03 Rapport onderzoek uitvoering VTH-beleid 2023-2026
Tekst van het document
Onderzoek Uitvoering VTH-beleid 2023-2026
Rekenkamer Horst aan de Maas November 2025
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
1
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................ 3 1. Achtergrond en aanleiding .............................................................................................................. 4 2. Doelstelling, vraagstelling en aanpak ............................................................................................. 5 3. Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................................. 6 3.1 Deelvraag 1: beleidsdoelstellingen VTH-beleid ................................................................ 6 3.2 Deelvraag 2: maatregelen realisatie beleidsdoelstellingen ................................................ 6 3.3 Deelvraag 3: doelmatigheid maatregelen realisatie beleidsdoelstellingen .................... 13 3.4 Deelvraag 4: borging rechtmatigheid en mechanismen naleving ................................. 13 3.5 Deelvraag 5: kwaliteit dienstverlening .............................................................................. 14 3.6 Deelvraag 6: samenwerking RUD Limburg Noord ....................................................... 17 3.7 Deelvraag 7: (opvolging) monitoring en evaluatie VTH-beleid....................................
20 3.8 Deelvraag 8: verbetering VTH-beleid .............................................................................. 20 3.9 Hoofdonderzoeksvraag ...................................................................................................... 21 Bijlage 1: Organogram gemeente Horst aan de Maas .......................................................... 23 Bijlage 2: Lijst opgevraagde stukken in verband met documentenanalyse ............................... 24 Bijlage 3: Normenkader ..................................................................................................................... 27 Bijlage 4: Beleidscyclus BIG-8 .......................................................................................................... 34
2
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Voorwoord Voor u ligt het conceptrapport van het onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitvoering van het VTH-beleid 2023–2026 van de gemeente Horst aan de Maas. Dit onderzoek is uitgevoerd in een periode waarin de gemeente te maken had met aanzienlijke organisatorische en inhoudelijke veranderingen. De beëindiging van de samenwerking met de gemeente Venray op het terrein van toezicht en handhaving, de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, en het verbeteren van de interne processen legden tegelijkertijd hoge verwachtingen en grote druk op de uitvoering. De afgelopen jaren stond de VTH-organisatie voor complexe opgaven. De overdracht van taken vanuit Venray bracht niet alleen nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee, maar vroeg ook om het herinrichten van werkprocessen, het borgen van kwaliteit en het opbouwen van een stabiele, deskundige bezetting. Dit alles speelde tegen de achtergrond van een krappe arbeidsmarkt, waarin het aantrekken en behouden van gespecialiseerd personeel geen vanzelfsprekendheid is. Tegelijkertijd vroeg het Interbestuurlijk Toezicht om een kwaliteitsslag in de beleidscyclus, en stelde de gemeenteraad expliciete kaders en eisen aan de verbetering van de dienstverlening. Ondanks deze uitdagende omstandigheden hebben wij een organisatie aangetroffen die zichtbaar in ontwikkeling is.
Ambtenaren en leidinggevenden werken gestructureerd aan het versterken van de basis: het uniformeren van werkprocessen, het opbouwen van een stabiele PDCA-cyclus, het verbeteren van monitoring en datasturing, en het helderder positioneren van taken en verantwoordelijkheden. De inzet om de dienstverlening te verbeteren en de aansluiting te vinden bij de geest van de nieuwe wetgeving is duidelijk merkbaar. Met dit rapport beoogt de Rekenkamer inzicht te geven in de mate waarin de gemeente erin slaagt de beleidsdoelen uit het VTH-beleid daadwerkelijk te realiseren. Naast de beoordeling van doeltreffendheid en doelmatigheid besteden we aandacht aan rechtmatigheid, samenwerking binnen de regio en borging van kwaliteit. Daarbij benoemen we zowel de positieve ontwikkelingen als de punten die verdere aandacht vragen om de VTH-organisatie toekomstbestendig te maken. Wij danken de medewerkers, leidinggevenden en bestuurders van de gemeente Horst aan de Maas voor de open en constructieve wijze waarop zij aan dit onderzoek hebben meegewerkt. Hun bereidheid om informatie te delen en mee te denken heeft bijgedragen aan een zorgvuldig en volledig beeld van de huidige stand van zaken.
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
3
1. Achtergrond en aanleiding De gemeente heeft een breed pakket aan taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (verder: VTH). Jarenlang is er bij die uitvoering van taken voor de onderdelen toezicht en handhaving samengewerkt met de gemeente Venray. In 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders opdracht gegeven om de bestaande samenwerking met de gemeente Venray op het gebied van toezicht en handhaving af te bouwen. Het doel hiervan is toezicht en handhaving dichter bij de organisatie en het bestuur te organiseren voor meer directe en snelle sturing. In oktober 2021 zijn beide gemeenteraden akkoord gegaan met de ontbinding Gemeenschappelijke Regeling Venray Handhaving (verder: GR) en is er een dienstverleningsovereenkomst opgesteld met Venray over de afbouw van de GR. De jaren daarna wordt afgebouwd in uren, taken en kosten. Per 31 december 2024 is de samenwerking volledig afgebouwd. De VTH-taken van de gemeente (binnen het taakveld milieu voor de zogenaamde basistaken) worden uitgevoerd door de Regionale Uitvoeringsdienst (verder: RUD). De rest van de taken worden binnen de gemeentelijke organisatie uitgevoerd door de afdeling Omgeving en de afdeling APV (Algemeen Plaatselijke Verordening), Toezicht en Handhaving (verder: afdeling ATH). In bijlage 1 is de positionering van beide afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie weergegeven.
Binnen de afdeling Omgeving vindt uitvoering van de volgende taakvelden plaats: vergunningverlening (milieu en bouwen en wonen), planologie, erfgoed, stedenbouw en secretariaat van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ook zijn er juristen Omgevingsrecht en Omgevingsregisseurs werkzaam. Vergunningverlening voor bouwen en wonen is georganiseerd in het team Vergunningen binnen de afdeling Omgeving. Ook zijn binnen dit team de omgevingsregisseurs werkzaam. Verderop in dit rapport wordt daar nader op in gegaan. Binnen de afdeling ATH vindt uitvoering plaats van de taakvelden milieutoezicht (voor zover niet ondergebracht bij de RUD), toezicht bouwen en ruimtelijke ordening, handhaving en vergunningverlening APV, veiligheid, bijzondere wetten en evenementen. Het vorige VTH-beleid van de gemeente liep in 2020 ten einde. Op basis van interne en externe beoordelingen, waaronder het Interbestuurlijk Toezicht door de provincie, bevatte dit beleid nog niet alle noodzakelijke en wenselijke onderdelen. Het samenvattend Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT)-eindoordeel omgevingsrecht over het jaar 2020-2021 liet zien dat aan de gemeente Horst aan de Maas op het onderdeel Wabo een “matige” taakbehartiging en op het onderdeel Wro “onvoldoende” taakbehartiging is toegekend.
Als verbeterpunt geeft het IBT samengevat aan dat de beleidscyclus niet goed gevolgd is en een kwaliteitsslag behaald diende te worden in de beleidscyclus en daaraan verbonden structuren, documenten en rapportages. Daarnaast diende binnen de Afdeling Omgeving (team Vergunningen) met de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet, ingezet te worden op het verbeteren van de werkprocessen van vergunningverlening. De gemeente Horst aan de Maas heeft in april 2023 haar Vergunningen-, Toezicht- en Handhavingsbeleid (verder: VTH-beleid) voor de periode 2023-2026 vastgesteld. Het beleid introduceert nieuwe prioriteiten, strategieën en werkwijzen, waaronder een risicogerichte benadering en een focus op het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit van de uitvoering
4
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
van vergunningen, toezicht en handhavingstaken (verder: VTH-taken). De raad is op grond van de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Horst aan de Maas 2024 belast met het toezicht op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde VTH-beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Op 2 juli 2024 nam de raad de motie “Interne Dienstverlening Interne Organisatie” aan. De raad signaleerde structurele knelpunten in de dienstverlening en communicatie vanuit de gemeentelijke organisatie. De raad riep het college op om concrete verbetermaatregelen te treffen die niet alleen voor de lange termijn maar ook voor de korte termijn merkbaar resultaat moeten opleveren.
