03c.2 Toelichting Bijlage 2 Geuronderzoek
Tekst van het document
Geuronderzoek Wijzigen bestemming ‘Agrarisch’ in bestemming ‘Wonen’ Herenbosweg 24 te Melderslo
Geuronderzoek Toetsing Wet geurhinder en veehouderij
In opdracht van:
Beusmans & Jansen Mevr. J. Beusmans Steeg 12 5975 CE Sevenum
Opgesteld door:
Délène Aerts-Houben Crommentuijnstraat 60 5964 NN Meterik T 06-10731027
Datum:
30 maart 2022
Documentkenmerk:
GO-BP24-2022
Versie:
01
• Houben Omgevingsadvies • Crommentuijnstraat 60 • 5964 NN Meterik • T 06-10731027 • E delene@houbenomgevingsadvies.nl •
Versie 01
Pagina 2
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding en aanleiding ........................................................................................... 4 1.1
Inleiding ................................................................................................................................... 4
1.2
Wet geurhinder en veehouderij en ruimtelijke ordening ....................................................... 5
Hoofdstuk 2 Toetsingskader geur ............................................................................................... 6 2.1
Wet geurhinder en veehouderij .............................................................................................. 6
2.2
Geurverordening gemeente Horst aan de Maas..................................................................... 6
2.3
Geurgehinderden en milieukwaliteit ...................................................................................... 7
Hoofdstuk 3 Berekening en resultaten geurbelasting .................................................................. 8 3.1
Voorgrondbelasting ................................................................................................................. 8
3.2
Achtergrondbelasting .............................................................................................................. 8
Hoofdstuk 4 Conclusie geurbelasting ........................................................................................ 10 Bijlage 1:
Invoer en resultaten V-stacks gebied.................................................................... 11
Versie 01
Pagina 3
Hoofdstuk 1 Inleiding en aanleiding 1.1
Inleiding
Initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfswoning aan de Herenbosweg 24 te Melderslo in gebruik te (laten) nemen als burgerwoning. De woning is gelegen in het buitgebied van het dorp Melderslo en in de gemeente Horst aan de Maas. In de onderstaande afbeelding is de situering van het plangebied aan de Herenbosweg 24 te Melderslo weergegeven.
Afbeelding 1: Situering plangebied Herenbosweg 24.
In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient onderzocht te worden wat de beoogde bestemmingswijziging voor gevolgen heeft voor het aspect geur afkomstig van veehouderijen in de omgeving. In voorliggend rapport wordt een toelichting gegeven op het aspect geur. Gekeken wordt naar de mogelijke beperkingen voor de omliggende veehouderijen als gevolgd van de beoogde ontwikkeling alsmede naar het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te ontwikkelen woningen als gevolg van de geur afkomstig van veehouderijen.
Versie 01
Pagina 4
1.2
Wet geurhinder en veehouderij en ruimtelijke ordening
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. Voor kleinere veehouderijen zijn de regels omtrent geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. Indirect heeft de Wgv ook invloed op nieuwe geurgevoelige functies en dus op de ruimtelijke ordening oftewel de ‘omgekeerde werking’. Indien veehouderijen aan de eisen van de Wgv en het Activiteitenbesluit voldoen, kan via de ‘omgekeerde werking’ aangetoond worden dat nieuwe geurgevoelige objecten op voldoende afstand zijn gelegen van deze veehouderijen. Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of het plan niet in strijd is met het recht. Ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad; de rechtspositie van de betrokkenen moet worden gehandhaafd. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a) Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden) b) Is ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) In dit onderzoeksrapport worden bovenstaande twee aspecten onderzocht en beoordeeld.
