vindt een voorbehandeling van de analysemonsters plaats conform de SIKB Accreditatie Schema 3000 (AS3000) . De specificatie van de analysemethoden is bij HMB B. V. bekend. Meer dan 98% van alle analysemethoden valt onder de RvA accreditatie van het laboratorium. Tevens participeert het laboratorium in nationale en internationale ringonderzoeken. Elk element of verbinding kan tot een bepaalde grens worden aangetoond. Deze aantoonbaarheidsgrens (of detectiegrens) wordt gedefinieerd als de laagste concentratie van een component in een monster waarvan de aanwezigheid (kwalitatief) met de desbetreffende verrichting nog betrouwbaarheid kan worden vastgesteld. 4 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het gehele proces van offerte tot en met rapportage is geborgd in een door KIWA gecertificeerd ISO 9001 (2000) systeem. HMB B. V.
streeft bij elk bodem- en/of grondwateronderzoek naar een optimale representativiteit. Echter, een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk, dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. HMB B. V. is niet aansprakelijk
voor
hieruit voortvloeiende schade of gevolgen
van
welke aard ook.
Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken of aanvoer van grond van elders. Naarmate een langere tijd is verlopen na uitvoering van het onderzoek, dient men meer voorzichtigheid te betrachten en voorbehoud te maken bij het gebruik van de onderzoeksresultaten.
Bijlage | 6 Toetsingskader Op de volgende pagina zijn in een tabel de toelaatbare gehalten (maximale normwaarden) van verschillende stoffen in de grond schematisch weergegeven. De normwaarden zijn overgenomen uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, d. d. 13 december 2007) zoals gepubliceerd in de Staatscourant 20 december 2007 en de Circulaire bodemsanering 2013 zoals gewijzigd op 1 juli 2013 afkomstig van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) . Het aangeven van normen wordt bemoeilijkt door het feit, dat de natuurlijke gehalten van verschillende stoffen in de grond en het grondwater nogal sterk variëren en afhankelijk zijn van plaatselijke omstandigheden (onder andere van de bodemsamenstelling) . Bovendien hangt het eventuele risico, dat een bodemverontreiniging met zich meebrengt voor de volksgezondheid en/of milieu, niet alleen af van de aard en concentratie van de verontreinigde stoffen, maar ook van de lokale verontreinigingssituatie en de functie c. q. het gebruik van de bodem (woonbebouwing, waterwinning, industrieterrein) . Het inschatten van de risico’s voor de volksgezondheid en voor de aantasting gebaseerd zijn op een integrale beoordeling van de bovengenoemde aspecten.
van
het milieu moet
In de navolgende tabel zijn normwaarden opgenomen welke zijn overgenomen uit de genoemde Regeling bodemkwaliteit. In de tabel staat een toetsingskader voor een aantal verontreinigende stoffen vermeld, waarbij men onderscheid maakt in twee toetsingswaarden, namelijk achtergrondwaarden en interventiewaarden. ▪ De streef-/achtergrondwaarde geldt als referentiewaarde en komt overeen met de gemiddelde achtergrondconcentratie of met de detectiegrens (bij milieuvreemde stoffen) ; de interventiewaarde is te beschouwen als de toetsingswaarde, waarboven, afhankelijk van ▪ de situatie, veelal een sanering (-sonderzoek) wordt uitgevoerd, nadat een eventueel (nader) onderzoek is afgerond. Nader onderzoek kan worden geadviseerd, wanneer het rekenkundig gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde ( (achtergrond- + interventiewaarde) /2) wordt overschreden.