2. Doelstelling, vraagstelling en aanpak Onderhavig onderzoek door de Rekenkamer van Horst aan de Maas heeft tot doel om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitvoering van het VTH-beleid in het kader van de omgevingsvergunningverlening, toezicht en handhaving van de gemeente Horst aan de Maas te evalueren. Op deze twee aspecten ligt de focus van het onderzoek. Uiteraard is in dit onderzoek ook gekeken naar de rechtmatigheid van de taakuitvoering. De hoofdonderzoeksvraag is: Het onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre de geformuleerde beleidsdoelen, zoals opgenomen in het VTH-beleid van gemeente Horst aan de Maas, daadwerkelijk gerealiseerd worden, door uitvoering van de daarin genoemde activiteiten. Ter verdere uitwerking van de hoofdonderzoeksvraag zijn de volgende deelvragen geformuleerd: Deelvragen: 1. Wat zijn de beleidsdoelstellingen zoals geformuleerd in het VTH-beleid? 2. Welke maatregelen zijn genomen om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en in hoeverre dragen deze bij aan het behalen van deze doelstellingen? 3. Welke maatregelen zijn genomen om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en zijn deze maatregelen doelmatig geweest op het behalen van deze doelstellingen? 4.
In hoeverre wordt de rechtmatigheid gewaarborgd bij de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente Horst aan de Maas, en welke mechanismen zijn er om naleving van weten regelgeving te waarborgen? 5. Wat is de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening aan de inwoners/bedrijven van gemeente Horst aan de Maas bij de uitvoering van de VTH-taken binnen het omgevingsdomein? 6. Welke afspraken liggen ten grondslag aan de samenwerking met de Regionale Uitvoeringsdienst (verder: RUD) en worden deze nageleefd? 7. Wat zijn de uitkomsten van de (tussentijdse) monitoring en evaluatie van het VTH-beleid? En wat is hiermee gedaan? 8. Welke stappen kan de gemeente Horst aan de Maas nog zetten ter verbetering van het omgevingsvergunningen, toezicht en handhavingsbeleid?
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
5
Onderzoeksverantwoording In dit onderzoek fungeert het door de gemeente Horst aan de Maas vastgestelde VTH-beleid naast de Omgevingswet en de hierbij behorende besluiten en de Verordening uitvoering en handhaving als normenkader. Zie bijlage 3 voor een overzicht van het gehanteerde normenkader. Voor het onderzoek is een ‘mixed-method’ benadering gehanteerd om een breed inzicht te verkrijgen in zowel de feitelijke uitvoering van het beleid als de ervaringen van betrokkenen. Dit is gedaan via dataverzameling aan de hand van documentenanalyse, interviews met medewerkers, bestuurders en dossieronderzoek. Ten behoeve van de documentenanalyse zijn stukken opgevraagd aan de hand van een hiervoor opgestelde lijst (zie bijlage 2). De ontvangen stukken zijn geanalyseerd en vervolgens zijn aselect 18 dossiers geselecteerd (verdeeld over vergunningverlenings- en handhavingsdossiers) binnen de werkingssfeer van de Omgevingswet. Deze 18 dossiers geven een beeld maar zijn zeker niet representatief. De dossiers zijn nader onderzocht op een doeltreffende en evenwichtige uitvoering (analyse van de doorlooptijd, kwaliteit en consistentie van de besluitvorming en beoordeling van de mate waarin beleid en regelgeving correct zijn toegepast). De lijst van onderzochte dossiers is opgenomen in bijlage 5.
3. Beantwoording onderzoeksvragen De verzamelde gegevens zijn getoetst aan het normenkader hetgeen heeft geleid tot bevindingen die antwoord geven op de hoofdonderzoeksvraag voor dit onderzoek en de hierbij behorende deelvragen. De antwoorden worden hieronder weergegeven waarbij eerst de deelvragen worden beantwoord en daarna de hoofdonderzoeksvraag.
3.1 Deelvraag 1: beleidsdoelstellingen VTH-beleid Wat zijn de beleidsdoelstellingen zoals geformuleerd in het VTH-beleid? In het vigerende VTH-beleid zijn de volgende beleidsdoelstellingen voor VTH opgenomen: 1. De komende beleidsperiode realiseren wij (aangepaste) werkwijzen en processen die aansluiten op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. 2. De komende beleidsperiode doorlopen wij een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. 3. De komende beleidsperiode implementeren wij uniforme werkwijzen aan de hand van de risicoanalyse en prioritering. 4. De komende beleidsperiode realiseren wij de borging van de rechtsgelijkheid en draagvlak door een eenduidige strategie en werkwijze te hanteren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
3.2 Deelvraag 2: maatregelen realisatie beleidsdoelstellingen Welke maatregelen zijn genomen om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en in hoeverre dragen deze bij aan het behalen van deze doelstellingen?
6
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Doelstelling
Activiteiten
Gerealiseerd Ja/Nee/Deels
1. De komende beleidsperiode realiseren wij (aangepaste) werkwijzen en processen die aansluiten op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Verlenen van een hoog dienstverleningsniveau binnen redelijke termijnen.
Deels
Werkprocessen VTH aanpassen aan de Omgevingswet en Wet kwaliteit voor het bouwen.
Deels. Werkprocessen voor vergunningverlening en toezicht & handhaving zijn aangepast op de Omgevingswet, maar voor toezicht en handhaving niet op de Wet kwaliteit voor het bouwen.
Dienstverleningsniveau De Afdeling Omgeving heeft in juli 2025 de rapportage “Sturen en grip op dienstverlening” opgesteld. In deze rapportage is verslag uitgebracht van de acties en resultaten die zijn uitgevoerd in het kader van de motie van de raad van juni 2024 over dienstverlening over de periode januari 2025 tot en met juni 2025. Hierin is geconstateerd dat in 2025 de vruchten geplukt kunnen worden van de ingezette veranderingen. Er is meer grip en sturing binnen de afdeling door de tweehoofdige leiding. De afdeling is steeds beter gewend aan de nieuwe werkwijze die de Omgevingswet vraagt. Er is een positieve beweging zichtbaar richting handelen in de geest van de wet, met meer aandacht voor vroegtijdige bestuurlijke escalatie en duidelijke communicatie over wat binnen de kaders en bedoeling van de wet wel en niet mogelijk is. Dit beeld is ook bevestigd tijdens het interview met de medewerkers. Uit de cijfers in de rapportage over januari 2025 tot en met juni 2025 blijkt dat de achterstanden in de werkvoorraad bij vergunningverlening afnemen en verwacht wordt dat deze dit jaar grotendeels kunnen worden weggewerkt. Ook wordt aangegeven dat de instroom van nieuwe aanvragen beheersbaar is. Uit de dossieronderzoeken is gebleken dat 4 van de 5 onderzochte omgevingsvergunningaanvragen binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld.