Versie 01
Pagina 5
Hoofdstuk 2 Toetsingskader geur 2.1
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bepaald dat middels de ‘omgekeerde werking’ de geurgevoelige objecten te maken krijgen met minimumafstanden en geurnormen als bescherming tegen geurhinder. Onderdeel van de Wgv is de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv), waarin een aantal onderwerpen uit de Wgv nader is uitgewerkt. In de Rgv zijn geuremissiefactoren opgenomen en is bepaald dat V-Stacks moet worden gebruikt voor het berekenen van de geurbelasting. De Wgv kent verschillende geurnormen voor concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden. Daarnaast kent de Wgv verschillende normen voor gebieden gelegen binnen de bebouwde kom en gebieden gelegen buiten de bebouwde kom. In de Wgv zijn zowel geurnormen (artikel 3 lid 1) als vaste afstanden (artikel 4) opgenomen. Daarnaast geld voor alle dieren een minimumafstand tussen de buitenzijde van het dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object (artikel 5.1). In onderstaande tabel zijn de geurnormen en vaste afstanden weergeven. Geurnormen artikel 3.1
Afstanden artikel 4.1
Afstanden artikel 5.1
concentratiegebieden
niet-concentratiegebied
vaste afstanden
minimale afstanden
bebouwde kom
3 OU /m3 E
2 OU /m3 E
100 meter
50 meter
buitengebied
14 OU /m3
8 OU /m3
50 meter
25 meter
Tabel 1:
E
E
Wettelijke geurnormen en vaste afstanden
Het plangebied is gelegen in een concentratiegebied zoals bedoeld in de Meststoffenwet en bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas. Daarnaast is het voor gemeenten mogelijk om middels een verordening afwijkende normen vast te stellen binnen de kaders die in de Wet geurhinder en veehouderij worden gesteld. De gemeente Horst aan de Maas heeft voor het plangebied een geurverordening opgesteld.
2.2
Geurverordening gemeente Horst aan de Maas
Gemeenten mogen bij verordening van de wettelijke normen afwijken binnen de grenzen geformuleerd in artikel 3 en 6 van de Wet geurhinder en veehouderij. De gemeenteraad van Horst aan de Maas heeft op 30 juni 2020 de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas’ (hierna de verordening) vastgesteld, zoals bedoeld in dit artikel. De verordening is op 24 juli 2020 in werking getreden. De verordening geldt voor het grondgebied van de gemeente Horst aan de Maas. Op grond van de verordening zijn voor de onderstaande gebieden de volgende geurnormen opgenomen: - Plangebied bij Meerlo: 6,0 odour units. - Bedrijventerreinen Klavertje 4-gebied: 14,0 odour units. - Overige bebouwde kom: conform wettelijke norm, momenteel 3,0 odour units. - Buitengebied: conform wettelijke norm, momenteel 14,0 odour units
Versie 01
Pagina 6
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van het dorp Melderslo. Uit de verordening is voor het buitengebied, conform de wettelijke norm, een geurnorm van 14 OUE/m3 opgenomen, waarbij nog sprak is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet aangetoond worden dat bij een ruimtelijk plan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
2.3
Geurgehinderden en milieukwaliteit
Voor het toetsen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (‘omgekeerde werking’) worden zowel de geurbelasting van de afzonderlijke bedrijven (de geurcontouren) als de achtergrondbelasting en de te verwachten geurhinder beschouwd. Het aspect geur valt uiteen in twee onderdelen: de voorgrond- en de achtergrondbelasting. De voorgrond- en achtergrondbelasting wordt berekend met behulp van V-stacks vergunning en Vstacks gebied. Anders dan bij de voorgrondbelasting geeft de Wgv geen normen voor de achtergrondbelasting. De Wgv geeft ook geen omschrijving wat onder een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ wordt verstaan. Daarom wordt voor het aspect geurhinder aansluiting gezocht bij de Handreiking geurhinder en veehouderij en bijlagen 6 en 7. Als vuistregel is in deze handreiking opgenomen dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder als de voorgrondbelasting meer dan de helft van de achtergrondbelasting bedraagt. Aan de hand van het gestelde in voornoemde handreiking is er door de overheid een tabel opgesteld, welke hierna wordt weergegeven en welke gebruikt kan worden voor de beoordeling van de milieukwaliteit in een gebied. De milieukwaliteit correspondeert in dit geval met de normering van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Met deze tabel kan met behulp van de uitkomsten van Vstacks de milieukwaliteit in het plangebied beoordeeld worden.
milieukwaliteit
geurgehinderden Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting (%) OUE/m3als 98 percentiel OUE/m3 als 98 percentiel zeer goed <5 < 1,5 < 3,1 goed 5 - 10 1,5 - 3,8 3,1 - 7,4 redelijk goed 10 - 15 3,8 - 6,6 7,4 - 13,1 matig 15 - 20 6,6 - 10 13,1 - 20 tamelijk slecht 20 - 25 10 - 14,2 20 - 28,3 slecht 25 - 30 14,2 - 19,2 28,3 - 38,5 zeer slecht 30 - 35 19,2 - 25,3 38,5 - 50,7 extreem slecht 35 - 40 25,3 - 32,8 > 50,7 Tabel 2: Milieukwaliteit in relatie tot de voorgrond en achtergrond belasting
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet aangetoond worden dat bij een ruimtelijk plan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Om dit te kunnen beoordelen zal zowel de voorgrond als de achtergrondbelasting rondom het plangebied in beeld worden gebracht.