Tabel 1
Normwaarden
voor
microverontreinigingen in de vaste bodem
Stof 1
en
het grondwater
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Grondwater (µg/l)
AW
Ondiep (10 < m-mv)
IW
SB
L en H gecorrigeerd d
SB
L en H gecorrigeerd d
SW 2
IW
20 190 3
10, 3 + 0, 28 (L+H) 36, 8 + 6, 13L
76 920 3
39, 3 + 1, 05 (L+H) 178, 1 + 29, 68L
10 50
60 625
0, 6 15
0, 31+0, 005 (L+3H) 3, 3 + 0, 467L
13 190
6, 62 + 0, 116 (L+3H) 42, 2 + 5, 91L
0, 4 20
6 100
40 0, 15
16, 7 + 0, 67 (L+H) 0, 1 + 0, 0008 (2L+H)
190 36
79, 2 + 3, 17 (L+H) 23, 84 + 0, 203 (2L+H)
15 0, 05
75 0, 3
35 1, 5 4
10 + L 1, 5
100 190
28, 6 + 2, 86L 190
15 5
75 300
50 140
29, 4 + 0, 59 (L+H) 50 + 1, 5 (2L+H)
530 720
311, 8 + 6, 24 (L+H) 257 + 7, 7 (2L+H)
15 65
800
Minerale olie (GC) 5 6
190
19H
5. 000
500H
50
600
PCB (som 7)
0, 02
0, 002H
1
0, 1H
0, 01 4
0, 01
PAK (10 VROM) 7 8
1, 5
0, 15H 9
40
4H 9
-
-
0, 2 4 0, 2 4
0, 02H 0, 02H
1, 1 110
0, 11H 11H
0, 2 4
30 150
0, 2 4 0, 45 4
0, 02H 0, 045H
32 17
3, 2H 1, 7H
7 0, 2
1. 000 70
0, 25 4 0, 25
0, 025H 0, 025H
86
8, 6H
14
1, 4H
6 0, 2
300 2. 000
0, 3 4 0, 35 4
0, 03H 0, 035H
13
1, 3H
0, 2
200
-
-
-
-
2, 5 4
0, 25H
-
-
-
-
70
Metalen Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Nikkel (Ni) Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Zink (Zn)
75
Vluchtige aromaten Benzeen
Ethylbenzeen Tolueen Xylenen Styreen (vinylbenzeen) Fenol Cresolen (som) Dodecylbenzeen Aromatische oplosmiddelen (som) 10 Naftaleen Gechloreerde koolwaterstoffen Vinylchloride 11 Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan (Tetra) Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) 1, 1-Dichloorethaan 1, 2-Dichloorethaan 1, 1, 1-Trichloorethaan 1, 1, 2-Trichloorethaan cis 1, 2-Dichlooretheen trans 1, 2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan Monochlooretheen (Vinylchloride) 1, 1-Dichlooretheen 11 1, 2-Dichloorethenen (som) Dichloorpropanen (som, factor 0, 7)
-
-
-
-
0, 01
0, 1 4 0, 1
0, 01H 0, 01H
0, 1 3, 9
0, 01H 0, 39H
0, 01 0, 01
5 1. 000
0, 25 4 0, 3 4
0, 025H 0, 03H
5, 6 0, 7
0, 56H 0, 07H
6 0, 01
400 10
0, 25 4 0, 15
0, 025H 0, 015H
2, 5
8, 8
0, 25H 0, 88H
24 0, 01
500 40
0, 2 4 0, 2 4
0, 02H 0, 02H
15 6, 4
1, 5H 0, 64H
7 7
900 400
0, 25 4 0, 3 4
0, 025H 0, 03H
15 10
1, 5H 1, 0H
0, 01 0, 01
300 130
630 0, 1 4 0, 3 4
0, 01H 0, 03H
0, 1 0, 3
0, 01H 0, 03H
0, 01 0, 01
5 10
0, 3 4 0, 8 4
0, 03H 0, 08H
1 2
0, 1H 0, 2H
0, 01 0, 8
20
80
SB AW IW 1
= = = =
2
=
3
=
4 5
= =
6
=
7
=
8
=
9
=
10
=
11
=
standaardbodem (L = lutumgehalte (25%) , H = humusgehalte (10%) ) achtergrondwaardenormen interventiewaarden voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden de streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘ < rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een waarde ‘ < dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000) , dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0, 7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de Streefwaarde grondwater.
Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling toetsing aan de normen voor barium in grond is sinds, april 2009, alleen noodzakelijk bij situaties waar sprake is van een menselijk handelen veroorzaakte bariumverontreiniging. In alle andere gevallen kan toetsing, tot de voorgenomen herziene regelgeving, achterwege blijven getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2. 000 mg/kg d. s. voor grondwater zijn effecten van PAK, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele, optelbaar (dat wil zeggen 0, 5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0, 5 x interventiewaarde stof B) . Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is.
Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien Σ (Ci/li) > 1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep De interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid) . Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1, 1-dichlooretheen in grond moet tevens het grondwater worden onderzocht voor interventiewaarde PAK wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% en bodems met een organisch stofgehalte boven de 30% toegepast. Voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% wordt een interventiewaarde van 40 mg/kg d. s. en voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30% een interventiewaarde van 120 mg/kg d. s. gehanteerd. Tussen de 10% en 30% organisch stofgehalte kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectie formule: (IW) b = 40 x (% organische stof / 10) ( (IW) b = interventiewaarde voor de te beoordelen bodem) De achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N) .
De hoogte van de achtergrondwaarde is gebaseerd op de soms van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0, 7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximaal gehalte van 0, 45 mg/kg d. s. De interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid) . Indien de stof wordt aangetoond, moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1, 1-dichlooretheen in grond, moet tevens het grondwater worden onderzocht
Aanvullende opmerkingen a. Interventiewaarden voor niet genoemde stoffen Voor de beoordeling van niet met name genoemde stoffen verdient het aanbeveling een vergelijking te maken met in de tabel vermelde chemisch en toxicologisch verwante stoffen. Voor een aantal niet genoemde stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging vastgesteld. Tevens kan door tussenkomst van de provincie een verzoek worden gericht aan de regionale inspectie milieuhygiëne om het RIVM in te schakelen voor de afleiding van ad-hoc interventiewaarden. b.