Daarnaast is de afdeling Omgeving en de afdeling APV-vergunningen, Toezicht en Handhaving (verder: afdeling ATH) erin geslaagd om medewerkers aan te trekken met de juiste kennis en vaardigheden maar blijft het invullen van specialistische functies, zoals jurist omgevingsrecht en milieuspecialist in de huidige arbeidsmarkt moeilijk. De afdeling ATH en de afdeling Omgeving verschuiven in de 2e helft van 2025 hun focus. Zij sturen dan gericht op de verdere ontwikkeling van de vaardigheden van de medewerkers, het versterken van het ambtelijk-bestuurlijk samenspel en het beter benutten van technologische mogelijkheden. Met de introductie van de flitsvergunning per 1 juli 2025 wordt de dienstverlening versneld. Met Track & Trace voor omgevingsvergunningen worden
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
7
stappen gezet in de digitalisering. Hiermee wordt de dienstverlening verder gemoderniseerd en versneld. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat de fundamenten zijn gelegd voor een hoger dienstverleningsniveau. De resultaten vanaf 2023 tot en met juni 2025 zijn bemoedigend, maar er is nog werk te doen. Werkprocessen VTH aanpassen aan Omgevingswet Uit de gegevensverzameling is gebleken dat zowel de afdeling Omgeving als de afdeling ATH haar werkprocessen geüniformeerd en geactualiseerd heeft aan de Omgevingswet. In het door de gemeente gebruikte systeem RX-Mission zijn de uniforme werkprocessen voor de taken toezicht en handhaving geborgd. Elke medewerker is verantwoordelijk voor correct gebruik van RX-Mission en het correct en volledig vullen van de informatie in RX-Mission (handleidingen zijn te raadplegen via het interne systeem "de Goeiedag"). De data uit RXMission wordt gebruikt voor dashboards, die inzicht geven in kwaliteitsindicatoren van het proces. Het gebruik van RX-Mission wordt daarvoor gemonitord. Voor vragen over RXMission kan de medewerker bij de functioneel systeembeheerder terecht. Alle communicatie (zoals e-mails, brieven, en telefoonnotities) gaat via RX-Mission. Persoonlijke e-mailboxen worden voor onderhavig toezicht- en handhavingsproces niet gebruikt.
Van alle contactmomenten met de melder wordt een kort logboek bijgehouden in het notitieveld van RX-Mission. De geactualiseerde werkprocessen voor toezicht en handhaving en de borging daarvan in RX-Mission hebben bijgedragen aan: • Duidelijkheid in het proces, uniforme werkwijze en duidelijke taken, rollen en verantwoordelijkheden. • Verhogen en borgen van kwaliteit van het proces. • Zichtbaar en stuurbaar maken van alle processtappen. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Al bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) moest de gemeente de toezicht- en handhavingsprocessen bij bouwactiviteiten ook hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het gaat dan om het beleid, de inrichting van processen, de informatievoorziening, de juridische en inhoudelijke aspecten en de interne afstemming tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. Omdat ook de rol van de toezichthouder is veranderd vraagt dit andere competenties. Uit de data-analyse is niet gebleken dat voor toezicht en handhaving werkprocessen voor de Wkb zijn beschreven. Dit is wel gebeurd voor vergunningverlening. Wkb meldingen worden door vergunningverlening getoetst aan de indieningsvereisten uit de Wkb (o.a. Borgingsplan en Risicobeoordeling). Daarnaast is geconstateerd dat de gemeente geen apart Wkb beleid heeft vastgesteld.
De gemeente geeft aan dat zij de ervaringen uit 2024 en 2025 met de Wkb meenemen als input voor het nieuwe VTH-beleid dat in 2026 wordt opgesteld, zodat de Wkb ook een beleidsmatige verankering krijgt. Uit het interview met de medewerkers bleek dat er momenteel niet actief toezicht gehouden wordt op de Wkb (meldingen). Dit wordt aan de private kwaliteitsborger(s) overgelaten.
8
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Doelstelling 2. De komende beleidsperiode doorlopen wij een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken.
Activiteiten
Gerealiseerd Ja/Nee/Deels
De VTH-taken uitvoeren zoals Procescriteria: Deels benoemd in dit VTH-beleid Kritieke massa criteria: Nee en bijbehorend uitvoeringsprogramma.
Kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit zijn regels over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken opgenomen. Voor de taken die onder het basistakenpakket van de RUD vallen geldt dat het kwaliteitsniveau in een Verordening moet vastliggen. Voor de zogenaamde thuistaken, die de gemeente in eigen huis uitvoert, is dat niet verplicht, hier geldt alleen een zorgplicht. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (verder: VNG) en het Interprovinciaal Overleg (verder: IPO) heeft een modelverordening opgesteld die zowel voor de basistaken van de RUD geldt als voor de thuistaken van de gemeente. Uit de documentenanalyse is gebleken dat de gemeente Horst aan de Maas het standaardmodel van de VNG heeft gebruikt voor haar gemeentelijke Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht (hierna: verordening). De raad heeft de verordening op 19 december 2023 vastgesteld. Omdat het standaardmodel van de VNG is overgenomen heeft de raad hiermee besloten dat de gemeente ook voor de thuistaken aan de kwaliteitscriteria moet voldoen. Uit de documentenanalyse blijkt dat de raad in het raadsvoorstel ter vaststelling van de verordening niet is gewezen op de optie om de kwaliteitscriteria alleen voor de basistaken (dat zijn de taken die verplicht bij de RUD zijn ondergebracht) te laten gelden.
Hierdoor gelden per 1 januari 2024 de landelijke kwaliteitscriteria (huidige versie 3.0) voor de uitvoering ook voor de VTH-thuistaken die niet door de RUD maar door de gemeente zelf in eigen huis worden uitgevoerd. De kwaliteitscriteria zijn op verschillende niveaus beschreven. Deels hebben ze betrekking op de organisatie (de zogenaamde procescriteria) en deels op de medewerkers (de zogenaamde kritieke massa criteria). Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus moet zijn om de kwaliteit te borgen en er een inhoudelijke ondergrens is waaruit volgt dat de taken belegd worden bij een organisatie die continuïteit in de uitvoering kan garanderen. Op medewerkersniveau moeten de taken belegd worden bij medewerkers die voldoende deskundig zijn en voldoende vlieguren maken om deze taken professioneel en adequaat uit te kunnen voeren. Op grond van artikel 5 van de Verordening Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht moet het college de raad informeren over de uitvoering en de kwaliteit van de VTH-taken. Uit de documentenanalyse is geconstateerd dat: • In het VTH-beleid 2023-2026 van de gemeente is opgenomen dat kwaliteitseisen uit de Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht alleen gelden voor de basistaken belegd bij de RUD.
Hieruit blijkt dat het niet de bedoeling van het college is geweest om de kritieke massa criteria ook verplicht van toepassing te laten zijn op de gemeentelijke
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
9
•
•
•
organisatie VTH (voor de thuistaken). Die zijn echter wel van toepassing omdat de gemeente gebruik heeft gemaakt van de modelverordening van de VNG. Daarmee heeft de gemeente er dus (in ieder geval juridisch) voor gekozen om deze ook van toepassing te verklaren op de niet-basistaken; De gemeente in het VTH-verslag over 2024 geen mededeling doet over de kritieke massa criteria binnen de eigen organisatie. Uit navraag blijkt dat de gemeente nog niet jaarlijks toetst in welke mate de organisatie VTH voldoet aan de kwaliteitscriteria VTH 3.0 (in 2024 was dat versie 2.3). Dit betekent dat (nog) niet wordt voldaan aan de verplichting uit artikel 5 van de verordening om de raad jaarlijks te informeren over de uitvoering van de kwaliteit van de VTH-taken; De RUD doet in haar jaarlijkse verslag wel mededeling over de wijze waarop zij toetsen of de medewerkers voldoen aan de kritieke massa criteria middels een zogenaamd Ervaringsprofiel (verder: EVP)-traject voor medewerkers. In zo’n EVP-traject wordt getoetst of en in welke mate een medewerker voldoet aan de van toepassing zijnde kwaliteitscriteria; Het Dagelijks Bestuur (verder: DB) van de RUD biedt het verslag jaarlijks aan de raad van de gemeente Horst aan de Maas aan. Hiermee wordt voldaan aan artikel 5 van de verordening voor wat betreft het basistakenpakket dat onder de RUD valt.