Versie 01
Pagina 7
Hoofdstuk 3 Berekening en resultaten geurbelasting 3.1
Voorgrondbelasting
De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij is gelegen op de locatie Op de Kamp 2 (Willemsen), op een afstand van ruim 330 m tussen beide bestemmingsvlakken en een intensieve veehouderij aan de Herenbosweg 38 (Vof Michiels) op een afstand van ruim 400 m. Gezien de ruime afstand van de intensieve veehouderijen tot het plangebied wordt de achtergrondbelasting als maatgevend gezien en kan een berekening van de voorgrondbelasting achterwege blijven. Het plangebied is voor de intensieve veehouderijen aan Op de Kamp 2 en Herenbosweg 38 niet het dichtstbij gelegen geurgevoelig object. In de nabijheid van de veehouderijen zijn andere geurgevoelige objecten (woningen) dichterbij gelegen, die de beperkende factor zijn voor mogelijke uitbreidingen van deze veehouderijen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat deze veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad door de voorgenomen bestemmingswijziging.
3.2
Achtergrondbelasting
Voor de bepaling van de cumulatieve geurbelasting oftewel de achtergrondbelasting wordt van het rekenprogramma V-stacks gebied V-2020.1 gebruik gemaakt. Voor de berekeningen worden de bestandsgegevens van de gemeente Horst aan de Maas van het Web-BVB (peildatum 3 maart 2022) gebruikt. Hiermee kan beoordeeld worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Alle bedrijven met diersoorten waarvoor een geurnorm is vastgesteld in een straal van 2 km rondom het plangebied worden in de berekening meegenomen. De achtergrondbelasting is berekend op alle hoekpunten van het plangebied. In onderstaande afbeelding zijn de receptoren weergegeven.
Afbeelding 2: receptoren op het plangebied
Versie 01
Pagina 8
De resultaten van de berekening van de achtergrondbelasting zijn in onderstaande tabel weergegeven. Receptoren
Geurbelasting (OUE/m3)
Receptor 1 8,23 Receptor 2 7,62 Receptor 3 6,90 Receptor 4 7,34 Tabel 3: Berekeningsresultaten van de achtergrondbelasting
Ter plaatse van het plangebied is de maxmale achtergrondbelasting 8,23 OUE/m3, wat overeenkomt met een geurhinderpercentage tussen de 10% en 15%. Hiermee kan de milieukwaliteit volgens tabel 2 worden beoordeeld als redelijk goed, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Versie 01
Pagina 9
Hoofdstuk 4 Conclusie geurbelasting In onderhavig rapport is een onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of voor het plangebied, het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ naar de bestemming ‘Wonen’, aan de Herenbosweg 24 sprake is van een van een goede ruimtelijke ordening in het kader van het aspect geur. Binnen de huidige bestemming is het niet toegestaan om de bedrijfswoning te gebruiken als burgerwoning. Daarom is het noodzakelijk om de bestemming te wijzigen en inzicht te krijgen in de geurbelasting. Gezien de ruime afstand van de intensieve veehouderijen tot het plangebied wordt de achtergrondbelasting als maatgevend gezien en kan een berekening van de voorgrond achterwege blijven. Tabel 3 in paragraaf 3.2 geeft een overzicht van de berekende achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied. In bijlage 1 zijn de rekenresultaten van de achtergrondbelasting (V-stacks gebied V2020.1) opgenomen. Ter plaatse van het plangebied heerst een achtergrondbelasting tussen de 6,90 en 8,23 OUE/m3, wat overeenkomt met een geurhinderpercentage tussen de 10% en 15%. Hiermee kan de milieukwaliteit volgens tabel 2 worden beoordeeld als redelijk goed, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het plangebied is niet het beperkende geurgevoelig object is ten opzichte van de veehouderijen gelegen aan Op de Kamp 2 en Herenbosweg 38.
Hierdoor kan geconcludeerd worden dat deze intensieve veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad door de voorgenomen bestemmingswijziging. Uit onderliggend rapport blijkt dat voor het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de nabij gelegen veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad.
Versie 01
Pagina 10
Bijlage 1: Invoer en resultaten V-stacks gebied
Versie 01
Pagina 11
Versie 01
Pagina 12
Bronnenbestand V-stacks gebied
Versie 01
Pagina 13
Versie 01
Pagina 14
Versie 01
Pagina 15
Versie 01
Pagina 16
Versie 01
Pagina 17