Omvang verontreiniging De interventiewaarden gelden als gemiddelde voor een volume van 25 m 3 grond/sediment en 100 m 3 grondwater. Indien het bij puntbronnen van verontreiniging waarschijnlijk is dat bij het uitblijven van maatregelen op korte termijn (ten hoogste enkele maanden) bodemverontreiniging op genoemde schaal kan optreden, is eveneens sprake van ernstige verontreiniging. Van ernstige bodemverontreiniging kan ook worden gesproken indien de verontreiniging zich zodanig autonoom verspreidt in andere milieucompartimenten of -objecten dat schadelijke effecten voor volksgezondheid of het milieu kunnen optreden zonder dat zich overschrijding van de interventiewaarden voordoet.
c.
Criterium voor nader onderzoek In de protocollen voor oriënterend en nader onderzoek komt het criterium 0, 5 * (interventiewaarde + streefwaarde) voor om aan te geven dat nader onderzoek noodzakelijk is.
d.
Differentiatie naar grondsoort De streef- en interventiewaarden voor zware metalen (incl. arseen) in grond/sediment zijn afhankelijk van het lutumgehalte en/of het organische stofgehalte. Bij meetproblemen met lage gehalten organische stof (H) of lutum (L) kan van percentages van 2% H en L uitgegaan worden. De streef- en interventiewaarden voor organische verbindingen in grond/sediment zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte. Voor bodems met H > 30% respectievelijk < 2 worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. N. B. voor berekening van de streef- en interventiewaarden voor PAK (10 VROM) geldt dat in afwijking op het vooraanstaande voor bodems met H > 30% en H < 10% gerekend wordt met organische stofgehalten van respectievelijk 30% en 10%.
Bijlage | 7 Uittreksel kadastrale kaart, eigendomsinformatie en situatietekening
Kadastrale kaart
12345 25
Uw referentie: 21301202A
Deze kaart is noordgericht
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 19 februari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Horst O 1764
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
kadaster
Horst O 1764
21301202A
19-02-2022
18-02-2022
-
-
08:29
S11120289425
14:59
18-02-2022
-
14:59
1van2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale
aanduiding
Horst O 1764 Kadastrale
objectidentificatie : 032530176470000
Kadastrale
grootte
7.685
Grens
grootte
Vastgesteld
en
m?
Coördinaten
200396
Omschrijving
Bedrijvigheid (industrie) Erf
Koopsom uit
388408
Tuin
€ 525.000 Met
Ontstaan
-
-
meer
Koopjaar
onroerend
2022
goed verkregen
Horst O 1685
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Basisregistratie
Er zijn geen beperkingen
bekend
in de Basisregistratie Kadaster.
Kadaster
RECHTEN Eigendom
belast met Zakelijk recht als
bedoeld
Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte Soort recht
Afkomstig
uit stuk
van
in artikel
perceel (zie 1.1)
Eigendom (recht van) Hyp4 83625/37 Overdracht
Ingeschreven
verbetering
Burgerlijke staat van persoon ontbreekt of niet volledig
Naam
gerechtigde
(geanonimiseerd)
Statutaire zetel KvK-nummer
Naam
uit stuk
gerechtigde
om
12:27
SWOLGEN 14102861 de
meest
(Bron: Handelsregister) actuele
naam,
zetel
en
adres,
raadpleeg het Handelsregister
Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte
Afkomstig
11-02-2022
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Voor
11
op
(eigendom en/of beperkt recht)
Verzoek tot
Adres
5, lid 3, onder b, van de
van
Hyp4 6268/11 Roermond Gemeente
Horst
aan
de Maas
perceel Ingeschreven
op
26-04-1988
BETREFT
Horst O 1764 UW REFERENTIE
21301202A GELEVERD OP
19-02-2022
PRODUCTIEORDERNUMMER -
08: 29
S11120289425
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
18-02-2022
18-02-2022 - 14: 59
-
14: 59
BLAD
2 van 2
Adres Wilhelminaplein 6
5961 ES HORST Postadres Postbus 6005
5960 AA HORST Statutaire zetel HORST AAN DE MAAS KvK-nummer 14130612 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
5
LEGENDA 25
Huisnummer Vak t. b. v. nader bodemonderzoek asbest
III
Ontgraven asbesthoudende grond Bebouwing (buitenmuur)
II
Perceelsgrens (Kadaster)
Noord
Beton
2
1
Ontgravingsput/-sleuf Oost
4
3
West Projectnaam: Horst, Venrayseweg 151 Type: Nader asbestonderzoek Omschrijving: Situatietekening Projectnr: Bestandsnaam: 21301202A tek01 21301202A Formaat: Getekend: Datum: A3 GA 21-02-2022 Schaal: 0m 1, 5m 1: 150
HMB B. V. Bezoekadres: Telefoon: E-mail: Internet: Aan de maten kunnen geen rechten worden ontleend.
Voltaweg 8 5993 SE Maasbree 077 - 465 28 08 info @hmbgroep.nl www. hmbgroep. nl
Tekeningnr: 1
Versie: Definitief 7, 5m