IBT-beoordeling proceskwaliteitscriteria (Big-8) De provincie Limburg is belast met het interbestuurlijk toezicht (verder: IBT) en beoordeelt jaarlijks in welke mate de gemeente voldoet aan de proceskwaliteitscriteria (de beleidscyclus zoals vastgelegd in de zogenaamde BIG-8, zie bijlage 4). Uit de beoordeling van de provincie over 2023 blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas een ruim voldoende taakbehartiging heeft. Alle toezichtinformatie is ontvangen en tijdig aangeleverd. Het VTH-beleidsplan 20232026 van de gemeente Horst aan de Maas is volgens de provincie overzichtelijk en compleet. Het bevat een uitgebreide omgevingsanalyse inclusief risicoanalyse en prioritering en er wordt goed aandacht besteedt aan de uitvoerings- en handhavingsstrategieën. Het uitvoeringsprogramma bevat een duidelijk overzicht van de uit te voeren activiteiten en hoeveel uren daarmee gemoeid zijn. In het jaarverslag is volgens de provincie overzichtelijk en uitgebreid ingegaan op de uitgevoerde activiteiten en de doelen die hieraan gekoppeld zijn. Tevens wordt een vooruitblik gegeven naar het volgende jaar. Ook zijn van alle beleidsstukken collegebesluiten en raadsinformatiebrieven aangeleverd. De horizontale verantwoording is op orde.
Aanbeveling IBT Voor het door de gemeente op te stellen uitvoeringsprogramma VTH 2025 heeft de provincie met betrekking tot de BIG-8 cyclus de volgende aanbeveling gedaan. Op grond van artikel 13.10 van het Omgevingsbesluit dienen in het uitvoeringsprogramma de financiële en personele middelen inzichtelijk te worden gemaakt. Het uitvoeringsprogramma moet een uitgebreid overzicht bevatten van de benodigde personele capaciteit. De beschikbare capaciteit ontbreekt in het uitvoeringsprogramma van de gemeente. Tevens zijn de financiële middelen niet inzichtelijk gemaakt. Vanuit het IBT wordt aanbevolen om een vergelijking te maken van de benodigde personele en financiële middelen afgezet tegen de beschikbare personele en financiële middelen. Op basis van deze
10
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
uitkomst moet duidelijk worden gemaakt wat dit betekent voor het uitvoeren van de activiteiten en het bereiken van de vastgestelde doelen uit het beleid. Over 2024 heeft de provincie geen IBT-beoordelingen uitgevoerd bij de gemeenten. Om er achter te komen of de gemeente aan de aanbeveling gehoor heeft gegeven is hier in het kader van dit rekenkameronderzoek onderzoek naar gedaan. Daar wordt nu op in gegaan. Uitvoeringsprogramma VTH 2025 Uit de documentenanalyse is gebleken dat in het VTH-uitvoeringsprogramma 2025 door het college deels gehoor is gegeven aan voornoemde aanbeveling van de provincie. In het programma is de beschikbare capaciteit versus de benodigde capaciteit weergegeven maar de financiële middelen zijn hierin niet inzichtelijk gemaakt. Ook ontbreekt een overzicht van het aantal geplande producten en een vergelijking met voorgaande jaren. In de bijlage behorende bij het uitvoeringsprogramma is in Excel een overzicht van het uitvoeringsprogramma opgenomen waarin de aantallen te verwachten VTH-producten staan met de hierbij behorende kengetallen (een kengetal geeft de gemiddelde tijdsbesteding voor een activiteit weer). Op deze wijze is de benodigde capaciteit bepaald. Daarnaast blijkt uit het programma dat er ongeveer 2.000 uur te kort is aan capaciteit voor vergunningverlening Omgevingswet en ongeveer 2.000 uur aan overcapaciteit op het juridische vlak.
Deze (deels ingehuurde) capaciteit wordt volgens het uitvoeringsprogramma van de gemeente deels ingezet voor projecten. Ook is geconstateerd dat in het uitvoeringsprogramma niet ingegaan wordt op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan . De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria VTH zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook moet worden ingegaan op uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan. Daarnaast is in het uitvoeringsprogramma VTH niet direct herleidbaar welke activiteiten gekoppeld zijn aan welke doelstellingen uit het VTH-beleid. Een nadere concretisering in de vorm van SMART geformuleerde doelstellingen ontbreekt. Wel hanteert de afdeling Omgeving sinds 2025 een aantal kritieke prestatie-indicatoren (verder: KPI’s) om de prestaties te monitoren, zodat de dienstverlening kan worden gevolgd en waar mogelijk bijgestuurd. Hiervoor zijn specifieke teamdoelstellingen opgesteld en opgenomen in het uitvoeringsprogramma VTH. Jaarverslag VTH 2024 In het jaarverslag VTH is niet inzichtelijk gemaakt in welke mate de geplande producten zijn gerealiseerd.
In het verslag zijn alleen de gerealiseerde aantallen opgenomen maar deze zijn niet, bijvoorbeeld in een grafiek of tabel, naast de geplande aantallen gezet. Hierdoor kan niet worden beoordeeld in welke mate de planning uit het uitvoeringsprogramma 2024 is behaald.
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
11
Uit de documentenanalyse blijkt verder dat in het verslag niet duidelijk herleidbaar is in hoeverre de doelstellingen uit het uitvoeringsprogramma zijn behaald en of en zo ja welke doelstellingen bijstelling behoeven. Daarnaast is door de gemeente zelf aangegeven in de raadsinformatiebrief (verder: RIB), waarbij het VTH-verslag 2024 aan de raad is aangeboden, dat in 2024 er minimaal aandacht is geschonken aan het onderwerp cultureel erfgoed. Dit had mede te maken met het feit dat handhaving voor wat betreft toezicht bouw en cultureel erfgoed deels was belegd bij de gemeente Venray. Cultureel erfgoed kreeg daarbij minder aandacht, waarschijnlijk omdat het niet geprioriteerd was. De prioritering c.q. ‘puntensysteem’ kan, indien gewenst, in de eerstvolgende actualisatie van het beleidsplan worden aangepast. Doelstelling 3. De komende beleidsperiode implementeren wij uniforme werkwijzen aan de hand van de risicoanalyse en prioritering.
Activiteiten De werkwijze prioritair werken inbedden in onze werkwijze en de medewerkers hierin begeleiden en dat de prioritering sturend is voor de tijdsbesteding aan een zaak.
Gerealiseerd Ja/Nee/Deels Ja
Op de (handhavings-)prioriteiten die in het VTH-beleid 2023-2026 zijn opgenomen is in 2024 een addendum gekomen (het addendum VTH-Beleid 2024). Dit addendum bevat criteria aan de hand waarvan bepaald kan worden of handhaving - gelet op de omstandigheden in een concreet geval - noodzakelijk en evenredig is. Uit de interviews is gebleken dat toezicht en handhaving binnen de afdeling VTH plaatsvindt aan de hand van de handhavingsprioriteiten uit het VTH-beleid en het addendum.
Doelstelling 4. De komende beleidsperiode realiseren wij de borging van de rechtsgelijkheid en draagvlak door een eenduidige strategie en werkwijze te hanteren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Activiteiten
Gerealiseerd Ja/Nee/Deels
De strategieën en werkwijze inbedden in onze dagelijkse werkzaamheden
Ja
In 2024 zijn uniforme werkwijzen voor zowel toezicht en handhaving als voor vergunningen opgesteld. In 2024 heeft de afdeling Omgeving intensief gewerkt aan het verbeteren van het proces rondom vergunningverlening. Dit heeft onder andere geleid tot een Uniforme Werkwijze (UWW), waarin dagstarts, weekstarts en afspraken over begeleiding van medewerkers zijn opgenomen. De afdeling Omgeving voert kwalitatieve evaluaties uit. De resultaten hiervan worden vertaald naar meetbare instrumenten, zoals maand- en kwartaalrapportages.
12
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Voor vergunningen wordt de werkwijze per kwartaal getoetst en indien nodig aangepast. Uit de dossieronderzoeken is geconstateerd dat zowel bij vergunningverlening als toezicht gewerkt is conform de vergunningenstrategie en de toezicht- en handhavingsstrategie uit het VTH-beleidsplan 2023-2026. In enkele onderzochte handhavingsdossiers is daarvan afgeweken. Daarover meer in paragraaf 3.5.
3.3 Deelvraag 3: doelmatigheid maatregelen realisatie beleidsdoelstellingen Welke maatregelen zijn genomen om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en zijn deze maatregelen doelmatig geweest op het behalen van deze doelstellingen? Inrichten PDCA-cyclus Binnen de afdeling Omgeving en binnen de afdeling APV-vergunningen, Toezicht en Handhaving (ATH) is een Plan-Do-Check-Act (PDCA)-cyclus ingericht waarmee wekelijks (of frequenter indien nodig) de effectiviteit en efficiëntie van de werkverdeling actief wordt bestuurd in en door de afdeling. Daarin wordt steeds gezocht naar de beste manier om het werk eerlijk te verdelen aan de hand van de werkinstroom en het aantal beschikbare uren per medewerker. Daarbij worden ook de werkafspraken in de Uniforme Werkwijze (UWW) en de productiviteitscijfers per maand besproken. Het doel is om als afdeling te leren en als team te beslissen over bijsturen in de praktijk. De afdelingsmanager is voorzitter van dit PDCA-overleg of delegeert dit. De afdeling heeft via het dashboard inzicht in de actuele werkvoorraad en doorlooptijden en stuurt op de vastgestelde KPI’s. Via een rapportage, welke voor dit proces wordt gebouwd, wordt inzicht verkregen in de actuele werkvoorraad en de doorlooptijden waarmee wordt gestuurd. Binnen de teams verdelen de medewerkers samen de taken en het werk.
Hierbij wordt rekening gehouden met taakroulatie, gepland verlof, uitwisselbaarheid binnen specialisatie en gewenste afwisseling. Afdelingsplan Zowel de afdeling ATH als de afdeling Omgeving stellen jaarlijks een afdelingsplan op waarin doelstellingen zijn opgenomen met daarbij behorende activiteiten ter verdere concretisering en uitwerking van de doelstellingen in het VTH-beleid en het Uitvoeringsprogramma VTH. De doelstellingen in het afdelingsplan worden gemonitord. Zie het voorbeeld hieronder.
3.4 Deelvraag 4: borging rechtmatigheid en mechanismen naleving
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
13
In hoeverre wordt de rechtmatigheid gewaarborgd bij de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente Horst aan de Maas, en welke mechanismen zijn er om naleving van wet- en regelgeving te waarborgen? Binnen de afdeling ATH en de afdeling Omgeving zijn werkprocessen aangepast aan de Omgevingswet en in RX-Mission geborgd voor vergunningverlening en toezicht en handhaving. Hierdoor is geborgd dat vergunningverlening en toezicht en handhaving op een uniforme wijze plaats vindt. De leidinggevenden van de afdeling Omgeving en de afdeling ATH gaven in het interview aan dat zij voor hun afdeling erin geslaagd zijn om medewerkers aan te trekken met de juiste kennis en vaardigheden maar het invullen van specialistische functies, zoals jurist omgevingsrecht en milieuspecialist moeilijk blijft. Om de kwaliteit te blijven borgen vindt in de tussentijd specialistische inhuur plaats. Zoals hiervoor al aangegeven verschuiven de afdeling ATH en de afdeling Omgeving in de 2e helft van 2025 de focus. Zij gaan dan gerichter sturen op de verdere ontwikkeling van de vaardigheden van de medewerkers, het versterken van het ambtelijk-bestuurlijk samenspel en het beter benutten van technologische mogelijkheden. Dit draagt mogelijk ook bij aan het verder borgen van de rechtmatigheid bij de uitvoering van de VTH-taken.
Juridische toets op besluiten Uit dossieronderzoek en de gesprekken met medewerkers in de interviews is gebleken dat: • Afstemming plaats vindt tussen de jurist handhaving en de omgevingsregisseur van de afdeling Ruimte in verband met het uitvoeren van de legalisatietoets alvorens tot handhaving wordt overgegaan. Het werkproces is geborgd in RX-Mission. • De drie onderzochte handhavingsbesluiten zijn juridisch goed onderbouwd en goed gemotiveerd en hebben de toets van de bezwarencommissie en de rechter doorstaan en zijn rechtmatig bevonden. • Dit geldt ook voor de 3 onderzochte dwangsombesluiten. • Door de juristen is bij het bepalen van de handhaving de handhavingsstrategie gevolgd. • Bij vergunningverlening is de vergunningenstrategie gevolgd bij het toetsen van aanvragen en de onderbouwing bij het besluit. • Bij handhaving is de landelijke handhavingsstrategie gevolgd. • Ter borging van de rechtmatigheid worden waarschuwingsbrieven en voornemen dwangsom door de juristen opgesteld en niet door de toezichthouders. • Bij de 4 onderzochte omgevingsvergunningen heeft een juridische toets op het concept van het besluit plaatsgevonden. Het dossieronderzoek is niet representatief, maar kan wel reden geven tot zorg dan wel een grond van geruststelling bieden over de juridische kwaliteit van de VTH-taken.
De bevindingen bieden geen aanknopingspunten voor zorgen rondom de rechtmatigheid van de uitvoering van de VTH-taken.
3.5 Deelvraag 5: kwaliteit dienstverlening Wat is de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening aan de inwoners/bedrijven van gemeente Horst aan de Maas bij de uitvoering van de VTH-taken binnen het omgevingsdomein?
14
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Om deze vraag te kunnen beantwoorden heeft documentenanalyse plaatsgevonden, zijn medewerkers en leidinggevenden van de afdeling ATH en de afdeling Omgeving geïnterviewd en zijn een 18-tal dossiers (verdeeld over vergunningverlening- en handhavingsdossiers binnen de Omgevingswet) opgevraagd. Deze dossiers zijn aselect gekozen en nader onderzocht op een doeltreffende en evenwichtige uitvoering (analyse van de doorlooptijd, kwaliteit en consistentie van de besluitvorming en beoordeling van de mate waarin beleid en regelgeving correct zijn toegepast). De bevindingen hiervan zijn in onderstaande tabel weergegeven. Voor meer informatie over de bevindingen van de dossieronderzoeken wordt verwezen naar bijlage 5. Uit de gegevensverzameling is gebleken dat: 1. Bij 2 van de 3 onderzochte handhavingsverzoeken de overtreding is beëindigd nadat het handhavingstraject door de gemeente was ingezet. Bij het andere handhavingsverzoek is uit controle gebleken dat er geen sprake was van een overtreding. 2. De juristen bij handhavingszaken de legalisatietoetsen ter afhandeling voorleggen aan medewerkers van de afdeling Omgeving conform de in 2024 geactualiseerde werkprocessen. 3.
In 2025 de werkprocessen voor initiatieven om af te wijken van het omgevingsplan (BOPA) zodanig zijn aangepast dat de wenselijkheidstoets en de haalbaarheidstoets door de regieassistent en de omgevingsregisseur worden gedaan en niet meer door de vergunningverlener. De vergunningverlener komt pas in beeld als het initiatief haalbaar is en een vergunning wordt aangevraagd. Deze werkproceswijziging moet de kwaliteit van de vergunningverlening verbeteren en leiden tot een efficiëntere vergunningverlening (dat vergunningen sneller verleend kunnen worden omdat het voorwerk al door de regieassistent en de omgevingsregisseur is gedaan). 4. Juridische handhaving vindt plaats conform de prioritering uit de risicoanalyse in het VTH-beleidsplan 2023-2026 en de stappen in de Landelijke Handhavingsstrategie. De juristen hebben wekelijks overleg met de toezichthouders om af te stemmen over de geconstateerde overtredingen en de aanpak hiervan. Alvorens tot handhaving wordt overgegaan wordt eerst door de jurist onderzocht of de geconstateerde overtreding binnen de prioritering valt en welke handhavingsstappen op grond van de Landelijke Handhavingsstrategie gevolgd moeten worden (waarschuwing of direct voornemen last onder dwangsom etc.) 5. Besluiten op handhavingsverzoeken en dwangsombesluiten zijn goed gemotiveerd.
Duidelijk is aangegeven waarom sprake is van een overtreding, waaruit de overtreding bestaat en hoe de overtreding beëindigd kan worden. 6. Handhavingsverzoeken worden afgestemd met de afdeling Omgeving (vergunningverlening) in verband met de legalisatietoets. De afdeling Omgeving voert een legalisatieonderzoek uit. Dit gaat conform het proces dat bij de afdeling Omgeving is vastgelegd.
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
15
7. Tijdens het dossieronderzoek met betrekking tot invordering van dwangsommen is in een geval geconstateerd dat op het einde van het handhavingstraject het bestuur de handhaving niet doorzet. Het bestuursrechtelijke handhavingstraject werd ingezet en gevolgd conform het bestuurlijk vastgestelde handhavingsbeleid. De invorderingsprocedure van de opgelegde dwangsom werd doorlopen en vervolgens wordt besloten om de overtreding te gedogen middels een gedoogbeschikking. 8. Daarnaast is geconstateerd dat in 2 van de 3 onderzochte invorderingsdossiers op het einde van het handhavingstraject door het bestuur het dwangsombedrag (fors) gematigd wordt (van respectievelijk €60.000 en €50.000 naar €10.000,-). 9. Klachten/meldingen worden afgehandeld conform de prioritering in het vigerende VTH-beleid. De toezichthouder bespreekt met de jurist of er, gelet op de prioriteitenlijst wordt gehandhaafd bij een geconstateerde overtreding en op welke wijze. Het werkproces is geborgd in RX-Mission. 10. De wettelijke termijn waarbinnen een besluit op een handhavingsverzoek moet zijn genomen is 8 weken (artikel 4:13 Awb). De termijn kan één keer verlengd worden mits tijdig meegedeeld. Uit het dossieronderzoek blijkt dat in alle drie de dossiers met betrekking tot handhavingsverzoeken de beslistermijn is verlengd en dat er vervolgens binnen de verlengde termijn een besluit is genomen. 11.
Dit geldt ook voor de termijnen waarbinnen op een aanvraag om omgevingsvergunning (BOPA) moet zijn beslist. Onder de Omgevingswet is deze termijn nu 8 weken. Uit het dossieronderzoek (het betreft 2 dossiers uit 2024 en 1 uit 2025) is gebleken dat voor beide aanvragen uit 2024 de beslistermijn is verlengd. Daarnaast blijkt dat de aanvragen (BOPA) vaak incompleet waren en nadere stukken moesten worden ingediend en deze pas laat werden aangeleverd waardoor verlenging nodig was van de beslistermijn om de stukken goed te kunnen beoordelen. 4 van de 5 onderzochte vergunningen werden verleend binnen de verlengingstermijn. 12. De afdeling Omgeving heeft via het dashboard inzicht in de actuele werkvoorraad en doorlooptijden en stuurt op de vastgestelde KPI’s. Voor het dashboard over de 1 e helft van 2025 blijkt dat: o In totaal 175 formele aanvragen om omgevingsvergunning zijn afgehandeld, waarvan 72 zaken afgerond uit 2024 en 103 uit 2025. Van die 175 zaken zijn 38 zaken buiten de termijn afgehandeld. Van de 103 zaken uit 2025 zijn 6 zaken buiten de termijn = 94,2 % binnen termijn. o In totaal 161 formele aanvragen omgevingsvergunning zijn ingediend, waarvan 58 nog lopende zaken. Van de 58 lopende zaken loopt 1 zaak buiten de wettelijke termijn.
o Voor 101 zaken, in het kader van het verkennen en begeleiden van een initiatief haalbaarheid, zijn afgehandeld waarvan 47 zaken uit 2025 en 54 zaken uit 2024. Van de 47 zaken uit 2025 die zijn afgerond zijn 3 zaken buiten de termijn afgehandeld = 93,6% binnen de servicetermijn o Informatieverzoeken zijn allemaal binnen de servicetermijn afgehandeld. 13. Uit dossieronderzoek is gebleken dat de gemeente de ontvangen Wkb-meldingen toetst aan de indieningsvereisten uit de Wkb: o.a. Borgingsplan en Risicobeoordeling.
16
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
De indiener is schriftelijk geïnformeerd over de uitkomst hiervan. Bij onvolledigheid is de aanvrager verzocht om de ontbrekende gegevens in te dienen. 14. Werkafspraak is dat een juridische toets moet plaatsvinden op het concept van een besluit op een omgevingsvergunningaanvraag. Uit dossieronderzoek is gebleken dat dit is gebeurd.
3.6 Deelvraag 6: samenwerking RUD Limburg Noord Welke afspraken liggen ten grondslag aan de samenwerking met de RUD Limburg Noord en worden deze nageleefd? De RUD Limburg-Noord (hierna: RUD) is in 2013 georganiseerd als een netwerkorganisatie. Netwerkorganisatie betekent dat de uitvoerende medewerkers (voor vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu) in dienst zijn van de gemeente en niet van de RUD zelf. In de vastgestelde Gemeenschappelijke Regeling (verder: GR) RUD Limburg Noord (GR RUD LN 2017 en geactualiseerd op 7 juli 2024) zijn de bestuurlijke verantwoordelijkheden, werkzaamheden en afspraken met betrekking tot de gezamenlijke uitvoering van taken vastgelegd. In onderstaande tabel zijn de afspraken kort samengevat weergegeven en is aangegeven of deze door de gemeente Horst aan de Maas worden nagekomen. Uit de bevindingen in deze tabel volgt dat niet alle afspraken met de RUD worden nageleefd. Productiegegevens worden niet altijd tijdig aangeleverd en geplande uren worden niet volledig geleverd. De overgang naar de nieuwe robuuste Omgevingsdienst (2026) vraagt om de nodige voorbereidingen. In het onderzoek is niet duidelijk geworden in hoeverre die voorbereidingen in voldoende mate worden getroffen. Afspraken samenwerking RUD en gemeente Horst aan de Maas
Nageleefd Ja/Nee
De uit te voeren werkzaamheden door milieuvergunningverleners en milieutoezichthouders van de gemeente Horst aan de Maas zijn door de RUD afgestemd met de lijnmanagers VTH van de gemeente en opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP).
Ja
Het DB van de RUD stuurt het vastgestelde RUDuitvoeringsprogramma in het kader van horizontaal toezicht naar het college en de raden van de deelnemende gemeenten.
Ja
De gemeente moet maandelijks het aantal geleverde producten en diensten rapporteren.
Deels: In 2024 is alleen tot en met oktober aangeleverd en 2025 tot 1 oktober niet (ivm langdurig zieke medewerker).
Aan de hand hiervan stelt de RUD op het einde van het jaar een bestuursrapportage (RUD-jaarverslag) met dashboards op.
Ja
Ja
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
17
Het DB van de RUD heeft deze in het kader van horizontaal toezicht naar het college en de raad gestuurd Alle deelnemers verplichten zich tot uitvoering van de RUDwerkzaamheden in het RUD-uitvoeringsprogramma.
Deels: uit het verslag RUD LN 2023 en 2024 (dashboard Horst aan de Maas) blijkt dat de gemeente veel minder uren besteed heeft dan gepland (in 2023 was 7.108 uur geraamd en maar 1.823 uur daadwerkelijk geleverd door Horst aan de Maas). Er is maar 40% van de geplande milieucontroles uitgevoerd. Hierbij zijn ‘0’ overtredingen geconstateerd. Daarnaast is geconstateerd dat in het VTH-verslag 2024 van de gemeente het dashboard over 2023 is toegevoegd in plaats van dat van 2024.
Situatie tot 1 juli 2024:
Ja
De RUD kent een kleine kernorganisatie, het coördinatiecentrum, met een directeur en een aantal medewerkers in vaste dienst van de RUD. De lijnmanagers (VTH-managers) van de deelnemende gemeenten, waaronder Horst aan de Maas, hebben zitting in het lijnmanagersoverleg (LMO) waarbij een medewerker vanuit het coördinatiecentrum de rol van secretaris vervult. De lijnmanagers verzorgen alle feitelijke sturing en planning van de medewerkers, de rapportages, het starten en faciliteren van kennisgroepen en het vormgeven aan samenwerking met ketenpartners. Er vindt geen directe sturing plaats door de RUD LN op de VTH-medewerkers die in dienst zijn bij de betreffende deelnemers. De lijnmanagers volgen binnen de kaders van de GR RUD LN de eigen gemeentelijke/provinciale PDCA-cyclus en bewaken zo de lokale integraliteit. Veel van de uitvoerende eindverantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten zelf. Het coördinatiecentrum heeft enkel een coördinerende functie. Situatie vanaf 1 juli 2024
Nee, de evaluaties en visitatierapporten1 geven aan Het bestuur van de RUD met het coördinatiecentrum stuurt op dat binnen het bestuur van de het nakomen van het RUD-uitvoeringsprogramma door de RUD als collectief nog deelnemers. onvoldoende wordt gestuurd. Wanneer een deelnemer niet
18
1
Visitatierapport RUD Limburg Noord 12 en 13 december 2024 Omgevingsdienst NL
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
voldoet aan de criteria of zijn afspraken niet nakomt wordt deze er onvoldoende op aangesproken. In de bestuurlijke rapportage van de RUD uit 2024 is aangegeven dat van directe aansturing vanuit de RUD geen sprake was en er zijn ook diverse vacatures ontstaan onder andere door uitval als gevolg van ziekte. Van een netwerk RUD naar een robuuste omgevingsdienst in april 2026: Op 26 juni 2025 is het bedrijfsplan door het Algemeen Bestuur van de RUD Limburg Noord unaniem vastgesteld voor de nieuwe Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML). Vanaf 1 april 2026 zal de ODNML opereren als één regionale dienst. In de komende fase van inrichten van de organisatie zullen het bedrijfsplan en de consequenties per deelnemer, en ook de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling die nodig is, in de verschillende gemeenteraden en in Provinciale Staten besproken en vastgesteld worden.
Borging kwaliteit De raad heeft met het vaststellen van de Verordening Uitvoering en Handhaving bepaald dat uitvoering van de VTHtaken door de RUD dient te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Dit is ook zo vastgelegd in de GR RUD Limburg Noord. De kwaliteitscriteria bestaan naast procescriteria uit eisen aan de kritieke massa: voldoende medewerkers met de vereiste opleiding en kennis én een minimale frequentie waarmee zij de betreffende activiteiten uitvoeren (vlieguren). De kwaliteitseisen die aan de producten en diensten van de RUD worden gesteld, zijn verwoord in de Producten- en Dienstencatalogus (PDC).
Het is onbekend gebleven, ondanks herhaaldelijke verzoeken tot informatie, of het college de consequenties voor de eigen organisatie al in beeld heeft gebracht van het bedrijfsplan en de nieuwe GR. De verstrekking van informatie bleef achterwege omdat finale besluitvorming nog niet had plaatsgevonden.
Ja, uit het VTH-verslag 2024 van de gemeente blijkt dat de milieumedewerkers van de gemeente Horst aan de Maas die de basistaken voor de RUD uitvoeren een actueel EVP hebben, of doorlopen op dit moment een EVP-traject voor één of meerdere taken.
Jaarlijks moet de RUD een beoordeling uitvoeren of voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria voor de taken die in de RUD zijn belegd. Voor deze beoordeling wordt gebruik gemaakt van Ervaringsprofielen (EVP’s); iedere RUD-medewerker dient minimaal 1x per 5 jaar een dergelijk EVP-traject te doorlopen.
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
19
3.7 Deelvraag 7: (opvolging) monitoring en evaluatie VTH-beleid Wat zijn de uitkomsten van de (tussentijdse) monitoring en evaluatie van het VTH-beleid? En wat is hiermee gedaan? In het VTH-jaarverslag moet het college jaarlijks rapporteren over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen uit het VTH-beleid. Uit documentenanalyse is gebleken dat in het VTH-jaarverslag 2024 niet is aangegeven in welke mate de uitgevoerde activiteiten hebben geleid tot het behalen van welke doelen uit het VTH-beleid. Daarnaast is geconstateerd dat op het onderdeel “Monitoring” uit de BIG 8 niet apart wordt ingegaan in het VTH-verslag van de gemeente. Hierdoor is niet inzichtelijk of en zo ja op welke wijze monitoring van het VTH-beleid heeft plaatsgevonden en wat de uitkomsten daarvan zijn. Niet in het VTH-verslag 2024 zelf maar wel in de RIB over het VTHjaarverslag 2024 wordt melding gemaakt dat in 2024 er, zoals al eerder aangegeven, minimaal aandacht is geschonken aan het onderwerp cultureel erfgoed. Daarnaast is, vooruitlopend op de actualisering van het VTH-beleid 2023-2026, al in 2024 bij het vaststellen van het VTH-uitvoeringsprogramma een voorstel gedaan tot het aanvullen van het VTH-beleid.
Voor wat betreft de belangrijkste (handhavings-)prioriteiten, die in het ‘VTH-beleid 2023-2026' zijn opgenomen, is in 2024 aanvullend hierop een ‘Addendum VTHBeleid 2024’ bestuurlijk vastgesteld. Eerder is al aangegeven wat daarin is opgenomen.
3.8 Deelvraag 8: verbetering VTH-beleid Welke stappen kan de gemeente Horst aan de Maas nog zetten ter verbetering van het VTHbeleid? Prioritering evalueren en actualiseren Ten tijde van het vaststellen van het vigerende VTH-beleid 2023-2026 was de gemeente Horst aan de Maas de samenwerking met Venray nog aan het afschalen en beschikte de gemeente maar over beperkte handhavingscapaciteit. De prioritering werkt vooral door in de manier waarop toezicht wordt gehouden en wordt gehandhaafd. Dit betekent dat aan elk prioriteitsniveau een toezichtfrequentie en intensiteit verbonden kan worden. Dit vertaalt zich vervolgens naar inzet van mensen en middelen. Gezien de (per definitie) beperkte toezichts-en handhavingscapaciteit destijds heeft de gemeente Horst aan de Maas er bij het vaststellen van het VTH-beleid voor gekozen om de prioritering direct te vertalen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De vraag is of dit gelet op de huidige situatie (de afdeling ATH is bijna volledig op bezetting) anders moet en kan. Uit de documentenanalyse blijkt dat de beleidsdoelstellingen beperkt SMART zijn geformuleerd. Meten van de mate waarin deze doelstellingen worden behaald is daardoor maar beperkt mogelijk. Een systeem/methode om dit te meten ontbreekt.
20
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Daarnaast dient het beleid geactualiseerd te worden naar aanleiding van de per 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Nu de gemeente al een tijdje met deze wetten heeft gewerkt en ervaring heeft opgedaan kan geëvalueerd worden waar het VTH-beleid aangepast of aangevuld moet worden. De VNG adviseert om Wkb-beleid op te stellen. Hier is een handreiking voor opgesteld en er zijn al genoeg ‘best-practices’ (gemeenten die dit beleid al hebben opgesteld en hiermee ervaring hebben opgedaan). Tevens dient in het nieuwe beleid op grond van de Omgevingswet de link te worden gelegd met de Omgevingsvisie en ook met erfgoed. Daarnaast dient, op grond van de landelijke procescriteria 3.0, kwaliteitsborging (beschrijving, toetsing, verbetering, rapporteren over de voortgang, zorgdragen voor een kwaliteitsplan, borgen werkwijze in cultuur en systemen, managen van verbeterpunten en benchmark) opgenomen te worden in het beleidsplan.
3.9 Hoofdonderzoeksvraag In hoeverre worden de geformuleerde beleidsdoelen, zoals opgenomen in het VTH-beleid van gemeente Horst aan de Maas, daadwerkelijk gerealiseerd, door uitvoering van de daarin genoemde activiteiten? De gemeente is de afgelopen jaren vanuit een kwetsbare uitgangspositie sterk in beweging gekomen. De afbouw van de samenwerking met Venray, personele wisselingen en veranderingen door nieuwe wetgeving zorgden voor druk op de organisatie. Ondanks dat is de basis van de VTH-organisatie inmiddels grotendeels op orde gebracht: werkprocessen zijn herzien, monitoring is gestart (midels de PDCA-cyclus) en de bezetting is vrijwel rond. Toch zijn niet alle doelstellingen uit het VTH-beleid gerealiseerd. Dit wordt in onderstaande tabel inzichtelijk gemaakt, gebaseerd op de beantwoording van de onderzochte deelvragen. Doelstellingen
Activiteiten
Gerealiseerd Ja/Nee/Deels
1. De komende beleidsperiode realiseren wij (aangepaste) werkwijzen en processen die aansluiten op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Verlenen van een hoog dienstverleningsniveau binnen redelijke termijnen.
Deels. Doorlooptijden worden beter gehaald, er is meer grip op werkvoorraden en de nieuwe werkprocessen geven structuur. Tegelijk blijft voor een hoog dienstverleningsniveau verdere professionalisering nodig, vooral rondom houding, gedrag en klantgerichtheid. Ja. Aangepast voor vergunningverlening Omgevingswet
Werkprocessen VTH aanpassen aan de Omgevingswet en Wet
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
21
kwaliteit voor het bouwen (verder: Wkb).
2. De komende beleidsperiode doorlopen wij een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. 3. De komende beleidsperiode implementeren wij uniforme werkwijzen aan de hand van de risicoanalyse en prioritering.
4. De komende beleidsperiode realiseren wij de borging van de rechtsgelijkheid en draagvlak door een eenduidige strategie en werkwijze te hanteren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
22
De VTH-taken uitvoeren zoals benoemd in dit VTH-beleid en bijbehorend uitvoeringsprogramma. De werkwijze prioritair werken inbedden in onze werkwijze en de medewerkers hierin begeleiden en dat de prioritering sturend is voor de tijdsbesteding aan een zaak. De strategieën en werkwijze inbedden in onze dagelijkse werkzaamheden
Ja. Aangepast voor toezicht en handhaving Omgevingswet Ja. Aangepast voor vergunningverlening Wkb. Niet aangepast voor toezicht en handhaving Wkb. Gebeurt deels voor procescriteria Gebeurt niet voor de kritieke massa criteria. Ja.
Deels. De strategie is vertaald naar eenduidige werkprocessen geborgd in systeem RX-Mission en wordt gemonitord. werkprocessen worden echter niet in alle gevallen gevolgd.
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
Bijlage 1: Organogram gemeente Horst aan de Maas
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
23
Bijlage 2: Lijst opgevraagde stukken in verband met documentenanalyse
24
Nr
Op te vragen document
1.
Uitkomsten knelpuntenanalyse in jaarverslag 2021 Vergunningen, Toezicht en Handhaving, vastgesteld op 19 juli 2022.
2.
Vastgestelde Vergunningen-, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2023-2026 (VTH-beleid) met bijlagen en collegevoorstel en RIB en brief naar Inter Bestuurlijk Toezichthouder (IBT).
3.
Vastgestelde Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht 2024 met bijlagen en collegevoorstel en RIB.
4.
Toets naar de mate waarin de gemeente Horst aan de Maas voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.3 (over de jaren 2023 en 2024) met bijlagen en collegevoorstel en RIB.
5.
Uitvoeringsprogramma VTH 2023, 2024 en 2025 met bijlagen en collegevoorstel en RIB.
6.
Jaarverslag VTH 2023, 2024 met bijlagen en collegevoorstel en RIB.
7.
Interbestuurlijk Toezichtoordeel 2021, 2022, 2023 en 2024 (en 2025 als oordeel al is ontvangen nav uitvoeringsprogramma VTH 2025 en VTH verslag 2024) met bijlagen en schriftelijke reactie gemeente hierop en de RIB.
8.
Periodieke monitoring op de uitvoering in 2023, 2024 en 1e kwartaal 2025.
9.
Recentste Regionaal Uitvoerings- en Handhavingsbeleid met bijlagen en collegevoorstel en RIB.
10.
Recentste informatie die de gemeente Horst aan de Maas ontvangen heeft van de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUD LN) over versterking van de organisatie en de taakuitvoering.
11.
Werkprogramma RUD LN voor het uitvoeren van de (basis)taken voor de gemeente Horst aan de Maas over 2023, 2024 en 2025 met bijlagen.
12.
Verslag over de uitvoering van het werkprogramma RUD LN 2023 en 2024 met bijlagen.
13.
Recentste versie APV met raadsvoorstel.
14.
Vigerend Evenementenbeleid met bijlagen en collegevoorstel.
15.
Vigerend Integraal Veiligheidsplan.
16.
Gemeenschappelijke regeling Venray-Horst aan de Maas.
17. 18.
Wkb-beleid Horst aan de Maas met bijlagen en collegevoorstel. Overzicht met Wkb-meldingen (met datum ontvangst) in 2024 en 1e kwartaal 2025.
Rekenkamer Horst aan de Maas – Onderzoek Uitvoering VTH-beleid
19.
Overzicht met controles n.a.v. Wkb (gereed)meldingen 2024 en 1e kwartaal 2025.
20.
Vigerend Beleid illegale huisvesting arbeidsmigranten en (indien aanwezig) projectplannen m.b.t. dit onderwerp (de gemeente gaf aan dat dit beleid momenteel geactualiseerd wordt).
21.
Overzicht van ingetrokken omgevingsvergunningen milieu in 2023, 2024 en 1e kwartaal 2025 met zaaknummer.
22.
Overzicht van alle invorderingsbesluiten dwangsom in 2023, 2024 en 1e kwartaal 2025 met zaaknummer.
23.
Overzicht van alle ontvangen handhavingsverzoeken in 2023, 2024 en 1e kwartaal 2025 met datum ontvangst en de afhandelingsstatus (bijvoorbeeld verleend of geweigerd of nog in behandeling) met datum en zaaknummer.